210408 Verslag Parallelsessie I&O - Visievorming IHP PO SO en knelpunten onderwijshuisvesting.docx
Tekst van het document
Parallelsessie Informatie en Ontmoeting, 8 april 2021 Visievorming IHP PO/SO en knelpunten onderwijshuisvesting Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Raadsgriffie: Fracties: Portefeuillehouder: Ambtelijk: Gasten: Notulen:
de heer I. Tekir mevrouw E. van Bekhoven Stadsbelang-Democraten Gorinchem-CDA-PvdA-SGP/ChristenUnie VVD-D66-SP-GroenLinks-Gorcum Actief-Fractie van Maaren de heer R. van Doesburg A. van Houwelingen, senior onderwijsadviseur, E. Hoogmoed, onderwijsadviseur mevrouw E. van Leeuwen, SWV PasVOrm de heer H. Bezemer, SWV Driegang notulistenbureau Leeuwenburgh-Vendrig
Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Wethouder Van Doesburg leidt de bespreking kort in. Dit is de tweede sessie over dit onderwerp. In de eerste sessie is gevraagd om nadere duiding van de knelpunten. Vervolgens is een scenario gepresenteerd en dat wordt zo spoedig mogelijk onderzocht. Aan het eind van dit jaar volgt de besluitvorming. De visievorming is een belangrijk onderdeel. Duurzaamheid is een leidend thema. Inclusief onderwijs is ook een belangrijk thema. De samenwerkingsverbanden zijn al bezig geweest met planvorming. Mevrouw Van Leeuwen en de heer Bezemer zullen een presentatie verzorgen. Visievorming IHP PO/SO en knelpunten onderwijshuisvesting Voordat met de schoolbesturen een Integraal Huisvestingsplan (IHP) wordt opgesteld, is het van belang dat de raad vooraf een aantal uitgangspunten bepaald. In de I&O-sessies komen de volgende thema’s aan de orde: 1) Visieontwikkeling naar inclusiever onderwijs, 2) Visie bepalen over duurzaamheid en binnenklimaat schoolgebouwen, 3) Knelpunten onderwijshuisvesting. De eerste I&O-sessie heeft plaatsgevonden op 18 maart jongstleden. Tijdens deze tweede I&O-sessie ligt het accent op de visieontwikkeling naar inclusiever onderwijs. De heer Bezemer geeft aan dat hij en zijn collega aanwezig zijn namens de samenwerkingsverbanden passend onderwijs.
Er wordt ook opgetrokken met het Gomarus en de Koelmanschool (de reformatorische scholen). De schoolbesturen hebben gevraagd om de raad het één en ander mee te geven over inclusief onderwijs. Voor het primair onderwijs houdt dit in een school die toegankelijk is voor alle leerlingen in een wijk ongeacht de verschillen en extra ondersteuning die nodig is. Gelijke kansen voor elk kind. Het aantal kinderen dat naar het speciaal onderwijs gaat is afgenomen in de afgelopen jaren. Mevrouw Van Leeuwen vult aan dat dit voor het voortgezet onderwijs ongeveer hetzelfde is. Ieder kind moet binnen de regio passend onderwijs kunnen volgen ondanks dat er veel verschillende niveaus en verschillende soorten onderwijs zijn. Er worden combinaties gemaakt, een samenwerking tussen speciaal onderwijs en regulier onderwijs, zodat kinderen de ondersteuning krijgen waar behoefte aan is. Sommige kinderen moeten nog steeds buiten de regio naar school omdat er geen mogelijkheden zijn binnen de eigen regio.
Parallelsessie I&O Visievorming IHP PO/SO en knelpunten onderwijshuisvesting, 8 april 2021
De samenwerkingsverbanden ondersteunen de scholen op verschillende niveaus (basisondersteuning, specifieke onderwijs behoeften, bovenschoolse oplossingen). Ouders, leerlingen en sociale teams worden nauw betrokken, daar waar nodig wordt jeugdhulp ingezet. De heer Bezemer vervolgt dat bij inclusief onderwijs gedrag geen vraag zou mogen zijn om in dezelfde wijk naar school te kunnen gaan. Ook het beheersen van de Nederlandse taal mag geen drempel zijn, of moeite met een bepaald vak, lichamelijke beperkingen. Kinderen mogen niet buiten de gemeenschap van de wijk vallen. Het gaat om het volwaardig deelnemen voor alle kinderen in de wijk. 2,8% leerlingen in het basisonderwijs heeft een speciale school nodig. Dit percentage ligt lager dan het landelijk gemiddelde. Het aantal leerlingen op het speciaal onderwijs neemt af. Mevrouw Van Leeuwen geeft aan dat het voortgezet speciaal onderwijs goed scoort ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Geprobeerd wordt om de leerlingen daar te krijgen waar zij echt horen. De heer Bezemer duidt de vier pijlers. Iedereen is welkom op school. Verschillen moeten geen beperking zijn voor de mate waarin ontwikkeld kan worden. Dit vraagt bepaalde vaardigheden van het onderwijzend personeel. Daarnaast moet er voldoende ondersteuning zijn. Mevrouw Van Leeuwen vult aan dat volledig inclusief onderwijs niet realistisch is.
