210902 Concept beleidsdocument Transitievisie Warmte Gorinchem
Tekst van het document
kan in overleg met de gemeente aanvullende expertise worden ingezet om in te spelen op buurtinitiatieven of om buurtaanpakken extra kracht bij te zetten. Aanpak bedrijventerreinen, utiliteit en maatschappelijk vastgoed In de komende jaren willen we de aanpak voor bedrijventerreinen, utiliteitsbouw en maatschappelijk vastgoed opzetten. Naast de bedrijventerreinen kent Gorinchem veel bedrijven verspreid over de gemeente, waardoor deze doelgroep versnipperd is. Via bestaande overlegstructuren met ondernemers willen we het contact met bedrijven vormgeven. Indien er concrete ontwikkelkansen of gebiedsontwikkelingsplannen zijn voor een bedrijventerrein, wordt een verkenning gestart, waarbij lokale bedrijven worden betrokken. Om de collectiviteitsgedachte bij bedrijventerreinen te stimuleren kan worden ingezet op parkmanagement. Parkmanagement is een vorm van overkoepelend beheer en dienstverlening van een bedrijventerrein. Het is een manier om de kwaliteit van bedrijventerreinen in stand te houden of te verbeteren. Activiteiten onder deze noemer zijn bijvoorbeeld beheer en onderhoud van de openbare ruimte en gezamenlijke inkoop van onderzoek en advies. De bedrijven en utiliteit die zich in de gebieden bevinden met veel woningen worden meegenomen in het traject van de gebiedsuitvoeringsplannen.
Fotografie Poort6 Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 48
Om het maatschappelijk vastgoed in Gorinchem te verduurzamen staan we als gemeente voor een deel zelf aan de lat. In onze ‘Routekaart verduurzaming gemeentelijke vastgoed Gorinchem’ beschrijven we hoe we hier aan werken. Inzetten op ontwikkeling innovatie duurzame gassen Op landelijk niveau wordt waterstof gezien als een belangrijke schakel om te komen tot een duurzame samenleving. In de RES 1.0 Alblasserwaard wordt waterstof gezien als een innovatieve techniek die we graag willen benutten. Door de mogelijke ontwikkeling van een ‘waterstof valley’ binnen de RES-regio Alblasserwaard worden grote kansen gecreëerd voor de regionale economie en werkgelegenheid. Daarnaast wordt de uitstoot van CO2 en stikstof fors beperkt. Als gemeente leggen we de focus op het gebruik van waterstof door de industrie en het verkeer. Waterstof kan ook worden ingezet voor de transitie naar een aardgasvrij Gorinchem, maar dan alleen voor gebieden waar andere warmtealternatieven geen optie zijn. Communicatie en informatievoorziening Via de gemeentelijke website houden we bedrijven, inwoners en andere partijen op de hoogte van de stand van zaken rond de energietransitie en de overgang naar een aardgasvrij Gorinchem. Onder meer willen we op de website een actueel overzicht plaatsen van de meest kansrijke warmtealternatieven per gebied inclusief planning.
Onlangs is de website Warmtenet Gorinchem gelanceerd om inwoners te informeren over het project warmtenet in de Gildenwijk. Daarnaast is er voor inwoners en bedrijven de mogelijkheid vragen te stellen door contact op te nemen met de gemeente. Voor specifieke vragen over energiebesparende maatregelen kunnen inwoners contact opnemen met de wooncoaches van het Nieuwe Wonen of het Regionale Energie Loket. Bovendien willen we voor iedereen die op de hoogte wil blijven van de ontwikkelingen en voortgang een nieuwsbrief opstellen. Dit wordt nog verder uitgewerkt. In aanvulling op de digitale informatievoorziening willen we ook onderzoeken of het mogelijk en gewenst is om een (tijdelijk) fysiek informatiepunt op te zetten om inwoners te informeren over de transitie naar een aardgasvrij Gorinchem en te laten zien wat de verschillende warmtealternatieven betekenen voor hun woning.
Daarnaast zien we diverse kansen op het gebied van scholing en het stimuleren van de arbeidsmarkt. De warmtetransitie is een aansprekende en innovatieve opgave die zich uitermate goed leent om de thema’s duurzaamheid en energiebesparing te verwerken in het onderwijs. De aanwezigheid van Gilde Vakcollege Techniek in de Gildenwijk en het innovatie- en afstudeercentrum bieden een uitgelezen kans om de brug te slaan tussen warmteprojecten en het vakonderwijs. Gilde Vakcollege Techniek is de grootste vmbo-techniekschool in Nederland en leidt professionals op in diverse relevante vakrichtingen. Op het innovatieen afstudeercentrum kunnen leerlingen, studenten en volwassenen kennismaken met de beroepspraktijk in diverse sectoren en met nieuwe technologie. Zowel de ontwikkeling als de daadwerkelijke aanleg van bijvoorbeeld warmtenetten biedt diverse mogelijkheden voor de ontwikkeling van lesprogramma’s, leerwerktrajecten en stages. In ruimer verband kunnen we het middelbaar onderwijs bij de verschillende (toekomstige) warmteprojecten betrekken. Gorinchem vervult voor een groter verzorgingsgebied een regionale functie op het gebied van middelbaar en praktijkonderwijs. Door middel van o.a. stages en lespakketten kunnen scholieren en studenten betrokken worden bij de nieuwste ontwikkelingen op duurzaamheidsgebied in de eigen regio.
8.2 Aanpak voor verkenningsgebieden fase 1 tot 2035 In de loop van de komende decennia zullen we voor alle gebieden en bedrijventerreinen een gebiedsuitvoeringsplan maken. Dat is maatwerk. Elk gebied heeft eigen specifieke kenmerken wat betreft technische mogelijkheden, de technische aard van de woningen, financieel-economische mogelijkheden, de eigendomssituatie en/of samenstelling van de bevolking. De aanpak in gebieden waar collectieve warmtenetten worden opgezet zal er anders uitzien dan in een gebied waar individuele of kleinschaligcollectieve oplossingen reëel lijken. In gebieden met concrete kansen doen we onderzoek en stellen we in samenwerking met inwoners en lokale partijen (zoals bewonersinitiatieven, woningbouwcorporaties, de netbeheerder, etc.) een gebiedsuitvoeringsplan op. Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 49
Een stappenplan In een verkenningsgebied starten we met een gebiedsuitvoeringsplan. Het opstellen van het gebiedsuitvoeringsplan bestaat globaal uit vijf stappen. 1. Samen starten. We brengen lokale partijen bij elkaar en vormen een werkgroep en een klankbordgroep waarin lokale belanghebbenden zijn vertegenwoordigd. In de werkgroep maken we afspraken over een gezamenlijk werk- en besluitvormingsproces en de inzet van experts die nodig zijn om tot een goede aanpak voor de gebied te komen. Een bredere groep van bewoners kan deelnemen in de klankbordgroep om op die manier input te leveren voor de ontwikkeling van het gebiedsuitvoeringsplan. In de werkgroep maken we afspraken over wat ieders rol en bijdrage is. De Transitievisie Warmte dient als startpunt voor het gesprek in de gebieden. De gemeente zorgt voor een procesbegeleider die ook toeziet op het participatietraject met bewoners. Het verkennen van de belangen is een belangrijk onderdeel van deze fase. 2. Verkennen en concretiseren. Op sociaalmaatschappelijk vlak brengen we met de werkgroep in kaart wie in een gebied wonen, hoe we bewoners het best kunnen bereiken en betrekken, en wat hun behoeften zijn. Parallel hieraan worden de technische gegevens over de woningen, beschikbare duurzame warmtebronnen en aanwezige energie-infrastructuur in kaart gebracht.
Voor de meest kansrijke warmteopties brengen we gedetailleerd in kaart welke voordelen, nadelen, kosten en besparingen realistisch zijn.
