20240829 Concept Verslag Parallelsessie I&O Hervormingsagenda Jeugd
Tekst van het document
Parallelsessie Informatie en Ontmoeting 29 augustus 2024 Hervormingsagenda Jeugd Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Griffie: Notulist: Raadsleden/ fractieassistenten: Stadsbelang: Democraten Gorinchem: PvdA: VVD: ChristenUnie/SGP: Gorcum Actief: D66: CDA: SP: Portefeuillehouder: Ambtelijke ondersteuning:
de heer J. Klein mevrouw J. den Uyl mevrouw J.M. Kiep-de Jongh mevrouw G. Metz de heer K. van Willigen de heer A. Koçak mevrouw T. van ‘t Westende de heer A. de Jong mevrouw V. Twickler --mevrouw J. van Oversteeg de heer A. van Houwelingen mevrouw E. Otto mevrouw E. Dansen de dames M. Teeuw, K. Oude Egberink en I. Bruseker
Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Hervormingsagenda Jeugd Alle gemeenten in Nederland worden geacht uitvoering te geven aan de Hervormingsagenda Jeugd. Deze agenda bevat maatregelen om ook in de toekomst goede zorg te kunnen leveren binnen een duurzaam en financieel beheersbaar jeugdhulpstelsel. Het voorstel dat aan u voorligt is een lokale vertaling van deze agenda. Wethouder Dansen zal een korte introductie geven. Hierna wordt u aan de hand van een PowerPointpresentatie meegenomen in de Hervormingsagenda Jeugd en de uitvoering hiervan op landelijk en regionaal niveau. Tevens wordt het voorstel voor het lokale plan toegelicht. Mevrouw Teeuw verzorgt een presentatie. Het gebruik en de kosten van jeugdhulp zijn sterk toegenomen. Rijk en gemeenten hebben overeenstemming bereikt over een groot deel van de maatregelen om besparingen te realiseren. De raad is geïnformeerd over de processen die tot nu toe doorlopen zijn. De Regio staat er op zich goed voor. De hervormingsagenda is ingedeeld in 7 thema’s. Voor sommige thema’s is de gemeente afhankelijk van wetswijzigingen. De VNG heeft 3 thema’s benoemd om op in te zetten. Er wordt nader ingegaan op de thema’s. Thema 1: Afbakenen van de reikwijde is vooral een landelijke opgave waarvoor een wetswijziging moet volgen.
De maatschappelijke dialoog (weer terug naar het normaal) wordt vanuit het Rijk geïnitieerd. Zij wijst in dit kader op de aangepaste jeugdverordening als eerste aanzet. Thema 2: Stevige lokale teams, het verstevigen van het basisniveau (jeugdgezondheidszorg, jongerenwerk, welzijnsvoorzieningen, kansrijke start) en
Parallelsessie I&O Hervormingsagenda Jeugd, 29 augustus 2024
aanpalende domeinen (bestaanszekerheid, GGZ-zorg, volwassenendomein). Actiever inzetten op domeinoverstijgend werken, het verstevigen van de lokale toegang, het hebben van een team met de voldoende expertise en deskundigheid om te kunnen toeleiden en hulpverlenen. Zij geeft vervolgens aan in welke regionale en lokale zaken is geïnvesteerd. Thema 3: Het terugdringen van de residentiele jeugdhulp. Dit is een vooral kwalitatieve maatregel, een veelal regionale opgave. Binnen het programma Passend Zorglandschap wordt gericht op het creëren van alternatieve vormen van zorg. Voor hetzelfde geld gaat een team ambulant aan de slag bij een gezin om uithuisplaatsing te voorkomen. Grote verblijfsvoorzieningen worden omgebouwd tot kleine woon- en ambulante alternatieven. De heer De Jong vraagt of ervaringsdeskundigen worden betrokken. Mevrouw Teeuw antwoordt dat dit het geval is. Het lokaal team kan schakelen met het regionaal expertiseteam en het bovenregionaal expertise netwerk (project wachtlijstverzachter). Thema 4: Kwaliteit en blijvend leren. Dit is een landelijk thema waar allerlei handleidingen en werkstructuren op ontwikkeld worden. Regionaal met een leeromgeving waar onderwerpen worden uitgediept. Viermaal per jaar een ontwikkeltafel waar inkoopproducten concreet besproken worden. De heer Van Willigen verzoekt de titel “Werk voor de jeugd” te verduidelijken.
