20251002 parallelsessie B&A GRP Programma Riolering en Stedelijk Water 2026-2030
Tekst van het document
Parallelsessie Beraad & Advies 2 oktober 2025 Gemeentelijk rioleringsprogramma Omgevingsprogramma riolering & stedelijk water 2026-2030 Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Griffie: Notulist: Raadsleden/ fractieassistenten: Stadsbelang: Democraten Gorinchem: PvdA: VVD: ChristenUnie/SGP: Gorcum Actief: D66: CDA: SP: Portefeuillehouder: Ambtelijke ondersteuning: Gasten:
de heer K. van Willigen mevrouw E. van Bekhoven mevrouw J.M. Kiep-de Jongh de heer J. Klein mevrouw L. Pellikaan mevrouw P. de Groot mevrouw M. Veldheer de heer H. Heikens de heer H. Sangers de heer Le Noble (later aangesloten) de heer P. Kuijten de heer A. van Houwelingen de heer F. Polatli de heer M. den Dunnen en de heer S. Vaatstra
Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Gemeentelijk rioleringsprogramma Omgevingsprogramma riolering & stedelijk water 2026-2030 Programma Riolering en Stedelijk Water Water vasthouden, minder afvoeren Het Omgevingsprogramma Riolering en Stedelijk Water 2026-2030 is behandeld in de I&O van 17 september 2025. Het college komt met een voorkeursscenario. Wethouder Polatli geeft aan dat het omgevingsprogramma het huidige GRP, dat eind dit jaar afloopt, vervangt. Het voorstel zorgt ervoor dat de afvoer van afvalwater, grondwater en hemelwater toekomstbestendig blijft. Voorgesteld wordt om scenario 1 vast te stellen en dat houdt in een eenmalige stijging van de rioolheffing met 20% in 2026 en daarna een jaarlijkse stijging van 2% tot 2030. Hiermee wordt de voorziening tijdelijk afgebouwd, maar wordt wel voldoende flexibiliteit behouden om bij te sturen. Het tarief blijft ook na de verhoging lager dan in de meeste buurgemeenten en rond het landelijk gemiddelde. Het programma is opgesteld in samenwerking met Waterschap Rivierenland en sluit aan bij de geplande werkzaamheden aan wegen en de duurzaamheidsambities. Zo wordt doelmatig, toekomstgericht en met oog voor kostenbeheersing gewerkt. Mevrouw Pellikaan complimenteert de organisatie met het mooie programma dat is voorgelegd.
Het programma omvat plannen voor het op orde houden van de afvoer van afval-, regen- en grondwater, maar ook om dit toekomstbestendig te maken zodat zwaardere regenbuiten beter verwerkt kunnen worden en slimmer met hemelwater omgegaan wordt. Dit is vandaag wellicht nog een wens, maar over 20 jaar bittere noodzaak. De stukken hebben een realistische toon, maar er worden wel uitdagingen Parallelsessie B&A Gemeentelijk rioleringsprogramma Omgevingsprogramma riolering & stedelijk water 2026-2030 2 oktober 2025
geschetst. De conclusie is dat één en ander meer geld gaat kosten en de rioolheffing moet omhoog. Enerzijds omdat in de afgelopen jaren geen indexatie heeft plaatsgevonden en anderzijds omdat een kostenstijging onvermijdelijk is om de doelen te behalen. Riolering is het onderwerp waar het belang pas van ingezien wordt als het water tot aan de lippen staat. De vraag die voorligt is of de rioolheffing moet stijgen met 20% of 24% in 2025 (scenario 1 of 2) of met een geleidelijke stijging van 8% in de komende vier jaar. In alle scenario’s wordt hetzelfde bedrag opgehaald, maar het verschil zit in tempo en spreiding. Doorslaggevend voor haar fractie is hoe de lasten beheersbaar gehouden worden voor de inwoners en daarom wordt gekozen voor scenario 3 (geleidelijke stijging). Door de verhoging te spreiden is de impact op huishoudens minder abrupt en dat draagt bij aan het draagvlak onder inwoners, zeker in een tijd waarin veel huishoudens al te maken hebben met stijgende kosten voor energie, boodschappen en andere gemeentelijke heffingen. Een stijging van 8% is duidelijk en eenvoudig uit te leggen. Inwoners kunnen zich mentaal en financieel voorbereiden, net als bij de afbouw van de hypotheekrenteaftrek waarbij de voorkeur ook uitgaat naar geleidelijk in plaats van radicaal.
