CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

20240508 Concept Verslag Parallelsessie I&O Pedagogisch educatief systeem

Raadsvergadering 30 mei 2024, gemeente GorinchemBij agendapunt: HAMERSTUK Vaststellen notulen voorgaande raadsvergadering en parallelsessies4.418 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Parallelsessie Informatie en Ontmoeting 8 mei 2024 Pedagogisch educatief systeem Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Griffie: Notulist: Raadsleden/ fractieassistenten: Stadsbelang:

de heer N. van Santen mevrouw E. van Bekhoven mevrouw J.M. Kiep–de Jongh

Democraten Gorinchem: PvdA: VVD: ChristenUnie/SGP: Gorcum Actief: D66: CDA: SP:

de heer J. Roeland mevrouw G. Metz --de heer A. Koçak mevrouw T. van ‘t Westende de heer M. de Pagter de heer B. Bahlmann de heer T. van der Meijden --de heer P. van Andel

Portefeuillehouder: Ambtelijke ondersteuning: Gast:

mevrouw E. Dansen mevrouw J. Rijks mevrouw A. Ottenheym, ‘Founder” Wegwijs in Gedrag

Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Pedagogisch educatief systeem Informeren over de wijze hoe een Pedagogisch Educatief Ecosysteem werkt en hoe we dit in Gorinchem gaan aanpakken. Er is tijdens de presentatie, waar uitleg gegeven wordt over het Ecosysteem en wat er al is in Gorinchem in de leefwereld van jongeren, gelegenheid om vragen te stellen. Tevens kan de startnotitie besproken worden en aangevuld. De voorzitter wijst op een eerder initiatiefvoorstel in de raad in september 2023 omtrent jongeren, want Gorinchem behoort tot de top vier van gemeenten met een relatief hoog aandeel hoog risico jongeren. Uit onderzoek blijkt veel jongeren in Gorinchem een verhoogde kans hebben om bijvoorbeeld in de criminaliteit te belanden. Mevrouw Rijks stelt mevrouw Ottenheym voor, zij is ervaringsdeskundige, heeft al meerdere pedagogisch educatieve ecosystemen gebouwd en gaat helpen met het opzetten van het systeem in Gorinchem. In Nederland is nog geen enkele stad die de problematiek op deze manier aanpakt. Er ligt een concept notitie voor. Het college heeft daarbij op- en aanmerkingen gemaakt. De heer Van der Meijden informeert wanneer de startnotitie in de raad wordt gebracht.

Mevrouw Rijks antwoordt dat als het einde van deze sessie blijkt dat er nog veel op- en aanmerkingen zijn geconcludeerd zou kunnen worden dat de notitie in de raad vastgesteld dient te worden en waarvoor vervolgens het proces wordt opgetuigd.

Parallelsessie I&O Pedagogisch educatief systeem 8 mei 2024

De heer Van der Meijden vervolgt dat startnotities per definitie door de raad worden vastgesteld. Het college werkt iets uit, dat wordt teruggekoppeld naar de raad en daarna worden de benodigde middelen geautoriseerd. Wethouder Dansen verduidelijkt dat de raad inderdaad de startnotitie vaststelt omdat het een initiatiefvoorstel betreft, de vraag was wanneer wordt dit gedaan. Afhankelijk van de uitkomst van deze avond wordt de volgende stap gezet. Mevrouw Ottenheym verzorgt een presentatie. Haar kennis komt voort uit jarenlange ervaring in de zorg en het onderwijs. Zij wijst op haar boek waarin zij haar ideeën heeft vastgelegd. Haar voornemen is om in 2025 te promoveren. Het pedagogisch educatief ecosysteem gaat over de ontwikkeling van de leerling (0 t/m 23 jaar), voor Gorinchem gaat het over de leeftijd van 12 jaar tot 20 jaar. Een kind van 18 is voor de wet volwassen, maar is nog niet klaar met leren en heeft nog geen startkwalificatie behaald. Leerlingen staan per definitie altijd ingeschreven bij het onderwijs. De gemeente is ook verantwoordelijk voor kinderen die niet ingeschreven staan bij het onderwijs. Het kan hierbij bijvoorbeeld om een vrijstelling gaan of om jongeren waarbij zorg voorliggend is. Een gezonde ontwikkeling van het kind staat in het midden en daarom heen is de pedagogische alliantie. School en ouders moeten goed met elkaar optrekken.

