CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-906976 Was-wordt-tabel VFL i.v.m. Omgevingswet

Raadsvergadering 28 maart 2024, gemeente GorinchemBij agendapunt: HAMERSTUK Raadsvoorstel Verordening Fysieke Leefomgeving5.362 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-tabel Wijziging Verordening Fysieke Leefomgeving i.v.m. Omgevingswet. Leeswijzer In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet. Als de gehele tekst in de ‘bestaande tekst’ vervalt dan zie je onder de ‘nieuwe tekst’ het woord ‘vervallen’ staan. In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt Hoofdstuk 1. Inleidende regels (definities) Bestaande tekst

Nieuwe tekst Beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

Bouwwerk: Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.

Bouwwerk: Hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet.

Gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet daaronder wordt verstaan;

Gebouw: hetgeen in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving daaronder wordt verstaan;

Kampeermiddel: Een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

Kampeermiddel: Een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

Artikel 2.1.1 Standplaats vergunning en weigeringsgronden Bestaande tekst Nieuwe tekst 1. Het is verboden zonder vergunning van 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats1 in te nemen of te het college een standplaats1 in te nemen of te hebben. hebben. 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.

2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan.

3. Onverminderd het bepaalde in artikel 9.1.7 kan de vergunning worden geweigerd als: a. De standplaats1 hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand; of b. Een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang.

3. Onverminderd het bepaalde in artikel 9.1.7 kan de vergunning worden geweigerd als: a. De standplaats1 hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand; of b. Een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang.

Artikel 2.1.3 Afbakeningsbepaling Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1. Artikel 2.1.1, eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het de Wet beheer rijkswaterstaatswerken.

1. Artikel 2.1.1, eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.

2. De weigeringsgrond van artikel 2.1.1, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.

2. De weigeringsgrond van artikel 2.1.1, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.

Artikel 3.2.2 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. Bestaande tekst Nieuwe tekst 1. Het is verboden op door het college in het 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten milieubeheer, zoals die wet luidde direct de weg de volgende voorwerpen of stoffen op voorafgaand aan de inwerkingtreding van te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: de Omgevingswet, in de openlucht of buiten a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke b. bromfietsen en motorvoertuigen of bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 1.1 b. bromfietsen en motorvoertuigen of of onderdelen daarvan, voor zover het plaatsen onderdelen daarvan; c.

kampeermiddelen als bedoeld in artikel 1.1 of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor of onderdelen daarvan, voor zover het plaatsen verkoop of verhuur of anderszins voor een of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor commercieel doel; of verkoop of verhuur of anderszins voor een d. mestopslag, gierkelders of andere commercieel doel; of verzamelplaatsen van vuil, een verzameling d. mestopslag, gierkelders of andere ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde verzamelplaatsen van vuil, een verzameling landbouwproducten, afbraakmaterialen en ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde oude metalen. landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. 2. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.

2. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.

3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door of krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of krachtens een Provinciale Verordening.

3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.

Artikel 3.3.2 Voertuigwrakken Bestaande tekst 1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk

Nieuwe tekst 1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk

verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren.

verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren.

2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 3.5.1 Bodemonderzoek Bestaande tekst 1. Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Woningwet bestaat uit: a. de resultaten van een recent milieuhygiënisch bodemonderzoek verricht volgens NEN 5740, uitgave 2009, in overeenstemming met het onderzoeksprotocol dat volgt uit figuur 1. b. (vervallen). c. Indien op basis van het vooronderzoek aanleiding bestaat te veronderstellen dat asbest, daaronder mede begrepen asbestvezels, -deeltjes of –stof, in de bodem aanwezig is, vindt het onderzoek mede plaats op de wijze als voorzien in NEN 5707, uitgave 2015. 2. De plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht geldt niet indien het bouwen betrekking heeft op een bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is aan een bouwwerk als genoemd in het Besluit omgevingsrecht, artikel 2 en 3 van bijlage II. Deze verwijzing geldt niet voor de hoogtebepalingen in het Besluit omgevingsrecht, artikel 2 en 3 van bijlage II. 3. Het bevoegd gezag staat een geheel of gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport bedoeld in artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht toe, indien voor toepassing van artikel 3.5.2 bij het bevoegd gezag reeds bruikbare recente onderzoeksresultaten beschikbaar zijn. 4.

