2025-989393 Ontwerp Programma riolering en stedelijk Water 2026-2030
Tekst van het document
Normbui Bui09 Bui08 Composietbui T=2 2050 H (T=2)
Beperken van schade door neerslag In voorgaande paragraaf is aangegeven welke buien het rioolstelsel moet kunnen verwerken zonder hinder of ernstige hinder door water op straat. Hinder moet soms geaccepteerd worden. De gemeente tracht ernstige hinder te beperken en overlast te voorkomen. In 2023 heeft de Rijksoverheid de landelijke maatlat voor een groene en klimaatadaptieve gebouwde omgeving gepubliceerd als richtlijn. De inhoud van het convenant en de klimaatmaatlat is vrijwel hetzelfde. Beide richtlijnen zijn voornamelijk bedoeld voor nieuwbouw. De richtlijnen zijn in dit Programma
Ontwerp, 1 september 2025
21
Omgevingsprogramma riolering en stedelijk water, 2026-2030
omgezet naar gemeentelijk beleid, waarbij de gemeente er naar streeft voor bestaand gebied in 2050 ook hieraan te voldoen. Het risico op schade wordt getoetst door een maaiveldmodel te koppelen aan het rekenmodel van het ondergrondse rioolsysteem. Hiermee ontstaat inzicht in de verspreiding van het water, een zogenoemde stresstest. Stresstesten worden uitgevoerd met extreme buien. In tabel 3-2 is opgenomen welke buien de gemeente hanteert als toetsbui. Dit zijn neerslaghoeveelheden met een herhalingstijd van 100 tot 250 jaar. Indien het systeem of een locatie hier aan voldoet, is het klimaatbestendig ingericht voor het thema wateroverlast. Voor het bestaand systeem betreft het een streefbeeld, wat op langere termijn (2050) te realiseren is door middel van werk met werk te maken bij rioolvervangingen en herinrichtingen. Het betreft een streefbeeld, omdat in sommige situaties risico’s niet eenvoudig te voorkomen zijn. Dit betreft bijvoorbeeld bestaande panden welke relatief laag gelegen zijn ten opzichte van de openbare ruimte. Als er water op straat ontstaat, zijn deze gevoelig voor schade. Het beperken van dit risico is niet alleen een gemeentelijke taak, de eigenaar van het pand heeft hier ook een eigen verantwoordelijkheid in.
Tabel 3-2: Streefbeeld ten aanzien van schade bestaand gebied Type overlast Gebied Bestaande stad, toekomstige situatie (2050) Geen schade bij Hoofdverkeersroutes Gebouwen Vitale en kwetsbare functies
Normbui 70 mm in 1 uur blokbui (T=100) 70 mm in 1 uur blokbui (T=100) 90 mm in 1 uur blokbui (T=250)
Bij schade dient de afweging gemaakt te worden of de kosten voor het verminderen van het risico (risico = kans x schade) opwegen tegen de kosten van incidentele materiele schade. De emoties die waterschade bij particulieren teweeg brengen dienen ook in de afweging betrokken te worden. Bij schade volgt altijd nader onderzoek van de gemeente. Mogelijke maatregelen zijn bijvoorbeeld vergroenen, afkoppelen van hemelwater, realiseren van (groene) waterberging in of onder de openbare ruimte, vergroten van riolen en de openbare ruimte zo inrichten dat water op straat stroomt naar een locatie waar het geen schade veroorzaakt. Bij het opstellen van maatregelen wordt rekening gehouden met de voorkeursvolgorde vasthouden-bergenafvoeren. Het toepassen van deze voorkeursvolgorde bij werkzaamheden in bestaand gebied is niet eenvoudig, bijvoorbeeld qua ruimtegebruik, en vaak kostbaar. Per project wordt daarom bekeken wat realistisch en haalbaar is. Behouden waterberging bij afkoppelen Bij vervanging van riolering in combinatie met afkoppelen volgt de gemeente de uitgangspunten van het waterschap Rivierenland, zoals verwoord in de nota “Samen door één buis”. Hiermee wordt voorkomen dat het oppervlaktewater kwantitatief zwaarder belast wordt door het afkoppelen van hemelwater en de oorzaak van eventuele overlast verschuift van het riool naar het oppervlaktewater.
Dit betekent bijvoorbeeld dat de berging in de gemengde riolering (in kubieke meters) niet verkleind wordt bij rioolvervanging. Tevens moet extra waterberging gerealiseerd worden als meer dan 50% van het verhard oppervlak in een rioolgebied direct naar het oppervlaktewater afgekoppeld wordt. Om deze reden en vanwege de kans op foutaansluitingen van vuilwater op hemelwater, koppelt de gemeente alleen het openbaar gebied af bij rioolvervanging en/of reconstructies, mits afkoppelen doelmatig is. Een deel van het particulier verhard oppervlak, zoals verharde voortuinen en opritten, wordt dan automatisch mee afgekoppeld als het afstroomt Ontwerp, 1 september 2025
22
Omgevingsprogramma riolering en stedelijk water, 2026-2030
naar het openbaar gebied. Daken of de voorzijde van daken van woningen worden niet actief afgekoppeld door de gemeente. Bij de dimensionering van een nieuw aan te leggen hemelwaterriool wordt wel rekening gehouden met het in de toekomst mogelijk afkoppelen van 50% van het dakoppervlak. Verantwoordelijkheden particulieren Het voorkomen van schade in panden is een gedeelde verantwoordelijkheid welke de gemeente op basis van de stresstesten door middel van risicodialogen bespreekt met de inwoners/bedrijven en prioriteert. Maatregelen op particulier terrein zijn de verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar, zoals het op hoogte houden van het perceel en/of pand. Afvoercapaciteit watergangen Tot de hemelwatertaak van de gemeente behoort ook het op orde houden van de afvoercapaciteit van gemeentelijke B-watergangen en de duikers daarin, bijvoorbeeld door maaien en baggeren. Het waterschap controleert de watergangen door middel van de schouw. Het onderhoud van een groot deel van de watergangen binnen de gemeente Gorinchem is overgedragen aan het waterschap. Het vervangen en schoonhouden van duikers in overgedragen B-watergangen is nog wel een taak van de gemeente.
3.4
3.4.1
Gezonde groei binnen de grenzen
Inleiding
De gemeente wil de groei van de stad inzetten om de kwaliteit van de stad te verbeteren, zodat de gemeente weerbaar wordt tegen klimaatverandering. De herinrichting van bestaand bebouwd gebied biedt de mogelijkheid om de stad klimaatadaptiever te maken. Bij uitbreiding van de stad moet de uitbreiding klimaatadaptief ontwikkeld worden. Bij ruimtelijke plannen wordt het waterschap betrokken via de weging van het waterbelang in het Omgevingsplan. 3.4.2
Omgang met grondwater en hemelwater bij ruimtelijke ontwikkelingen
Ontwikkelingen moeten hydrologisch neutraal uitgevoerd worden. Op basis van de klimaatadaptatiestrategie (LAS) vormen het Convenant Klimaatadaptief Bouwen en de Landelijke maatlat voor een klimaatadaptieve en gebouwde omgeving het uitgangspunt. Deze uitgangspunten moeten verwerkt worden in regels in het Omgevingsplan, het handboek inrichting openbare ruimte en anterieure overeenkomsten om ze te borgen. Het is verplicht om hemelwater dat niet verwerkt kan worden op eigen terrein, indien mogelijk aan te sluiten op een bestaand gemeentelijk hemelwaterriool of een watergang in plaats van op het gemengde of vuilwaterriool. Indien dit niet mogelijk is, dient de hemelwaterafvoer in elk geval gescheiden van de vuilwaterafvoer aangeboden te worden op de erfgrens. De gemeente kan dan later bij de aanleg van hemelwaterriolering de hemelwaterafvoer eenvoudig afkoppelen van het riool.
Ontwerp, 1 september 2025
23
Omgevingsprogramma riolering en stedelijk water, 2026-2030
Bij realisatie van nieuw openbaar gebied is het uitgangspunt hemelwater zoveel mogelijk vast te houden daar waar het valt op basis van de voorkeursvolgorde uit paragraaf 3.3.3. Verharding wordt zoveel mogelijk beperkt en hemelwater wordt mits doelmatig geborgen in boven- of ondergrondse voorzieningen. Bij de realisatie van nieuw openbaar gebied is deze omgang met hemelwater beter te realiseren dan bij de aanpassing van bestaand stedelijk gebied. Bij de inrichting van het gebied kan hier rekening mee worden gehouden. Indien het hemelwater afgevoerd moet worden, wordt dit gedaan door middel van een afzonderlijk hemelwaterriool. Het stelsel inclusief de bovengrond dient te voldoen aan de eisen uit tabel 3-3. Er moet voldaan worden aan de eisen van waterschap Rivierenland, bijvoorbeeld voor compensatie van toename verharding. Voor de bepaling van het toekomstig verhard oppervlak bij woningbouw wordt conform de uitgangspunten van Waterschap Rivierenland per kavel uitgegaan van 70% verhard oppervlak voor vrijstaande woningen, 80% voor 2-onder-1-kap woningen en 90% voor rijtjeswoningen.
