20251113 Verslag parallelsessie I&O en B&A Beleidshuis
Tekst van het document
Parallelsessie Informatie en Ontmoeting & Beraad en Advies 13 november 2025 Beleidshuis Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Griffie: Notulist: Raadsleden/ fractieassistenten: Stadsbelang: Democraten Gorinchem: PvdA: VVD: ChristenUnie/SGP: Gorcum Actief: D66: CDA: SP: Portefeuillehouder: Ambtelijke ondersteuning: Gasten:
de heer K. van Willigen mevrouw E. van Bekhoven mevrouw J.M. Kiep-de Jongh de heer M. Venhovens --mevrouw P. de Groot de heer N. van Santen (namens de werkgroep) mevrouw T. van ‘t Westende de heer H. Heikens de heer B. Bahlmann de heer T. van der Meijden (namens de werkgroep) de heer I. Tekir de heer J. van der Geest --de heer M. de Boer mevrouw I. Bruseker, de heer J. Dieleman,
Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Hij meldt dat zijn fractie niet vertegenwoordigd is omdat hij het voorzitterschap heeft overgenomen van de heer Tekir. Beleidshuis Vandaag spreken wij met elkaar over het beleidshuis. Begin dit jaar hebben wij hier in een uitgebreide I&O aandacht aan besteed. In de afgelopen tijd heeft een raadswerkgroep samen met het college hier een vervolg op gegeven. En het resultaat daarvan ligt vanavond voor. U zult hier eerst over worden geïnformeerd. Daarna is er gelegenheid hier vragen over te stellen en uw mening te geven. De voorzitter geeft aan dat een raadswerkgroep zich heeft bezig gehouden met de invoering van het Beleidshuis. Hij heeft hier samen met de heren Van der Meijden en Van Santen deel van uitgemaakt. Wethouder De Boer vult aan dat de invoering van het Beleidshuis iets gaat betekenen in het samenspel tussen de raad en het college. Er hebben gesprekken plaatsgevonden met raadsleden, de griffie en met hem als vertegenwoordiger van het college. Het Beleidshuis moet iets van allemaal worden en daarom wordt vanavond deze bijeenkomst gehouden en wordt gelegenheid geboden om vragen te stellen. De heer Dieleman verzorgt een presentatie. Hij schetst het voortraject (sheet 3); na twee I&O sessies is een raadswerkgroep aan de slag gegaan. Vanavond volgt een gecombineerde I&O/B&A sessie.
De Omgevingsvisie en de Integrale Samenlevingsvisie (ISV) vormen de basis van het Beleidshuis met daaronder de verschillende gebiedsgerichte en thematische programma’s (sheet 4). De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden en dit
Parallelsessie I&O en B&A Beleidshuis, 13 november 2025
heeft gezorgd voor een nieuwe verdeling in het Fysieke Domein. In plaats van bestemmingsplannen wordt nu gewerkt met een omgevingsplan. Van structuurvisie wordt overgegaan naar omgevingsvisie. In het Fysieke Domein is sprake van een strakkere verdeling van bevoegdheden en regels rondom instrumenten. Dit wordt nu doorgetrokken naar de hele gemeente omdat dit bijdraagt aan meer integraliteit en uniformiteit. Getoetst wordt of wordt voldaan aan de ISV en de Omgevingsvisie en voor soortgelijke producten wordt dezelfde naam gebruikt. Het afgelopen half jaar is met de raadswerkgroep gesproken over de verdeling van de bevoegdheden en de afspraken tussen raad en college in het samenspel voor het stellen van de kaders en de controle door de raad (sheet 5 en 6). Als voorbeeld van een programma dat niet concreet genoeg is noemt hij het warmteprogramma waarvoor inmiddels een aanvullend beleidskader is voorgelegd aan de raad. Als één en ander vervolgens leidt tot nadere regels dan landen deze in het omgevingsplan en verordeningen. De raad gaat over de financiële consequenties die vragen om een begrotingswijziging (sheet 7). Het college geeft aan het begin van de bestuursperiode aan welke programma’s worden voorzien waarbij planning en proces worden geduid (zijn er voldoende kaders of is een aanvullend kader nodig).
