20250626 Verslag Parallelsessie I&O Jaarstukken 2024
Tekst van het document
Parallelsessie Informatie en Ontmoeting 26 juni 2025 Jaarstukken 2024 Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Griffie: Notulist: Raadsleden/ fractieassistenten: Stadsbelang: Democraten Gorinchem: PvdA: VVD: ChristenUnie/SGP: Gorcum Actief: D66: CDA: SP: Portefeuillehouder: Ambtelijke ondersteuning: Gasten:
de heer J. Klein mevrouw E. van Bekhoven mevrouw J.M. Kiep-de Jongh de heer J. Roeland de heer P. Schefferlie --de heer N. van Santen de heer A. Krol de heer B. Bahlmann de heer T. van der Meijden de heer I. Tekir de heer J. van der Geest de heer P. van Andel mevrouw M. Molengraaf mevrouw A. Mager de heer F. Polatli de heer M. Matla de heren R. Schuijt en R. Lozekoot (ETL-accountants)
Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Jaarstukken 2024 De afgelopen maanden is hard gewerkt aan het opstellen van de jaarstukken 2024. Onlangs zijn de jaarstukken 2024 aangeboden aan de gemeenteraad. In opdracht van de gemeenteraad zijn de jaarstukken gecontroleerd door ETL Assurance & Overheidsaccountants B.V. De heer Schuijt geeft aan dat in de maanden april en mei de controle is verricht op de stukken die straks door de heer Matla verder toegelicht worden. Hij bedankt de ambtelijke organisatie voor het efficiënte en goed doorlopen proces. Als de raad besluit om de jaarstukken vast te stellen kan hij daarbij een goedkeurende controleverklaring afgeven. De onzekerheden blijven ruim binnen de toleranties. Het college heeft een oordeel gegeven over de rechtmatigheid. Het bedrag aan onrechtmatigheden bedraagt € 6 mln. Dit is een fors bedrag, maar het blijft onder de verantwoordingsgrens. Hij maakt daarbij de kanttekening dat de verantwoordingsgrens volgend jaar teruggaat van 35 naar maximaal 2%. Als er niets verandert moet volgend jaar een andere conclusie met betrekking tot de rechtmatigheid getrokken worden. Enerzijds gaat het om begrotingsonrechtmatigheid. De raad heeft het college kaders meegegeven, maar er is meer uitgegeven.
De wet zegt dat is onrechtmatig, maar in de financiële verordening zijn wel spelregels afgesproken wat maakt dat er goede redenen kunnen zijn om toch meer uit te geven (acceptabele afwijkingen zoals in een openeindregeling). De helft van het bedrag van € 2,2 mln. is cijferonrechtmatigheid en daarover kan de raad het gesprek aangaan om te achterhalen wat er heeft plaatsgevonden. Het bedrag aan
Parallelsessie I&O Jaarstukken 2024, 26 juni 2025
onrechtmatigheden op Europese aanbestedingen is € 3,8 mln. Een flink deel hiervan heeft betrekking op oude contracten. De heer Schefferlie vraagt of de gemeente risico loopt op schadeplichtigheid als gevolg van de manier van aanbesteden. De heer Schuijt zegt dat het antwoord theoretisch gezien ja is, maar in de praktijk nee. De Europese wetgeving stelt dat op het moment dat een aanbesteding is gegund de andere partij een aantal dagen de tijd heeft om bezwaar te maken. Als dit niet wordt gedaan dan vervalt dit recht. Het gaat grotendeels om vrij oude contracten en daar is het risico beperkt. De heer Krol begrijpt dat het bedrag voor onrechtmatige aanbesteding vooral doorloopt vanuit voorgaande jaren en vraagt of daar in 2024 niets is bijgekomen (sterfhuisconstructie). De heer Schuijt antwoordt dat er ook nieuwe onrechtmatigheden zijn, maar deze worden van jaar tot jaar lager. Het grootste deel betreft een sterfhuisconstructie, maar niet uitsluitend. De heer Tekir vraagt om wat voor type aanbestedingen het gaat die in het afgelopen jaar onrechtmatig zijn geweest. De heer Schuijt reageert dat deze vraag door het college beantwoord moet worden omdat zij over de rechtmatigheid gaat. Het tweede thema is de financiële positie. Er is een doorsnede gemaakt van de financiële positie langs de 5 verplichte BBV kengetallen en vanuit het weerstandsvermogen.
De financiële positie is niet slecht op 31 december 2024. De solvabiliteit daalt in een snel tempo, de schuldquote stijgt, de structurele exploitatieruimte dreigt negatief te worden. Deze combinatie zorgt voor een minder gunstige financiële positie. De boodschap aan college en raad is probeer bij elke ambitie en keuze rekening te houden met de financiële positie. De grens van het weerstandsvermogen is bepaald op € 1,4 mln. Dit is hoger op dit moment, maar hierin is een deel ombuigingen opgenomen die nog gerealiseerd moeten worden. Het belangrijkste bezwaar tegen het weerstandsvermogen als toetsingmiddel voor de financiële positie is dat het een subjectief kengetal is. Hij adviseert om vooral naar de solvabiliteit te kijken, de netto schuldquote en de structurele exploitatieruimte. De heer Tekir wijst op de belangrijkste signalering dat er geen zichtbaar verband is tussen de beleidsvoornemens, doelstellingen, effecten, indicatoren, et cetera en vraagt wat het advies aan de raad is om hiermee om te gaan. De heer Schuijt reageert dat de jaarrekening een uitvloeisel van de begroting is. Alle gemeenten worstelen met dit onderwerp. In het meest gunstige scenario volgt na de aanstaande verkiezingen een coalitie en een akkoord met afspraken.