Samen starten
Figuur 17
Dit kunnen we doen door bijvoorbeeld de veel voorkomende woningtypen in een gebied te selecteren en te kijken naar de impact van de verschillende warmteoplossingen voor deze woningtypen. 3. Kiezen optimale warmteoplossing. Op basis van stap 2 bepalen we in samenspraak met lokale belanghebbenden welke warmteoplossing het best bij een gebied past. Met het afwegingskader wordt onderbouwd welke oplossing de voorkeur heeft. Via een intensief participatietraject gaan we na of de voorkeursoplossing kan rekenen op de acceptatie van bewoners. In deze fase worden bewoners, bedrijven en alle andere lokale betrokkenen intensief betrokken. 4. Onderbouwen van de haalbaarheid en de aanpak. Voor de gekozen optie werken we gedetailleerd de kosten en baten uit voor referentiewoningen. De investeringskosten, eindgebruikerskosten en energiekosten worden onderbouwd en in kaart gebracht. Zo nodig worden eerst in praktijk concepten kleinschalig gerealiseerd om zeker te zijn van alle kosten en baten. Als de haalbaarheid vervolgens twijfel oproept, gaan we een stap terug naar de vorige fase ‘keuze optimale warmteoplossing’. 5. Besluitvorming over de realisatie. Het besluitvormingsproces vindt plaats in samenspraak met bewoners, betrokken woningbouwcorporaties, de netbeheer en andere lokale belanghebbenden. Pas als er voldoende draagvlak is bij inwoners en de belanghebbenden stemt de gemeente
Besluitvorming
Kiezen optimale warmteoplossing
Verkennen en contcretiseren (Gebiedsanalyse)
Onderbouwen van de haalbaarheid en financiën
Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 50
definitief in met de plannen om een buurt aardgasvrij te maken. Bij een positief besluit worden afspraken gemaakt over de realisatiefase, met aandacht voor de tijdsplanning, rolverdeling, benodigde aanpak van gebouwen en woningen en het contracteren van partijen die verantwoordelijk zijn voor de bouw en aanleg van nieuwe infrastructuur. Alle afspraken tussen partijen leggen we vast in een gebiedsuitvoeringsplan. Communicatie en participatie in een verkenningsgebied Om de transitie naar een 100% aardgasvrij Gorinchem op termijn te realiseren moeten de bewoners van huurwoningen, zorginstellingen, vastgoedeigenaren, scholen, individuele woningeigenaren en VvE’s in de positie worden gebracht om te kunnen kiezen voor aardgas in hun woning of pand. Dat vraagt niet alleen om technische en financiële oplossingen. We willen een communicatie- en participatieproces op maat ontwerpen dat mensen informeert dat de transitie aanstaande is in hun gebied, hen activeert daar over na te gaan denken, hen faciliteert in het maken van een keuze en begeleidt in de uitvoering. De kern van het verhaal is dat de keuze om op gas te blijven koken en verwarmen verdwijnt. We zijn helder over de uitdaging die geldt voor de hele gemeente: iedereen komt aan de beurt, er zijn geen uitzonderingen. Een woningeigenaar
moet echter wel inspraak hebben in de manier waarop de omschakeling naar duurzame warmte gebeurt. Voor de communicatie- en participatiestrategie in een verkenningsgebied worden samen met de initiatiefnemers heldere en gedragen uitgangspunten geformuleerd. Ook worden projectteams en klankbordgroepen opgezet. We kijken zorgvuldig welke belanghebbenden daarin worden vertegenwoordigd. In de uitwerking van de communicatie wordt daar waar mogelijk aangesloten bij bestaande communicatiemiddelen die hun succes hebben bewezen. Bijzondere aandacht is er voor allerlei vormen van persoonlijke communicatie, waaronder de inzet van wijkambassadeurs en buurt- en wijkcoaches. Wanneer we starten in een verkenningsgebied zal ook de communicatie en informatievoorziening worden bepaald.
8.3 Financiering en betaalbaarheid De Rijksoverheid speelt een belangrijke rol in de overstap naar aardgasvrije gebieden. De betaalbaarheid is een van de belangrijkste criteria om draagvlak te vinden. Een zwaarwegend criterium bij het kiezen van de aardgasvrije techniek is daarom de techniek met de laagste totale kosten. We sturen, voor nu en in de
Fotografie Poort6 Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 51
toekomst, aan op de laagste kosten voor bewoners, bedrijven en alle belanghebbenden. Soms zal dat niet genoeg om de overstap betaalbaar te maken en is er extra financiering nodig. De warmtetransitie vraagt investeringen voor isolatie, installaties of de aanleg van nieuwe warmtebronnen. Die investeringen leveren een besparing in de energielasten en/of meerwaarde voor de woning op. Toch betekent dit niet dat elke maatregel direct betaalbaar en financierbaar is. Om ze betaalbaar te maken en om ervoor te zorgen dat iedereen (met een grote en kleine portemonnee) mee kan in de warmtetransitie zijn er aanvullende maatregelen vanuit de Rijksoverheid nodig. Bijlage 8 bevat een uitgebreid overzicht met alle huidige regelingen voor het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Subsidies Als de besparing op de energielasten niet voldoende is om een investering binnen een redelijke termijn terug te verdienen, spreken we van een ‘onrendabele top’. Subsidies zijn er met name om de onrendabele top af te dekken en soms ter stimulering van een nieuwe techniek.
Het Rijk biedt hier verschillende subsidies voor: » voor particulieren: voor isolatiemaatregelen of aanschaf van installaties (ISDE, SEEH); » voor VvE’s: voor onderzoek en maatregelen (SEEH); » voor woningcorporaties, institutionele beleggers en particuliere verhuurders: de SAH voor het aardgasvrij maken van woningen met warmtenetten en de Renovatieversneller om corporatiebezit innovatief te verduurzamen; » voor energieproducenten: voor het produceren van duurzame energie (SDE+); » voor gemeenten: o.a. de RREW regeling 20212022; » voor mkb’ers: Regeling voor mkb’ers (ISDE). Aanvullend zijn er periodiek specifieke regelingen van de provincie waar de gemeente of bedrijven gebruik van kunnen maken. Duurzaamheidsleningen Duurzaamheidsleningen maken het mogelijk duurzame maatregelen te treffen zonder dat iemand daarvoor veel eigen geld hoeft te gebruiken. Een maatregel kan namelijk een voordelige keus zijn, maar niet direct te financieren met eigen middelen. Een duurzaamheidslening moet worden terugbetaald, maar kent in de regel een lage rente. Er zijn diverse duurzaamheidsleningen, waaronder:
» het Nationaal Warmtefonds (voorheen energiebespaarfonds) voor VvE’s en particulieren; » provinciale energiefondsen voor initiatieven/ organisaties; » duurzaamheidsleningen van banken. Het beschikbaar maken van subsidies en interessante financieringsvormen speelt een essentiële rol in de warmtetransitie. We zetten daarom in op goede informatievoorziening. Dat doen we niet alleen in verkenningsgebieden, maar voor alle bedrijven en bewoners die hun woning aardgasvrij-ready willen maken.
8.4 Rollen betrokken partijen De gemeente Als gemeente voeren we regie in de warmtetransitie. We stellen deze visie op, brengen partijen bij elkaar, starten verkenningen en zorgen voor regie op de gebiedsuitvoeringsplannen. Ook nemen we over deze plannen het uiteindelijke besluit. Daarnaast hebben we een voorbeeldfunctie en een aanjagende rol om de warmtetransitie te versnellen. Bij de rol als regisseur en beslisser hoort ook de communicatie naar bewoners en bedrijven. Wet- en regelgeving met betrekking tot de rol en bevoegdheden van gemeenten in de energietransitie is nog volop in beweging, waardoor de precieze rollen en besluitvormingsinstrumenten nog niet vaststaan. De reeds aangekondigde nieuwe Warmtewet kent ook een rol toe aan gemeenten om aan te (kunnen) sturen op de ontwikkeling van warmtenetten. Welke rol we hierin nemen hangt van verschillende factoren af en is vaak ook een politiek besluit. In Gorinchem hebben we ervoor gekozen een aanjagersrol in te nemen. Zowel het opstellen van een Transitievisie Warmte als het opstellen van gebiedsuitvoeringsplannen vraagt een aanzienlijke inzet van de gemeentelijke organisatie . De beschikbaarheid van Rijksmiddelen zal grotendeels medebepalend zijn voor de inzet en de rollen die de gemeente kan innemen in de transitie naar een aardgasvrij Gorinchem.