Tabel 3-3: Norm ten aanzien van wateroverlast voor uitbreidingen Type overlast Gebied Normbui Uitbreidingswijken, ontwerp Geen hinder bij Gehele wijk Composietbui T=2 2050 H (T=2) Geen schade bij Hoofdverkeersroutes 70 mm in 1 uur blokbui (T=100) Gebouwen 70 mm in 1 uur blokbui (T=100) Vitale en kwetsbare functies 90 mm in 1 uur blokbui (T=250)
3.4.3
Omgang met afvalwater bij ruimtelijke ontwikkelingen
Voor nieuwe lozingen van stedelijk afvalwater zijn de kosten voor aanleg en aansluiting, ongeacht de oplossing, altijd volledig voor de initiatiefnemer. Aansluiting gebeurt op schriftelijk verzoek door de gemeente. In principe krijgt elk perceel maar één aansluiting op de gemeentelijke riolering. Aansluiting gebeurt na goedkeuring van het rioleringsplan voor het particuliere perceel, waarop bijvoorbeeld de omgang met vuil- en hemelwater duidelijk aangegeven moet zijn. Dit geldt ook voor eventueel benodigde aanpassingen aan het bestaande gemeentelijk riool. Aanleg van nieuwe gemeentelijke riolering moet voldoen aan daaraan door de gemeente te stellen eisen. Rioleringswerkzaamheden in grond van de gemeente mogen uitsluitend in opdracht van de gemeente worden uitgevoerd. Een bestaande rioolleiding hoeft niet snel vergroot te worden vanwege een woningbouwontwikkeling. Op termijn kan het vergroten van gemalen en persleidingen echter wel aan de orde zijn. Over het algemeen is dit niet zonder meer toe te wijzen aan één ontwikkeling, als het alleen een lozing van afvalwater betreft. Ontwikkelingen zorgen voor toename van het aantal woningen en daarmee voor meer inkomsten uit rioolheffing.
De gemeente betaalt de op termijn benodigde aanpassingen aan gemalen en persleidingen daarom uit de rioolheffing, tenzij de benodigde aanpassingen aan het rioolsysteem duidelijk toewijsbaar zijn aan een ontwikkeling. Bij de capaciteit van de rioolwaterzuivering moet tijdig rekening gehouden worden met eventuele toekomstige ontwikkelingen. Hiervoor gebruiken de gemeente en het waterschap het afvalwaterakkoord.
Ontwerp, 1 september 2025
24
Omgevingsprogramma riolering en stedelijk water, 2026-2030
4.
Maatregelen 4.1
Inleiding
Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van de maatregelen die de gemeente in de komende planperiode neemt om invulling te geven aan de doelen en het beleid uit het vorige hoofdstuk. Veel maatregelen zijn werkzaamheden die de gemeente al sinds jaren uitvoert. Een overzicht van de benodigde financiële middelen wordt gegeven in hoofdstuk 5.
4.2
4.2.1
Het ontstaan en de verontreiniging van afvalwater beperken
Kolken reinigen en straten vegen
Eénmaal per jaar reinigt de gemeente de kolken om te voorkomen dat de zandvang vol raakt en het vuil in het riool terecht komt. In de gemeente zijn 14.600 kolken aanwezig die jaarlijks machinaal gereinigd worden. Enkele locaties met veel bladval worden 2x per jaar gereinigd (circa 330 stuks). Naast de kolken beheert de gemeente circa 3.500 m aan lijngoot. Daarnaast worden de straten regelmatig geveegd door het Samenwerkingsverband Waardlanden om er voor te zorgen dat er minder vuil naar de kolken afspoelt. 4.2.2
Communicatie
Door voorlichting wordt ervoor gezorgd dat in het afvalwater dat wel in het riool thuis hoort, zo min mogelijk stoffen zitten die daar niet in thuis horen. Op dit moment is er geen communicatiestrategie om hier voldoende aandacht aan te schenken, mede door capaciteitsgebrek. In de planperiode wordt hiervoor in overleg met de collega’s van Communicatie een pragmatisch communicatieplan gemaakt. Het streven is daarbij de wijze van communicatie zo doelmatig mogelijk in te vullen, bijvoorbeeld door gebruik te maken van samenwerkingsverbanden en landelijke campagnes. 4.2.3
Regels opnemen in het omgevingsplan
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de landelijke lozingsbesluiten (AMvB’s) en de aansluitregels uit het Bouwbesluit vervallen. De regels hieruit zijn als zogenaamde bruidsschat van rechtswege automatisch opgenomen in het gemeentelijke Omgevingsplan en de Waterschapsverordening. De gemeente en het waterschap kunnen vervolgens besluiten of en hoe ze deze regels willen aanpassen in het Omgevingsplan en de Waterschapsverordeningen. Het waterschap denkt voorlopig de regels in de waterschapsverordening te handhaven. De gemeente gaat met de Omgevingsdienst in de planperiode in overleg over de eventuele aanpassing van regels in het Omgevingsplan. Deze regels gaan niet alleen over wat aangesloten moet en mag worden op het riool (afval-, hemel- en grondwater/bronneringen) en bij welke afstand tot het bestaande riool, maar ook hoe. In 2029 vervalt binnen de Omgevingswet ook de mogelijkheid voor het hebben van een Aansluitverordening. Regels hieromtrent worden in het Omgevingsplan opgenomen.
Ontwerp, 1 september 2025
25
Omgevingsprogramma riolering en stedelijk water, 2026-2030
4.2.4
Controle door Omgevingsdienst
Controle op indirecte lozingen, zoals bedrijfsmatige afvalwaterlozingen, vindt in opdracht van de gemeente plaats door de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ). In de planperiode wordt deze samenwerking geëvalueerd. Het is belangrijk om de krachten te bundelen om elkaar te versterken en samen te zorgen voor een optimaal functionerende afvalwaterketen. Aandachtspunt is de controle van vetvangputten. Waar nodig leidt de evaluatie tot een aanpassing van de bestaande afspraken en werkwijzen. Vooralsnog is geen rekening gehouden met extra benodigd budget.
4.3
4.3.1
Afvalwaterlozingen zoveel mogelijk aansluiten op het gemeentelijk riool
Huidige situatie
Het huidige aansluitpercentage is nagenoeg 100%. Er zijn maar 2 percelen waar afvalwater vrijkomt die niet zijn aangesloten op de riolering. Deze percelen zijn voorzien van een individuele zuivering (IBA) die uiteindelijk lozen op een nabijgelegen sloot. De bewoners zijn verantwoordelijk voor het beheer van deze voorzieningen. De percelen met een IBA zijn Nieuweweg 20 en Zuiderlingedijk 42. Voor de planperiode zijn geen maatregelen benodigd voor deze percelen. 4.3.2
Regels opnemen in het Omgevingsplan
Het omgevingsplan bevat op basis van de bruidsschat ook regels omtrent wanneer afvalwaterlozingen op het riool aangesloten moeten worden. Deze regels zullen in de planperiode ook beoordeeld worden en waar nodig heroverwogen. 4.3.3
Foutaansluitingen beperken
Bij gescheiden stelsels bestaat een risico op foutaansluitingen van hemelwater op het vuilwaterriool en andersom. Dit kan alsnog leiden tot vervuiling van het oppervlaktewater door afvalwater, of andere overlast. Er is momenteel geen inzicht in het aantal foutaansluitingen in de gemeente. Voor de planperiode wordt een extra budget van € 20.000 exclusief BTW per jaar opgenomen voor onderzoek naar foutaansluitingen van vuilwater op het hemelwaterriool. Dit wordt gedaan op locaties waar een hoger risico of vermoeden bestaat op de aanwezigheid van foutaansluitingen. Naar verwachting kan met dit budget jaarlijks maximaal 3 km hemelwaterriool worden gecontroleerd op de aanwezigheid van foutaansluitingen, inclusief herstel hiervan. De gemeente betaalt het herstel indien de aansluitingen op de erfgrens op het gemeenteriool verwisseld zijn. Indien de foute aansluiting zich op het eigen perceel of in het pand bevindt, zijn de kosten voor de perceeleigenaar. Op drukriolering en vuilwaterstelsels mag geen hemelwater aangesloten zijn. Indien op basis van meldingen, metingen of eigen waarnemingen een vermoeden bestaat op foutaansluitingen, wordt daar onderzoek naar uitgevoerd. Kosten hiervoor worden betaald uit de reeds bestaande budgetten.