Voor de organisatie en de burgers is het fijn als deze afspraken zo concreet mogelijk zijn want dan kan daarop gestuurd worden en hier worden middelen aan gekoppeld. Het college gaat uitvoeren en op basis van de afspraken en middelen wordt gerapporteerd over de uitgaven en wat er is gehaald van de afspraken. De afspraken die zijn gemaakt zijn weinig concreet, vaak is dit of een activiteit uitgevoerd is, maar welk concreet doel je wilt behalen, wat het maatschappelijk effect moet zijn, welke normen en kpi’s je wilt meten dat ontbreekt nog. Het is lastig om te sturen als de kaders waarop gestuurd moet worden te weinig concreet zijn. De heer Tekir geeft mee dat het wellicht een idee is om een van de sessies met de accountant te benutten voor dit thema. De heer Schuijt vervolgt dat hij het college heeft aangeraden om te leren van de gemeente Vijfheerenlanden waar men al twee jaar verder is in dit proces.
Parallelsessie I&O Jaarstukken 2024, 26 juni 2025
De heer Van Andel merkt op dat zich vorig jaar eenzelfde situatie voordeed en vraagt of hij daaruit mag concluderen dat er niets is geleerd waardoor de oproep van de heer Tekir op zijn plaats is. De heer Schuijt antwoordt dat in het jaarverslag een beperkte ontwikkeling heeft plaatsgevonden en deelt de conclusie dat de jaarrekening van 2024 heel erg op die van 2023 lijkt. Het derde thema zijn de ontwikkelingen in het Sociaal Domein. Vorig jaar zijn kritische opmerkingen gemaakt over de beheersing en het vaststellen van de prestatielevering. Daarna is een sprong voorwaarts gemaakt met als belangrijkste resultaat dat er eigenlijk geen onzekerheden meer zijn in de prestatie leverende zorg. De bijstelling van de kosten in het Sociaal Domein ligt dicht bij elkaar. De cliëntgebonden kosten lijken veel beter beheerst te zijn dan in het voorgaande jaar (meer voorspellingen op basis van terugkijken en op basis van ontwikkelingen in de markt). Het vierde thema gaat over de speerpunten die de raad heeft meegegeven over de financiële interne beheersing in het Fysieke Domein. Dit is minder positief. De plannen van de organisatie zorgen voor uitdagingen (veel projecten onderwijshuisvesting, infrastructuur in de buitenruimte). Dit vraagt om een goede projectbeheersing en daarom is het advies om een goede projectorganisatie te realiseren.
Op projectniveau is er aardig grip, maar de gemeente is hierbij afhankelijk van de manier waarop de individuele projectleider dit doet. Als er een basis is om op terug te vallen (voorcalculaties, voortgangsrapportages, nacalculaties) wordt de kans op financieel beheersbaar zijn groter. De heer Schefferlie wijst op de belastingcapaciteit die 5% hoger ligt dan in vergelijkbare gemeenten terwijl met de stresstest van het college het lijkt alsof de belastingdruk significant gunstiger is dan in vergelijkbare gemeenten. Hij vraagt zich af wat hij moet geloven. De heer Schuijt kent de stresstest niet. Hij heeft een vergelijking gemaakt op basis van 2023 waarbij is uitgegaan van een meerpersoonshuishouden met een koopwoning. Gorinchem heeft veel huurwoningen waardoor over het hele pallet een ander getal ontstaat. Hierdoor gaat de vergelijking mank. De heer Schefferlie informeert waarmee dit is vergeleken want het komt wel wat misleidend over. De heer Matla antwoordt dat Poort6 6.500 woningen heeft met een groot effect op de gemiddelde WOZ waarde. Dit wordt al jaren meegenomen in de berekening van de lokale lasten. De heer Schefferlie merkt op dat wanneer de referentiecijfers van de accountant worden gebruikt, maar daarbij wordt een andere groep betrokken dan wordt het een vergelijking van niets.
De heer Matla vervolgt dat een vergelijking wordt gemaakt met de stedelijkheidsklasse en de omgeving op basis van de cijfers. De heer Schefferlie is van mening dat het dan al jarenlang fout wordt gedaan. Gorinchem vergelijkt zichzelf met gemeenten die de koopwoningen als referentie nemen en de huurwoningen worden daaraan toegevoegd. Op die manier ontstaat een vrolijk beeld van de lokale lastendruk. De heer Tekir verwijst naar het financieel resultaat op pagina 45 waar de accountant in de vergelijking tussen de bijgestelde en het resultaat een verschil constateert van € 13,5 mln. waarbij de vraag wordt gesteld wat het voorspellend vermogen is van de bijgestelde
Parallelsessie I&O Jaarstukken 2024, 26 juni 2025
begroting als het resultaat heel veel afwijkt. Hij verzoekt het advies dat hierbij wordt gegeven nader toe te lichten. Bij het IPH wordt ingezoomd op de financiële beheersing waarbij vraagtekens worden geplaatst bij de haalbaarheid van de plannen in relatie tot de beschikbare middelen. Voor de komende jaren zijn er meer stortingen nodig. Hij informeert of er een uitspraak gedaan kan worden in het licht van het spaarsysteem dat zou moeten bijdragen aan de reserve onderwijshuisvesting in relatie tot de ambities op onderwijs. De heer Schuijt antwoordt dat de analyse niet alleen op 2024 is gericht. In de management letter zijn tips gegeven om een en ander op het bedrijfsvoeringniveau te voorkomen omdat er best wat incidentele resultaten zijn. Op basis van de decembercirculaire kan niet begroot worden. Op een extra bijdrage vanuit de noodvoorziening voor Oekraïne ook niet. Er is een aantal elementen waarop wel te begroten valt (onderuitputting van investeringen of onderhoudsbudgetten, besparingen op salarisbudgetten). Een manier om dit beter te krijgen is het planningsoptimisme er zo veel mogelijk uit halen. Voordelen vasthouden en nadelen in een vroegtijdig stadium communiceren. De verantwoordelijkheid van de eerste lijn benadrukken. Daarnaast ervoor zorgen dat er een goed controlsysteem is waaruit ondersteuning volgt.
