20230824 Concept Verslag Parallelsessie I&O Omgevingsvisie
Tekst van het document
Parallelsessie Informatie en Ontmoeting 24 augustus 2023 Omgevingsvisie Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Griffie: Fracties: Portefeuillehouder: Ambtelijk: Notulen:
de heer I. Tekir mevrouw E. van Bekhoven Stadsbelang-Democraten Gorinchem-CDA-PvdA-VVD-D66-SPChristenUnie/SGP-Gorcum Actief de heer F. Polatli mevrouw C. Meijer notulistenbureau Leeuwenburgh-Vendrig
Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Omgevingsvisie Op 26 juli 2023 heeft het college de ontwerp Omgevingsvisie vastgesteld (behoudens nog enkele wijzigingen onder mandaat van wethouder Polatli). Om bewoners, bedrijven en overlegpartners de gelegenheid te geven op dit ontwerp te reageren heeft het college besloten de ontwerp Omgevingsvisie vrij te geven voor het indienen van zienswijzen. Op 24 augustus wordt als start van de ter inzagelegging een uitgebreide I&O bijeenkomst georganiseerd voor de gemeenteraad en bij de ontwerp Omgevingsvisie betrokken stakeholders. Tijdens de bijeenkomst worden de gemeenteraad en de betrokken stakeholders over de ontwerp Omgevingsvisie geïnformeerd en hebben zij de gelegenheid hierop te reageren en een zienswijze formulier in te dienen. De presentatie zal op hoofdlijnen ingaan op de inhoud van de omgevingsvisie, waaronder de context, invulling en de invloed op bestaande wijken en transformatielocaties. Deze presentatie is grotendeels al eerder gegeven aan de raad (19 mei 2022), en is nu geactualiseerd naar de laatste versie van de Omgevingsvisie. De voorzitter geeft aan dat alle aanwezigen na deze sessie in de centrale hal gelegenheid krijgen om vragen te stellen en zienswijzen te geven. Wethouder Polatli heet de raadsleden, stakeholders, bewoners, ondernemers, stichtingen en verenigingen welkom.
De Omgevingsvisie Gorinchem 2050 (Stad in Balans) wordt zo dadelijk gepresenteerd. Inwoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen, regio en gemeente hebben input geleverd en daar is een visie voor de stad van gemaakt. De visie, opgaven en ambities uit GO2032 zijn overgenomen en vertaald naar ruimtelijke gevolgen richting 2050. De Omgevingsvisie laat zien hoe de gemeente zich wil inzetten om het beste te creëren voor de stad en de regio en gericht op het optimaal benutten van elke vierkante meter. De verschillende aspecten van de leefomgeving zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Niet alleen de fysieke aspecten, maar ook de zachte kant die bijdraagt aan de leefbaarheid en de sociale cohesie wordt belicht. Niemand wordt uitgesloten, iedereen moet kunnen meedoen. De visie strekt zich uit tot 2050, onze kleinkinderen en misschien zelfs de kinderen van onze kleinkinderen moeten de positieve effecten van de beslissingen die worden genomen kunnen ervaren. Een toekomstbestendige stad waar ook toekomstige generaties met plezier wonen, werken, recreëren en rusten. Wanneer inwoners, ondernemers, organisaties of de gemeente met nieuwe plannen aan de slag gaan wordt getoetst of deze plannen passen bij de Omgevingsvisie en bijdragen aan de ambities van de stad. Tijdens de terinzagelegging kan iedereen een zienswijze indienen. Na 6 weken volgt de inspraaknota. Indien de
Parallelsessie I&O Omgevingsvisie, 24 augustus 2023
inspraakreacties daartoe aanleiding geven wordt de voorontwerp Omgevingsvisie aangepast. De definitieve Omgevingsvisie en de inspraaknota worden in het vierde kwartaal 2023 ter besluitvorming voorgelegd. Vervolgens wordt op basis hiervan doorgewerkt aan de doorontwikkeling van de instrumenten van de Omgevingswet die zal ingaan op 1 januari 2024. In de presentatie wordt op hoofdlijnen ingegaan op de inhoud van de Omgevingsvisie waaronder ook de context, invulling en invloed op de bestaande wijken en de transformatielocaties. Afsluitend spreekt hij zijn dank uit, hij is trots op het werk dat is verzet door de ambtelijke organisatie. De voorzitter reageert naar aanleiding van een vraag op de publieke tribune dat er straks gelegenheid wordt geboden om na het plenaire deel vragen te stellen in de centrale hal. De heer Van der Meijden vraagt of hij het goed begrijpt dat er op dit moment geen gelegenheid wordt geboden om vragen te stellen zodat iedereen daar kennis van kan nemen. De voorzitter antwoordt dat dit inderdaad het geval is. Alle vragen worden naderhand schriftelijk voorgelegd aan de raad. De heer Van Willigen zou het op prijs stellen als het publiek in de gelegenheid gesteld wordt om plenair vragen te stellen zodat iedereen meteen op de hoogte is.
