CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

20250703 Verslag Parallelsessie I&O PPN 2026 (2)

Raadsvergadering 17 juli 2025, gemeente Gorinchem5.559 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Parallelsessie Informatie en Ontmoeting 3 juli 2025 Perspectiefnota 2026-2029 Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Griffie: khoven Notulist: Raadsleden/ fractieassistenten: Stadsbelang: Democraten Gorinchem: PvdA: VVD: ChristenUnie/SGP: Gorcum Actief: D66: CDA: SP: Portefeuillehouders:

Ambtelijke ondersteuning:

de heer K. van Willigen mevrouw E. van Bein gorinchem mevrouw J.M. Kiep-de Jongh de heer J. Klein de heer J. Roeland de heer P. Schefferlie de heer A. Hachhouch de heer N. van Santen mevrouw M. Veldheer de heer H. Heikens de heer M. de Pagter de heer B. Bahlmann mevrouw E. Hamann de heer I. Tekir de heer T. van der Meijden de heer J. van der Geest de heer P. van Andel de heer A. van Houwelingen de heer M. de Boer mevrouw E. Dansen de heer F. Polatli mevrouw A. Mager mevrouw R. Melissant-Briene mevrouw M. Molengraaf de heer M. Matla diverse ambtenaren

Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Op vragen die vanavond niet beantwoord kunnen worden, volgt uiterlijk vrijdag 11 juni een antwoord. Perspectiefnota 2026-2029 De afgelopen maanden is hard gewerkt aan het opstellen van de perspectiefnota 2026. Onlangs is de perspectiefnota 2026 aangeboden aan de gemeenteraad. Wethouder Molengraaf refereert aan het collegeprogramma met een flink aantal ambities en beloften aan de stad. De afgelopen jaren hebben het college gedwongen om daar financiële keuzes in te maken, maar desalniettemin is het collegeprogramma grotendeels uitgevoerd met een financieel solide beleid. In de Perspectiefnota is geen nieuw beleid opgenomen, het gaat vooral om uitwerking, uitvoering en continuïteit. Vorig jaar zijn er flinke maatregelen getroffen om de begroting sluitend te houden. Gorinchem heeft als één van de koplopers

Parallelsessie I&O Perspectiefnota 2026-2029, 3 juli 2025

het ravijnjaar al aangepakt en daar worden dit jaar de vruchten van geplukt. In de Perspectiefnota zijn bezuinigingsmaatregelen opgenomen, wel is er veel aandacht voor de uitwerking van de taakstellingen omdat die nog niet helemaal gerealiseerd zijn. Er worden geen rigoureuze maatregelen getroffen, maar kijken hoe nu verder als iets in gang gezet is. Voorzichtig bezuinigen want soms komen er gemengde geluiden vanuit Den Haag. De Perspectiefnota biedt een meerjarig financieel sluitend beeld, maar de saldi zijn beperkt. Hoewel er een sluitend perspectief aangeboden wordt, gaat het college er vanuit dat de lobby over de gemeentefinanciën nodig blijft. De heer Matla vervolgt de presentatie. Het meerjarenperspectief is sluitend. De meicirculaire is verwerkt. De taakstellingen lopen op tot een bedrag van € 900.000. In 2029 is het meerjarig saldo goed, maar dit is wel inclusief de boekwinst vanwege de verkoop van een pand. Technische en autonome bijstellingen Verbonden partijen vragen tot vorig jaar significant minder geld. De getroffen maatregelen zorgen voor minder lasten op de gemeentelijke begroting. Bij 10 Avres Aanpassing beleid geeft hij aan dat er extra besparingspotentieel is (minimaregelingen € 300.000 en WSW). De heer Schefferlie vraagt waarop de indexatie van 3,2% is gebaseerd De heer Matla antwoord dat dit op basis van de CPB raming is.

De heer Schefferlie vervolgt dat dit cijfer op 2,6% staat en verwijst naar de motie niet meer OZB dan absoluut noodzakelijk is en verzoekt het percentage te checken. (Deze vraag wordt schriftelijk beantwoord). De heer Matla geeft aan dat de macro-economische verkenningen worden gevolgd en het inflatiepercentage dat voor het komende jaar wordt verwacht. De heer Klein wijst op DVO’s Waardlanden +€ 3.000 terwijl in de toelichting staat ten opzichte van de begrotingsjaarschijf 2026 en informeert naar het verschil ten opzichte van 2025. De heer Matla wijst op de storting voor de rioolvoorziening. In de begroting van Waardlanden zijn 6 DVO’s opgenomen met een bepaald bedrag. De gemeente moet dit doorrekenen. Eén van de DVO’s levert geld op, de andere DVO’s kosten geld, per saldo komt dit uit op +€ 3.000. Er is een splitsing gemaakt tussen afval en inzameling en de dienstverleningsovereenkomsten. Bijplaatsing is opgenomen in het bedrag van +€ 3.000. De heer Klein leest in de begroting 2026 wat de DVO’s gaan kosten en verzoekt inzicht te geven wat dit in 2024 en 2025 heeft gekost. (Deze vraag wordt schriftelijk beantwoord). De heer Van der Meijden heeft bij de behandeling van de jaarrekening gevraagd of de taakstelling van DG&J is ingevuld. Geantwoord werd dat dit lastig was, maar er komt een bedrag (€ 80.000) terug naar de gemeente wat wordt meegerekend in de taakstelling.