Zij wijst op het sociale netwerk (familie, vrienden, buren; mensen die wel of geen steun geven aan de jongere, ouders of leerkracht). Gezinnen van jongeren die ondersteuning nodig hebben worden vaak geïsoleerd. Hoe kan steun geboden worden, wat kan gecompenseerd worden? De leefomgeving bestaat uit de buurt, de wijk, het dorp, de stad waarin de jongere leeft. Welke voorzieningen zijn er wel of niet? Hoe is de buurt gebouwd en verdeeld? Is er inclusieve speelruimte, is er natuur? Voorts noemt zij wetgeving, vrede of oorlog, democratie, allemaal facetten die van invloed zijn. Ook de manier waarop in het politieke debat met elkaar wordt gesproken heeft invloed op jongeren. Het passend onderwijs wilde heel graag meer kinderen in het reguliere onderwijs, maar in het debat hierover ging het steeds over labels, diagnostiek en kwetsbare kinderen. Jongeren hebben op dit moment veel zorgen over hun toekomst. Hoe ziet die eruit, hoe zit het met het klimaat? Het ecosysteem is een systeem van verbinding en beïnvloeding. Gorinchem heeft eigenlijk al een pedagogisch educatief ecosysteem, maar de vraag is hoe goed dit werkt en wordt de opdracht (een gezonde ontwikkeling van jeugdigen) behaald. Er is een infrastructuur met projecten en subsidies. De vraag is hoe goed dit met elkaar samenwerkt.

Iedereen is vaak op zijn eigen manier met dezelfde jongeren bezig, werkt daarbij langs elkaar heen en dat belemmert. Er wordt te veel naar de opbrengst op de korte termijn gekeken. Een snelle oplossing voor de vraagstukken die niet met een quickfix opgelost kunnen worden. Eén op de 4 jongeren voelt zich mentaal niet wel. Eén op de 9 jongeren heeft een vorm van jeugdhulp nodig (dat was in het verleden 1 op 20). Er zijn meerdere factoren van invloed en gezamenlijk moet gekeken worden hoe daarmee omgegaan wordt vanuit een lange termijn perspectief. Ooit zei een ouder tegen haar iedereen gooit zijn eigen jas over mijn kind en ik zie mijn kind niet meer. Het niet zien van het kind moet voorkomen worden, men ziet alleen de eigen specialisatie. De context wordt onvoldoende betrokken. 30 gelijke kansen op 5 niveaus; deze interventies zijn gericht op het sleutelen aan een jongere maar er wordt geen rekening gehouden met de context. Haar hoogleraar die zich bezighoudt met veerkracht wees op de toename van jongeren die uitvallen door grote psychiatrische problematiek omdat veel zaken worden gemist. Gezamenlijk kan de context versterkt worden. Jeugdhulp is te veel gericht op het sleutelen aan een leerling waardoor jongeren afhaken. Mevrouw Van ’t Westende veronderstelt dat hiervoor een bepaalde aanpak en inbeeldingsvermogen nodig is en informeert hoe dit in het geheel past.

Mevrouw Ottenheym antwoordt dat iedere jongere gehoord en gezien wil worden, de ruimte wil krijgen om mee te denken. Het meervoudig perspectief is een vaardigheid die hierbij helpend is.