En meerdere malen per jaar afsluiten zoals in het bedrijfsleven vrij gebruikelijk is terwijl dit bij de gemeente tweemaal hooguit driemaal per jaar gebeurt. De najaarsnota is nog steeds op basis van de cijfers van september/oktober. De raad zou kunnen vragen om de cijfers wat vaker te presenteren, maar dit vraagt wel wat van de organisatie. IHP; het spaarsysteem gaat uit van een aantal veronderstellingen. Eén van de belangrijkste is dat de financiële positie van de gemeente een bepaalde omvang moet hebben. Als dit niet het geval is, kan er niet gespaard worden. De financiële positie komt in de meerjarenraming niet op het niveau waar het spaarsysteem vanuit gaat. Als de raad dit spaarsysteem wil, houdt dat in dat er elk jaar bijgestort moet worden. Dit is waarom het advies is gegeven om bij elke financiële keuze de financiële positie in de gaten te houden maar ook de capaciteit van de organisatie. De heer Schefferlie merkt op dat het schrikbarend zou zijn als er plots wel goed begroot wordt, want dan kunnen de opbrengsten niet meer gecompenseerd worden met wat er steeds te weinig is op het gebied van onderwijs. Als het beter gedaan wordt, wordt het nog belangrijker om te kijken hoe de middelen voor onderwijs verzameld worden. De heer Tekir zegt dat er buiten het spaarsysteem om € 1,5 mln. wordt toegevoegd aan de reserve onderwijshuisvesting.
Hij vraagt of dit genoeg is gelet op de ambities. De heer Schuijt vindt dat een lastige vraag om op dit moment te beantwoorden want daarvoor moet een berekening gemaakt worden. Dit bedrag wordt niet gestort, het is een voorstel. De raad bepaalt of het bedrag daadwerkelijk gestort wordt. Hij kan de vraag niet beantwoorden, maar langjarig wordt de post wat minder gevuld dan is uitgesproken als ambitie bij het instellen van het spaarsysteem. De heer Tekir verzoekt een analyse te maken aan de hand van de ambities zodat de raad tijdig kan bijsturen (financieel of in de ambities) zodat er toegewerkt wordt naar een realistisch programma voor het IHP. De heer Schuijt geeft als tip dat dit een speerpunt kan zijn voor de controle voor 2025. De heer Schefferlie benadrukt dat de raad de PPN over drie weken moet goedkeuren. De heer Schuijt is bereid de gevraagde analyse te maken, maar niet vanavond. De voorzitter informeert of deze doorkijk gegeven kan worden.
Parallelsessie I&O Jaarstukken 2024, 26 juni 2025
Wethouder Molengraaf reageert dat wethouder Mager aangeeft dat er een raadsinformatiebrief is uitgegaan waarin dit doorkijkje gegeven wordt. De heer Tekir heeft de raadsinformatiebrief ontvangen, maar de vraag was of de € 1,5 mln. die wordt bijgestort in het licht van de ambities voldoende is. En zo niet wat er dan nodig is om bij te stellen. De voorzitter constateert dat wethouder Mager aangeeft dat het gewenste extra doorkijkje met de raad gedeeld wordt waarbij ook meegenomen wordt waarom de genoemde € 1,5 mln. bijdraagt om dit allemaal te realiseren. De heer Krol refereert aan het onderzoek naar het voorspellende vermogen van de tussentijdse bijstelling van de begroting en merkt op dat dit niet terugkomt in de reactie van het college bij het accountantsverslag. De paragraaf grondbeleid scoort voor het tweede jaar in het rood vanwege het niet voldoen aan de normen. Hij verzoekt om nadere duiding vanuit het college. Wethouder Molengraaf antwoordt dat bij het begroten vooral vrij forse incidentele middelen zijn meegenomen wat het beeld vertekent. Geprobeerd wordt om jaarlijks zo min mogelijk over te houden ter voorkoming dat er wordt overgehouden terwijl er bezuinigingen worden doorgevoerd. Vanwege incidentele middelen en zaken die niet afgerond zijn is er moeite om geld weg te zetten waarbij in haar optiek een goede uitleg is gegeven.
De grondexploitatie richt zich met name op de eerste kosten voor de Groote Haar waardoor de score nog een tijdje in het rood zal zijn. Het moment van uitgifte is nog niet daar. De heer Krol begrijpt de toelichting, het is goed om voorzichtig te zijn met het tussentijds bijstellen van ramingen, maar het is wel een structureel gegeven dat halverwege het jaar geconstateerd wordt dat er niets kan terwijl aan het einde van het jaar altijd vele miljoenen over zijn. De heer Schuijt verduidelijkt dat zijn opmerking over het grondbeleid zich veel meer richt op de formele inhoud van de paragraaf grondbeleid. Het voldoet aan de BBV, maar de raad heeft in de financiële verordening als extra eis opgenomen dat er inzicht wordt gewenst in het verloop van de voorraad van andere gronden. Dit specifieke stuk ontbreekt twee jaar achter elkaar. Dit is een formeel punt, niet een punt waar hij als accountant zwaar aan tilt. Hij vindt het lastig om inhoudelijk op het andere punt te reageren. Hij kijkt vooral naar de totstandkoming van het proces en daarvoor heeft hij een aantal tips gegeven. Als de financiële beheersing op een bepaald niveau is binnen de organisatie dan worden dit soort onderuitputtingen en budgetoverhevelingen in een eerder stadium onderkend.
De heer Matla reageert in de richting van de heer Tekir op de vraag wat voor type aanbestedingen in het afgelopen jaar onrechtmatig zijn geweest. In contracten staan bepaalde indexatiepercentages om te continueren opgenomen. Gezien de huidige inflatie wordt voorgesteld om een ander indexatiepercentage te hanteren en dan wordt niet meer voldaan aan de formele norm en wordt dit als onjuist aangemerkt. De heer Tekir vraagt of dit betekent dat gecontracteerde partijen niet rechtmatig geïndexeerd worden. De heer Matla vervolgt dat indexatie geschiedt op basis van de percentages van het CBS, maar vanuit de branche en de CAO volgt dat er meer indexatie nodig is. Hij komt hier nog nader op terug. De ontwikkeling van het resultaat; resultaat na bestemming € 2,5 mln. met een aantal oorzaken. Grondexploitatie vrijval verliesvoorziening, voordeel op de salarisbudgetten, algemene uitkering positiever dan verwacht, begrotingssaldo -€ 700.000. De heer Tekir vraagt hoe het kan dat er een substantieel wordt afgeweken op salariskosten.
