20251002 parallelsessie I&O Tussentijdse rapportage 2025
Tekst van het document
Parallelsessie Informatie en Ontmoeting 2 oktober 2025 Tussentijdse rapportage 2025 Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Griffie: Notulist: Raadsleden/ fractieassistenten: Stadsbelang:
de heer M. de Pagter de heer S. Vink mevrouw J.M. Kiep-de Jongh
ChristenUnie/SGP: Gorcum Actief: D66: CDA: SP:
de heer J. Roeland de heer D. van Veen mevrouw N. Aaldijk de heer P. Schefferlie mevrouw E. de Munnik de heer E. van Ekelen mevrouw T. van ‘t Westende de heer A. de Jong de heer B. Bahlmann de heer I. Tekir mevrouw J. van Oversteeg de heer P. van Andel
Portefeuillehouder: Ambtelijke ondersteuning:
mevrouw M. Molengraaf de heer M. Matla
Democraten Gorinchem: PvdA: VVD:
Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Tussentijdse rapportage 2025 Het college informeert de gemeenteraad in de tussentijdse rapportage 2025 over de bestuurlijke, beleidsmatige en financiële ontwikkelingen. Het uitgangspunt van de tussentijdse rapportage is dat zij de huidige stand van zaken weergeeft van de lopende begroting (peildatum 1 juli 2025) en alvast vooruitblikt op de jaarrekening. De heer Matla verzorgt een presentatie. Het resultaat (sheet 3) is ten opzichte van andere jaren positief. De Tweede Kamer verkiezingen zorgen voor een nadeel, maar de gemeente wordt hiervoor gecompenseerd met de septembercirculaire. Er is een voordeel op de openbare verlichting omdat het project nog niet helemaal gereed is. Een deel van de bestaande activa wordt afgeboekt in 2026. De heer Van Andel informeert of dit ook de LED verlichting op de sportvelden betreft. De heer Matla antwoordt dat het om de openbare verlichting gaat. Op dit moment zijn er geen financiële consequenties bekend over de LED verlichting sportvelden. De begraafrechten zijn inmiddels structureel aangepast, zodat er in de volgende tussenrapportage geen nadeel meer zijn zal. Stedin en Bank Nederlandse Gemeenten hebben meer dividend uitgekeerd dan verwacht. Dit is inmiddels deels opgenomen in de PPN.
De stelpost van € 272.000 voor inflatie en loonstijging, die als een veiligheidsmarge was ingebouwd, is niet nodig gebleken en valt vrij ten gunste van het begrotingssaldo. De heer Tekir verzoekt om nadere duiding van de post vertraging OVL.
Parallelsessie I&O Tussentijdse rapportage 2025, 2 oktober 2025
De heer Matla antwoordt dat toen besloten werd om LED verlichting toe te passen diverse investeringsbudgetten zijn ingericht. De bestaande verlichting moest versneld afgeschreven worden. Deze afboeking werd begroot voor 2025. Het project is nog niet klaar, conform de BBV regels kan er nog geen afschrijving plaatsvinden omdat het nog wordt gebruikt. Dit komt als nadeel terug in 2026. De begroting wordt met € 1,6 mln. bijgesteld (sheet 4), de septembercirculaire moet nog verwerkt worden. Er wordt een positief jaarrekening resultaat verwacht dat wellicht ingezet kan worden voor de lange termijn opgaven. De heer Van Veen begrijpt dat dit bedrag uit meevallers en vooruitgeschoven lasten bestaat en vraagt of dit voordeel al is opgenomen in de eerstvolgende begrotingssaldi. De heer Matla antwoordt dat het in beginsel bijstellingen zijn, geen verschuivingen. Als de lasten verschuiven gaat dat via de reserve. Een budget dat dit jaar niet nodig is, wordt in een reserve gestort en vervolgens wordt het budget daar in het volgende jaar weer uitgehaald waardoor er geen nadeel is. De heer Schefferlie merkt op dat bij de jaarrekening 2024 nog niet bekend was dat het begrotingssaldo zo hoog zou zijn en vraagt of opnieuw rekening wordt gehouden met een dergelijke verrassing. De heer Matla reageert dat het begrotingssaldo onderdeel is van het jaarrekeningresultaat.
