CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

20240208 Concept verslag Parallelsessie I&O B&A Plan van aanpak kindermishandeling_

Raadsvergadering 29 februari 2024, gemeente GorinchemBij agendapunt: HAMERSTUK Vaststellen notulen voorgaande raadsvergadering en parallelsessies3.793 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Parallelsessie Informatie en Ontmoeting en Beraad en Advies 8 februari 2024 Plan van aanpak kindermishandeling Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Griffie: Notulist: Raadsleden/ fractieassistenten: Stadsbelang:

de heer J. Oostrum mevrouw E. van Bekhoven mevrouw R. Leeuwenburgh Vendrig

D66: CDA: SP:

de heer D. van Gammeren mevrouw G. Metz mevrouw L. Pellikaan mevrouw P. de Groot mevrouw T. van ‘t Westende de heer M. de Pagter de heer A. de Jong de heer B. Bahlmann de heer H. van der Lee de heer T. van der Meijden mevrouw S. de Lange de heer A. van Houwelingen

Portefeuillehouder: Ambtelijke ondersteuning: Gast:

mevrouw E. Dansen mevrouw M. Teeuw de heer P. van Mourik (Veilig Thuis)

Democraten Gorinchem: PvdA: VVD: ChristenUnie/SGP: Gorcum Actief:

Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Plan van aanpak kindermishandeling Op 3 juli 2023 heeft uw raad een motie ingediend en daarin het college van burgemeester en wethouders verzocht om voor de begrotingsbehandeling een Plan van Aanpak (PvA) te presenteren over de aanpak van kindermishandeling. Dit in reactie op de conclusies en aanbevelingen van een eerder opgeleverd rapport van de rekenkamercommissie. Bij het opleveren van het Plan van Aanpak heeft het college aangeboden een I&O te beleggen voor eventuele vragen. Uw raad heeft dit aanbod aangenomen. De voorzitter licht toe dat er twee presentaties gegeven worden in het I&O-deel. In het B&A gedeelte van deze dubbele sessie gaat het niet om een te nemen raadsbesluit. De raad wordt alleen gevraagd of men vindt dat het plan van aanpak voldoende is uitgewerkt. De raad kan ook nog suggesties meegeven. De heer Van Houwelingen merkt op dat de motie is afgehandeld; hij begrijpt de bedoeling van het B&A deel niet. De voorzitter licht toe dat de raad heeft verzocht om het PvA te bespreken in een I&O. Het voorgestelde besluit voor deze B&A is om te constateren dat het PvA verder opgepakt kan worden door het college.

Parallelsessie I&O B&A Plan van aanpak kindermishandeling, 8 februari 2024

Wethouder Dansen leidt de bespreking in. Er is een I&O voorbereid toen het college gevraagd werd om een PvA te maken na het onderzoek van de rekenkamer. De motie is hiermee grotendeels afgehandeld. Daarbij is gevraagd of de raad het PvA wil bespreken. Daarvoor zit men nu bij elkaar. De wethouder is blij dat Pieter van Mourik is gekomen om ook een toelichting te geven. Mevrouw Teeuw geeft een presentatie (beschikbaar op Ibabs). Zij verwijst naar het rekenkameronderzoek van 2022. Daaruit zijn conclusies en aanbevelingen gekomen en dat heeft geresulteerd in een motie. Zij schetst te reikwijdte van het plan van aanpak. Het richt zich op het hier en nu en de aanpak van kindermishandeling. Op onderdelen is het breder. De stijging van het aantal meldingen was de aanleiding voor het onderzoek. Veilig Thuis is een regionale organisatie die werkt met landelijke protocollen en deels is opgeknipt. Een deel verloopt via de gemeenschappelijke regeling DG&J en een deel loopt via centrumgemeente Dordrecht. Daardoor is de lokale invloed soms wat beperkter. De aanpak langs twee actielijnen wordt toegelicht: voorkomen en vroegsignalering. Zij schetst de landelijke aanpak, het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Zij noemt Geweld hoort nergens thuis dat hierin is opgegaan. Het is de bedoeling een stevig lokaal team rondom het gezin te hebben.