Hij is verrast dat de volledige taakstelling is opgenomen in de perspectiefnota als niet gerealiseerd. De heer Matla antwoordt dat de taakstelling 2025 niet gehaald wordt. Dit wordt gecompenseerd met het jaarrekeningresultaat van 2024. De structurele bijdrage wordt niet gehaald en daarom wordt deze afgeraamd van de taakstelling. De heer Van der Meijden vraagt of het realistisch is om de taakstelling in de boeken op te nemen aangezien het steeds niet lukt. (Deze vraag wordt schriftelijk beantwoord).

Parallelsessie I&O Perspectiefnota 2026-2029, 3 juli 2025

De heer Matla vervolgt dat het wordt behaald door de taakstelling van 2026 en verder impliciet uit de boeken te halen. De ingeboekte korting wordt teruggedraaid vanaf 2026. Bij de sheet over de taakstelling volgt een nadere uitleg. De heer Van der Meijden begrijpt dat er vanuit gegaan wordt dat er in de komende jaren geld terugkomt vanuit DG&J waardoor de ingeboekte korting teruggedraaid wordt. De heer De Pagter vraagt hoe de loonindex van € 700.000 tot stand komt. Zijn aanname is 350 medewerkers € 60.000 per jaar x 1,6%. De heer Matla reageert dat de payroll € 30 tot € 35 mln. bedraagt. Doordat de salarisverhoging later volgt wordt de inflatiegolf enigszins afgevlakt. Vorig jaar ging het om een hoger bedrag. De heer Hachhouch wijst op nr. 13 Storting voorziening riool een flinke verlaging van de kosten op de verwerking. Voor straatvegen wordt 50% doorgerekend in de verlaging van de tarieven. Hij informeert of dit een standaardverdeling betreft. De heer Matla antwoordt dat conform de gemaakte afspraken 50% van de kosten voor straatvegen worden meegenomen in de berekening van de rioolheffing. Voorts is afgesproken dat het tarief van het GRP wordt gehandhaafd. Als er een voordeel is op het straatvegen kan dit niet direct aan de burger teruggegeven worden en daarom gaat dit naar de rioolvoorziening. Bij de vernieuwing van het GRP heeft dit straks een positief effect.

De heer Tekir verzoekt bij nr. 10 Avres Aanpassing beleid nader toe te lichten wat Avres doet om structurele besparingen te realiseren. Bij 12a Waardlanden, de meerkosten voor bijplaatsing bedragen € 72.000. Hij vraagt of dit betekent dat er jaarlijks zo’n € 170.000 wordt betaald voor bijplaatsing. Wethouder Polatli antwoordt dat het genoemde bedrag voor bijplaatsing klopt. De heer Matla reageert dat in de zienswijze is benoemd hoe Avres de besparing gaat realiseren (minimaregelingen en WSW). Het gaat goed met de BV Nederland waardoor hij zich kan voorstellen dat er minder beroep wordt gedaan op deze voorzieningen. De heer Tekir komt dit bedrag niet tegen in de jaarrekening van Avres. Hij zou graag vernemen of dit een efficiencyslag is of beleidsmatig waardoor de doelgroep wordt geraakt. (Deze vraag wordt schriftelijk beantwoord). Ontwikkeling Gemeentefonds De heer Matla geeft aan dat de algemene uitkering in lijn is met vorig jaar. In de Voorjaarsnota is een aanpassing gedaan op het ravijnjaar van € 1 mln. De Hervormingsagenda Jeugd is twee jaar vooruit geschoven. Deze wordt begrotingsneutraal verwerkt. In 2026 wordt € 1,3 mln. voordeel verwacht waarbij voorgesteld wordt om deze in de reserve Sociaal Domein te storten. In 2028 wordt de gemeente alsnog gekort door het Rijk (€ 2,8 mln.) en dan wordt een besparingsopgave opgenomen in het kader van de meeveeroperatie (€ 262.000).

