CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

20250918 Verslag parallelsessie I&O gemeentelijk rioleringsprogramma

Raadsvergadering 16 oktober 2025, gemeente GorinchemBij agendapunt: HAMERSTUK Vaststellen notulen voorgaande raadsvergadering en parallelsessies2.693 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Parallelsessie Informatie en Ontmoeting 18 september 2025 Gemeentelijk rioleringsprogramma Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Griffie: Notulist: Raadsleden/ fractieassistenten: Stadsbelang: Democraten Gorinchem: PvdA: VVD: ChristenUnie/SGP: Gorcum Actief: D66: CDA: SP: Portefeuillehouder: Ambtelijke ondersteuning: Gasten:

de heer A. Boutachkourt mevrouw J. den Uyl mevrouw J.M. Kiep-de Jongh de heer J. Klein --mevrouw P. de Groot mevrouw T. van ‘t Westende de heer H. Heikens de heer H. Sangers --de heer P. Kuijten mevrouw S. de Lange de heer A. van Houwelingen de heer F. Polatli mevrouw M. van de Wijgert, de heer H. Lievense, de heer M. den Dunnen, de heer S. Vaatstra, de heer M. Matla, mevrouw R. Steegwijk de heer H. Scheepers (Waterfeit Adviseurs)

Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Gemeentelijk rioleringsprogramma Programma Riolering en Stedelijk Water Water vasthouden, minder afvoeren Het doel is om de gemeenteraad te informeren over het opgestelde Omgevingsprogramma Riolering en Stedelijk Water 2026-2030. Hierbij wordt stilgestaan bij de verschillen tussen het GRP en het omgevingsprogramma en wordt er een toelichting gegeven bij de financiën uit het omgevingsprogramma. Dit wordt gedaan middels een presentatie waarna er de mogelijkheid is om vragen te stellen. De heer Scheepers verzorgt een presentatie. Hij duidt het verschil tussen het Omgevingsprogramma en het GRP (2021-2025). Het GRP was een verplichting onder de Wet milieubeheer, maar deze verplichting is vervallen onder de Omgevingswet. De zorgplicht voor de afvoer van afval-, hemel-, en grondwater heet nu gemeentelijke taken voor de fysieke leefomgeving. De gemeente geeft in het Omgevingsprogramma aan hoe zij invulling aan deze taken geeft, dit is facultatief en alleen zelf bindend. Voor het GRP was de raad het bevoegd gezag, het college bevoegd gezag voor het Omgevingsprogramma, de raad stelt wel de rioolheffing vast. Veel regels uit het GRP werden overgenomen uit landelijke besluiten, maar deze zijn met ingang van de Omgevingswet vervallen. Aan het Omgevingsprogramma kunnen regels worden toegevoegd.

De raad heeft in 2023 de Omgevingsvisie vastgesteld en deze dient als kapstok voor het Omgevingsprogramma. Het GRP is geëvalueerd. Op sheet 4 wordt aangegeven welke zaken wel, niet of deels zijn uitgevoerd. Zaken die niet uitgevoerd zijn hebben veelal te maken met personele capaciteit/wisselingen. In de afgelopen planperiode was weinig sprake van