Parallelsessie I&O Jaarstukken 2024, 26 juni 2025
De heer Matla antwoordt dat dit voornamelijk wordt veroorzaakt door vacatures die later worden ingevuld dan verwacht. De arbeidsmarkt wordt krapper, maar toch is er moeite met het invullen van vacatures. Als de salariskosten wel worden begroot, maar mensen komen later binnen dan wordt er geld overgehouden. De heer Tekir vraagt of dit ook met de begrotingssystematiek voor de personeelsbudgetten te maken heeft waardoor de werkelijke salarislasten niet volledig worden benaderd. De heer Matla denkt van niet, maar hij kan zich wel voorstellen als er jongere medewerkers dan verwacht binnenkomen dat daardoor een stukje wordt bespaard. Verloop jaarrekeningresultaat (sheet 4): het voornemen is om in de dienstverlening nog € 2 mln. te bestemmen voor volgend jaar. Dat is gezien eerdere jaren relatief weinig, maar het kan nog scherper. Ontwikkeling resultaat (sheet 5): bij nr. 6 Vrijval voorziening degeneratie, de accountant geeft aan dit heeft de eigenschap van een reserve. Die vrijval zorgt enerzijds voor een resultaat, anderzijds wordt dit in de reserve gestopt zodat dit eventueel gebruikt kan worden op het moment dat er als gevolg van het sleutelen aan wegen en graven calamiteiten zijn. Bij nr. 8 Grondexploitaties bedrijventerreinen wijst hij op de nieuwe renteregels. In de tussenrapportage is € 2,5 mln.
extra gedoteerd in de voorziening voor Groote Haar omdat het rentepercentage fors zou stijgen. Voorts was er wat beweging naar voren in verband met de te verwachten verkopen en anderzijds is in de waterbergingscapaciteit ruimte ontstaan voor meer uitgeefbare meters. De voorziening gaat omhoog, maar minder dan gedacht. Nr. 11 Opvang vluchtelingen € 1,9 mln. voordeel. Vorig jaar was dit ongeveer € 3,2 mln. De verwachting is dat het bedrag nog verder naar beneden gaat. De dagbijdrage Oekraïners daalt met 25% waardoor dit volgend jaar substantieel lager zal zijn. De heer Schefferlie heeft een vraag over nr. 10 Laaggeletterdheid. Zijn fractie vindt het erg dat er al een aantal jaar ondergepresteerd wordt. Hij vraagt of toegelicht kan worden waarom het niet gelukt is om dit geld uit te geven, wat wel geprobeerd is en welke moeite is gedaan. Ambtelijk wordt geantwoord dat dit in de aanbesteding is weggezet bij een stichting die heel veel moeite had om voldoende personeel aan te trekken. Inmiddels wordt dit door een andere organisatie gedaan waardoor een inhaalslag gemaakt wordt. De heer Matla vervolgt met nr. 12 het Sociaal Domein waar behoorlijk wat geld is overgehouden. Ongeveer € 1 mln. voor het huisvesten van kwetsbare groepen, € 400.000 minimaregelingen, € 500.000 loonkostensubsidie, € 350.000 inburgering.
De heer Van der Meijden merkt op dat het niet voor het eerst is dat een hoog bedrag wordt overgehouden en vraagt hoe het komt dat er zo veel geld niet wordt uitgegeven. De heer Matla antwoordt dat er minder aanvragen zijn vanuit de minima. Huisvesten kwetsbare groepen is nog niet gerealiseerd, de verwachting is dat de middelen aan het einde van dit jaar, begin volgend jaar worden ingezet. De heer Van der Meijden vraagt waarom de middelen voor mantelzorgers voor het vierde jaar op rij niet zijn uitgegeven. Ambtelijk wordt geantwoord dat enige tijd geleden de middelen zijn omgezet voor een parttime medewerker voor twee jaar binnen de eigen organisatie. Voorheen was dit een overeenkomst voor dienstverleningsopdrachten bij MEE Vivenz. Dit leverde in de praktijk niet het gewenste resultaat. Vervolgens is dit twee jaar ingezet op contractbasis. Op dit moment wordt samen met Mantelzorg NL gekeken naar een passende oplossing.
Parallelsessie I&O Jaarstukken 2024, 26 juni 2025
De heer Van der Meijden begrijpt dat het om personeelskosten gaat en niet om geld om te besteden aan mantelzorgers. Ambtelijk wordt vervolgd dat er voor de mantelzorgers een luisterend oor is binnen de organisatie in plaats van binnen een dienstverleningsovereenkomst. De heer Van der Meijden vermoedt dat hij terugkomt op dit onderwerp op 10 juli aanstaande. De heer Matla vervolgt met nr. 14 Begraafrechten en geeft aan dat de tarieven een aantal jaar geleden zijn verhoogd, maar vanwege afkoopsommen en dergelijke komt een deel ten goede aan de exploitatie. Er is meer tijd nodig om dit sluitend te krijgen. De heer Van Andel neemt aan dat nr. 5 Taakstelling parkeerregisseur alleen over het salaris gaat en niet over zaken die niet gerealiseerd zijn vanwege afwezigheid. De heer Matla antwoordt dat voor de parkeerregisseur werd bedacht dat deze zichzelf zowel aan de batenkant als de lastenkant zou terugverdienen. Gebleken is dat dit aan de lastenkant ingewikkeld is, posten als onderhoud en elektriciteit zijn moeilijk beïnvloedbaar. De batenkant laat zien dat de parkeeropbrengsten nodig waren voor de begroting. De heer Van Andel vraagt of dit volgend jaar niet terugkomt in de stukken. De heer Matla vervolgt dat met deze vraag op de Perspectiefnota vooruitgelopen wordt, hier wordt over nagedacht. De heer Van Santen heeft een vraag over nr.
