210902 Verslag Parallelsessie I&O Maatschappelijk accommodatiebeleid.docx
Tekst van het document
Parallelsessie Informatie en Ontmoeting, 2 september 2021 Maatschappelijk accommodatiebeleid Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Raadsgriffie: Fracties: Portefeuillehouder: Ambtelijk: Notulen:
de heer B. Bahlmann de heer S. Vink Stadsbelang-Democraten Gorinchem-CDA-PvdA-SGP/ChristenUnie VVD-D66-SP-GroenLinks-Gorcum Actief- Fractie van Maaren de heer D. van Zanten de heren W. Raaijmakers en N. den Dekker, dames I. Witvoet en R. Hak notulistenbureau Leeuwenburgh-Vendrig
Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Hij licht het programma voor deze sessie toe. Maatschappelijk accommodatiebeleid Begin februari is er een eerste I&O geweest. In deze dubbele sessie wordt een eerste concept accommodatiebeleid gepresenteerd Tijdens het eerste gedeelte van de I&O wordt stilgestaan bij dit conceptAccommodatiebeleid. In het tweede gedeelte van de I&O wordt het het afwegingskader voor de beoordeling van individuele accommodatie verzoeken en/of bestaande situaties besproken; inclusief een aantal concrete casussen. Wethouder Van Zanten licht toe dat vanavond een eerste concept accommodatiebeleid besproken kan worden en enige casuïstiek. Hij stelt de heer Raaijmakers voor als nieuwe projectleider voor het accommodatiebeleid. De heer Raaijmakers geeft een presentatie (beschikbaar op iBabs). Hij licht toe waarom een accommodatiebeleid moet worden opgesteld. Het gaat hierbij om de uitgangspunten, een integraal kader voor de hele stad. Het is kader stellend en gaat om maatschappelijk vastgoed en over accommoderen. Hij verwijst naar de uitkomsten van de I&O van 4 februari. Gekeken is naar het beleid in de gemeenten Heerlen en Den Bosch. Er wordt nog gewerkt aan het inzichtelijk maken van de bezetting en inzet van het maatschappelijk vastgoed. De uitgangspunten voor het accommodatiebeleid worden gepresenteerd.
De voorzitter bedankt voor de presentatie en geeft gelegenheid voor het stellen van vragen. Mevrouw Dansen merkt op dat er veel accommodaties leeg staan; het is ook duur. Zij vraagt of naar alle verschillende aspecten is gekeken en hoe een en ander opgelost wordt. De heer Raaijmakers antwoordt dat er professioneel beheer moet plaatsvinden, zo mogelijk uitgevoerd door vrijwilligers en anders door professionals. De uitvoering moet een en ander nader duidelijk maken. De heer Oostrum vraagt naar de relatie met andere beleidskaders die hiermee verband houden. Een accommodatie zou wellicht overgeheveld kunnen worden van de ene naar de andere sector.
Parallelsessie I&O Maatschappelijk accommodatiebeleid, 2 september 2021
De heer Raaijmakers antwoordt dat het uitgangspunt bezettingsgraad nog wordt uitgezocht. Een hoge bezetting zou een uitgangspunt kunnen zijn. Als er in een bepaalde sector veel leegstand is, kan er eventueel geschoven worden naar een andere sector. Dit komt ook in de uitvoeringsnota’s aan de orde. Mevrouw Hamann bedankt voor de presentatie. Zij is benieuwd naar het inzicht in de huidige bezetting van accommodaties. Zij vraagt wanneer dat beschikbaar is. De heer Raaijmakers antwoordt dat hieraan gewerkt wordt; voor zover het gereed is kan dit in de volgende I&O-sessie op 11 november in de volgende I&O sessie gepresenteerd worden. De voorzitter stelt vast dat er geen vragen meer zijn. De heer Raaijmakers concludeert dat men dan op de goede weg is en gaat in een volgende presentatie in op het afwegingskader en enkele casussen. Hierbij gaat het om legitimiteit (democratisch, juridisch, output), betrokkenheid en rendement. Mevrouw Dansen merkt op dat men verschillend kan denken over het rendement. Zij vraagt hoe de betrokkenheid gemeten wordt. De heer Raaijmakers zegt dat als de betrokkenheid te smal lijkt te zijn, nagedacht kan worden over hoe dit vergroot kan worden. Vervolgens gaat hij in op een aantal casussen. Hij vraagt op welke manier de legitimiteit van de casus sportpsycholoog beoordeeld zou kunnen worden.
