210617 I&O omgevingsvergunning en Tiny houses Bijlage Ruimtelijke onderbouwing 4-3-21.pdf
Tekst van het document
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat: • de omschreven werkwijzen met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen. • om een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten, dienen de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden overdag te worden uitgevoerd. • nader onderzoek naar soorten is niet noodzakelijk; • een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) is niet noodzakelijk; • voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft. In algemene zin kan dus geconcludeerd worden dat er met de beoogde ontwikkeling geen negatieve effecten te verwachten zijn op de beschermde gebieden en soorten. 5.4 Water In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze in voorliggend plan rekening is gehouden met de (ruimtelijk) relevante aspecten van (duurzaam) waterbeheer. Een beknopte beschrijving van de kenmerken van het watersysteem kan het benodigde inzicht geven in het functioneren van dit systeem. In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze het waterhuishoudkundig systeem in het plangebied opgebouwd is en hoe rekening is gehouden met de (ruimtelijk) relevante aspecten van (duurzaam) waterbeheer.
Een beknopte beschrijving van de kenmerken van het watersysteem kan het benodigde inzicht geven in het functioneren van dit systeem. Beleidskader Landelijke beleid Met het Waterbeleid 21e eeuw spelen de waterbeheerders in op de huidige situatie en toekomstige ontwikkelingen, die hogere eisen stellen aan het waterbeheer. Het gaat hierbij om onder meer de klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelrijzing. Het Waterbeleid 21e eeuw heeft twee principes voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd. Dit zijn de tritsen: • Vasthouden, bergen en afvoeren; • Schoonhouden, scheiden en zuiveren. De trits ‘vasthouden, bergen en afvoeren’ houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk in het plangebied wordt vastgehouden in de bodem (infiltratie) en in het oppervlaktewater wordt geborgen. Vervolgens wordt, zo nodig, het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren, wordt het water afgevoerd. Bij ‘schoonhouden, scheiden en zuiveren’ gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste, wanneer schoonhouden en scheiden niet mogelijk is, komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. Waterschap Rivierenland Het waterschap Rivierenland is verantwoordelijk voor het waterbeheer in en om de gemeente Gorinchem.
Met ingang van 27 november 2015 is het Waterbeheerprogramma 2016-2021 “Koers houden, kansen benutten” Ruimtelijke onderbouwing “10 tiny houses aan de Dalemse Zeiving” - 4 maart 2021
25
bepalend voor het waterbeleid. Dit plan gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterketen. Daarnaast beschikt het Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. Het waterschap kent primaire keringen (deze liggen voornamelijk langs de grote rivieren) en regionale waterkeringen (deze liggen langs boezemwateren en kanalen). Het waterkerend vermogen van de dijken mag niet worden aangetast door ruimtelijke ingrepen. De huidige sterkte van de waterkering blijft nodig. Waterberging Voor dit plan is de toename van het verhard oppervlak kleiner dan 1500 m² in het landelijk gebied. De tiny houses hebben een maximaal vloeroppervlak van 35 m2 en een veranda van maximaal 15m2. Voor 10 tiny houses geldt een toename aan verhard oppervlak van 500 m2 ((35+15)x10). Het Waterschap Rivierenland stelt dat voor een toename vanaf 500 m2 van het verhard oppervlak in het stedelijk gebied compenserende maatregelen getroffen dienen te worden. Conclusie Gezien de toename van max.