Parallelsessie I&O Pedagogisch educatief systeem 8 mei 2024

De heer Koçak luistert met belangstelling en beseft dat de huidige jongere in een complexe wereld leeft. Hij hoort vanuit de context de verbindingen verbeteren en versterken, maar daarvoor moet de overheid de voorzieningen wel omvormen. De huidige voorzieningen zijn zo ingericht dat iedereen met zijn eigen jasje bezig is. Mevrouw Ottenheym komt straks terug op deze opmerking. De heer De Pagter vult aan dat in Nederland een bepaald systeem is gecreëerd en is benieuwd naar de reactie. De heer Roeland schrikt van de opmerking dat 1 op de 4 jongeren zich mentaal niet wel voelt en vraagt of dit te maken heeft met de 5 niveaus. Mevrouw Ottenheym antwoordt dat prestatiedruk vaak naar voren komt. Dat heeft ook te maken met social media. Je moet presteren want anders heb je later geen baan. Het gaat om meerdere factoren. Jongeren zien VMBO en MBO niveau 1 en 2 vaak als een negatieve keuze en dat werkt demotiverend. Deze jongeren denken dat zij niet kunnen leren. Zij wijst in dit kader op www.netwerkmetandereogen.nl waar voorbeelden van gemeenten, schoolorganisaties en samenwerkingsverbanden te vinden zijn om opvang, onderwijs en jeugdhulp met elkaar in verbinding te brengen. Zij is blij dat iedereen de noodzaak voelt. De ambitie voor 2035 is inclusief onderwijs waarbij duidelijk is geworden dat men elkaar nodig heeft om dit te realiseren.

Als Jeugdhulp gebruik maakt van labels gaat het onderwijs zich hiernaar verhouden. Dit moet anders, de veerkracht van jongeren versterken zodat zij kunnen meedoen. Vallen hoort bij het leven, maar er moet steun zijn bij het opstaan. Voordoen is de belangrijkste manier van leren voor jongeren. De hervormingsagenda; jeugd groeit veilig en gezond op met goed onderwijs, vrienden, onbekommerd buiten spelen, bewegen en sporten. De hervormingsagenda stelt het gezin centraal. Mentale problemen kunnen alleen gezamenlijk gekanteld worden. Segregatie is een groot probleem. Mensen met andere perspectieven en ervaringen moeten als een rijkdom beschouwd worden, variatie omarmen. Hoe worden de wijken ingericht, hoe wordt ervoor gezorgd dat deze gemengd zijn zodat mensen elkaar ontmoeten? Hoe wordt omgegaan met de informatiesamenleving en met AI? Bepaalde denkvermogens worden niet meer ontwikkeld als wij afhankelijk worden van AI. AI maakt soms ook fouten, met elkaar de goede vragen stellen. De heer Van Andel merkt op dat wordt gezegd dat hoef je niet te leren want dat kun je opzoeken. Zijn generatie heeft niet te maken gehad met het probleem van AI die worden geschetst. Mevrouw Ottenheym reageert dat de Winkeler Prins niet hoefde te kloppen. Nieuwe techniek wordt altijd als de heilige graal gezien.

Een goede kennisbasis, denkvaardigheid en leesvaardigheid zijn belangrijk om te kunnen inschatten of informatie klopt en getoetst kan worden aan andere bronnen. De heer Van Andel vervolgt dat het wordt geschetst alsof je er bang van moet zijn. Mevrouw Ottenheym zegt dat zij dit absoluut niet zo bedoelt, maar er moet wel naar de risico’s gekeken worden. Door de beschikbaarheid van schermen wordt te weinig bewogen. Bij kinderen komen hartafwijkingen voor omdat zij te veel zitten. De heer Koçak is van mening dat oefenen afgebakend moet zijn om verschillen te benutten in de verbinding onderwijs en jeugdhulp. Hij ziet hele grote uitdagingen en daarom moet de lokale overheid lef en daadkracht hebben om de sociale infrastructuur anders in te richten. Mevrouw Ottenheym reageert dat de raad en het college een belangrijke invloed hebben om de context waarin jongeren in Gorinchem opgroeien zo sterk mogelijk te maken,

