CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

20251009 parallelsessie IO Verordening Jeugd

Parallelsessie zaal 7 13 november 2025, gemeente Gorinchem2.241 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Parallelsessie Informatie en Ontmoeting 9 oktober 2025 Verordening Jeugd Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Griffie: Notulist: Raadsleden/ fractieassistenten: Stadsbelang: Democraten Gorinchem: PvdA: VVD: ChristenUnie/SGP: Gorcum Actief: D66:

de heer B. Bahlmann mevrouw E. van Bekhoven mevrouw J.M. Kiep-de Jongh

CDA: SP:

mevrouw G. Metz mevrouw N. Aaldijk mevrouw P. de Groot mevrouw M. Veldheer de heer A. Krol mevrouw E. Hamann mevrouw W. Alba-Heijdenrijk de heer T. van der Meijden de heer P. Kuijten de heer P. van Andel

Portefeuillehouder: Ambtelijke ondersteuning: Gasten:

mevrouw E. Dansen mevrouw M. Teeuw de heren H. Vendel en H. Meinhardt, Wmo Adviesraad

Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Verordening Jeugd In november 2025 zal de nieuwe verordening Jeugdhulp 2026 aan de gemeenteraad worden voorgelegd ter vaststelling. Diverse ontwikkelingen, waaronder de inkoop jeugdzorg 2026 en de financiële uitdagingen waar we als gemeente voor staan, maken dat het noodzakelijk is om tot een deze nieuwe verordening Jeugdhulp te komen. Op basis van de modelverordening van de VNG en voorbeelden elders in het land is er een regionale verordening gemaakt. Deze verordening is de basis voor alle lokale verordeningen. Door middel van bijgevoegde presentatie wordt de gemeenteraad meegenomen in de totstandkoming van de Verordening Jeugdhulp 2026 en de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de vorige verordening. Wethouder Dansen geeft aan dat ouders steeds sneller naar de gemeente kijken voor ondersteuning bij allerlei zaken op het gebied van Jeugdzorg terwijl de gemeente juist kijkt naar normalisatie, normaal gedrag moet de norm worden. Het aantal kinderen dat gebruik maakt van Jeugdzorg is hoog en dat kost veel geld. De nieuwe verordening biedt duidelijkheid aan professionals wat Jeugdzorg is en geeft een steun in de rug in gesprekken daarover met ouders. Mevrouw Teeuw verzorgt een presentatie. Zij verwijst naar de ISV opgave passende ondersteuning en zorg.

In de I&O van april is het vraagstuk normaliseren aan de orde geweest. In de I&O van juni zijn het Regionaal inkoopkader Jeugdzorg en de Hervormingagenda Jeugd besproken. De modelverordening van VNG is als basis gebruikt. Zij schetst vervolgens het proces van totstandkoming (sheet 5) dat uiteindelijk heeft geresulteerd in het definitieve regionale raamwerk voor Gorinchem. Dit is vervolgens vergeleken met de verordening van 2022 waarna een was/wordt lijst is opgesteld. De

Parallelsessie I&O Verordening Jeugd, 9 oktober 2025

verordening is toegelicht aan de Wmo Adviesraad en daaruit volgde een positief advies. Er is ook een toelichting verzorgd voor het Sociaal Team. Zij gaat nader in op de belangrijkste wijzigingen (sheet 7 t/m 10). De Centrale Raad van Beroep heeft bepaald dat een vijftal stappen doorlopen moet worden om te beoordelen welke voorzieningen nodig zijn om een gezin te kunnen helpen. Dit helpt bij vraagverheldering, wat is het achterliggende probleem, wat is er aan de hand, wat kan het gezin op eigen kracht of samen met een sociaal netwerk, wat kunnen andere of voorliggende voorzieningen betekenen. Het sluitstuk is de vraag of er een individuele voorziening (beschikte jeugdzorg) nodig is. Er wordt steeds meer richting normaliseren gewerkt. Begrippen zijn aangepast; ter illustratie professional in plaats van jeugdprofessional, hulpvraag in plaats van jeugdhulpvraag. Niet elke hulpvraag hoeft met Jeugdhulp opgelost te worden. Een professional kijkt naar het hele gezin, niet alleen naar de jeugdige. Andere voorzieningen in het kader van de Wmo, de Wet langdurige zorg en de zorgverzekeraar zijn voorliggend op Jeugdhulp naast voorzieningen die beschikking vrij geboden kunnen worden door het Sociaal Team. Er wordt al snel naar Jeugdzorg gekeken, maar elke leeftijdscategorie kent opvoeduitdagingen die normaal zijn en bij het leven horen (zie bijlage NJI).