De voorzitter vervolgt dat de raad na de presentatie gelegenheid krijgt om vragen te stellen, tegelijkertijd zou ook ruimte voor technische vragen van de publieke tribune geboden kunnen worden als daar breed behoefte aan is. Zienswijzen kunnen vervolgens in de hal ingediend worden. Hij constateert dat de raad instemt met deze werkwijze. Mevrouw Meijer verzorgt een presentatie. Op allerlei gebieden is beleid gemaakt dat uiteindelijk landt in bestemmingsplannen of verordeningen. Vanaf 1 januari wordt dit samengevoegd in de Omgevingswet met een Omgevingsvisie waarin het beleid en de ambities op de fysieke leefomgeving worden samengebracht. Onder de Omgevingsvisie hangen omgevingsprogramma’s met een verdere uitwerking van gebieden of wijken met vervolgens het omgevingsplan (nu bestemmingsplan). Omgevingsvergunningen worden getoetst aan het omgevingsplan. Zij wijst in dit kader op het collegeprogramma, de raadsagenda, nieuwe ontwikkelingen en projecten en de reguliere dienstverlening waar straks het stedelijk programmeren overheen wordt gelegd. Bekeken wordt waar prioriteit aan gegeven moet worden gezien de beschikbare capaciteit en middelen. De Omgevingsvisie wordt voor 1 januari voorgelegd aan college en raad. Daarna wordt gewerkt aan de gebiedspaspoorten.
Het Omgevingsplan treedt eveneens op 1 januari in werking met een overgangstermijn tot 2032 waarbij alle huidige bestemmingsplannen omgezet kunnen worden in het format van de Omgevingswet. De heer Van der Meijden verzoekt om nadere toelichting met betrekking tot gebiedspaspoort. Mevrouw Nijenhuis licht toe dat het gebiedspaspoort de vervolgstap van de Omgevingsvisie is. In de Omgevingsvisie worden allerlei doelstellingen, speerpunten en ambities op hoofdlijnen benoemd waar in de komende jaren naartoe gegroeid wordt. In het gebiedspaspoort wordt per deelgebied bekeken of er vooral dingen worden gezien die elkaar versterken en samen kunnen optrekken of dat er keuzes gemaakt moeten worden. Deze keuzes worden gebiedsgericht gemaakt waarna de Omgevingsvisie geactualiseerd wordt en de doorwerking naar regels in het Omgevingsplan verder uitgewerkt wordt. In het najaar volgt het transitieplan waarin per stap uitgelegd wordt hoe het gemeente brede omgevingsplan wordt opgezet. Mevrouw Meijer vervolgt haar presentatie. De Omgevingsvisie geeft ook antwoord op de wat-vraag (wat wordt nagestreefd) maar geeft geen antwoord op de hoe-vraag voor de
Parallelsessie I&O Omgevingsvisie, 24 augustus 2023
komende 20 tot 30 jaar. Het geeft richting aan de groei van de stad, kan helpen om de ambities van de stad te versnellen en biedt ruimte aan initiatieven die passen binnen de verwoorde ambities. Zij gaat nader in op de opbouw van het document. Gekeken is wat er landelijk, in de omgeving en soms wereldwijd gebeurt en wat dit betekent voor de Omgevingsvisie. Met veel partijen is formeel en informeel overleg gevoerd. Zij noemt de grote opgaven: klimaatadaptatie, biodiversiteit, energietransitie, woningtekort, gezondheid van inwoners, gezonde economie en digitalisering waarbij naar de betekenis voor Gorinchem is gekeken. Voorzieningen op peil houden, ruimte maken voor bedrijvigheid, de huidige bedrijvigheid behouden, plaats voor kenniseconomie, circulaire en duurzame economie, klimaatadaptatie (verstening tegengaan, minder hittestress, minder wateroverlast), gezonder en groener, de stad bereikbaar houden, goede sociale verbinding, veerkrachtige woonwijken en bedrijventerreinen. De heer Van Willigen verwijst naar de pagina’s 13 en verder (wat gaan wij doen) waar politiekinhoudelijke beslispunten worden genoemd bindend voor het beleid vanuit de stad waarbij hij veronderstelt dat deze wat discussie zouden kunnen opleveren. Hij vraagt of deze uitspraken bindend zijn als de visie wordt aangenomen.
