CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

20260205 verslag parallelsessie IO Preventie Gezag

Raadsvergadering 26 februari 2026, gemeente GorinchemBij agendapunt: HAMERSTUK Vaststellen notulen voorgaande raadsvergadering en parallelsessies3.317 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Parallelsessie Informatie en Ontmoeting 5 februari 2026 Preventie & Gezag Externe locatie: Politiebureau Gorinchem Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Griffie: Notulist: Raadsleden/ fractieassistenten: Stadsbelang: Democraten Gorinchem: PvdA: VVD: ChristenUnie/SGP: Gorcum Actief: D66: CDA: SP: Portefeuillehouder: Ambtelijke ondersteuning: Insprekers: Gasten:

mevrouw P. de Groot mevrouw E. van Bekhoven mevrouw J.M. Kiep-de Jongh mevrouw G. Metz de heer M. Venhovens de heer A. Koçak de heer F. de Munnik mevrouw T. van ’t Westende de heer H. Heikens de heer B. Bahlmann de heer H. Sangers de heer T. van der Meijden mevrouw S. de Lange --mevrouw R. Melissant-Briene mevrouw M. Berends mevrouw N. Bouman, operationeel specialist C (DRIO) mevrouw L. de Bruijn, wijkagent jeugd de heer C. Brand, operationeel specialist C/plv teamchef mevrouw M. van Woerkom, teamchef basisteam Lek en Merwede de heer J. Denijn, projectleider Preventie met Gezag mevrouw M. Paardekam, regisseur Zorg en Veiligheid de heer L. Philipse, beleidsadviseur Ondermijning de heer G. Akgoz, specialistisch jongerenwerker

Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Preventie & Gezag De gemeente Gorinchem heeft samen met partners een aanvraag ingediend bij het Ministerie dat is goedgekeurd. In de aanvraag staat wat de gemeente de komende jaren gaat doen samen met haar partners om te voorkomen dat jongeren in aanraking komen met de georganiseerde (drugs) criminaliteit en daar verder in afglijden. In deze sessie wordt de raad meegenomen in de aanpak. Tijdens de sessie wordt stilgestaan bij de cijfers, praktijkervaringen vanuit de politie en uitleg gegeven over het uitvoeringsprogramma 2026 en de werkwijze van OOV (vroegsignalering en persoonsgerichte aanpak). Portefeuillehouder Melissant verwijst naar een eerdere I&O waar heel veel vragen werden gesteld waarna besloten is om nogmaals een I&O te organiseren. Zij bedankt de Politie voor het feit dat de sessie van vanavond op het Politiebureau mag plaatsvinden. Professionals die betrokken zijn bij de aanpak zijn aanwezig. Preventie met gezag is niet gebruikelijk voor

Parallelsessie I&O Preventie & Gezag, 5 februari 2026

een gemeente met minder dan 80.000 inwoners. De gemeente heeft met haar partners gesprekken gevoerd over de aanpak van jeugdcriminaliteit en dit aan de hand van de cijfers besproken met het Ministerie. Er is gesproken met jongerenwerkers en wijkagenten om ook de praktijk te laten zien. The sense of urgency werd ingezien en uiteindelijk zijn er middelen toegekend. De wens is dat het goed gaat met de jeugd in Gorinchem en dat zij niet in de criminaliteit terechtkomen. Om tot een mooie aanpak te komen wordt samengewerkt met heel veel partners in de stad. Er is gekozen voor een lerende aanpak om een Gorinchemse aanpak te ontwikkelen; wat elders werkt, hoeft niet perse in Gorinchem te werken. De jeugd heeft de toekomst en daarom roept zij op de aanpak tot een succes te maken. Presentatie politie: de Gorcumse context in cijfers Nicole Bouman verzorgt een toelichting namens de Dienst Regionale Informatie Organisatie (DRIO). In de eerdere I&O kwam aan orde hoe Gorinchem ervoor staat qua jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit. Vandaag, anderhalf jaar verder, wordt een inkijkje gegeven hoe het er nu voorstaat. De volgende vragen worden gesteld: • Worden jongeren steeds jonger crimineel? • Wordt de rol van meiden binnen criminaliteit groter? Jeugdigen worden niet jonger crimineel. Er is wel sprake van zwaardere delicten als instapdelict.