Driftbuien bij peuters zijn normaal, maar overmatig gamen en niet naar school gaan in de basisschoolleeftijd kunnen ook normale opvoeduitdagingen zijn. Net zoals onzekerheid over identiteit, wisselend humeur en problemen met autoriteit voor jongvolwassenen. De voorwaarden rondom PGB en vervoer zijn wat strakker opgesteld. Het Sociaal Team heeft enkele casussen aangeleverd die zij vervolgens voorleest om te illustreren dat sommige zaken door het Sociaal Team opgepakt kunnen worden zonder het afgeven van een beschikking of een doorverwijzing naar zwaardere zorg. In sommige gevallen wordt overbruggingszorg geboden zodra daarna korter gecontracteerde zorg hoeft plaats te vinden. Artikel 4 over toegang tot jeugdzorg is uitgebreider omschreven door een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep waarin de vijf stappen zijn uitgelegd. In artikel 5 staat dat bij hulpvragen eerst naar de eigen kracht en de inzet van het sociaal netwerk wordt gekeken. Gecontracteerd aanbod is het uitgangspunt, een PGB is een optie. Artikel 8 geeft aan dat het verslag na 10 dagen gereed moet zijn wat zorgt voor een snellere doorlooptijd. In artikel 9 zijn de criteria voor een individuele voorziening opgenomen. Ouderproblematiek is primair geen jeugdhulp, tenzij er sprake is van meervoudige problematiek binnen een gezin. Zij verduidelijkt dit vervolgens met een voorbeeld.

Veel zaken in artikel 10 komen uit de nadere regels, maar zijn nu in de verordening opgenomen. De eigen kracht van een gezin verschilt. Voor het bepalen van de hulpvraag moet dit in beeld gebracht worden. De Centrale Raad van Beroep geeft aan dat ook boven gebruikelijke zorg van ouders verwacht mag worden. Dit kan betekenen dat werk of sociale activiteiten aangepast moeten worden. Een financiële toets mag niet gedaan worden, maar de Centrale Raad van Beroep kijkt in zaken die voorgelegd worden wel naar het inkomen. Voor vervoer wordt gebruik gemaakt van de taxi en daarnaast ook via een km-vergoeding met een minimum (6km) en een maximum (35km). Hoofdstuk 5, bij een PGB moet de regie gevoerd kunnen worden, de budgethouder moet aantonen waarom de beschikte zorg niet passend is, de kwaliteit van de zorg moet onderbouwd worden. In artikel 27 en 28 van hoofdstuk 7 is opgenomen hoe de afstemming met andere voorzieningen plaatsvindt. Hierbij wordt vervolgens een voorbeeld van samenwerking met scholen voorgelezen. Bij de Hervormingsagenda Jeugd wordt gekeken naar samenwerking met huisartsen en samenwerking met scholen en daarom wordt geadviseerd om hiervoor artikelen op te nemen zodat eventuele werkafspraken opgenomen kunnen worden in de nadere regels.

In artikel 9 lid 5 van de oude verordening is opgenomen dat wanneer ouders ervoor kiezen om hun zorg te verzilveren bij een aanbieder verder weg dan de dichtstbijzijnde passende voorziening de meerkosten voor eigen rekening komen. Geadviseerd wordt om dit artikel over te nemen in de nieuwe verordening.