Gebouweigenaren De allerbelangrijkste schakel in de transitie zijn de bewoners en gebouweigenaren. Juist bij deze partijen komt de warmtetransitie tot achter de voordeur. Op gebiedsniveau zijn Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 52
intensieve trajecten met de gebouweigenaren nodig om tot een slimme en gedragen keuze te komen voor een nieuwe warmtevoorziening. Gebouweigenaren zijn bijvoorbeeld bewoners, woningbouwcorporatie, (particuliere) verhuurders en ondernemers. Als het aardgas verdwijnt moeten gebouweigenaren isolatie, ventilatie en alternatieve verwarmingsinstallaties overwegen voor verwarming, koken en warm water. Deze opgave is niet alleen technisch, maar ook sociaal van aard. Daarom is het belangrijk contact te onderhouden met bewonersverenigingen, huurdersvereniging HP6, wijknetwerken en aan te sluiten bij andere (projecten) in een gebied. Zo kunnen we in de gebieden een integrale visie ontwikkelen waarin niet alleen naar warmteoplossingen wordt gekeken. We moeten bijvoorbeeld ook kijken hoe de warmteoplossing past binnen de ecologische systemen en of er een koppeling gemaakt kan worden met het klimaatbestendig maken van de openbare ruimte. Energiecoöperaties Lokale of regionale energiecoöperaties kunnen een belangrijke rol spelen bij de realisatie van een aardgasvrij Gorinchem. Zij kunnen helpen bij het opzetten van klein-collectieve systemen met lokaal eigenaarschap. Bovendien zijn ze van groot belang om de lokale burgerparticipatie handen en voeten te geven. Iedere bewoner kan lid worden en meebeslissen, maar ook profiteren van de opbrengsten van duurzame warmte.
Poort6 Poort6 is met bijna 6500 woningen goed vertegenwoordigd in Gorinchem (meer dan 35% van het totaal). Poort6 heeft zijn bijdrage geleverd aan deze Transitievisie en haar ontwikkelen renovatieplannen gedeeld, zodat plannen over investeringen, infrastructuur en vastgoed goed op elkaar kunnen worden afgestemd. In de gebieden waar Poort6 woningen bezit, werkt de woningcorporatie graag mee aan de gebiedsuitvoeringsplannen en neemt zij zitting in projectteams. Zo is Poort6 de startmotor voor de eerste fase van het warmtenet in de Gildenwijk, waarbij de woningcorporatie ongeveer 1000 sociale huurwoningen en haar eigen kantoor wil aansluiten. Stedin Netbeheerder Stedin beheert het aardgas- en elektriciteitsnet in Gorinchem en draagt bij met haar kennis over mogelijkheden voor (collectieve) energieoplossingen. Een belangrijk speerpunt daarbij is het bepalen van het moment waarop
geïnvesteerd kan worden en wanneer (onder welke voorwaarden) dit wenselijk is. Stedin is betrokken bij de eerste fase van het warmtenet in de Gildenwijk en zal straks ook als kennispartner deelnemen aan de verkenningen als onderdeel van de gebiedsuitvoeringsplannen. Waterschap Rivierenland Waterschap Rivierenland is verantwoordelijk voor genoeg en schoon water en bescherming tegen te veel water. Waterschap Rivierenland is al betrokken bij het warmtenet in de Gildenwijk. Zodra zijn andere assets in beeld komen als warmtebron voor andere gebieden zal het waterschap ook daarbij worden betrokken. Waterschap Rivierenland heeft een faciliterende rol en handelt dan naar bevind van zaken. Samen met de gemeente wordt gekeken naar wat er nodig is en wie welke taak op zich neemt. Deze methode is vergelijkbaar met de aanpak van het warmtenet in de Gildenwijk en het WKO in Hoog Dalem. Mocht er gebruik worden gemaakt van assets die niet toebehoren aan Waterschap Rivierenland, maar aan Rijkswaterstaat of drinkwaterbedrijf Oasen, worden ook deze partijen uitgenodigd deel te nemen aan de ontwikkeling van de gebiedsuitvoeringsplannen. HVC HVC is de beoogde partij als exploitant van het warmtenet in de Gildenwijk en is verantwoordelijk voor de realisatie van het warmtenet.
Samen met de gemeente en alle betrokken stakeholders is HVC actief bezig met het onderzoeken naar de mogelijkheid van een breed gedragen warmtenetwerk in de Gildenwijk, gevoed door een duurzame en innovatieve warmtebron. Voor eventuele verdere uitbreiding van het warmtenet kan HVC bijdragen aan onderzoek en mogelijke ontwikkelingen. Daarnaast is HVC, als vergunninghouder van de opsporingsvergunning in de regio, de partij waarmee samengewerkt moet worden als de ondergrond van Gorinchem ook geschikt lijkt voor het benutten van aardwarmte. Samen met HVC zal in de verkenningen verder onderzoek worden gedaan naar de haalbaarheid van de bron. Bedrijventerreinen Op bedrijventerreinen werken bedrijven (en de gemeente) soms samen aan gemeenschappelijke voorzieningen of een gebiedsvisie. Afstemming met bedrijven en bedrijventerreinen is essentieel om ook voor deze doelgroep tot een passende alternatieve warmtevoorziening te komen. Lang niet alle bedrijventerreinen zijn (goed) georganiseerd. Als gevolg hiervan is het Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 53
speelveld van bedrijven versnipperd, waardoor vertegenwoordiging door en afstemming met bedrijven niet eenvoudig is. Om de collectiviteitsgedachten bij bedrijventerreinen te stimuleren kan er worden ingezet op parkmanagement. De Industriële Kring Gorinchem (IKG) kan een belangrijke rol spelen in de communicatie en informatievoorziening over aardgasvrij als onderdeel van de verduurzaming van bedrijven(terreinen). Door gebruik te maken van hun platform kunnen bedrijven onderling vragen en succesverhalen delen of met elkaar in contact komen om iets collectiefs op te zetten. De Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid kan bedrijven bijstaan door informatie te verstrekken over het verduurzamen van het pand en de mogelijke
belemmeringen die er kunnen ontstaan bij de uitvoering van een bepaald warmtealternatief. Andere overheden Buiten de gemeente hebben andere overheden invloed op de visievorming en in mindere mate op de uitvoering van de warmtetransitie. Zo hebben de Provincie Zuid-Holland en het Rijk invloed middels overkoepelend beleid of overkoepelende instrumenten. De omliggende gemeenten beïnvloeden de visie via de Regionale Energiestrategie (RES). In de RES Alblasserwaard worden bijvoorbeeld afspraken gemaakt over het delen van energie- en warmtebronnen en de aanleg van de benodigde grootschalige infrastructuur.
Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 54
Begrippenlijst Aardgasvrij gebouw Een gebouw dat verwarmd wordt zonder aardgas, dus ook zonder warmte die gewonnen is uit aardgas. Restwarmte wordt wel aangemerkt als duurzame warmtebron. CO2-uitstoot CO2-uitstoot is het vrijkomen van koolstofdioxide (CO2) in de lucht. De hoeveelheid CO2 in de lucht was tot 1870 relatief stabiel: mensen en dieren stoten CO2 uit, dat werd gecompenseerd door de opname van dezelfde hoeveelheid CO2 door bomen en planten. Deze natuurlijke kringloop was gesloten. De afgelopen 150 jaar is de uitstoot van CO2 echter sterk gestegen. Dat komt omdat wij fossiele brandstoffen (zoals aardgas) zijn gaan verbranden voor industrie en vervoer. Daarnaast zijn we ook op grote schaal bossen gaan kappen. Er is dus meer uitstoot van CO2 en er zijn minder bossen om die uitstoot weer op te nemen. Energieneutraal Een energieneutraal huis, Nul-op-de-Meter/ NOM-woning, verbruikt evenveel energie als het opwekt. Deze woningen hebben doorgaans naast een warmtepomp en zonnepanelen ook vergaande isolatie en andere maatregelen. Dit betekent overigens niet dat de huizen zelfvoorzienend zijn. Ze zijn wel aangesloten op het elektriciteitsnetwerk. Dit komt omdat ze in de zomer veel stroom zelf opwekken en in de winter de stroom van het netwerk halen.