Zo nodig kan er een expert, specialist of ervaringsdeskundige van het regionaal veiligheidsteam worden ingeschakeld. Dit team wordt landelijk uitgewerkt richting wetgeving in 2025. Er wordt niet alleen naar het kind gekeken maar naar het gezin. In 2019 is het handelingsprotocol voor Veilig Thuis opgesteld. Zij licht de visie gefaseerd samenwerken aan veiligheid toe. Deze visie wordt regionaal uitgerold in drie stappen. Dit gebeurd binnen vastgestelde kaders. Er is op dit moment niet één overkoepelende regiovisie; die moet ontwikkeld worden met 10 gemeenten samen. Met de leidraad werken aan veiligheid wordt al gewerkt en dat hangt ook samen met de hervormingsagenda jeugd. De VNG komt nog met een handelingskader hiervoor. De lokale inzet wordt toegelicht. Er is een regionaal programmateam en wethouder Dansen is een van de opdrachtgevers hiervan. Het is belangrijk om te kijken naar vroegsignaleren en dat doen niet alleen de professionals. Hier moet steviger op worden ingezet. Dit kan door toepassen van de meldcode. De gemeente is hiertoe verplicht en dat is belegd bij de DG&J. In het PvA is opgenomen dat er voor de gemeente Gorinchem ook een meldcode moet komen. Er moet ook een actueel beeld geschetst worden van de risicofactoren. Vervolgens kan preventief actie ingezet worden.

In 2022 is de dienstverlening van het sociaal team versterkt met rijksmiddelen (POK) waardoor casussen sneller opgepakt konden worden. Mevrouw Teeuw schetst vervolgens data met betrekking tot risicofactoren zoals een echtscheiding. Desgevraagd zegt zij als aandachtspunt mee te nemen de relatie tussen gescheiden mensen en het grote aantal sociale huurwoningen. Als Gorinchem op bepaalde aspecten significant afwijkt van landelijke cijfers dan moet daar preventief op ingezet worden. De voorzitter bedankt voor de presentatie en geeft gelegenheid voor het stellen van vragen. De heer Van Houwelingen noemt de meldcode en vraagt of mensen bij een meldpunt terecht kunnen. Mevrouw Teeuw zegt dat de meldcode vijf stappen kent en landelijk is vastgesteld. Organisaties moeten de meldcode in hun organisatie verwerken en zorgen voor een aandachtsfunctionaris huiselijk geweld. Iemand die iets signaleert kan dan sparren en vervolgens kan er gemeld worden bij Veilig Thuis. Het is een protocol dat toegepast moet worden voor de melding bij Veilig Thuis. Mevrouw De Groot bedankt voor de presentatie. Zij begrijpt dat Gorinchem qua toekomstscenario het best goed doet. Hoe kijken de lokale teams hiernaar? Mevrouw Teeuw zegt dat hier deels (vanwege de aanbesteding) gesprekken over gevoerd konden worden. Zij zijn allemaal bekend met het toekomstscenario.

In het lokaal team zit ook een manager die kartrekker is voor het toekomstscenario.

Parallelsessie I&O B&A Plan van aanpak kindermishandeling, 8 februari 2024

Mevrouw De Groot vraagt of het niet verstandig is om een doorlopende communicatie te hebben en niet alleen tijdens de week tegen kindermishandeling. Mevrouw Teeuw bevestigt dit. Intern is ook besloten dit binnen het ISB een onderdeel te laten zijn, net zoals het risico van bestaansonzekerheid. Mevrouw Pellikaan vindt de presentatie en startnotitie heel duidelijk. Het is goed dat er een actueel beeld wordt gemaakt van Gorinchem en dat het gekoppeld wordt aan het ISB. Met betrekking tot preventie en aanpak bij de eerste signalen vraagt zij of de investering in 2022 in het sociaal team met landelijke middelen structureel of incidenteel is. Zij noemt ook de meldmoeheid die kan ontstaan. Wellicht kan daar nog op ingegaan worden. Mevrouw Teeuw zegt dat de investering in 2022 gericht was op extra formatie. Daar zijn de landelijke middelen op ingezet. Die middelen zijn incidenteel en lopen tot 2026. Dat is in de aanbesteding meegenomen. De heer De Jong verwijst naar het advies van de rekenkamer dat overgenomen is. In het PvA staat nog een risico met betrekking tot de aanbesteding. Hij vraagt of dit inmiddels van tafel is. Mevrouw Teeuw bevestigt dit. Mevrouw De Lange verwijst naar de risicofactoren zoals echtscheiding en vraagt hoe de omschrijving van de thuissituatie en gezinssituatie gezien moet worden.