Bij (ver)bouwplannen is het streven verkeerde aansluitingen te voorkomen door het voorschrijven van verschillend kleurgebruik voor afval- en hemelwaterriolen. In de realisatiefase houdt de buitendienst toezicht op de aansluitingen. Indien er toch een foutaansluiting is, heeft de perceeleigenaar hier ook een eigen verantwoordelijkheid in.
Ontwerp, 1 september 2025
26
Omgevingsprogramma riolering en stedelijk water, 2026-2030
4.4
4.4.1
Het riool is geschikt voor de hoeveelheid afvalwater en de samenstelling
Beheerdata goed in beeld hebben
De gegevens (ligging, afmetingen, aanlegjaren, inspectiegegevens etc) van het rioolsysteem worden vastgelegd in het beheersysteem (Brutis) zoveel mogelijk conform het GWSW, onder andere om te voldoen aan de WIBON. De maximale termijn ter verwerking van een wijziging in de ligging van het riool bedraagt volgens de WIBON 30 dagen. In de planperiode is het doel er voor te zorgen dat de gegevens GWSW-proof zijn en digitaal ontsloten worden via de GWSW-server, zodat de gegevens inzichtelijk zijn voor anderen. De basisgegevens van de rioolgemalen zijn in beeld via het beheerprogramma XDM. De data van sensoren en storingsmeldingen worden beheerd in het programma Aquaview++. 4.4.2
Reinigen en inspecteren van het riool
Van de vrijverval gemengde en vuilwaterriolen wordt circa 10% per jaar gereinigd en met een videocamera geïnspecteerd. Van de hemelwaterriolen wordt ook circa 10% per jaar gereinigd, maar deze worden minder frequent geïnspecteerd. Dit wordt minder gedaan, omdat de kans op aantasting van deze leidingen beperkter is en omdat deze leidingen veelal gevuld zijn met water waardoor inspectie lastiger is. In afbeelding 4-1 is aangegeven hoeveel meter geïnspecteerd is per type rioolstelsel. Een groot deel van de gemengde en vuilwaterriolen is in de afgelopen 10 jaar geïnspecteerd. Gemengde riolen en vuilwaterriolen die in 2020 of eerder geïnspecteerd zijn, moeten in de komende planperiode in principe opnieuw geïnspecteerd worden. Per jaar moet ongeveer 13 km gemengde plus vuilwaterriolering gereinigd en geïnspecteerd worden. De afgelopen planperiode is gemiddeld circa 16 km per jaar geïnspecteerd.
Afbeelding 4-1: Lengtes geïnspecteerde riolen per type riool Ontwerp, 1 september 2025
27
Omgevingsprogramma riolering en stedelijk water, 2026-2030
De gemeente controleert door middel van de rioolinspecties of de vrijvervalriolen nog in goede staat zijn qua waterdichtheid, stabiliteit en afstroming. Indien nodig wordt actie ondernomen of ingepland. Goede afstroming zorgt er voor dat het afvalwater zonder aanrotting de zuivering bereikt. 4.4.3
Reinigen en inspecteren weesriolen en gewelven
Op meerdere plekken in de oude stad zijn oude gemetselde riolen (gewelven) aanwezig en oude moeilijk bereikbare hoofdriolen in achtertuinen (weesriolen). Bijvoorbeeld in de achtertuinen van de Molenstraat en Oude Lombardtstraat. In de planperiode wil de gemeente deze riolen en de kwaliteit er van beter in zicht krijgen door ze te verkennen en te inspecteren. 4.4.4
Vervangen en renoveren van het riool
Maatregelen op basis van reiniging en inspectie van het riool kunnen bestaan uit reparaties, renovaties en/of vervanging van het hoofdriool en onderdelen als huis- en kolkaansluitingen. Veel vrijvervalriolen in de gemeente zijn jonger dan 40 jaar (referentiejaar 2025), zoals te zien is in afbeelding 4-2. Te zien is dat de oudere riolering vooral gemengde riolering is, omdat tegenwoordig in uitbreidingswijken en vaak ook bij rioolvervanging een gescheiden stelsel aangelegd wordt.
Afbeelding 4-2: Lengtes per leeftijd per type vrijvervalriool Theoretisch gaat een vrijvervalriool ongeveer 60 jaar mee. Een deel van de riolen is al ouder dan 60 jaar. Op basis van de rioolinspecties van de afgelopen planperiode is bepaald bij welke riolen een maatregel nodig is. Dit wil niet direct zeggen dat het gehele riool vervangen moet worden. Een maatregel kan ook zijn het plaatselijk repareren van het riool en soms kan gekozen worden voor het relinen van riolen in plaats van vervangen. Hierbij wordt van binnenuit een nieuwe binnenwand in de bestaande rioolbuis aangebracht. Het voordeel is dat dit goedkoper is en voor minder overlast zorgt. Technisch is dit niet altijd een doelmatige oplossing, bijvoorbeeld als het riool verzakt is. Daarnaast is Ontwerp, 1 september 2025
28
Omgevingsprogramma riolering en stedelijk water, 2026-2030
het nadeel dat hiermee het riool niet vergroot kan worden en dat als het wenselijk is om een hemelwaterriool en/of drainage aan te leggen, de straat alsnog open moet en de kosten alsnog hoog zijn. In dit Programma is er van uitgegaan dat ongeveer 10% van de riolen gerelined wordt in plaats van vervangen. De gemeente stelt jaarlijks een operationeel plan op. De operationele plannen concretiseren de plannen en maatregelen voor het komende jaar. In de komende planperiode heeft wegbeheer veel herstraatprojecten op de planning staan. Daar waar nodig, op basis van rioolinspecties, wordt het riool ook meteen vervangen. Dit leidt tot een behoorlijke hoeveelheid te vervangen riolen in de komende planperiode. Het is niet wenselijk om het riool enige jaren later separaat te vervangen, omdat dit leidt tot extra kosten en extra hinder voor de omgeving. De planning is met wegbeheer afgestemd om de vervangingen voor riolering ook realistisch te plannen.
Afbeelding 4-3. Aanleg hemelwaterriool in de Banneweg In de planperiode zijn in elk geval de volgende rioolvervangingsprojecten gepland: • • • • •
Relining riolering (0,4 km) Banneweg; Rioolvervanging Haarwijk-oost in combinatie met woningbouwvereniging Poort 6; Rioolvervanging (1,9 km) en afkoppelen Gildenwijk-oost; Rioolvervanging (0,1 km) Godfried Bomanslaan en afkoppelen; Rioolvervanging (0,3 km) Tiende Penninglaan;
Ontwerp, 1 september 2025
29
Omgevingsprogramma riolering en stedelijk water, 2026-2030
• • • • • • • • •
Rioolvervanging (2,1 km) en afkoppelen Prinsessenbuurt; Rioolvervanging (0,3 km) hemelwaterriool Stationsweg; Rioolvervanging (0,1 km) vuilwaterriool Meutepad/Valkeniersweg; Rioolvervanging (0,5 km) en afkoppelen Dalem, Beatrixlaan; Rioolvervanging (0,6 km) Nieuwe Hoven (afhankelijk van keuze behoud bomen); Rioolvervanging (2,0 km) en afkoppelen Gildenwijk West; Rioolvervanging (0,5 km) en afkoppelen Mollenburgseweg; Rioolvervanging (0,5 km) en afkoppelen Kabeljauwlaan en omgeving; Rioolvervanging (1,0 km) en afkoppelen Dr. Bauerstraat en omgeving.
Bij deze projecten wordt door afkoppelen er voor gezorgd dat minder hemelwater naar het gemengde riool stroomt. Dit wordt bijvoorbeeld gedaan door te vergroenen, aanleggen van halfverharde parkeerplaatsen, het bergen van hemelwater in verlaagde groenzones of door het aanleggen van een hemelwaterriool. De mogelijkheden hiertoe en het kiezen van de exacte maatregel moet voor de meeste projecten nog bepaald worden tijdens de voorbereiding van het project in samenspraak met de omgeving. Dit leidt mogelijk tot het testen van innovatieve maatregelen in nauw overleg met adviseurs en leveranciers in de vorm van één of meerdere pilotprojecten.In de gemeente is in totaal ongeveer 40 km mechanische riolering aanwezig. Dit zijn persleidingen van hoofdgemalen en drukriolering in het buitengebied. Relatief weinig leidingen zijn ouder dan 30 jaar, zie afbeelding 4-4. Vervanging van de persleidingen is naar verwachting voorlopig niet aan de orde.