Mevrouw Nijenhuis antwoordt dat de Omgevingsvisie alleen bindend is voor het orgaan dat hem vaststelt, in dit geval de raad en dus de gemeente. Bij de vaststelling van beleid wordt de Omgevingsvisie als uitgangpunt gebruikt. De Omgevingsvisie is grotendeels gebaseerd op bestaand beleid gecombineerd met het collegeprogramma, de raadsagenda en speerpunten en doelen die door betrokkenen zijn aangedragen. Voor de inwoners en de ondernemers is straks het omgevingsplan bindend. De heer Van Willigen vreest dat dit een uitgebreide discussie gaat opleveren. De heer Van der Meijden begrijpt dat er in de gebiedspaspoorten en onderliggende plannen ruimte is om keuzes te maken. Het is een bindend document, maar daarbinnen is nog allerlei keuzevrijheid. Hij vraagt voor wie deze keuzevrijheid is en welke beleidsvrijheid de raad nog heeft. Mevrouw Nijenhuis antwoordt dat in de Omgevingsvisie de doelstellingen zijn opgenomen waar de gemeente aan wil bijdragen. Bij ideeën en plannen wordt beoordeeld of iets in de context van de Omgevingsvisie wenselijk is of niet. Op dit moment is het nog op hoofdlijnen, de raad kan desgewenst stevigere kaders maken waarbinnen het college programma’s mag uitvoeren. Zaken die moeten worden vertaald naar juridisch bindende regels in het Omgevingsplan komen richting de raad.
De heer Van Willigen merkt op dat de Omgevingsvisie tot aan 2050 zwaar richtinggevend is en vraagt hoe de wethouder de punten onder ‘wat gaan wij doen’ aan de orde stelt omdat er zaken zijn opgenomen die wellicht door het huidige college worden gewenst, maar voor een volgend college ingewikkeld zouden kunnen zijn. Wethouder Polatli reageert dat de beoordeling en de ruimtelijke plannen meer op het Gorinchemse toegepast zijn waardoor hij denkt dat het niet lastiger wordt voor een volgend college. De voorzitter stelt voor om deze discussie te voeren in de B&A sessie op 7 december. Mevrouw Meijer vervolgt haar presentatie. De ambities van GO2032 zijn overgenomen in de Omgevingsvisie en ruimtelijk vertaald. Zij gaat nader in op gezonde groei. Groei om de kwaliteit van de voorzieningen op peil te houden en binnenstedelijk te kunnen ontwikkelen. Ontbrekende schakels toevoegen en aanhaken op OV-verbindingen. Een mix van wonen, werken en voorzieningen in de wijken, bestaande woonwijken verduurzamen en verder brengen richting de toekomst. Gezonde inwoners heeft een nauwe relatie met
Parallelsessie I&O Omgevingsvisie, 24 augustus 2023
ruimtegebruik en bewegen. Ruim baan geven aan lopen, fietsen en openbaar vervoer. Delen van de stad autoluwer, vergroenen, ruimte voor bewegen in de openbare ruimte. In 2050 heeft Gorinchem een aantrekkelijke groene omgeving en zijn de wijken vitaal en in balans. De heer Van Veen vraagt of het begrip stadsgrenzen gedefinieerd kan worden. Dalem ligt binnen de gemeentegrenzen, hij doelt in het bijzonder op het terrein van GJS. Mevrouw Meijer antwoordt dat de Omgevingsvisie ziet op alles binnen de gemeentegrenzen met daarin een aantal transformatielocaties waarin Dalem niet is opgenomen. In de Omgevingsvisie wordt niet aangegeven waar gebouwd wordt. Groene stad; als de bereikbaarheid voor langzaam verkeer op orde is, ontstaat ruimte voor vergroening in nu redelijk versteende wijken (zoals de binnenstad). De huidige groene aders worden meer verbonden. De stadsranden zijn een voorpost voor de landelijke omgeving buiten Gorinchem. Het ecologisch netwerk is op orde, de stad is klimaatproof. De gemeente kan deze ambities niet alleen invullen, het gaat om een gezamenlijk streven. Ontwikkelingen moeten plaatsvinden binnen de ruimtelijke hoofdlijnen. Deze zijn voor alle partijen gelijk. Het toekomstbeeld 2050 is vertaald naar een aantal thema’s (wonen, werken, water, regiofunctie).