Mevrouw Teeuw antwoordt dat dit een notitie is waarin drie programma’s centraal staan (toekomstscenario, passend zorglandschap en kwaliteit en leren). Thema 5: Regionalisering, standaardisatie en verbeteren stelsel. Bepaalde hoogspecialistische zorgvormen moeten voldoende en tijdig beschikbaar zijn. Hiervoor volgen een wet en een algemene maatregel van bestuur die maken dat er verplicht ingekocht moeten worden. De heer Van Willigen merkt op dat deze inkoop landelijk gefinancierd wordt waardoor er eigenlijk geen invloed op uit te oefenen is. Mevrouw Teeuw antwoordt dat arrangementen die nu landelijk ingekocht worden door de gemeente gefinancierd moeten worden. De VNG maakt daar contractafspraken over. De heer Van Willigen begrijpt hieruit dat de gemeente geconfronteerd zal worden met kosten van inkoop waar zij zelf geen invloed op heeft gehad. Mevrouw Teeuw verduidelijkt dat de gemeente verantwoordelijk is voor de verwijzing naar deze zorg. De heer De Jong vraagt of de Dienst Gezondheid & Jeugd betrokken is en of de wethouder zitting heeft in het bestuur. Mevrouw Teeuw antwoordt dat de Dienst op de hoogte is van de ontwikkelingen op dit terrein. Wethouder Dansen geeft aan dat dit niet in haar portefeuille betreft, maar de Dienst is hier nauw bij betrokken.
Mevrouw Teeuw vervolgt dat de ministeriele regeling van zorgvormen op 1 januari 2025 ingaat rekening houdend met lopende aanbestedingstrajecten. De heer Van Willigen vraagt op welk thema mevrouw Teeuw zou willen prioriteren. Mevrouw Teeuw antwoordt dat dit thema 2 is, versteviging lokale teams.
Parallelsessie I&O Hervormingsagenda Jeugd, 29 augustus 2024
(De heer Koçak verlaat de vergadering.) Mevrouw Oude Egberink vervolgt de presentatie met thema 6: Data en monitoring. Verbetering om te komen tot uniforme data, taal en indicatoren om effecten te kunnen meten (maandrapportages, dashboards). Datagedreven werken en kennis omzetten naar informatie. De heer De Jong mist de continuïteit en monitoring hierin en zou daar graag verandering in willen zien. Mevrouw Oude Egberink bevestigt dat dit juist de insteek is bij dit thema. Thema 7: Financieringssystematiek. Rijk en VNG werken aan een beheersbaar financieel stelsel. Er wordt nagedacht wat de juiste manier van financieren is. Een onafhankelijke commissie van deskundigen brengt een zwaarwegend advies uit over de uitkomsten en de financiën. Dit advies heeft invloed op een eventuele financiële compensatie. De gemeente moet aantonen dat zij aan maatregelen heeft gewerkt. De gemeente blijft verantwoordelijk voor een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de Jeugdwet en bovenwettelijke initiatieven. De heer Van Willigen vraagt in hoeverre de monitoringsgegevens openbaar zijn. Mevrouw Oude Egberink geeft aan dat de raad elk half jaar wordt bijgepraat over het Sociaal Domein. Het Rijk vraagt de gemeente om te monitoren op inspanning omdat monitoren op effect lastig is. Bepaalde effecten worden op hoofdlijnen gemeten.