Bij een geleidelijke stijging kan jaarlijks aangetoond worden wat met het geld gebeurt en dat vergroot het draagvlak in plaats van dat er een gretige indruk wordt gewekt door het geld in één keer op te halen en de indruk te geven dat daarmee plotsklaps alles verholpen wordt. Projecten en programma’s vertragen altijd, planningen worden altijd aangepast. Afsluitend geeft zij nogmaals aan dat haar fractie kiest voor scenario 3. De heer Kuijten bedankt voor het voorgelegde programma. Het valt op dat de investeringen niet behaald zijn waarbij het beeld ontstaat dat er sprake is van achterstand in het uitvoeringsprogramma van het GRP. Hij informeert hoe dit komt, of er jaarschijven geschrapt worden, of de achterstand in het nieuwe programma is opgenomen, wat dit doet met de kosten en hoe de achterstand ingehaald wordt. Hij vraagt voorts wat maakt dat de nu voorgenomen investeringen wel waargemaakt worden en wat daarvoor concreet gedaan wordt. Hij informeert waarom het college scenario 1 als wenselijk aanmerkt. Ook zijn fractie is van mening dat het beter is om een geleidelijke stijging voor te leggen in plaats van een abrupte stijging van 20%. Mevrouw De Groot sluit zich aan bij de eerder gemaakte complimenten. Ook haar fractie maakt zich zorgen over de grote toename in kosten voor inwoners.
De stijging is onvermijdelijk omdat aan de rioleringen gewerkt moet worden, daar is geen invloed op, maar er kan wel invloed uitgeoefend worden op hoe dit terechtkomt bij inwoners. Het college geeft de voorkeur aan scenario 1 omdat dit de meeste voorspelbaarheid biedt. Zij hoort graag waarom dat dit bij scenario 1 wel het geval zou zijn en bij scenario 3 niet. Voorspelbaarheid en duidelijkheid staat of valt met heldere communicatie ongeacht het scenario. Als inwoners een verhoging van 20% ineens wordt voorgelegd zullen zij schrikken van de plotselinge lastenverzwaring, zeker die huishoudens die net geen recht hebben op kwijtschelding waardoor dit een aanslag op hun portemonnee is. Met een jaarlijkse verhoging van 8% vanaf 2026 tot en met 2030 kunnen inwoners zich voorbereiden. In beide gevallen is sprake van voorspelbaarheid en duidelijkheid, maar in het tweede geval wordt een schokeffect voorkomen. Scenario 3 is op de langere termijn ook nog eens goedkoper voor inwoners. Afsluitend geeft zij aan dat het duidelijk mag zijn dat ook haar fractie een voorkeur voor scenario 3 heeft. De heer Sangers geeft aan dat met het omgevingsprogramma het gemeentelijk rioleringsplan van 2021-2025 geactualiseerd wordt. Om deze actualisering te kunnen beoordelen dien je op de hoogte te zijn van het plan dat daaraan vooraf is gegaan.