500 m2 aan verharding kan geconcludeerd worden dat er met de beoogde ontwikkeling geen aanvullende compenserende maatregelen getroffen dienen te worden. Hemelwater dient op eigen terrein geïnfiltreerd te worden. De tiny houses worden off-grid gerealiseerd, wat betreft water inhoudt dat vuil water wordt opgevangen en wordt gefilterd voordat het infiltreert in de grond. Bij de bouw van de woning mogen geen uitlogende bouwmaterialen gebruikt worden die de kwaliteit van het regenwater verslechteren (zoals lood, zink, koper). Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem) systeem en hebben hierdoor een nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Wegverkeerslawaai 5.5 Bij het ontwikkelen van een nieuw ruimtelijk plan is het belangrijk rekening te houden met geluidsbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect geluid in ruimtelijke plannen vindt zijn grondslag in de Wet geluidhinder. Daarnaast vindt de beoordeling zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), op grond van een goed woon- en leefklimaat. In de zin van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn de objecten woningen, geluidsgevoelige terreinen en andere geluidsgevoelige gebouwen beschermd tegen wegverkeerslawaai, industrielawaai, spoorweglawaai en omgevingslawaai.
Conclusie Door Tritium Advies een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd ten behoeve van de beoogde ontwikkeling van 10 tiny houses aan de oostzijde van het perceel Waaldijk 20 tegen de bosrand aan. Daarnaast zijn nog 10 extra beoogde tiny houses en een bedrijfswoning getoetst. Via deze ruimtelijke onderbouwing worden alleen de eerste 10 tiny houses mogelijk gemaakt. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd ten behoeve van de hiervoor noodzakelijke juridisch-planologische procedure (nieuw bestemmingsplan). Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de wegen Dalemse Zeiving, Graaf Reinaldweg (N830) en Waaldijk. Voor de Dalemse Zeiving en de Waaldijk geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de voorkeursgrenswaarde ter plaatse van het plangebied nergens overschrijdt. Ten gevolge van het wegverkeer op de drie beschouwde wegen wordt ter plaatse van de beoogde locatie van de tiny houses de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele toetshoogte overschreden. Derhalve is voor de ontwikkeling van deze geluidgevoelige objecten zowel een procedure hogere waarde als een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels niet aan de orde. Het toevoegen van 10 tiny houses zorgt ook voor een toename van geluid op de omgeving. De bestaande woningen langs de Waaldijk liggen op ca.
50 m afstand van de locatie waar de tiny houses worden beoogd. Er kan geconcludeerd worden dat er geen onevenredige aantasting van de omgeving plaatsvind. 5.6 Externe veiligheid Het externe veiligheidsbeleid is gericht op de beperking en/of beheersing van de risico’s voor de omgeving vanwege gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het uitgangspunt van het beleid is dat burgers voor de veiligheid van hun omgeving mogen rekenen op een minimumbeschermingsniveau (plaatsgebonden risico). Daarnaast moet in relevante situaties de kans op een groot ongeluk met meerdere slachtoffers (het groepsrisico) worden afgewogen en verantwoord binnen het invloedsgebied. 26
Ruimtelijke onderbouwing “10 tiny houses aan de Dalemse Zeiving” - 4 maart 2021
Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het “Besluit externe veiligheid inrichtingen” (Bevi) van belang. Aanvullend zijn in het Vuurwerkbesluit en Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer)veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Daarnaast is het toetsingskader voor de omgeving van transportassen en buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen vastgelegd in het “Besluit externe veiligheid transportroutes” en het “Besluit externe veiligheid buisleidingen”(Bevb). Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat een onbeschermd individu overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit plaatsgebonden risico wordt vertaald naar een risicocontour rondom een risicobron (bijvoorbeeld een inrichting of een weg). De maatgevende grens is de 10-6 contour, dit is de kans van 1 op 1 miljoen dat een onbeschermd persoon omkomt per jaar. Groepsrisico Het groepsrisico is de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico is bedoeld om een inschatting te maken ten aanzien van de maatschappelijke ontwrichting in het geval van een calamiteit. Voor het groepsrisico geldt een oriëntatiewaarde in de verantwoording (dit betekent dat er gemotiveerd van mag worden afgeweken).