Wordt gekeken naar het kind of naar waar het kind woont? Mevrouw Teeuw antwoordt dat naar het hele gezin gekeken wordt. Als het gaat om scheidingen dan gaat het met name om de fase van de echtscheiding. De voorzitter bedankt mevrouw Teeuw en nodigt de heer Van Mourik uit om zijn presentatie te geven. De heer Van Mourik geeft een presentatie (beschikbaar op iBabs) over Veilig Thuis. Hij toont het werkproces. Men richt zich op de doelgroep van 0 tot 100 plus. Als iemand zorgen heeft over een situatie kan die contact opnemen met Veilig Thuis. Gekeken wordt of dit tot een melding moet leiden of dat men zelf iets kan doen. Een melding wordt bekeken op basis van een taxatie en vervolgens wordt een eerste besluit genomen, bijvoorbeeld overdragen aan een hulpverlener. Een melding kan ook gelijk afgehandeld worden als er niet zoveel aan de hand is. Een andere variant is dat er meer nodig is, een verdiepende analyse. Dan gaat men in gesprek met betrokkenen en hun omgeving. Als geconcludeerd wordt dat er sprake is van huiselijk geweld dan wordt het overgedragen aan een passende hulpverlener en wordt de situatie nog anderhalf jaar gemonitord. Als het vrijwillig kader geen mogelijkheden meer heeft is het mogelijk een casus voor te leggen aan de Kinderbescherming. Het is niet zo dat Veilig Thuis kinderen uit het huis plaatst. Dat is in een uiterst geval aan de kinderrechter.

De heer Van der Meijden merkt op dat bij de verschillende stappen en onderzoeken en overdrachten sprake is van wachtlijsten. Hij vraagt wat daar aan gedaan kan worden en hoe dat verloopt in deze regio. Waar zijn de knelpunten? De heer Van Mourik licht toe dat Veilig Thuis ook bestuursrapportages aflevert. Het is nooit te voorspellen hoeveel meldingen er binnen kunnen komen. De capaciteit moet wel afgestemd worden op het aantal meldingen. De laatste twee maanden zijn er bijna geen wachtlijsten geweest. De inspectie wil meer duidelijkheid krijgen over de definitie van een wachtlijst. Zoals het er nu voor staat is men bij Veilig Thuis binnen de termijn. Men is wel afhankelijk van hoe makkelijk een casus overgedragen kan worden. De spoed wordt er

Parallelsessie I&O B&A Plan van aanpak kindermishandeling, 8 februari 2024

altijd uitgefilterd. Daardoor verandert de volgordelijkheid en kan de doorlooptijd uitlopen. Er zijn altijd aspecten die het een uitdaging maken om binnen de termijn te blijven. De heer Van der Meijden noemt de triage, de eerste stap, en zegt dat daarvoor niet altijd de wettelijke termijn gehaald wordt. Nu wordt gezegd dat de acute zaken eruit gefilterd worden. Hoe moet hij dat zien? De heer Van Mourik zegt dat als een melding binnenkomt gekeken wordt of die bij Veilig Thuis hoort. Voorafgaand aan een besluit moet een aantal stappen doorlopen worden. De melding, bijvoorbeeld van de politie, moet gelezen worden en dan is snel duidelijk of een casus voorrang moet krijgen. Aan het begin van de dag worden alle zaken gescreend. Mevrouw Metz zegt dat er ook anoniem gemeld kan worden. Hoe wordt dit opgepakt als een gezin niet in beeld is? De heer Van Mourik antwoordt dat op voorhand geprobeerd wordt met de melder het gesprek aan te gaan en uitleg te geven dat het goed zou zijn als de melder eerst contact zoekt met degene waarover de melding gedaan wordt. Vervolgens kan ook nagegaan worden of het goed is om het wijkteam te vragen met betrokkene in gesprek te gaan. Het is altijd kwetsbaar om je te bemoeien met iemands thuissituatie. Vervolgens wordt gekeken welke hulpverlener voor een casus passend is. Hij licht toe dat sinds 2019 de meldcode is herzien.

