210413 Verslag Zeepkist 13 april 2021.docx
Tekst van het document
Verslag Zeepkist 13 april 2021, 19.00 uur Gastheer Griffier Insprekers Notulen
de heer R.J.J. van Breemen de heer H. Sepers de heren Peter Verschoor en Rik Pellikaan algemeen verslagbureau d&k
De heer Van Breemen: Iedereen van harte welkom bij de Zeepkist. Omdat een aantal voorbereidende sessies voor de RES 1.0 gezamenlijk was met de gemeente Molenlanden, leek het de agendacommissie wijs om mensen die graag wilden inspreken als het gaat om de RES daarvoor vanavond de kans te geven bij deze Zeepkistbijeenkomst. Daarvoor hebben zich twee mensen gemeld, de heer Verschoor en de heer Pellikaan. Heren, van harte welkom. Eveneens aanwezig in de raadzaal zijn wethouder Kraaijeveld namens het college en de medewerkers van de griffie. Het woord is aan de heer Vervoort. De heer Vervoort: Nogmaals hartelijk dank dat ik hier met Rik aanwezig mag zijn. Wij vinden het heel belangrijk om gebruik te maken van dit recht en daar hebben we ook gebruik van gemaakt. Hartelijk dank. Peter Verschuur, Emmastraat in Gorinchem, al jaren een Gorcumer. Laat ik als volgt beginnen. Toen ik hoorde wat de plannen waren, ben ik me kapot geschrokken, echt kapot geschrokken. Ik kom regelmatig bij de Avelingen, of het nou voor het trainen van de hond is, of wandelen, of hardlopen, of even genieten van al het reewild dat er loopt, of de vogels en de ganzen en het mooie zicht op Gorinchem, zo kan ik nog wel een uurtje doorgaan, maar laat ik het even bij wat feiten houden. Ik ben me echt kapot geschrokken. Ook ik vraag me af waar we de communicatie hebben gemist.
Als ik dat terughaal, denk ik: heb ik het nou echt gemist, heb ik onder een steen gelegen, of kom ik uit een ei? Nou, dat is absoluut niet zo. Als ik het navraag in de straat, of in de wijk, kom ik toch tot de conclusie dat heel veel mensen het niet weten. Ik heb het RES-rapport gelezen en ik heb er een samenvatting van gemaakt. Dat valt trouwens niet mee. Ik vraag me af wie van de gemeente het helemaal heeft gelezen. Maar goed, laat ik me even houden bij de punten die ik heb genoteerd. Allereerst: ik ben me echt kapot geschrokken. Jeetje nog aan toe. Het is een postzegel van een natuurgebied, het is echt een postzegel. Het is van mega-waarde. In Gorinchem hebben we in wezen nog maar twee stukken natuurgebied over aan de rivier: de Woelse Waard en Avelingen. Als ik me beperk tot de Avelingen: hoe belangrijk dit gebied is, ook als overstroomgebied van de rivier. Wat we allemaal weten, is dat het in de jaren ‘60 en ’70 aardig is vervuild. Het is op een gegeven moment weer helemaal opgeknapt en ingepakt, alle vervuilde grond, daar moeten we niet aan voorbijgaan. Wat we terug hebben gekregen, die kleine postzegel, is ongelooflijk veel van waarde. Ik ben echt geen vogelaar, dus alle vogels ken ik niet, dat zou echt te ver gaan, maar ik weet dat er zo’n 60 soorten broedvogels zitten, nu ook met overzomerende ganzen, er zitten bevers, er zitten reeën.