7 terugstorting Waardlanden onkruidbestrijding en verzoekt om nadere duiding. Wethouder Polatli vult aan dat de teruggave gaat over 2023 vanwege bijna 100% overschrijding op onkruidbestrijding waarover lang gesprekken zijn gevoerd. Partijen hebben elkaar op een indexatie gevonden. Het deel wat Waardlanden heeft genomen wordt verdeeld over Gorinchem (€ 42.000 en € 115.000 vanuit overschrijding zienswijze 2023). De heer Matla wijst op de dienstverleningsovereenkomsten met Waardlanden waar in de laatste jaren wat discussie over gevoerd is. Het zou kunnen zijn dat de kosten lager zijn uitgevallen doordat van een ander middel gebruik is gemaakt. De heer Van Santen begrijpt inmiddels dat het niet om een ander bestrijdingsmiddel maar om een dispuut gaat. De heer Van der Meijden merkt op dat het college voorstelt om € 234.000 opnieuw beschikbaar te stellen voor de implementatie van de WOO. Hij heeft niet kunnen terugvinden wat de bedoeling is en waarom de gemeente er niet in geslaagd is om het geld dit jaar te besteden. De heer Matla antwoordt dat er structurele en incidentele budgetten zijn voor de WOO. Het incidentele deel van het budget is meerdere malen meegenomen. De projectleider die inmiddels is aangenomen is druk bezig met de uitvoering en implementatie. Het deel dat over is wordt gebruikt voor verdere uitvoering.
De heer Van der Meijden heeft niet gelezen wat er voor het bedrag van € 150.000 is gedaan. Hij heeft nog enkele vragen over waarom iets een bepaalde kleur is geworden, maar stelt deze op een later moment. Ook bij de inburgeringsvoorziening is sprake van onderbesteding. Hij verzoekt om nadere toelichting.
Parallelsessie I&O Jaarstukken 2024, 26 juni 2025
Het college schrijft dat de nieuwe Asielwet samen met de Regio en de Provincie wordt uitgevoerd. Inhoud, planning en budget staan op groen. Hij informeert of dit over de Spreidingswet gaat. Als dat het geval is, vraagt hij zich af waarom er driemaal groen wordt gescoord. Ambtelijk wordt geantwoord dat dit punten zijn uit het collegeprogramma. Gorinchem loopt in lijn met de asielopgave (86% van de Spreidingswet). Bij de inburgeringsbudgetten is nog wat achterstand op de taakstelling met betrekking tot de huisvesting van statushouders. In een AZC kan vaak al begonnen worden met een voorinburgering die wordt bekostigd door het COA. Als mensen een huis krijgen volgt het echte inburgeringstraject. Omdat er een achterstand is bij de huisvesting wordt hier budget overgehouden, maar dit kan meegenomen worden naar 2025. De heer Van der Meijden was in de veronderstelling dat de 100% norm wordt gehanteerd als het gaat over de kleursystematiek. 86% zou in zijn optiek niet op groen gesteld moeten worden. Mevrouw Molengraaf reageert dat dit gaat om de planning op de uitvoering van de Asielwet. De cijfers hebben gefluctueerd. Gorinchem ging aanvankelijk uit van het huisvesten van 150 personen. Vervolgens is het Rijk gaan rekenen waardoor aantallen zijn veranderd. Aangegeven werd dat er 199 personen gehuisvest dienden te worden.
Inmiddels zijn er 150 personen gehuisvest en moet Gorinchem nog voor 24 AMV’ers onderdak verzorgen. Dit maakt dat ervoor gekozen is om de eigen planning aan te houden en daar gaan de kleurtjes over. De heer Van der Meijden vindt het lastig als bij landelijke doelstellingen of normen in de jaarverslagen met eigen normen wordt aangegeven hoe Gorinchem presteert. De opgave is geïnterpreteerd en gekleurd terwijl de opgelegde norm niet wordt verantwoord. Wethouder Molengraaf herhaalt dat de aantallen van de Spreidingswet fluctueren wat het lastig maakt om de planning te realiseren. Het Rijk heeft niet aangegeven dat de gemeente dit of dat moet doen voor 1 juli. De gemeente houdt zich aan de Spreidingswet waarbij onlangs getallen zijn toegewezen aan gemeenten met mogelijkheid tot bezwaar. 150 + 24 is het meest recente aantal. De heer Van der Meijden herhaalt dat hij het lastig vindt dat de wethouder verantwoording aflegt over de eigen planning en niet over de meeste actuele aantallen die worden opgelegd door het Rijk waardoor op de meest positieve kleur uitgekomen wordt. De cijfers zijn al een aantal maanden bekend. Wethouder Molengraaf benadrukt dat de kleuren vanuit het collegeprogramma komen. In een aantal maanden is er niet ineens plaats voor 24 personen.
De heer Van der Meijden vraagt of de wethouder het met hem eens is dat er niet wordt voldaan aan wat er per 1 juli gerealiseerd moet zijn volgens de Spreidingswet. Dit wordt bevestigd. De heer Schefferlie informeert of al eerder in de openbaarheid is gesproken over 24 AMV’ers. Voorts vraagt hij of het een verplichting of een verzoek betreft. Er zijn ook gemeenten die zaken afslaan. Wethouder Molengraaf antwoordt dat het een verplichting is. Gorinchem wil voldoen aan de Spreidingswet, maar er zijn gemeenten die op het moment van aftreden van de minister direct pas op de plaats hebben gemaakt. Dat is een keuze.