Ruimtevragers De heer Matla geeft aan met betrekking tot nr. 10a BRP dat er middelen nodig zijn om op orde te blijven. Per inwoner volgt een vergoeding vanuit het Rijk. Het is lastig om het aantal nieuwe inwoners te kwantificeren. Nieuwe inwoners kunnen een beroep doen op allerlei voorzieningen en dat kan ook weer geld kosten. De voordelen van BRP zijn minder last van

Parallelsessie I&O Perspectiefnota 2026-2029, 3 juli 2025

ondermijning en dergelijke, maar er kan ook een positieve werking zijn op de afvalstoffenheffing omdat er meer inwoners zijn. Bij nr. 11 ’t Gilde geeft hij aan dat er vorig jaar sloopkosten zijn opgenomen, maar omdat de gymcapaciteit nog wordt gebruikt worden er voor twee jaar kosten opgenomen voor leegstand. De heer Van der Meijden verzoekt bij nr. 4 Verkiezingen, afscheid/welkom stadsbestuur het onderscheid aan te geven tussen de beide posten. (Deze vraag wordt schriftelijk beantwoord). De heer Schefferlie begrijpt bij nr. 7 Subsidie cultuurparticipatie dat de Spreekkamer beëindigd wordt en informeert hoe de Spreekkamer daar zelf over denkt. Wethouder Polatli antwoordt dat ‘Geworteld in Gorinchem’, door de Spreekkamer op gang geholpen wordt. De heer Schefferlie krijgt de indruk dat de Spreekkamer verdwijnt waardoor er structurele ruimte is voor een nieuwe Stichting Geworteld in Gorinchem. Wethouder Polatli vervolgt dat er wellicht een naamsverandering komt, maar dat de stichting doorgaat met een andere samenstelling van bestuur. De heer Schefferlie merkt op dat de Spreekkamer door twee personen wordt bemensd. Het lijkt erop dat de Spreekkamer verdwijnt en dat Geworteld in Gorinchem opkomt. Hij herhaalt zijn vraag: Wat vindt de Spreekkamer daar zelf van? Dat zij helpen bij het nieuwe project wil niet zeggen dat zij blij zijn dat zij zelf opgeheven worden.

Wethouder Polatli antwoordt dat men daar geen problemen mee heeft. Eén van de twee overgebleven bestuursleden gaat door in de stichting, de andere is ambtenaar en stopt ermee. Het is conform hun eigen wensen. De heer Schefferlie hoopt later wat meer meegenomen te worden in de aard, rol en functie van deze overheveling. De heer Klein vraagt over nr. 11 Leegstand ’t Gilde of er naast de gymzalen nog gebruik wordt gemaakt van het pand. De heer Matla antwoordt dat er een huurder is, maar het pand staat verder voor 80% leeg. De heer Tekir begrijpt dat nr. 6 Hamelhuis de jaarlijkse subsidie niet krijgt en verzoekt om verduidelijking. (Deze vraag wordt schriftelijk beantwoord). De heer Tekir vraagt bij nr. 10A BRP op orde of het klopt dat in drie jaar tijd € 3 mln. betaald wordt om een paar inwoners te vinden. De heer Matla bevestigt dat dit structurele kosten met zich meebrengt. Nadat dit op orde is (€ 800.000 initieel) wordt in de drie jaar daarna € 200.000 betaald (totaal € 1,4 mln.) Als blijkt dat het op orde houden minder kost, dan volgt een bijstelling. Hij benadrukt dat allerlei veiligheidsaspecten zoals ondermijning niet vergeten moeten worden. Nr. 12 Taakstelling besparing MJOP Vastgoed is ooit als besparing bedacht uit hoofde van het uitponden van panden en dergelijke. De vastgoedportefeuille is kleiner dan 8 jaar geleden.

Bij de actualisatie van het MJOP in 2022 is gemeld dat het besparen van € 250.000 niet haalbaar is. Dit is nu opgenomen. Bij nr. 26 Dekking Wmo onvoorzien merkt hij op dat de reserve Sociaal Domein ook is bedoeld voor tegenvallers waardoor de begroting nu wat buffer krijgt.

Parallelsessie I&O Perspectiefnota 2026-2029, 3 juli 2025

De heer Bekkering vraagt namens de Historische Vereniging Oud Gorinchem of alleen voor 2026 een bedrag van € 30.000 wordt uitgetrokken voor erfgoed (nr. 31 Erfgoed uitvoeringsbudget) omdat voor de jaren daarna geen bedragen openomen zijn. De heer Matla antwoordt bevestigend. Binnen het Team Stadsontwikkeling worden budgetten die breder zijn dan erfgoed soms ingezet voor zaken die passen binnen erfgoed. Dat zijn geen grote budgetten en daarom wordt voor 2026 € 30.000 opgenomen. De heer Bahlmann geeft aan dat het Erfgoedbeleid in december 2024 is vastgesteld met een uitvoeringsagenda voor vier jaar. Hij vraagt hoeveel fte er nodig is om dit uit te kunnen voeren en of hierin voorzien is. Wethouder Mager bevestigt dat het Erfgoedbeleid is vastgesteld en dat wil zeggen dat iedereen zich aan dit beleid heeft te houden. Als er plannen of ideeën zijn waar erfgoed mee gemoeid is dan is het Erfgoedbeleid altijd van toepassing omdat elke ambtenaar en elke bestuurder is gehouden aan dit beleid. Met diverse adviesgroepen, het lidmaatschap van Unesco Werelderfgoed en onderdeel zijn van Hollandse Waterlinie kan de gemeente niet anders dan respect hebben voor haar erfgoed. Dat is niet afhankelijk van één persoon. Wethouder Dansen vult aan dat een beleid alleen niet voldoende is en dan denkt zij aan subsidies voor erfgoed en het netwerken binnen erfgoed.