Parallelsessie I&O Pedagogisch educatief systeem 8 mei 2024

generatieve preventie hanteren. De meest gangbare vorm van preventie is het vroegtijdig signaleren van problemen en daar wordt een apart plan voor gemaakt. Generatieve preventie is in de infrastructuur zodanig met elkaar optrekken dat er een context wordt gecreëerd waarin minder problemen ontstaan. Alle interacties van het ontwikkelende kind met een pedagogische alliantie in de leefomgeving onderzoeken en kijken of deze belemmerend of versterkend zijn voor de ontwikkeling. Hoe trekt men met elkaar op om de opdracht te realiseren. Elkaar regelmatig ontmoeten en de vraag stellen of er met elkaar wordt gezorgd voor een gezonde ontwikkeling van jeugdigen. It takes a pedagogical ecosystem to raise a child. De heer De Pagter mist het bedrijfsleven en hoe wordt omgegaan met bepaalde zaken. Vanaf de Tweede Wereldoorlog hebben kinderen hun ouders overstegen in kennis en kunde. Het gaat nu de andere kant op. Bedrijven vragen om topkandidaten, de samenleving is een meritocratische samenleving, een timmerman is in geld uitgedrukt minder waard dan een dokter. Het beeld dat jarenlang is geschapen over hoe mensen moeten zijn wordt niet zomaar veranderd. Wanneer is het goed genoeg? Mevrouw Ottenheym bevestigt dat ook het bedrijfsleven en werk in de leefomgeving bij het pedagogisch systeem hoort.

Welk werk is er, is er mankracht, hoe matcht dit met elkaar? Elke leerling die het onderwijs niet afmaakt door problemen in mentaal welbevinden valt uit. Jongeren worden nu opgeleid voor beroepen die men wellicht nog niet kent en dat houdt in minder strak naar vaardigheden kijken De heer De Pagter vervolgt dat het bedrijfsleven een onderdeel is van de samenleving, wat wordt gewaardeerd? Word je opgevoed met het beeld dat een praktisch opgeleid persoon minder is dan iemand die dokter is? Mevrouw Metz vraagt zich af in hoeverre zaken mogelijk zijn gezien de privacywetgeving. Mevrouw Ottenheym reageert dat de AVG het allemaal wat ingewikkelder heeft gemaakt, maar er zijn wel escapes. Mevrouw Metz vervolgt dat jongeren vaak hun verhaal kwijt willen, maar zij vinden het vaak wat lastiger om daar wat mee te doen. Mevrouw Ottenheym weet uit ervaring dat er zeker mogelijkheden zijn. Als mensen iets niet willen is daar altijd een reden voor. Met mensen praten in plaats van over mensen praten. Verandering vraagt om een andere mindset en manier van kijken. Zij wijst in dit kader op escalatieladders en stelt voor om het met elkaar goed te doen. De heer De Pagter benadrukt dat er een label nodig is om iets te krijgen in deze maatschappij en daar moet men van af. Als je een verkeerde studiekeuze maakt heb je vervolgens een studieschuld en moet je opnieuw beginnen.

Hij stelt voor te stoppen met labeling om iets te verkrijgen. Mevrouw Ottenheym antwoordt dat op sommige zaken zeker invloed is. De GGZ kijkt al anders naar zaken omdat hoe het nu wordt gedaan niet alles oplost. De heer Koçak is van mening dat het bedrijfsleven geen directe invloed heeft. Er moet een robuuste basis neergelegd worden en dan komt het goed. Mevrouw Ottenheym vervolgt dat de ontwikkeling van jeugdigen een complex vraagstuk is en daarom moet samengewerkt worden om een gezonde ontwikkeling van jeugdigen echt te kunnen realiseren. Interacties versterken, samen optrekken, patronen monitoren en kijken hoe het anders kan. Oefenen om dit ook waar te maken.

