CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-956266 Is-wordt tabel HV Gorinchem

Raadsvergadering 22 mei 2025, gemeente GorinchemBij agendapunt: HAMERSTUK Wijzigen van Huisvestingsverordening Gorinchem 2024 Regionale voorrangsregeling uitstroom uit een (opvang) instelling1.536 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nieuwe regionale regeling verlaten (opvang-)instelling op te nemen in urgentieregeling van de gemeente Gorinchem Urgentierefeling nu Artikel 2..3.5. Criteria indicatie maatschappelijke gronden 1. Een indicatie op maatschappelijke gronden wordt uitsluitend verleend indien sprake is van: a. Huiselijk geweld, waarbij geldt dat een woningzoekende die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten en verblijft in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen; b. Verlaten/uitstroom opvang- en/of begeleidingsinstelling, de woningzoekenden komt voor een urgentieverklaring in aanmerking op basis van het verlaten van een door burgemeester en wethouders goedgekeurde opvang- en/of begeleidingsinstelling, indien: • De woningzoekenden beschikte vóór zijn opname aantoonbaar over zelfstandige huisvesting in de regio, met uitzondering van jongeren tot 27 jaar; en • de urgentie wordt aangevraagd door de opvang- en/of begeleidingsinstelling; en • de opvang- en/of begeleidingsinstelling overlegt bij de aanvraag een verklaring dat de cliënt, al dan niet onder begeleiding, in staat is zelfstandig een huishouding te voeren. 2. De feitelijke toewijzing vindt plaats door middel van bemiddeling. Ook na een tijdelijke huisvesting kan toewijzing via bemiddeling plaatsvinden.

Urgentieverordening nieuw Artikel 2.3.5. Criteria indicatie maatschappelijke gronden 1. Een indicatie op maatschappelijke gronden wordt uitsluitend verleend indien sprake is van personen die een maatschappelijke opvang- of vrouwenopvanginstelling of een Beschermd Wonen instelling of een penitentiaire inrichting verlaten en na verblijf in een opvangsituatie behoefte hebben aan huisvesting in de zorgregio met bijbehorende ondersteuning. 2. Het college legt in ‘beleidsregels over uitstroom opvang en/of begeleidingsinstellingen’ vast welke uitgangspunten en criteria worden gehanteerd bij het verstrekken van een voorrangsverklaring op basis van de ‘indicatie maatschappelijke gronden’ 3. Het college mandateert haar bevoegdheid om de aanvragen op basis van de voorrangsgrond ‘verlaten instelling’ te beoordelen aan het Team Specials van de centrumgemeente Dordrecht.

Artikel 2.3.6. Criteria indicatie gronden vergunninghouder 1. Een indicatie voor een vergunninghouder wordt uitsluitend verleend op grond van de landelijke taakstelling die de gemeente is opgelegd op grond van de artikelen 28, 29 en 30 van de Huisvestingswet. 2. De feitelijke toewijzing vindt plaats door middel van bemiddeling. Ook na een tijdelijke huisvesting kan toewijzing via bemiddeling plaatsvinden. Artikel 2.3.7. Criteria indicatie ex-gedetineerde 1. Een indicatie als ex-gedetineerde wordt uitsluitend verleend indien sprake is van een woningzoekende waarbij tijdens en na vrijlating uit detentie een verzoek tot huisvesting wordt ingediend bij de gemeentelijk coördinator nazorg ex-gedetineerden, onder de volgende voorwaarden: a. er is aantoonbaar sprake van toezicht door de reclassering en een trajectplan van de reclassering; b. er is sprake van samenwerking tussen de reclassering en de gemeentelijk coördinator nazorg exgedetineerden. 2. De feitelijke toewijzing vindt plaats door middel van bemiddeling. Ook na een tijdelijke huisvesting kan toewijzing via bemiddeling plaatsvinden. Artikel 2.4. Aanvraag en besluitvorming tot urgentie 1. De woningzoekende die meent voor een urgentie in aanmerking te komen, dient een aanvraag in via een daartoe door burgemeester en wethouders beschikbaar te stellen aanvraagformulier (schriftelijk of digitaal).