Energietransitie De energietransitie is de overstap van een energievoorziening met fossiele brandstoffen naar een energievoorziening op basis van onuitputbare duurzame energiebronnen, zoals zon, wind, waterkracht en aardwarmte. Hoge temperatuur verwarming Wanneer je je woning verwarmt met een temperatuur van ongeveer 80 graden spreken we van hoge temperatuur verwarming. Dit is meestal het geval bij traditionele cv-ketels. Veel warmtenetten (stadverwarming) worden ook op hoge temperatuur verwarmd. Klimaatneutraal Klimaatneutraal betekent dat er geen CO2 vrijkomt als je energie gebruikt en dat je dus niet bijdraagt aan klimaatverandering. Klimaatneutraal of CO2-
neutraal is niet hetzelfde als energieneutraal. Energieneutraal geeft aan dat een gebouw of woning evenveel energie verbruikt als het opwekt. Lage temperatuur verwarming Bij lage temperatuur verwarming wordt een woning verwarmd met een temperatuur van maximaal 55 graden. Verwarmen op lage temperatuur komt voor bij een warmtepomp en sommige warmtenetten. Om een woning met een lagere temperatuur nog steeds comfortabel warm te krijgen, is het belangrijk om de woning zo goed mogelijk te isoleren en te zorgen voor goede radiatoren of wand-/vloerverwarming. Nationale kosten Nationale kosten zijn alle geldelijke kosten die de maatschappij moet opbrengen voor productie, inkoop en services. Belastingen en subsidies zijn dus niet meegenomen. Belastingen en subsidies zijn immers geen kosten, maar instrumenten om de verdeling van kosten en baten te verdelen over verschillende partijen. Pelletkachel Een pelletkachel is een zuinige houtkachel die brandt op samengeperste houtkorrels (pellets). Je hebt ook een pellet-cv, een cv-ketel die op pellets werkt in plaats van op aardgas. Een pelletkachel kan een goede optie zijn wanneer je wilt stoppen met het gebruik van aardgas, in een buitengebied woont en je huis moeilijk te isoleren is. Denk bijvoorbeeld aan monumentale boerderijen. Bij het gebruik van een pelletkachel komt wel beperkt fijnstof in de lucht.
Daarom wordt een pelletkachel in de gebouwde omgeving sneller afgeraden. Fijnstof heeft een slechte invloed op de gezondheid en het milieu. Terajoule Een terajoule is een eenheid voor energie, gelijk aan 1012 (1.000.000.000.000) Joule, weergegeven met symbool TJ. Een forse stofzuiger heeft soms een vermogen van 1 kW, ofwel 1000 Watt, en verbruikt dus per seconde 1.000 Joule. Deze stofzuiger verbruikt elk uur dat hij aanstaat 1 kWh. Een standaard Nederlands huishouden verbruikt in één jaar circa 3.500 kWh aan elektrische energie. Hetzelfde standaard Nederlands huishouden verbruikt ruwweg 1.500 m3 aan aardgas per jaar. In 1 m3 aardgas zit grofweg 36.000.000 Joule energie, wat weer om te rekenen is naar 10 kWh. Het Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 55
energieverbruik per jaar van dat huishouden voor aardgas is dus 1.500 x 10 kWh = 15.000 kWh. Wat gelijk is aan 54 GJ (oftewel 0,054 terajoule). Verkenningsgebied Verkenningsgebieden zijn gebieden waar in de komende jaren studies lopen of gestart worden om te onderzoeken of een overstap naar aardgasvrij wonen en werken haalbaar en betaalbaar is.
Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 56
Bijlagen
Bijlage 1: Warmtealternatieven Individuele technieken Een individuele oplossing is een oplossing per woning, gebouw of woonblok. Bij een individuele techniek bepaal je als gebouweigenaar zelf het moment waarop je aardgasvrij wordt. Er zijn meerdere warmtetechnieken die individueel kunnen worden toegepast, zoals de elektrische warmtepomp. Voor alleen verwarmen kan er ook gekeken worden naar infraroodpanelen (IRpanelen), elektrisch verwarmen of een pelletkachel. De laatste wordt niet gestimuleerd, omdat bij het verbranden van de pellets, zij het beperkt, fijnstoffen vrijkomen. Elektrische warmtepompen (all-electric) Een warmtepomp gebruikt warmte uit lucht, bodem of grondwater om een woning of gebouw mee te verwarmen en van warm tapwater te voorzien. Warmtepompen die gebruikmaken van lucht als warmtebron heten lucht-water warmtepompen. Dit type warmtepomp heeft een soort airco die lucht van buiten opneemt en hieruit warmte genereert. Een bodemwater warmtepomp haalt warmte uit de bodem van 50 tot 150 meter diepte. De aanleg van zo’n warmtepomp is ingrijpender en duurder dan bij een lucht-water warmtepomp, omdat hier voor de aanleg grondboringen nodig zijn. Bodemwater warmtepompen hebben echter een hogere efficiëntie - ze gebruiken minder elektriciteit - en maken minder geluid. Warmtepompen gebruiken elektriciteit.
Grootschalige toepassing van individuele elektrische warmtepompen leidt ertoe dat aanpassingen nodig zijn in het elektriciteitsnetwerk, zoals extra transformatorhuisjes en verzwaringen van de leidingen. Overigens kan het zijn dat het net toch al verzwaard moet worden voor zonnepanelen en/ of laadpalen. Als er een verzwaard elektriciteitsnet nodig is, is het slim om dit te combineren met andere werkzaamheden waarvoor de weg opengebroken moet worden, zoals de vervanging van de riolering. Dat scheelt geld en overlast. Nog een nadeel van grootschalige toepassing van warmtepompen in een wijk vormt de mogelijke geluidsoverlast van de apparaten. Om de geluidsoverlast te beperken worden richtlijnen opgesteld voor het maximale aantal decibel. Bovendien is de techniek van warmtepompen constant in ontwikkeling en is de verwachting dat ze in de toekomst stiller worden.
Warmtepompsystemen hebben ook de mogelijkheid om te koelen. De laatste jaren neemt de vraag naar koeling in woningen toe. Met de koelmogelijkheid van de warmtepomp kan aan deze vraag worden voldaan (de vraag zou zelfs versneld kunnen toenemen). Dit heeft tevens positieve invloed op een ander klimaatprobleem: hittestress in de gebouwde omgeving. Infraroodpanelen Voor hoofdverwarming zijn individuele elektrische warmtepompen in de meeste gevallen meer geschikt dan infraroodpanelen (IR-panelen), omdat ze minder elektriciteit verbruiken. Voor specifieke situaties, zoals tijdelijke verwarming van woningen/gebouwen die zeer goed geïsoleerd zijn (passiefbouw), kunnen infraroodpanelen een goede oplossing zijn. Een IR-paneel als bijverwarming kan het energieverbruik van de hoofdverwarming verminderen. IR-panelen werken anders dan gewone verwarming, waarbij de lucht in de hele ruimte wordt verwarmd (convectieverwarming). IR-panelen geven stralingswarmte af naar een bepaalde plek in de kamer. Zit men in de stralingswarmte dan voelt dat comfortabel, ook al is de luchttemperatuur eromheen lager. Maar als men bij het warmtepaneel wegloopt, is de warmte ook weg. IR-panelen werken op stroom en doen dat slimmer dan vroeger. Een ouderwets elektrisch straalkacheltje in de badkamer vroeger had een spiraal die roodgloeiend heet werd. IR-panelen worden minder heet, tussen de 60 en 200°C.