De heer Bahlmann vraagt hoeveel fte er nodig is. Wethouder Dansen denkt dat uitvoerend een heel eind gekomen wordt met 2 dagen per week (0,45fte). De heer Van Andel vraagt of het college ook een brief heeft ontvangen van de Erfgoedcommissie Gorinchem die onlangs is aangesteld. In deze brief wordt nogal wat commentaar gegeven dat er slechts € 30.000 wordt gereserveerd en de personele consequenties. Hij roept op deze brief serieus te nemen en komt terug op dit onderwerp bij de behandeling van de Perspectiefnota over twee weken. De heer Van Santen leest bij nr. 27a Gorcumpas dat er een verkenningsonderzoek is gedaan. Later in het jaar worden keuzes voorgelegd aan de raad. Hij verzoekt een range aan te geven en vraagt waarom er maar voor twee jaar een PM post is openomen. Wethouder Molengraaf antwoordt dat enige tijd geleden een ophaalsessie heeft plaatsgevonden waarin de raad is meegenomen in de verkenning. Het varieert van € 200.000 tot heel veel geld. Na de zomervakantie wordt de raad nader geïnformeerd. De post is voor twee jaar opgenomen omdat voorgesteld wordt om dit in de vorm van een pilot te doen. Daarna volgt een evaluatie. De heer Hachhouch ziet bij nr. 24 MolenHopper de kosten oplopen vanwege hogere kosten in het inkooptraject en informeert of er een hoger gebruik wordt verwacht. Nr.

25a Automaatje staat maar voor één jaar ingetekend terwijl een positieve uitkomst van de pilot wordt verwacht. Mevrouw Bruseker antwoordt dat afhankelijk van de uitkomst van de evaluatie Automaatje een voorstel voor continuering volgt voor de Perspectiefnota van 2027. Als de evaluatie anders uitvalt, is de reservering niet nodig. Wethouder Molengraaf antwoordt dat de stijging bij MolenHopper inderdaad wordt veroorzaakt door een stijging in de kosten van de aanbesteding, niet zo zeer meer gebruik.

Parallelsessie I&O Perspectiefnota 2026-2029, 3 juli 2025

De heer Hachhouch vervolgt dat de aanbesteding volgend jaar ingaat, het contract loopt in augustus af, de aanbesteding zou gewoon door moeten lopen. (Deze vraag wordt schriftelijk beantwoord). De heer Van der Geest merkt op dat bij nr. 22 Scootmobielen een taakstelling van € 15.000 niet gehaald wordt en vraagt of dit bedrag in het totaalbedrag van € 100.000 is opgenomen. Bij nr. 29 Formatie Griffie zou gelezen kunnen worden dat de werkgeverscommissie ervoor gepleit heeft om dit maar voor twee jaar op te nemen, maar gevraagd is om dit voor vier jaar op te nemen. Zijn fractie komt met een amendement. De heer Matla antwoordt dat niet is gelukt om € 15.000 te besparen, uiteindelijk is er op scootmobielen dus een tegenvaller van € 115.000. De heer Klein vraagt waarom bij nr. 21 t/m 23 Wmo voorzieningen niet toenemend begroot wordt. Bij nr. 28 bijdrage GCM zorgt ervoor dat boten kunnen aanleggen in Gorinchem en hij vraagt of hij het goed begrijpt dat dit een deal is voor 30 jaar waar de gemeente goed mee zit, of dat hij rekening moet houden met een post in de Perspectiefnota van volgend jaar. Hij vraagt afsluitend of er een beeld is van de financiële ruimte bij buurthuizen. De heer Matla antwoordt dat er op constante prijzen wordt begroot. De algemene uitkering houdt rekening met veroudering van inwoners.

Als er meer wordt geraamd en de algemene uitkering blijft constant dan rekent de gemeente zich arm. Mevrouw Berkelmans antwoordt dat alle buurthuizen wat krap in de begroting zitten. Er is een flinke taakstelling op de subsidies waardoor niet alles wat is aangevraagd gehonoreerd kon worden. Inzicht hierin wordt toegezegd. (Deze vraag wordt schriftelijk beantwoord). Wethouder Mager antwoordt dat gehoopt wordt dat boten over twee jaar nog steeds zullen aanleggen. Doortrekken is een wens maar dat moet wel in perspectief met andere ontwikkelingen in de stad bezien worden en daarom is besloten om dit voor twee jaar op te nemen. Tiel, Zaltbommel en Loevestein leggen ook kades aan om riviercruiseschepen te laten aanleggen en dat zorgt voor concurrentie. De heer Klein begrijpt dat het meer reactief dan proactief is. Wethouder Mager vervolgt dat Gorinchem altijd proactief was door veel eerder dan de andere steden van deze mogelijkheden gebruik te maken en daarom leggen er zo veel cruiseschepen aan in Gorinchem. De heer Tekir vraagt met betrekking tot het Ondernemersfonds nr. 16 of er al een stichting opgericht is en afspraken zijn gemaakt met Hartje Gorcum. Wethouder Mager antwoordt dat het stichtingsbestuur in oprichting is. Als de namen bekend zijn, volgt een raadsinformatiebrief. De heer Tekir refereert aan de tijdelijk toegekende 18fte (nr.