Mevrouw Van ’t Westende informeert wanneer dit jaarlijkse overzicht verstrekt wordt. De heer Dieleman antwoordt dat dit in januari gebeurt. De heer Tekir vraagt of het niet logischer is om dit in het laatste kwartaal te doen. De heer Dieleman reageert dat bij de begroting wordt aangekondigd wat in het komende jaar ontwikkeld wordt dus wellicht dat november of december ook mogelijk is. (De suggestie wordt genoteerd). De startnotitie is een nieuw instrument zodat de raad aan het begin van het proces in positie wordt gebracht. De startnotitie kan op drie manieren behandeld worden. Optie 1: ter informatie naar de raad (bij technische programma die niet politiekgevoelig zijn). Optie 2: ter vaststelling naar de raad (bij meer beleidsrijke programma’s). De raad kan accenten aangeven. In het participatiebeleid is afgesproken dat bij beleidsrijke ontwikkelingen een startnotitie participatie naar de raad gaat met een doorkijkje naar het traject. De heer Heikens informeert op welk moment in het traject de opties afgestemd worden en wat er gebeurt als college en raad hier niet uitkomen. De heer Dielemans reageert dat in het jaarlijkse overzicht aangegeven wordt op welke manier de startnotities richting de raad komen en op dat moment kan de raad aangeven over welke zaken anders gedacht wordt.
Verder is er altijd de mogelijkheid om een raadsinformatiebrief te agenderen en een startnotitie te bespreken. De heer Tekir merkt op dat de raad dan altijd afhankelijk is van de bereidheid van de agendacommissie en dat kan voor onzekerheid zorgen. De heer Van der Meijden reageert dat aangezien het in het eerste jaar om een experiment gaat het voornemen is om een positieve grondhouding te hanteren bij agenderingsverzoeken van de raad juist om te oefenen met de verhoudingen. Mevrouw De Groot vraagt of één partij kan verzoeken om vaststelling in de raad. De heer Van der Meijden antwoordt dat iedere fractie zoals gebruikelijk een verzoek kan doen aan de agendacommissie. Dat hoeft niet per definitie een meerderheidsverzoek te zijn. De heer Venhovens wijst op het aanstaande nieuwe politieke klimaat wat voor een verandering zou kunnen zorgen.
Parallelsessie I&O en B&A Beleidshuis, 13 november 2025
De heer Van der Meijden vervolgt dat de leden van de agendacommissie geen partijpolitiek bedrijven. Als het niet lukt om via de agendacommissie iets te agenderen dan kan de raad altijd beschikken over de reguliere instrumenten, bijvoorbeeld een motie vreemd. Wethouder De Boer vult aan dat de werkwijze van het Beleidshuis is opgesteld in een apolitiek proces. Met wat nu is voorbereid gaat vooral de nieuwe raad een jaar lang oefenen en daarna volgt een evaluatie. Geprobeerd is om de mogelijke situaties zo goed mogelijk te doordenken en daarom wordt voor een proefperiode gekozen. In het geval raad en college er gezamenlijk niet uitkomen kan een startnotitie altijd geagendeerd worden en kan de raad een opdracht meegeven aan het college. De raad kan altijd een signaal afgeven als er een andere procedure gewenst wordt. De heer Dieleman benadrukt dat het niet zo is dat één fractie besluitvorming kan afdwingen. In Gorinchem is het niet gebruikelijk dat raadsinformatiebrieven ter bespreking worden geagendeerd, daar waar dit in andere gemeenten wel het geval is. Hij vervolgt met optie 3: ter vaststelling naar de raad met aanvullend beleidskader. De verwachting is dat deze optie het meest zal voorkomen bij beleidsrijke programma’s. Dit is een versterking van de positie van de raad. In het Sociaal Domein worden programma’s nu onder het ISV uitgewerkt.
