20250703 Verslag Parallelsessie I&O Beleid natuur inclusief en radicaal groen
Tekst van het document
Parallelsessie Informatie en Ontmoeting 3 juli 2025 Beleid natuur inclusief en radicaal groen Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Griffie: Notulist: Raadsleden/ fractieassistenten: Stadsbelang:
de heer K. van Willigen mevrouw E. van Bekhoven mevrouw J.M. Kiep-de Jongh
D66: CDA: SP:
de heer D. van Gammeren de heer J. Roeland --de heer A. Koçak de heer N. van Santen de heer A. Krol mevrouw E. Hamann de heer D. Lokussen de heer R. Le Noble mevrouw S. de Lange de heer A. van Houwelingen
Portefeuillehouder: Ambtelijke ondersteuning:
de heer M. de Boer de heer S-D. Fiaschi-Van der Est
Democraten Gorinchem: PvdA: VVD: ChristenUnie/SGP: Gorcum Actief:
Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Beleid natuur inclusief en radicaal groen In de Omgevingsvisie Gorinchem 2025 staat dat Gorinchem een groene, natuurinclusieve stad wordt. Programma Bliekse natuur moet duidelijk maken op welke manier dit gaat gebeuren. Het radicaal vergroenen van de stad is één van de sleutels om deze ambitie te bereiken. In de sessie informeert het college de raad over het programma, maar ook over radicaal vergroenen. Het college wil ook informatie ophalen bij de raad over het radicaal vergroenen. Dat doet zij door kort te reflecteren op de vorige sessie (12 december 2024) en in gesprek te gaan aan de hand van nieuwe stellingen. Bekijk daarvoor in ieder geval slides 8-9 (over de ambitie voor groene groei als stad) en slide 15 (radicale stellingen over vergroenen) met speciale aandacht. Wethouder De Boer geeft aan dat de raad vanavond opnieuw om input wordt gevraagd vanwege de ambitie in de Omgevingsvisie om Gorinchem natuurinclusief en radicaal te vergroenen. Veel mensen struikelen over de term radicaal. Deze term wordt gebruikt omdat er nog geen beter woord is gevonden dat de lading dekt. Bedoeld wordt dat groen niet langer als sluitpost gehanteerd wordt waar dit in het verleden vaak het geval was. Groen is een cruciale randvoorwaarde voor een gezonde leefomgeving.
De opgave om de stad klimaatproof te maken is gigantisch en dit vraagt soms om drastische keuzes voor groen en blauw (water). Waar wordt op ingezet, welke normen worden gesteld, welke kaders horen daarbij, wat gaan wij zelf doen, wat vragen wij van de buitenwereld. De heer Fiaschi is stadsecoloog. De heer Sjoerd Vaatstra, adviseur klimaatadaptatie, is vanavond ook aanwezig. Hij licht toe wat er tot nu toe is opgehaald. De raad wordt
Parallelsessie I&O Beleid natuur inclusief en radicaal groen, 3 juli 2025
gevraagd om een mening te geven over een aantal stellingen en de groene groei van de stad. Het programma Bliekse natuur is een collegebevoegdheid, maar bij onduidelijkheden in de Omgevingsvisie wordt ook de raad gevraagd om kaderstellend te zijn en daarom gaat het vanavond over radicale vergroening. De stad wordt natuurinclusief, planten en dieren zijn welkom, klimaatbestendig maar ook leefbaar met een betere kwaliteit van leven en meer groen. Er is programmering nodig om duidelijk te maken aan de stad hoe dit voor elkaar gekregen wordt. De definitie moet helder worden, maar ook hoeveel groen moet de stad krijgen in 2050, welke kwaliteit moet dit groen hebben, hoever mag radicaal groen reiken binnen de bebouwde kom, buiten de bebouwde kom, privaat en openbare ruimte en welke borging hoort daarbij. Als doorgegaan wordt met het huidige groenbeleid worden de doelen uit de Omgevingsvisie niet behaald. In december 2024 is een aantal vragen gesteld aan de hand van de pyramidemethode. Wat is vergroenen, hoe groen mag het worden, wat is het radicale karakter daarvan en hoe groen ziet de stad er uiteindelijk uit.