Er is onderzoek gedaan en zaken zijn in kaart gebracht (vrijeval rioleringen, persleidingen, inspectiejaren, stelseltypen, aanlegjaren). Hiermee werd de strategie bepaald voor onderhoud, reiniging, inspectie, reparatie en vernieuwing van riolering en gemalen, maar ook de daarvoor benodigde kosten werden hiermee inzichtelijk gemaakt (de rioolheffing). In 2021 is een keuze gemaakt om de kosten te laten dalen (blauwe variant) maar helaas zijn daarbij het zuur en het zoet omgedraaid. Uit het geactualiseerde programma blijkt dat voor het behoud van het rioolstelstel in de komende jaren flink geïnvesteerd moet worden met Parallelsessie B&A Gemeentelijk rioleringsprogramma Omgevingsprogramma riolering & stedelijk water 2026-2030 2 oktober 2025
als gevolg een noodzakelijke verhoging van de rioolheffing. In het omgevingsprogramma wordt duidelijk op de toekomst ingezet. De huidige klimaatadaptie is meegenomen. Hij verwijst hierbij naar de vastgestelde klimaatadaptatie strategie 2023-2027 en de lokale klimaatstresstest. Het is goed dat werken integraal opgepakt worden met riolering, wegen, groen en klimaatadaptatie. Zijn fractie stelt het op prijs om gedurende de planperiode jaarlijks op de hoogte te worden gehouden op de stand van zaken en kiest voor scenario 1. Mevrouw Veldheer begrijpt dat een verhoging van de rioolheffing noodzakelijk is om de geplande investering en onderhoudsmaatregelen te kunnen uitvoeren. Er ligt een mooi plan voor en dat geeft duidelijkheid tot 2030, maar daarna blijft de vraag hoe de kosten structureel gedekt worden als de voorziening helemaal op nul staat. Een structurele verhoging van de rioolheffing op korte termijn en na 2030 nogmaals is wellicht wat veel om het dan weer heel groot te maken en daarom pleit haar fractie voor het inbouwen van reserveringen voor 2030 om te voorkomen dat er meteen tekorten of nieuwe verhoging geconstateerd moeten worden. Haar fractie sluit zich aan bij het verzoek om periodieke evaluatiemomenten of alle aannames nog kloppen en of onderhoudskosten en inflatie niet bijdragen aan enorme kostenverhogingen.
De heer Klein beaamt dat kostenverhogingen nooit leuk zijn, maar het gaat om noodzakelijke aanpassingen en daarom bedankt hij voor het uitgewerkte plan. Zijn fractie ziet de meerwaarde van scenario 1 ten opzichte van de andere scenario’s, mede omdat dit scenario uiteindelijk het goedkoopst is op de langere termijn. Mevrouw De Groot merkt bij interruptie op dat in de presentatie tijdens de I&O met een grafiek werd aangetoond dat wanneer scenario 3 wordt gevolgd in 2045-2050 onder de kosten van scenario 1 uitgekomen wordt wat maakt dat inwoners op de langere termijn minder hard geraakt worden. De heer Klein vervolgt dat het hem niet duidelijk is waarom scenario 3 rondom 2045-2050 een andere koers volgt. Zijn fractie vindt scenario 1 de beste keuze voor de komende vier jaar. De heer Van Houwelingen is tevreden met het uitgebreide en duidelijke plan dat een goed beeld geeft waar de gemeente op de langere termijn naartoe werkt. Aan een dergelijk vergezicht kleeft ook een gevaar want op de route daarnaartoe kunnen zaken veranderen. Waar eerst werd gedacht dat de heffing tot 2035 op een laag niveau gehouden kon worden, blijkt nu dat tien jaar eerder aan inwoners verteld moet worden dat de heffing met flinke stappen omhoog gaat (bijna € 50-€ 60 voor eenpersoons- en € 60-€ 80 voor meerpersoonshuishoudens in vijf jaar tijd).
