20250605 Verslag Parallelsessie I&O Stand van zaken op gebied jeugd in inkoop van jeugdzorg
Tekst van het document
Parallelsessie Informatie en Ontmoeting 5 juni 2025 Stand van zaken op gebied jeugd in inkoop van jeugdzorg Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Griffie: Notulist: Raadsleden/ fractieassistenten: Stadsbelang: Democraten Gorinchem: PvdA: VVD: ChristenUnie/SGP: Gorcum Actief: D66: CDA: SP: Portefeuillehouder: Ambtelijke ondersteuning: Gasten:
de heer J. Klein mevrouw E. van Bekhoven mevrouw J.M. Kiep-de Jongh mevrouw G. Metz de heer M. Venhovens mevrouw N. Aaldijk de heer P. Schefferlie de heer K. van Willigen de heer A. Koçak de heer A. Jalloh de heer H. Heikens de heer A. de Jong de heer D. Lokussen de heer T. van der Meijden de heer J. van der Geest de heer P. van Andel mevrouw E. Dansen mevrouw M. Teeuw de heer E. Verbeek en mevrouw T. Luttmer (Sociaal Team Gorinchem) en mevrouw T. Kuijsters (Service Organisatie Zuid-Holland Zuid)
Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Stand van zaken op gebied jeugd in inkoop van jeugdzorg In het najaar van dit jaar zal er een nieuwe verordening Jeugdzorg aan de raad worden voorgelegd ter vaststelling. Diverse ontwikkelingen, waaronder de inkoop jeugdzorg 2026 en de financiële uitdagingen waar we als gemeente voor staan, maken dat het noodzakelijk is te komen tot deze nieuwe verordening Jeugdzorg. Door middel van bijgevoegde presentatie wordt de raad meegenomen in deze ontwikkelingen. Wethouder Dansen verzorgt een presentatie. Passende ondersteuning en zorg is opgave 4 in de Integrale SamenlevingsVisie. Tijdens de I&O van 10 april is normaliseren aan de orde geweest. Er wordt een steeds groter beroep gedaan op jeugdhulp (1 op de 7 kinderen heeft een vorm van jeugdhulp). Steeds meer zaken worden als ‘niet normaal’ gezien. Jeugdhulp wordt soms oneigenlijk ingezet. Het is een openeindregeling waar veel geld aan uitgegeven wordt. De huidige inkoopregeling loopt af op 31 december 2025. Mevrouw Teeuw vervolgt de presentatie. In Gorinchem doet 1 op de 9 kinderen een beroep op jeugdhulp. Medio 2024 is gestart met de evaluatie van de huidige inkoop aan de hand van de 7 inkoopsegmenten. Het voornemen is om de huidige contracten te verlengen omdat de bestuurlijke uitgangspunten van de aanbesteding nog steeds gelden.
Parallelsessie I&O Stand van zaken op gebied jeugd in inkoop van jeugdzorg, 5 juni 2025
De heer Schefferlie informeert of toetsing van de uitgangspunten door de raad wordt gewenst. Wethouder Dansen antwoordt dat het om specifieke zaken gaat. Het voorwerk wordt gedaan en daarna wordt dit ter beoordeling voorgelegd aan de raad. De heer Schefferlie vervolgt of verdergegaan wordt met dezelfde uitgangspunten of dat er voorwaarden gekoppeld worden voordat er verlengd wordt. Mevrouw Teeuw verduidelijkt dat de bestuurlijke uitgangspunten zijn geduid in de raadsinformatiebrief van februari. Omdat deze zo algemeen zijn kan binnen de segmenten (hoog-specialistisch en crisis) ingezoomd worden om te bepalen of aanscherpingen nodig zijn. Jeugdigen worden te vaak van de ene naar de andere aanbieder doorgestuurd terwijl het bestuurlijke uitgangspunt is passende zorg voor de meest kwetsbaren. Aanbieders moeten onderling zorgen voor passende zorg zodat zij niet meer worden doorgestuurd. De heer Schefferlie begrijpt dat het zo dat voor deze overgangsperiode de bijsturing aan de organisatie toevertrouwd moet worden. De heer Van der Geest vraagt of met meer handhaving wordt gedoeld op de huidige contracten of op de geleverde zorg. Mevrouw Teeuw antwoordt dat dit gaat over handhaven van afspraken die in contracten zijn opgenomen. Een jeugdbeschermer moet afstemmen met het lokale team, dit gebeurde in het verleden te weinig en daar wordt strakker op gestuurd.