Daarmee kan recidive ook tegengegaan worden. Mevrouw Metz noemt de jeugd gezondheidsdienst die bij scholen op bezoek gaat. Als daar signalen uit komen, wat kan daar dan mee gedaan worden? De heer Van Mourik antwoordt dat eerst gekeken wordt of er iets mis is en vervolgens komt de meldcode aan de orde. Steeds moet goed naar het proces gekeken worden. Mevrouw Pellikaan merkt op dat het vrijwillig kader genoemd is; er kunnen ook situaties zijn waar de noodzaak is om sneller door te pakken. Zijn daar mogelijkheden toe? De heer Van Mourik antwoordt dat Veilig Thuis het vrijwillig kader maar ook een bepaald instituut is. Er kan dan ook gesproken worden met mensen over wat er aan de hand is. Geprobeerd wordt mensen te motiveren gebruik te gaan maken van hulpverlening. Daarover wordt het gesprek dan aangegaan. Er kan ook opgeschaald worden naar het gedwongen kader. Daar zit de stap naar de Raad voor de Kinderbescherming tussen. Mevrouw Pellikaan vindt het een zorgvuldig proces. Zij kan zich voorstellen dat het voor de melder frustrerend kan werken. De heer Van Mourik zegt dat dit herkenbaar is. Hij noemt in dit kader de rechtsbescherming. Checks en balances zijn belangrijk om te voorkomen naar het gedwongen kader te gaan. Mevrouw De Lange vraagt om een toelichting op hoe het teruggekoppeld wordt naar de melder.

De heer Van Mourik zegt dat er zo zorgvuldig mogelijk gehandeld wordt, ook in de richting van de melder. Er wordt ook wel terug gemeld dat er niet veel over gezegd kan worden. Hij licht toe dat scheidingssituaties heel ingewikkeld kunnen zijn. De voorzitter vraagt de heer Van Mourik zijn presentatie te vervolgen. De heer Van Mourik toont hoe de gemeente Gorinchem het doet vergeleken met andere gemeenten in de regio. Hij geeft cijfers van adviezen, meldingen en meldingsdossiers en

Parallelsessie I&O B&A Plan van aanpak kindermishandeling, 8 februari 2024

licht toe dat er over één situatie meerdere meldingen kunnen worden gedaan. Het kan ook gaan om jeugdpreventieteam meldingen. De aantallen kunnen dus genuanceerd worden. In dit kader wordt ook de meldingsbereidheid genoemd en de naamsbekendheid van Veilig Thuis. De heer De Jong zegt dat hij uit het beeld opmaakt dat meldingen om ernstige situaties gaan. De heer Van Mourik zegt dat dit beeld onderdeel is van het Verwey Jonker instituut. Hij kan dit niet nader duiden. Bij een tweede meting kan er sprake zijn van een positieve beweging. De voorzitter begrijpt dat de tabel juist een gunstige ontwikkeling weergeeft. De heer Van Mourik bevestigt dit. Mevrouw De Lange merkt op dat een gezin niet persé een huishouden is. Het lijkt haar ook lastig te vergelijken. De heer Van Mourik bevestigt dit. Een huishouden omvat alle mensen die er deel van uitmaken. Het gaat in de tabel om de gezinnen in Zuid Holland Zuid en dat kunnen volwassen met of zonder kinderen zijn. Hij vervolgt de presentatie en gaat in op meldingsbereidheid en naamsbekendheid die van invloed zijn op het aantal meldingen. Er zijn ook variabelen van invloed op de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling zoals demografische factoren en de heersende tijdsgeest. De grootste voorspeller op huiselijk geweld en kindermishandeling is stress. Er kan van uitgegaan worden dat 95% van de situatie ontstaat door onmacht.

Beleid heeft invloed op de aanpak door inzetten op vroegsignalering en extra formatie bij het wijkteam. Vanaf 2022 is Veilig Thuis bezig om data meer beschikbaar te stellen voor gemeenten. De voorzitter bedankt de heer Van Mourik voor zijn presentatie. Mevrouw De Groot vindt extra inzet op het wijkteam een mooi streven maar zegt dat er wel een arbeidsmarktprobleem is. De heer Van Mourik zegt dat Veilig Thuis tot op heden nog goede collega’s kan vinden. Wethouder Dansen zegt dat er in Gorinchem een buitengewoon stabiel sociaal team is en dat er geen vacatures zijn. De heer De Jong vraagt wat er aan de vroegsignalering gedaan kan worden om dit te verbeteren. Kan de startfoto in Q1 gedeeld worden? Mevrouw Teeuw zegt dat de cijfers nog gefinetuned worden en zij kunnen in een raadsinformatiebrief beschikbaar gesteld worden. Wethouder Dansen zegt dat er voor vroegsignalering ook meer meldingen nodig zijn. Dat betekent veel betrokkenheid. Binnen het sociaal domein wordt hier ook goed naar gekeken. Het heeft altijd de aandacht. De heer De Jong vraagt met betrekking tot de meldcode of die ook geldt voor Gorinchem Beweegt, Avres en Stichting Leergeld? Mevrouw Teeuw antwoordt dat Gorinchem Beweegt onderdeel uitmaakt van de gemeente. Zij weet niet of Avres verplicht kan worden maar er kan zeker mee gesproken worden.