Er zijn drie ambities voorgelegd: groen behouden (weinig aanpassingen van beleid, geen borging), gepast vergroenen (groen kwalitatief beter inrichten en een klein beetje groen toevoegen als er ruimte vrijkomt) en radicaal vergroenen (op alle lagen groen toevoegen waar dat kan). Bij groen behouden blijkt uit studies dat ondanks de ambities het groen afneemt. Bij gepast vergroenen ligt de focus op kwalitatief beter maken van groen en duidelijk zijn over groen in het omgevingsplan. Vrijkomende plekken worden vergroend maar dit gaat niet ten koste van andere functies. Bij radicaal vergroenen worden keuzes gemaakt ten koste van andere functies, maximaal rendement halen uit de potenties. Naar aanleiding van de stellingen van de vorige sessie geeft hij aan dat iedereen zich kan vinden in de kwaliteit van het groen als dat bijdraagt aan het woonplezier, goed voor dieren- en plantenleven, goed voor het eigen welzijn (wandelen, sporten, zijn in de natuur) en als groen wordt gebruikt als natuurlijke spons om klimaatbestendiger te worden. Iedereen is het eens met de stelling dat er meer geld nodig is om radiaal vergroenen mogelijk te maken. Er wordt verschillend gereageerd op de stelling dat er ruimte gemaakt moet worden voor bomen ten koste van parkeerplaatsen en de stelling dat elke boom een monumentale status moet krijgen als hij 20 jaar oud is.
Iedereen is het eens met de stelling dat groenblauw waarden in een plangebied behouden en versterkt moeten worden. Alles wat groen is telt mee als het gaat over groen in de fysieke zin. Met een positieve bijdrage aan een gezond leven, biodiversiteit en klimaatbestendigheid. Bij de foto van het Stadhuisplein geeft hij aan dat dit grotendeels versteend is, met weinig planten en dieren. Bij hittestress wordt het warmer dan gewenst. Qua klimaatadaptatie zijn er op het beton weinig mogelijkheden om water te bergen. Bij een foto van de Haarsekade geeft hij aan dat de middenstrook het hoogste punt van de straat is, bij extreme buien gaat het water richting de huizen. Het gras wordt tot 26x per jaar gemaaid waardoor er geen bloemen zijn. Inwoners maken weinig gebruik van deze middenstrook. Bij een foto van de Korenbeurs wijst hij op verrassende mogelijkheden om vergroening mogelijk te maken met geveltuintjes. Voor radicaal vergroenen is meer budget nodig. Iedereen vindt het belangrijk om groenblauwe zones te behouden en te verbeteren. Groen en andere functies moeten afgewogen worden met inzet op multifunctionele oplossingen. Hij toont vervolgens een verbeelding van de Bullekeslaan waar is gekozen voor halfverharding in combinatie met planten en bomen.
Veel van de ondervraagden zijn het eens dat bomen een betere bescherming verdienen, maar niet alles monumentaal omdat dan de stad op slot gaat. Poort6 heeft in het nieuwe beleid opgenomen om bij nieuwbouw 50% van de tuinen onverhard te laten. De raad wordt gevraagd om te reageren op de volgende stellingen: *Moet de gemeente regels opstellen voor het betegelen van tuinen? *Moet bij nieuwbouw een minimaal groen/blauw plangebied opgeleverd worden? *Moet er meer ruimte komen voor bomen op verharde plaatsen om 30% schaduw in het centrum te krijgen? *Moet de gemeente miljoenen investeren om voldoende bomen aan te planten om de doelen voor klimaatadaptatie en biodiversiteit te behalen?
Parallelsessie I&O Beleid natuur inclusief en radicaal groen, 3 juli 2025
Bij nieuwbouw ontstaan de grootste kansen om vergroening mogelijk te maken en daarom moet dit geborgd worden in het omgevingsplan. Bij bestaande bouw zijn de mogelijkheden beperkt, maar daar zou de gemeente een stimulerende en enthousiasmerende rol kunnen aannemen. Hij refereert aan het gebiedspaspoort voor de Woonwijken West dat recent is vastgesteld met de 3:30:300 regel wat inhoudt dat in het beleid wordt gestreefd naar minimaal 3 bomen per pand/woning, 30% boomkronen in een wijk voor voldoende schaduw en op 300 meter loopafstand van een koelteplek. Afsluitend toont hij de data voor de sessies met de raad en de participatie. Via een online poll kunnen inwoners hun mening geven over de sfeer van groen zodat duidelijk wordt welke sfeerbeelden worden gewenst voor de stad. De heer Van Santen merkt op dat de poll zich tussen gepast vergroenen en radicaal vergroenen beweegt. De stellingen gaan vooral over radicaal vergroenen. Hij vraagt of niet meer stellingen over gepast vergroenen beantwoord moeten worden. De heer Fiaschi reageert dat in de Omgevingsvisie gegaan wordt voor radicaal vergroenen en daarbij wordt gezocht naar wat passend is voor de stad. Op de posters wordt een duidelijk onderscheid gemaakt. In het kader van stimuleren kan ook voor multifunctionele oplossingen gekozen worden.