Op de dag van de I&O werd door het NIBUD gewaarschuwd voor de gevolgen van de verhoging van de energiebelasting op gas (een stijging van € 50 voor matig geïsoleerde huizen). Uiteraard zal ook de premie van de zorgverzekering stijgen. Dit bij elkaar opgeteld maakt het ingewikkeld om rond te komen. Met stijgingen op gas en elektra, of een stijging op de afvalstoffenheffing, kan nog geprobeerd worden om zuinig aan te doen, maar dat lukt niet met de rioolheffing. Zijn fractie is teleurgesteld door de plotselinge stijging vanwege de keuze die de raad in 2020 heeft gemaakt. Tijdens de I&O gaf de heer Kuijten aan dat hij liever een stabiele heffing op de verhoging over de gehele levensloop zou willen zien. Dat onderschrijft hij, maar deze kans had in 2020 genomen moeten worden toen hij namens de SP en GroenLinks aangaf meer te zien in een lineaire lijn in plaats van een daling van de heffing. De raad, ook de heer Kuijten, heeft toen voor een daling gekozen waardoor er geen buffer is opgebouwd zoals werd voorgesteld door SP en GroenLinks waardoor een stijging noodzakelijk is. Zijn conclusie is dat in 2020 geluisterd had moeten worden. Ook zijn fractie is voor spreiding van kosten, maar het geleidelijke van scenario 3 is slechts in het eerste jaar. Daarna gaat scenario 1 rustiger omhoog en dat heeft de voorkeur van zijn fractie.
Parallelsessie B&A Gemeentelijk rioleringsprogramma Omgevingsprogramma riolering & stedelijk water 2026-2030 2 oktober 2025
Mevrouw De Groot begrijpt niet waarom de SP er in het eerste jaar, gezien alle andere stijgingen die worden genoemd, kiest voor een verhoging van 20% terwijl het ook mogelijk is om te kiezen voor jaarlijks 8%. De heer Van Houwelingen antwoordt dat er in vijf jaar tijd een compleet andere lijn is ontstaan. Als nu wederom vijf jaar vooruit gekeken wordt, stijgt scenario 1 minder hard dan scenario 3. Mevrouw De Groot vraagt zich af hoe de SP aan de eigen achterban gaat uitleggen dat akkoord gegaan wordt met een verhoging van 20% terwijl het nog ongewis is of de lonen ook zullen stijgen waardoor de klap wat minder groot wordt. De heer Van Houwelingen herhaalt dat scenario 1 het goedkoopst is uiteindelijk, in de eerste twee jaar duurder en daarna goedkoper en dat kan hij uitleggen aan inwoners. (De heer Le Noble komt ter vergadering) De heer Heikens zegt dat ook zijn fractie van mening is dat dit een noodzakelijke investering is waar een goed plan onder ligt. Hij heeft begrepen dat het voor een meerpersoonshuishouden om een netto verhoging van € 40,20 per jaar gaat, voor een eenpersoonshuishouden is dat € 32,20. Zijn fractie kiest voor scenario 1. De heer Le Noble geeft aan dat ook zijn fractie voor scenario 1 kiest. Er wordt duidelijk gewezen op het feit dat Gorinchem op dit vlak significant lagere tarieven heeft in vergelijking tot buurgemeenten.
Hij roept op in de communicatie richting inwoners mee te nemen wat het uiteindelijke resultaat is op alle gemeentelijke lasten. De pijn moet genomen worden, zijn fractie kan zich grotendeels vinden in de woorden van de SP. Wethouder Polatli reageert in de richting van de SP dat destijds bij het aannemen van het GRP is aangegeven dat mensen bij aankoop van een woning voor het riool betalen en dat zij niet dubbel hoeven te betalen. Uitgaande van € 14.000 aan kosten per aansluiting over 60 jaar houdt dat in dat een huishouden € 200 per jaar moet sparen. De rioolheffing bedraagt op dit moment € 201 en dat betekent dat in deze periode van 60 jaar niet voor het gebruik, schoonmaak en energie wordt betaald. Destijds was ook geen sprake van meekoppelkansen (wegbeheer en klimaatadaptatie) die nu wel worden gezien en voorts werd de huidige hoge inflatie niet voorzien. Zonder deze daling zouden inwoners in de vorige planperiode te veel hebben betaald. Gorcum Actief verzoekt om jaarlijks op de hoogte gehouden te worden. Bij de PPN wordt bijgesteld en getoetst waardoor er minder voor enorme stijgingen gevreesd hoeft te worden. Het CDA informeert hoe de ambities nu wel worden behaald. De bestaande budgetten lopen naast dit plan. In het nieuwe plan is 15% voor personele kosten opgenomen. De PvdA merkt op dat scenario 3 goedkoper zou zijn.