Het hebben van een meldcode is fijn maar het gaat vervolgens om het toepassen. Dat moet goed uitgerold worden en zal zeker iets betekenen voor de medewerkers van de gemeente.

Parallelsessie I&O B&A Plan van aanpak kindermishandeling, 8 februari 2024

De heer Van der Meijden vraagt met betrekking tot de doorlooptijden welke mogelijkheden er zijn lokaal en regionaal om de wachttijden terug te dringen. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd vraag namelijk aandacht voor de effecten ervan. Hij noemt enkele voorbeelden hiervan. De heer Van Mourik zegt dat het voor een groot deel gaat om vroegsignalering en de vraag of iemand zijn buurman durft aan te spreken. Alle meldingen worden dagelijks doorgenomen om te kijken welke voorrang moeten krijgen. Overigens is er ook een crisis interventieteam dat ingeschakeld kan worden. Voor het voorkomen is de gemeenschap nodig. Mevrouw Van ’t Westende noemt het dashboard voor de data en vraagt hoe zich dit verhoudt tot andere partners in de keten. De heer Van Mourik zegt dat dit onderdeel is van het toekomstscenario om te kijken hoe we als keten beter kunnen gaan meten. Mevrouw Van ’t Westende vraagt wie uiteindelijk eindverantwoordelijk is hiervoor. Is er een landelijke verantwoordelijkheid? De heer Van Mourik zegt dat het begint bij de verschillende ketenpartners om te kijken of er los van het landelijke programma een betere wijze van meten mogelijk is. Wethouder Dansen zegt dat het toekomstscenario vanuit Den Haag wordt opgelegd. In de regio heeft zij zitting in de stuurgroep die zich hiermee bezighoudt. De regio blijkt al behoorlijk ver te zijn in wat er verwacht wordt.

De voorzitter stelt het B&A-gedeelte aan de orde. De heer De Jong noemt de aanbeveling van de rekenkamer om in gesprek te gaan met ervaringsdeskundigen. Hij denkt dat het goed is om ook met ouders in gesprek te gaan en andere ervaringsdeskundigen van het sociaal wijkteam. De heer Van der Meijden denkt dat dit een waardevolle gedachte is. Deze aanbeveling is door de rekenkamercommissie richting de raad gedaan. Hij doet de suggestie om dit concreet in te vullen en bij de tussenrapportage en de perspectiefnota een dergelijk moment te organiseren met mensen uit het veld en het sociaal team. Hij is benieuwd wat de andere aanwezigen hiervan vinden. Mevrouw De Lange vindt het een goed voorstel maar vraagt zich af wie de ervaringsdeskundigen zijn; het gaat naar haar mening vooral om het kind. De heer De Jong zegt dat het breed genomen kan worden, kind, jeugdige, ouders, onderwijzers. Mevrouw Pellikaan zegt dat het gaat om waar de raad op kan sturen. Dan zijn ervaringen uit het brede veld heel waardevol. De heer Van der Meijden sluit zich hierbij aan. Niet nu al bepalen met wie te spreken maar advies vragen hiervoor aan mensen uit de praktijk. Het brede palet van betrokkenen zou een goede zaak zijn. Hij bedankt vervolgens voor het uitgebreide plan van aanpak, dat heel ambitieus is. Hij noemt ook de signalen die afgegeven worden over de resultaten van de POK-middelen.

Er is al eerder gesproken over casussen van Veilig Thuis. Hij noemt de aanbevelingen van de rekenkamer en meent dat niet goed gezien kan worden of die nu allemaal opgevolgd zijn. Hij vraagt het college nog te reageren op aanbeveling 4, concrete doelen en resultaten.