Elke verandering van het groepsrisico in het invloedsgebied van een risicobron moet verantwoord worden. Hierbij moet ingegaan worden op de wijze waarop deze verandering in het groepsrisico is betrokken bij de besluitvorming. Tevens moeten kwalitatieve aspecten beoordeeld worden, zoals zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. In het kader van de verantwoording van het groepsrisico moet advies gevraagd worden aan de regionale brandweer. Conclusie Uit de provinciale risicokaart, eindrapporten over het basisnet en actuele informatie over relevante risicobronnen binnen de gemeente blijkt dat het plangebied niet ligt binnen: • het invloedsgebied van een Bevi-inrichting; • de veiligheidsafstanden van andere stationaire risicobronnen; • een toekomstig plasbrandaandachtsgebied en • het invloedsgebied van een relevante buisleiding voor het transport van gevaarlijke stoffen. De locatie is gelegen binnen de risicozone van het basisnet voor water, namelijk de rivier de Waal. Tevens is de locatie gelegen binnen de risicozones van de betuwelijn en de A15. Hiervoor is door Tritium Advies een quickscan externe veiligheid uitgevoerd (Quickscan externe veiligheid Waaldijk 20 te Dalem, gemeente Gorinchem, Tirtium Advies B.V., documentkenmerk: 1908/176/JOW-03v.2, 19 februari 2020).
Onderzoek Binnenvaartroute ‘Corridor Rotterdam – Duitsland’ (Waal): In de nabije omgeving van het plangebied is de binnenvaartroute Corridor Rotterdam – Duitsland (Waal) gelegen. Het plangebied ligt op een afstand van circa 500 meter van het midden van deze vaarroute. Hierover vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. Het plangebied is gelegen binnen de effectafstanden van de stofcategorieen LT1 en GT3. Rijksweg A15: Ten noorden van het plangebied is op circa 1,86 kilometer afstand de Rijksweg A15 gelegen. Over de A15 worden gevaarlijke stoffen vervoerd. De beoogde ontwikkeling is buiten de maximale effectafstanden gelegen van de gevaarlijke stoffen die vervoerd worden over de Rijksweg A15. De Rijksweg A15 vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Betuwelijn: Ten noorden van het plangebied is op circa 1,9 kilometer afstand de Betuwelijn gelegen. Over de Betuwelijn worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Het plangebied is gelegen buiten 200 meter van de Betuwelijn, echter wel gelegen binnen de maximale effectafstand van de stofcategorieën B3 en D4. Conclusie Uit de uitgevoerde inventarisatie is gebleken dat het plangebied gelegen is in het invloedsgebied van binnenvaartroute Corridor Rotterdam - Duitsland.
Aan de hand van de vuistregels van het HART is vastgesteld dat voor deze binnenvaartroute een beperkte verantwoording van het groepsrisico opgesteld dient te worden. Uit de inventarisatie is verder gebleken dat eveneens voor de Betuwelijn een beperkte verantwoording van het groepsrisico dient te worden gegeven. Ten aanzien van de Rijksweg A15 geldt voor het plangebied geen belemmering vanuit het aspect externe veiligheid. Ruimtelijke onderbouwing “10 tiny houses aan de Dalemse Zeiving” - 4 maart 2021
27
5.7 Beperkte verantwoording Betuwelijn en binnenvaartroute Voor de Betuwelijn en de binnenvaartroute Corridor Rotterdam-Duitsland is door Tritium Advies een beperkte verantwoording opgesteld. Over de Betuwelijn worden, voor zover relevant voor het plangebied, wagons met zeer toxisch gas en zeer toxisch vloeistof vervoerd. Over de binnenvaartroute Corridor Rotterdam – Duitsland wordt, voor zover relevant voor het plangebied, containers met toxische vloeistof en toxisch gas vervoerd. Het plangebied is op meer dan 200 meter van deze transportroutes gelegen. Derhalve dient conform het Bevt, artikel 7 ingegaan te worden op de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid met betrekking tot het toxisch scenario. Deze punten zijn in de beperkte verantwoording als volgt beschreven: Vluchtmogelijkheden Het plangebied wordt via de bestaande wegenstructuur goed ontsloten, waardoor het gebied goed te ontvluchten is. Bij blootstelling aan een toxisch gas is ‘schuilen’ vaak de beste wijze van zelfredzaamheid. Omdat blootstelling aan een toxisch gas het bepalende scenario is, biedt ‘schuilen’ de beste wijze om de zelfredzaamheid te vergroten. Schuilen vindt plaats binnen bouwwerken. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters.