In scenario 1 komen de kosten in 2030 op € 261, in scenario 3 op € 279,10. Mevrouw De Groot verduidelijkt dat het op de langere termijn goedkoper is en daarmee doelt zij op 2045. De tabel die werd getoond tijdens de I&O laat zien dat scenario 3 dan goedkoper is dan scenario 1. Wethouder Polatli vervolgt dat er nog verschillende bijstelmomenten zullen volgen. Als naar de langere termijn gekeken wordt kan de indruk ontstaan dat het heel gunstig uitpakt. Mevrouw De Groot benadrukt dat zij deze conclusie trekt op basis van de huidige kennis. Voor scenario 1 geldt hetzelfde als voor scenario 3 geldt in de zin van bijstelmomenten en niet zeker weten wat de kosten voor de inwoner zullen zijn. Mevrouw Pellikaan vult aan dat op basis van de huidige gegevens en informatie scenario 3 op de lange termijn (2045) goedkoper is dan scenario 1.
Parallelsessie B&A Gemeentelijk rioleringsprogramma Omgevingsprogramma riolering & stedelijk water 2026-2030 2 oktober 2025
De heer Klein constateert dat scenario 3 tot 2045 duurder is en daarna daalt, maar vraagt zich af of het echt goedkoper is voor iemand die tot 2065 in Gorinchem wil blijven wonen. De voorzitter begrijpt hieruit dat gevraagd wordt of de raad een doorrekening van de kosten van de tabel kan ontvangen. De heer Klein verneemt graag waarom in scenario 3 in 2036 een knik in de kosten te zien is. Wethouder Polatli antwoordt in de richting van de PvdA dat wanneer na 2045 gekeken wordt scenario 3 weer duurder is. De heer Le Noble veronderstelt dat in de berekeningen aannames en onzekerheden zitten aangezien het over 40 jaar na nu gaat. De discussie wordt makkelijker als alleen naar de eerste vijf jaar gekeken wordt. Wethouder Polatli vervolgt dat één en ander nu bij de PPN wordt beoordeeld wat voorheen niet het geval was. In 2027 wordt gekeken of het nodig is om bij te stellen. In de richting van Stadsbelang geeft hij aan de tabel natuurlijk op berekeningen gebaseerd is. Mevrouw De Groot neemt aan dat er een bepaald bedrag nodig is om het programma uit te kunnen voeren. Alle scenario’s moeten uiteindelijk op het bedrag uitkomen dat nodig is om één en ander te kunnen realiseren. Wat van de inwoner wordt gevraagd verschilt per scenario, maar uiteindelijk moet het wel kostendekkend zijn.
Wethouder Polatli antwoordt dat er een ook scenario is waarin de voorziening niet tot nul wordt afgebouwd. Scenario 1 is in de optiek van het college goedkoper op de langere termijn omdat de berekeningen dit aantonen. De voorzitter constateert dat 13 zetels zich inmiddels hebben uitgesproken voor scenario 1, 9 zetels kiezen voor scenario 3. Hij ziet dat ook de VVD aangeeft dat zij voor scenario 1 kiest en biedt gelegenheid om het woord te voeren in tweede termijn. De heer Kuijten zegt dat het nog niet duidelijk is voor hem waarom er ineens zo’n grote sprong gemaakt moet worden. Zijn fractie geeft de voorkeur aan een geleidelijke stijging. Ondanks dat het onoverkomelijk en noodzakelijk is, wordt gepleit voor scenario 3. Mevrouw Pellikaan merkt op dat er allerlei ingewikkelde berekeningen gedaan kunnen worden, maar ondanks alles krijgen de inwoners straks een brief dat de kosten gaan stijgen met 20% ineens, of een geleidelijke stijging. Met een geleidelijke stijging is de impact minder abrupt en dit draagt bij aan het draagvlak in tijden waarin mensen al zo veel te maken krijgen met kostenstijgingen. Op deze argumenten heeft zij vanuit de andere fracties weinig tegengeluid gehoord. Gorcum Actief zegt wij nemen het zuur ineens. Zij vraagt zich af waarom zo abrupt want ook Gorcum Actief vindt waarschijnlijk draagvlak en een geleidelijke tariefontwikkeling belangrijk.