Wonen; hogere stedelijkheid transformatielocaties, ruimte voor de fiets, het toevoegen van 2.000 woningen in de vleugels. Werken; het behouden van de huidige werkgelegenheid, toevoegen van nieuwe soorten bedrijvigheid, samenwerking werken en onderwijs, toevoegen van energielandschappen, toevoegen gemengde gebieden met bedrijvigheid en wonen. Water; recreëren, ontmoeten, sporten langs het water, het realiseren van bruggen ten behoeve van de mobiliteit. Regio; de regiofunctie behouden en versterken, bereikbaar zijn via openbaar vervoer, overstap op verschillende vervoerswijzen aan de rand van de stad, recreatievoorzieningen behouden en versterken. Voor de bestaande stad gaat het vooral over verduurzaming, klimaatadaptatie, voldoende basisvoorzieningen, ontmoetingsplekken en wijkspecifieke zaken. Bij de transformatielocaties is gekeken wat deze moeten toevoegen aan de stad (vleugels van de stad, binnenstad en Gorinchem Noord). Zij licht vervolgens Linge oevers, Schelluinsestraat en stationsgebied, de binnenstad en Gorinchem Noord nader toe. In het mengpaneel wordt aangegeven in hoeverre de functies terugkomen in de gebieden. Afsluitend schetst zij de route van vaststelling. De Omgevingsvisie wordt met de zienswijzen en de nota van antwoorden ter besluitvorming voorgelegd via een I&O en B&A sessie in december.
De looptijd is tot 2050, maar de Omgevingsvisie zal tussentijds een aantal keren geactualiseerd worden omdat de wereld aan verandering onderhevig blijft. De voorzitter biedt de aanwezigen op de publieke tribune gelegenheid om vragen te stellen. De heer Groothedde (Ondernemers Netwerk) informeert naar de ruimte om initiatieven van ondernemers tot ontwikkeling te kunnen laten komen. Mevrouw Nijenhuis antwoordt dat de Omgevingsvisie een set van kaders biedt waarmee bepaald wordt of een ontwikkeling wenselijk is. Als een plan niet binnen het huidige bestemmingsplan (straks omgevingsplan) past dan wordt de Omgevingsvisie als afwegingskader gebruikt. Een omgevingsvergunning (en in sommige gevallen een wijziging van het omgevingsplan) blijft noodzakelijk, maar als een initiatief binnen de Omgevingsvisie past mag er vanuit gegaan worden dat de gemeente hier positief tegenover staat en meedenkt. De heer Groothedde denkt dat het mogelijk moet zijn om een gedragslijn aan te geven, kijken op welke manier iets wel kan, niet alleen maar kijken hoe iets niet kan.