Bij voorkeur worden de woningen uitgerust met voorzieningen waarmee toxische stoffen kunnen worden buitengesloten, zoals uitschakelbare mechanische ventilatie en/of luchtdicht afsluitbare gevelelementen. WAS-netwerk / NL-alert Voor hulpverleningsdiensten is het van belang dat aanwezigen tijdig gewaarschuwd worden. Dit kan met behulp van het zogenaamde waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS). Het WAS-netwerk is dekkend voor het plangebied. Het gebruik van WAS, eventueel aangevuld met het gebruik van NL-alert kan er aan bijdragen dat het aantal slachtoffers wordt beperkt. Bereikbaarheid / blusvoorzieningen Het plangebied is relatief dichtbij een brandweerkazerne gelegen. Op 5,9 kilometer (10 minuten afstand, normaal wegverkeer) ligt aan de Arkelsedijk 22 te Gorinchem een brandweerkazerne. Verkeerskundig gezien is er sprake van een goede ontsluiting voor hulpdiensten. Het planvoornemen voldoet hiermee aan de zorgnorm voor nieuwe woonfuncties (12 minuten).
Advies Veiligheidsregio De VRZHZ (Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid) adviseert de woningen te voorzien van uitschakelbare mechanische ventilatie conform artikel 4.124 lid 4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving: Een mechanisch ventilatiesysteem heeft een voorziening waarmee het systeem handmatig kan worden uitgeschakeld bij een externe calamiteit die kan leiden tot een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht. Met betrekking tot de bereikbaarheid en de bluswatervoorzieningen binnen het plangebied moet er voldaan worden aan de Handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019 (Brandweer Nederland, 2020). De VRZHZ adviseert om in overleg Oasen een extra brandkraan te plaatsen t.h.v. de toegang van de boomgaard vanaf de Dalemse Zeiving. Voor de hulpdiensten moet een calamiteitenpad worden gerealiseerd zodat de maximale afstand tot een tiny house 40 meter is. De uitvoering van het calamiteitenpad moet in overleg met de VRZHZ worden bepaald. Luchtkwaliteit 5.8 Een toetsing aan grenswaarden zoals opgenomen in bijlage 2 van de Wet Milieubeheer is in dit project niet aan de orde. De geringe omvang van het plan impliceert dat ‘in niet betekenende mate wordt bijgedragen’ aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.
Met de realisatie van 10 tiny houses wordt de grens zoals gesteld in de Regeling- NIMB (gevallen zoals bedoeld in Artikel 4 lid 1 van AMvB-NIBM), de grens van 1500 woningen, niet overschreden. Een nader onderzoek wordt als niet relevant beschouwd. 5.9 Bedrijven en milieuzonering Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Onder milieuzonering wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige gebieden zoals woonwijken. Om het begrip hanteerbaar te maken is gebruik gemaakt van de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG. Bedrijven zijn hierin opgenomen in een tabel, die is ingedeeld in milieucategorieën, waarbij per bedrijf is aangegeven wat de afstand tot een rustige woonwijk dient te zijn (de zogenaamde afstandentabel). Deze afstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. Er kan (enigszins) van afgeweken worden in situaties waarin geen sprake is van een rustige woonwijk of bij afwijkende bedrijven. In het algemeen wordt door middel van het aanbrengen van een zonering tussen bedrijvigheid en woonbebouwing de overlast ten gevolge van de bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden. 28
Ruimtelijke onderbouwing “10 tiny houses aan de Dalemse Zeiving” - 4 maart 2021
Legenda
WD-
Graaf Rein
Dalemse
145m
Zeiving
aldweg
Waaldijk 16
400m
➤
Waaldijk
N in rood omlijnd Figuur 5.2: Waaldijk 20, met de locatie voor de 10 tiny houses in ondoorbroken witte lijn en het bedrijfsgebouw
© 2016 Google Image © 2016 DigitalGlobe © 2016 Google
200 m
In de directe omgeving zijn geen bedrijven gevestigd die met hun milieuzones reiken over de planlocatie. Het aspect bedrijven en milieuhinder vormen derhalve geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Image © 2016 DigitalGlobe