Het bevoegd gezag kan een gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht toestaan voor een bouwwerk met een beperkte instandhoudingstermijn, als bedoeld in artikel 2.23 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 5.16 van het Besluit omgevingsrecht, indien uit het in NEN 5725, uitgave 2009 +A1:2016 nl, bedoelde vooronderzoek naar het historisch gebruik en naar de bodemgesteldheid blijkt, dat de locatie onverdacht is dan wel de gerezen verdenkingen een volledig veldonderzoek volgens NEN 5740, uitgave 2009 +A1:2016 nl niet rechtvaardigen.

Nieuwe tekst Vervallen

5. Indien het bouwen pas kan plaatsvinden nadat de aanwezige bouwwerken zijn gesloopt, dient het bodemonderzoek plaats te vinden nadat is gesloopt en voordat met de bouw wordt begonnen. Artikel 3.5.2 Verbod tot bouwen op verontreinigde bodem Bestaande tekst Nieuwe tekst 1. Op een bodem die zodanig is verontreinigd Vervallen dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers, mag niet worden gebouwd voorzover dat bouwen betrekking heeft op een bouwwerk: a. waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven; b. voor het bouwen waarvan een reguliere bouwvergunning is vereist; en c. 1 dat de grond raakt, of 2. waarvan het bestaande, nietwederrechtelijke gebruik niet wordt gehandhaafd.

Artikel 3.5.3 Voorwaarde omgevingsvergunning voor het bouwen Bestaande tekst Nieuwe tekst In afwijking van het bepaalde in artikel 3.5.2 Vervallen en onverminderd het bepaalde in artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht, kan het bevoegd gezag voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen, in het geval zij op grond van het in de Regeling omgevingsrecht aanvraag bouwvergunning bedoelde onderzoeksrapport en/of andere bij hen bekende onderzoeksresultaten dan wel op grond van het overeenkomstig het tweede lid van artikel 39 van de Wet bodembescherming goedgekeurde saneringsplan bedoeld in artikel 39, eerste lid, van die Wet van oordeel zijn, dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel maar door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt. Artikel 3.8.1 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen Bestaande tekst Nieuwe tekst 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de dat als zodanig in het omgevingsplan is beheersverordening, exploitatieplan of een bestemd of mede bestemd. voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd. 2. Het verbod geldt niet voor: a.

het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein; b. voor het plaatsen van een tentje, met maximale afmetingen van 3 x 3 meter, ten behoeve van het daadwerkelijk nachtvissen.

2. Het verbod geldt niet voor: a. het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein; b. voor het plaatsen van een tentje, met maximale afmetingen van 3 x 3 meter, ten behoeve van het daadwerkelijk nachtvissen.

3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

4. Onverminderd het bepaalde in artikel 9.1.7. kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van: a. natuur en landschap; of b. een stadsgezicht.

4. Onverminderd het bepaalde in artikel 9.1.7. kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van: a. natuur en landschap; of b. een stadsgezicht.

Artikel 5.1.4 Kampeermiddelen en andere voertuigen Bestaande tekst Nieuwe tekst 1. Het is verboden een voertuig dat voor 1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom op de weg te binnen de bebouwde kom op de weg te plaatsen of te hebben plaatsen of te hebben b. op een door het college aangewezen plaats b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. gemeente. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a.

2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de Provinciale landschapsverordening.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening.

Artikel 5.2.1 Winkelwagentjes Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1. Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt is verplicht deze: a. te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en b. terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf.

1. Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt is verplicht deze: a. te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en b. terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf.

2. Het is verboden: a. een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten. b. zich met een winkelwagentje buiten de onmiddellijke omgeving van de winkel waar men het wagentje in gebruik heeft genomen te begeven.

2. Het is verboden: a. een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten. b. zich met een winkelwagentje buiten de onmiddellijke omgeving van de winkel waar men het wagentje in gebruik heeft genomen te begeven.

3. Het eerste lid, aanhef en onder b is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

3. Het eerste lid, aanhef en onder b is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet.

Artikel 5.3.1 Ligplaats 2 vaartuigen

Bestaande tekst 1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats2 in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats2 voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water.

Nieuwe tekst 1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats2 in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats2 voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water.

2. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats2 met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.

2. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats2 met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.

3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Omgevingsverordening Zuid-Holland en de Vaarwegenverordening Zuid-Holland 2015.

3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door de het Besluit bouwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement.

4. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats2 in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente.

4. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats2 in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente.

5. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats2 op te volgen.

5. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats2 op te volgen.

Artikel 6.3.1 (omgevings-)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg Bestaande tekst Nieuwe tekst 1. Het is verboden zonder of in afwijking van 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde orgaan een een vergunning van het bevoegde orgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de activiteiten zijn verboden bij een

Vervallen

bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de provinciale wegenverordening het provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur.

2. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. 3. Het verbod is voorts niet van toepassing op Beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.

Artikel 6.3.3 voorzieningen voor verkeer en verlichting Bestaande tekst Nieuwe tekst 1. De rechthebbende op een bouwwerk is 1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk, voorwerpen, borden of dat bouwwerk, voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2. Het college maakt tevoren aan de rechthebbende op een bouwwerk zijn besluit bekend over te gaan tot het doen aanbrengen of wijzigen van een voorwerp of bord als bedoeld in het eerste lid.

2. Het college maakt tevoren aan de rechthebbende op een bouwwerk zijn besluit bekend over te gaan tot het doen aanbrengen of wijzigen van een voorwerp of bord als bedoeld in het eerste lid.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.

Artikel 7.2.2 Eis tot aansluiting aan de publieke voorziening voor verwarming Bestaande tekst Nieuwe tekst Indien in een deel van de gemeente een Vervallen publieke voorziening voor verwarming van bouwwerken, als bedoeld in artikel 6.10, lid 3 van het Bouwbesluit 2012 (warmtedistributienet), aanwezig is, moet een aldaar te bouwen bouwwerk zijn aangesloten op die publieke voorziening: a. indien het bouwwerk op ten hoogste 40 m afstand van de dichtstbijzijnde leiding van die publieke voorziening is gelegen; of b. indien het bouwwerk op grotere afstand is gelegen van de leiding van de publieke voorziening dan onder a bedoeld, maar de kosten van aansluiting voor het desbetreffende bouwwerk niet hoger zijn dan bij een afstand van 40 m.

Artikel 8.1.1 Voorwerpen op of aan de weg of openbare plaats Bestaande tekst Nieuwe tekst 1. Het is verboden zonder vergunning van het 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een openbare plaats bevoegde bestuursorgaan een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. publieke functie daarvan. 2. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Vervallen

3. Het verbod in het eerste lid geldt niet als voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. het beoogde gebruik niet van tevoren is gemeld aan het college; b. het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg; c. het beoogde gebruik gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; d. het beoogde gebruik een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; e. het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving, niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; f. binnen 7 werkdagen na ontvangst van het meldingsformulier geen tegenbericht is verzonden kan het gebruik van de weg zoals gemeld plaatsvinden; g. de melding is ingediend voor een locatie buiten de binnenstad; h. het college het beoogde gebruik naar aanleiding van een melding heeft verboden.

2. Het verbod in het eerste lid geldt niet als voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. het beoogde gebruik van tevoren is gemeld aan het college; b. het beoogde gebruik geen schade toebrengt aan de weg; c. het beoogde gebruik geen gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; d. het beoogde gebruik geen belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; e. het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving, voldoet aan redelijke eisen van welstand; f. binnen 7 werkdagen na ontvangst van het meldingsformulier geen tegenbericht is verzonden kan het gebruik van de weg zoals gemeld plaatsvinden; g. de melding is ingediend voor een locatie buiten de binnenstad; h. het college het beoogde gebruik naar aanleiding van een melding niet heeft verboden.

4 Het verbod in het eerste lid geldt voorts niet voor: a. evenementen als bedoeld in hoofdstuk 1; b. standplaatsen1, als bedoeld in hoofdstuk 1; c. terrassen bij openbare inrichtingen, als bedoeld in hoofdstuk 1; d. losse terrassen op door het college aangewezen weggedeelten; e. infrastructurele voorzieningen voor het opladen van accu’s van voertuigen met een elektromotor als hoofdmotor; f. nader door het college aan te wijzen voorwerpen.

3. Het verbod in het eerste lid geldt voorts niet voor: a. evenementen als bedoeld in hoofdstuk 1; b. standplaatsen1, als bedoeld in hoofdstuk 1; c. terrassen bij openbare inrichtingen, als bedoeld in hoofdstuk 1; d. losse terrassen op door het college aangewezen weggedeelten; e. infrastructurele voorzieningen voor het opladen van accu’s van voertuigen met een elektromotor als hoofdmotor; f. nader door het college aan te wijzen voorwerpen.

5. Het college kan nadere regels stellen voor de categorieën, bedoeld in het vierde lid, aanhef en onder a.

4. Het college kan nadere regels stellen voor de categorieën, bedoeld in het derde lid, aanhef en onder a.

6. Het is verboden zonder vergunning van het college een terras, als bedoeld in artikel 8.1.1, vierde lid, onder c. en d., te plaatsen, in stand te houden en/of te exploiteren, of te doen plaatsen te doen houden en/of te doen exploiteren.