30 Personeelskosten organisatie) en geeft aan dat een deel van de formatie wordt afgebouwd, waaronder de erfgoedadviseur, een deel wordt bekostigd uit beschikbare budgetten, een deel uit de opbrengsten die werkzaamheden opleveren en een deel via de Perspectiefnota. Hij informeert welke functies definitief zijn verdwenen en voor welke functies via een alternatieve route toch dekking is gevonden. Wethouder Mager antwoordt dat het lijstje is opgenomen in de Perspectiefnota 2023. Medewerker Erfgoed was een tijdelijke functie en niet hierin opgenomen. Het ambitieniveau van de gemeente is hoog met heel veel zaken in de uitvoerende fase. Zij acht het niet verstandig om gedetailleerde informatie over functies te verstrekken omdat veel functies tot een persoon te herleiden zijn, maar zij bekijkt hoe aan het verzoek tegemoet gekomen kan

Parallelsessie I&O Perspectiefnota 2026-2029, 3 juli 2025

worden zonder op individueel niveau terecht te komen. (Deze vraag wordt schriftelijk beantwoord). De heer Bahlmann merkt op dat voor een deel van deze 18fte financieringsruimte wordt gevraagd en vraagt om hoeveel fte dit gaat, hoeveel fte inmiddels is afgebouwd en hoeveel medewerkers dit betreft. (Deze vraag wordt schriftelijk beantwoord). De heer Schefferlie merkt op dat er geen ruimte wordt gevraagd voor het Cultuurhuis en vraagt of er nog geen informatie voor handen is waaruit blijkt dat voor het Cultuurhuis wel degelijk aanvullende middelen nodig zijn. De heer Matla antwoordt dat er op dit moment nog geen extra middelen nodig zijn. Wethouder Polatli vult aan dat nog wordt gerekend voor de exploitatie, de participatie is nog in volle gang. Als er iets extra’s nodig is, komt hij terug bij de raad. Investeringen De heer Matla geeft aan dat er vorig jaar nog ruimte was in de begroting voor 2028. Hier komen de jaarschijf en indexatie bij. In 2026, 2027 en 2028 is minder nodig voor beschoeiingen en daarna volgt de reguliere vervanging. De havens waren niet begroot, maar er is wel budget nodig om de Lingesluis aan te pakken (deels MJOP, deels reguliere investering). Bij Civiele kunstwerken/bruggen heeft de € 518.000 voornamelijk te maken met drie bruggen in Wijkpark het Haagje. Er zijn weinig tegenvallers op investeringsniveau waardoor voor het IHP regulier € 3 mln.

extra gedaan kan worden. Ook uit de algemene reserve kunnen investeringen gedaan worden: € 1 mln. IHP en € 1 mln. (WBI) Woningbouwimpuls. Voor de cofinanciering zijn geen middelen en daarom is dit als risico genoemd in de paragraaf weerstandsvermogen. De eerste stappen worden gezet om de cofinanciering te realiseren. De heer Van der Geest vraagt of de gemeente € 7 mln. moet bijdragen aan cofinanciering. De heer Matla antwoordt dat de gemeente een deel hiervan moet bijdragen. (Deze vraag wordt schriftelijk beantwoord). De heer Tekir heeft bij de jaarrekening geïnformeerd of de stortingen voor het IHP voldoende zijn en vraagt wanneer hierop teruggekomen wordt. (Deze vraag wordt door de accountant beantwoord). De heer Van Santen refereert aan de samenwerkingsovereenkomsten tussen Stedin en de gemeente voor het plaatsen van 100 transformatorhuisjes en vraagt of dit ook een investering vergt. Wethouder De Boer antwoordt dat de fysieke investering volgt vanuit de netbeheerder. Elke plus om te verfraaien moet de gemeente te zijner tijd bijleggen. Het programma loopt vanaf 2028. Het eerste wijkplan wordt binnenkort in kaart gebracht en dan wordt gekeken of er behoefte aan financiering is. De heer Bahlmann informeert in aanvulling op de vraag van de heer Tekir of het klopt dat er voor het IHP wordt gespaard als volgt: € 1 mln. onderwijs, € 3 mln. investeringsplafond, € 1 mln.

extra algemene reserve, € 1,5 mln. jaarstukken 2024, totaal € 6,5 mln. Voorts vraagt hij wat de totale kosten zijn voor de investering van het IHP. De heer Matla corrigeert dat er in de Perspectiefnota € 4 mln. wordt gereserveerd en er wordt € 1,5 mln. in de aflossingsreserve gestort, totaal € 5,5 mln. extra ten opzichte van andere jaren. Als dit zo wordt volgehouden is tot en met 2030 € 10,9 mln. beschikbaar. Vorig jaar zijn de eerste drie scholen aangegeven in de Perspectiefnota. Anne Frankschool