Parallelsessie I&O Verordening Jeugd, 9 oktober 2025

Bij lid 10 wordt geadviseerd om de ruimte om een ervaringsdeskundige in te zetten te laten staan omdat dit niet voorkomt in het regionaal raamwerk. Voor de jeugdhulpaanbieders is dit overigens opgenomen in de contracten. Artikel 24 lid 8 gaat over het onrechtmatig gebruik van een PGB (wordt niet gebruikt waardoor het bedoeld is, tijdelijk verblijf in instelling, vooraf verkeerde informatie verstrekt). Het college verzorgt hierbij een gemotiveerd advies aan de Sociale Verzekeringsbank. Geadviseerd wordt om dit artikel te behouden zodat de budgethouder weet dat aan de SVB verzocht kan worden om het PGB op te schorten of stop te zetten. Artikel 10 lid 7 gaat over het opstellen van een perspectiefplan voor jeugdigen van 16 jaar en ouder; welke zorg moet ingezet worden als voorzien wordt dat de zorg na het 18e levensjaar doorloopt. Een jeugdhulpaanbieder moet hierbij afstemming zoeken met het Sociaal Team en/of de gecertificeerde jeugdbeschermer als deze betrokken is. Afsluitend wordt het vervolgproces geschetst (sheet 11): B&A 13 november, raad 27 november. Samen met Mooi Sociaal en de werkprofessionals wordt gekeken naar een werkinstructie voor de lokale teams. De voorzitter biedt gelegenheid om vragen te stellen naar aanleiding van de presentatie. Mevrouw De Groot vraagt hoe in de praktijk wordt vastgesteld of de balans tussen draagkracht en draaglast in evenwicht is.

Het begrip maatwerk is niet expliciet opgenomen. Zij informeert of ruimte hiervoor geborgd is. Mevrouw Teeuw bevestigt dat er ruimte is voor maatwerk. De professionals worden in staat geacht om draagkracht en draaglast te bepalen en voorts krijgt dit in de werkinstructies voor de lokale teams aandacht. De heer Krol begrijpt dat met de verordening beter in kaart gebracht wordt of in bepaalde situaties een voorliggende oplossing voor handen is in plaats van de Jeugdhulp. Hij vraagt of in het geval de verwijzing via een andere route verloopt dan het lokale team er eigenlijk niet gestuurd kan worden op voorliggende voorzieningen. Voorts informeert hij naar het percentage dat via andere verwijzers wordt doorverwezen. Bij artikel 10.5 merkt hij op dat gelijke situaties een verschillende oplossing kunnen krijgen. Hij vraagt hoe geborgd wordt dat het wegen van draagkracht en draaglast zo goed mogelijk geobjectiveerd wordt. Mevrouw Teeuw antwoordt dat jeugdhulpaanbieders verplicht zijn om aan de vijf stappen die door de Centrale Raad van Beroep zijn opgesteld te voldoen. Eén van deze stappen is het bepalen van de kracht van het gezin, wat het sociale netwerk kan en welke andere mogelijkheden er zijn. Ook een medische verwijzer moet deze stappen doorlopen. Zij verwacht dat hier in de komende jaren meer op gestuurd gaat worden.

Als zaken juridisch gezien in nadere regels opgenomen mogen worden kan zij zich voorstellen dat dit zo geregeld wordt. Het objectiveren van draaglast en draagkracht is lastig want dat blijft mensenwerk. 43% van de verwijzingen verloopt via de gemeente, 34% via de huisarts. De heer Van der Meijden refereert aan de inkomensafhankelijke toetsing en vraagt of hij goed begrepen heeft dat bij de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen inkomen geen factor is die het college meeweegt om een voorziening al dan niet toe te wijzen. Mevrouw Teeuw reageert dat het college geen financiële toets mag doen. De heer Van der Meijden begrijpt dat de Centrale Raad van Beroep daar wel deels naar kijkt en vraagt nogmaals of daar door de gemeente op geen enkele manier waarde aan wordt gehecht bij de beoordeling van een verzoek voor een voorziening. Wethouder Dansen antwoordt dat de gemeente zich gewoon aan de regels houdt.