Parallelsessie I&O Omgevingsvisie, 24 augustus 2023
De heer De Man (inwoner) hoort behouden van voorzieningen, uitbreiden infrastructurele zaken, koppelen aan de infrastructuur van de regio. Het toevoegen van 2.000 woningen houdt in 80 woningen per jaar. Hij is van mening dat dit niet voldoet aan de vraag, Gorinchem kan wat ambitieuzer zijn, en informeert of dit een bewuste keuze is. Wethouder Polatli antwoordt dat er in een rap tempo veel woningen bij moeten komen, de grenzen zijn bekend, maar niet alles kan volgebouwd worden. Het optimaal gebruiken van vierkante meters houdt ook in voldoende groen, speelruimte en water in de wijken. De heer De Man vindt het belangrijk om nu al na te denken over buiten de stadsgrenzen. Wethouder Polatli vervolgt dat het een landelijke opgave betreft, ook de buurgemeenten zullen tot aan hun grenzen bouwen. Het doel is 2.000 woningen toevoegen. De heer Terbrugge (inwoner) refereert aan de transformatielocaties en denkt dat het gaat om een transformatievisie tot 2050 voor de hele stad. Hij heeft moeite met de focus op de vier genoemde locaties. Wethouder Polatli reageert dat dit de vier locaties zijn waar mogelijkheden worden gezien om snel woningbouw te kunnen realiseren. Mevrouw Nijenhuis vult aan dat het aantal van 2.000 woningen specifiek over de transformatiegebieden gaat, de huidige bedrijvenlocaties langs het water en het spoor die naar gemengde woonwerkomgevingen getransformeerd worden.
Ook in bestaande wijken is sprake van sloop/nieuwbouw. Voorzieningen die niet meer gebruikt worden, worden omgezet naar woningen. De heer Van Willigen merkt op dat de discussie politiek neigt te worden. De visie reikt tot 2050 en daarom moeten sommige dingen niet benoemd worden. De heer Van de Molengraaf (inwoner) vindt het mooie ambities, maar het ontbreken van financiële middelen zorgt er vaak voor dat de ambities niet waargemaakt worden. Sommige ambities kunnen elkaar bijten. Hij vraagt in hoeverre er prioriteiten gesteld worden en welke thema’s voor andere thema’s gaan. Mevrouw Meijer antwoordt dat wanneer de ambities, middelen en capaciteit bekend zijn bekeken wordt wat in welke volgorde uitgevoerd gaat worden, wat kan gekoppeld worden en samen oplopen binnen de kaders. De heer De Boon (Gorinchem Natuurlijk Groen/Wijkbelang Lingewijk) hoort economisch groeien, meer woningen, meer leefbaarheid, meer groen, biodiversiteit, klimaatadaptatie. Dit alles staat op gespannen voet. Hij hoort veel verschillende meningen. Gorinchem is gelegen op een klein oppervlak, 80 woningen per jaar is best veel. Hij informeert of leefbaarheid en milieu van ondergeschikt belang zijn gezien de wens om te groeien. Groen dient bij alles meegenomen te worden. De voorzitter veronderstelt dat deze oproep duidelijk is.
De heer Ouwerkerk (Werkgroep Vesting Gorinchem/Historische Vereniging) vindt het een mooie visie, maar mist aandacht voor de omgang met het erfgoed. Het college is voornemens om erfgoedbeleid op te stellen. Hij zou graag een koppeling zien van de beleving van het erfgoed met de Omgevingsvisie. Wethouder Polatli vindt dit een waardevolle opmerking en stelt voor om een zienswijze in te dienen.
Parallelsessie I&O Omgevingsvisie, 24 augustus 2023
De heer De Groot (inwoner binnenstad) begrijpt dat er met fietsers meer rekening gehouden gaat worden en pleit voor een breed fietspad rondom de stad met een brug over het Kanaal van Steenenhoek als verbinding naar Brabant. De voorzitter nodigt uit om ook dit als zienswijze in te brengen. De heer Van Willigen verwijst naar het kaartje op dia 27, sport wordt beperkt tot voetbal, erfgoed wordt totaal niet opgenomen. Hij stelt voor om een representatief kaartje met de aanwezige kwaliteiten van Gorinchem in de Omgevingsvisie op te nemen. Wethouder Polatli reageert dat het vanavond niet de eerste I&O over de Omgevingsvisie is. De heer Van Willigen benadrukt dat wanneer in de mobiliteitsvisie een kaartje wordt gepresenteerd dit representatief dient te zijn. Omdat het enkel om voetbal gaat neigt dat naar politiek sturen en daarom maakte hij deze opmerking en vraagt hij vervolgens waarom andere mooie zaken niet zijn opgenomen. Wethouder Polatli verduidelijkt dat hij werd getriggerd door de woorden zielig stadje; dat is Gorinchem niet. De heer Van der Meijden informeert welke nieuwe elementen en keuzes zijn opgenomen in de Omgevingsvisie en wat continuering van het huidige beleid is. Hij verzoekt de verdeling van de bevoegdheden en verantwoordelijkheden bij de Omgevingsvisie, het omgevingsplan en gebiedspaspoorten van raad en college schriftelijk te duiden.