Deze dient volledig en naar waarheid te zijn ingevuld en alle daarin gevraagde bewijsstukken dienen overhandigd te worden. De aanvraag wordt ingediend bij burgemeester en wethouders van de gemeente waar de urgente woonsituatie is ontstaan of, bij urgentie op mantelzorg gronden, de gemeente waar de mantelzorg verleend gaat worden; 2. De aanvraag dient in ieder geval een motivering te bevatten, waarin wordt vermeld: a. de aard van de persoonlijke problematiek; b. de relatie van deze problematiek met de huidige woonsituatie en c. de argumentatie op grond waarvan verhuizing binnen een half jaar absoluut noodzakelijk is en d. de argumentatie waarom de woningzoekende niet in staat is om binnen 6 maanden op andere wijze geschikte huisvesting te vinden. 3. Bij een aanvraag om toekenning van de urgentie kunnen burgemeester en wethouders advies inwinnen bij een door hen aan te wijzen adviseur/instantie. 4. De aanvraag voor een urgentie op sociale gronden, als bedoeld in artikel 3.1, moet uiterlijk binnen een maand na het ontstaan van de dakloosheid buiten eigen schuld of toedoen worden gedaan. 5. De aanvraag voor een urgentie op sociale gronden, relatiebeëindiging, als bedoeld in artikel 3.1 lid 1 sub b, kan alleen worden ingediend in de periode: a.

Bij echtscheiding: van het moment dat een verzoek tot echtscheiding of uitspraak voorlopige voorziening is ingediend bij de rechter, tot uiterlijk drie maanden nadat de rechter de echtscheiding uitsprak; b. Bij beëindiging geregistreerd partnerschap: op het moment dat partnerschap wordt beëindigd, maar uiterlijk drie maanden daarna; c. Bij een samenlevingscontract: op het moment dat de ene partij het contract conform het daarin bepaalde opzegde, doch uiterlijk drie maanden daarna of; d. Bij samenleving zonder contract: op het moment dat de ene partij de ander door middel van een aangetekende brief kenbaar maakte de samenleving te willen beëindigen, doch uiterlijk drie

Artikel 2.3.6. Criteria indicatie gronden vergunninghouder 1. Een indicatie voor een vergunninghouder wordt uitsluitend verleend op grond van de landelijke taakstelling die de gemeente is opgelegd op grond van de artikelen 28, 29 en 30 van de Huisvestingswet. 2. De feitelijke toewijzing vindt plaats door middel van bemiddeling. Ook na een tijdelijke huisvesting kan toewijzing via bemiddeling plaatsvinden. Dit artikel vervalt en volgende artikelen worden vernummerd.

Artikel 2.4. Aanvraag en besluitvorming tot urgentie 1. De woningzoekende die meent voor een urgentie in aanmerking te komen, dient een aanvraag in via een daartoe door burgemeester en wethouders beschikbaar te stellen aanvraagformulier (schriftelijk of digitaal). Deze dient volledig en naar waarheid te zijn ingevuld en alle daarin gevraagde bewijsstukken dienen overhandigd te worden. De aanvraag wordt ingediend bij burgemeester en wethouders van de gemeente waar de urgente woonsituatie is ontstaan of, bij urgentie op mantelzorg gronden, de gemeente waar de mantelzorg verleend gaat worden; 2. De aanvraag dient in ieder geval een motivering te bevatten, waarin wordt vermeld: a. de aard van de persoonlijke problematiek; b. de relatie van deze problematiek met de huidige woonsituatie en c. de argumentatie op grond waarvan verhuizing binnen een half jaar absoluut noodzakelijk is en d. de argumentatie waarom de woningzoekende niet in staat is om binnen 6 maanden op andere wijze geschikte huisvesting te vinden. 3. Bij een aanvraag om toekenning van de urgentie kunnen burgemeester en wethouders advies inwinnen bij een door hen aan te wijzen adviseur/instantie. 4. De aanvraag voor een urgentie op sociale gronden, als bedoeld in artikel 3.1, moet uiterlijk binnen een maand na het ontstaan van de dakloosheid buiten eigen schuld of toedoen worden gedaan. 5.