Parallelsessie I&O Perspectiefnota 2026-2029, 3 juli 2025

en Samen Onderweg gezamenlijk € 7,4 mln. Hiervoor kan een businesscase gedraaid worden, maar dat neemt niet weg dat er van alles gebeurt in onderwijsland. De vraagstukken en de verhuizing van de islamitische basisschool maken het moeilijk om te bepalen welke businesscase als eerste wordt gedaan. Wethouder Mager vult aan dat het IHP een kostenpost blijft waar continu aan gewerkt wordt met het onderwijs en andere partijen. Naast de spaaropgave hoopt zij dat er ook nog wat gebouwen verkocht kunnen worden waarvan de opbrengst ten goede komt aan het IHP. Op dit moment worden veel zaken uitgevoerd waarbij het door de raad goedgekeurde geld uitgegeven wordt aan de diverse scholen. Voorts wordt gekeken hoe vorm en inhoud gegeven kan worden aan de eerstvolgende scholen op de lijst. In het najaar volgt een update van het IHP dat in 2023 is vastgesteld (het Omnia College is wat naar voren gehaald, scholen hebben plannen om eventueel samen te gaan en de schaalgrootte van kleine scholen). De heer Klein had verwacht dat de Regiodeal opgenomen zou zijn in het staatje van investeringen. De heer Matla antwoordt dat de tweede Regiodeal met name is gericht op samenleven in het Sociaal Domein en niet in de fysieke infrastructuur. De heer Klein vervolgt dat het geld ergens moet landen.

Portefeuillehouder Melissant antwoordt dat bij de tweede Regiodeal niet alleen overheden maar ook anderen kunnen bijdragen aan de cofinanciering. In de raadsinformatiebrief die over twee weken volgt wordt de raad nader geïnformeerd over de cofinanciering. De heer Hachhouch vraagt waarom voor WBI de kosten zo laat in beeld komen. De heer Matla antwoordt dat er een investeringsplafond is afgesproken. In eerdere sessies is al aangegeven hoe de investeringen worden gedekt. Er is budget vanuit kapitaallasten die vrijvallen waardoor bij tegenvallers soms wat ruimte is om dit in de exploitatie op te vangen. Als dit in 2026 wordt geplaatst, moeten er vanaf 2027 kapitaallasten lopen. De WBI loopt tot 2035 dus er is nog wat tijd. De kapitaallasten komen op € 50.000 per jaar. De heer Van der Meijden merkt op dat in 5.2 wordt verwezen naar de uitgangspunten waaruit hij opmaakt dat de bandbreedte van de reserve te hoog dreigde te worden waardoor een afroming van € 2 mln. volgt naar de algemene reserve. De heer Matla antwoordt dat er een minimum is afgesproken dat is gebaseerd op een berekening van € 3,5 mln. en een berekening van € 5 mln. De reserve Sociaal Domein mag nooit minder zijn dan € 4,25 mln. Als daarboven gekomen wordt, is het mogelijk om af te romen. Er wordt € 4,3 mln. gedoteerd aan de reserve Sociaal Domein waardoor wat ruimte ontstaat om af te romen.

De heer Van der Meijden vervolgt dat er veel middelen vanuit Jeugd naar het Sociaal Domein gaan en verzoekt uit te leggen wat het voordeel als er een reserve Jeugd gevormd zou worden. De heer Matla antwoordt dat het dan specifieker gemaakt wordt, maar op het moment dat er middelen vanuit Jeugd worden toegevoegd aan de reserve moet ook aan de onderkant van de reserve gedacht worden (€ 4,25). Als er tweemaal een miljoen is gestort moet wellicht de bandbreedte groter zijn omdat de Hervormingsagenda Jeugd aanstaande is. Hij is geen voorstander van een extra post. De heer Van der Meijden worstelt met het financiële risico van de Hervormingsagenda Jeugd want er wordt geld uit de reserve Sociaal Domein gehaald terwijl bekend is dat de risico’s

Parallelsessie I&O Perspectiefnota 2026-2029, 3 juli 2025

aanzienlijk zijn. Hij vraagt hoe hij dit moet interpreteren en of de bandbreedte nog actueel is. De heer Matla antwoordt dat er voorgaande jaren altijd sprake was van een meeveeroperatie van ongeveer € 1,8 mln. Voor 2028 ligt er nog een opgave van ongeveer € 1 mln. Het risico is in die zin al behoorlijk afgenomen door een structurele compensatie vanuit het Rijk. De Lokale Hervormingsagenda is in september 2024 vastgesteld met een potentiele besparing van € 700.000 tot € 800.000. De heer Van der Meijden vraagt of er wat meer inzicht gegeven kan worden hoeveel geld in de sociale reserve gelieerd is aan Jeugd. De heer Matla antwoordt dat alles op één post staat, de laatste jaren zijn er geen gelden op jeugd overgehouden. De heer Tekir geeft met betrekking tot het IHP aan dat de wethouder enkele ontwikkelingen heeft geschetst die deels bekend zijn, maar deels ook niet. Hij deelt de conclusie dat het IHP een actualisering behoeft. Er worden nu middelen in de reserve gestort voor 2026. Hij vraagt of voor de begroting nog in gesprek gegaan wordt om te bepalen waar deze middelen aan besteed gaan worden. Wethouder Mager reageert dat sparen gebeurt op een lange termijn. Op basis van de update wil zij met de raad om tafel, maar één en ander is ook afhankelijk van de eventuele bijgestelde volgorde van het IHP.