Het jaarresultaat was € 12 mln. maar het bijgestelde begrotingssaldo bedroeg -€ 800.000. Als de volledige begroting uitgevoerd wordt, wordt een begrotingssaldo van € 2,7 mln. overgehouden. Als iets niet uitgevoerd wordt, wordt dat bedrag erbij opgeteld. Bij de budgetten worden prognoses aangegeven zodat daar rekening mee gehouden kan worden. De heer Schefferlie veronderstelt dat de effecten op de uitgaven daaraan gekoppeld worden. Met andere woorden; worden vertragingen die worden gerapporteerd doorgevoerd in het begrotingssaldo. De heer Matla antwoordt dat de budgetten voor onderwijs vorig jaar naar het jaarrekeningresultaat zijn gegaan, dat leek positief, maar er was iets niet uitgevoerd. Dit wordt nu in de reserve onderwijshuisvesting gestort om het daar in het volgende jaar weer uit te halen om te voorkomen dat het jaarrekeningsaldo heel hoog wordt en om een zo goed mogelijk beeld te geven over wat er besteed kan worden. De heer Schefferlie vraagt hoe waarheidsgetrouw het beeld dat nu geschetst wordt is ten opzichte van het uiteindelijke resultaat bij de jaarrekening. De heer Matla vervolgt dat ook dit jaar inzet is gepleegd om daar zo dicht mogelijk bij uit te komen, maar het is volatiel. De heer Tekir vraagt of er al inzicht in de septembercirculaire is. De heer Matla antwoordt dat de septembercirculaire positief is voor 2025, de andere jaren zijn negatief.
Desgevraagd geeft hij aan dat de cijfers zich op de grens van negatief bevinden. De begroting verschijnt volgende week. De heer Tekir vindt het verwarrend dat er een resultaat gepresenteerd wordt terwijl dit eigenlijk bijstellingen zijn op de lopende begroting, plussen en minnen die voornamelijk ontstaan door vertragingen. Eigenlijk wordt met de turap de begroting geactualiseerd, straks volgt het verwachte jaarrekeningresultaat. De heer Matla verduidelijkt dat het gaat om het resultaat van de tussenrapportage, voor 99% bijstellingen. Ten opzichte van de vorige jaren is geprobeerd te voorkomen dat er een groot jaarrekeningresultaat ontstaat door dit in de tussenrapportage te verwerken.
Parallelsessie I&O Tussentijdse rapportage 2025, 2 oktober 2025
De heer Tekir begrijpt dat de begroting gestabiliseerd wordt, maar dit draagt niet perse bij aan een realistischere begroting met een planning die gevolgd kan worden. Een reserve maakt geen onderdeel uit van de exploitatie. Bij onderwijshuisvesting is straks het verloop niet meer terug te zien in de exploitatie waarover gerapporteerd wordt. De heer Matla beaamt dat dit een terechte opmerking is. De bijstellingen op het Sociaal Domein (sheet 5) gaan traditiegetrouw naar de reserve. De heer De Jong verzoekt om verduidelijking met betrekking tot de toevoeging van € 360.000. De heer Matla antwoordt dat dit de lagere bijdrage jeugdhulpgebruik betreft die in de reserve gestort wordt. Er zijn goede berichten van SOJ, maar er kan nog heel veel gebeuren waardoor het voordeel weer weg kan zijn en daarom wordt dit nog niet ingeboekt. De middelen van de WOO en het E-depot zijn deze keer wel meegenomen omdat verwacht wordt dat daar overgehouden wordt. Vanuit regelgeving mag geen winst genomen worden in de begroting (sheet 6) en daarom wordt dit altijd in de prognose opgenomen waarna dit conform de afspraak met de raad naar de reserve infrastructuur gaat. De heer Van Veen vraagt hoeveel reserves er binnen onderwijs zijn.