Heel veel mensen zoeken de rust op en gaan daar wandelen. Ik moet er echt niet aan denken dat dat veld tot aan de grens van Hardinxveld zou worden volgebouwd. Ik vind één windmolen al te veel. Ik wil wel even expliciet melden dat ik niet tegen windmolens ben en ook niet tegen andere vormen van energie. Wat dat betreft ben ik hier echt om mijn ongenoegen, zeker ook over de communicatie, die ik niet opgepakt heb schijnbaar, of die ik heb gemist, hier met jullie te kunnen delen. Dat is wat ik doe. We hebben van de week een gesprek gehad met de wethouder en daarin hebben we ook al het een en ander ter tafel gebracht. Als ik het wat zwaarder in ga zetten, dan vind ik het respectloos hoe er wordt omgegaan met zo’n gebied. Nederland heeft al de grootte van een postzegel, en dan hebben we zo’n mooi natuurgebied, dat ook zo oud is, en dat hoort ook bij de rivier. Het is al eeuwen een onderdeel Zeepkist, 13 april 2021
1
van de rivier en niet voor niks Staatsbosbeheer. Daar achter ligt Gorinchem met z’n kettingtoren van 67 meter hoog en als ik dat dan verplaats, wat daar komt te staan, ja, eigenlijk moet ik dan een beetje gaan huilen en denk ik: jongens toch, hoe is het mogelijk? En dan moeten we de mooiste vestingstad zijn, of worden, van Nederland! Eigenlijk heel cynisch: ‘Waar Maas en Waal samenkomen en alle windmolens rijzen van ver’ in plaats van ‘Gorkum rijst van ver’. Dat is een beetje cynisch bedoeld, maar dat is wel wat er dadelijk gaat gebeuren. In de samenvatting die ik gemaakt heb van het RES-rapport – wat trouwens niet meeviel hoor, want dat is echt een hele puzzel – zag ik vooral bij de gemeente Giessenlanden, of Giessenburg, hoe belangrijk het was dat vrije uitzicht op de Giessen, en ook het vrije uitzicht op de rivier moest belangrijk zijn daar vandaan. Dan denk ik: oké, daar kan ik wat van vinden, en dat vind ik heel terecht ook. En dan kom je vervolgens bij de Avelingen en Gorinchem en geldt dat schijnbaar op een of andere manier niet meer. In mijn ogen wordt het verkwanseld.
En dan vraag ik me af – en ik ben geen technicus en heb ook helemaal geen verstand van windmolens –: hebben wij überhaupt wel zoveel windmolens nodig met de capaciteit? Wat mij opviel in het uittreksel dat ik gemaakt heb, is dat er gesproken is – maar dan moet ik misschien de wethouder even aankijken – met het bedrijfsleven om tot dit plan te komen. Het mooie is, of eigenlijk het duidelijke: als ik praat met mensen van het bedrijfsleven, maar dat zal misschien de heer Pellikaan zo wel zeggen, dan krijgen we alleen maar grote vraagtekens. En dan denk ik: met welk bedrijfsleven is er dan gesproken? Want dan krijg je hetzelfde als met die burgers die ik spreek, die eigenlijk van niks weten. Gaan we het navragen bij de Avelingen, bij het bedrijfsleven, en dan krijg ik dezelfde grote vraagtekens van: waar heb je het over? Dus: met welk bedrijfsleven is er gesproken? Dat staat er ook heel duidelijk twee keer in: het telt zowel bij de Avelingen als dat het telt in het noorden. Of wij hebben wat gemist, maar ik hoop dat de wethouder mij dat dadelijk kan vertellen, want dat is wel een vraag die ik heb. Ik heb nóg een vraag, en dan ben ik eigenlijk klaar.
Wat is nu de formele status van het project en is er onderzoek geweest naar het draagvlak? Dan praat ik niet over het bedrijfsleven, want daar heb ik net wat over gevraagd, maar dat vraag ik eigenlijk over mensen die er wonen, die er recreëren, et cetera. En dan heb ik het over beide projecten. Ik heb het niet alleen over de Avelingen alleen, want dat zou te kortzichtig zijn. Het gaat over beide projecten. Dat is eigenlijk wat ik wilde zeggen. En dan kan ik het hebben over maritiem, waar ik iets van weet, maar dat is niet relevant, denk ik. Het gaat mij ‘sec’ over het natuurgebied en: waar hebben wij de communicatie gemist, of onder welke steen hebben we gelegen, dat we die communicatie niet hebben opgepakt, of gemist hebben? Voor de wethouder heb ik eigenlijk twee vragen en ik hoop ook dat ik er antwoord op krijg. De heer Van Breemen: Ik vraag nu eerst aan de raadsleden of zij vragen aan u hebben, dan geef ik de heer Pellikaan het woord en daarna mag de wethouder nog iets zeggen. Mevrouw Hamann: Even een korte vraag. De heer Verschoor had het over maritiem. Ingewikkeld, maar hebben dergelijke windmolens gevolgen voor het maritieme verkeer op de rivier? De heer Van Breemen: Dat lijkt mij eerder een vraag voor de wethouder dan voor de heer Verschoor. Mevrouw Hamann: Nou, de heer Verschoor noemde het, dus misschien weet hij er iets van.