Afbeelding 4-4: Leeftijd mechanische riolering
Ontwerp, 1 september 2025
30
Omgevingsprogramma riolering en stedelijk water, 2026-2030
4.4.5
Beheren van de rioolgemalen
Het afvalwater uit Gorinchem wordt via verschillende gemalen en persleidingen naar twee verschillende zuiveringen getransporteerd. Het westelijk deel van Gorinchem voert af naar de RWZI Schelluinen, oostelijk Gorinchem voert af naar de zuivering RWZI Gorinchem-Oost. De RWZI’s zijn in beheer bij het waterschap Rivierenland. De gemeente beheert in totaal 199 rioolgemalen en drukrioleringspompen. De gemalen worden 1 maal per jaar gereinigd en geïnspecteerd conform de BRL. Met behulp van de inspectieresultaten wordt jaarlijks het reparatie- en vervangingsprogramma voor de gemalen bepaald. Storingen aan gemalen en drukrioleringspompunits komen direct binnen op de centrale hoofdpost en deze storingen worden binnen 24 uur verholpen. Doordat de medewerkers dagelijks het functioneren van de gemalen via dit systeem beoordelen en afwijkend gedrag signaleren, worden veel problemen voorkomen. Voor storingen aan gemalen die de gemeente zelf niet op kan lossen, heeft de gemeente een meerjarig contract met een onderhoudsaannemer. 4.4.6
Beheren van de hoofdpersleidingen
Zoals bij de evaluatie benoemd, is het jaarlijks reinigen van de grote persleidingen vanaf Corbion naar Papland en vanaf Papland naar de RWZI de afgelopen planperiode niet gelukt. De leidingen blijken grootschalig vervuild en dienen projectmatig gereinigd te worden. Daarbij moeten extra doorspuitpunten (pigging installaties) gerealiseerd worden. Andere mechanische riolering wordt niet preventief, maar ad hoc gereinigd indien hier aanleiding toe is.
Afbeelding 4-5: Reparatie van een persleidingbreuk in februari 2025
Ontwerp, 1 september 2025
31
Omgevingsprogramma riolering en stedelijk water, 2026-2030
4.4.7
Klein onderhoud riolering
Jaarlijks worden in het openbaar gebied reparaties uitgevoerd aan kapotte huisaansluitingen, kolkaansluitingen, verstopte en vervuilde leidingen en verzakkingen in de weg door lekke riolering. 4.4.8
Monitoring van het systeem
In het bestaande afvalwaterakkoord tussen de gemeente en het waterschap is afgesproken om beter samen te werken op het meten van de debieten bij rioolgemalen. In veel gemeenten is het waterschap eigenaar en beheerder van de rioolgemalen die direct naar de rioolwaterzuivering van het waterschap afvoeren. De gemeente Gorinchem is zelf echter eigenaar van twee rioolgemalen die direct naar de zuivering afvoeren. Het waterschap wil meer inzicht hebben in de debieten die deze gemalen afvoeren naar de rioolwaterzuivering door middel van een koppeling van de debietmeters met de regiekamer van het waterschap. In de planperiode zal dit georganiseerd worden. Met het waterschap zal besproken worden of overdracht van deze gemalen aan het waterschap een optie is. De afgelopen jaren is er weinig aandacht besteed aan het monitoren van de werking van het systeem als geheel. In het kader van de te actualiseren modelberekening zal hier meer aandacht aan besteed worden, om de modelberekening te kunnen vergelijken met de werkelijkheid. Er wordt een realistisch en doelmatig meetplan opgesteld om meer inzicht te verkrijgen in pompdebieten, overstortfrequentie en ledigingsduur van stelsels. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de reeds beschikbare meetdata, maar zijn aanvullende meetpunten waarschijnlijk ook benodigd.
Monitoren van de duiker onder het Merwedekanaal wordt hierin meegenomen (zie paragraaf 4.8.4). 4.4.9
Opstellen van een Systeemoverzicht Stedelijk Water
In een Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW) wordt het gehele stedelijk water systeem (riolering, oppervlaktewater en grondwater) beschreven en inzicht verkregen in het functioneren van het systeem als geheel. Voorheen werden zogenaamde Basisrioleringsplannen opgesteld, maar hierin werd voornamelijk de werking van het rioolstelsel beschreven, zonder de interactie met de rest van het stedelijk water. In 2015 is voor het laatst een Basisrioleringsplan opgesteld. In de planperiode wordt een SSW opgesteld. Deze nieuwe toetsing is van belang om de wijzigingen in de afgelopen 10 jaar inzichtelijk te maken inclusief het effect daarvan. Dit betreft niet alleen wijzigingen in de riolering, maar bijvoorbeeld ook wijzigingen in de hoeveelheid en de wijze van afstroming van het hemelwater van openbaar en particulier verhard oppervlak. Onderdeel van het SSW is het opstellen van een hydraulisch model om de werking van het systeem te modelleren en toetsen. Hiermee komt in de planperiode onder andere in beeld op welke locaties niet voldaan wordt aan de norm voor de afvoercapaciteit. De verspreiding van water op straat over het maaiveld en de gevolgen voor overlast en schade maken onderdeel uit van de SSW’s. Hieruit volgen daar waar nodig oplossingsrichtingen, zodat daar bij reconstructies van de openbare ruimte en rioolvervanging rekening mee is te houden.
Uit het SSW kan ook blijken dat het op sommige locaties vooruitlopend op rioolvervanging nodig is om op een andere wijze om te gaan met de verwerking van het hemelwater, omdat het risico op ernstige hinder of schade door wateroverlast te groot is. Het SSW draagt daarmee bij aan een andere wijze van denken en handelen bij de verwerking van hemelwater. Vooruitlopend op het opstellen van een SSW worden indien nodig inmetingen uitgevoerd, bijvoorbeeld van de overstorten (in bijlage 5 is een overzichtskaart van de overstorten opgenomen). Uit de nieuwe modelberekeningen volgen dan ook de overstortvolumes en -frequenties van de
Ontwerp, 1 september 2025
32
Omgevingsprogramma riolering en stedelijk water, 2026-2030
overstorten. Bij vijf grote riooloverstorten is reeds een bergbezinkbassin aanwezig met een totale waterbergingscapaciteit van ruim 1.600 m³ water. Met het SSW wordt ook de benodigde afvoer naar de RWZI geactualiseerd, waarbij ook naar de ontwikkelingen voor de toekomst wordt gekeken. Dit is input die nodig is voor het actualiseren van het afvalwaterakkoord met het waterschap. 4.4.10
Afvalwaterakkoord met WSRL actualiseren
Er zijn in en nabij Gorinchem twee rioolwaterzuiveringen: Gorinchem-Oost en Schelluinen. Deze zijn eigendom van waterschap Rivierenland. In 2012 is op basis van onderzoek besloten om de rioolwaterzuiveringsinstallaties in Leerdam, Asperen en Gorinchem-Oost niet samen te voegen. In 2026 heeft WSRL een studie gepland naar de toekomst van de zuiveringen Schelluinen en Gorinchem-oost. Het waterschap wil hiertoe de te verwachte afvalwaterstromen in de toekomst in beeld brengen, zoals benoemd in paragraaf 4.4.9. Op basis van de verwachte afvalwaterstromen wordt op initiatief van waterschap Rivierenland het afvalwaterakkoord uit 2018 in de planperiode geactualiseerd. Hierbij wordt waarschijnlijk voor een nieuwe vorm gekozen, waarbij de getallen jaarlijks geactualiseerd kunnen worden zonder het akkoord bestuurlijk te hoeven aanpassen. In het kader van het belang van en de controle op indirecte lozingen (bedrijfsafvalwater dat via het riool op de zuivering wordt geloosd) wordt de Omgevingsdienst betrokken bij de actualisatie van het afvalwaterakkoord.