Op de locatie Waaldijk 20 zelf, het plangebied, is een agrarisch bedrijf gevestigd: boomgaard de Fazant. In de VNG-publicatie kan de boomgaard onder fruitteeltbedrijf (bedrijfsgebouwen), categorie 2, geschaard worden. De richtafstanden voor categorie 2 bedrijven is minimaal 30 meter. Boomgaard de Fazant is een biologische boomgaard. Het fruit wordt niet gespoten en wordt met de hand geplukt. Het enige aanwezige bedrijfsgebouw is voor de opslag van fruit. De verwerking ervan vindt elders plaats. De afstand van de locatie voor de beoogde tiny houses tot aan het bedrijfsgebouw is ruim 145 m. De genoemde feitelijke afstanden tussen het voorliggend plangebied en de diverse bedrijven worden op basis van de VNGuitgave “Bedrijven en milieuzonering” uit 2009 als toereikend betiteld. Er wordt ruim voldaan aan de genoemde richtafstand. De tiny houses hebben een vlonder/veranda van ca. 15 m2 als buitenruimte. De ontsluiting van de tiny houses vindt plaats aan de bosrand zijde. Er wordt op deze manier een minimale inbreuk op het landschap en de boomgaard beoogd. Geconcludeerd kan worden dat er geen of nauwelijks belemmeringen zijn voor de bedrijfsvoering van de biologische boomgaard. Geurhinder Wettelijk kader Vanaf 1 januari 2007 vormt de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) het toetsingskader als het gaat om geurhinder afkomstig van dierenverblijven van (individuele) veehouderijen.
De geuremissie is afhankelijk van het aantal en soort dieren dat binnen de inrichting aanwezig is. In de aan de Wgv gekoppelde Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) is per diercategorie een geuremissiefactor vastgesteld, uitgedrukt in Europese odour units per tijdseenheid per dier (ouE/s/dier). De totale geuremissie van een veehouderij is de som van alle geuremissies van de verschillende diercategorieën die binnen de inrichting aanwezig zijn. In artikel 3 van de Wgv zijn de geurnormen opgenomen. Voor bedrijven waarvoor een geuremssie is vastgesteld gelden de richtafstanden uit de VNG-brochure voor de afstand tot een geurgevoelige functie. Er zijn ook diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld. Hiervoor gelden minimaal aan te houden afstanden. Deze zijn opgenomen in artikel 4 van de Wgv. De minimale afstandseisen zijn van toepassing: • 100 meter bij ontwikkelingen gelegen binnen de bebouwde kom • 50 meter bij ontwikkelingen gelegen buiten de bebouwde kom Ruimtelijke onderbouwing “10 tiny houses aan de Dalemse Zeiving” - 4 maart 2021
29
Bij het onderscheid binnen de bebouwde kom/buiten de bebouwde kom gaat het om de ligging van het geurgevoelige object. De locatie is gelegen buiten de bebouwde kom. In de omgeving van de locatie is een agrarische bedrijf zonder geuremissiefactor gelegen: • Aan de Waaldijk 16 wordt rundvee gehouden. Aangezien er enkel diercategorieën aanwezig zijn waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld geldt een minimale afstand van 100 meter. Aan deze afstandseis wordt ruimschoots voldaan. De feitelijke afstand van de dichtstbij gelegen tiny house tot de veehouderij is ruim 400 meter. Conclusie Gelet op het vorenstaande kan gesteld worden, dat kan worden voldaan aan de minimaal aan te houden afstanden tussen de agrarische bedrijven/bedrijfsgebouwen en de nieuwe tiny houses. Er kan hiermee worden geconcludeerd dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe tiny houses. Geconcludeerd wordt dan ook dat, ten aanzien van het aspect “milieuzonering bedrijven” er geen beperkingen zijn voor de geplande ontwikkeling ter plaatse van de planlocatie. Een goed woon-en leefklimaat ter plaatse kan gewaarborgd worden. 5.10 Stikstofdepositie Het plangebied ligt niet in een Natura 2000 gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000 gebied is Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem op een afstand van circa 600 meter.