Parallelsessie I&O Gemeentelijk rioleringsprogramma, 18 september 2025

wateroverlast, het systeem heeft goed gefunctioneerd, maar er waren ook geen extreme buien. Er is wel sprake geweest van enige grondwateroverlast, 2023 was een nat jaar. De rioolheffing is gelijk gebleven en niet geïndexeerd ondanks de hoge inflatie. Gorinchem heeft de laagste heffing ten opzichte van omliggende gemeenten en ook lager dan het landelijk gemiddelde. Hij gaat nader in op de doelen (sheet 5). Veel beleid is overgenomen vanuit het GRP met enkele aandachtspunten (sheet 6). Op basis van de huidige klimaatstatistieken zijn nieuwe normbuien opgesteld met als doel om in 2050 klimaat adaptief ingericht te zijn. De heer Klein vraagt om een voorbeeld van acceptabele hinder. De heer Scheepers antwoordt dat hieronder wordt verstaan water dat kortdurend (15 tot 30 minuten) op straat blijft staan en niet afgevoerd kan worden door het riool, maar niet zodanig dat het verkeer hierdoor ontregeld wordt. Mevrouw De Lange vraagt of er een stresstest is uitgevoerd. De heer Scheepers antwoordt dat dit in het verleden is gebeurd, het is de bedoeling dat dit in de komende planperiode ook gebeurt. In het Omgevingsprogramma Klimaat zullen de stresstesten opnieuw uitgevoerd worden. Daarnaast wordt een nieuwe modelberekening gemaakt (de oude dateert van 2015). Mevrouw De Lange informeert in hoeverre de uitkomsten van de stresstesten bepalend zijn voor het programma dat wordt uitgevoerd.

De heer Scheepers antwoordt dat nu in het programma vooral maatregelen zijn opgenomen op basis van de technische toestand van de riolering (vervanging, verbetering, hoe kunnen hele wijken voldoen aan zwaardere buien). Als de riolering aan vervanging toe is wordt in combinatie met wegbeheer gekeken wat gedaan kan worden voor meer klimaat adaptief inrichten. Op basis van de herberekening wordt gekeken waar eventueel vooruitlopend op vervanging aan de slag gegaan moet worden omdat bepaalde situaties niet acceptabel zijn. Hij vervolgt zijn presentatie. Schade aan woningen is een gedeelde verantwoordelijkheid. Voor ruimtelijke ontwikkelingen worden regels opgesteld voor het omgaan met hemelwater en de eventuele aanleg van waterbergingen. Aansluitingen van vuilwater op het riool komen veel voor in Nederland en dat is slecht voor de waterkwaliteit. Er is extra budget opgenomen om daar meer onderzoek naar te doen. Bij rioolvervanging krijgt de aanleg van drainage meer prioriteit. De heer Sangers verzoekt de noodzaak voor aanleg van drainage nader te duiden. De heer Scheepers geeft aan dat het kan voorkomen dat lekken in de oude riolering onbedoeld een drainerende werking hebben waardoor de grondwaterstand op een laag niveau blijft, maar dat na vervanging de grondwaterstand stijgt en overlast ontstaat. Hij gaat nader in op de financiële middelen (sheet 6, ongeveer € 15 mln.

in de komende planperiode) vooral voor vervanging van de riolering en deels voor aansluiting bij wegbeheer (werk met werk). Er zijn middelen opgenomen voor klimaatadaptatie. De eenheidsprijzen zijn inmiddels met ongeveer 45% gestegen en dat leidt tot een hogere investeringsbehoefte. De heer Heikens merkt op dat bij Nieuwe Hoven sprake is van hobbelige fietspaden vanwege boomwortels. Hij vraagt of bij werkzaamheden aan de riolering ook meteen de boomwortels aangepakt kunnen worden. De heer Den Dunnen antwoordt dat dit probleem bekend is. De riolering ligt onder de bomen en daarom is dit als meekoppelkans aangemerkt.

Parallelsessie I&O Gemeentelijk rioleringsprogramma, 18 september 2025

Mevrouw Van ’t Westende is vernieuwd welk deel van de investering vanuit rijkssubsidie wordt betaald en hoe de 15% voor klimaatadaptatie verdeeld wordt. De heer Scheepers antwoordt dat alle kosten voor rekening van de gemeente zijn, wellicht dat er nog wat mogelijkheden zijn om subsidie aan te vragen. Voor de komende planperiode is gekeken welke straten aangepakt worden en wat dan meteen gedaan kan worden voor het hemelwater. Voor de langere termijn wordt boven de normale vervangingswaarde van de riolering uitgegaan van 15% extra budget voor klimaatadaptatie. Of dit toereikend is moet nog nader bekeken worden. Mevrouw De Lange begrijpt dat niet voor alle riolen die vervangen worden meteen een gescheiden stelsel wordt aangebracht. De heer Scheepers antwoordt dat de mogelijkheden per situatie bekeken worden. De voorkeur gaat uit naar hemelwater vasthouden daar waar het valt, maar dat is niet op alle plaatsen mogelijk en dan is een hemelwaterafvoer nodig als de wens is om één en ander gescheiden af te voeren. Per locatie moet bepaald worden wat het meest doelmatig is. Het doel is niet om straks in de hele gemeente een gescheiden riolering te hebben.

