210204 Memo Terugkoppeling Maatschappelijk Accommodatiebeleid.pdf
Tekst van het document
MEMO: Terugkoppeling richtinggevende uitspraken volgend uit raadsessie I&O Maatschappelijk Accommodatiebeleid d.d. 4 februari 2021 Betreft: Datum: Aan: Van:
Raadsessie I&O Kadernota Maatschappelijk Accommodatiebeleid Gorinchem 04-02-2021 18 februari 2021 Raadsleden gemeente Gorinchem Projectteam KMAG (opsteller Dennis van Hunen)
Doel terugkoppeling •
•
•
Het projectteam Maatschappelijk Accommodatiebeleid heeft de raad in de I&O van 4 februari uitgenodigd input te geven voor de kaders van het Maatschappelijk Accommodatiebeleid Gorinchem. Aan de hand van stellingen en casuïstiek is de raad gevraagd zich een beeld te vormen bij mogelijke kaders en daarmee een eerste richting mee te geven. Dit omdat de raad heeft aangegeven bij de totstandkoming van dit beleid vanaf het begin actief te willen participeren. Met de beantwoording en bespreking van de stellingen, alsmede de behandeling van de casussen heeft het projectteam richting gekregen om het beleid in concept uit te werken. Om zeker te zijn van de juiste interpretatie van de in de I&O gegeven richting, is dit memo opgesteld met daarin de belangrijkste conclusies uit de I&O sessie. In het vervolgtraject naar een vastgesteld maatschappelijk accommodatiebeleid wordt de raad nog meerdere malen in de gelegenheid gesteld om nadere inbreng te hebben op de richting en de kaders van het beleid, alvorens de kaders definitief worden gemaakt. Het is dus niet de bedoeling dat ‘slechts’ met hetgeen aan richting in de sessie van 4 februari is opgehaald het beleidskader definitief wordt vormgegeven.
Stellingen De meerderheid van de deelnemers aan de I&O is het eens met de volgende stellingen: • Gemeentelijk vastgoed wordt in de basis alleen ingezet om maatschappelijke doelen of activiteiten te realiseren (64% eens). • Een initiatiefnemer/vereniging van een maatschappelijke activiteit is zelf verantwoordelijk voor het vinden van een geschikte accommodatie (64% eens). • Om maatschappelijke activiteiten mogelijk te maken wordt een deel van de kostprijs dekkende huur van het vastgoed mee gesubsidieerd (82% eens). Op voornoemde stellingen is de mogelijkheid geboden om antwoorden verder toe te lichten of te nuanceren. Hier is geen gebruik van gemaakt. De meerderheid van de deelnemers aan de I&O is het oneens met de volgende stellingen: • Gemeentelijk vastgoed wordt afgestoten, indien minder dan 60% van dit vastgoed wordt benut voor maatschappelijke doelen of activiteiten (82% oneens). • Accommodatie voor culturele activiteiten is geconcentreerd in de binnenstad van Gorinchem (82% oneens).
•
De exploitatie en het dagelijks beheer van maatschappelijke accommodaties is altijd ondergebracht bij een externe partij (73% oneens). • Stichtingen/verenigingen die gemeentelijk vastgoed huren zijn vrij om naar eigen inzicht onder te verhuren (82% oneens). Op voornoemde stellingen is de mogelijkheid geboden om antwoorden verder toe te lichten of te nuanceren. Hier is geen gebruik van gemaakt. Bij de beantwoording van de volgende 4 stellingen hebben de deelnemers aan de I&O een verdere toelichting en nuancering gegeven. Het algemeen beeld dat hieruit ontstaat is dat nadere uitwerking en verdieping nodig is, waar in het vervolgtraject verder met de raad op kan worden ingegaan. •
Een modeltreinbouwvereniging moet een minimaal aantal jeugdleden hebben om in aanmerking te komen voor maatschappelijk vastgoed (36% eens). Uit de toelichting en discussie leidt het projectteam de volgende richting af: Deze stelling vraagt om beleid op sociaal cultureel werk. Daarnaast heeft de raad de behoefte om mee te denken over de definitie voor activiteiten die een maatschappelijk doel nastreven en daarmee voor maatschappelijk vastgoed in aanmerking komen. Daarbij wordt aangegeven dat de samenstelling of omvang van de doelgroep geen criterium mag zijn, maar dat moet worden gekeken naar het sociaal-maatschappelijk karakter van de activiteit. •
De gemeente biedt structureel ruimte aan voor het beoefenen van vuile kunst (pottenbakken, schilderen beeldhouwen) (45% eens). Uit de toelichting en discussie leidt het projectteam de volgende richting af: Het is van belang dat de gemeente Gorinchem een dergelijke ruimte kan aanbieden, maar dat dit al naar gelang de behoefte moet gebeuren. Structureel deze ruimte aanbieden, terwijl hier geen behoefte aan is moet worden voorkomen. •
Menging van commerciële en maatschappelijke activiteiten is toegestaan mits de maatschappelijke activiteiten minstens 60% zijn (45% eens). Uit de toelichting en discussie leidt het projectteam de volgende richting af: Menging van commerciële en maatschappelijke activiteiten is toegestaan, maar kan niet ‘slechts’ gekoppeld zijn aan een voorwaardelijk percentage. Het toestaan van menging vraagt om een maatwerk benadering. Hierbij is een belangrijke afweging in hoeverre de commerciële activiteit gerelateerd en ondersteunend is aan de maatschappelijke activiteit. •
Buurthuizen die zich binnen een straal van 500 meter van elkaar bevinden worden gecentreerd naar 1 locatie (45% eens). Uit de toelichting en discussie leidt het projectteam de volgende richting af: In de basis een voorstelbare richtlijn, maar deze kan niet altijd rigide worden uitgevoerd. Maatwerk moet mogelijk zijn wanneer het type activiteit, en/of de specifieke doelgroep een uitzondering vraagt. Ook moet gekeken worden naar het voldoende bereikbaar zijn van een buurthuisfunctie indien fysieke barrières vragen om meerdere locatie binnen korte afstand van elkaar.