Parallelsessie I&O Verordening Jeugd, 9 oktober 2025

De heer Van der Meijden verwijst naar het kader van normaliseren waarin bepaalde gedragingen als zelf oplosbaar worden aangemerkt. In de bijlage van het NJI wordt per leeftijdscategorie opgesomd wat onder normaal wordt verstaan. Voor kinderen tussen de 12 en 16 is het klaarblijkelijk normaal dat zij af en toe alcohol en drugs gebruiken. Hij informeert om welke variant drugs het gaat. Mevrouw Teeuw kan niet aangeven of het om harddrugs of softdrugs gaat. Wethouder Dansen vermoedt dat hier wordt gedoeld op experimenteren en zegt toe dat nagevraagd wordt wat hiermee precies bedoeld wordt. De heer Kuijten informeert of bij de inkoop van zorg marktwerking wordt toegepast en verwijst hierbij naar een onderzoek gepubliceerd in NRC waarin wordt aangegeven dat de gemeente Veendam marktwerking overboord heeft gegooid waardoor de wachtlijsten zijn verdwenen. Hij vraagt of Gorinchem dit voorbeeld volgt. Hij wijst op het nadrukkelijk benoemen van het verkeerd gebruiken van voorzieningen waarbij wordt gedoeld op hulpbehoevenden en vraagt of dit ook geldt voor hulpaanbieders. Mevrouw Teeuw reageert dat de Regio rechtmatigheidsonderzoeken uitvoert bij jeugdhulpaanbieders. In het inkoopkader dat in januari ingaat zijn bewust keuzes gemaakt in de manier van inkopen. Zij veronderstelt dat marktwerking hierbij aan de orde is geweest.

Wethouder Dansen bevestigt dat jaren geleden is vastgesteld dat er marktwerking mag zijn in de zorg. Door een andere werkgroep binnen de Regio wordt gekeken hoe inkopen goedkoper, verstandiger en efficiënter kan, maar dit valt buiten het onderwerp van vanavond. Mevrouw Veldheer informeert wat de verordening vooral gaat opleveren. Mevrouw Teeuw hoopt dat de verordening meer duidelijkheid en transparantie verschaft aan inwoners en dat de doorlooptijd bij het indienen van de aanvraag tot aan de beoordeling welke vorm van zorg ingezet gaat worden sneller verloopt. Met goede werkinstructies moet de verordening duidelijke handvatten bieden om het goede gesprek met inwoners te kunnen voeren waarbij soms ook nee gezegd kan worden als dat nodig is. Mevrouw Veldheer begrijpt hieruit dat grenzen worden gesteld aan wat wel en niet bij zorg hoort. Mevrouw Teeuw vervolgt dat dit vraagstuk ook in de Wet beschikbaarheid Jeugdzorg naar voren komt, maar deze wet laat nog even op zich wachten. Met de nieuwe verordening wordt gehoopt dat de eerste stappen al gezet kunnen worden. De heer Van Andel is blij dat aangegeven wordt dat ouders en jongeren zelf hun verantwoording moeten nemen. Aangegeven wordt dat zaken met de nieuwe verordening goedkoper en sneller kunnen.

Hij informeert hoe de gecontracteerde aanbieders gezien de marktwerking zullen reageren, of er al afspraken zijn gemaakt en wat de gevolgen hiervan zijn op de prijs. Mevrouw Teeuw sluit niet uit dat er wrijving ontstaat tussen wat het lokale team vrij toegankelijk en beschikking vrij kan aanbieden en wat gecontracteerde aanbieders kunnen aanbieden. Zij betwijfelt of daarmee de prijs opgedreven kan worden gezien de Wet reële prijzen met een bepaalde kostprijsmethodiek en daarnaast is bij de inkoop onder een aantal voorwaarden ingeschreven. Dit punt kwam onlangs bij één van de aanbieder naar voren en daar is men in onderling gesprek uitgekomen. Het is niet bedoeld om elkaar werk af te pakken, maar om inwoners sneller te kunnen helpen.

Parallelsessie I&O Verordening Jeugd, 9 oktober 2025

De heer Van Andel begrijpt dat het gaat om de cliënt en niet om degene die de zorg levert. (Dit wordt bevestigd). Sluiting De voorzitter geeft aan dat het mogelijk is om de eventuele resterende vragen schriftelijk te stellen, bedankt de aanwezigen voor de inbreng en sluit de vergadering. Toezeggingen: • Verduidelijking verzorgen over kader gebruik drugs door jeugdigen tussen 12 en 16 (bijlage NJI)

Parallelsessie I&O Verordening Jeugd, 9 oktober 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=9c421d75-ea62-45d8-b747-a58b711e4be7