4.5
4.5.1
Grondwateroverlast en -onderlast beperken
Onderhoud en vervanging van drainage
In het beheerbestand is ongeveer 150 km drainage opgenomen. Deze drainage is echter niet allemaal in beheer bij de gemeente. Een deel bevindt zich op particulier terrein, de grondeigenaar is verantwoordelijk voor het beheer hiervan. De afgelopen jaren was er te weinig budget om op regelmatige basis, circa eens per 10 jaar, de drainages te reinigen. Voor de planperiode wordt hiervoor een extra budget van € 15.000 per jaar opgenomen. Bij vervanging van riolering wordt aanwezige drainage ook vervangen. Of er wordt een DT-riolering (hemelwaterriool dat tevens dienst doet als drainage) aangelegd. Met beide wordt het grondwater in openbaar gebied gereguleerd tot het niveau van het oppervlaktewater of een hoger peil door middel van een overloop. Voor de vervanging van drainage, separaat naast rioolvervangingsprojecten, wordt jaarlijks een investeringsbedrag van € 60.000 gereserveerd. 4.5.2
Vervullen van de grondwaterzorgplicht
Voor het openbaar gebied wordt de zorgplicht als volgt ingevuld: • •
De gemeente heeft een gemeentebreed grondwatermeetnet met 30 peilbuizen dat sinds 2024 operationeel is. De data van de grondwatermetingen zijn openbaar inzichtelijk via de BRO (Basisregistratie Ondergrond). In de komende planperiode wordt de meetdata geanalyseerd om meer inzicht te hebben in de grondwaterstanden. Hierbij is niet alleen aandacht voor grondwateroverlast, maar ook voor de risico’s van grondwateronderlast in combinatie met panden die qua fundering gevoelig zijn voor verdroging;
Ontwerp, 1 september 2025
33
Omgevingsprogramma riolering en stedelijk water, 2026-2030
• •
• •
Bij rioolvervanging wordt beoordeeld of een DT-riool of drainage aangelegd wordt; Bij een melding over grondwateroverlast of -onderlast gaat de gemeente in het kader van haar regierol na of er sprake is van structureel nadelige gevolgen en of er maatregelen nodig zijn in het openbare gebied, of dat het waterschap of provincie aan zet is. Gegevens en kennis worden gedeeld met de melder. Bij geconstateerde overlast wordt aangegeven waar de particulier het overtollig grondwater op kan lozen, bijvoorbeeld een gemeentelijk DT/IT-riool, indien de particulier het zelf niet redelijkerwijs kan verwerken. Indien maatregelen op particulier terrein nodig zijn, informeert de gemeente de perceeleigenaar over mogelijke oplossingsrichtingen of geeft aan waar hij/zij kennis of advies op kan zoeken of vragen, bijvoorbeeld bij de Stichting Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek (KCAF). Ontwerp en aanleg van maatregelen op particulier terrein zijn de verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar zelf.
4.6
Klimaatadaptatie
In de vastgestelde lokale Klimaatadaptatiestrategie 2023-2027 van de gemeente Gorinchem is reeds een actieagenda opgenomen. Deze is opgedeeld in 5 pijlers: 1. 2. 3. 4. 5.
Stimuleren en faciliteren Reguleren en borgen Onderzoeken en uitvoeren Samenwerken Regionaal
Bijbehorende acties zijn benoemd in de vastgestelde lokale Klimaatadaptatiestrategie. In de komende planperiode wordt een separaat Omgevingsprogramma Klimaat opgesteld. Ten behoeve van dit Programma worden de uitgevoerde stresstesten geactualiseerd conform de landelijke ambitie om deze eens per 6 jaar te actualiseren. Het op te stellen SSW (zie paragraaf 4.4.9) geeft hierbij input. Op basis van deze stresstesten en het SSW zal een raming gemaakt worden van de benodigde investeringen en onderhoudsgelden om in 2050 klimaatadaptief ingericht te zijn. In het Programma zal daarbij ook de dekking van deze kosten behandeld worden. Een deel van de kosten kan gedekt worden vanuit de rioolheffing. In de rioolvervangingsprojecten voor de planperiode tot en met 2030 in paragraaf 4.4.4 is reeds rekening gehouden met klimaatadaptieve maatregelen. Daarnaast en voor de jaren daarna is tot en met 2050 in het budget voor rioolvervanging rekening gehouden met 15% extra budgetvoor het klimaatadaptief verwerken van hemelwater. Dit budget kan ingezet worden om per project af te wegen of en welke klimaatadaptieve maatregelen mogelijk en nodig zijn. Maatregelen kunnen bestaan uit aanleggen van hemelwaterriolen, extra waterberging boven- of ondergronds en verminderen van de hoeveelheid openbare verharding.
Met deze 15% extra budget en het slim combineren van maatregelen met rioolvervangingen en reconstructies van de openbare ruimte, kan naar verwachting een invulling gegeven worden aan de doelstelling om in 2050 klimaatadaptief ingericht te zijn. In het op te stellen Programma Klimaat worden de benodigde maatregelen en investeringen nader uitgewerkt. Indien blijkt dat deze 15% onvoldoende is én meer dekking uit de rioolheffing rechtmatig en noodzakelijk is, is een herberekening van de benodigde rioolheffing noodzakelijk. Ontwerp, 1 september 2025
34
Omgevingsprogramma riolering en stedelijk water, 2026-2030
In het Programma Klimaat zal een keuze worden gemaakt of en in welke mate onderdelen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen ook vereist gaan worden bij private herstructurerings- en renovatieprojecten. Het Convenant stelt in principe alleen eisen aan nieuwbouw, net zoals het waterschap tot dit moment alleen nog waterberging vereist bij toename van verhard oppervlak. Herstructureringsprojecten bieden echter de kans om bestaand gebied zonder toename van verharding ook klimaatadaptiever in te richten, bijvoorbeeld door het aanbrengen van waterberging op privaat terrein. Hierbij dienen keuzes te worden gemaakt over een aan te houden ondergrens qua projectomvang en de te vereisen inspanning. De ondergrens qua projectomvang is mede van belang om de administratieve lastendruk in verhouding te laten zijn tot het effect van de maatregel. De eisen dienen te worden vastgelegd in het Omgevingsplan. Daarnaast worden in het Programma Klimaat acties en middelen vastgelegd voor subsidieregelingen en bewustwordingscampagnes. Het Programma Klimaat wordt niet betaald vanuit de rioolheffing.
4.7
4.7.1
Doelmatig omgaan met hemelwater
Vergroenen en afkoppelen openbaar gebied
Indien doelmatig koppelt de gemeente verharding af van het gemengde stelsel bij rioolvervanging of reconstructie van de openbare ruimte. Dit wordt bijvoorbeeld gedaan door te vergroenen, aanleggen van parkeerplaatsen met doorgroeibare verharding zoals grasbetonstenen, het bergen van hemelwater in verlaagde groenzones of door het aanleggen van een hemelwaterriool., Op deze manier wordt rekening gehouden met de voorkeursvolgorde vasthouden-bergen-afvoeren bij de verwerking van hemelwater. Volgens afbeelding 4-6 is 36% van de riolen in de gemeente Gorinchem van het type hemelwaterriool. Ten opzichte van het GRP2021-2025 is 3,5 km meer hemelwaterriool aanwezig. In de rioolvervangingsprojecten in paragraaf 4.4.4 is afkoppelen reeds meegenomen. In paragraaf 4.6 is voor klimaatadaptieve maatregelen budget opgenomen voor de langere termijn, waaruit afkoppelen en vergroenen bekostigd kan worden.
Ontwerp, 1 september 2025
35
Omgevingsprogramma riolering en stedelijk water, 2026-2030
Afbeelding 4-6: Verdeling typen riolering 4.7.2
Bewoners en bedrijven stimuleren om af te koppelen
Via de klimaatadaptatiestrategie worden diverse maatregelen genomen om bewoners en bedrijven te stimuleren om af te koppelen.
4.8
4.8.1
Overlast voorkomen bij transport en verwerking van hemelwater
Huidige situatie
In de laatste volledige modelberekening van het rioolstelsel (Basisrioleringsplan 2015) is geconcludeerd dat het hydraulisch functioneren van de gemeentelijke riolering in het stedelijk gebied redelijk goed is onder de maatgevende omstandigheden. Wel zijn een aantal locaties aangemerkt als gevoelig voor wateroverlast. Belangrijke oorzaak is vaak een relatief laag maaiveldniveau ten opzichte van het oppervlaktewaterpeil. Hierdoor waren ook niet voor alle locaties doelmatige maatregelen mogelijk. Daarnaast was een aantal bedrijventerreinen aangemerkt als gevoelig voor wateroverlast ten gevolge van de grote verharde oppervlakken. Naar aanleiding van de in 2015 uitgevoerde berekeningen zijn destijds verbeteringsmaatregelen bepaald en uitgevoerd. In 2019 is een separate studie uitgevoerd naar de kwetsbaarheid voor wateroverlast in Benedenstad. Uit de studie volgt dat Benedenstad grotendeels voldoet aan het criterium “geen water op straat” tijdens bui 09 (herhalingstijd 5 jaar). Alleen op locaties met een zeer laag maaiveld kan water op straat optreden. Om aan dit criterium te voldoen zijn in de riolering al diverse maatregelen genomen in het verleden. De Benedenstad blijft wel een aandachtspunt in verband met laaggelegen woningen en winkelpanden met lage drempels, waardoor deze gevoelig zijn voor inpandige wateroverlast.