Op ruim 2,8 kilometer afstand ligt Natura 2000 gebied Lingegebied & Diefdijk-Zuid. Ten aanzien van Natura 2000 gebieden dient zekerheid geboden te worden omtrent het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, dan wel de verstoring van soorten. Als gevolg van de werkzaamheden in het plangebied kunnen storingsfactoren optreden als geluid, optische verstoring, trillingen etc. Door de afstand tot de Natura 2000 gebieden, het tussenliggende stedelijke gebied van Weert richting beide Natura 2000 gebieden en de aard van de werkzaamheden, kunnen negatieve effecten op de kwalificerende soorten en/of habitattypen, voor alle storingsfactoren op voorhand uitgesloten worden met uitzondering van de storingsfactoren verzuring/vermesting als gevolg van stikstofdepositie. Hoewel de kans klein lijkt dat een eventuele project-gerelateerde emissie leidt tot depositie in een van de Natura 2000-gebieden, is het in de huidige onzekere regelgeving omtrent stikstof aan te raden een AERIUS-berekening te laten maken van de uitstoot tijdens de aanlegfase en de gebruiksfase. Op grond van de resultaten van een dergelijke berekening kunnen vervolgstappen nodig zijn. Bijvoorbeeld het uitvoeren van een voortoets of passende beoordeling al dan niet inclusief het aanvragen van een vergunning Wet natuurbescherming.
Onderzoek Voor de beoogde ontwikkeling is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd door Tritium Advies B.V. (Berekening stikstofdepositie Waaldijk 20 te Dalem, gemeente Gorinchem, Tritium Advies B.V., documentkenmerk: 1908/176/ JOW-04, 23 december 2020). De stikstofberekening is uitgevoerd voor zowel de beoogde ontwikkeling van de 10 tiny houses als voor de toekomstige ambitie om het landgoed verder te ontwikkelen. Volgens de wettelijke richtlijnen voor stikstofdepositie moeten de ontwikkeling van 10 tiny houses en de toekomstige ambitie als één ontwikkeling gezien worden. Voor het berekenen van de stikstofdepositie op de relevante Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied is gebruik gemaakt van AERIUS Calculator 2020. In de berekeningen zijn de emissies van NOX en NH3 van de relevante bronnen meegenomen. Het gaat hierbij om: • Woningen (bedrijfswoning en tiny houses), schuur, kas, hooimijt en kampeerplaatsen (gebruiksfase); • Verkeersbewegingen binnen en buiten het plangebied (gebruiksfase en aanlegfase); • Sloop- en bouwwerkzaamheden (aanlegfase). Conclusie Uit de rekenresultaten van AERIUS Calculator 2020 blijkt dat er ten gevolge van de beoogde planontwikkeling geen stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Derhalve zijn ‘significante (negatieve) effecten’ op beschermde natuurgebieden ten aanzien van stikstofdepositie uit te sluiten.