Hij informeert naar het gehanteerde afwegingskader van de opgenomen doelen en ambities bij de invulling van het gebied. De wethouder geeft aan dat 80 woningen per jaar op zich geen doel is. Hij verzoekt om nadere duiding. Mevrouw Nijenhuis zegt schriftelijke beantwoording toe aangaande de oude en nieuwe aspecten. Aangaande de bevoegdheden en verantwoordelijkheden wijst zij op het aangenomen delegatiebesluit. In het transitieplan worden de stappen van opbouw van het omgevingsplan gemeente breed opgenomen waarbij wordt gerefereerd aan de gemaakte keuzes. Mevrouw Van Oversteeg wijst op stedelijk programmeren, gebiedspaspoorten en dergelijke en vraagt op welke wijze de bevoegdheden van de raad hierbij spelen en wanneer dit verwacht mag worden. Mevrouw Nijenhuis vervolgt dat stedelijk programmeren is opgenomen in het collegeprogramma en daaraan moet voor het einde van het jaar vormgegeven worden. De raad wordt hierin meegenomen in een I&O sessie op 14 december. De projectopdracht voor de gebiedspaspoorten wordt voorbereid, de raad wordt hier te zijner tijd over geïnformeerd. In het geval deze processen leiden tot een wijziging van de Omgevingsvisie of het omgevingsplan dan is de raad opnieuw aan zet. Het besluit over de projectopdracht is aan het college.
De heer Van der Meijden ziet dat het omgevingsplan is gedelegeerd aan het college en vraagt of in het geval de Omgevingsvisie wordt vastgesteld dit vervolgens betekent dat het een collegebevoegdheid is om binnen de Omgevingsvisie de onderliggende deelproducten vast te stellen zonder dat de raad daar een besluit over neemt. Mevrouw Nijenhuis antwoordt dat een aantal initiatieven bij het college neergelegd wordt die onder de Wro ook aan het college zijn. Zij veronderstelt dat de raad geen lijst wenst met vergunningaanvragen voor dakkapellen, schuren en dergelijke zaken. Het omgevingsplan is een instrument van de raad. Als een onderdeel hiervan uitgewerkt wordt, is het aan de raad om daar wat van te vinden en dit uiteindelijk vast te stellen.
Parallelsessie I&O Omgevingsvisie, 24 augustus 2023
Omdat de Omgevingsvisie breed is, is het afwegingskader ruim. Per initiatief wordt bepaald wat het meest belangrijk is. Voorts is het van belang of het de Binnenstad, een wijk of een transformatiegebied betreft. De gebiedspaspoorten worden per deelgebied concreter gemaakt en dit zal uiteindelijk tot een actualisatie van de Omgevingsvisie leiden. Aangaande wonen antwoordt zij dat er wordt gebouwd naar behoefte. Het aantal van 2.000 woningen richt zich op de transformatiegebieden, maar ook in de bestaande woonwijken blijft ruimte voor nieuwe initiatieven voor woningen op een passende plaats. Dit kan ook betekenen dat oudere delen van een wijk in de toekomst geherstructureerd worden. Hiervoor zijn nog geen concrete plannen. Mevrouw Van Oversteeg merkt op dat op een aantal punten en plekken de ambities zullen gaan knellen. Zij is enthousiast over het plan rondom stedelijk programmeren, waardeert het dat de raad hier iets van mag vinden en vraagt om aandacht voor de uiteindelijke belangenafweging. De Omgevingsvisie is de basis als het gaat om bovenwijkse voorzieningen, ook voor de transformatielocaties zijn voorzieningen nodig. De regels en grondslagen hiervoor worden nader uitgewerkt in het omgevingsplan. Zij informeert wat er tot die tijd gebeurt en wanneer de raad dit mag verwachten.