Ze hebben geen spiraal, maar een vlakke plaat die warm wordt. Daardoor heb je een groter stralingsoppervlak aan de voorkant. De achterkant van het paneel is geïsoleerd en verliest daardoor weinig warmte. Pelletkachel Met een pelletkachel of biomassaketel kan ook een individueel huis worden verwarmd. Een losse pelletkachel verwarmt meestal een enkele kamer, met een pelletkachel-cv kan het hele huis worden verwarmd. Met een biomassaketel, een houtgestookte cv-ketel, kan er verwarming én warm water worden geproduceerd. Als de pelletkachel-cv of biomassaketel ingezet wordt als hoofdverwarming zorgt dat voor een grote hoeveelheid fijnstof. Als er één pelletkachel in de wijk staat, zal die overlast nog niet significant zijn. Maar wanneer in een wijk een paar pelletkachels Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 58
en/of biomassaketels dicht bij elkaar staan die dagelijks worden gebruikt neemt de kans op overlast toe, zeker in periodes van windstil en/of mistig weer. Met name mensen die longklachten hebben of astmatisch zijn, kunnen klachten ontwikkelen. In landelijk gebied, waar woningen verder uit elkaar staan, zijn deze klachten minder. Hybride warmtepomp (als tussenstap) De hybride warmtepomp combineert een elektrische warmtepomp met een hr-ketel op gas. Deze warmtepomp kan voor ongeveer de helft van de warmtebehoefte zorgen. Dit gaat zeer efficiënt, omdat de warmtepomp energie haalt uit de buitenlucht of ventilatielucht. Hoe meer je in de woning isoleert, hoe minder vaak de hr-ketel hoeft bij te springen en hoe groter de vermindering van het aardgasverbruik. Bestaande radiatoren in je woning kun je blijven gebruiken. Een hybride warmtepomp is nog niet aardgasvrij: er wordt gebruikgemaakt van aardgas op die momenten dat de hr-ketel bijspringt. Op de langere termijn (naar verwachting na 2030) zou groen gas of waterstof dit aardgas mogelijk kunnen vervangen. Het is echter nog zeer de vraag of, en zo ja wanneer, deze gassen beschikbaar komen. De hybride warmtepomp is dan ook vooral een techniek die tijdelijk ingezet kan worden om het aardgasverbruik te verlagen, voordat wordt overgestapt op een van de aardgasvrije warmtetechnieken.
Collectieve technieken Collectieve warmte bestaat uit een verbonden keten van een duurzame warmtebron, een warmtenet en een huisaansluiting met een afleverset. Een warmtenet is een netwerk van ondergrondse leidingen waarlangs warm water naar woningen en andere gebouwen wordt gebracht. Deze gebouwen krijgen een afleverset, de installatie die nodig is om het warme water vanuit het warmtenet veilig naar de binneninstallatie te brengen voor ruimteverwarming en eventueel warmtapwaterbereiding. Nadat het water zijn warmte heeft afgegeven stroomt het afgekoelde water via een retourleiding weer terug naar de warmtebron om daar opnieuw opgewarmd te worden. Een warmtenet kan worden uitgevoerd in drie opties: met een hoge, midden of lage temperatuur bron, afhankelijk van de warmtebron waaruit het water het warmtenet instroomt. Er zijn meerdere opties om lage temperatuur warmte geschikt te maken voor een hoge
temperatuur verwarmingssysteem. Zo kan de temperatuur omhoog worden gebracht met een grote elektrische buurtwarmtepomp of met individuele elektrische warmtepompen. Op die manier stroomt er toch water van minimaal 70°C de woningen binnen. Een dergelijk systeem is geschikt voor woningen met een redelijke isolatie. Een andere optie is om de woning zeer goed te isoleren en de radiatoren zodanig aan te passen dat water op een lage temperatuur (rond 50°C) volstaat. De temperatuur van het water is dus bepalend voor de eisen aan een woning. Als het om een warmtenet op basis van lage temperatuur gaat, is er voor het water om te douchen een aanvullende oplossing nodig. Voor een warmtenet is het belangrijk dat de bron in de buurt van het gebouw aanwezig is. Wanneer de afstand te groot is, zijn er te lange leidingen nodig en gaat er te veel warmte verloren. Ook moeten voldoende afnemers op het netwerk worden aangesloten. Voor gebieden met een lage bebouwingsdichtheid zijn warmtenetten relatief duur en daarom minder geschikt. Een aandachtspunt is dat het overstappen van gas naar warmte tijdelijk tot een dubbele infrastructuur leidt, omdat het lastig is om alle ketels in een buurt gelijktijdig van het net af te halen.
Met een warmtenet is het in principe ook mogelijk om een woning duurzaam te koelen, al is dat relatief duur ten opzichte van andere koeltechnieken en wordt het in de praktijk nog beperkt gedaan en dan vooral in nieuwbouwwijken met thermische energie uit oppervlakte en een WKO-systeem.
Duurzaam gas Duurzaam gas kan zijn: biogas, groen gas (biogas opgewerkt naar aardgaskwaliteit) of waterstof. Groen gas kan via het bestaande gasnet aan de klanten worden geleverd. Waterstof is waarschijnlijk tot 2030 niet inzetbaar in de gebouwde omgeving (uitgezonderd enkele pilots). Duurzaam gas met hybride warmtepomp Momenteel is duurzaam gas beperkt beschikbaar, waardoor deze warmteoplossing op dit moment alleen geschikt lijkt voor gebieden waar andere mogelijkheden niet zijn toe te passen of erg duur zijn. Vanwege de schaarste van duurzaam gas dient in deze oplossing de warmtevraag te worden beperkt door isolatiemaatregelen. Het aardgasgebruik kan verder worden teruggebracht door de inzet van een hybride warmtepomp. Een hybride warmtepomp is een Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 59
elektrische warmtepomp die de basislast levert van de warmtevraag. Bij een grote warmtevraag (bijvoorbeeld in de winter of voor tapwater) springt de cv-ketel bij. De warmtebron voor de warmtepomp is buitenlucht of ventilatielucht. Als alleen warmte uit de ventilatielucht wordt gehaald, is de besparing minder. Maar dan is er geen buitenunit nodig. Door de inzet van de cv-ketel kan de warmtepomp klein blijven en is er soms geen verzwaring van het elektriciteitsnet nodig. Biogas en groen gas Biogas wordt geproduceerd uit onder meer slib, afval van stortplaatsen, tuinafval, resten groente en fruit, en dierlijke restproducten zoals koeienmest. Biogas kan worden gezuiverd en gedroogd en op dezelfde kwaliteit als aardgas gebracht. Na deze bewerkingen heet het groen gas en mogen netbeheerders het transporteren (biogas mag niet op het net). Er is hiervoor dus geen nieuwe (gas) infrastructuur nodig. Daarmee is het een duurzaam alternatief voor fossiel aardgas geworden. Omdat dit groene gas dezelfde eigenschappen heeft als aardgas is het ook niet nodig apparaten aan te passen.
Waterstofgas Waterstof is geen energiebron, zoals zon, wind of aardgas, maar een energiedrager. Het is mogelijk waterstof te halen uit aardgas, maar daarbij komt CO2 vrij. Door middel van elektrolyse is het ook mogelijk (blauwe) waterstof te winnen uit water. Elektrolyse is een techniek die het water in waterstof en zuurstof splitst. Dat levert geen schadelijke uitstoot op, maar er is wel veel elektriciteit voor nodig. Alleen als dit hernieuwbare stroom is, bijvoorbeeld uit wind of zon, is het een duurzaam alternatief voor aardgas. Het belangrijkste voordeel van waterstof is dat kleine aanpassingen voldoende zijn om het aardgasnet te gebruiken voor het transport. Omdat er een andere brander nodig is, zal in de meeste gevallen slechts de cv-ketel vervangen moeten worden. En omdat waterstof een hoge warmtetemperatuur kan genereren, is redelijke isolatie van de woning voldoende. Het is op dit moment niet te zeggen of waterstof überhaupt beschikbaar komt om woningen mee te verwarmen. Dit vanwege de grote vraag vanuit de industrie naar een vervanging voor aardgas.
Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 60
Bijlage 2: Bouwjaren
Figuur 18. Bouwjaren in de gemeente Gorinchem. Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 61
Bijlage 3: Energielabels
Figuur 19. Energielabels in de gemeente Gorinchem. Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 62
Bijlage 4: Toelichting technische analyse warmtevraag Hoofdstuk 5 geeft een voorspelling van de mogelijke energiebesparing. In deze bijlage lichten we de analyse achter de besparingen toe. Inventarisatie huidige energielabels en warmtevraag De huidige energielabels komen van diverse (landelijke) bronnen. In eerste instantie zijn afgemelde(/geregistreerde) of voorlopige energielabels van het RVO gebruikt. Wanneer er geen energielabel beschikbaar is, is een inschatting gemaakt voor het label op basis van het bouwjaar van de woning. Dit geldt voor ongeveer 1% van de woningen (figuur 20). Voor utiliteit is maar een klein deel van de energielabels bekend. Daarom is een groot deel ingeschat op basis van het bouwjaar, zie figuur 21. Vervolgens is de warmtevraag van de woningen bepaald. Bij elk energielabel hoort een inschatting voor de warmtevraag per m2. Deze waardes zijn gebaseerd op literatuur en een analyse van de warmtevraag in Nederland door adviesbureau de WarmteTransitieMakers. De warmtevraag per m2 is vermenigvuldigd met de oppervlakte van de woningen (gegeven in de BAG9 ). De inschatting van de huidige warmtevraag wordt altijd gecheckt met het gemeten aardgasverbruik in de gemeente.