Parallelsessie I&O Pedagogisch educatief systeem 8 mei 2024

De heer Van der Meijden vraagt of er inzicht is hoe de gemeente/overheid zich verhoudt in het spel van dynamisch bewegende actoren rondom een leerling. Waar ligt de kracht en waar moet de gemeente juist wegblijven? Mevrouw Ottenheym antwoordt dat de kracht is hoe dit met elkaar wordt gedaan. Met subsidies verstrekken, welke opdracht krijgen organisaties bij inkoop, welke vragen worden gesteld, op welke manier wordt het gesprek gevoerd. De gemeente is onderdeel van het pedagogisch ecosysteem en kan ervoor zorgen dat de verschillende onderdelen met elkaar moeten optrekken met een lange termijn perspectief. Een verandering van mindset. Werken vanuit een gemeenschappelijk belang in plaats van uit een organisatiebelang. De juiste vragen stellen en monitoren. De heer Koçak informeert of de tijd rijp is om samenwerking af te dwingen. Mevrouw Ottenheym antwoordt dat de tijd rijp is en het is ook urgent. Als dit niet wordt gedaan wordt steeds verder in de fuik gekomen van elk kind in een apart hokje met een apart label. De heer Koçak begrijpt dat het belangrijk is om de ketenpartners te dwingen. Mevrouw Ottenheym verduidelijkt dat een verandering van mindset of in beweging komen niet afgedwongen kan worden. Dit moet gebeuren door met elkaar in gesprek te gaan en te bezien wat de samenwerking bemoeilijkt.

De voorzitter bedankt mevrouw Ottenheym voor de presentatie en het beantwoorden van de vragen. Mevrouw Rijks refereert aan de ambitie voor deze sessie; het initiatiefvoorstel en het dataonderzoek dat aangeeft dat 500 Gorinchemse jongeren een groot risico lopen om in de criminaliteit terecht te komen. 1 op de 9 jongeren heeft ondersteuning vanuit Jeugdhulp nodig. Nog lang niet alle financiën zijn opgehaald. De heer Koçak vroeg of Gorinchem het lef heeft om de sociale infrastructuur anders in te richten. Dat is wat de gemeente van plan is, maar zij kan moeilijk tegen andere organisaties zeggen dat zij mee moeten doen. Waar voorheen de subsidies continu beschikt konden worden, is op een gegeven moment de grens bereikt. De uitgaven waren eerder ongeveer € 4 mln. nu is dat ongeveer € 11 mln. Steeds meer kinderen hebben een label gekregen waardoor er meer subsidie naar kinderhulp gaat. Het is niet meer te betalen. Gekeken wordt wie zich allemaal in de cirkel bevinden. Het Sociaal Team is onlangs aanbesteed. Als je kijkt naar het jongerenwerk dam had dat wellicht slimmer gekund. Als er een andere infrastructuur wordt gebouwd, zo veel mogelijk aansluitend op wat er al is, dan ben je succesvol. De bestuurder van samenwerkingsverband Munio is voorstander maar vraagt zich af hoe de huidige systemen doorbroken kunnen worden. Er zijn nog veel meer partners.

Zij refereert aan de rijke ontwikkeldag. OVO heeft subsidie ontvangen voor de verlengde schooldag. Dat is een mini ecosysteem waarbij voor kinderen een langere schooldag wordt georganiseerd zodat zij gelijke kansen krijgen. Kinderen van ouders die dat financieel niet kunnen opbrengen gaan niet naar de BSO. Naar Gorcum beweegt gaan veel kinderen die niet naar de BSO gaan, maar dit kan efficiënter en effectiever. Er is een aantal ideeën. Het plan was om vanavond interactief aan de slag te gaan en pionnen te plaatsen bij waar nu iets gebeurt voor jongeren 12+. Wat is er voor een jongere van 14 of 15 in Gorinchem te doen? Waar moet je naartoe als je in de problemen komt? De raad wil af van de aanbesteding voor het jongerenwerk, er moet meer geld bij, er moet wat anders komen. Deze ambities kosten geld. Het jongerenwerk krijgt nu ongeveer € 600.000 (waarvan € 300.000 incidenteel). Zij wijst in dit kader op het voorbeeld van een kind uit Gorinchem dat al meer dan € 400.000 heeft gekost. Het is van belang om inzichtelijk te maken wat het betekent als zaken aan de voorkant opgepakt worden. G-Town is destijds ontstaan naar aanleiding van de parkrellen waar op dit moment 400 kinderen actief aan meedoen. Dit kost € 135.000 met cofinanciering vanuit scholen, de wens is dat alle scholen meedoen. Kinderen geven aan dat