Ontwerp, 1 september 2025
36
Omgevingsprogramma riolering en stedelijk water, 2026-2030
In de afgelopen planperiode 2021-2025 is geen ernstige hinder ervaren ten gevolge van neerslag. Kanttekening hierbij is dat geen extreme buien zijn gevallen in Gorinchem in de planperiode. 4.8.2
Optimaliseren van het systeem
Op basis van de uit te voeren modelberekeningen en het op te stellen SSW (zie 4.3.8) worden in de planperiode maatregelen opgesteld om het systeem te optimaliseren, zoals bijvoorbeeld: • • • • • • •
Afkoppelen en vergroenen; Realiseren van aanvullende (onder- of bovengrondse) waterberging; Vergroten van riolen; Verbeteren van drainage/ontwatering; Verbeteren van de afstroming van vuilwater tijdens droog weer; Optimaliseren van pompcapaciteiten; Aanpassen van overstorten.
Getracht wordt zoveel mogelijk werk met werk te maken door maatregelen te combineren met rioolvervangingen en reconstructies. De kosten en overlast voor bewoners worden hierdoor beperkt. Tevens biedt dit kansen voor het klimaatbestendig inrichten van de openbare ruimte. Uitgangspunt is dat er binnen de beschikbare exploitatie- en investeringsbudgetten ruimte is om optimalisatiemaatregelen te nemen. In paragraaf 4.6 is hiervoor ook al extra budget opgenomen. Indien op basis van het SSW blijkt dat dit niet realistisch is, wordt te zijner tijd aanvullend budget gevraagd. 4.8.3
Onderhoud van wadi’s
Wadi’s zijn verlagingen in het groen voor de opvang en vertraagde afvoer of infiltratie van hemelwater. De gemeente beschikt over 2,1 ha aan wadi’s. De wadi’s worden jaarlijks vanuit het onderhoudsbestek groen onderhouden. 4.8.4
Duikers inventariseren en vervangen
In het beheersysteem is in totaal 7.300 meter aan duikers opgenomen. Het aanlegjaar, de diameter en de kwaliteit zijn echter vaak niet in beeld, alleen het tracé. In de planperiode wordt een inventarisatie uitgevoerd van de duikers van de gemeente om de kwaliteit in beeld te brengen en een beter inzicht te krijgen in de vervangingsopgave. Op basis van ervaringen van de afgelopen jaren wordt voor de planperiode een budget van € 100.000 per jaar gereserveerd om duikers te vervangen. De duiker onder het Merwedekanaal heeft als functie het overtollig (regen)water vanuit de Benedenstad af te voeren. Vanwege het hoge omringende oppervlaktewater kan het regenwater vanuit Benedenstad alleen via deze duiker naar het lager gelegen peilvak in de Gildenwijk worden gevoerd. Wanneer de duiker verstopt of breekt leidt dit tot wateroverlast in de Benedenstad. Uit onderzoek is gebleken dat de duiker in prima staat is. In 2028 wordt deze opnieuw geïnspecteerd. Monitoren van de optredende waterstanden bij de duiker wordt meegenomen in het op te stellen monitoringsplan (zie paragraaf 4.4.8). 4.8.5
Onderhoud van watergangen
Om te zorgen voor een goede doorstroming en voldoende waterdiepte worden de watergangen jaarlijks gemaaid en waar nodig gebaggerd. De baggerwerkzaamheden worden door het waterschap uitgevoerd. De gemeente ontvangt hiervoor een factuur van het waterschap voor het baggeren en de Ontwerp, 1 september 2025
37
Omgevingsprogramma riolering en stedelijk water, 2026-2030
afvoer van de bagger. Dit betreft alleen de watergangen waarvoor de taak voor het baggeren en/of het ontvangen van de vrijkomende bagger bij de gemeente is belegd, maar wordt uitgevoerd door het waterschap.
4.9
Omgang met water bij ruimtelijke ontwikkelingen
Ruimtelijke plannen voor nieuwbouw en herinrichting toetst de gemeente zowel in de fase van de opstelling van het plan als de aanvraag Omgevingsvergunning ten aanzien van afvalwater, hemelwater, grondwater en klimaatadaptatie. Hierbij is aandacht voor: • • • • • • •
compensatie van eventuele toename verhard oppervlak; wijze van verwerking van hemelwater volgens de voorkeursvolgorde vasthouden, bergen, afvoeren; klimaatadaptatie; aansluiting van de juiste waterstromen op het juiste stelsel; capaciteit van het bestaande stelsel; drooglegging en ontwatering; gebruik van niet-uitlogende materialen om verontreiniging van hemelwater, door bijvoorbeeld zink, lood en koper, te voorkomen.
In ons PVE staan de eisen die we als gemeente stellen aan de civieltechnische uitwerking van ruimtelijke plannen. Bij ruimtelijke plannen wordt het waterschap betrokken via de weging van het waterbelang in het Omgevingsplan. Daarnaast kan voor plannen ook een Watervergunning van het waterschap benodigd zijn, afhankelijk van het plan. Voor de aansluiting op de riolering dient een afzonderlijke rioolaansluitvergunning te worden aangevraagd.
Ontwerp, 1 september 2025
38
Omgevingsprogramma riolering en stedelijk water, 2026-2030
5.
Middelen 5.1
Personele capaciteit
In hoofdstuk 2 Evaluatie is geconstateerd dat capaciteitstekort mede een oorzaak is van het niet volledig uitvoeren van de geplande maatregelen in de afgelopen planperiode. De Kennisbank Stedelijk Water van stichting Rioned bevat een module voor een formatiescan. Deze is ingevuld op basis van het areaal van de gemeente Gorinchem en de mate van uitbesteding van de diverse taken. Het totaaloverzicht van deze berekening is opgenomen in bijlage 2. In tabel 5-1 is het overzicht uitgedrukt in FTE opgenomen en vergeleken met de werkelijke situatie. Begin 2025 was bij de gemeente nog geen beleidsmedewerker aanwezig. Inmiddels is een beleidsmedewerker klimaatadaptatie en stedelijk water aangetrokken. Deze heeft 0,4 FTE capaciteit voor beleid voor stedelijk water. De ervaring van de afgelopen jaren is dat teveel tijd van de rioolbeheerder besteed werd aan het mee voorbereiden van de uitvoering van projecten. In de ramingen voor de nieuwe investeringsprojecten is rekening gehouden met 15% van de kosten voor voorbereiding, administratie en toezicht (VAT) op basis van de kentallen van de Kennisbank Stedelijk Water. Dit budget kan besteed worden aan het inhuren of aantrekken van ondersteuning op het gebied van voorbereiding en projectleiding van de geplande rioolvervangingen en -verbeteringen.