De komende jaren zal er met name gewerkt worden aan het uitvoeren van de projecten die inmiddels door de raad zijn goedgekeurd. Parallel daaraan worden nieuwe projecten ingezet, maar voordat daar echt geld voor nodig is, is het alweer een paar jaar later. De heer Tekir wil toch graag vernemen wat er in 2026 gedaan gaat worden met inachtneming van het feit dat het IHP niet meer actueel is. Wethouder Mager herhaalt dat zij met het bijgestelde IHP terugkomt bij de raad en daar volgt een goed gesprek over. Zij kan niet toezeggen of dit lukt voor de begrotingsbehandeling. Er wordt gewerkt aan een Cruyff Court, het ontwikkelen van gymzalen, bouwen van Retranchement, aanpassen duurzaamheid, extra lokalen in verband met groei van scholen. Zij vermoedt niet dat de raad zit te wachten op een werklijstje. De heer Tekir doelt op het uitvoeringsprogramma 2023-2026 en of dit verloopt conform de planning. De voorzitter constateert dat de vraag en het antwoord duidelijk zijn. De wethouder doet haar best, maar kan geen toezegging doen. De heer Bahlmann verzoekt de lijst met kleuren te verstrekken. Wethouder Mager vermoedt dat de kleuren veranderd zijn ten opzichte van het IHP van 2023. Taakstellingen De heer Matla geeft aan dat de taakstelling Subsidies oploopt naar € 600.000 en voor 2026 op € 7.000 na gerealiseerd wordt.

De heer Schefferlie begrijpt dat gelden van het onderwijsachterstandenbeleid worden gebruikt voor deze taakstelling en vraagt of hiermee geen risico’s worden gelopen voor de doelstellingen van het onderwijsachterstandenbeleid.

Parallelsessie I&O Perspectiefnota 2026-2029, 3 juli 2025

De heer Matla reageert dat de antwoorden op schriftelijke vragen over dit onderwerp volgende week voorliggen bij het college. De heer Schefferlie wacht de beantwoording af. De heer Matla geeft aan dat de taakstelling Sociaal Domein met € 90.000 van DG&J wordt verhoogd. Het niet realiseren van de scootmobielen zorgt voor een verhoging van de taakstelling Sociaal Domein. Avres kan een goede besparing doorvoeren waarmee meer dan de taakstelling gerealiseerd wordt. Voor 2027, 2028 en 2029 wordt het Sociaal Domein zoals nu de verwachting is gerealiseerd. Voor de taakstelling Efficiency Organisatie wordt voor 2026 een deel gebruikt van vacatureruimte/inhuurkosten waarmee dit voor 2026 wordt opgelost. De kosten van het Sociaal Team die zijn ontstaan bij de aanbesteding werden opgelost vanuit de IZA-gelden maar omdat dit eindig is, moet voor de toekomst een oplossing gevonden worden. De besparingsopgave Hervormingsagenda wordt in 2026 en 2027 gecompenseerd door het Rijk. Het overschot kan naar de reserve. In 2028 en 209 ontstaat een besparingsopgave op maatregelen die het Rijk neemt en maatregelen vanuit de Lokale Agenda oplopend tot € 1 mln. De heer Van der Geest ziet in 2028 een overschot van € 600.000, maar als de voorgenomen besparingen niet gerealiseerd worden ontstaat een min van € 300.000. Dit wordt bevestigd.

De heer Tekir merkt op dat de taakstellingen regelmatig met incidenteel geld dan wel onderbesteding ingevuld worden waardoor onzekerheid voor de toekomst ontstaat (nog € 900.000) en dat stelt zijn fractie niet gerust. Hij vraagt of er een plan is hoe hier gekomen wordt of wordt het overgelaten aan het jaarrekeningresultaat. De heer Matla antwoordt dat de taakstelling onder andere door Avres wordt opgelost en een deel door de herallocatie van de OAB middelen. Achter de schermen wordt continu gewerkt aan het verkrijgen van subsidies en efficiency van de organisatie. In het Sociaal Domein gaat het beter dan destijds werd gedacht. In 2026 kan meer dan € 700.000 bespaard worden. Hij is het eens dat € 900.000 veel geld is. De heer Tekir vervolgt dat het de bedoeling is dat taakstellingen structureel ingevuld worden. Wethouder Molengraaf reageert dat al aangegeven is dat geprobeerd wordt om zo veel mogelijk structureel in te vullen, hoewel soms gebruik gemaakt wordt van creatief boekhouden. Dit is een goed onderwerp voor de discussie op 17 juli. Resumé De heer Matla geeft aan dat de begroting meerjarig sluitend is. Het aantal nieuwe uitgaven is beperkt. Het financieel beleid is blijvend solide. Uit de eerste twee jaar wordt redelijk wat comfort gehaald. De begroting is op orde en stabiel, mooi om op voort te bouwen in een volgende bestuursperiode.