De heer Klein gaat ervan uit dat de genoemde investering voor de planperiode de gewone investering is en vraagt hoe dit zich verhoudt tot de vorige planperiode (meer, minder of hetzelfde niveau) aangezien de exploitatie met 14% stijgt. De heer Scheepers bevestigt dat in de vorige periode € 1,3 mln. per jaar was opgenomen. De stijging wordt deels verklaard door de kostenstijging van 45% en daarnaast omdat wordt meegelift met wegbeheer wat een forse investering vergt in de komende jaren. Voorts wordt gekeken bij riolen die worden vervangen wat de mogelijkheden zijn voor hemelwaterafvoer. De heer Kuijten informeert naar de koppelkansen met het programma wegen en pleinen. De heer Den Dunnen reageert dat zo veel mogelijk wordt aangesloten bij de planning voor wegbeheer. De heer Scheepers vervolgt de presentatie. In de afgelopen jaren is geconstateerd dat de budgetten wat aan de krappe kant zijn. De heer Kuijten vraagt waar de extra 15% budget voor klimaatadaptatie vandaan gehaald wordt. De heer Scheepers antwoordt dat dit uit de rioolheffing wordt gehaald om invulling te geven aan het anders omgaan met het hemelwater. In de vorige planperiode was ook al rekening gehouden met budget voor klimaatadaptatie. Desgevraagd geeft hij aan dat de maatregelen in de nieuwe planperiode concreter zijn. De heer Van Houwelingen informeert naar de reden om niet te indexeren.

De heer Scheepers bevestigt dat de rioolheffing niet is verhoogd, het meeste werk is uitgevoerd, maar de ervaring was ook dat er te weinig budget was. Wethouder Polatli vult aan dat de raad destijds bewust heeft gekozen voor een dalend tarief. De heer Scheepers vervolgt met de benodigde rioolheffing (sheet 8). Geprobeerd is om de verhoging zo veel mogelijk te dempen met een egalisatie- en vervangingsvoorziening. Hiervoor zijn drie scenario’s opgesteld. In scenario 1 en 3 wordt gezakt naar bijna nul met in scenario 1 een snelle stijging in 2026 en in scenario 3 een stijging verdeeld over vier jaar

Parallelsessie I&O Gemeentelijk rioleringsprogramma, 18 september 2025

(jaarlijks 8%). In scenario 2 wordt gezakt naar minimaal € 1 mln. In de scenario’s is geen rekening gehouden met indexaties (jaarlijks wordt bekeken of het echt nodig is om deze toe te passen). De heer Kuijten vindt het een angstaanjagende grafiek omdat er na 2030 een explosieve stijging gaat plaatsvinden. Hij zou liever zien dat er over de gehele levensduur van rioleringsplannen een doorkijk wordt gemaakt om de heffing te stabiliseren. De achterliggende vraag daarbij is of de burger na de eerste vier jaar met een explosieve stijging geconfronteerd mag worden. De voorzitter merkt op dat dit een politieke vraag is en stelt voor deze te bewaren voor de B&A sessie. Mevrouw Van ’t Westende vraagt welke denkrichtingen worden gebruikt om te bepalen welk scenario het meest realistisch is. Wethouder Polatli antwoordt dat het college de voorkeur geeft aan scenario 1. De heer Klein informeert naar het voordeel of nadeel van het wel of niet benutten van de voorziening tot nul. De heer Scheepers antwoordt dat wanneer tot nul gedaald wordt er geen reserve meer is en daardoor kunnen onverwachte zaken niet opgevangen worden. Het is wel zo dat de voorziening na de daling redelijk snel weer opgebouwd wordt. De dip moet eigenlijk met een stijging van de heffing opgevangen worden.