Parallelsessie I&O B&A Plan van aanpak kindermishandeling, 8 februari 2024

De rekenkamer heeft in het nawoord aangegeven dat hierop gelet moet worden. Het moet gaan om de outcome en minder om de output. Graag een reflectie van het college. Hij noemt ook de toezegging van de wethouder om zich in te spannen om de cijfers van Veilig thuis acceptabel te houden. Die toezegging is nog even aangehouden en het college heeft aangegeven dat die niet afgedaan kon worden omdat het een inspanningsverplichting van de wethouder voor haar hele ambtsperiode is. Hij wil dat nauwlettend volgen. De voorzitter merkt op dat in de agendacommissie is afgesproken de afdoening van deze toezegging te laten wachten op deze sessie. De heer Van der Meijden stelt nu voor de toezegging open te houden. Hij vraagt de wethouder om te reageren. Wethouder Dansen zegt dat het weinig zin heeft om een toezegging te doen om haar uiterste best te doen. Zij doet haar uiterste best. Zij vindt het lastig en een beetje jammer en gebrek aan vertrouwen. Zij herinnert zich dat daar een opmerking over is gemaakt. Op deze manier kan een toezegging nooit afgerond worden. Zij is benieuwd hoe de rest van de raadsleden hierover denken. De heer Van der Meijden begrijpt de opmerking maar hij herinnert zich nog goed hoe de toezegging tot stand is gekomen. De wethouder wilde aanvankelijk niets toezeggen maar toen er gedreigd werd met een motie die zij wilde voorkomen deed zij zo vaag mogelijk een toezegging.

Het feit dat de toezegging vaag is, is aan haar zelf te wijten. De voorzitter zegt dat dit wel buiten de orde van deze vergadering is. Als de vergadering tevreden is met het PvA was de agendacommissie van plan om de toezegging af te doen. Het zal nog een keer in de agendacommissie terugkomen en vervolgens in de gemeenteraad. Mevrouw De Lange vraagt of het voornemen is om het PvA nog voor te leggen aan de rekenkamer. De voorzitter zegt dat de gemeenteraad gaat over wat er voorgelegd wordt aan de rekenkamer. Dit kan via het fractievoorzittersoverleg besproken worden. De heer Van der Meijden zegt dat de rekenkamer de bal bij de gemeenteraad heeft gelegd. Mevrouw Teeuw reageert nog op de vraag inzake de rekenkamer. De rekenkamer gaf aan op basis van de vorige visie, dat die visie erg gericht was op output en dat er weinig outcome indicatoren in stonden. Beoogd is om aan te geven dat er een nieuwe regiovisie moet komen en dat daarin die outcome gerichte indicatoren moeten komen. Zo kan er geleerd worden van de conclusies en aanbevelingen. Mevrouw De Groot zegt over het algemeen tevreden te zijn over het plan van aanpak. Alleen staat er weinig in over preventie en zij zou graag meer continuïteit hierin zien. Mevrouw Pellikaan denkt ook dat de lokale mogelijkheden goed worden benut. Zij adviseert wel dit plan van aanpak steeds te laten toetsen bij het werkveld en de deskundigen.

De heer De Jong denkt dat het een ambitieus plan van aanpak is. Doelmatigheid en doeltreffendheid zijn belangrijk. Hij vindt het waarborgen van de stabiliteit van het team ook erg belangrijk. Mevrouw Metz bedankt voor de duidelijke presentatie. Er ligt een mooi van plan aanpak. Mevrouw Van ’t Westende spreekt ook waardering uit voor het plan van aanpak. De heer Bahlmann vindt het een goed plan van aanpak en geeft mee het steeds te actualiseren.

Parallelsessie I&O B&A Plan van aanpak kindermishandeling, 8 februari 2024

De heer Van Houwelingen bedankt voor het goede plan van aanpak en de goede informatie. De voorzitter stelt vast dat de raad tevreden is met het plan van aanpak. Hij geeft aan dat de wethouder een toezegging heeft gedaan om cijfers over vroegsignalering via een raadsinformatiebrief onder de aandacht te brengen zodra die bekend zijn. Sluiting De voorzitter bedankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering. Toezeggingen/afspraken: • Zodra er cijfers bekend zijn over vroegsignalering brengt de wethouder die via een raadsinformatiebrief onder de aandacht. • Naar agendacommissie: toezegging dat de wethouder haar best zal doen inzake cijfers van Veilig Thuis afdoen of niet

Parallelsessie I&O B&A Plan van aanpak kindermishandeling, 8 februari 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=76688239-73b6-4e59-984b-b9ec6646e555