20241003 Parallelsessie I&O Concept verslag Beleidshuis Omgevingswet
Tekst van het document
Parallelsessie Informatie en Ontmoeting 3 oktober 2024 Beleidshuis Omgevingswet Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Griffie: Notulist: Raadsleden/ fractieassistenten: Stadsbelang: Democraten Gorinchem: PvdA: VVD: ChristenUnie/SGP: Gorcum Actief: D66: CDA: SP:
de heer I. Tekir mevrouw J. den Uyl mevrouw R. Leeuwenburgh Vendrig de heer D. van Veen --de heer A. Hachhouch --de heer A. de Jong mevrouw V. Twickler de heer R. Le Noble de heer P. Kuijten de heer A. van Houwelingen
Portefeuillehouder: Ambtelijke ondersteuning:
de heer M. de Boer mevrouw I. Bruseker en de heer M. Snel
Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Beleidshuis Omgevingswet Met de komst van de Omgevingswet veranderen rollen en verantwoordelijkheden. Dit is opgenomen in het zogenoemde beleidshuis. De omgevingsvisie is aan de raad even als het omgevingsplan maar de uitwerking in programma’s is aan het college. Het college wil graag samen met de raad kijken hoe zij de raad het beste kan betrekken. Wethouder De Boer geeft een presentatie (beschikbaar op iBabs). De aanleiding is de Omgevingswet waarmee inmiddels een paar maanden gewerkt wordt. Het geeft een nieuwe manier van werken. Er zijn verschillende stappen gezet. De kaders en ambities zijn verwoord en er wordt al gesproken over programma’s en gebiedspaspoorten. Volgend jaar komt de eerste omgevingsplanwijziging aan de orde en er wordt al gewerkt aan een eerste vergunningstraject. De beleidscyclus wordt continu doorlopen. Hij licht de infographic toe. In de voorbereiding van de omgevingsvisie is een beleidsanalyse gemaakt en er zijn allerlei documenten verzameld die te maken hebben met beleid en visie. Via de Omgevingswet zal er ook integraler gewerkt worden en zal er meer structuur aangebracht worden. Hij toont een schets van het Gorcums beleidshuis met twee visies, een omgevingsvisie en een samenlevingsvisie. Het ISB wordt een ISV, een integrale samenlevingsvisie.
Daar staan alle kaders in die door de raad zijn vastgesteld en die worden uitgewerkt in programma’s. Uiteindelijk krijgen alle elementen een plekje in het omgevingsplan. De pijlers van het ISB worden straks ook een programma voor de samenlevingsvisie. De werkwijze in het ISB wordt ook breder ingezet onder de Omgevingswet. De verschillende werkwijzen komen zo bij elkaar.
Parallelsessie I&O Beleidshuis Omgevingswet, 3 oktober 2024
Het is een andere manier van werken. Er worden diverse programma’s opgesteld als uitwerking van de kaders die de raad heeft gesteld. Het betekent ook veranderingen in bevoegdheden voor het college en de gemeenteraad. De programma’s zijn collegebevoegdheden maar het college wil de raad hier wel goed bij betrekken. Het omgevingsplan is een raadsbevoegdheid. Er zijn nieuwe manieren van werken nodig bijvoorbeeld in de parallelle sessies. Er zijn ook wijzigingen in de planning want in het collegeprogramma is aangegeven dat er verschillende visies zouden komen, maar dat gebeurt niet. Er komen nu twee visies en daar blijft het bij. Daarnaast komen er programma’s. Er komt dus geen mobiliteitsvisie maar een programma mobiliteit. Vorig jaar is een transitieplan vastgesteld en dat is ook gekoppeld aan de gebieden waaraan gewerkt zal worden. Verschillende thema’s moeten ook uitgewerkt worden. In de besluitvorming zal ook het een en ander veranderen. Het beleidshuis zal gefaseerd gevuld worden met programma’s. Het college heeft de ambitie uitgesproken om de Omgevingswet te benutten om integraler te gaan werken. Daar moeten dan wel aanvullende afspraken voor gemaakt worden.