De heer Matla antwoordt dat de reserve onderwijshuisvesting in combinatie met de investeringsbudgetten die jaarlijks in de PPN worden opgenomen en bij de begroting worden goedgekeurd beschikbaar is voor het IHP. De heer Tekir wijst op het recente besluit over een subsidie voor het Natuurcentrum en informeert waar deze is opgenomen. De heer Matla antwoordt dat deze nog niet verwerkt is, maar straks wordt onttrokken aan de reserve Sociaal Domein. Bij meerjarensaldo (sheet 7) merkt hij op dat bij openbare verlichting een negatief effect is voor 2026. Voor 2027 en verder heeft de turap geen groot effect. Het weerstandssaldo (sheet 8) is vorig jaar voor het eerst inclusief en exclusief de meerjarensaldi geprojecteerd. Het jaarrekeningresultaat 2024 wordt bijgeschreven, maar met de PPN 2023 is besloten om € 3,8 mln. te onttrekken uit de algemene reserve dus per saldo is de algemene reserve aan het eind van het jaar iets gedaald. De heer Van Veen verzoekt om verduidelijking van de extra kosten van het sanitairgebouw Kriekenmarkt. De heer Matla antwoordt dat op een subsidie gewacht wordt en er zijn enkele nagekomen facturen. Daarom is het investeringsbudget nog niet afgesloten. De heer Schefferlie informeert of er iets meer duiding gegeven kan worden over de vertraging in het stedelijk programmeren gezien de woningnood.
Wethouder Molengraaf reageert dat dit onderwerp niet binnen haar portefeuille valt, maar verwijst naar de discussie van enige tijd geleden over de bolletjes en de kleurtjes. Zaken zijn inmiddels wat scherper ingekleurd. Voor stedelijk programmeren wordt het traject met de gebiedspaspoorten doorlopen. Dit vraagt veel tijd omdat alles met alles samenhangt. De heer Schefferlie reageert dat de vorige keer geconstateerd werd dat de bolletjes ingekleurd werden aan de hand van de stand daarvoor. Met andere woorden als een vertraging werd voorspeld kwam er een grote stip. Hij informeert of het nu is ingekleurd ten opzichte van de oorspronkelijke planning.
Parallelsessie I&O Tussentijdse rapportage 2025, 2 oktober 2025
De heer Matla bevestigt dat er is ingekleurd ten opzichte van de laatste planning. De begroting wordt gewijzigd door middel van de turap. De raad heeft dan een momentum om daar wat van te vinden en op dat moment wordt ook het bolletje oranje of rood gekleurd. Bij het eerstvolgende document (de jaarrekening) gaat de raad niet meer inhoudelijk in op het budget want dat is met de tussenrapportage al bijgesteld en dan wordt het bolletje in de jaarrekening op groen gezet. De heer Schefferlie vindt dit heel verwarrend en stelt voor om daar op een ander moment nog eens over te spreken. Op deze manier komt alles op groen vanwege voorgaande aanpassingen. Ambities die jaren vertraagd zijn kleuren daardoor groen. De heer Matla neemt deze opmerking mee. Als hij de tussenrapportage doorneemt, kijkt hij met name naar de rode en oranje bolletjes omdat daar iets speelt. De heer Schefferlie is van mening dat een vertraging bij iets dat op groen staat geen correct beeld weergeeft. Wethouder Molengraaf geeft aan dat een bijgesteld budget in de eerstvolgende rapportage goedgekeurd wordt. Als de turap vastgesteld wordt, wordt eigenlijk een klap gegeven op alles wat daar staat, dus ook op de constatering dat sommige zaken vertraagd zijn.
De heer Schefferlie benadrukt dat dit betekent dat de volgende keer bij stedelijk programmeren een groene stip staat terwijl er jaren wordt achtergelopen op de ambities. Hij blijft verwarrend wat hem betreft, maar hij zal zich daarbij moeten neerleggen. Wethouder Molengraaf vervolgt dat de raad deze documenten achter elkaar behandelt. Het is nu bekend dat er een vertraging is op stedelijk programmeren die niet zomaar ingelopen wordt. Dit wordt vastgesteld en dan kun je daar de volgende keer kritisch naar kijken. De heer Schefferlie merkt op dat het een openbaar document is. Zijn fractie probeert zich altijd te verplaatsen in de inwoner en die zou kunnen oordelen het ziet er goed uit want het staat op groen. De planning wordt ook op deze manier ‘gecorrigeerd’. De heer Van Veen vraagt hoe het kan dat er in 2025 een licht blauw bolletje staat, maar dat het budget op oranje staat. Wethouder Molengraaf antwoordt dat een lichtblauw bolletje inhoudt dat er een besluit is genomen. Oranje betekent dat je aan ziet komen dat het voor dat budget niet gerealiseerd kan worden. De heer Tekir vult naar aanleiding van de opmerking van de heer Schefferlie aan dat het bij stedelijk programmeren niet om het budget gaat maar om de planning. Hij begrijpt dat de personele bezetting gemist wordt en informeert naar de gevolgen.