De aanvraag voor een urgentie op sociale gronden, relatiebeëindiging, als bedoeld in artikel 3.1 lid 1 sub b, kan alleen worden ingediend in de periode: a. Bij echtscheiding: van het moment dat een verzoek tot echtscheiding of uitspraak voorlopige voorziening is ingediend bij de rechter, tot uiterlijk drie maanden nadat de rechter de echtscheiding uitsprak; b. Bij beëindiging geregistreerd partnerschap: op het moment dat partnerschap wordt beëindigd, maar uiterlijk drie maanden daarna; c. Bij een samenlevingscontract: op het moment dat de ene partij het contract conform het daarin bepaalde opzegde, doch uiterlijk drie maanden daarna of; d. Bij samenleving zonder contract: op het moment dat de ene partij de ander door middel van een

Toelichting Toevoegen aan definities: y. Zorgregio: gebied bestaande uit het grondgebied van de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, HardinxveldGiessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht, Zwijndrecht, Molenlanden en Gorinchem;

Artikel 2.3.7 criteria indicatie exgedetineerde vervalt helemaal . Is opgenomen in nieuwe regeling (zie beleidsregels)

Artikel 2. 4 lid 7 vervalt (is opgenomen in beleidsregels). De volgende leden vernummeren.

maanden daarna; e. Bij het ontbreken van bovengenoemde documenten om de urgentie-aanvraagperiode te beoordelen op het moment dat de samenwoning daadwerkelijk heeft opgehouden te bestaan en dit ook blijkt door middel van het overleggen van een uittreksel van het gemeentelijke BRP (Basisregistratie Personen), tot uiterlijk drie maanden daarna. 6. De aanvraag voor een urgentie op volkshuisvestelijke gronden, als bedoeld in artikel 3.4, kan uitsluitend schriftelijk door de eigenaar van de woonruimte bij burgemeester en wethouders worden ingediend. 7. De aanvraag voor een urgentie op maatschappelijke gronden, als bedoeld in artikel 3.5, kan uitsluitend worden ingediend bij burgemeester en wethouders door een van gemeentewege erkend opvangtehuis of een van gemeentewege erkende hulp- en dienstverleningsinstellingen. 8. Een aanvraag kan slechts voor één indicatiegrond tegelijk worden ingediend. Een aanvraag om toekenning van een indicatie voor urgentie waarover in het verleden reeds is beslist, wordt alleen dan in behandeling genomen indien er sprake is van gewijzigde feiten en omstandigheden.

aangetekende brief kenbaar maakte de samenleving te willen beëindigen, doch uiterlijk drie maanden daarna; e. Bij het ontbreken van bovengenoemde documenten om de urgentie-aanvraagperiode te beoordelen op het moment dat de samenwoning daadwerkelijk heeft opgehouden te bestaan en dit ook blijkt door middel van het overleggen van een uittreksel van het gemeentelijke BRP (Basisregistratie Personen), tot uiterlijk drie maanden daarna. 6. De aanvraag voor een urgentie op volkshuisvestelijke gronden, als bedoeld in artikel 3.4, kan uitsluitend schriftelijk door de eigenaar van de woonruimte bij burgemeester en wethouders worden ingediend. 7. Een aanvraag kan slechts voor één indicatiegrond tegelijk worden ingediend. Een aanvraag om toekenning van een indicatie voor urgentie waarover in het verleden reeds is beslist, wordt alleen dan in behandeling genomen indien er sprake is van gewijzigde feiten en omstandigheden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=7afef5ce-7c0b-4b98-9389-8ac4f6f2a766