Herkomst energielabels woningen
RVO Geregistreerd
RVO Voorlopig
Op basis van bouwjaar
Figuur 20. Herkomst energielabels utiliteitspanden gemeente Gorinchem.
Voorspelling toekomstige energielabel Aan de hand van de huidige energielabels voorspellen we een toekomstig energielabel. Voor elk huidig energielabel gaan we uit van een labelstap die als economisch rendabel wordt beschouwd. Deze labelstappen zijn gebaseerd op basis van expertise van de WarmteTransitieMakers en literatuur. Een voorbeeld: slecht geïsoleerde woningen, met energielabel G of F of bouwjaar voor 1940, hebben een beperkt aantal betaalbare isolatiemogelijkheden. Dit komt doordat er vaak geen spouwmuur aanwezig is en een deel van de woningen een beschermd aangezicht of monumentenstatus heeft. Als alleen economisch rendabele isolatiemaatregelen worden uitgevoerd, blijft de verbetering van het energielabel steken op label D of C. De labelsprongen in deze Transitievisie Warmte zijn enigszins conservatief ten opzichte van de labelsprongen die het RVO geeft in het rapport over voorbeeldwoningen10. Dit is met name voor labels F en G het geval, omdat we hier de soms beperkte mogelijkheden in de praktijk willen meenemen in de methodiek.
Herkomst energielabels utiliteit
RVO Geregistreerd
RVO Voorlopig
Op basis van bouwjaar
Figuur 21. Herkomst energielabels woningen gemeente Gorinchem.
9 Basisregistratie Adressen en Gebouwen, Kadaster. 10 RVO-Brochure Voorbeeldwoningen 2011.
Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 63
De besparing in warmtevraag volgt door de huidige en toekomstige warmtevraag met elkaar te vergelijken. Ondanks dat er meer onzekerheid is bij het inschatten van de warmtevraag in bedrijfspanden dan bij woningen zijn er wel kengetallen beschikbaar die een indicatie geven voor de warmtevraag op basis van landelijke gemiddelden11. Dat betekent dat er op lokaal niveau grote foutmarges kunnen optreden. Zo vallen loodsen onder de noemer industriefunctie, maar een tuinbouwkas of een bakker ook. Daarnaast hebben veel bedrijfspanden meerdere functies, waardoor er ook onzekerheden zitten in het toekennen van de juiste kengetallen. In Tabel 5 staan de kengetallen weergegeven.
Gebruiksfunctie
Warmtevraag [GJ/m2/jaar]
Bijeenkomstfunctie
0.53
Celfunctie
0.65
Gezondheidszorgfunctie
0.55
Industriefunctie
0.30
Kantoorfunctie
0.40
Logiesfunctie
0.56
Onderwijsfunctie
0.39
Overige gebruiksfunctie
0.17
Sportfunctie
0.47
Winkelfunctie
0.35
Tabel 5. Kengetallen warmtevraag voor verschillende type gebruiksfuncties utiliteit.
11 Bron: Greenvis, Innax en CBS.
Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 64
Bijlage 5: Toelichting warmtebronnen In hoofdstuk 5 zijn de aanwezige warmtebronnen in Gorinchem beschreven. Het overzicht van warmtebronnen is gebaseerd op onderstaande openbare informatiebronnen. Warmteatlas In de Warmteatlas12 is veel informatie te vinden over het potentieel aan duurzame energie. Voor alle kaartlagen kan de informatie per warmtebron of per gebied verkregen worden door op de kaart te klikken. Daarnaast heeft het RVO op zijn website een toelichting uitgewerkt. In de EnergieWiki staat bijvoorbeeld uitgelegd hoe de potentie van verschillende warmtebronnen is bepaald. Stowa aquathermie potentiekaart Stowa heeft in samenwerking met Syntraal en Deltares de beschikbare omgevingswarmte in kaart gebracht13. Op deze website is informatie te vinden over TEA-bronnen (Thermische Energie uit Afvalwater) en TEO-bronnen (Thermische Energie uit Oppervlaktewater). Op de website zijn ook handleidingen te downloaden waarin het bepalen van de potentie toegelicht wordt.
Lokale onderzoeken gemeente Gorinchem Naast de openbare bronnen is gebruikgemaakt van lokale onderzoeken naar (duurzame) warmtebronnen die zijn uitgevoerd in de gemeente Gorinchem. In opdracht van EBN hebben Berenschot en PANterra een detailstudie naar de potentie van aardwarmte in de RESregio Alblasserwaard uitgevoerd14. Daarnaast heeft het adviesbureau IFtechnology een haalbaarheidsstudie naar geothermie uitgevoerd voor de gemeente Gorinchem, waarbij ook een financiële analyse is uitgevoerd15. In het voortraject van het warmtenet in de Gildenwijk zijn meerdere onderzoeken uitgevoerd waarbij is gekeken naar benutting van warmte uit de effluentleiding van de rioolwaterzuiveringsinstallatie van Schelluinen en het naastgelegen Kanaal van Steenenhoek (aquathermie16) . Alle lokale onderzoeken zijn meegenomen voor de inventarisatie van duurzame warmtebronnen in de gemeente Gorinchem.
12 https://rvo.b3p.nl/viewer/app/Warmteatlas/v2. 13 https://stowa.omgevingswarmte.nl/overzichtskaart#e5e9ea2b-d5bf-e811-a2c0-00155d010457. 14 WARM in de Alblasserwaard – Berenschot en PANterra. 15 Haalbaarheidsstudie geothermie - IF Technology. 16 Warmtevoorziening Gildenwijk Gorinchem - IF Technology.
Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 65
Bijlage 6: Toelichting andere rekenmodellen In hoofdstuk 6 hebben we de Visie Warmtevoorziening voor gemeente Gorinchem gepresenteerd. Op deze kaart is te zien welk type warmtevoorziening kansrijk is als alternatief voor aardgas. Er zijn ook andere landelijke en lokale modellen die in beeld brengen welke warmtevoorziening kansrijk of het goedkoopst is. In deze bijlage geven we een overzicht van de modellen die iets zeggen over de mogelijke toekomstige warmtevoorziening in Gorinchem. We vergelijken de uitkomsten van de modellen met onze eigen Visie Warmtevoorziening en lichten de overeenkomsten en verschillen toe. Elk model is een andere versimpelde weergave van de werkelijkheid. Het is belangrijk om de gemaakte aannames en interpretaties in acht te nemen en niet alleen op basis van de resultaten conclusies te trekken. De Startanalyse van de Leidraad - versie september 2020 De Startanalyse van de Leidraad is een analyse die de kosten van diverse strategieën voor de toekomstige warmtevoorziening in kaart brengt. Er zijn in totaal vijf strategieën:
Strategie 1: Individuele elektrische warmtepomp Strategie 2: Warmtenet met middelhoge en hoge temperatuurbron Strategie 3: Warmtenet met lage temperatuurbron Strategie 4: Groen gas Strategie 5: Waterstof
Figuur 22. Weergave van de scenario's met de laagste nationale kosten per gereduceerde ton CO2-uitstoot volgens de Startanalyse voor gemeente Gorinchem.
66
Interpretatie van de resultaten Op de kaart in figuur 2317 wordt per CBS-buurt de strategie met de laagste nationale kosten weergegeven volgens de Startanalyse van de Leidraad. De Startanalyse van de Leidraad verschilt in methodiek met de analyse in hoofdstuk 5, waarin de Visie Warmtevoorziening gepresenteerd is. We bespreken hier de belangrijkste aandachtspunten bij het interpreteren van de resultaten in figuur 23.
Waterstof wordt in de Startanalyse nog niet toegewezen als goedkoopste alternatief, omdat er nog veel onzekerheid is over de beschikbaarheid van waterstof. Waterstof kan bijvoorbeeld met (overschotten van) duurzaam opgewekte elektriciteit worden geproduceerd. Voor groen gas wordt ook rekening gehouden met de beperkte beschikbaarheid. Daarnaast wordt groen gas alleen als goedkoopste strategie weergegeven in de CBS-buurten waar de andere strategieën veel duurder zijn.