Deze uren komen niet ten laste van de exploitatie, maar worden geboekt op de investeringskredieten. Op deze manier moet de rioolbeheerder meer capaciteit dan voorgaande jaren overhouden om zich te richten op zijn taken en de geplande onderzoeken in dit Programma. Tabel 5-1: Aanwezige en gewenste personele capaciteit Functie Gewenst Beleidsmedewerker 1,1 Beheerder/ontwerper 2,3 Gegevensbeheerder 0,4 Totaal binnendienst 3,8 Buitendienst 1,1 Totaal 4,9
Ontwerp, 1 september 2025
Aanwezig 0,4 2,0 0,2 2,6 1,2 3,8
Voorstel 0,4 2,0 0,2 2,6 1,2 3,8
39
Omgevingsprogramma riolering en stedelijk water, 2026-2030
5.2
5.2.1
Financiële middelen
Investeringen planperiode
Alle bedragen in deze paragraaf zijn op prijspeil 2025 exclusief BTW. Voor de planperiode zijn de benodigde investeringen in beeld gebracht op basis van hoofdstuk 4, zie tabel 5-2 en afbeelding 5-1. De investeringsbedragen zijn inclusief voorbereiding, administratie en toezicht (VAT). De investeringen per jaar zijn afhankelijk van de planning welke door interne en externe factoren kan verschuiven in de tijd. De projecten voor vervanging/verbetering van riolering betreffen (zie ook paragraaf 4.4.4): • • • • • • • • • • • • • •
Relining riolering Banneweg: € 0,5 miljoen; Rioolvervanging en afkoppelen Gildenwijk-oost: € 3,5 miljoen (na aftrek 0,2 miljoen subsidie); Rioolvervanging en afkoppelen Godfried Bomanslaan: € 0,3 miljoen; Rioolvervanging Haarwijk-oost met Poort 6: € 0,2 miljoen; Rioolvervanging en afkoppelen Prinsessenbuurt: € 1,7 miljoen (doorloop 2027); Rioolvervanging Stationsweg: € 0,3 miljoen; Tiende Penninglaan rioolvervanging: € 0,3 miljoen; Rioolvervanging Meutepad/Valkeniersweg: € 0,1 miljoen; Rioolvervanging en afkoppelen Dalem, Beatrixlaan: € 0,8 miljoen; Rioolvervanging Nieuwe Hoven: € 1,0 miljoen; Rioolvervanging en afkoppelen Gildenwijk West: € 2,3 miljoen; Rioolvervanging en afkoppelen Mollenburgseweg: € 0,6 miljoen; Rioolvervanging en afkoppelen Kabeljauwlaan e.o.: € 0,7 miljoen; Rioolvervanging en afkoppelen Dr. Bauerstraat e.o.: € 1,1 miljoen.
In deze projecten is reeds rekening gehouden met maatregelen voor klimaatadaptatie. Daarnaast is voor de jaren 2026 tot en met 2030 rekening gehouden met aanvullend budget voor klimaatadaptieve maatregelenop basis van paragraaf 4.6. Voor 2025 is hier niet aanvullend rekening mee gehouden, omdat er voor 2025 nog geen afzonderlijk project voorbereid is naast de bovengenoemde projecten. De geplande investeringen voor 2029 en 2030 zijn 50-50 verdeeld over de betreffende jaren. Tabel 5-2: Benodigde investeringen planperiode (in duizenden Euro’s) Omschrijving 2025 2026 2027 2028 2029 Rioolvervanging inclusief klimaatadaptieve 2.125 2.331 2.862 2.320 2.901 verwerking van hemelwater Vervanging drainages (par 4.5.1) 60 60 60 60 60 Vervanging duikers (par 4.8.4) 100 100 100 100 100 Vervanging rioolgemalen (par 4.4.5) 264 264 264 264 264 Totaal 2.549 2.755 3.286 2.744 3.325
Ontwerp, 1 september 2025
2030 2.901 60 100 264 3.325
40
Omgevingsprogramma riolering en stedelijk water, 2026-2030
Afbeelding 5-1: Investeringen 2025-2030 5.2.2
Investeringen lange termijn
Op basis van het rioolbeheerbestand en een theoretisch verwachte levensduur van 60 jaar is een raming gemaakt van de jaarlijkse vervangingskosten van de riolering op lange termijn, na 2030, zie afbeelding 5-2. Ook voor de gemalen zijn de verwachte vervangingsinvesteringen meegenomen. De verwachte investeringen zijn berekend op basis van eenheidsprijzen van de Kennisbank Stedelijk Water (zie bijlage 4). De eenheidsprijzen zijn op basis van de CBS index 4221 voor civieltechnische werken en bouw geïndexeerd naar prijspeil oktober 2024 (2025 nog niet bekend). De eenheidsprijzen per meter riool zijn, afhankelijk van de leidingdiameter, met circa 45% gestegen ten opzichte van de gehanteerde eenheidsprijzen in het GRP2021-2025. Dit is grotendeels een gevolg van indexatie, daarnaast van een actualisatie van de eenheidsprijzen in de Kennisbank Stedelijk Water. In de raming is er van uitgegaan dat 10% van de vrijvervalriolen gerelined wordt in plaats van vervangen, waarvoor een 60% lagere eenheidsprijs gehanteerd is dan voor vervangen. Ten behoeve van het klimaatadaptief verwerken van hemelwater is tot en met 2050 rekening gehouden met 15% extra budget bovenop de reguliere vervangingswaarde van het riool, zie ook paragraaf 4.6. De verwachte investeringen zijn per periode van 10 tot 15 jaar gemiddeld om uitschieters te dempen.
Er wordt dus niet van uitgegaan dat alle riolen van 55 jaar en ouder in de komende planperiode van 5 jaar al vervangen moeten worden. Op basis van rioolinspecties wordt bekeken of een riool aan vervanging toe is, waarbij dit zoveel mogelijk tegelijk met herinrichtings- of herstraatwerkzaamheden gepland wordt. In verband met de leeftijdsopbouw van de riolering in de gemeente (zie afbeelding 4-2) worden fors hogere vervangingsinvesteringen verwacht na 2045.
Ontwerp, 1 september 2025
41
Omgevingsprogramma riolering en stedelijk water, 2026-2030
Bijzondere investeringen waar op lange termijn rekening mee is gehouden is het vervangen van de duiker onder het Merwedekanaal voor € 1.000.000. Deze is meegenomen in 2035. Daarnaast is elke 9 jaar, startend in 2033, rekening gehouden met € 500.000 bijdrage aan het baggeren door het waterschap in verband met de ontvangstplicht van de gemeente voor de vrijkomende bagger. Dit is erg afhankelijk van de hoeveelheid en kwaliteit van de vrijkomende bagger en is gebaseerd op de factuur uit 2024. Het waterschap kon hier geen betere planning en raming voor aanleveren.
Afbeelding 5-2: Investeringen lange termijn (na 2030) 5.2.3
Exploitatiekosten
De exploitatiekosten voor het dagelijks beheer en onderhoud van het systeem in 2026 en volgende jaren zijn weergegeven in tabel 5-3. Ter vergelijking zijn de exploitatiekosten volgens de begroting van 2025 opgenomen. Diverse exploitatiekosten waren niet verhoogd sinds 2021, terwijl de indexatie ongeveer 35% is conform CBS. Voor de bijdrage aan derden en perceptiekosten is uitgegaan van de bestaande begroting. Andere posten zijn met 30% verhoogd, met uitzondering van: • Energielasten: deze zijn meer gestegen ten gevolge van de gestegen energieprijzen; • Salariskosten en overhead: deze zijn niet verhoogd met 30%. Er is rekening gehouden met 0,4 FTE meer bij de binnendienst (zie par 5.1). Daarnaast is een reeds doorgevoerde vermindering van 0,8 FTE bij de buitendienst verwerkt; • Overige goederen en diensten is extra verhoogd met € 30.000 om budget te hebben voor: o Monitoring van het systeem (par 4.3.8); o Opstellen van een SSW (par 4.3.9); o Opstellen van een nieuw Programma Riolering in 2030; • Reinigen en inspecteren vrijverval is extra verhoogd met circa € 40.000 om budget te hebben voor: Ontwerp, 1 september 2025
42
Omgevingsprogramma riolering en stedelijk water, 2026-2030
•
• •
o Reinigen en inspecteren weesriolen en gewelven (par 4.3.3); o Foutaansluitingen beperken (par 4.2.2); o Inspectie duiker Merwedekanaal (par 4.7.3); o Duikers inventariseren (par 4.7.3); Reinigen riolering is extra verhoogd met € 23.000 om budget te hebben voor: o Inspecteren persleiding Corbion en Papland (par 4.3.6); o Reinigen drainage (par 4.4.1); o Voor het reinigen van de persleiding Corbion en Papland is daarnaast rekening gehouden met eenmalig € 150.000 in 2026. Straatvegen Waardlanden is verlaagd op basis van de nieuwe begroting van Waardlanden; De toerekening van beheer watergangen aan de rioolheffing is verhoogd van 20% naar 50%.