Een sportpsycholoog wil gebruik maken van een sportkantine bij een buitensportvereniging om cliënten te behandelen/begeleiden De heer Oostrum merkt op dat als dit niet binnen het bestemmingsplan past, mits er voldoende belangstelling voor is, overwogen kan worden om het bestemmingsplan aan te passen. Hij vindt het een maatschappelijk belang. De heer Van der Meijden vraagt welke input gevraagd wordt. De heer Raaijmakers antwoordt dat hij aan de hand van enkele casussen wil kijken of het afwegingskader handig is om te gebruiken. De heer Van der Meijden zegt dat hij ook zou willen kijken of als er weinig betrokkenheid is, er ook politieke keuzes gemaakt kunnen worden. De heer Raaijmakers bevestigt dit. Er kan zeker samen met de raad over gesproken worden. Mevrouw Dansen vraagt of de opbrengst van de verhuur van de kantine in dit geval naar de vereniging gaat. De heer Raaijmakers antwoordt dat de kantine van de vereniging is; als de kantine verhuurd wordt zal de huur naar de vereniging gaan. Desgevraagd zegt hij dat feesten en partijen op basis van de legitimiteit afgewezen zouden worden. Mevrouw Dansen zegt in dit kader problemen in de toekomst te voorzien. De heer Raaijmakers merkt op dat handhaving weer een apart beleid is.
Parallelsessie I&O Maatschappelijk accommodatiebeleid, 2 september 2021
Mevrouw Hamann vraagt of de sportpsycholoog een commerciële onderneming is. Als dat zo is, dan denkt zij dat de gemeente daar dan geen ruimte voor moet bieden. De heer Raaijmakers meent dat het eventueel wel zou kunnen als het behulpzaam is aan de maatschappelijke activiteit. De heer Oostrum zegt dat hij het zonde zou vinden om sportaccommodaties leeg te laten staan als zij ook multifunctioneel gebruikt zouden kunnen worden mits enigszins gerelateerd aan de sport. Ook kinderopvang zou naar zijn mening mogelijk moeten zijn. De heer Van Santen denkt dat je moet oppassen voor oneerlijke concurrentie met de markt. De heer Van der Meijden vraagt of ook afspraken gemaakt moeten worden over hoe om te gaan met een dergelijke vereniging. De heer Raaijmakers denkt dat het aan de vereniging zelf is, maar tussen verenigingen onderling kan ook overleg plaatsvinden. Als het geldt voor alle sportkantines, dan kan de gemeente daar een beleid voor formuleren. De heer Schefferlie sluit zich aan bij de woorden van de heer Oostrum; het is wel goed om de grenzen op te zoeken. Als het ten gunste van de leden is dan zou de sportpsycholoog daar moeten kunnen werken. De heer Raaijmakers legt de volgende casus voor: Deze is identiek aan de vorige, maar het gaat niet om een sportpsycholoog maar om een nagelstudio. De heer Roeland vindt het interessante casussen.