1. CBS-buurten in plaats van logische clusters De kostenberekening van een techniek uit de Startanalyse gaat per CBS-buurt. Omdat binnen een CBS-buurt verschillende type woningen kunnen staan, kan het resultaat een vertekend beeld geven dat niet representatief is voor de diverse gebieden in de CBS-buurt. In de technische analyse van DWTM zijn logische clusters gemaakt van woningen 2. Beschikbare warmtebronnen in strategieën 2 t/m 5 De nationale kosten in strategieën 2 en 3 worden berekend op basis van de beschikbare warmtebronnen die bij het PBL bekend zijn. Doordat de Startanalyse rekent met de algemene openbare data komen er ook warmtebronnen voor in de Startanalyse die in praktijk niet (meer) beschikbaar zijn. Andersom geldt dat relevante warmtebronnen niet meegenomen zijn. In de Lingewijk is bijvoorbeeld restwarmte van TotalCorbion niet meegenomen, terwijl dit een relevante kans voor dit gebied is. Voor strategie 3 geldt dat vaak niet de hele CBS-buurt aangesloten wordt op het warmtenet met lage temperatuur bron. Dit maakt het interpreteren van strategie 3 lastig: de kaart in figuur 23 laat niet zien welk deel van de buurt daadwerkelijk aangesloten wordt op het warmtenet. Daarnaast zijn de kosten voor het aansluiten van de hele buurt niet inzichtelijk. Dat maakt een vergelijking met andere strategieën of andere buurten moeilijker.
De strategieën 4 en 5 geven inzicht in de nationale kosten wanneer de energiedragers groen gas of waterstof ingezet worden.
3. De kaart van de Startanalyse laat geen verschillen met de alternatieven zien Op de kaart in figuur 23 is niet te zien hoe groot het verschil in nationale kosten is met het goedkoopste alternatief. Regelmatig zijn de verschillen in kosten tussen de diverse strategieën klein en dan is het wel relevant is dit in acht te nemen. Verschillen tussen de Startanalyse en de Visie Warmtevoorziening Het eindbeeld van de Startanalyse van de Leidraad is niet per buurt een-op-een te vergelijken met de Visie Warmtevoorziening, met name vanwege de genoemde verschillen in methodiek. Voor Gorinchem geldt dat weinig van de CBS-buurten (in zijn geheel) homogeen gebouwd zijn. Dat betekent dat er per buurt veel nuances, die niet terugkomen in de resultaten van de Startanalyse. Dit maakt de resultaten van de Startanalyse moeilijk te interpreteren. Over het algemeen komen de resultaten van de Startanalyse goed overeen met de Visie Warmtevoorziening voor de gemeente Gorinchem zoals gepresenteerd in hoofdstuk 6. Gorinchem West (Gildenwijk, Stalkaarsen, Haarwijk) In de Gildenwijk en Stalkaarsen komt zowel in de Startanalyse als in de Visie Warmtevoorziening naar voren dat een warmtenet kansrijk is. In de Haarwijk West en de Haarwijk Oost is de oplossingsrichting op buurtniveau minder duidelijk. Dit is goed te verklaren door het verschil van woningtypes binnen de CBS-buurtgrens.
Het zuidelijk deel van deze buurten bestaat uit vooroorlogse dichtbebouwde rijtjeswoningen
17 Voor deze analyse is gebruikgemaakt van de Vesta MAIS software, waarin het Planbureau voor de Leefomgeving een model heeft gemaakt dat per CBS-buurt in Nederland de strategie met de laagste nationale kosten kan berekenen. Nationale kosten zijn inclusief de kosten en baten van energiebesparing en alle kosten en investeringen voor de opwek en distributie van stroom en warmte, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Het is een open-sourcemodel en alle aannames en gebruikte methodieken zijn online in te zien.
Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 67
van particulieren, terwijl in het noordelijk deel van deze buurten nieuwere woningen staan, voornamelijk in bezit van Poort6. De Startanalyse laat ook zien dat voor deze buurten de nationale kosten tussen strategieën 1, 2 en 3 niet veel van elkaar verschillen. Centrum De Startanalyse laat in het centrum van Gorinchem zien dat een warmtenet (strategie 2) resulteert in de laagste nationale kosten. In de Startanalyse wordt geen rekening gehouden met externe factoren, zoals beperkte ruimte in de ondergrond. Voor het centrum van Gorinchem is de ruimte in de ondergrond zeer beperkt waardoor de inpassingen van een warmtenet uitdagend of zelfs onmogelijk zou kunnen zijn. Daarnaast moet er tijdens graafwerkzaamheden rekening worden gehouden met archeologische vondsten die het proces kunnen vertragen. Als laatste zijn er veel vooroorlogse monumenten in de binnenstad van Gorinchem. Deze woningen zijn moeilijk te isoleren en kwetsbaar voor trillingen die plaatsvinden tijdens boringen bij de aanleg van een warmtenet. In de Visie Warmtevoorziening is daarom gekozen voor een warmtenet met groen gas als mogelijk toekomstige warmteoplossing.
groot is. Dit komt goed overeen met de Visie Warmtevoorziening. Openingsbod Stedin In het Openingsbod van netbeheerder Stedin worden drie bestaande en erkende modellen met elkaar vergeleken. Deze drie modellen geven een denkrichting voor de toekomstige warmtevoorziening. De mate waarin de uitkomst van deze modellen met elkaar overeenkomen, bepaalt hoe robuust een uitkomst is. Het gaat om de modellen: » Vesta MAIS model van het Planbureau voor de Leefomgeving (toegepast door Ecorys); » CEGOIA van CE Delft; » Energietransitiemodel-warmtemodule van Quintel Intelligence. De resultaten voor gemeente Gorinchem zijn weergegeven in figuur 23. In het Openingsbod wordt, net als in de Startanalyse, gekeken naar de totale nationale kosten. Interpretatie van de resultaten Het Openingsbod heeft net als de Startanalyse een andere methodiek om te komen tot resultaten dan de methodiek die voor de Visie Warmtevoorziening is gebruikt. 1. CBS-buurten in plaats van logische clusters
Gorinchem Oost (Wijdschild, Laag Dalem I/II/ Oost/Zuid, Hoog Dalem, Dalem) Wijdschild en Laag Dalem I worden zowel in de Startanalyse als in de Visie Warmtevoorzienig genoemd als kansrijk voor een warmtenet. Voor Laag Dalem II en Laag Dalem Oost is de oplossingsrichting minder duidelijk. Vervolgonderzoek moet uitwijzen wat hier de beste optie is. In Hoog Dalem en Laag Dalem Zuid komt naar voren dat de all-electric oplossing resulteert in de laagste nationale kosten. De CBS-buurt Dalem krijgt in de Startanalyse groen gas toegewezen. Dat betekent dat het verschil in kosten met de andere warmteoplossingen
Net als in de Startanalyse maakt Stedin gebruik van CBS-buurtgrenzen. Nuances binnen een buurt komen daardoor niet terug in het eindbeeld. 2. Beschikbaarheid warmtebronnen Net als de Startanalyse maakt Stedin gebruik van beschikbare informatie over de beschikbaarheid en potentie van warmtebronnen. Stedin legt hier op basis van de landelijke data een eigen interpretatie overheen en bekijkt ook de impact van de aannames in een gevoeligheidsanalyse. Legenda:
All-electric MT/HT-warmtenet Duurzaam gas Bestaand warmtenet of proeftuin LT-Warmtenet
Figuur 23. Kaart met scenario’s openingsbod Stedin. Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 68
De resultaten van de gevoeligheidsanalyse zijn te zien in de figuren 24, 25 en 26. De belangrijkste aannames zijn de mate waarin (duurzame) warmte beschikbaar is voor een warmtenet en de mate waarin duurzaam gas beschikbaar is als alternatief voor aardgas. 3. De robuustheid van een oplossing Hoewel de kaart in figuur 23 beperkt is doordat de uitkomst alleen voor een hele CBSbuurt samengevat kan worden, wordt wel de robuustheid van de uitkomst meegegeven: hoe donkerder de kleur, hoe zekerder de weergegeven oplossingsrichting past bij de (hele) buurt. Meer informatie over het Openingsbod is te vinden op de website van Stedin18.