Meiden hebben geen groter aandeel binnen de criminaliteit, eerder een beperkte rol. Voor het toekomstperspectief maakt het uit hoe wordt gepraat over de jeugd. Niet alle jongeren zorgen voor overlast of zijn crimineel. De definitie maakt hoe je naar jongeren kijkt. Is het aannemelijk dat 2% van de jongeren wordt verdacht van een delict? Jeugdcriminaliteit is niet alleen een politieprobleem. Iedereen heeft een rol, het moet samen gedaan worden (gezin, individu, school en buurt, digitale omgeving). In Nederland is de leeftijdscurve gelijk gebleven. De piek ligt op 15,7 jaar. Jongeren zijn ouder als zij crimineel worden. Instapdelicten kunnen wel zwaarder zijn. Jongeren komen ook vaak naar voren als betrokkene bij een delict of als slachtoffer. Als deze jongeren hier al opgemerkt worden kan afglijden naar criminaliteit voorkomen worden. Werken de jeugdinterventies? Hiervoor moet met elkaar afgesproken worden wat als effectief wordt aangemerkt. Effectief kan van alles zijn. Percentage criminele jongeren in Gorinchem wijkt niet af van elders. De heer Venhovens informeert of jongeren met een fatbike die bekeurd worden omdat ze ergens fietsen waar dit niet mag ook als crimineel worden aangemerkt. (Dit is niet het geval). Positiever uitlaten over de jeugd geeft een beter toekomstperspectief. Politiecijfers geven soms een vertekend beeld. Het hangt af van prioritering.

Het is verleidelijk om een lijstje met cijfers te vragen, maar niet elk delict heeft evenveel impact. Winkeldiefstallen komen wellicht veel voor maar hebben weinig impact. In 2024 kwam straatroof relatief weinig voor, maar dit is wel een delict met veel impact. Niet alleen denken in aantallen maar ook context geven aan de aantallen. Gorinchem scoort het best van de PmG gemeenten. Er is sprake van relatief veel openlijke geweldpleging tegen personen in Gorinchem. Corona zorgt ook voor een vertekend beeld van de cijfers. Bij bedreiging staat 8 gevallen, maar hierbij gaat het vijfmaal om dezelfde persoon. Voor cybercrime is de aangiftebereidheid laag, waardoor het vermoeden is dat er veel meer casussen zijn. Bij doodslag en moord gaat het om 1 zaak met 2 verdachten.

Parallelsessie I&O Preventie & Gezag, 5 februari 2026

Mevrouw de Bruijn vult aan dat de meldingsbereidheid is toegenomen. Als dingen niet gemeld worden kan de politie niets. De collega’s op straat zijn de ogen en oren. Mevrouw De Lange merkt op dat meldingen vaak om dezelfde personen gaan. Mevrouw Bouman antwoordt dat de PmG aanpak hierin voorziet. Meer dan 50% van de jongeren komt één keer voor in de systemen voor een eerste delict. Een klein aantal daarvan wordt veelpleger of pleegt meerdere delicten over de jaren heen. De heer Heikens verwijst naar het positiever denken over jongeren en informeert waarin de verbetering zit dat het beter gaat met jongeren of dat er sprake is van minder criminaliteit. Mevrouw Bouwman antwoordt dat het percentage niet is veranderd in de afgelopen jaren. Het beeld is dat het slechter gaat, maar dat is niet zo. Uit literatuur blijkt dat positief communiceren over de doelgroep onderdeel is van gedragsverandering. De heer Venhovens merkt op dat geweld onder meiden toeneemt en vraagt of dit ook in deze Regio gezien wordt. Mevrouw Bouman antwoordt dat dit niet het geval is. Een onderzoek van 2023 toont aan dat in de buurt van Rotterdam meiden een grotere rol speelden, maar dat kwam ook omdat het basisteam hier meer op was gaan letten. Evenveel incidenten met veel meer verdachten zorgt voor een vertekend beeld.