Parallelsessie I&O Jaarstukken 2024, 26 juni 2025
De heer Schefferlie vindt het belangrijk om dit open te bediscussiëren om draagvlak te bereiken. De raad heeft zich geconfirmeerd aan 150 personen en daarom is het goed om te bespreken wat de mogelijkheden zijn. De heer Matla vervolgt met de Resultaatbestemming (sheet 6). Bij nr. 3 (Onderhoud bruggen in het centrum) geeft hij aan dat er een budget was van € 774.000 dat niet in de analyse van de programma’s terugkomt omdat deze onder de € 50.000 blijft. Er worden twee nieuwe reserves gevormd. Een reserve om op termijn de opvang van Oekraïners te kunnen ontmantelen (nr. 16) en de degeneratievoorziening (nr. 20). Conform de afspraken met de raad wordt het restant voordeel Sociaal Domein gestort in de reserve Sociaal Domein (nr. 17). Aan de reserve Onderwijshuisvesting (nr. 17) wordt € 1,5 mln. toegevoegd. Voorts wordt voorgesteld om € 500.000. toe te voegen aan de Aflossingsreserve (nr. 19). Vorig jaar was in de Perspectiefnota een tekort op het investeringsplafond en voorgesteld werd om van het begrotingssaldo 2026 te gebruiken voor de Aflossingsreserve. Vanwege het ravijnjaar is iedere euro extra in 2026 fijn. Inmiddels is het mogelijk om het resultaat 2024 te gebruiken als dekkingsbestand. De heer Tekir merkt op dat op de reserve Opvang vluchtelingen € 1,9 mln. wordt overgehouden. Voorgesteld wordt om € 1 mln. te storten in de reserve voor ontmanteling.
Hij vraagt of de resterende € 900.000 naar de algemene reserve gaat. De heer Matla antwoordt dat dit naar de reserve Sociaal Domein gaat. Desgevraagd geeft hij aan dat een deel van het budget voor de opvang van vluchtelingen wordt gebruikt voor zorgtaken. Weerstandsratio & Verloop algemene reserve (sheet 8): de weerstandsratio komt uit op 1,59 waarmee binnen de door de raad vastgestelde bandbreedte gebleven wordt. Als meer in de Aflossingsreserve gestort wordt, wordt onder de range uitgekomen. Bij de ontwikkeling van de algemene reserve worden het jaarrekening resultaat 2023 en de bestemming van het rekeningresultaat weergegeven waarna het saldo uiteindelijk uitkomt op € 30,5 mln. De heer Van Santen merkt op dat in de stukken van de Perspectiefnota staat dat het weerstandsvermogen exclusief de meerjaren uitkomt op 1,47 en verzoekt het verschil te verklaren. De heer Matla moet dit nakijken, dit zou in dezelfde lijn moeten liggen. Financiële kengetallen (sheet 9): de kengetallen liggen in lijn met voorgaande jaren. De Belastingcapaciteit is groen geworden. De heer Schuijt heeft al aangegeven dat er een behoorlijke investeringsplanning ligt. De netto schuldquote loopt op, maar blijft oranje. Er wordt geïnvesteerd in de Groote Haar waardoor de signaleringswaarde van de grondexploitatie vermoedelijk op rood komt.
De heer Schefferlie merkt op dat de 10% verhoging van de OZB aan de orde is in 2025. Hij begrijpt niet dat dit lager is geworden in 2024. Gedeeltelijk wordt dit veroorzaakt door een verkeerde vergelijking zoals eerder op de avond duidelijk werd, wat hopelijk wordt gecorrigeerd in de toekomst. Hij verzoekt om nadere toelichting waarom dit lager lijkt. De heer Matla antwoordt dat vorig jaar al is aangegeven dat landelijk sneller wordt verhoogd dan in Gorinchem. Boven op de reguliere indexering van 3,4% is 5% extra gezet waardoor het beeld volgend jaar wellicht wat anders zal zijn. De heer Schefferlie is benieuwd of dit in de toekomst anders gedaan wordt zodat er een wat reëlere vergelijking gemaakt kan worden. De heer Matla neemt deze suggestie in overweging. Vaste activa & schulden (sheet 10): vorig jaar stond het weerstandsvermogen op 1,39. De organisatie is hier tevreden over omdat dit binnen de afgesproken marge is (groen) maar
Parallelsessie I&O Jaarstukken 2024, 26 juni 2025
conform het model wordt op oranje uitgekomen. De grondexploitaties stijgen vanwege Groote Haar. De boekwaarde van de netto activa stijgt vanwege investeringen. Het balanstotaal groeit structureel en daarmee daalt de solvabiliteit langzaam. Lokale lasten (sheet 11): OZB tarief eigenaar niet-woning (oranje) en OZB tarief gebruiker niet-woning (rood) is exclusief het Ondernemersfonds, in 2025 is het tarief van toepassing. De heer Van Andel wijst op een fout die zijn collega heeft gevonden. In het ene stuk staat dat er wel zonnepanelen liggen op de Kriekenmarkt, in het andere stuk staat dat dit niet het geval is. De heer Matla antwoordt dat er zonnepannen op het dak liggen. De heer Van der Meijden merkt op dat in het Nationaal Programma Onderwijs iets meer dan € 70.000 besteed moet worden voor juli 2025 en informeert of dat gelukt is. Het pedagogisch educatief ecosysteem staat op groen, maar de oorspronkelijke deadline is al lang verstreken. Hij informeert wanneer de startnotitie verwacht mag worden. Ambtelijk wordt geantwoord dat de budgetten zijn uitgegeven en zich in de laatste fase tot aan de zomervakantie bevinden. Over het pedagogisch educatief ecosysteem is een raadsinformatiebrief verstuurd waarin de planning is aangegeven. De heer Van der Geest merkt op dat er veel zaken in het groen staan qua planning terwijl in zijn gedachten zaken eerder gepland stonden.
Van de 8 tot 10 checks kon hij minimaal de helft op oranje of rood zetten. Eigenlijk had er een raadsbesluit of een collegebesluit moeten liggen volgens de eerste planning. Als zaken niet conform de planning verlopen is het niet fair om deze op groen te zetten in het jaarverslag. Wethouder Molengraaf kan zonder voorbeelden geen oordeel vellen. Zij gaat er vanuit dat de kleuren kloppen en uitlegbaar zijn. De heer Van der Geest noemt bij mobiliteit het onderzoeken van de mogelijkheden voor een extra plek in het centrum voor fietsen. Dit zou er in 2024 komen. De mobiliteitsvisie punt 14 zou ook in 2024 komen. En zo zijn er heel veel voorbeelden. Er wordt gestuurd op de acties vanuit het collegeprogramma. Als dit niet conform de eerste planning is moet het op oranje of rood gezet worden, of er moet een extra toelichting volgen. De heer Van der Meijden kan ook een hele rits noemen. In de uitleg staat dat het gelukt is en dus groen, maar het raadsbesluit had in 2024 genomen moeten worden. Hij stuurt de lijst. Wethouder Molengraaf vervolgt dat de bolletjes ten opzichte van de planning & control documenten zijn, niet zo zeer naar het collegeprogramma. Ambtelijk wordt aangevuld dat in de leeswijzer van de jaarrekening staat dat de bolletjes onderdeel zijn van de turap.