Parallelsessie I&O Pedagogisch educatief systeem 8 mei 2024

zij hierdoor kinderen ontmoeten die zij anders niet ontmoet zouden hebben. Kinderen op het primair onderwijs ontmoeten elkaar wel. Op het voortgezet onderwijs is dat minder. Kinderen van andere afkomst ontmoeten elkaar niet voldoende. Sommige scholen zijn ‘witter’ dan andere scholen. Het systeem is voor gezinnen die ondersteuning nodig hebben. Zij denkt dat met geld veel afgedwongen kan worden en noemt het voorbeeld van LOGOS en de Willem van Oranjeonderwijsgroep die willen meedoen, maar destijds geen subsidie kregen omdat zij te weinig achterstandskinderen hadden. Voor kinderen in het voortgezet onderwijs is de stad de leefomgeving, voor kinderen in het primair onderwijs is dat meer de wijk. Bij een rijke ontwikkeling in de wijk wil je graag dat alle schoolleiders en de teamleiders van de kinderopvang bij elkaar komen. Centraalpunt moet de talentontwikkeling doen voor de hele stad. Veel jongeren uit de Haarwijk en Gorinchem Oost fietsen niet zo snel naar Centraalpunt. De vraag is hoe dit anders ingericht kan worden. Hierover zijn allerlei ideeën: een infrastructuur per wijk, de hele stad, samenwerkingen. Zaken zijn er al, maar het kan nog effectiever. Er zijn ook ineffectieve dingen.

Sommige subsidies vallen buiten de 30 factoren van Verwey-Jonker, moeten deze subsidies nog wel verstrekt worden of moet dit geld aan het jongerenwerk gegeven worden? De heer Van der Meijden is blij dat de mogelijke indicatoren zijn geïdentificeerd. Hij zou graag wat meer indicatoren formuleren die niet gaan over zaken die zijn gerelateerd aan prestatiedruk, wellicht op het gebied van sport en vrije tijd. Voor de beeldvorming: hebben jongeren de tijd om op dinsdagmiddag een uur naar buiten te kijken? Hij informeert of duidelijker geformuleerd kan worden welke inspanning er vanuit de gemeente wordt gedaan en wat de ambitie is boven het hoge niveau van het verbeteren van het welzijn van kinderen tussen de 12 en 23 (inzetten op het centraliseren beleid, het verminderen van samenwerkingsverbanden, het aan elkaar binden van partijen). Hij verzoekt om verduidelijking over het ecosysteem Haarwijk, Gildenwijk en Lingewijk waarvoor middelen staan in het Nationaal Programma Onderwijs 12+. Mevrouw Rijks antwoordt dat er nog drie pagina’s met indicatoren zijn. Deze worden doorontwikkeld op het moment dat het gesprek wordt aangegaan over wat willen wij meten. Hebben jongeren inderdaad de tijd om op dinsdagmiddag een uur naar buiten te kijken? De gemeente moet conform de wetgeving een aantal vaste factoren zichtbaar maken. Deze data moet in een monitor samenkomen.