De heer Van Willigen merkt op dat dit veel administratie vergt en weinig raakt aan hulp voor kinderen. Mevrouw Oude Egberink beaamt dat het zoeken naar balans is en gaat daarna nader in op de situatie in Gorinchem. Het Rijk heeft bepaald dat er landelijk een miljard bespaard dient te worden. Het landelijk financieel kader is afgerond op miljoenen. Het aandeel voor Gorinchem loopt van € 311.000 op naar € 2,4 mln. in 2027 aan lokale, regionale en landelijke maatregelen. De heer De Jong merkt op dat in de komende jaren het aantal jeugdigen van 0 tot 19 met een vast aantal procenten daalt en zou graag de samenhang zien. Als het aantal jeugdigen terugloopt maar de zorgvraag neemt toe dan moet de gemeente kijken hoe hierop gestuurd kan worden. Mevrouw Oude Egberink geeft aan dat dit gegeven nog geadresseerd wordt in de presentatie. Mevrouw Van ’t Westende refereert aan de twijfels over de besparingen die zijn geuit in het raadsvoorstel en vraagt of dit nog nader toegelicht wordt. Mevrouw Oude Egberink zegt dat aangegeven is dat de gemeente sterke twijfels heeft over het realiseren van een besparing van bijna € 900.000 in 2024 omdat er al een besparing is ingeboekt over het afbakenen van de Jeugdwet terwijl men daar zelf nog niet is.
Het vaststellen van de hervormingsagenda jeugd heeft veel vertraging opgelopen, maar de deadlines van de maatregelen en besparingen zijn niet verschoven. Ook voor de doorbraakmethode wordt betwijfeld of dit realistisch is. De heer Van Houwelingen vraagt of het Rijk de kraan al dichtdraait voordat de resultaten geboekt zijn. Mevrouw Oude Egberink reageert dat het Rijk niet voor niets een extra besparing van een half miljard heeft ingetrokken. De commissie van deskundigen brengt een advies uit. Het
Parallelsessie I&O Hervormingsagenda Jeugd, 29 augustus 2024
Rijk heeft voor 2026 en 2027 een bedrag gereserveerd in het geval gemeenten de besparing niet realiseren. De gemeente levert de gegevens voor de monitoring aan. Desgevraagd geeft zij aan dat het officieel een meerjarig financieel kader is waarbij het Rijk denkt dat gemeente Gorinchem de genoemde besparing kan realiseren. De heer Van Willigen vraagt of de gemeente om op een bepaald thema niet de maximale bijdrage te leveren zodoende kosten wil besparen en noemt het afbakenen van reikwijdte. Mevrouw Oude Egberink verduidelijkt dat hiervoor inderdaad op de wetswijziging wordt gewacht en bevestigt dat er inderdaad een behoorlijke druk is. Vanaf 2024 wordt een stelpost opgenomen in de begroting om mee te veren met de effecten van de hervormingsagenda. De taakstelling voor 2025 is naar beneden bijgesteld omdat het Rijk de extra besparing van een half miljard heeft gebracht waarbij verwacht wordt dat dit meerjarig zal gebeuren. De focus ligt op lokaal en wat dan het advies zou zijn. Zij verwijst naar bijlage 3 waarin de maatregelen op de 7 thema’s zijn opgenomen. Voorgesteld wordt om als advies mee te geven voor 2025 het richten op vier opgaven: domeinoverstijgend werken, verbeteren toegang geïndiceerde jeugdzorg, verder uitbouwen stevig lokaal team en samenwerking aanpalende domeinen en jeugdzorg.