De heer Van Breemen: Meneer Verschoor, weet u er iets van? De heer Verschoor: Dat kunnen we zeker voor een deel beantwoorden, maar misschien is het beter om het aan de wethouder te laten, want ik neem aan dat hierover gesproken is en dat het ook uitgezocht is. Zelf weet ik wat van maritiem af, zeker op de rivieren. Dit is zeker van impact, zeker als de windmolens op de landtongen komen, die twee maanden per jaar ongeveer – het hangt natuurlijk een beetje af van de sneeuwstand in Oostenrijk en Zwitserland Zeepkist, 13 april 2021
2
– onder water lopen, en dan krijg je toch een hele lastige situatie, ook met radarbeelden op schepen. Het aanvaren van de brug – en dat is niet ertegenaan varen, maar zorgen dat je er netjes onderdoor vaart zonder wat te raken – kan een uitdaging zijn. Zeker het verstoren van de radarbeelden, met slecht weer en het onder water lopen van de landtongen, is wat je niet moet onderschatten. De heer Van Breemen: Misschien kan de wethouder er zo ook nog iets over zeggen en anders bewaren we het voor het debat in de raadsvergadering. Het woord is nu aan de heer Pellikaan. De heer Pellikaan: Dank dat ik hier mag zijn. Allereerst de complimenten voor deze mooie raadsvergadering. Het ziet er echt koninklijk uit, met prachtige koninklijke kleuren, die ook weer terugkomen in ons stadswapen. Wij zijn eigenlijk jullie overburen. Wij verhuren de Kleine Landtong en dat doen wij met veel plezier. We zijn echt een Gorcumse familie. In 1860. Het bedrijf hier hebben we windmolens onderhouden en ook verplaatst en gerepareerd. Wij zijn ook niet tegen windmolens, alleen, wij vinden de locatie, omdat er ook een samenwerking met Molenlanden geweest is, met 160 hectaren grond en Gorinchem slechts 22 hectaren, en daar ook een zoekgebied was van de McDonald’s Meerkerk naar Gorinchem, stonden daar in eerste instantie als zoekgebied langs de autobaan meerdere windmolens geprojecteerd.
Dat ligt in een open gebied waar de windmolens ook vrije wind ontvangen, met een gebied waar weinig natuurschoon te beleven is. Het is wel ruimtelijk, maar voor de rest staan er geen bomen, er zitten weinig vogels in de wei en het is ook geen recreatiegebied. Op de een of andere manier hebben ze het daar zo weten te regelen dat ondanks de goede samenwerking met Gorinchem daar geen windmolens komen en dat ze allemaal naar het zoekgebied op de Avelingen en naar het zoekgebied bij de afslag Gorinchem-oost zijn verplaatst. Toen ik in de Zoomsessie van januari erbij was, waren er veel mensen vanuit de overheid betrokken die erg enthousiast over deze windmolens waren. Er waren weinig mensen uit de bevolking, het leefde nog niet zo erg, en ik dacht dat dat kwam omdat het nog niet gevisualiseerd was. Want je ziet namelijk in de plaatjes die de overheid met veel enthousiasme gemaakt heeft – er zijn ook mooie rapporten gemaakt voor heel veel geld – weinig visualisatie en zie je meer de transitie veel genoemd en kleine cirkeltjes op grote plattegronden. Nou, ik dacht: als ik nou eens dit onder de aandacht wil brengen als Gorcumer bij de Gorcumers, bij de industrie, dan ga ik met een drone de lucht in. Ik heb dat door HG Reclame laten visualiseren.