De heer Heikens verwijst naar de wijk De Donken waar het hemelwater via het dak direct naar de straat wordt afgevoerd en vraagt of in het plan bestaande wijken zijn opgenomen om op een dergelijke manier in te richten. De heer Den Dunnen antwoordt dat er enkele vervangingsprojecten zijn opgenomen waarbij voor elk project wordt afgewogen wat mogelijk is. Mevrouw De Groot verzoekt om nadere toelichting voor de enorme stijging die vervolgens weer daalt. De heer Scheepers antwoordt dat de stijging groot is in de periode tot 2030 (20%-24%) daarna volgt een stijging van 2% tot 3% per jaar. Gekeken is wat op de lange termijn nodig is qua investeringen op basis van de leeftijd van de rioleringen. Normaliter is na 60 jaar vervanging nodig. Veel riolen zijn na de jaren 80 aangelegd waardoor vanaf 2040 de investering stijgt. Gorinchem boekt de investeringen direct af van de vervangingsvoorziening daar waar in het verleden de investeringen werden gekapitaliseerd (op dit moment is er nog een boekwaarde van € 20 mln. vanwege investeringen uit het verleden met een afschrijving over de komende 50 jaar). De vervangingswaarde van de gehele riolering bedraagt € 200 mln. Bijna alle rioleringen zijn betaald vanuit de grondexploitatie en deze worden vanuit de rioolheffing onderhouden. Als de rioleringen straks vervangen moeten worden, moeten deze wel vanuit de rioolheffing betaald worden.

De komende jaren wordt jaarlijks € 500.000 afgeschreven van de oude investering. De rentelasten zijn met de rode balk aangegeven waarbij rekening is gehouden met een stijging van de lasten. De kapitaallasten zijn over 50 jaar afgenomen waardoor er straks geen rentelasten meer zijn waardoor de heffing met het huidige prijspeil weer kan dalen. Mevrouw De Lange vraagt in hoeverre rekening is gehouden met de groei van de gemeente door woningbouw of de aanleg van bedrijventerrein De Groote Haar. De heer Scheepers antwoordt dat nieuwe ontwikkelingen niet vanuit de rioolheffing betaald worden, maar vanuit de grondexploitatie of door de initiatiefnemer. In de exploitatie is wel

Parallelsessie I&O Gemeentelijk rioleringsprogramma, 18 september 2025

rekening gehouden met de groei van de gemeente. De betreffende riolering komt dan na 60 jaar weer aan bod. Hij vervolgt zijn presentatie met de benodigde rioolheffing (sheet 10). De wethouder heeft al aangegeven dat het college een voorkeur heeft voor scenario 1 waardoor de heffing in 2026 met 20% stijgt. Voor een meerpersoonshuishouden betekent dit van € 201 naar € 241. Dit is nog steeds 25% lager dan het gemiddelde in de buurgemeenten en lager dan het landelijk gemiddelde. De totale woonlasten voor de inwoners van Gorinchem ligt in 2025 ongeveer 4% onder het landelijk gemiddelde. De heer Van Houwelingen vindt het prima dat er een vergelijking met de Regio wordt gemaakt, maar dan moet de situatie ook gelijk zijn. Hij vraagt zich af of de gemeente Molenlanden met haar kleine kernen te vergelijken is met Gorinchem waar alles vrij dicht op elkaar ligt. De heer Scheepers vervolgt dat daarom ook een vergelijking met het landelijk gemiddelde is gemaakt. De heer Kuijten begrijpt dat een aantal zaken in het Omgevingsplan geregeld wordt en vraagt aan welke regels voor afkoppeling hij moet denken. Hij vraagt voorts welke regels oplegbaar zijn en of daarmee niet te ver gegaan wordt. De voorziening naar nul brengen merkt hij als gevaarlijk aan omdat dan de vraag is hoe het herstellen van een kapotte of verzakte riolering betaald wordt.