De heer Koçak informeert of er ook cijfers bekend zijn over nieuwkomers (Nederlanders met andere afkomst). (Dit is niet het geval). De heer Van der Meijden merkt op dat preventie slecht meetbaar is en vraagt welke aanknopingspunten zijn er vanuit de wetenschap. Mevrouw Bouman antwoordt dat voorafgaand aan een interventie een checklist met ijkpunten wordt doorgelopen. Een aantal interventies is bewezen effectief. De heer Venhovens vraagt of de presentatie gedeeld kan worden. Mevrouw Bouman antwoordt dat de publieksversie van fenomeenbeeld en de cijfers van Gorinchem zullen worden gedeeld via de griffie. Q&A wijkagent jeugd; van cijfers naar praktijk De heer Brand geeft aan dat hij betrokken is geweest bij de lobby voor Gorinchem voor gelden vanuit het Ministerie. Dit heeft geen extra fte’s opgeleverd, maar wel een wijkagent die zich richt op jeugd omdat Gorinchem hoog scoort op de risicomatrix. De leerlingdichtheid in Gorinchem is groot. Veel jongeren van buiten Gorinchem gaan naar de middelbare scholen. Plegers zijn niet altijd woonachting is Gorinchem. Linda de Bruijn is vorig jaar gestart als wijkagent jeugd. Jonge aanwas is een ongrijpbaar fenomeen, maar het kan niet uitgesloten worden dat zware criminelen jongeren in Gorinchem benaderen. De vraag daarbij is wat voorkomen wordt als er een goede verbinding met de politie is. Mevrouw De Bruijn stelt zichzelf voor.

Zij is sinds 2008 werkzaam bij de Politie Lek en Merwede en sinds vorig jaar actief als wijkagent jeugd. Zij kiest voor verbinding, in contact komen met de jeugd. Als voorbeeld wordt een casus genoemd over een jongere die al enkele keren was gecontroleerd op straat. De jongere had een grote mond. Zij was benieuwd naar het verhaal daarachter en vraagt hoe de aanwezigen het gesprek zouden aangaan. De heer Heikens merkt op dat het uitmaakt of de jongere in uniform wordt benaderd.

Parallelsessie I&O Preventie & Gezag, 5 februari 2026

Mevrouw Metz zou proberen het gesprek aan te gaan, niet aanvallen, wat zit er achter de grote mond? Hopen dat er wordt geluisterd, hoewel dat misschien lastig is in groepsverband. De heer Munnik beaamt dat een uniform als een trigger kan werken. Mevrouw De Bruijn vervolgt dat ligt aan hoe je uitstapt. Is het een eerste melding of kwam er vaker een melding? Indien nodig spreekt zij een jongere thuis aan. Ter illustratie vertelt zij over een jongen die een goede band had met vader. Hij was goed in sport, zijn vader ging altijd met hem mee. Maar vader werd verliefd, vertrok bij het gezin, ging met zijn nieuwe partner naar het buitenland, had geen oog meer voor zijn zoon. Zijn moeder werd daardoor heel verdrietig en kwam haar bed niet meer uit. De jongen had hulp nodig om weer in contact te komen met zijn vader. Het is mooi als jongeren elkaar gaan aanspreken. Zij heeft een hekel aan capuchons, jongeren die zij aanspreekt doen inmiddels zelf hun capuchon al af. Hoe kijkt de jeugd naar de politie? Er zit soms een schrijnend verhaal achter gedrag. Jongeren willen liefde, aandacht, gezien worden. Negatieve aandacht is ook aandacht. Desgevraagd geeft zij aan dat jongeren ook naar haar toe komen. Beschadigde jongeren worden soms van het kastje naar de muur gestuurd. Het is belangrijk om vertrouwen op te bouwen. Doen wat je zegt is daarbij belangrijk.