Op schaal hebben wij de grote windmolens van 200 meter erin geplaatst, want we praten hier niet over de windmolens van Flevoland of richting Hardinxveld. We praten hier over heel moderne, allernieuwste windmolens, en die kunnen alleen maar goed functioneren als ze ongeveer 200 meter hoogte halen, met assen tussen 120 en 150 meter hoog en wieken van tussen 55 en 70 strekkende meter. Nou, toen hebben wij gekeken wat dat dan oplevert. Het heeft natuurlijk een enorme impact op de gebieden waar ze staan. Er zijn natuurlijk al twee molens van 75 meter in aanbouw op de Groote Haar, die staan dus vrij. Dan heb je de andere drie windmolens die ze nu willen bouwen in het gebied dat ik maar even de afslag Gorinchemoost noem. Dan zie je dus dat ze op vrij korte afstand van de bebouwing staan, van de nieuwbouwwijken. Dat is ongeveer 380 en 330 meter. Dat zou dan voldoen aan de Nederlandse wetgeving, want die is nog gebaseerd op de kleine molens van vroeger, dat je op 300 meter afstand van een huis een molen mag plaatsen, en dat zijn windmolens van 20, 30 meter hoog. Maar voor de huidige molens moet je eigenlijk een andere wetgeving hanteren. Die nieuwe wetgeving hebben ze al in gelijkwaardige landen als Denemarken, Duitsland en Oostenrijk ingezet.
Daar doen ze het heel simpel: hoe groter je de molen maakt, hoe groter de afstand moet zijn van het gebied waar je mensen laat leven en ook waar de dieren komen. Want wat is er namelijk aan de hand? De motoren van zo’n windmolen zitten goed ingepakt en maken geen geluid, maar die wieken slaan als een gek door de rondte, want hoe groter ze worden hoe meer dat ze rond gaan met grote snelheden, en die geven een laagfrequent geluid mee. Mensen die daar al in de buurt woonden zijn vaak verhuisd omdat ze er gewoon niet tegen kunnen. Nou, daarmee willen wij natuurlijk niet onze nieuwbouwwijkbewoners in de Zeepkist, 13 april 2021
3
nieuwste mooie wijken daar in Gorinchem-Oost, op gaan zadelen, dus van tevoren moeten we kijken of het op deze afstand met deze molens maatschappelijk verantwoord is. Een ander probleem is het volgende. Gorinchem heeft natuurlijk in de Bosscherwaarden aan de oostkant een prachtig natuurgebied en aan de andere kant hebben we natuurlijk meer een echt natuurgebied met meer bosschage en ook veel weidevogels in de Avelingen. Ook daar zie je de afstanden naar Schelluinen, Werkendam en Sleeuwijk, ja, die hele lijn van Gorinchem wordt door die enorme massa van molens, wordt de horizon natuurlijk flink aangetast. Ook als de vogels daar gaan vliegen en in de buurt van die windmolens komen, dan is het maar de vraag of ze wel of niet geraakt worden. Nou, dan zijn ze of helemaal dood, of ze zijn halfdood en dan liggen ze daar. Nou, dat willen we natuurlijk ook niet. Daarnaast willen we natuurlijk ook voor onze mensen die nog jong zijn en die later daar ook gaan wandelen, en ook voor het nageslacht, willen we natuurlijk dat natuurgebied. Want Gorinchem heeft al niet veel natuur. Voor die natuurgebieden moeten we echt als Gorcumer opkomen.
Daarom moeten we ook kijken, als we er niet met Molenlanden uit komen-, mensen uit Deil hebben ook in dat Zoomgesprek meegepraat en die waren ook enthousiast, dan is het verstandig, denk ik, in de tijd die ons nog rest, dat we kijken of we met Deil of met andere gemeenten kunnen samenwerken. Want als Deil nou elf molens heeft, en dat is een prachtig gebied, een autobaan gaat er langs, kale weilanden, geen bomen, geen behuizing, geen natuurgebieden, nou, als we er allebei enthousiast over zijn, dan kunnen we misschien kijken of Deil misschien een optie is om daar molens bij te zetten van onze regio. De provincie wil gewoon dat we met CO2 naar beneden gaan, maar misschien kunnen we op andere plaatsen in onze regio waar wel ruimte is en waar minder natuurgebieden zitten, kijken of we, eventueel in combinatie met de IKG als ondersteuning, die gebieden kunnen benaderen, om te kijken of we misschien daar onze CO2reductie kunnen bewerkstelligen. De communicatie is natuurlijk door de corona zowel bij veel mensen van de IKG als veel mensen die wij tegenkomen in de bevolking, in alle lagen, niet echt doorgedrongen, omdat het ook niet leefde. Maar juist door zo’n presentatie van visualisatie denk ik dat het nu wel leeft. Daarmee wil ik het vanavond hierbij laten. De heer Van Breemen: Dank u wel, meneer Pellikaan.