De raad heeft daarbij straks wel de mogelijkheid om zaken mee te geven omdat alles meer uniform aangepakt wordt. Als de startnotie is vastgesteld wordt de conceptuitwerking van het programma gedeeld met de raad (met een raadsinformatiebrief of via een I&O) en daarna is de raad in de gelegenheid om wensen en bedenkingen mee te geven voordat het programma definitief wordt vastgesteld. Na de vaststelling ontvangt de raad het definitieve programma en wordt teruggekoppeld op welke wijze de wensen en bedenkingen wel of niet zijn verwerkt. Financiële consequenties worden altijd aan de raad voorgelegd. Er wordt een raadsvoorstel voorgelegd met twee beslispunten: 1. geen wensen en bedenkingen bij het programma; 2. de financiën beschikbaar te stellen en te verwerken in een begrotingswijziging. Als er wel wensen en bedenkingen zijn wordt beslispunt 1. geamendeerd. De heer Venhovens vraagt of de raad ook mogelijkheden heeft om zelf een programma te ontwikkelen en met een startnotitie kan komen. De heer Dieleman antwoordt dat de raad een initiatiefvoorstel kan indienen en zelf een startnotitie kan schrijven die vervolgens vastgesteld wordt. De raad kan ook een motie indienen van wij vinden het belangrijk dat dit programma wordt opgesteld en het college verzoeken om daarmee aan de slag te gaan. Daarna wordt het reguliere proces doorlopen.
Wethouder De Boer vult aan dat met de lijst aan het begin van de bestuursperiode wordt beoogd de raad beter in stelling te brengen dat een programma aanstaande is waardoor de raad zich in een eerder stadium kan voorbereiden (wie moet er betrokken worden) en er is een mogelijkheid om initiatiefvoorstellen mee te laten lopen in dit proces. De heer Tekir begrijpt dat al of niet aanvullende kaders aan de orde komen op het moment dat de Omgevingsvisie of het ISV onvoldoende kaders bevat en vraagt wie dit bepaalt. Ter illustratie noemt hij het cultuurprogramma dat moet voortvloeien uit de sociale visie, maar daarin komt het woord cultuur nauwelijks voor. Wethouder De Boer antwoordt dat wanneer een startnotitie voorgelegd wordt het college met optie 2 of 3 een voorstel doet waarbij het college afweegt of er voldoende kaders zijn om aan de slag te gaan. Omdat de startnotitie ter vaststelling naar de raad gaat, volgt op dat moment het gesprek of de raad het daarmee eens is of dat er eventueel aanpassingen worden gewenst. Deze beslissing ligt bij de raad.
Parallelsessie I&O en B&A Beleidshuis, 13 november 2025
De heer Tekir vervolgt dat dit niet het geval is als iets ter informatie naar de raad gaat. Wethouder De Boer verduidelijkt dat dit alleen gebeurt bij zaken in technische zin. Soms moeten dingen vanuit een bruidsschat één op één doorgezet worden, of het gaat om zaken uit de uitvoerende sfeer. De verwachting is dat optie 1 niet heel vaak zal voorkomen, maar ook hierbij heeft de raad de mogelijkheid tot agendering. De heer Dieleman vervolgt dat in bijzondere gevallen het programma wordt voorgelegd aan de raad. Als voorbeeld noemt hij het cultuurprogramma dat in december door de raad wordt behandeld. Voor het kunnen monitoren van programma’s via de P&C cyclus wordt nog nagedacht over een manier van beleidsmatig verantwoording afleggen. Voorgesteld wordt om te starten met een proefperiode tot en met eind 2026. Begin 2027 volgt een evaluatie; tegen welke zaken wordt aangelopen, is iedereen blij met de gemaakte afspraken, zijn er onduidelijkheden die opgelost moeten worden. Daarna volgt eventueel een voorstel om zaken bij te werken of om volgens de systematiek te blijven werken. De heer Van der Geest merkt op dat het collegeprogramma van de huidige bestuursperiode pas na de zomer gereed was. Als dit opnieuw het geval is, blijft er nog maar weinig tijd over voor de proefperiode in 2026 en daarom stelt hij voor deze termijn niet strak aan te houden.
De heer Van der Meijden reageert dat wanneer raad en college vinden dat er nog niet voldoende geëxperimenteerd is besloten kan worden om de proefperiode te verlengen. Het ambtelijk apparaat draait gewoon door dus waarschijnlijk staan er al wat programma’s voor 2026 op de planning. Wethouder De Boer vult aan dat in januari een overzicht volgt welke onderwerpen zich waar in de procedure bevinden. Het Beleidshuis gaat ervoor zorgen dat het politieke gesprek over de kaders meer aan de voorkant gevoerd wordt. Recent zijn de kaders voor radicaal vergroenen en de warmtekaders vastgesteld en daarvoor wordt nu een programma opgesteld. De huidige raad of de nieuwe raad besluit vervolgens over deze kaders. De heer Tekir verwijst naar de inhoudsopgave die is meegegeven voor de startnotitie waaruit duidelijk wordt op welke manier de raad straks sturing kan geven aan het begin van het proces met daarbij het gevaar dat de raad daar wat van gaat vinden. Op het moment dat de startnotitie opgesteld wordt is het belangrijk om te weten wat er bereikt moet worden en daarom stelt hij voor te proberen om dit in meetbare indicatoren te doen. Voorts stelt hij voor aan het begin van een traject een budgettair kader mee te geven, bijvoorbeeld het bestaande kader waarop het college later nog kan terugkomen en welke kosten het opstellen van het programma met zich meebrengt.