Een vergunning in het kader van de Wnb is derhalve niet aan de orde. Bovendien moet worden opgemerkt dat in de berekening géén rekening is gehouden met (interne) saldering en er desondanks geen toename van stikstof is berekend. De berekening toont aan dat het aspect stikstofdepositie geen beperkingen oplevert ten aanzien van het beoogde planvoornemen. 5.11 Duurzaamheid Sinds 1 juli 2018 is de Wet Voortgang Energietransitie (Wet tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet, hierna: Wet Vet) van kracht. Bij deze wet is bepaald dat de gasaansluitplicht voor nieuwbouw vervalt. Dit betekent dat vanaf 1 juli 2018 projectontwikkelaars, aannemers en gemeenten rekening moeten houden met het feit dat nieuw te bouwen bouwwerken niet meer mogen worden aangesloten op het gasnet. 30
Ruimtelijke onderbouwing “10 tiny houses aan de Dalemse Zeiving” - 4 maart 2021
Met de ontwikkeling van 10 tijdelijke tiny houses wordt een eerste stap gemaakt naar een invulling van de hoogstamboomgaard die op deze manier duurzaam kan worden voortgezet. De tiny houses worden gerealiseerd op basis van duurzame bouwmaterialen, hout en glas en worden duurzaam opgeleverd waarbij er sprake is van gasloos wonen en een energieneutraal gebruik. De daken van de tiny houses zullen worden voorzien van zonnepanelen. De ontwikkeling van 10 tiny houses heeft dus geen negatief effect op het milieu. 5.12 Kabels en leidingen Binnen het plangebied zijn geen kabels of leidingen die vanuit planologisch opzicht van invloed kunnen zijn op de ontwikkeling.
Ruimtelijke onderbouwing “10 tiny houses aan de Dalemse Zeiving” - 4 maart 2021
31
6
Haalbaarheid
6.1 Economische haalbaarheid Het plan voor realisatie van 10 tiny houses is een particulier initiatief. De initiatiefnemer draagt zorg voor een sluitend financieel project. De gemeente zal naar verwachting een overeenkomst sluiten met de initiatiefnemer om haar kosten te dekken. Indien er sprake zou zijn van eventuele planschade is dat voor risico en rekening van initiatiefnemer. 6.2 Maatschappelijke haalbaarheid Doel van de ontwikkeling van de hoogstamfruitboomgaard is namelijk het samenbrengen van kunstenaars, wetenschappers, ecologen en natuurliefhebbers. Mede om onderscheidend te zijn in relatie tot andere initiatieven op het gebied van circulaire economie. Boomgaard de Fazant wil graag een kennisplek/centrum zijn waarin de gangbare boer zijn kennis deelt met de bio boer. De hoogleraar met de student, de kunstenaar met de bioloog en de afnemer met de producent etc. Een plek waar iedereen kan aanschuiven, die laagdrempelig is, zodat er een nieuwe kenniseconomie ontstaat die los komt van reguliere structuren. De boomgaard ligt op een van de mooiste plekken in het Hollandse rivierengebied en is omgeven door historie: Woudrichem, Slot Loevestein, Fort Vuren en Gorinchem. Landgoed De Fazant is zelf een van de grootste biologische boomgaarden in Nederland.
De moderne kunst heeft in dit gebied ook een geschiedenis: Gorinchem huisvestte in de jaren 60/70 kunstcentrum Het Badhuis en veel kunstenaars die daar exposeerden waren uit deze streek afkomstig of vestigden zich hier: Ad Dekkers, Marinus Boezem, Jan van Munster, Ad de Keijzer, Sjoerd Buisman, Ewerdt Hilgemann. Hieruit kwamen de Symposion beeldende kunstmanifestaties voort (1974, 2005, 2015). De beoogde tiny houses hebben als doel: ‘Je footprint zo klein mogelijk maken. Leven in het nu en respect hebben voor wat de natuur je geeft in elk jaargetij’. Er zou sprake moeten zijn van veel minder milieuvervuiling, een transparante productie, betere relaties tussen producenten/ boeren en afnemers/consumenten en meer eten uit het seizoen en wat er lokaal aangeboden wordt. Dit sluit aan bij het landelijk, provinciaal en gemeentelijk beleid. Tegen de voorgenomen ontwikkeling bestaan vanuit ruimtelijk en stedenbouwkundig oogpunt geen bezwaren. Op maatschappelijk gebied draagt het tevens bij voor bewoners uit omliggende kernen en mensen van buitenaf. Ten behoeve van de ontwikkeling van de 10 tiny houses is onderzoek verricht naar diverse ruimtelijk relevante aspecten. Onderhavig ruimtelijke onderbouwing heeft betrekking op een gebied van ca. 3700 m2. De onderzoeken zijn verwoord in een aantal deelrapporten die als losse bijlagen bij deze ruimtelijke onderbouwing zijn gevoegd.