Geen dingen beloven die je niet na kunt komen. De heer Koçak ziet dat mevrouw De Bruijn met hart en ziel haar werk doet. Vertrouwen is de basis. Een open houding, contact maken, op huisbezoek gaan, contact maken met ouders. Daarna volgen confrontatiegesprekken op een goede manier. Hij vraagt of de rest van het team over dezelfde kwaliteiten beschikt. Mevrouw De Bruijn reageert dat iedereen een kwaliteit heeft. Zij is van de verbinding, maar soms is er een strakke hand nodig. Zij doet het werk niet alleen, maar samen met de wijkagenten en de teamleden van MUT. Contacten leggen op school, wat speelt zich af achter de voordeur. De heer Koçak merkt op dat de raad heeft besloten dat Boukie langer openblijft en vraagt of daar effecten van gezien worden. Mevrouw De Bruijn gaat elke twee weken langs bij Boukie om te spreken over jongeren waar zorgen over zijn en terugkoppeling te geven. De wijkagent gaat daar ook regelmatig langs. Zij wijst op de opdrachten in de stad van G-town waarbij het niet goed is gegaan en een leerling werd bedreigd. In samenspraak met G-town en Boukie is besloten om hem niet te schorsen. In plaats daarvan zijn er gesprekken gevoerd met leerlingen en voorstellen gedaan over de gemaakte foto’s. Dit is vervolgens gepresenteerd in bijzijn van de ouders om van te leren. De heer Koçak is trots op het team en roept op om zo door te gaan.

Vertrouwen, deescalatie en verbinding zijn evident. De heer Venhovens merkt op dat scholen niet altijd open en transparant zijn over dingen die daar gebeuren en informeert naar de ervaringen van mevrouw De Bruijn. Mevrouw De Bruijn antwoordt dat wanneer de politie op school komt altijd gedacht wordt er is wat aan de hand. Inmiddels is zij bekend op de scholen. Casussen worden wekelijks voorgelegd, variërend van jongeren die verwaarloosd worden tot meidenruzies op social media. Mevrouw De Lange informeert of het om verschillende soorten criminaliteit gaat.

Parallelsessie I&O Preventie & Gezag, 5 februari 2026

Mevrouw De Bruijn reageert dat social media een grote rol speelt, daar worden dingen groter gemaakt en gedeeld. De delicten zijn wel anders geworden. Ook in Gorinchem gebeurt van alles. Burgers moeten dingen die zij waarnemen melden. Zonder melding wordt al snel gedacht het gaat goed. De heer Heikens is lid van een wijkappgroep waar met het plaatsen van berichten dingen vaak al opgelost worden. Mevrouw De Bruijn weet dat de wijkagent bij sommige appgroepen wordt betrokken. Niet voor alles hoeft de politie gebeld te worden. Als er geen melding wordt gedaan, wordt het niet teruggezien in de cijfers. De Haarwijk, de Gildenwijk en de Lingewijk worden aangemerkt als risicogebieden en daarom ligt de focus daar. De heer Koçak vraagt of er een nieuwe collega wenselijk zou zijn. Mevrouw De Bruijn herhaalt dat zij het werk niet alleen doet. Binnen het team zijn twee collega’s met jeugd als taakaccent. Als iemand vaak naar voren komt in een melding, vraagt zij een collega om daar eens thuis langs te gaan of er wordt contact gelegd met het Sociaal Team. De heer Brand vult aan dat er wordt gewerkt met wijkagenten en een basisteam. Het kat en muisspel met de politie hoort er ook een beetje bij. Trends worden opgepakt. Wijkagenten zijn in staat om verbinding met de jeugd te maken en in sommige gevallen is het beter als het niet Linda is die de bekeuring uitschrijft.