Wethouder De Boer geeft aan dat per keer uitgevonden wordt hoe ver daarin gegaan kan worden. In de uitwerking worden de specifieke maatregelen duidelijk en welke kpi’s daaraan gekoppeld worden. Gaandeweg ontstaat een beter beeld van de consequenties. Hij is het eens dat geprobeerd moet worden om dit soort zaken zo veel mogelijk aan de voorkant in kaart te brengen. De heer Tekir vervolgt dat als aan het begin van een traject bekend is dat er geen budgetten beschikbaar zijn, het onrealistisch is om vervolgens allerlei ambities mee te geven aan het college. Als van een bestaand kader uitgegaan kan worden is wel of niet aanvullen een afweging voor later. De heer Dieleman antwoordt dat gewerkt wordt aan een format voor de startnotitie. Deze suggestie kan eventueel opgenomen worden. Bij het cultuurprogramma is aangegeven dat dit opgesteld wordt binnen de beschikbare middelen. Vervolgens kan aangegeven worden of het meer of minder mag kosten.
Parallelsessie I&O en B&A Beleidshuis, 13 november 2025
Mevrouw Van ’t Westende vraagt of er nog een raadsbrede sessie over het raadsvoorstel plaatsvindt zodat dit goed bij iedereen kan landen. De heer Van Santen vindt het een goede suggestie om straks met de nieuwe raad te door te nemen waar het precies om gaat. De heer Heikens heeft een tekstuele suggestie. Omdat er over opties gesproken wordt zou je kunnen denken dat het mogelijk is om geen optie te kiezen, maar dat is niet het geval en daarom stelt hij voor de term scenario te gebruiken. (Deze suggestie wordt meegenomen). De heer Venhovens vraagt hoe ervoor gezorgd wordt dat de kennis van raadsleden die na de verkiezingen vertrekken geborgd wordt. De heer Van der Meijden geeft aan dat ook de griffie bij dit proces betrokken is en vermoedt dat er in het inwerkprogramma voor de nieuwe raadsleden veel aandacht zal zijn voor hoe dit werkt. Voorts moeten fracties zelf zaken overdragen. De heer Venhovens vervolgt dat de huidige raadsleden vanaf januari met dit systeem gaan werken en daarom stelt hij voor om een overdracht van kennis in te bouwen. De heer Van Santen reageert dat nieuwe raadsleden niet gewend zijn aan een ander systeem. De nieuwe raad wordt bijgepraat over de werking hiervan naast dat fracties zelf voor een overdracht zorgen. Wethouder De Boer vult aan dat er niet zo veel zaken meer op de jaaragenda staan.
Het is nog niet bekend of de huidige werkgroep in dezelfde samenstelling doorgaat. Hij stelt voor na de verkiezingen bij elkaar te komen om te kijken naar elementen uit de afgelopen periode zodat dit via de griffie meegegeven kan worden voor het inwerkprogramma. Hij vermoedt dat het kunnen oefenen hiermee tot aan maart zeer beperkt zal zijn. De heer Van der Geest bedankt de werkgroep voor de inzet en geeft aan dat zijn fractie het voorstel als hamerstuk aanmerkt. De heer Tekir refereert aan het productieve traject dat gezamenlijk is doorlopen en sluit zich aan bij het aanmerken als hamerstuk. De voorzitter inventariseert de standpunten en concludeert vervolgens dat het voorstel unaniem als hamerstuk wordt aangemerkt. Sluiting De voorzitter bedankt de werkgroep voor de verrichte werkzaamheden en de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering. Toezeggingen: Er zijn geen toezeggingen gedaan.
Parallelsessie I&O en B&A Beleidshuis, 13 november 2025