Als nevenactiviteiten plaatsvinden die direct te maken hebben met de sport dan is het prima, maar dat geldt niet voor een nagelstudio. Mevrouw Hamann merkt op dat je makkelijk op een glijdend vlak terecht kunt komen. Een nagelstudio past niet echt bij de sport. Mevrouw Versluis vindt het ook een hellend vlak, maar in het afwegingskader staat nergens dat het bijvoorbeeld met sport te maken moet hebben. De heer Den Dekker licht toe dat in het sportbeleid is vermeld dat het brede gebruik van sportaccommodaties gestimuleerd moet worden. Het moet voor de vereniging en de stad zelf maatschappelijke meerwaarde hebben. Mevrouw Dansen meent dat gebouwen niet leeg moeten staan, maar zij is benieuwd of de heren Schefferlie en Oostrum vinden dat de nagelstudio hier wel kan. De heer Oostrum meent dat leegstand niet het belangrijkste is, maar multifunctioneel gebruik moet worden toegestaan. De grens para commercieel en commercieel is belangrijk. Een voetbalvereniging laat in de kantine ook klaverjassen, en mogelijk ook bingo toe. Op het randje van para commercieel moet wel mogelijk zijn. De heer Schefferlie kan zich bij de nagelstudio niet sport gerelateerd voorstellen. De sportpsycholoog is ook gerelateerd aan gemeentelijk beleid. Mevrouw Dansen meent dat er een grens gevonden wordt waar men elkaar misschien wel kan vinden. Het moet op zijn minst sport gerelateerd zijn.
Parallelsessie I&O Maatschappelijk accommodatiebeleid, 2 september 2021
De heer Ploeg sluit zich deels aan bij de woorden die zojuist uitgesproken zijn. Er zijn ook andere commerciële uitingen en activiteiten op een sportveld, zoals reclame, bierverkoop enzovoort. Daar wordt ook geld verdiend op gesubsidieerde grond. Mevrouw Hamann denkt dat het te maken moet hebben met de sportvereniging die de accommodatie huurt. Bij de afwegingspunten zou je een vierde moeten toevoegen, bijvoorbeeld aan sport gerelateerd. De heer Raaijmakers licht toe dat dit niet nodig is; bij legitimiteit staat het beleid. Het valt onder legitimiteit. Mevrouw Dansen denkt dat het goed is om een keer een politieke discussie hierover te voeren. De heer Van der Meijden denkt dat draagvlak uitgelegd moet worden als dat er ook draagvlak moet zijn bij de vereniging die de kantine beheert. De volgende casus wordt besproken: Modelspoorbouwvereniging (sinds 1958); Beperkt aantal leden (13 wv 5 jeugdleden); Gewenste ruimte (100 m²) die alleen hiervoor wordt gebruikt; Wens is huren voor een maatschappelijk tarief. Mevrouw Dansen zou hier geen probleem in zien. De heer Oostrum vindt het aantal van 18 leden gecombineerd met een exclusieve ruimte van 100 m2 te ver gaan. Dat zou alleen moeten kunnen als er ergens een kamertje over is. De heer Roeland zou het een kans geven. Wethouder Van Zanten licht toe dat het om kaderstelling gaat en om voorbeelden.
Het is de bedoeling bij de casussen het afwegingskader langs te lopen. Mevrouw Dansen vindt het jammer dat de wethouder zo recht in de leer wil zijn. Er was een tijd dat het college leuke initiatieven verder wilde helpen. Mevrouw Versluis meent dat het hier meer om een hobby gaat dan om een vereniging. Zij denkt dat het rendement te klein is. Mevrouw Hamann vindt het een sympathiek clubje en zou het wel een kans geven. Al is het maar voor een paar jaar. Misschien kan de vereniging wel groeien. Legitimiteit is er wel, rendement misschien minder. De volgende casus: ULO Zusterstraat 31. Muziekschool stopt in ULO (2014); leegstand. • Staat op de lijst met te verkopen panden; • Diverse culturele activiteiten zwerven door de stad/dakloos. • Drie maatschappelijk betrokken ondernemers komen met plan om cultuureducatieve activiteiten wederom te huisvesten in ULO. • Intentie om met combinatie commercieel – maatschappelijke verhuur het pand exploitabel te maken, zodat huur kan worden opgebracht. • Uiteindelijk niet gelukt door overschot aan maatschappelijke vraag en achterblijvende commerciële vraag; gebouw (rijksmonument) kent ook zijn beperkingen. Hoe om te gaan met dit pand?