Mevrouw Meijer antwoordt dat de grondslag in de Omgevingsvisie is neergelegd om het vervolgens daarmee in het omgevingsplan neer te leggen. De bestemmingsplannen gaan straks van rechtswege over in het omgevingsplan en worden omgezet naar het nieuwe model waardoor de kosten geborgd blijven. Wethouder Polatli vult aan dat de hoe-vraag vooral in de facetten zit van de gebiedspaspoorten die nog volgen. De heer De Jong zou graag willen vastleggen hoe vaak en wanneer de Omgevingsvisie periodiek geijkt wordt omdat het om een lange periode gaat. Hij vraagt welke leerpunten zijn gehaald uit GO2032 gezien de kritiek die volgde vanuit de stad dat er weinig werd gedaan met hetgeen dat toen werd aangedragen. De wethouder gaf aan dat iedereen moet kunnen meedoen. Hij mist de sociale cohesie en informeert hoe dit vorm krijgt. Wethouder Polatli herhaalt dat hij in de inleiding al heeft aangegeven dat GO2032 is meegenomen. Ambtelijk is aangegeven dat er een herijking volgt wanneer dit nodig is. Deze suggestie wordt meegenomen in het raadsvoorstel. De sociale cohesie en leefbaarheid worden genoemd omdat het één niet zonder het ander kan, maar de Omgevingsvisie gaat over de fysieke leefomgeving. De heer De Jong vervolgt dat het belangrijk is om te weten waar de prioriteiten liggen en wie de keuzes maakt.
Mevrouw Nijenhuis verduidelijkt dat de Omgevingsvisie bewust op hoofdlijnen is opgesteld om daarmee ruimte te creëren om afhankelijk van het type initiatief een afweging te kunnen maken. Er wordt met een ja, mits systematiek gewerkt, beoordeeld wordt of iets passend is en vervolgens dient een procedure doorlopen te worden voor het aanvragen van een vergunning of een wijziging van het omgevingsplan. Mevrouw De Groot vraagt zich af of het opstellen van de visie een keuze is of iets wat iedere gemeente doet. Mevrouw Nijenhuis geeft aan dat een Omgevingsvisie een visie op hoofdlijnen is over de gehele fysieke leefomgeving met een hoog abstractieniveau met een doorkijk op de langere termijn. De visie is niet bedoeld om zaken concreet aan te geven, maar biedt de kaders waarbinnen initiatieven mogelijk zijn. Gemeenten, Provincies en Rijk hebben een Omgevingsvisie op hoofdlijnen.
Parallelsessie I&O Omgevingsvisie, 24 augustus 2023
De heer Van Houwelingen vraagt waarom er voor 2050 als ijkpunt is gekozen en informeert hoe vaak er tussentijds gemonitord wordt hoe de zaken ervoor staan. Mevrouw Nijenhuis antwoordt dat gemeenten verschillende eindtijden hanteren, regulier is dat het een Omgevingsvisie voor de komende 20 tot 30 jaar is. Omgevingsvisies gericht op 2040 zijn vaak al vastgesteld in de afgelopen jaren. 2050 is pragmatisch bezien de stip op de horizon die wordt benoemd. De Omgevingsvisie is de eerste stap in de beleidsvorming. Daarna volgt de uitwerking in de programma’s, regels en toetsing in het plan om vervolgens tot monitoring en evaluatie te komen. Dragen de programma’s en regels in het omgevingsplan bij aan het behalen van de doelstellingen zoals benoemd in de Omgevingsvisie. Is er iets extra’s nodig, is de wereld zodanig veranderd dat de doelen bijgesteld moeten worden. Hoe vaak dit moet gebeuren wordt nog afgesproken. Op basis van de gebiedspaspoorten en de onderdelen van het omgevingsplan wordt teruggekomen naar de raad om de Omgevingsvisie deels te actualiseren als dat nodig is. Het stuk dat in december wordt vastgesteld zal groeien en bijgeschaafd worden. De heer Van Willigen vult aan dat 2050 voortkomt uit GO2032 dat in 2018 werd afgerond omdat toen werd gedacht dat 35 jaar vooruitkijken een goed plan was. Wellicht dat er een Omgevingsvisie gericht op 2060 gemaakt moet worden.