Het doel van deze I&O is om een eerste gesprek te initiëren over wat gaan we als raad en college met elkaar afspreken om tot een goede verhouding te komen waarbij de raad de controle heeft op de kaders en waarbij het college aan de slag kan met de uitvoering. Tot slot licht de wethouder de planning toe. Na deze I&O volgt besluitvorming over de werkwijze. B&A en raadsvergadering vinden plaats in het vierde kwartaal en zijn voorlopig gepland voor 21 november en 17 december. Als er meer tijd voor nodig is, dan zal dat geregeld worden en kan de besluitvorming vooruitgeschoven worden. De voorzitter bedankt voor de introductie en geeft gelegenheid voor vragen en reacties. De heer De Jong merkt op dat hij het ISB nog nooit had gekoppeld aan de Omgevingswet. Hij vindt dit wel verrassend. Hij ziet zeker voordelen maar hij vreest ook een vertragende werking. Is er nog zicht op met welk onderdeel we op enig moment bezig zijn? De heer Kuijten vindt dat het gesprek over programma’s aan de brede tafel gevoerd moet worden, hoewel het mandaat bij het college ligt. Dat de wethouder dat aan het beleidshuis wil koppelen met een A-viertje juicht hij toe. Het CDA vindt het een prima voorstel. De uitwerking met gebiedspaspoorten vindt hij een fijne manier van werken.
In het kader van de mandaatregeling vraagt hij steeds het respect naar de gemeenteraad om het gesprek aan de juiste tafel te voeren in de breedste vorm. De heer Le Noble vraagt of de uitspraak dat programma’s een collegebevoegdheid zijn een voorstel is of een feit. De wethouder geeft aan dat hij dit graag met de raad wil bespreken; wordt er dan gedacht aan een procedure voor wensen en bedenkingen? Dat zou wellicht een goede oplossing zijn. Bij iedereen zal onduidelijkheid leven over waar dit begrensd wordt. De heer Hachhouch merkt op dat dit veel uitdagingen met zich zal meebrengen. Hij vraagt niet in één keer alles overhoop te halen maar gefaseerd te werk te gaan en zoveel mogelijk de huidige werkwijze te hanteren. We zullen genoodzaakt zijn om periodiek terug te vallen op commissies om meegenomen te kunnen worden met de verschillende programma’s. Het is niet wenselijk om telkens ad hoc te moeten vaststellen of de raad wel goed is meegenomen in het proces. Om het raadsvoorstel goed te kunnen beoordelen is een duidelijke tijdlijn nodig. Hij begrijpt dat besluitvorming in december geen harde deadline is. Een mooi tijdpad is belangrijker dan een deadline. De heer Van Houwelingen had nog niet aan commissies gedacht. Hij zag een B&A en dacht aan wensen en bedenkingen en een schriftelijke vragenronde. Het vereist een goede planning en voorbereiding.
Als de raad in positie wordt gezet en de raad geeft geen duidelijke richting die niet past bij waar het college heen wil, dan krijg je discussies over wie aan zet is. Het wordt een heel verwachtingspatroon.
Parallelsessie I&O Beleidshuis Omgevingswet, 3 oktober 2024
Wethouder De Boer bedankt voor de vragen en zegt dat hij niet op alle vragen een pasklaar antwoord heeft. De combinatie met ISB is inderdaad relatief nieuw. Als je een visie maakt voor een gebied heb je meer nodig dan ruimtelijke elementen. Je moet ook de zachte kant meenemen, de maatschappelijke ontwikkelingen. In het omgevingsplan moet ruimte geboden worden voor ontmoeting en bepaalde voorzieningen. Als je integraal gaat werken komt alles bij elkaar. Het is wel een puzzel maar het levert nu al een verrijking op. Het is zeker een uitdaging. Op enig moment moet je er een keer een strik omheen doen. Hij hoopt door het integraal werken geen vertraging te krijgen. Hoe het in de praktijk gaat werken, zullen we nog gaan ontdekken. Het CDA pleitte voor een brede discussie. Wensen en bedenkingen kan een instrument zijn aan de achterkant van het proces. Er zijn ook situaties denkbaar waarbij je aan het begin met een startnotitie komt. Misschien zijn er dan nieuwe kaders nodig vanwege nieuwe inzichten. Vorige week is er een wensen en bedenkingen sessie geweest; gekeken moet worden hoe je dat met elkaar ervaart. Ook daar moeten goede afspraken over gemaakt worden. Respect naar de gemeenteraad is evident maar het is belangrijk om goede procesafspraken te maken en met elkaar in gesprek te blijven.