Parallelsessie I&O Maatschappelijk accommodatiebeleid, 2 september 2021
De heer Oostrum merkt op dat het om vastgoedbeleid gaat. Dit zou maatschappelijk vastgoed moeten zijn. De invulling voldoet aan wat hij zou willen. Het vastgoedbeleid zou dan aangepast moeten worden. Mevrouw Hamann meent dat culturele en educatieve activiteiten in de stad door de gemeente gefaciliteerd moeten worden. Het is zeer te waarderen dat er mensen zijn die dit willen exploiteren. Zij meent ook dat het vastgoedbeleid dan aangepast moet worden. De heer Schefferlie vindt het ook een goede zaak om dit te steunen. Het is goed om ondernemende mensen deze kans te bieden. De heer Raaijmakers denkt dat het beleid dan aangepast moet worden. Het is een combinatie van commercieel en maatschappelijk. Dat zou je dan mogelijk moeten maken via het accommodatiebeleid. De volgende casus: Vijfde Uitgang 1-3 en 5 Volharding (10 leden): nr. 1 (voorkant luisterpost) en Christelijk Showcorps Gorinchem (25 leden): nr. 3 (achterkant luisterpost en nr. 5 (Bolwerk) • Volharding: geen subsidie (te weinig leden) Verhuur aan derden o.a. carnavalsvereniging, zaalverhuur (in de praktijk ook voor “feesten en partijen”), diverse muziekverenigingen. Maatschappelijke huurprijs. • Christelijk Showcorps Gorinchem: subsidie (€2.250,=) Onderverhuur aan culturele en maatschappelijke activiteiten (“geen verhuur aan particulieren”); “ Zelf gymzalenvloer aangelegd en een muziekpodium. Maatschappelijke huurprijs.
De heer Schefferlie vindt deze ingewikkeld. Als er veel feesten en partijen zijn, dan is dat niet in verhouding met het beperkte aantal leden. Het accent op doorverhuur lijkt niet wenselijk, maar er is te weinig informatie om dit goed te kunnen beoordelen. Mevrouw Hamann is het eens met de heer Schefferlie. Mevrouw Dansen is het ook eens met de heer Schefferie. Het is een beetje raar als een club zich alleen maar bezig houdt met verhuur van de ruimte. Misschien is het een mooie ruimte voor de modelspoorbaan vereniging. De heer Oostrum merkt op aansluiting op de gegeven reacties op dat het verstandig lijkt om eens in overleg te gaan met de Volharding om te kijken wat daar allemaal gebeurt. Wethouder Van Zanten geeft nogmaals aan dat het hierbij de bedoeling was om te oefenen met kaderstelling. Er zijn nu casussen voorgelegd en die hoeven niet opgelost te worden. Ze dienen als voorbeeld. Er komen ook uitvoeringsplannen. Sommige zaken zijn in ander beleid al neergelegd zoals in het sportbeleid. Vastgoed is voorts een schaars goed en heeft verdeelproblemen en daar moet een goed afwegingskader behulpzaam zijn. De heer Ploeg sluit zich aan bij wat is gezegd over de Volharding. Het rendement is daar dan laag, maar als de gemeente het per activiteit verhuurt aan de andere verenigingen dan is het wel goed. De heer Raaijmakers zegt dat hij voldoende informatie heeft opgehaald.
Het is een kader en het is goed om daarmee te oefenen. De eerstvolgende I&O-sessie is op 11 november en dan worden ook stakeholders uitgenodigd. Er zal dan meer informatie zijn over de bezettingsgraad en inzet van de
Parallelsessie I&O Maatschappelijk accommodatiebeleid, 2 september 2021
gebouwen. De uitgangspunten en het afwegingskader worden aangescherpt zodat het praktisch toegepast kan worden. De B&A-sessie vindt plaats op 2 december en besluitvorming vindt plaats in de raadsvergadering in januari 2022. Sluiting De voorzitter bedankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering.
Parallelsessie I&O Maatschappelijk accommodatiebeleid, 2 september 2021