De heer Van der Meijden leest in de het document dat als iets niet binnen het bestemmingsplan past er naar de Omgevingsvisie gekeken mag worden. Hij vraagt welke van de twee nu leidend is en wie volgt wie. Mevrouw Nijenhuis antwoordt dat uiteindelijk naar een situatie wordt toegewerkt waarin de Omgevingsvisie en het omgevingsplan hetzelfde zijn in zekere zin. In december wordt de Omgevingsvisie hopelijk vastgesteld waarna er vanaf 1 januari een omgevingsplan van rechtswege is. Dat zijn letterlijk de huidige bestemmingsplannen en verordeningen fysieke leefomgeving. In de komende jaren wordt dit omgezet naar het omgevingsplan nieuwe stijl waarbij de Omgevingsvisie leidend is. Als voorbeeld noemt zij de uitwerking van het parkeerbeleid, bijvoorbeeld het autoluw maken van de binnenstad. Tot 2032 zal er sprake van wat wisselwerking zijn. Doelstelling is dat het verschil tussen regels en visie zo snel mogelijk gedicht wordt. Mevrouw Van ’t Westende spreekt haar complimenten uit voor het document. Zij sluit zich aan bij de opmerkingen die zijn gemaakt over de monitoring en informeert naar het afwegingskader voor het definitieve document dat ter besluitvorming wordt voorgelegd; welke zienswijzen worden teruggezien, welke zienswijzen vallen af. Mevrouw Meijer antwoordt dat er geen vastgesteld afwegingskader is, alle zienswijzen worden door besproken, beantwoord en gedeeld met de raad.
Vervolgens wordt gekeken of het antwoord noopt tot een aanpassing van de Omgevingsvisie. De voorzitter biedt de aanwezigen op de publieke tribune gelegenheid om te reageren voordat het plenaire gedeelte wordt afgesloten. De heer Groothedde geeft aan dat Gorinchem niet op zichzelf staat, het is goed dat sociale cohesie tussen de verschillende belanghebbenden aan de orde komt. Gorinchem wil iets betekenen voor haar omgeving en daarom is het belangrijk om te weten welke behoeften de omgeving heeft. Hij informeert naar de interactie die is geweest en vraagt hoe deze verbinding wordt gelegd. Wethouder Polatli antwoordt dat 250 personen betrokken zijn inclusief de betrokkenen van GO2032.
Parallelsessie I&O Omgevingsvisie, 24 augustus 2023
De heer Groothedde doelde voornamelijk op buiten Gorinchem; Vijfheerenlanden, Molenlanden, Hardinxveld, hoe wordt men weer vriendjes met Gorinchem. Dit moet een continu proces zijn zodat er ruimte is voor onderlinge betrokkenheid. Wethouder Polatli vervolgt dat er allerlei overleggen zijn in de regio, het beeld dat nu van Gorinchem wordt geschetst, is er al lang niet meer. De voorzitter nodigt de aanwezigen om het gesprek in de centrale hal te voeren en eventueel een zienswijze aan te leveren. Mevrouw Meijer vult aan dat er zienswijzenformulieren beschikbaar zijn die vanavond ingevuld kunnen worden, dit hoeft niet perse vanavond, maar kan ook nog in de komende 6 weken. Sluiting De voorzitter geeft aan dat toegezegd is dat de nieuwe aspecten van de Omgevingsvisie schriftelijk toegelicht zullen worden. Hij meldt dat de volgende I&O sessie volgt op 23 november. Op 7 december vindt een B&A sessie plaats. In de raadsvergadering van 19 december wordt de Omgevingsvisie ter besluitvorming voorgelegd. Hij bedankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit het plenaire deel van de bijeenkomst.
Parallelsessie I&O Omgevingsvisie, 24 augustus 2023