Mevrouw Van Woerkom vult aan dat is begonnen met een strategisch bondgenootschap met schooldirecteuren en de wethouder en dat heeft zijn vruchten afgeworpen. Het doen van een melding is laagdrempeliger geworden. De heer Van der Meijden informeert of er zaken zijn waar de gemeente behulpzaam bij kan zijn. Mevrouw De Bruijn zou graag al beginnen op de basisschool daar waar nu gericht wordt op jongeren vanaf 12 haar en ook de ouders betrekken. Presentatie Team veiligheid: de Gorcumse aanpak Mevrouw Berends blikt terug op 2025. In januari was de kick-off met partners. De focus ligt op de basis op orde. Er wordt maandelijks overlegd met het onderwijs, partners binnen het Sociaal Domein en het Team Veiligheid. Op 16 maart volgt een netwerkbijeenkomst met de vo-scholen om te komen tot gezamenlijke visie schoolveiligheid waarbij later ook het primair onderwijs wordt betrokken. Het uitvoeringsprogramma is met lokale partners opgezet. Zij gaat nader in op de definities (sheet 7). De heer Bahlmann informeert of een jongere na een behoorlijk delict eerder tot de harde kern wordt gerekend. Mevrouw Berends antwoordt dat er maatwerk wordt toegepast. De heer Venhovens veronderstelt dat het niet om lichte vergrijpen gaat. Vanuit de politie wordt gereageerd dat het om misdrijven gaat. Mevrouw Berends benoemt de doelen (sheet 8) en gaat vervolgens in op de werkwijze (sheet 9).

De focus op preventie. Een lerende aanpak. Vroegsignalering.

Parallelsessie I&O Preventie & Gezag, 5 februari 2026

Mevrouw De Lange merkt op dat de gelden zijn toegekend tot 2027 en vraagt hoe groot de kans is dat het programma daarna verder kan. Portefeuillehouder Melissant reageert dat in het conceptregeerakkoord is opgenomen om de aanpak voort te zetten. Er zijn al lobbyplannen voor de voortzetting. Een nadeel daarbij is dat Gorinchem anders dan andere gemeenten inmiddels € 1,5 mln. heeft ontvangen. Deze middelen mogen niet ingezet worden voor extra capaciteit bij de Politie. Voortzetting wordt gewenst en voorts meer manoeuvreerruimte tussen de partners. De heer Venhovens vraagt of de gemeente extra budget mag geven aan de politie. De heer Brands antwoordt dat dit formeel gezien niet mogelijk is. Dit jaar is een moeilijk jaar voor de politie omdat er bezuinigd moet worden, maar vanaf 2027 volgen extra gelden. De gemeente is nodig voor de wijkagenten. Portefeuillehouder Melissant wijst op nadenken over het uitbreiden van de boa-formatie en het overnemen van taken om zodoende capaciteit bij de politie vrij te spelen, maar de koninklijke route is extra geld en meer manoeuvreerruimte. De heer Koçak schetst het voorbeeld van een tiener die wordt opgepakt voor openlijke geweldpleging waarbij tijdens het proces blijkt dat deze jongere een beperking heeft. De politie heeft geen geld voor dergelijk onderzoek en in dat geval is het mogelijk om de samenwerking anders te formuleren.