Casussen Casus sport Commerciële verhuur door een sportvereniging van een eigen clubgebouw aan een sport gerelateerde ondernemer. Gebouw staat op grond van de gemeente en huur van de grond wordt door gemeente deels gesubsidieerd. Wel of niet wenselijk? Criteria? Handhaafbaarheid? Oneerlijke concurrentie? Gevolgen voor subsidie?
2
Uit de bespreking leidt het projectteam het volgende af: Het is een goede zaak om op breder gebruik van sportaccommodaties in te zetten. Overdag staan sportverenigingsgebouwen immers vaak leeg. Het is daarbij zeer wenselijk dat de activiteit waarvoor wordt doorverhuurd een relatie heeft met de activiteiten van de vereniging. Een kinderopvang met een sportsignatuur die overdag gebruik maakt van een sportaccommodatie voldoet bijvoorbeeld ook aan een dergelijke voorwaarde. Dat dit dan commercieel gebeurt met het oog op het sluitend krijgen van de eigen exploitatie en het voorkomen van oneerlijke concurrentie is begrijpelijk. De vraag is nog wel hoe het een en ander aansluit op de gemeentelijke subsidie voorwaarden. Casus cultuur Cultuurvereniging huurt maatschappelijk vastgoed en onderverhuurt aan derden. Cultuurvereniging betaalt de kostprijs dekkende huur en ontvangt huursubsidie ter dekking van huisvestingslasten. Commercieel onderverhuren toestaan? Hoe stuurt gemeente dan op maatschappelijke invulling van vastgoed. Kostprijs dekkende huur en aanvullend huursubsidie? Uit de bespreking leidt het projectteam het volgende af: Er lijkt hier sprake van een onwenselijke situatie, omdat de relatie met de maatschappelijke activiteit ontbreekt en het onderverhuren alleen lijkt plaats te vinden voor inkomsten en mogelijk zelfs winst.
Echter, een maatschappelijke instelling moet de mogelijkheid hebben om commercieel te verhuren, maar dan wel ter ondersteuning van en in balans met het maatschappelijke doel. Oneerlijke concurrentie mag niet ontstaan. Daarbij moet de relatie met de subsidieverstrekking duidelijk blijven. Binnen deze spelregels moet voor een specifieke situatie maatwerk mogelijk blijven. Dit maatwerk is de uitvoerende taak van het college. De raad is verantwoordelijk voor het vaststellen van de kaders.
Verdere aanvullingen Gevraagd wordt nadrukkelijk ook te kijken naar accommodatiebeleid van andere gemeenten. Tevens wordt gevraagd om een concept beleid voor te leggen waarop kan worden gereageerd. Omdat het maatschappelijk accommodatiebeleid een instrument is, is het goed om voorafgaand aan de discussie over maatschappelijk vastgoed, de discussie te voeren over wat de raad maatschappelijk en sociaal cultureel werk vindt. De insteek daarbij moet zijn om eerst te kijken wat de gemeente wil en daarna pas te kijken hoe bekostiging van deze wensen kan worden vormgegeven. Het beleid sociaal cultureel werk wordt in 2021 geactualiseerd passend bij het Integraal Sociaal Beleid. De raad is hierover geïnformeerd in de laatste notitie 2016 Transformatie van Sociaal Cultureel Werk naar ‘Meedoen’ en het ‘Evaluatierapport Brede scholen (oktober 2019)’ over de ontmoetingsfunctie in de stad. Vanuit de gedachte ‘Iedereen doet mee’ wordt ‘Het buurthuis van de toekomst’ ontwikkeld. Dit samen met bewoners (en huidige partners) van de verschillende wijken. De voorbereidingen voor dit proces zijn in gang gezet en in de loop van dit jaar wordt de raad daar verder over geïnformeerd. De discussie over wat maatschappelijk en sociaal cultureel werk zou moeten omvangen kan de raad in dit traject voeren.
Het maatschappelijk accommodatiebeleid dient rekening te houden met ruimtevragen die hiermee kunnen samenhangen. In een volgende I&O-sessie maatschappelijk accommodatiebeleid worden de kaders van het beleid in concept aan de raadsleden voorgelegd. Daarin zijn dan bevindingen uit beleid van andere gemeenten verwerkt. Ook wordt dan de huidige bezetting en inzet van maatschappelijk vastgoed in Gorinchem inzichtelijk gemaakt. Naast de raadsleden worden voor deze sessie de overige stakeholders van het maatschappelijk accommodatiebeleid uitgenodigd om te reageren en input te geven. Bij overige stakeholders moet worden gedacht aan de maatschappelijke instellingen die accommodaties gebruiken, dan wel op termijn nodig hebben, maar ook aanbieders van maatschappelijk vastgoed in Gorinchem.
3