Overige vragen De heer Bahlmann informeert hoe groot de taakstelling voor klimaatadaptatie is en of dit een wettelijke verplichting is. Wethouder De Boer antwoordt dat taakstelling suggereert dat er mogelijk een besparing nodig is. In de toekomst moet geïnvesteerd worden in het weerbaar maken van de stad voor klimaatverandering en er is een wettelijke taak voor de afvoer van overtollig

Parallelsessie I&O Perspectiefnota 2026-2029, 3 juli 2025

hemelwater. Er volgt een actualisatie van het GRP waarin deze opgave specifiek wordt meegenomen. De heer Klein wijst op de indexering van de parkeertarieven. Toen eind 2024 de nieuwe parkeertarieven werden vastgesteld hebben heel veel partijen uit de stad aangegeven dit is de doodsteek voor de binnenstad. In de Perspectiefnota is geen daling van inkomsten opgenomen. Hij vraagt of dit betekent dat er niet minder geparkeerd wordt in de binnenstad. De heer Matla antwoordt dat er twee metingen zijn uitgevoerd. De opbrengsten zijn 40% hoger en daarom is er geen reden om bij te stellen. De heer Van Andel informeert of de leges voor bouwen, trouwen, rouwen, gokken niet verhoogd worden. De heer Matla antwoordt dat de prijs voor paspoorten wettelijk bepaald wordt. De andere zaken worden verhoogd met het voorgenomen percentage. De heer Van Santen wijst op de bijgestelde investeringsplannen voor hardware en software, de applicaties voor 2026 schuiven door. Cybersecurity wordt gehalveerd. Hij informeert of voor 2027 nog iets volgt. De heer Matla antwoordt dat de jaarschijf voor ICT jaarlijks wordt opgenomen. Er vindt een structurele conversie plaats van hardware naar Saas-oplossingen. De investeringsbudgetten dalen, de exploitatiebudgetten nemen toe. De heer Van der Geest wijst op de waterheffing. Uit het GRP worden middelen besteed aan klimaatadaptatie.

De investeringen voor 2022, 2023 en 2024 staan nog steeds open. Hij roept het college op kritisch te kijken naar wat er in het nieuwe GRP gestopt wordt wat zorgt voor kosten voor inwoners. Er is nog geld beschikbaar dus dit is niet meteen nodig. De heer Matla bevestigt dat de jaarschijven niet volledig benut worden, maar er zijn wel grote investeringen aanstaande. Infrastructuur uit de jaren 60 en 70 moet vernieuwd worden.

Sluiting De voorzitter bedankt de aanwezigen voor het prettige verloop van de bijeenkomst en sluit de vergadering.

Parallelsessie I&O Perspectiefnota 2026-2029, 3 juli 2025

Overzicht nog te beantwoorden vragen Technische - en autonome bijstellingen Vraag de heer Klein: Wat hebben de DVO’s van 2024 en 2025 ons gekost? Vraag de heer Van der Meijden: Taakstelling DG&J, is de taakstelling nu wel of niet gerealiseerd. Is het realistisch dat het nog in de boeken staat. Vraag de heer Tekir: Beleidsaanpassing Avres. Wat doet Avres om besparing te realiseren? Graag wat meer toelichting op de manier waarop er bespaard is. Ruimtevragers Vraag de heer Van der Meijden: bij nr. 4 Verkiezingen, afscheid/welkom stadsbestuur het onderscheid aan te geven tussen de beide posten. Vraag de heer Tekir nr. (nr. 6): Het Hamelhuis krijgt subsidie maar niet het hele bedrag. Waarom niet? Vraag de heer Hachhouch (nr. 25): Waarom schieten de aanbestedingskosten omhoog? Vraag de heer Klein: Wat is er aangevraagd door de buurthuizen. Hoe zitten de buurthuizen erbij in hun financiële ruimte? Vraag de heer Tekir (nr. 30): Welke functies (18fte) zijn weggevallen? Vraag de heer Bahlmann (nr. 30): Voor hoeveel fte wordt financieringsruimte gevraagd, hoeveel fte is inmiddels afgebouwd en hoeveel medewerkers betreft dit? Investeringsvoorstellen Vraag de heer Van der Geest: Hoeveel moet de gemeente bijdragen aan de cofinanciering WBI? Nakijken: Naar aanleiding van vraag de heer Schefferlie het percentage van het inflatiecijfer CPB (3,2% of 2,6%) checken.

Parallelsessie I&O Perspectiefnota 2026-2029, 3 juli 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=99e44815-6206-4807-abaf-ea1c49bad86b