In de contacten staat dat aanbieders in afstemming met het lokale team bij een jeugdige van 16,5 jaar al moeten voorsorteren op een perspectief voor wanneer de leeftijd van 18 wordt bereikt. Het Regionaal programmaplan beschikbare en betaalbare Jeugdzorg is een levend document. Het toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming staat vol van het creëren van stevige lokale teams die naast regie voeren ook zelf hulp kunnen verlenen en voldoende veiligheidsexpertise hebben, lijnoverstijgend kunnen werken, brede uitvraag aan de voorkant, samenwerken met veiligheidspartners, normaliseren en demedicaliseren. Wat wordt regionaal gedaan, wat wordt lokaal gedaan. Dit is in september aan de orde geweest bij de Hervormingsagenda Jeugd. Gorinchem is de enige gemeente die hiervoor een actief plan van aanpak heeft. Alles wat afgesproken wordt, moet geborgd worden in een verordening. Bij contractmanagement wordt naast strakker sturen gekeken naar ruimte voor meer innovatie en meer grip op verwijzingen. Data & Monitoring hebben meer nadruk gekregen. Het dashboard is samen met het onderwijs opgesteld en geeft inzicht in de mate van jeugdhulpgebruik per samenwerkingsverband per schoolsoort. De heer Van der Meijden informeert of het Regionaal programmaplan en de reguliere beleidscyclus van DG&J elkaar beïnvloeden.
Mevrouw Teeuw antwoordt dat het Regionaal programmaplan is geschreven door DG&J met input van alle gemeenten. Onderdelen hiervan komen terug in de formele rapportages van DG&J. Er is gekeken naar goede voorbeelden elders in Nederland. Het plaatje van Wij Groningen brengt in beeld hoe de discussie lokaal en regionaal gevoerd kan worden. Wat zijn normale opvoedingstaken? Wat zijn voorliggende voorzieningen? Wat heeft de gemeente binnen de sociale basis georganiseerd? In de rechterkolom staan de voorzieningen die onder jeugdhulp vallen. Sommige vormen van hulp zijn belegd in het jeugd- en gezinsteam. Gekeken wordt of er nog meer vormen van zorg voorliggend en beschikkingsvrij aangeboden kunnen worden. Welke vormen van hulp moeten binnen de sociale basis georganiseerd worden, welke vormen van zorg die eigenlijk jeugdwet zijn worden vrij toegankelijk beschikbaar gesteld. In de raadsinformatiebrief is ingezoomd op de vier opgaven die de raad heeft vastgesteld. Wat hebben de Gorinchemse jongeren nodig.
Parallelsessie I&O Stand van zaken op gebied jeugd in inkoop van jeugdzorg, 5 juni 2025
De heer Van Willigen vraagt waar in het schema de huisarts en de praktijkondersteuner worden geplaatst. Mevrouw Teeuw antwoordt rechts naast de streep. Met het Sociaal Team is gesproken over de doelgroep hoogbegaafde kinderen. Dit onderwerp heeft de aandacht, maar niet met de gedachte dat een bepaalde zorgvorm wordt gemist. De heer Venhovens heeft signalen gekregen dat het in gesprekken met ouders weleens schuurt en gezocht wordt naar oplossingen die niet altijd bij het Sociaal Team of het onderwijs gevonden kunnen worden. Ouders hebben angst dat hun kinderen uit huis worden geplaatst. De heer Van Willigen verzoekt om nadere duiding van het aantal signalen. De heer Venhovens heeft met belangenorganisaties en individuele ouders gesproken, ongeveer tien gezinnen. Mevrouw Teeuw reageert dat er gesprekken worden gevoerd als jeugdigen vastlopen in het onderwijs. Als een echtscheiding overwogen wordt, wordt gekeken of in het voortraject al iets gedaan kan worden om zorg te voorkomen. De heer Jalloh vraagt hoe vastgesteld wordt dat een kind uit huis geplaatst moet worden. De heer Verbeek antwoordt dat het Sociaal Team geen kinderen uit huis plaatst. Dit gaat via de Raad voor de Kinderbescherming die onderzoek doet en een jeugdrechter die een uitspraak doet.