Even voor de raadsleden: de impressies die de heer Pellikaan gemaakt heeft kunt u vinden in iBabs onder de Zeepkist in ons agendasysteem. Ik zie dat de heer Oostrum een vraag heeft? De heer Oostrum: Dank u wel, voorzitter. Om te beginnen wil ik beide heren een compliment maken voor hun bijdragen. Ik hoor een vreselijke echo…. De heer Van Breemen: U moet een betere wifiverbinding zoeken, denk ik, want het hapert nogal. De heer Oostrum: Dat is vervelend, dan moet ik een nieuwe verbinding gaan maken… De heer Van Breemen: Ja, sorry. De heer Oostrum: En ik heb een heel aparte verbinding, waar mijn televisie enzovoort niet op zit…. De heer Van Breemen: Nu gaat het goed, dus misschien kun je het nog een keer proberen Jack. De heer Oostrum: Oké, heel kort dan. Ik waardeer de bijdragen van de beide insprekers. Maar ik wil erop wijzen dat ook de belangrijke natuurwaarden in de Avelingen en de afstanden, met name de hinder die er voor de inwoners zou kunnen bestaan, zeker meegewogen moeten worden in de afweging die we straks als college en als raad moeten maken, waar de windmolens daadwerkelijk komen te staan. De heren hebben vast niet onder een steen geleefd en komen ook vast niet uit een ei, daar ken Zeepkist, 13 april 2021
4
ik ze beiden toch veel te goed voor van naam, maar de communicatie heeft wel degelijk vanaf 2019 plaatsgevonden, maar hoe dichter het bij komt en hoe fysieker en zichtbaarder het wordt, hoe meer er ook commentaar en weerstand zou kunnen ontstaan, en juist dan moeten we verder in gesprek met de omwonenden, en dat is wat we ook straks zullen benadrukken. De heer Van Breemen: Dank u wel. Ik heb volgens mij niet echt een vraag gehoord aan de heren, maar ik zie dat de heer Verschoor kort wil reageren, en dat mag. De heer Verschoor: Ja, ik zou er heel graag op willen reageren. Het is niet alleen de last die de bevolking ervan heeft, maar ook de natuur, en zeker als je praat over de Avelingen. Dan praat ik niet eens over de bevolking die daar woont, maar het is echt wat daar leeft aan vogels, want dat hele gebied wordt verstoord. Dat wil ik nog even toevoegen aan de opmerking van Jack Oostrum. De heer Oostrum: Ik noemde ook beide, maar dat ligt waarschijnlijk aan de verbinding. De heer Van Breemen: Het is in ieder geval nog een keer luid en duidelijk gezegd: het gaat ook om de natuur in de Avelingen. De heer Roeland. De heer Roeland: Dank u wel, voorzitter.
Mijn vraag is eigenlijk aan de heer Pellikaan: wat zou een verantwoorde afstand zijn tot woningen, als het gaat om die molens van 200 meter? De heer Pellikaan: Als we naar de Duitse, Deense en Oostenrijkse wetgeving kijken, dan pakken ze de ashoogte. Als die bijvoorbeeld 120 meter hoog is, dan doen ze 10 of 15 keer de afstand van de ashoogte, dus als die 120 meter hoog is, is dat 1200 meter. Als wij de helft van de Duitse norm zouden hanteren, zouden we er ongeveer 700, 800 meter vandaan moeten zitten en geen 380 meter of 400 meter, want je krijgt gewoon problemen. En op het moment dat ze er staan, ja, wie haalt ze dan weg? De heer Van Breemen: Dank u wel. Verder zie ik geen vragen meer vanuit de raad. Er zijn drie vragen aan de wethouder gesteld, waarvan ik er, omdat ik mijn pen zoek, maar twee heb opgeschreven, maar ik hoop dat de wethouder wel heeft meegeschreven. De eerste ging in ieder geval over: door wie is er gesproken met het bedrijfsleven, de derde was de maritieme effecten van mevrouw Hamann, en de tweede heb ik even gemist, maar die heeft de wethouder vast. Wethouder Kraaijeveld. Wethouder Kraaijeveld: Dank u wel, voorzitter, en dank ook aan de twee insprekers, met wie ik het genoegen had ook afgelopen week te spreken, waarbij we het nodige hebben uitgewisseld. Dat vond ik bijzonder prettig en ook goed om op die manier met elkaar in gesprek te zijn.