In hoofdstuk 5 zijn de betreffende rapporten beknopt samengevat. Uit de onderzoeken kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe tiny houses. Omgevingsdialoog De initiatiefnemers zijn op woensdag 16 september 2020 in gesprek gegaan met de bewoners welke directe aan het landgoed wonen (Waaldijk 21, 22 & 24). Tijdens het gesprek is ingegaan op het plan, de achtergrond en de beweegredenen. Daarna is een rondgang over de boomgaard gemaakt en is de locatie voor de toekomstige tiny houses getoond. Er is aangegeven dat de tiny houses enkel bereikt kunnen worden middels een wandelpad en dat de auto’s geparkeerd zullen worden op een aparte parkeerplaats langs de toegang tot de boomgaard vanaf de Dalemse Zeiving. De entree voor de bewoners van de tiny houses zal dus gezamenlijk zijn via de bestaande toegang aan de Dalemse Zeiving. Daarnaast is aangegeven dat de tiny houses zoveel mogelijk zelfvoorzienend zullen worden. Vanuit de bewoners werd een vraag gesteld over eventuele geluidsoverlast, hierop is aangegeven dat de tiny houses ca 60-70 m afstand van de bestaande woningen gerealiseerd zullen worden. Er kan geen garantie afgegeven worden, maar ook initiatiefnemers en eigenaren van de boomgaard hebben er belang bij dat geluidsoverlast zoveel mogelijk vermeden en beperkt zal worden.
Geconcludeerd kan worden dat de bijeenkomst positief verlopen is, waarbij geen directe kritiek is geuit op de voorgenomen ontwikkeling van 10 tiny houses.
32
Ruimtelijke onderbouwing “10 tiny houses aan de Dalemse Zeiving” - 4 maart 2021
7
Samenvatting en conclusie
Het planvoornemen betreft de realisatie van 10 tiny houses voor langdurig verblijf (langer dan 4 maanden) en in een vervolg traject tiny houses te realiseren voor recreatief gebruik (korter dan 4 maanden). Doel hiervan is aan ‘’het publiek’’ uit te dragen welke bijzondere activiteiten op het landgoed plaats vinden en hoe bijzonder het landschap is. Daarnaast is er de ambitie om kunstenaars, wetenschappers en ecologen samen te kunnen laten werken en onderzoeksruimte te bieden zijn overnachtingsmogelijkheden nodig. Hiertoe worden 10 tiny houses gebouwd tegen de bosrand aan de zuidoostelijke grens van het landgoed. Tegen de voorgenomen ontwikkeling bestaan vanuit ruimtelijk en stedenbouwkundig oogpunt geen bezwaren. Functioneel gezien passen de (recreatieve) kleine huisjes in de omgeving. De ontwikkeling voldoet aan de voorwaarden die zowel het Rijks-, provinciaal, regionaal als gemeentelijk beleid, stellen. De ontwikkeling wordt niet belemmerd door aanwezige, storende milieuaspecten. De tiny houses worden off-grid gerealiseerd waardoor voorzieningen zoals riolering, elektriciteit en water niet nodig zijn. Bovendien zal geen schade worden toegebracht aan natuur- of landschapselementen en -structuren. Ten behoeve van de ontwikkeling van de 10 tiny houses is tevens onderzoek verricht naar diverse ruimtelijk relevante aspecten.
Uit de onderzoeken kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe tiny houses. Op basis van het voorgaande wordt dan ook geconcludeerd dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar en haalbaar is.
Ruimtelijke onderbouwing “10 tiny houses aan de Dalemse Zeiving” - 4 maart 2021
33