Als in de turap aangegeven wordt dat iets vertraagd is, dan wordt in de jaarrekening niet nogmaals aangegeven dat iets vertraagd is. De heer Schefferlie is van mening dat daarmee gestopt moet worden want dan kan alles op groen gezet worden, want dit is enorm misleidend. Wethouder Molengraaf is het eens dat dit de volgende keer duidelijker in beeld gebracht moet worden. De planning & control planning is wel van waaruit de verantwoording wordt gedaan. Het kan ook ten opzichte van het collegeprogramma en de turap gedaan worden, maar eigenlijk moet dan bij de turap de opmerking gemaakt worden dat iets niet in lijn met het collegeprogramma is. De heer Schefferlie gaat er vanuit dat zijn opmerking opgepakt wordt.
Parallelsessie I&O Jaarstukken 2024, 26 juni 2025
De heer Tekir was in afwachting van een soort programmatische ronde. Er worden nog enkele vragen schriftelijk gesteld, maar voor nu ook nog enkele vragen. Bij het project basisregistratie is € 400.000 overgebleven. Dit wordt overgeheveld naar 2025. Hij herinnert zich dat dit een langdurig project is waarvoor in 2025 ook weer middelen zijn gereserveerd en vraagt of de overheveling echt noodzakelijk is. De heer Matla antwoordt dat dit een restant is dat nodig is om het verdere project uit te voeren. De heer Tekir vraagt zich af wat er niet goed gaat wanneer van het oorspronkelijke budget meer dan de helft overblijft. Ambtelijk wordt geantwoord dat er later is gestart met het project waardoor er een lange doorlooptijd is. Het geld is nog nodig. De heer Tekir begrijpt dat het bolletje daarom op oranje staat. Bij externe inhuur wordt gestreefd naar 11,4%. Dit is bijna 20%. Hij vraagt of hij het zo moet lezen dat de tijdelijke capaciteit wordt afgebouwd en de externe inhuur navenant toeneemt. Ambtelijk wordt geantwoord dat de inhuur wordt beperkt. De streefwaarden voor 2024 worden in een veel eerder stadium opgesteld. In de Perspectiefnota is voor een x-aantal mensen budget opgenomen. Het was de bedoeling dat deze mensen vast in dienst zouden komen, maar dat is niet helemaal gelukt waardoor er veel ingehuurd moest worden wat ook in 2024 een effect heeft gehad.
De heer Tekir vreest dat zijn aanname klopt en dat is niet de bedoeling als er afgebouwd wordt. Het valt op dat het aantal verkeersongevallen fors is toegenomen. Hij informeert of er een analyse is gedaan. Ambtelijk wordt aangegeven dat de realisatie 2022-2023 significant hoger is dan de streefwaarde 2024 en dat roept de vraag op waarom de streefwaarde zo laag was en wat er gedaan zou worden om dit voor elkaar te krijgen. Dit wordt nader uitgezocht. De heer Tekir refereert aan het project Haarse Kade waarbij wordt gesproken over een vertraging. Hij informeert of er inmiddels iets meer bekend is over de mogelijke meerkosten en hoe dit gedekt wordt. Voorts vraagt hij hoe het mogelijk is dat er meerkosten betaald moeten worden vanwege vertraging in de werkzaamheden van een externe partij. Wethouder Molengraaf wijst op de boetebepaling in het contract. Op het moment dat een aannemer te laat is treedt deze in werking. De uitkomst is nog niet bekend want hierover wordt volop gediscussieerd met de betreffende aannemer. De aannemer is diverse keren gemaand. Als direct de boetebepaling wordt opgelegd en de aannemer legt het werk neer, dan komt het werk niet af. Het werk is nu af en nu wordt het financiële beeld opgemaakt. Als dit beschikbaar is, wordt dit met de raad gedeeld. De heer Tekir denkt bij boetebepaling aan compensatie voor de vertraging.
Wethouder Molengraaf verduidelijkt dat er extra maatregelen getroffen zijn, mensen zijn langer aanwezig geweest voor de veiligheid, langer omleidingen. Zij kijkt of dit gespecificeerd kan worden in de raadsinformatiebrief die volgt. Een aannemer probeert altijd meerwerk af te rekenen. Het was met deze aannemer een hele opgave om dit een beetje binnen de perken te houden en voorts zijn er altijd tegenvallers door reële meerkosten (ongeveer 10% van het budget). De voorzitter constateert dat er geen vragen meer zijn en veronderstelt dat de overige vragen schriftelijk gesteld zullen worden.
Parallelsessie I&O Jaarstukken 2024, 26 juni 2025
Wethouder Molengraaf reageert dat er vanavond heel veel ambtenaren aanwezig zijn om vragen te beantwoorden om schriftelijke vragen te voorkomen, want dit kost heel veel ambtelijke capaciteit. Omdat er nog tijd resteert in deze sessie, stelt zij voor om vragen die er nog zijn nu te stellen. Alleen als vragen niet direct beantwoord kunnen worden, worden deze schriftelijk afgedaan. De heer Van Andel mist de voortgang in het project crematorium. Wethouder De Boer antwoordt dat er een traject heeft gelopen met een marktpartij om dit bij de begraafplaats noord te realiseren. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat de beoogde locaties niet geschikt waren waardoor dit project stilligt in afwachting van een eventuele nieuwe procedure. De heer Van Santen stelt voor in de stukken de term begraafplaats en crematorium niet te gebruiken, maar dit aan te passen naar wat er wel is. De heer Van der Meijden refereert aan de ambitie om meer grip te krijgen op de Wet gemeenschappelijke regelingen (pagina 17). Dit staat op groen qua inhoud en planning. Voor DG&J wordt nog strijd gevoerd en daarom is hij benieuwd waarom voor groen is gekozen, met name ook omdat de adviescommissie tot op heden uitblijft. Wethouder Molengraaf reageert dat DG&J twee gemeenten betreft.