Ik zoom even in op de vragen die concreet zijn gesteld. Wij hebben nooit willen stellen dat wij ‘het bedrijfsleven’ hebben gesproken, in die zin dat dat het voltallige bedrijfsleven zou zijn geweest. We hebben wel bedrijven gesproken en representanten namens het bedrijfsleven. Als ik daar even naartoe ga: wij hebben een coördinatiegroep voor de Regionale Energiestrategie, waarin bijvoorbeeld ook het IKG is betrokken en ook vanuit het bedrijfsleven van Molenlanden een representant. Op die manier hebben we over de RES in de breedte gesproken en ook over de zoekgebieden en de aandachtsgebieden die in de RES zijn opgenomen. Dus daar zit een stukje. Daarnaast hebben we in de afgelopen periode natuurlijk ook met individuele bedrijven gesproken, niet alleen in de ateliersessies die we hebben gehad en waar verschillende bedrijven ook mee spraken, maar ook in de aanloop naar die RESgebieden toe. Wij hebben bijvoorbeeld het vorig jaar ook een position paper uitgedaan waarvan toentertijd ook een Vreugdenhil, een Corbion en een Damen hebben gezegd “nou, prima om dat uit te doen”. Dus dat zijn een aantal bedrijven en we hebben met name met de grondeigenaren ook wel het gesprek gehad, dus dat gaat iets breder dan bedrijven. We Zeepkist, 13 april 2021
5
hebben bijvoorbeeld ook met Staatsbosbeheer gesproken en met Rijkswaterstaat en het Rijksvastgoedbedrijf. Op die manier is het besproken en ook aan de A15-kant hebben we daar met grondeigenaren over gesproken. Dus we hebben niet alle bedrijven gesproken, maar we hebben wel bedrijven op de Avelingen en bij de A15 willen wijzen op de windwebinar die we hadden, zodat we ook steeds meer bedrijven konden informeren over deze ontwikkeling. Wat is de formele status? Ja, daar hebben we het straks natuurlijk ook over. Dit is een RES 1.0 en die komt voort uit de concept-RES van vorig jaar, waar we al allerlei ateliers voor hadden neergezet. Dit is, zeg maar, een processtap om, als de twee raden vanavond hiermee instemmen, het vervolgtraject in te gaan vullen volgens de koers die in de RES staat benoemd. Dus dat gaat breder dan alleen wind en de zoekgebieden die zijn opgenomen. Het gaat ook over zon, het gaat over innovatie, het gaat over warmte, et cetera. Dus het is een stap die je zet waarmee we aan de provincie vragen “zijn deze zoekgebieden voor u ook akkoord, om daar een verdere verkenning mee te doen?”, en dat is natuurlijk ook weer een heel traject dat we moeten volgen, waarin we ook weer netjes met de omgeving, bedrijven en betrokkenen het gesprek moeten voeren. Maar het is natuurlijk eerst de vraag of de provincie dat dan doet. Dus dat is even de status van het project.