Moet de stad blijven zoals het is of wordt gezocht naar alle beschikbare ruimte om vergroening mogelijk te maken, ook ten koste van andere functies. De heer Krol begrijpt dat weilanden zijn meegenomen in het percentage en informeert naar de impact van industrieterrein Groote Haar aangezien daar veel groen ingeleverd wordt. Voorts vraagt hij of het percentage groen toeneemt als er meer vegetatie komt op de middenstrook aan de Haarsekade. Vervolgens vraagt hij of de toename van waterberging en het omturnen naar halfverharding op parkeerplaatsen bijdraagt aan een betere score. Zijn achterban noemt als alternatief voor de term radicaal fundamenteel vergroenen. Mevrouw Hamann verzoekt toe te lichten wat fundamenteel inhoudt. De heer Krol licht toe dat met deze term aangegeven wordt dat het in de basis heel erg belangrijk is. In deze tijd van polarisatie zal dit woord iets minder discussie oproepen dan het woord radicaal. Als er verder wordt vergroend raakt dit ook aan veiligheidsaspecten, slechtere zichtlijnen die nadelig zijn voor het verkeer, meer tegels die omhoog gedrukt worden door wortels en dergelijke. De heer Fiaschi antwoordt dat de gemeente erg versteend is. Alle beslissingen over nieuwbouw in de polder tasten het groenpercentage aan, waarbij wel de vraag is hoe kwalitatief het groen is op de huidige landbouwpercelen (weinig biodiversiteit).
De openbare ruimte en ook alle randen van bedrijventerreinen krijgen een robuuste landelijke overgang. Het is niet de bedoeling van het programma om het gras te laten woekeren en alle zichtlijnen 3 meter hoog te laten worden. De veiligheidsaspecten worden zeker meegenomen, bijvoorbeeld de eerste halve meter altijd maaien. Bij de Haarsekade gaat het niet om het gras, maar om de kwaliteit daarvan. Een watergang daar zou een oplossing zijn voor het klimaatprobleem. Het gras wordt 26x per jaar gemaaid waardoor er geen bloemen zijn en er geen bijen en vlinders te vinden zijn. De middenstrook wordt nauwelijks gebruikt omdat deze niet aantrekkelijk is (geen wandelpad, geen aantrekkelijke beplanting). Mevrouw Hamann informeert of het mogelijk is om de middenstrook lager te maken. De watergang terugbrengen is geen optie vanwege vervuiling in de grond. De heer Fiaschi antwoordt dat het maaiveld zo hoog ligt dat er een forse verlaging moet komen om anders af te wateren. Gezien de vervuiling en hoge kosten voor sanering zou daartoe beslissen veel geld kosten.
Parallelsessie I&O Beleid natuur inclusief en radicaal groen, 3 juli 2025
Mevrouw De Lange vraagt in hoeverre er contact is geweest met het Waterschap gezien het belang van een waterberging, het afkoppelen van de hemelwaterafvoer, het creëren van wadi’s. Wellicht kan er gezamenlijk opgetrokken worden om de doelstellingen te realiseren. Inwoners kiezen vaak voor tegels of zij parkeren in hun tuin. Zij vraagt hoe duidelijk gemaakt kan worden dat een boom in de tuin zorgt voor verkoeling in huis. De heer Fiaschi antwoordt dat volgende week bij inwoners van de Haarsekade langsgegaan wordt met sfeerbeelden en mogelijkheden hoe het eruit kan zien als er meer beplanting (bloemen en struiken) aangebracht wordt. Hij zou het graag breder willen trekken dan alleen de Haarsekade omdat het over radicale vergroening voor de stad gaat. Op water rust veel wetgeving, bijvoorbeeld watercompensatie bij het aanbrengen van nieuwe verharding. Voor vergroening is behalve de bomenlijst weinig borging. Er wordt contact gezocht met het Waterschap om aantrekkelijke waterbergingen te maken zodat natuurontwikkeling met klimaatadaptatie gecombineerd kan worden. Het doel van het programma is om zo integraal mogelijk aan een nieuwe leefomgeving te werken. Wethouder De Boer vult aan dat samen met de woningcorporatie bij een aantal herinrichtingsprojecten wordt gekeken naar collectief groen. Voortuinen worden weggelaten omdat deze slecht worden gebruikt of heel erg versteend zijn.
Als voorbeeld noemt hij project De Doosjes in de Gildenwijk waar met collectief groen een minibos gemaakt kan worden. De voorzitter stelt voor om de resterende vragen op een ander moment te stellen zodat er voldoende ruimte blijft voor de behandeling van de posters. De heer Fiaschi verzoekt de aanwezigen om in twee groepen de radicale stellingen te beantwoorden. Sluiting De voorzitter bedankt de aanwezigen voor de inbreng en sluit de vergadering. Toezeggingen: Er zijn geen toezeggingen gedaan.
Parallelsessie I&O Beleid natuur inclusief en radicaal groen, 3 juli 2025