Hij vraagt of de gemeente dit budget kan dekken. De heer Brands beaamt dat in een strafrechtelijk traject een persoonlijkheidsonderzoek belangrijk kan zijn. Het Openbaar Ministerie kan om zo’n onderzoek vragen als onderdeel van het strafrechtelijke dossier. De kosten komen niet voor rekening van de politie. Lichtere vormen kunnen samen met de partners opgepakt worden en daarom wordt gekeken welke partner maakt de grootste kans op een succesvolle aanpak. Mevrouw Berends vervolgt de presentatie met het Mobiel Uitvoeringsteam (MUT, sheet 10). Het team komt wekelijks bijeen en is ook zichtbaar in de wijk. De persoonsgerichte aanpak wordt verzorgd door de Lokale Zorg- en Veiligheidskamer (sheet 11). Deze casussen passen niet binnen het reguliere zorgoverleg. De Veiligheidskamer richt zich op meer dan alleen het thema jeugd (zie voor de werkwijze sheet 12). Wekelijks worden casussen gewogen door een kernteam en een flexibele schil (sheet 13), links de partners van de jeugdtafel, rechts de partners van de groepsaanpak. Op dit moment zijn er 20 lopende casussen. Twee groepen jongeren zijn in beeld. De groepsaanpak wordt opgestart. Bij veel casussen is de hulpverlening in het verleden gestagneerd. Leercasus De aanwezigen vormen vier groepen en gaan aan de slag met een leercasus onder leiding van één van de professionals.

Mevrouw Berends informeert naar de bevindingen van de verschillende groepen. De heer Philipse geeft aan dat zijn groepje zich bewust is geworden van het aantal partijen en vond geen passende aanpak. Mevrouw Paardekam heeft de moeder en haar begeleider uitgenodigd voor een gesprek. Voorts heeft zij geadviseerd om de jongerencoach in te zetten om individueel met de jongere aan de slag te gaan en doelen te formuleren. De heer Akgoz Jongerencoach meldt dat zijn groepje meteen overging naar praktische zaken. Nadat meer context werd gegeven, werd de gemoedstoestand van de jongen duidelijk. Hij werd als jongen van 6 achtergelaten door zijn vader. In een eerste gesprek

Parallelsessie I&O Preventie & Gezag, 5 februari 2026

kon de jongen alleen maar huilen en hij gaf sociaal wenselijke antwoorden. Er werd doorgevraagd om het echte verhaal te horen. Zijn vader was zijn alles. Hij wil het contact herstellen. Vader ging nog wel op vakantie met zijn broertje en zusje. Na overleg en lang nadenken heeft hij ondanks dat de jongen overtuigd was dat zijn vader daar niet voor open zou staan een berichtje aan hem gestuurd en verzocht om in gesprek te gaan over zijn zoon. Vader belde hem en binnenkort wordt het eerste contact gelegd tussen vader en zoon. Dit alles heeft ertoe geleid dat deze jongen weer hoop heeft en openstaat voor verdere hulpverlening en dagbesteding. Het herstellen van het contact gaat ervoor zorgen dat het hele traject in een versnelling komt. Hij is blij met de ontwikkeling die deze jongen heeft doorgemaakt. Kwetsbare jongeren die snel geld willen verdienen zijn een makkelijke prooi. In deze casus zijn criminele activiteiten uitgebleven. Desgevraagd geeft hij aan dat deze uitkomst hem blij maakt. Hij komt bij gezinnen over de vloer en haalt de kwetsbaarheden naar boven. Het is mooi als een gezin weer verder kan met nieuwe energie. Mevrouw Berends geeft aan dat een casus als alles meezit 6 maanden duurt, maar het kan ook zomaar 1,5 tot 2 jaar zijn. Een casus is complex en vergt langdurige hulpverlening.

Zij roept de raad op aandacht te hebben voor het thema jeugd en veiligheid en dit te betrekken bij het nieuwe Integrale Veiligheidsplan. De voorzitter geeft gezien de tijd aan dat resterende vragen na de sluiting gesteld kunnen worden. Vragen die onbeantwoord blijven kunnen schriftelijk ingediend worden bij de griffie. Mevrouw Metz reageert dat zij het een waardevolle avond vond. Mevrouw Van Woerkom bedankt de aanwezigen voor hun bijdrage aan deze inspireerde sessie. Sluiting De voorzitter reageert dat zij daar niets aan kan toevoegen en sluit de vergadering. Toezeggingen: Er zijn geen toezeggingen gedaan.

Parallelsessie I&O Preventie & Gezag, 5 februari 2026

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=e2b6d1c2-208a-404b-a52b-8b6be6e660ea