Daarmee gaan we aan de slag en daarmee wordt ook weer toegewerkt naar een RES 2.0. Dus alle inzichten die we in de twee jaar hierna weer gaan volgen gaan we weer opnemen in de RES 2.0. Zo zie je een cyclus ontstaan van om de twee jaar herijken van de plannen. Ten slotte de maritieme kant. In een eerder stadium hebben we een quick scan laten uitvoeren van “waar kun je ongeveer aan denken, waar moet je over nadenken?” Nou, Defensie-radar, dat heb ik al meermalen ook hier in de raad gezegd, dat weten we ook heel goed vanuit de Groote Haar, waar ooit drie molens waren beoogd, maar dat moesten er twee worden om inderdaad die radardekking goed te hebben voor Defensie. Hetzelfde geldt voor het maritieme verhaal. Het is natuurlijk een zoekgebied waarin, als de raden het goed vinden en uiteindelijk de provincie, je verder die verkenning gaat doen en ook dit is echt een belangrijk onderdeel, om te kijken of het überhaupt in dat zoekgebied kan vanuit een maritieme radar-oogpunt. We weten ook dat dit een landelijke pilot is, samen met Rijkswaterstaat, waarin ook wordt gekeken naar “wat zijn de mogelijkheden en onmogelijkheden, ook op dit punt?” Dus op die manier is het maritieme ook een onderdeel dat natuurlijk verder in een soort van haalbaarheidsscan onderzocht moet worden als we ermee aan de slag kunnen. De heer Van Breemen: Dank u wel voor de toelichting.
De raad gaat er zo meteen nog verder over spreken. Meneer Pellikaan voor een slotopmerking? De heer Pellikaan: Ja. Ik heb zelf ook wat onderzoek gedaan. Ik heb de SITA-directeur gesproken op de Avelingen, die wist van niks, ik heb Wil Gremmen van Stravo Elektro geïnformeerd op Avelingen-oost, die wist van niks, ik heb Wim van Beuzekom van Gebroeders De Boon gesproken, die wist van niks en ik heb de voorzitter van de IKG gesproken, die zei “Ja, er is iemand bij geweest, maar die wist er ook niet veel van te vertellen. Het was waarschijnlijk zó gepresenteerd, dat niemand het in de gaten had”. Wij hebben toen de facility manager van Damen gesproken. Damen heeft een speciale directievergadering gemaakt. Hij zegt “we willen alles doen met de gemeente, maar dan ook echt alles, om groener te worden dan groen, maar ik wil pertinent dat deze ondernemer geen windmolen krijgt voor zijn bedrijf, waar hij iedereen uit de hele wereld uitnodigt om daar schepen te verkopen”.
Nou, Damen is toch niet niemand en als die zegt “jongens, je moet het niet doen”, en als dadelijk ook een groot deel van de bevolking zegt “hier staan we niet achter”, dan moeten wij met z’n allen toch naar een andere locatie durven en kunnen kijken? Ik ben dus voor de samenwerking, om te kijken buiten deze twee kleine gebieden, terwijl we zoveel gebieden eromheen hebben zonder groen, zonder bevolking, dan kunnen we toch veel beter naar een alternatief kijken? De provincie werkt dan toch ook mee, die wil toch ook dat wij gelukkig blijven in Gorinchem, dat wij hier ons geld kunnen verdienen en hier fijn kunnen wonen en fantastische natuurgebieden hebben? Dat is toch een goed doel! Zeepkist, 13 april 2021
6
De heer Van Breemen: Dank u wel voor uw cri de coeur. Ik spreek, denk ik, namens de raad, als ik zeg dat we dit zo meteen meenemen in onze verdere beraadslagingen over de RES 1.0. We zijn aan het einde gekomen van de Zeepkist. Ik zeg even voor de raadsleden dat zij in MS Teams moeten uitloggen bij de vergadering Zeepkist en moeten inloggen bij de raadsvergadering. De heren Verschoor en Pellikaan dank ik hartelijk voor hun komst. De heer Verschoor: Mag ik nog even? De heer Van Breemen: Als het heel kort is! De heer Verschoor: Dat beloof ik. Allereerst hartelijk bedankt voor deze mogelijkheid. En ik hoop oprecht dat, welke kant we ook heen gaan, we betrokken worden en blijven bij deze ontwikkeling. Nogmaals, we zijn niet tegen, of wat dan ook, want het is ons probleem ook. Dat wil ik eigenlijk vragen, om betrokken te blijven. Dat geldt ook voor het bedrijfsleven, maar ook voor de normale bewoners. De heer Van Breemen: Zeker. Ik zie de wethouder enthousiast knikken en ik neem aan dat ook de raad dit ter harte zal nemen. Heren, nogmaals bedankt voor uw komst. Als u snel naar huis gaat, kunt u de live stream nog volgen, of iets leuks gaan doen met uw avond. Ik sluit deze vergadering.
Zeepkist, 13 april 2021
7