VVD en ChristenUnie/SGP hebben geen inhoudelijke argumenten aangedragen waarom scenario 1 boven scenario 3 verkozen wordt. De bijdragen van Stadsbelang, SP en D66 lijken zich te focussen op de technische berekening, is het op de langere termijn wel of niet goedkoper. De lange termijn is onzeker, D66 zei schijnwerkelijkheid, ook het college heeft geen glazen bol en daardoor is haar conclusie dat met gezond verstand gekozen moet worden. Deze boodschap luidt als volgt: “Beste mensen, jullie gaan meer betalen, maar wij gaan dat geleidelijk doen want dat vinden wij belangrijk in een tijd waarin al zo veel kosten abrupt stijgen. Dit kunnen jullie verwachten en hierop kunnen jullie je voorbereiden”. De heer Klein begrijpt het argument voor geleidelijke stijging, maar eigenlijk wil Democraten Gorinchem punten scoren voor 2026 en wat in 2028 betaald moet worden maakt niet zo veel uit, want dan is het inmiddels meer geworden. Zijn fractie pleit voor de Parallelsessie B&A Gemeentelijk rioleringsprogramma Omgevingsprogramma riolering & stedelijk water 2026-2030 2 oktober 2025
aanpak in scenario 1 die ervoor zorgt dat in 2030 de kosten lager zijn dan in andere scenario’s. Over de periode van vier jaar is er wellicht niet heel veel verschil, maar als er doorgerekend gaat worden met indexaties en stijgingen wordt uitgekomen op een lager bedrag. Onderhoud plegen aan je huis kost geld, maar daarna heb je veel minder kosten. Mevrouw Pellikaan wil niet in cirkels blijven praten, maar scenario 1 is in het begin duurder, periode 3 goedkoper. In 2030 is scenario 3 duurder, in 2045 is het weer omgedraaid. Dat kan haar fractie niet uitleggen aan inwoners. De heer Klein benadrukt dat scenario 3 in 2028 duurder is. De heer Van Houwelingen gaf al aan dat het beeld in vijf jaar compleet is veranderd. Over vijf jaar kan het totaalbeeld ook heel anders zijn. Als voor scenario 1 gekozen wordt, stijgen de kosten niet meer dan noodzakelijk. Mevrouw Pellikaan is van mening dat wanneer er in vijf jaar zo veel kan veranderen het juist beter is om een tariefverhoging te spreiden zodat er meer bijsturingsmogelijkheden zijn in plaats van in één keer een grote klap uitdelen aan de stad met vervolgens minder bijstuurmogelijkheden. De heer Van Houwelingen vervolgt dat wanneer de kosten in vijf jaar lager zijn dan in een ander scenario hij dat heel goed kan uitleggen. De heer Le Noble bevestigt dat het nu duurder is, maar straks is het goedkoper.