Er zou een stadsbreed plan volgen met functies die op bepaalde plekken wel of niet gewenst worden in de toekomst. Dit traject staat nu on hold. Hij acht het goed om hier op een ander moment met elkaar over te spreken. Hij constateert dat er meer scherpte in de bolletjes zit en iets meer toelichting wordt gegeven bij de afwijkingen, maar dit verschilt per programma. Bij verkeer en vervoer is wat meer diversiteit aan kleuren en een goede toelichting, maar er zijn ook programma’s met alleen gele en groene bolletjes en dat heeft weinig informatiewaarde. Wethouder Molengraaf reageert dat stedelijke ontwikkeling niet on hold staat. Er wordt gewerkt aan de gebiedspaspoorten, maar dit is een taai proces gebleken. De heer Tekir leest voor dat het stedelijk programmeren door het wegvallen van personele bezetting voorlopig on hold is geplaatst.
Parallelsessie I&O Tussentijdse rapportage 2025, 2 oktober 2025
Wethouder Molengraaf vermoedt dat dit wellicht iets te scherp is gesteld. Zij weet dat haar collega hier heel hard mee bezig is. De heer Tekir merkt op dat de gemeente meer rijksmiddelen heeft gekregen voor het onderwijsachterstandenbeleid en informeert waar dit aan besteed wordt. Ambtelijk wordt geantwoord dat een deel van het budget in een reserve is gestopt omdat het dit jaar niet nodig is. De verwachting is dat het in 2026 wel hard nodig is omdat dan een korting van 10% volgt. Mevrouw Van Oversteeg merkt op dat het uitvoeringsprogramma verkeer en vervoer meerdere keren is vooruit geschoven en vraagt wanneer de raad iets mag verwachten over de verdere voorbereiding en of dit uitvoeringsprogramma extra budget vergt. Wethouder Molengraaf antwoordt dat de projectopdracht voor het programma mobiliteit vastgesteld wordt. Dit wordt later afgerond omdat dit meteen in de omgevingsvisie meegenomen wordt. Dit is een collegebesluit, niet zo zeer iets waar de raad nog over moet besluiten, maar zij kan zich wel voorstellen dat er behoefte is om bijgepraat te worden en daarover kan een presentatie verzorgd worden. Mevrouw Van Oversteeg bevestigt dat zij daar zeker behoefte aan heeft en stelt voor daarbij meteen ook de financiële stand van zaken van de geplande en in uitvoering zijnde projecten mee te nemen.
Aangezien er geen raadsbesluit nodig is informeert zij of verwacht wordt dat er geen budget nodig is. Wethouder Molengraaf reageert dat voor zover haar bekend alles uit het bestaande budget betaald kan worden. Als er nieuw budget nodig is, komt het college natuurlijk terug bij de raad. De heer Van Andel geeft aan dat op 1 augustus 2025 een convenant digitale veiligheid is gesloten met de VNG dat ingaat op 1 januari 2026. In het document staat een blauwe stip bij 2027. Hij verzoekt om verduidelijking. (Deze vraag wordt schriftelijk beantwoord). De heer Van Andel vraagt met betrekking tot de fietsenstallingen in de binnenstad of het leegstaande pand tussen het goudkantoor en de nieuwe Plus daarvoor geschikt is. Mevrouw Molengraaf antwoordt dat daar niet naar gekeken is. Deze suggestie roept allerlei vragen op (van wie is het pand, is het dicht genoeg bij het centrum, is het pand geschikt). De heer Roeland leest dat een aantal projecten op het gebied van openbare orde en veiligheid dit jaar niet uitgevoerd wordt en informeert naar de reden daarvoor. De heer Matla antwoordt dat dit voornamelijk met personele capaciteit te maken heeft (uitval en ziekte). Sluiting De voorzitter bedankt de aanwezigen voor de inbreng en sluit de vergadering. Toezeggingen: • Schriftelijke beantwoording verzorgen over convenant digitale veiligheid VNG
Parallelsessie I&O Tussentijdse rapportage 2025, 2 oktober 2025