De merkbare indicatoren en het welbevinden van jongeren worden zeker meegenomen en hierover wordt ook regelmatig teruggekoppeld naar de raad. Voorts zullen trends gevolgd worden. De notitie is hoog over waardoor iedereen het gevoel heeft dit zou weleens iets kunnen zijn voor de jongeren en daarom wordt letterlijk de stad ingegaan naar alle partijen in de cirkels om het gesprek aan te gaan of zij met een andere infrastructuur willen werken. In sommige situaties wordt bij onderwijsachterstanden het subsidieplafond bereikt en de resultaten vallen buiten de 30 factoren waardoor beleid gemaakt moet worden dat sommige subsidies uitgesloten worden. Wat hebben wij al in de stad, hoe kunnen wij dit verbinden en past dat in de infrastructuur. Als een school ondersteuning nodig heeft wordt naar een vaste schakel van het Sociaal Team gegaan. Het samenwerkingsverband heeft ook aparte contactpersonen voor de scholen. Scholen hebben nu een subsidie voor een brugfunctionaris die zich tussen ouders en school bevindt. De kinderopvang wil de functie ouderconsulent ontwikkelen zodat pedagogisch medewerkers achter de voordeur kunnen meekijken. Dit zijn vier functies die wellicht effectiever kunnen. Er is een PM post beschikbaar om te kijken of deze functies samen gebracht kunnen worden.

Mevrouw Ottenheym vult aan dat met het pedagogisch educatief ecosysteem de verbindingen versterkt worden waardoor het effectiever wordt. Kijken hoe het wordt gedaan en daarna kijken wat effectief is. Het zijn niet alleen de indicatoren van de gemeente, maar ook van de samenwerkingsverbanden, van de schoolbesturen, van de opvang. Vanuit de maatschappelijke impact die gerealiseerd moet worden, worden meetbare resultaten geformuleerd waarop gemonitord en bevraagd wordt. Welke inspanningen zijn gedaan, welke dingen zijn wel of niet gelukt? In een pedagogisch educatief ecosysteem moet je transparant zijn. Het zou heel raar zijn als alleen de gemeente de outcome bepaalt.

Parallelsessie I&O Pedagogisch educatief systeem 8 mei 2024

De heer De Pagter krijgt het gevoel dat er nieuwe jassen gecreëerd worden. Mevrouw Rijks is het eens dat dit juist voorkomen moet worden. Ouders en jongeren moeten altijd betrokken worden. Soms wordt bepaald wat goed is voor een kind maar het kind zelf wordt daar nauwelijks bij betrokken. De heer De Pagter vraagt zich af of een kind dat goed functioneert ook overal bij betrokken moet worden. Mevrouw Rijks vervolgt dat scholen hier verschillend op reageren. Sommige scholen zorgen ervoor dat deze kinderen in het systeem blijven, bij andere scholen gebeurt het dat kinderen tijdelijk naar het samenwerkingsverband gezet wordt. Hoe houdt je het kind in het systeem en hoe leer je van elkaar? Kinderen met een autistisch spectrum krijgen allerlei vinkjes terwijl het kind misschien niet in een grote groep wil, maar af en toe even alleen wil zitten. Met het ecosysteem wordt gekeken naar een oplossing. Alle jassen zichtbaar maken zodat het kind in het midden blijft. De heer Koçak merkt op dat de bestaande systemen omgevormd worden en daarom is hij het niet eens met de opmerking van de heer De Pagter. Mevrouw Ottenheym sprak over generatieve preventie waarvoor een bewustwordingsproces nodig is bij de betrokken partijen. Hij vraagt of er daarvoor meer investeringen zijn opgenomen. Mevrouw Rijks antwoordt dat het gesprek met alle partijen gevoerd moet worden.

Het voornemen is om volgend voorjaar met alle bestuurlijke verantwoordelijken uit te spreken dat hiermee aan het werk gegaan wordt. Nog niet alle partners zijn overtuigd van het ecosysteem. Dit is vaak om andere redenen dan het belang van het kind en daarom moet dit zorgvuldig gedaan worden. Vertraging is nodig omdat deze partijen afhankelijk zijn van subsidies en een aanbestedingstraject. Er wordt begonnen met de partijen waar de gemeente een subsidierelatie mee heeft of die waar een opdrachtrelatie ligt. Ook het bedrijfsleven is dan op een gegeven moment aan de beurt. Mevrouw Ottenheym reageert dat generatieve preventie heel belangrijk is. Je moet niets doen met kinderen in de klas waar het goed mee gaat, maar je moet wel kijken hoe doen wij het met elkaar in al die klassen. Unicef heeft in 2022 aangegeven dat er een opdracht ligt voor inclusie op scholen. Op scholen, in buurtzorg en bij jeugdhulp een cultuur creëren waarbij jongeren echt betrokken worden. Jongeren willen gewoon meedoen. Kinderen die niet het vermogen hebben om te praten kunnen vaak veel meer. Zij verwijst naar een filmpje van Inda een meisje dat niet kan praten, maar wel in een samen naar schoolklas zat waarbij is gekeken hoe zij toch kon leren. Zij heeft een deelcertificaat voor geschiedenis gehaald op de Havo.