De heer Van der Meijden zegt dat het college zich bij Veiligheid (pagina 22) heeft voorgenomen om een aantal themasessies te organiseren met de raad. Ook dit staat op groen. (Deze vraag wordt schriftelijk beantwoord). De heer Van der Meijden wijst op het voornemen om voor de Jongerenraad (pagina 17) een raadsbesluit te nemen in 2024. Hij verzoekt om verduidelijking van het groene bolletje. Ambtelijk wordt geantwoord dat het college in de turap heeft aangegeven dat dit niet uitgevoerd wordt. De heer Schefferlie vraagt of dit betekent dat dit idee geschrapt is. Wethouder Molengraaf antwoordt bevestigend. Desgevraagd geeft zij aan dat hier blijkbaar geen animo voor was. De heer Van der Meijden vraagt wat er is gedaan met de middelen voor de ondersteuning van gedupeerden van de toeslagenaffaire. (Deze vraag wordt schriftelijk beantwoord). Voor de Jeugdbeschermingsketen en het Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming zijn kanttekeningen te plaatsen over wat er landelijk gebeurt en de implicaties voor de gemeenten maar toch zijn de bolletjes groen. Met name op planning en financiën is het nog niet ingeregeld. Ambtelijk wordt geantwoord dat het Toekomstscenario op groen staat omdat Gorinchem behoort bij de Regio Zuid Holland Zuid waar een overeenkomst is getekend met alle partners om te kijken wat er wel kan in plaats van afwachten waar het Rijk mee komt.
De partijen die landelijk uitgestapt zijn, zitten bij de Regio nog aan tafel. Het is ingewikkeld maar men houdt elkaar nog steeds vast, daarom staat het op groen. Er worden veel koppelingen gezien met de Hervormingsagenda lokaal en regionaal. De heer Van der Meijden wijst voor de Jeugdbeschermingsketen op Veilig Thuis. Er wordt nog niet aan de cijfers voor triage voldaan, maar ook daar dubbel groen.
Parallelsessie I&O Jaarstukken 2024, 26 juni 2025
Ambtelijk wordt vervolgd dat er verschillende toezeggingen zijn gedaan. De systemen bij Veilig Thuis zijn nog niet helemaal up-to-date Als er meer cijfers beschikbaar komen, komen deze zeker naar de raad. De heer Van Andel informeert naar de stand van zaken met betrekking tot de dekking voor de toekomstige gedenkplaats voor Gorinchemse martelaren (pagina 204) omdat hij hoorde over ruzies in de groep. Wethouder Polatli is niet op de hoogte van ruzies of dergelijke, het duurde langer dan gewenst door de werkgroep. Er moeten gronden overgedragen worden en enkele bomen moeten verplaatst worden. De heer Tekir merkt op dat gebouw C (pagina 18) al jaren niet verhuurd wordt en vraagt of er plannen zijn voor het deel dat leeg staat. Wethouder Molengraaf antwoordt dat een deel aan Syndion wordt verhuurd. Het andere deel is op dit moment in gebruik voor de verbouwing van het warmtenet die gaande is in het Stadhuis. De heer Tekir veronderstelt dat wanneer er een gegadigde komt het pand gewoon verhuurd kan worden en vraagt of er ook plannen zijn voor na de realisatie van het warmtenet. Wethouder De Boer antwoordt dat hier in het kader van het gebiedspaspoort over is gesproken in de vorige sessie. Het voornemen is om het pand te verkopen en in te brengen in de gebiedsontwikkeling stationsgebied en de opgave voor de sociale woningbouw.
De heer Van der Geest wijst op pagina 52/53, de cijfers voor melding kindermishandeling. Het klinkt niet logisch dat deze cijfers worden gebruikt in plaats van de eigen registratie. Hij informeert naar de reden voor deze keuze. De exploitatie van de veerdienst is negatief omdat er twee mensen op de veerboot varen in plaats van één. Hij informeert of er inmiddels wel een overstap is gemaakt. (Deze vraag wordt schriftelijk beantwoord). Ambtelijk wordt geantwoord dat ervoor gekozen is om de cijfers van waarstaatjegemeente aan te houden. Het lijkt dan of er een grote stijging is, maar dat is niet het geval. In 2022 werd uitgekomen op 486 waarna dit gestegen is naar 530. Aan de ene kant wordt gewenst dat er meldingen worden gedaan als er iets is, maar soms is een advies of een consultatie beter op zijn plaats. De heer Van der Geest vindt het onlogisch dat de cijfers van het dashboard niet gebruikt worden. Sluiting De voorzitter bedankt de aanwezigen voor de inbreng en sluit de vergadering. Toezeggingen: Er zijn geen toezeggingen gedaan.
Parallelsessie I&O Jaarstukken 2024, 26 juni 2025
Vragen de heer Tekir: Nadere duiding verzorgen naar aanleiding van de vraag wat voor type aanbestedingen in het afgelopen jaar onrechtmatig zijn geweest. Is er een analyse gemaakt naar aanleiding van de forse toename van het aantal verkeersongevallen? Vragen de heer Van der Meijden: Waarom staat het organiseren van een aantal themasessies met de raad over Veiligheid (pagina 22) op groen? Wat er is gedaan met de middelen voor de ondersteuning van gedupeerden van de toeslagenaffaire? Vraag de heer Van der Geest: Is er inmiddels een overstap gemaakt van één naar twee personen op de veerdienst?
Parallelsessie I&O Jaarstukken 2024, 26 juni 2025