Een deel van het beheer van de watergangen, straatvegen en de inning van de rioolheffing worden doorbelast aan de rioolheffing. Dit is te rechtvaardigen omdat deze activiteiten een functie hebben bij de invulling van de zorgplichten ten aanzien van afvalwater, hemelwater of grondwater. Zie bijlage 3 voor nadere onderbouwing. Tabel 5-3: Exploitatiekosten exclusief BTW Omschrijving 610300 bor gemalen en rioolpompen 40330 Energielasten 40980 Telefoonkosten 41240 Uitb. Civieltechnische werkzaamheden 610400 rioolbeheer 40690 bijdrage aan derden 41240 Uitb. Civieltechnische werkzaamheden 42420 Overige goederen en diensten 610402 Reinigen en inspecteren vrijverval 610403 Reinigen riolering 610404 Klein onderhoud riolering Salariskosten en overhead 40119 doorbelasting salariskosten Overhead 610200 Beheer watergangen (50%) 41250 Uitb. Cultuurtechnische werkzaamh 602253 Straatvegen Waardlanden (50%) 42623 Bijdrage Waardlanden Perceptiekosten heffing (15%) 614803 BSR Uitvoering wet WOZ 40119 doorbelasting salariskosten 41260 uitb adm werkzaamheden 41550 bankkosten Totaal
Ontwerp, 1 september 2025
2025
Voorstel
76.480 14.338 95.000
150.000 18.600 123.500
12.108 15.000 22.033 63.000 90.000 80.000
12.108 19.500 60.000 125.000 140.000 104.000
346.120 245.745
335.074 237.903
4.156
13.500
278.000
197.000
88.957 4.963 2.483 650 1.431.572
88.957 4.963 2.483 650 1.633.239
43
Omgevingsprogramma riolering en stedelijk water, 2026-2030
5.3
5.3.1
Kostendekking
Uitgangspunten
Voor de kostendekking en de berekening van de rioolheffing zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • • • • • • • • •
Nieuwe investeringen worden direct afgeboekt; Per 31 december 2024 is de stand van de egalisatievoorziening € 4.126.000; Per 31 december 2024 is de stand van de vervangingsvoorziening € 3.251.290; Zowel bij de kosten als bij de baten wordt geen rekening gehouden met inflatie; BTW wordt berekend over de exploitatiekosten behalve salariskosten, overhead en BSR; De totale inkomsten uit rioolheffing bedragen in 2025 € 4.012.694; Het aantal eenheden rioolheffing bedraagt 22.499 stuks in 2025. De gemiddelde rioolheffing bedraagt in 2025 € 178,35 (zie tabel 5-4); Jaarlijks wordt 6,38% van de rioolheffing kwijtgescholden; Op basis van de woningbouwprognose wordt uitgegaan van een groei van de gemeente met 50 rioolheffingseenheden per jaar tot en met 2039.
Tabel 5-4: Huidige rioolheffing 2025 Tariefsklasse Tarief Woning éénpersoons € 161 Woning meerpersoons € 201 Niet woningen tot 150 m³ € 201 drinkwaterverbruik Niet woningen boven 150 m³ € 90 per 150 m³ drinkwaterverbruik boven eerste 150 m³ Totaal € 178,35
5.3.2
Aantal 6.427 11.332 2.465
Opbrengst € 1.034.747 € 2.277.732 € 495.465
2.275
€ 204.750
22.499
€ 4.012.694
Kapitaallasten investeringen tot en met 2024
De meeste riolen zijn bij aanleg betaald uit de grondexploitatie en veroorzaken daarom nog geen kapitaallasten (afschrijving en rente) voor de rioolheffing. Nieuwe investeringen boekt de gemeente direct af uit de vervangingsvoorziening, deze worden niet gekapitaliseerd. In het verleden zijn echter wel investeringen uitgevoerd die tot kapitaallasten leiden, zoals het vervangen van riolering, het verbeteren van het systeem, de aanleg van drukriolering in het buitengebied en aanleg van bergbezinkbassins. Deze investeringen hebben een restant boekwaarde op de balans en de jaarlijkse kapitaallasten komen ten laste van de voorziening riolering. In afbeelding 5-3 zijn de jaarlijkse restant boekwaarde en de jaarlijkse rente en afschrijving weergegeven. De boekwaarde van investeringen uit het verleden neemt elk jaar af, omdat er jaarlijks op afgeschreven wordt. Hierdoor neemt de rente over de boekwaarde ook af. Na 50 jaar zijn alle investeringen uit het verleden volledig afgeschreven.
Ontwerp, 1 september 2025
44
Omgevingsprogramma riolering en stedelijk water, 2026-2030
Het rentepercentage voor kapitaallasten van oude investeringen bedraagt 1,59% tot en met 2028, daarna 3,2%. Hierdoor nemen de rentekosten fors toe in 2029.
Afbeelding 5-3: Kapitaallasten investeringen die tot en met 2024 zijn uitgevoerd 5.3.3
Benodigde rioolheffing
Het totaal aanwezig bedrag in de egalisatievoorziening en de vervangingsvoorziening is per 31 december 2024 circa € 7,4 miljoen. De geraamde jaarlijkse kosten zijn echter hoger dan de jaarlijkse rioolheffing. Hierdoor dalen de voorzieningen snel in de planperiode. De rioolheffing dient te stijgen om te voorkomen dat de voorziening negatief wordt. Deze benodigde stijging is onder andere een inhaalslag als consequentie van niet eerder indexeren van de kosten en de rioolheffing. Daarnaast stijgt de rioolheffing, omdat de komende jaren forse investeringen op de planning staan. Dit is mede een inhaalslag op de ontstane achterstand van de afgelopen planperiode en is nodig om aan te haken bij de planning van wegbeheer. Drie scenario’s zijn doorgerekend (zie bijlage 4): 1. voorziening afbouwen naar bijna € 0 in combinatie met een snelle stijging van de heffing. Benodigd is een stijging van de heffing in 2026 met 20%, gevolgd door een stijging van de heffing met 2% per jaar tot en met 2030; 2. Voorziening afbouwen naar minimaal € 1 miljoen in combinatie met een snelle stijging van de heffing. Benodigd is een stijging van de heffing in 2026 met 24%, gevolgd door een stijging van de heffing met 3% per jaar tot en met 2030; 3. Voorziening afbouwen naar bijna € 0 in combinatie met een stijging van de heffing verspreid over vier jaar.
Benodigd is een stijging van de heffing in 2026 tot en met 2029 met 8% per jaar, gevolgd door een stijging van de heffing met 2% per jaar tot en met 2030. Ontwerp, 1 september 2025
45
Omgevingsprogramma riolering en stedelijk water, 2026-2030
De snelle stijging van de heffing is benodigd om de geplande investeringen te kunnen realiseren zonder dat de voorziening daalt tot onder de genoemde ondergrens. Bij scenario 1 en 3 stijgt de heffing na 2030 nog een aantal jaren door met 2% per jaar. Bij scenario 2 gaat de stijging na 2030 terug naar 1% per jaar. In tabel 5-5 is de benodigde heffing per scenario vermeld voor elk jaar van de planperiode voor woningen. De vermelde tarieven zijn exclusief indexatie. Jaarlijks wordt overwogen of het tarief aanvullend met indexatie verhoogd dient te worden. Hierbij moet gelet worden op de werkelijke hoogte van de voorziening in relatie tot de in dit programma geprognosticeerde hoogte van de voorziening. Daarnaast stijgen afschrijving en rente over investeringen uit het verleden niet mee met de inflatie. Tabel 5-5: Tarief rioolheffing woningen per scenario exclusief indexatie Scenario 1 Scenario 2 Jaar éénpers meerpers éénpers meerpers 2025 161,00 201,00 161,00 201,00 2026 193,20 241,20 199,60 249,20 2027 197,10 246,00 205,60 256,70 2028 201,00 250,90 211,80 264,40 2029 205,00 255,90 218,20 272,30 2030 209,10 261,00 224,70 280,50
Scenario 3 éénpers meerpers 161,00 201,00 173,90 217,10 187,80 234,50 202,80 253,30 219,00 273,60 223,40 279,10
In afbeelding 5-4 en 5-5 zijn de drie scenario’s met elkaar vergeleken voor respectievelijk het verloop van de gemiddelde rioolheffing en de egalisatievoorziening. In afbeelding 5-4 is zichtbaar dat de heffing rond 2050 bij alle drie de scenario’s ongeveer gelijk is. De vervangingsvoorziening is niet in een afbeelding weergegeven. Deze zakt bij alle scenario’s binnen 2 jaar naar 0. Ieder jaar is er een dotatie aan de vervangingsvoorziening dat gelijk is aan het bedrag dat volgens het Programma dat betreffende jaar benodigd is voor de investeringen. Indien alles volgens planning verloopt, wordt hetzelfde bedrag datzelfde jaar uit de vervangingsvoorziening onttrokken als dekking van de vervangingskosten. De egalisatievoorziening stijgt bij alle drie de scenario’s fors na 2030. Dit is echter nodig om de verwachte vervangingspiek na 2045, op basis van de aanlegjaren van de riolering, op te vangen. Na 2045 is daardoor weer een forse daling van de voorziening zichtbaar in de grafiek. Na 2070 stijgt de voorziening bij alle scenario’s fors. De heffing kan tegen die tijd mogelijk meer dalen dan nu aangehouden is.