Dit vergt een investering van € 290.000 vanuit de reserve Sociaal Domein om een besparing te kunnen realiseren en de stelpost voor 2025 in te lossen. De heer Van Houwelingen merkt op dat er in 2026 een grote sprong wordt gemaakt en verzoekt om verduidelijking. Mevrouw Oude Egberink geeft aan dat de gedachte is dat er in de loop van de tijd meer bespaard kan worden. In 2025 is de extra besparing vanuit het Rijk al toegepast terwijl dit meerjarig nog niet is verwerkt in de begroting. Als deze volgt, wordt het gat tussen 2025 en 2026 kleiner. De heer De Jong informeert waarom er voor uitbreiding van fte’s wordt gekozen om een besparing te realiseren en welke monitoring wordt toegepast om dit te kunnen volgen. Mevrouw Oude Egberink verduidelijkt dat het gaat om incidentele investeringen. De projectleider is nodig om de doorbraaktechniek stevig neer te zetten, maar ook om te onderzoeken of een integrale verordening meerwaarde heeft. Dit vraagt om een projectplan waarvan de voortgang met elkaar gevolgd wordt. Voorts wordt gedacht aan een projectleider voor het verbeteren van de route met de huisartsen. Samen met het lokaal team bekijken welke zaken verbeterd kunnen worden door de mogelijkheden uit te breiden en dat is gekwantificeerd in een fte. Als dit effectief blijkt te zijn, moet dit vervolgens structureel geborgd worden.
De laatste opgave valt binnen het normale beleidswerk wat op bestuurlijk niveau verder afgestemd en verbeterd wordt. De heer De Jong vindt het belangrijk om doelen te stellen en de raad na een jaar te informeren. De heer Van Willigen merkt op dat er incidentele middelen worden gevraagd voor 2025 maar spreekt zijn zorgen uit voor het vervolg in 2026 en 2027 gezien de stand van de reserve van het Sociaal Domein en vraagt of er nu al besluiten genomen moeten worden om te voorkomen dat er problemen ontstaan. Mevrouw Teeuw antwoordt dat de reserve Sociaal Domein is opgebouwd om tegenslagen binnen de drie wetten op te vangen, maar ook om incidentele projecten te kunnen financieren. De projectleiders zijn er voor de duur van een jaar zodat er vervolgens going concern verdergegaan kan worden. Voor JNV gaat het wellicht wel om een fte uitbreiding. Er kan ook nog gekeken worden naar het anders inrichten van het team. GGZ-problematiek is een onderdeel om steviger op in te zetten. Deze expertise is nu niet aanwezig in het team. In het geval het team met deze expertise wordt uitgebreid, moet gekeken worden of
Parallelsessie I&O Hervormingsagenda Jeugd, 29 augustus 2024
er dan ook een daling wordt gezien in het aantal verwijzingen om vervolgens te kijken naar de structurele borging. De heer Van Willigen wijst op het doorkijkje in de stelposten en zou daarom graag de garantie hebben dat hier straks structureel van geprofiteerd wordt. Wethouder Dansen vult aan dat wanneer de gemeente niet kan aantonen dat er geëxperimenteerd wordt of nieuwe dingen worden geprobeerd op weg naar een manier van werken waardoor er minder wordt uitgegeven de gemeente extra zal worden gekort. De gezamenlijke gedachte is dat er in ieder geval geïnvesteerd moet worden en dat is de gemeente ook deels verplicht. De heer Van Willigen kan zich vinden in deze opmerking, maar zou graag in de begroting van november een doorkijkje willen zien. De gemeente krijgt minder inkomsten, maar gaat meer uitgeven en daarom moet er ruimte gevonden worden in de begroting om het hele traject te continueren. Wethouder Dansen vervolgt dat de opname vanuit de reserve Sociaal Domein teruggezien wordt. Er is geen ruimte in de begroting en daarom wordt geïnvesteerd vanuit deze reserve die daar ook voor bedoeld is. Mevrouw Van ’t Westende informeert hoe de beschikbaarheid van de gewenste mensen wordt ingeschat gezien de krappe arbeidsmarkt. Mevrouw Teeuw acht het vinden van een projectleider voor een jaar mogelijk.
De VNG heeft een ondersteuningsteam ingericht voor de hervormingsagenda waaruit ingangen verwacht worden. De voorzitter bedankt voor de presentatie en het beantwoorden van de vragen. Sluiting De voorzitter bedankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering.
Toezeggingen: Er zijn geen toezeggingen gedaan.
Parallelsessie I&O Hervormingsagenda Jeugd, 29 augustus 2024