De Wet langdurige zorg verstrekt een beschikking wanneer een arts heeft vastgesteld dat iemand de mentale vermogens niet heeft. Gemengde groepen zijn helpend in het elkaar steunen en het besef dat iedereen anders is. De heer Roeland denkt dat een onderwijssysteem dat al jarenlang op een bepaalde manier functioneert niet zomaar omgegooid kan worden en vraagt hoe dit voor elkaar gekregen wordt. Mevrouw Ottenheym antwoordt dat dit een langzaam en traag proces is, maar er moet wel over inclusie nagedacht worden. Hoe kan hierover nagedacht worden, biedt de huisvesting ruimte en mogelijkheden, hoe gaat het speciaal onderwijs meer naar het reguliere. Dit zijn vraagstukken waar in de komende jaren mee aan de slag gegaan moet worden. Mevrouw Rijks vult aan dat scholen elkaar leren kennen bij G-town. Zij beaamt dat het een uitdaging is, maar er kan meer heterogeen samengewerkt worden. Er zijn veel goede voorbeelden in Gorinchem die andere scholen ook gegund worden.

Parallelsessie I&O Pedagogisch educatief systeem 8 mei 2024

De heer Van der Meijden vraagt wanneer de raad de koers bepaalt waarna vervolgens bij het bepalen van subsidies bepaald kan worden dit is waar de gemeente heen wil en daar past dit wel of niet bij. Mevrouw Rijks antwoordt dat tot 2026 incidentele middelen zijn opgenomen in de begroting voor de doelgroep 12 tot 16/18. Dit is ook het tijdpad waarbinnen er een infrastructuur moet staan. Er volgt een ambtelijk stuk met getallen en indicatoren waar een klap op gegeven wordt waarna kan worden gezegd zo gaan wij het doen, zo veel gaat het kosten en verwacht wordt dat het aan de achterkant dit of dat gaat opleveren. Volgend jaar juni moet alles klaarliggen omdat het dan in de perspectiefnota komt aangezien er na 2026 geen middelen meer zijn. Van de doelgroep in het voortgezet onderwijs komt 70% niet uit de gemeente zelf en daarom wordt met andere gemeenten gekeken hoe dit opgepakt wordt. Mevrouw Van ’t Westende informeert of de deadline haalbaar wordt geacht gezien het draagvlak en de medewerking die gevonden moet worden. Mevrouw Rijks acht het haalbaar. Het ecosysteem speelt al een tijdje. De doeluitkeringen komen in aanraking met het subsidieplafond waardoor de noodzaak voelbaar is. De voorzitter bedankt voor de inzichten die zijn gegeven en biedt de wethouder gelegenheid om een slotwoord uit te spreken.

Wethouder Dansen informeert of de heer Van der Meijden voldoende antwoord heeft gekregen op zijn vraag hoe nu verder. De heer Van der Meijden begrijpt de mijlpalen en dat er de startnotitie volgt op het moment dat deze uit de participatie is. Zijn vraag is afdoende beantwoord. Sluiting De voorzitter bedankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering.

Toezeggingen: Er zijn geen toezeggingen gedaan.

Parallelsessie I&O Pedagogisch educatief systeem 8 mei 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=86f612db-5810-4194-a183-da99bdc85b16