Het college kan daar wel een voorstel voor doen maar de wethouder wil er wel een samenspel van maken samen met de raad. Onder de Omgevingswet is het college bevoegd als het gaat om programma’s. Het college wil het iets breder trekken. Er moet een goede werkwijze afgesproken worden waarbij de raad goed in de kaderstellende rol zit en het college goed de uitvoering kan doen. De heer Le Noble vraagt of bijvoorbeeld het mobiliteitsplan daar ook onder valt. Wethouder De Boer antwoordt dat dit een programma onder de Omgevingswet wordt. De heer Le Noble denkt dat het goed is om voor de komende jaren procesafspraken te maken. Wethouder De Boer geeft aan dat ook gekeken moet worden welke kaders er al vastgesteld zijn. Daarvan kan een vertaalslag gemaakt worden. Daar zullen we in groeien de komende jaren. De raad moet goed een richting aangeven met kaders en prioriteiten. Dat is dan het uitgangspunt voor de uitwerking. Gevraagd is waar dit stopt. In principe wordt het beleid opgehangen in het beleidshuis. Hopelijk gaat het de raad ook helpen om in één oogopslag te kunnen zien welke kaders onder een programma hangen. Dat goed duidelijk is welk beleid er is waarop instrumenten van de raad ingezet kunnen worden. De heer Le Noble zegt dat als dit is uitgerold het al een volgende raadsperiode is. Dit speelt over tien jaar nog. Dit is typisch iets wat niet van het college is maar van de raad.
Dit zou ook raadsbreed besloten moeten worden. Wethouder De Boer geeft aan dat er naar de planning gekeken moet worden en dat er een werkgroep gevormd kan worden met een aantal mensen die dit interessant vinden om het vervolg gesprek te voeren over de afspraken die vastgelegd moeten worden. Dat kan dan in een memo bij het stuk gevoegd worden als het vastgesteld wordt. Het is belangrijk om in deze periode met elkaar af te spreken wat een goede vorm kan zijn. De heer Van Veen merkt op naar aanleiding van de opmerking van de heer Le Noble dat er dan waarschijnlijk ook een ander college zit. De heer Le Noble zegt dat dit zo maar kan. Daarom moet het echt iets moet zijn van ons allen voor ons allen. Wethouder De Boer beaamt dit volledig. De heer De Jong merkt op dat de omgevingsvisie heel belangrijk wordt in de lange termijn planning. Je kunt ook nadenken wat het betekent voor de verkiezingen. Het vraagt om een andere manier van denken. Dat is wel interessant maar het vraagt een goed onderscheid als het gaat om planning en bevoegdheden.
Parallelsessie I&O Beleidshuis Omgevingswet, 3 oktober 2024
Wethouder De Boer zegt dat hij hoopt dat als er meer gewenning is rondom de Omgevingswet het de fracties niet lastig maakt als het gaat om het schrijven van verkiezingsprogramma’s. Gevraagd is om een gefaseerde werkwijze; richting de B&A is het goed om het transitieplan mee te sturen want het gaat een aantal jaren duren om de programma’s op te stellen. Daar zit een soort planning bij. In het eerste jaar zullen er bijvoorbeeld twee gebiedspaspoorten en twee inhoudelijke programma’s opgesteld worden. Dat moet inzichtelijk gemaakt worden. Door de hoeveelheid van het werk zal het zeker gefaseerd moeten gebeuren. Gesproken is over commissies; de raad moet in dit kader zelf bepalen op welke manier ze wil vergaderen. Dat kan overlegd worden met de griffie en de ambtelijke organisatie ondersteunt hier graag in. De voorzitter doet een suggestie als technisch voorzitter. Hij merkt dat het gesprek gaat richting dat er iets op ons afkomt en hoe komen we als raad in positie samen met het college om hier een goede stap in te zetten. De raad heeft ook Q-sessies waar soms een invulling voor gezocht wordt. De raad zou in een Q-sessie dit eens kunnen uitdiepen. Dit gaat alle 25 raadsleden aan. Wethouder De Boer zegt dat het college met de ambtelijke ondersteuning de raad hier graag bij helpt. Hij ondersteunt het voorstel van de voorzitter.