Wethouder Polatli antwoordt dat het college het aandurft om de voorziening naar nul af te bouwen in scenario 1 omdat er nog verschillende bijstelmomenten volgen tot aan 2070. In het slechtste geval kan altijd nog een beroep op de algemene reserve gedaan worden, maar hij gaat ervan uit dat er bijgestuurd kan worden of werken worden vooruitgeschoven. Omdat wordt meegelopen met werken van wegbeheer is er jaarlijks al een verschil van € 600.000. De heer Van Houwelingen leest dat er extra ondersteuning nodig is bij projecten (15%) en vraagt of dit onderhoud of herindeling in de stad betreft. Voorts informeert hij waar de uren voor herontwikkeling vandaan gehaald worden. Mevrouw Van ’t Westende informeert hoe wordt voorzien in het doorlopen van de nieuwe plannen ondanks mogelijke capaciteitsvraagstukken. De heer Klein vraagt met betrekking tot de meekoppelkansen hoe één en ander zich tot elkaar verhoudt als dit afzonderlijk wordt gedaan (kan hiermee bespaard worden of juist niet). De heer Scheepers reageert met betrekking tot de 15% dat het vooral om vervanging van riolering gaat. In de raming is rekening gehouden met 15% budget voor administratie en toezicht, dit kan deels uitbesteed worden. Het is de bedoeling dat deze taak meer bij projectleiders terechtkomt zodat de heer Den Dunnen meer ruimte krijgt om zijn taken als rioolbeheerder op te pakken.

Sinds kort neemt ook de heer Vaatstra een deel van de taken op zich. Desgevraagd geeft hij aan dat voor herontwikkeling geen budget is gerekend, maar dit komt natuurlijk wel bij de heren terecht. Aangaande de capaciteit voor de komende periode reageert hij dat er rekening is gehouden met een budget voor administratie en toezicht waardoor het mogelijk is om extern in te huren en voorbereiding uit te zetten bij bureaus. De heer Vaatstra is erbij gekomen ter ondersteuning van de rioolbeheerder waardoor er meer capaciteit beschikbaar is. In het Omgevingsplan zijn veel regels vanuit landelijke besluiten overgenomen (bijvoorbeeld over de kwaliteit van het afvalwater van bedrijven). Gemeenten kunnen ook regels opnemen over waterberging bij herontwikkeling. De heer Kuijten merkt op dat veel woningen via een gemengd stelstel afvoeren.

Parallelsessie I&O Gemeentelijk rioleringsprogramma, 18 september 2025

De heer Scheepers vervolgt dat bijvoorbeeld opgenomen kan worden dat na de sloop van woningen en realisatie van nieuwe woningen een waterberging gerealiseerd moet worden op eigen terrein om een bijdrage te leveren aan klimaatverandering. Als een weg tweemaal opengemaakt wordt, wordt een deel van de kosten opnieuw gemaakt. De heer Klein merkt op dat hiermee ook kosten uitgesteld kunnen worden in het geval rioleringen nog niet aangepakt hoeven te worden. De heer Den Dunnen reageert dat bij meekoppelkansen geen riolen worden vervangen als dat niet nodig is. De besparing zit in de voorbereiding en de uitvoering van het project en natuurlijk maatschappelijk in het kader van overlast. Sluiting De voorzitter meldt dat de B&A sessie volgt op 2 oktober a.s. Hij bedankt de aanwezigen voor de inbreng en sluit de vergadering. Toezeggingen: Er zijn geen toezeggingen gedaan.

Parallelsessie I&O Gemeentelijk rioleringsprogramma, 18 september 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=20086586-6be5-4ad3-a0ff-4632f09ad7ad