Verder in de toekomst wordt de onzekerheid groter en kan minder waarde aan de bedragen gehecht worden. In de eerste jaren zal redelijk in de buurt uitgekomen worden, ook de jaren net buiten de tabel (2031-2035), en dat weegt mee voor zijn fractie. Het lijkt dan aantrekkelijker om voor scenario 1 te gaan. De heer Heikens acht het noodzakelijk om nu de pijn te nemen, want in 2028 is scenario 3 duurder. De VVD stelt voor om reserveringen in te bouwen om een sprong in de toekomst te voorkomen. Hij informeert hoe de wethouder dit beoordeelt. Mevrouw Veldheer bevestigt dat haar fractie voor scenario 1 kiest, vier jaar wordt aangemerkt als de korte termijn. De wethouder heeft aangegeven dat de kosten jaarlijks bekeken worden. De heer Sangers kan zich vinden in de uitleg van Stadsbelang en SP. Hij verwijst naar de informatie in de I&O over BSR. De WOZ waarde van een huis blijft een aantal jaren gelijk als in de buurt geen huizen verkocht worden. Als vervolgens in één jaar tijd twee huizen verkocht worden stijgt de waarde. In de afgelopen jaren is in principe een te laag bedrag gevraagd en daarom volgt nu het zuur. Dat is jammer, maar noodzakelijk. De heer Kuijten is van mening dat een periode van vier jaar te kort is om een programma volledig te overzien en de kosten daarvoor naar voren te trekken. De wiskundige berekening is gebaseerd op kijken in een glazen bol.
Het voorgelegde programma is te onduidelijk om voor de langere termijn de consequenties te kunnen overzien. De tabellen en grafieken stoppen bij 2030 en daarom is de conclusie dat scenario 3 toch het goedkoopste is. Voorts kiest zijn fractie voor een geleidelijkheid in stijging in plaats van een abrupte stijging. De heer Klein merkt op dat scenario 3 in 2030 juist duurder is dan scenario 1. Het is een kwestie van tellen. De heer Kuijten benadrukt dat de tabel tot 2030 gaat. De voorzitter stopt de discussie aangezien iedereen de tabel op zijn eigen manier uitlegt. Parallelsessie B&A Gemeentelijk rioleringsprogramma Omgevingsprogramma riolering & stedelijk water 2026-2030 2 oktober 2025
Mevrouw De Groot herhaalt dat haar fractie voor scenario 3 kiest. Hoewel regeren ook betekent visie hebben en naar de lange termijn kijken snapt zij dat de collega’s ook naar de korte termijn kijken. Desalniettemin is het enorm belangrijk dat de keuze naar de inwoners verantwoord kan worden. Er volgen nog veel bijstelmomenten en daarom moet niet voor een stijging van 20% ineens gekozen worden waardoor inwoners het moeilijker krijgen om rond te komen. Wethouder Polatli reageert dat een extra investering voor egalisatie zorgt voor extra kosten. Hij heeft allerlei bedragen en percentages gehoord, maar scenario 1 is het goedkoopst. Binnen de planperiode volgen nog bijstelmomenten. Het college wil inwoners niet ineens met hoge kosten confronteren, maar in de vorige periode is niet geïndexeerd waardoor het tarief nu lager is. Mevrouw De Groot slaat bij interruptie aan op de woorden ‘ineens met hoge kosten confronteren’. Het college kiest ervoor om voor volgend jaar een verhoging van 20% door te voeren in plaats van spreiding over een aantal jaren. Juist vanwege de bijstelmomenten zou voor spreiding gekozen moeten worden. Wethouder Polatli verduidelijkt dat mevrouw De Groot over percentages spreekt, hij heeft het over kosten. Op de voorgestelde manier gaat het de inwoner minder euro’s kosten.
De voorzitter stelt voor het voorstel als hamerstuk aan te merken waarbij het fracties vrij staat om met een amendement te komen op beslispunt 2. Mevrouw Pellikaan kondigt een amendement aan dat zij graag voorbereidt samen met de fracties die het standpunt van haar fractie delen en dat maakt dat het voorstel als bespreekstuk aangemerkt moet worden. De voorzitter concludeert dat het voorstel als bespreekstuk wordt geagendeerd voor de raadsvergadering van 16 oktober a.s. omdat er een amendement is aangekondigd door Democraten Gorinchem. Sluiting De voorzitter bedankt de aanwezigen voor de inbreng en sluit de vergadering. Toezeggingen: Er zijn geen toezeggingen gedaan.
Parallelsessie B&A Gemeentelijk rioleringsprogramma Omgevingsprogramma riolering & stedelijk water 2026-2030 2 oktober 2025