Mevrouw Teeuw vervolgt met de inzet op een stevige sociale basis, onder andere met het pedagogisch educatief ecosysteem en Preventie met Gezag. Aan bepaalde vormen van zorg wordt op jaarbasis ongeveer € 100.000 uitgegeven en daarmee kunnen ongeveer 75 jeugdigen geholpen worden. Een formatieplaats kost ongeveer hetzelfde bedrag, maar deze persoon kan geen 75 jeugdigen helpen. Niet alles kan op de schaal van Gorinchem georganiseerd worden. Regionaal inkopen is financieel gezien soms voordeliger. Het Sociaal Team voert regelmatig gesprekken met Jong JGZ om te kijken of bepaalde vormen van zorg door een jeugdverpleegkundige geleverd kunnen worden. Met het onderwijs wordt samengewerkt op het gebied van onderwijs en jeugdzorg. Het dashboard laat zien dat de zorgkosten voor ernstige dyslexie fors gestegen zijn (inhaalzorg corona en meer investeren in taalonderwijs op school). De heer Koçak informeert naar de ervaringen met Jong JGZ en vraagt of er afspraken zijn gemaakt om de samenwerking duurzamer te maken. De heer Verbeek antwoordt dat een aantal pedagogen van Jong JGZ aansluit bij overleggen met het onderwijs lokaal en regionaal. De heer Venhovens merkt op dat scholen soms overprikkeld raken door de verzoeken die landelijk en lokaal bij hen worden neergelegd en vraagt of er niet te veel eisen worden gesteld aan de programmering van scholen.
Mevrouw Teeuw antwoordt dat dit buiten haar expertise valt. Voor domein overstijgend werken wordt stevig ingezet op de doorspraakmethode. Voorts wordt ingezet op het project Centrale Toegang. Voor geïndiceerde zorg wordt ingezet op het versterken van de medische verwijsroute samen met de praktijkondersteuners jeugd GGZ en huisartsen. Alle ontwikkelingen worden geborgd in de nieuwe verordening. De
Parallelsessie I&O Stand van zaken op gebied jeugd in inkoop van jeugdzorg, 5 juni 2025
afbakening van voorliggende zorg moet daarin benoemd worden. Daarnaast heeft de Centrale raad van Beroep een aantal uitspraken gedaan die toegevoegd moeten worden. De heer Van Willigen verzoekt om verduidelijking van regionaal raamwerk. Mevrouw Teeuw antwoordt dat het gaat om de tien gemeenten in Zuid-Holland-zuid waarmee de jeugdhulp ingekocht wordt. Aan dit raamwerk kunnen lokale punten toegevoegd worden. De heer Van Willigen informeert of het mogelijk is om te kijken naar gemeenten in de directe nabijheid (Altena, West Betuwe en Vijfheerenlanden). Mevrouw Teeuw antwoordt dat de verordening dusdanig juridisch is waarbij zij verwacht dat het gros van de gemeenten de modelverordening hanteert. Zij beaamt dat de inkoopsamenwerkingsverbanden soms wat incongruent zijn en vragen oproepen. De heer Van der Meijden merkt op dat er verschillende beleidsdocumenten zijn die zich tot elkaar verhouden en vraagt welke daarvan al voor de verordening afgevinkt dienen te worden. Mevrouw Teeuw antwoordt dat het pedagogisch educatief ecosysteem en Preventie met Gezag beleidsontwikkelingen zijn om de sociale basis te versterken (links van de streep). In de verordening worden de zaken rechts van de streep geregeld. Gorinchem neemt bij overige voorzieningen de huidige voorzieningen op. Zij verwacht niet dat andere vormen van zorg al voor het einde van het jaar naar voren worden gehaald.
Er wordt niet naar gestreefd om bepaalde zorgvormen niet meer regionaal in te kopen, maar in de verordening wordt wel vastgelegd dat deze vormen eerst lokaal aangeboden moeten worden. De heer Schefferlie informeert hoe de lokale teams getransformeerd worden. Mevrouw Teeuw antwoordt dat regelmatig gevraagd wordt aan het Lokaal Team of zaken nog passen binnen de aanbesteding. Niet iedereen kan alles, de professionals hebben expertise op verschillende vlakken. De heer Van der Geest verzoekt voor de duidelijkheid bij de volgende cyclus een perspectief te schetsen. Mevrouw Teeuw reageert dat het ISV het hoofdkader is. De heer Van der Meijden zou het plezierig vinden om de verschillende beleidstrajecten naast elkaar te zetten met duiding hoe dit zich tot elkaar verhoudt ter voorbereiding op de behandeling van de verordening. Wethouder Dansen verwijst naar de uitgebreide raadsinformatiebrieven waarin alles op een rijtje is gezet ter naslag. De voorzitter stelt voor eventuele resterende vragen die vanwege het ontbreken van tijd nog niet gesteld zijn schriftelijk te stellen. Sluiting De voorzitter bedankt de aanwezigen voor de inbreng en sluit de vergadering. Toezeggingen: Er zijn geen toezeggingen gedaan.
Parallelsessie I&O Stand van zaken op gebied jeugd in inkoop van jeugdzorg, 5 juni 2025