Misschien is het goed om er ook eens een externe bij te vragen die de verhoudingen tussen raad en college goed scherp kan zetten. Vanuit de SP is gevraagd wat als de raad geen richting geeft. Hij zou dat niet doen als raad. Het college heeft straks het mandaat om binnen de kaders die de raad stelt, uit te werken. Er kan dan wel een voorstel voor gedaan worden, maar het is belangrijk om scherper te kijken naar de kaders. Periodiek kunnen de kaders ook herzien worden. De heer Van Houwelingen zegt dat de wethouder aangeeft dat de raad wel een richting zou moeten aangeven. De raad heeft wel 25 raadsleden en het kan spannend worden. Als het college de bevoegdheid heeft om een programma te schrijven kan er een gespleten advies komen van de raad. Hoe ga je daar dan mee om? Wat zou er dan voor resultaat uit een B&A of een Q-sessie kunnen komen? Wethouder De Boer zegt dat dit een interessante parallel is met de wensen en bedenkingen sessie. Er kunnen uiteenlopende zaken naar voren komen. Zijn advies nu zou zijn aan de raad: ga vooral in gesprek met elkaar. De heer Le Noble zegt dat dit nieuw is voor Gorinchem maar ook voor alle andere gemeenten. Wordt daarin samengewerkt? Worden er best practices gedeeld? Wethouder de Boer antwoordt dat die zeker gedeeld worden. De projectleider voor de invoering is vanavond ook aanwezig en werkt in meerdere gemeenten.
De heer Snel zegt dat hij voor twee dagen per week projectleider Omgevingswet is in Gorinchem en verder werkt hij voor het ministerie. Het is nieuw voor alle 342 gemeenten. Enkele hebben al een nieuwe structuur gevonden. Het is voor het hele land nog een puzzel voor de komende jaren maar in de regio’s en overleggen wordt hier zeker in samengewerkt. De voorzitter concludeert dat er relevante eerste stappen gezet worden. Vanavond is daar weer aan bijgedragen maar de gezamenlijke zoektocht is nog wel om momenten te vinden om deze materie uit te diepen en verder te brengen. De heer De Jong vindt het wel een idee om eerst een Q-sessie te doen en daarna een B&A en om een derde partij in dit kader te laten adviseren over de rollen van het college en de raad. Het is goed om een advies te hebben over de zachte kant en daarna een B&A-sessie.
Parallelsessie I&O Beleidshuis Omgevingswet, 3 oktober 2024
De voorzitter peilt hoe de andere aanwezigen hierover denken en stelt vast dat de meesten het een prima voorstel vinden. De heer Kuijten vindt het een prima voorstel maar hij heeft een ander proces in gedachten. Hij hoort de wethouder zeggen welke richting hij op wil. Niets is zo duurzaam als aan de voorkant kaders vastleggen en een boodschap meegeven. Aan de voorkant voor de B&A en voor de I&O een open gesprek aangaan zoals nu ook met gebiedspaspoorten, een soort benen op tafel gesprek over welke kant we op willen en wat de componenten zijn. Dan krijg je een veel sterker programma dan als je eerst als raad een modelletje vult en het college presenteert. College en raad zijn het bestuur. Aan de voorkant het doelenkader vullen doe je samen en de uitwerking is aan het college en de kaderstelling is aan de raad. Die scheiding moet gerespecteerd worden. Zo bouw je een mooi proces om tot een duurzaam programma te komen met een levensduur van tien jaar dat vervolgens integraal herzien moet worden. De heer Snel zegt dat de programma’s geen vastgestelde termijn kennen. Er kunnen wel bepaalde waarden vastgesteld worden in een programma. De heer Kuijten zegt dat als aan de voorkant samen met het college het doordacht is, dan kan het openbaar bestuur heel succesvol door het leven. De voorzitter meent dat dit goede elementen zijn om in de invulling van een dergelijke sessie mee te nemen.
Er zal denkkracht vanuit de raad nodig zijn om dat voor te bereiden. Misschien was dit een sollicitatie. De heer Le Noble denkt dat het goed is om een dergelijke sessie te hebben waar dit een belangrijk ingrediënt voor is. De voorzitter concludeert dat het voorstel van de heer De Jong gesteund wordt door de aanwezigen. Sluiting De voorzitter bedankt de aanwezigen voor de inbreng en sluit de vergadering.
Parallelsessie I&O Beleidshuis Omgevingswet, 3 oktober 2024