Figuur 24. Openingsbod: ruim warmte en ruim gas.
Figuur 25. Openingsbod: Beperkt warmte en beperkt gas.
Figuur 26. Openingsbod: Ruim warmte en beperkt gas. All-electric MT/HT-warmtenet Duurzaam gas LT-Warmtenet
Verschillen tussen het Openingsbod en de Visie Warmtevoorziening Over het algemeen komen de uitkomsten van het Openingsbod goed overeen met zowel de Visie
18
Warmtevoorziening als de uitkomsten van de Startanalyse. De all-electric oplossing komt wat vaker naar voren als de techniek met de laagste nationale kosten, maar de uitkomsten laten ook zien dat voor veel buurten de uitkomsten relatief onzeker zijn (lichte kleur in figuur 23). Dit betekent dat voor die buurten de kosten voor de andere warmtetechnieken dicht bij elkaar liggen. Robuuste oplossingen Figuur 23 laat zien dat er in het Openingsbod twee buurten zijn met een (meer) robuuste oplossingsrichting, namelijk Laag Dalem Zuid en Hoog Dalem. Voor beide buurten komt allelectric als robuust naar voren. Deze oplossing past bij het type bebouwing in deze buurten (goed geïsoleerde nieuwbouwwoningen). Dit bevestigt de keuze om in de fasering Laag Dalem Zuid als een van de startgebieden aan te wijzen. Daarnaast zijn er enkele CBS-wijken met groen gas als robuuste oplossing. Het gaat om wijken met zeer weinig woningen. Gevoeligheidsanalyse Voor de niet robuuste buurten is in de gevoeligheidsanalyse te zien welke buurten een andere oplossing krijgen: in deze buurten hangt de oplossing sterk af van de beschikbaarheid van warmtebronnen. Uit de analyse blijkt dat in het centrum, de Gildenwijk en Stalkaarsen een warmtenet de goedkoopste optie is in (sommige van) de gevoeligheidsscenario’s. Wanneer er ‘ruim’ duurzame warmte beschikbaar is scoren warmtenetten relatief goed.
Voor de gemeente Gorinchem zijn veel potentiële warmtebronnen geïnventariseerd (aquathermie, riothermie, restwarmte) waardoor de werkelijkheid goed overeenkomt met het scenario waar ‘ruim’ warmte beschikbaar is. Verder is te zien dat Dalem in elk scenario van de gevoeligheidsanalyse duurzaam gas toegewezen krijgt. In de Visie Warmtevoorziening wordt ook voor een deel van deze buurt aangegeven dat groen gas hier een kansrijke oplossing kan zijn, als dit beschikbaar komt. Verder komen er vooral veel buurten op een all-electric oplossing. Gezien de beperkte beschikbaarheid van warmte in het Openingsbod en het feit dat in elke buurt ook woningen staan
https://www.stedin.net/zakelijk/branches/overheden/het-openingsbod.
Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 69
die geschikt zijn voor een individuele oplossing, is het niet verrassend dat er veel all-electric oplossingen naar voren komen. Het totaalplaatje De vergelijking met het Openingsbod bevestigt dat nuances binnen buurten relevant kunnen zijn én dat de beschikbaarheid en geschiktheid van warmtebronnen voor het realiseren van een warmtenet belangrijke factoren zijn om te komen tot een oplossingsrichting. In hoofdstuk 5 hebben we gezien dat er meerdere warmtebronnen beschikbaar zijn of kunnen komen voor collectieve oplossingen. Het verder onderzoeken van deze oplossing is daardoor interessant.
Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 70
Bijlage 7: Overzicht fasering en criteria analyse Korte termijn (2021-2035) - Middellange termijn (2025-2040) - Lange termijn (2035-2050) - Natuurlijk moment (2021-2050) Fasering
Nr.
Soort gebied
Kansrijk warmtealternatief
Belangrijkste argumenten
Aantal woningen
Korte termijn
Gildenwijk West en
1
Woningen en utiliteit
Warmtenet
Stalkaarsen West
Kansrijkheid warmtealternatief, gebied heeft grote potentie voor aansluiten op warmtenet
1332
Gildenwijk zuid (gebied 2), veel energiebesparing te behalen, koppeling plannen Poort6 en rioleringsopgave, interesse van VVE om aan te sluiten op warmtenet
Gildenwijk Zuid
2
Woningen en utiliteit
Warmtenet
1e fase warmtenet Gildenwijk
1657
Gildenwijk Noord
3
Woningen en utiliteit
Warmtenet
Kansrijkheid warmtealternatief, veel energiebesparing te behalen, koppeling aanpak
423
openbare ruimte (Banneweg), interessante utiliteit (grote) afnemers voor warmtenet Arkelsedijk
10
Woningen en utiliteit
Warmtenet of individueel/klein-collectief
Transformatie Arkelsedijk start op korte termijn
Laag Dalem Zuid
14
Woningen en utiliteit
Individueel/klein-collectief
Natuurlijk cv vervangingsmoment bij goed geïsoleerde woningen
226
Groote Haar
18
Bedrijventerrein
Warmtenet of individueel/klein-collectief
Realisatie Groote Haar start op korte termijn
0
Middellange
Wijdschild Noord en Laag
11
Woningen
Warmtenet of individueel/klein-collectief
Kansen warmtealternatief, energiebesparing, koppeling renovatieopgave Poort6 en
1418
termijn
Dalem II
rioleringsopgave
Papland
19
Bedrijventerrein
Warmtenet of individueel/klein-collectief
Relatief goed geïsoleerde gebouwen, kansen voor collectief systeem
Schelluinsestraat
17
Woningen en utiliteit
Warmtenet of individueel/klein-collectief
Samen met ontwikkeling van het terrein. Deze vinden naar verwachting pas op middellange termijn plaats.
Middellang/
Stalkaarsen West
4
Woningen en utiliteit
Warmtenet of individueel/klein-collectief
natuurlijk
Gelijkvormige woningen en warmteprofielen, redelijke potentie energiebesparing, relatief
359
veel gemeentelijk vastgoed (vier panden), onderzoeken kansrijkheid aansluiting warmtenet Stalkaarsen Oost en
5
Woningen en utiliteit
Warmtenet of individueel/klein-collectief
Haarwijk midden Wijdschild Zuid en Laag
Veel corporatiebezit, koppeling met renovatieopgave Poort6, onderzoeken kansrijkheid
2354
uitbreiding warmtenet 12
Woningen en utiliteit
Warmtenet of individueel/klein-collectief
Onzekerheid warmtealternatief. Onderzoeken kansrijkheid warmtenet tegelijk met gebied 11
923
Laag Dalem Oost
13
Woningen en utiliteit
Warmtenet of individueel/klein-collectief
Onzekerheid warmtealternatief. Onderzoeken kansrijkheid warmtenet tegelijk met gebied 11
1282
Oost I
20
Bedrijventerrein
Dalem
15
Woningen en utiliteit
Dalem I
Middellang/
Verkennen technische mogelijkheden Individueel/klein-collectief of groen gas
lange termijn Lange termijn
Uitdagende woningen om te isoleren, beperkte beschikbaarheid groen gas,
328
energiebesparingspotentie (M), koppeling renovatieopgave Poort6 Haarwijk Zuid
7
Woningen en utiliteit
Warmtenet of individueel/klein-collectief
Uitdagende woningen om te isoleren, onderzoeken kansrijkheid aansluiten op warmtenet
606
Gildenwijk Binnenstad
8
Woningen en utiliteit
Warmtenet/groen gas
Uitdagende woningen om te isoleren, koppeling herstructureren, groen gas nog zeer beperkt beschikbaar
Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 71
3594
Natuurlijk
Haarwijk Noord
6
Woningen en utiliteit
Individueel/klein-collectief
Zekerheid warmtealternatief, koppelkans renovatieopgave Poort6 en cv vervangingsmoment
523
Lingewijk
9
Woningen en utiliteit
Individueel klein-collectief
Zekerheid warmtealternatief, koppelkans renovatieopgave Poort6, gelijkvormige woningen/
892
moment warmteprofiel, diverse vervangingsmomenten cv Hoog Dalem
16
Woningen en utiliteit