5. Het is verboden zonder vergunning van het college een terras, als bedoeld in artikel 8.1.1, derde lid, onder c. en d., te plaatsen, in stand te houden en/of te exploiteren, of te doen plaatsen te doen houden en/of te doen exploiteren.

7. Het college kan een vergunning voor een terras, zoals bedoeld in het zesde lid, weigeren als: a. het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; b. het beoogde gebruik een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg of c. het beoogde gebruik afbreuk doet aan andere publieke functies van de weg, inclusief de bescherming van het uiterlijk aanzien daarvan.

6. Het college kan een vergunning voor een terras, zoals bedoeld in het vijfde lid, weigeren als: a. het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; b. het beoogde gebruik een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg of c. het beoogde gebruik afbreuk doet aan andere publieke functies van de weg, inclusief de bescherming van het uiterlijk aanzien daarvan.

8. Indien door verschillende aanvragers aanvragen worden ingediend voor een vergunning voor een terras op de Grote Markt op dezelfde plaats, en de vergunning of vergunningen kunnen niet op grond van het vierde lid worden geweigerd, zal het college door middel van een vergelijkende toets de vergunning verlenen. Er wordt getoetst op grond van de volgende criteria: de invloed van het terras op de aantrekkelijkheid van de stad voor inwoners, bezoekers en toeristen, en de bijdrage van de openbare inrichting dat het terras wil exploiteren op deze aantrekkelijkheid.

7. Indien door verschillende aanvragers aanvragen worden ingediend voor een vergunning voor een terras op de Grote Markt op dezelfde plaats, en de vergunning of vergunningen kunnen niet op grond van het zesde lid worden geweigerd, zal het college door middel van een vergelijkende toets de vergunning verlenen. Er wordt getoetst op grond van de volgende criteria: de invloed van het terras op de aantrekkelijkheid van de stad voor inwoners, bezoekers en toeristen, en de bijdrage van de openbare inrichting dat het terras wil exploiteren op deze aantrekkelijkheid.

9. Hierbij wordt rekening gehouden met de soort horeca, de openingstijden van de openbare inrichting, de ligging van het terras ten opzichte van de rond de Grote Markt gevestigde openbare inrichtingen en de grootte van de openbare inrichting ten opzichte van de oppervlakte van het terras. 9. Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet Beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet, Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur.

8. Hierbij wordt rekening gehouden met de soort horeca, de openingstijden van de openbare inrichting, de ligging van het terras ten opzichte van de rond de Grote Markt gevestigde openbare inrichtingen en de grootte van de openbare inrichting ten opzichte van de oppervlakte van het terras.

9. Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor beperkingengebiedenactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet Beheer

rijkswaterstaatswerken of artikel 5 van de Wegenverkeerswet.

Artikel 8.2.2 Voorwerpen op, in of boven openbaar water Bestaande tekst Nieuwe tekst 1. Het is verboden een voorwerp, niet zijnde 1. Het is verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als dit door zijn omvang of vormgeving, dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. onderhoud van het openbaar water. 2. Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college.

2. Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college.

3. De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp.

3. De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp.

4. Van de melding wordt kennis gegeven.

4. Van de melding wordt kennis gegeven.

5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterwet, de omgevingsverordening Zuid-Holland of het bepaalde bij of krachtens de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur.

5. Het verbod is niet van toepassing op Beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, of het bepaalde bij of krachtens de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur.

Artikel 9.1.2 beslistermijn Bestaande tekst 1. Het college beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

Nieuwe tekst 1. Het college beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen.

2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen.

3. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een ontheffing als

3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.

bedoeld in artikel 8.1.1, tweede lid, of een vergunning als bedoeld in artikel 6.3.1, tweede lid, aanhef en onder a, of artikel 3.7.2.

9.1.3 Voorschriften en beperkingen Bestaande tekst 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is verstrekt.

Nieuwe tekst 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is verstrekt. 2. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag omgevingsvergunning.

9.1.4. Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing Bestaande tekst Nieuwe tekst De vergunning of ontheffing is persoonlijk, 1. De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. is bepaald. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. 9.1.5 Intrekken of wijzigen van vergunning of ontheffing Bestaande tekst Nieuwe tekst De vergunning of ontheffing kan worden 1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: ingetrokken of gewijzigd: a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is waarvan de vergunning of ontheffing is verstrekt; verstrekt; c. indien de aan de vergunning of ontheffing c.

indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; zijn of worden nagekomen; d. indien van de vergunning of ontheffing geen d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of een redelijke termijn; of e. indien de houder dit verzoekt. e. indien de houder dit verzoekt. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=9e7ef9b1-7cd4-4fbb-9c68-beac294535ec