Het onderwijs systeem is hiervoor niet toereikend en het is ook niet altijd wenselijk. Recent is de evaluatie passend onderwijs aan de orde geweest in de Tweede Kamer. Veel dingen gaan goed, maar er zijn ook nog zaken te ontwikkelen. De samenwerkingsverbanden en gemeenten hebben 25 punten van de minister meegekregen. Inclusief onderwijs is een doorontwikkeling van passend onderwijs. Het gaat om gelijke kansen, rekening houdend met het VN verdrag. Onder inclusief onderwijs vallen een heleboel thema’s die gezamenlijk opgepakt worden. De heer Schefferlie is benieuwd naar de eigen ervaringen met betrekking tot de evaluatie passend onderwijs. Mevrouw Van Leeuwen antwoordt dat hetgeen landelijk geldt ook geldt voor de regio. De samenwerking tussen het samenwerkingsverband en de scholen is goed. Er wordt een slag gemaakt op verschillende niveaus. Veel zaken worden toegewezen aan de komst van passend onderwijs, maar uit onderzoek blijkt dat hierbij veel meer factoren spelen. Over het algemeen loopt het goed doordat de lijnen steeds korter worden en men elkaar weet te vinden. De heer Bezemer toont de vijf deelgebieden die zijn uitgewerkt: preventie, jeugdhulp, schoolverzuim, leerlingenvervoer, huisvesting. Er is een relatie tussen jeugdhulp en het schoolverzuim of vroegtijdig schoolverlaten. Met preventie kunnen zaken beperkt worden.
Mevrouw Hamann vraagt of het de bedoeling is dat alle scholen inclusieve scholen worden. De heer Bezemer antwoordt dat enkele scholen al jaren inclusief onderwijs vormgeven, zij hebben een voorlopersrol op de andere scholen. Het aantal scholen dat wil aansluiten neemt toe, maar er zal nooit volledig inclusief onderwijs op alle scholen plaatsvinden. Mevrouw Hamann is van mening dat voorkomen moet worden dat alle kinderen uit een wijk naar één bepaalde school gaan omdat deze inclusief is. De heer Bezemer vervolgt dat het de bedoeling is dat er in elke wijk een inclusieve school te vinden is. Hij vervolgt met huisvesting. In 2014 is er het één en ander gebeurd op het gebied van verzameling van functies in een gebouw. Leerlingen van het speciaal onderwijs
Parallelsessie I&O Visievorming IHP PO/SO en knelpunten onderwijshuisvesting, 8 april 2021
worden steeds meer op reguliere scholen opgevangen. Dit maakt dat er een visie nodig is voor de inhoud van het IHP. Steeds meer kansen en taken kunnen binnen schoolgebouwen uitgevoerd worden. De grenzen tussen het type onderwijs vervagen. Mevrouw Van Leeuwen vult aan dat één van de 25 punten van de minister is meer samenwerking creëren tussen het speciaal onderwijs en het regulier onderwijs. Lesplaatsen voor leerlingen inrichten. Vraag is hoe deze ambities vormgegeven kunnen worden en kunnen worden gefaciliteerd door de gemeente in de toekomst. Mevrouw Van Oversteeg wijst op de scheiding tussen primair en voortgezet onderwijs. Zij begrijpt dat het primair onderwijs steeds inclusiever wordt. Zij vraagt in hoeverre kinderen op een zelfde wijze kunnen worden begeleid in het voortgezet onderwijs en welke rol huisvesting daarbij kan spelen. Jeugdhulp kan op school georganiseerd worden. Zij vraagt waar de regie ligt van de trajecten. Mevrouw Van Leeuwen antwoordt dat het samenwerkingsverband zorgt voor een warme overdracht. Leerlingen moeten ook in het voortgezet onderwijs veiligheid en begeleiding krijgen. Bepaalde vormen van begeleiding worden doorgetrokken naar het voortgezet onderwijs. Het is belangrijk dat ouders tijdig contact zoeken, bijvoorbeeld als een leerling nog in groep 7 of 8 zit.
De heer Bezemer vult aan dat jeugdhulp op school beschikkingsarm wordt ingezet rondom een kind. De hulp aan kinderen met een zelfde hulpvraag wordt gebundeld waardoor uren niet dubbel beschikt hoeven te worden. De gemeente, het onderwijs, de ouders en de jeugdhulp hebben allen een stukje regie. De heer Roeland merkt op dat elke basisschool moeite doet om inclusief onderwijs te realiseren. Hij vraagt of er een soort SBO en SO afdelingen in scholen komt als het gaat om huisvesting. De heer Bezemer antwoordt dat het niet de bedoeling is dat alle leerlingen die op speciale scholen zitten op de reguliere scholen opgevangen worden. Een deel van deze leerlingen kan wel opgevangen worden. Niet elke school krijgt een eigen SBO afdeling in het gebouw. Het moet in de groep op te vangen zijn. Als er toch speciale scholen nodig zijn dan het liefst in gebouwen waar ook een reguliere school gehuisvest is. Mevrouw Mager informeert hoe zij het IKC in dit verband moet plaatsen. De heer Bezemer antwoordt dat een IKC een bredere taak is in de wijk die prima onder deze paraplu past. Scholen kunnen gechargeerd gesteld meer aanpakken dan alleen rekenen en taal. Desgevraagd geeft hij aan dat het ook aansluit bij de rol die scholen spelen in een bepaalde wijk. De heer Hassouna begrijpt dat Gorinchem op een aantal punten een voorbeeld is voor andere gemeenten.
Hij informeert naar de wachttijd voor de toegang tot speciaal onderwijs. Hij vraagt voorts hoe het is gesteld met de fysieke belemmeringen in de huidige schoolgebouwen en of hierop geacteerd moet worden. Hij vraagt afsluitend in hoeverre het mogelijk is voor elke school om een zorgteam samen te stellen dat nauw aangesloten is bij jeugdzorg. De heer Bezemer antwoordt dat er geen wachtlijsten zijn voor de speciale scholen in Gorinchem. Een leerling kan na een week al starten. Voor de belemmeringen in schoolgebouwen kan hij niet aangeven of deze er zijn en hoe groot deze zijn. De zorgteams functioneren al, dit zijn de schoolondersteuningsteams op elke basisschool. Ouders zijn bij elk gesprek over hun kind een vaste partij.
Parallelsessie I&O Visievorming IHP PO/SO en knelpunten onderwijshuisvesting, 8 april 2021
Mevrouw Van Leeuwen geeft aan dat wachttijden ook op het voortgezet onderwijs niet aan de orde zijn. Heel soms speelt het als er een leerling komt van buiten de regio, maar vaak wordt er in goed onderling overleg uitgekomen. In het uiterste geval heeft het samenwerkingsverband de doorzettingsmacht. Problemen aangaande fysieke belemmeringen zijn haar niet bekend. Leerlingen die langdurig ziek zijn worden ook begeleid. Knelpunten binnen een school worden altijd snel opgelost. Ook het zorgteam is aanwezig in het voortgezet onderwijs. Wethouder Van Doesburg merkt op met betrekking tot fysieke belemmeringen dat niet alle scholen zomaar een inclusieve school zijn. Er wordt gewerkt aan de knelpunten analyse en daarin wordt dit meegenomen. De heer Bezemer vervolgt met de stand van zaken in de gemeente Gorinchem. Gorinchem kan op een aantal gebieden als voorbeeld genoemd worden (vaste schakel, ruim taalaanbod, logopedische screening). Gorinchem kan ook leren van andere gemeenten, de plaats van de school in de wijk, welke taken opgepakt worden, hoe een school wordt gezien, een toekomstgerichte huisvesting. Hij wijst op jeugdhulp dichter naar het onderwijs krijgen en daarom moet dit meegenomen worden in het IHP. Vaak wordt dit vormgegeven in ruimtes buiten de wijk. Hij roept op dit integraal te benaderen en mee te nemen in de visieontwikkeling. De voorzitter schetst het vervolgproces.
De input die vanavond is geleverd wordt betrokken. Er volgt een B&A sessie op 27 mei a.s. waarna een voorstel voor de visie volgt. Sluiting De voorzitter bedankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering.
Parallelsessie I&O Visievorming IHP PO/SO en knelpunten onderwijshuisvesting, 8 april 2021