20230703 Concept verslag raadsvergadering
Tekst van het document
Nr. 6a
Zitting van maandag 3 juli 2023 (voortzetting van 29 juni 2023) Voorzitter: mevrouw R.W.J. Melissant-Briene, burgemeester. Aanwezig zijn de leden: mevrouw A. Alba Heijdenrijk, de heren B.C.S. Bahlmann, A. Boutachkourt, D.R.E. van Gammeren en J.P. van der Geest, de dames P. de Groot en E.W.H. Hamann, de heren A.C. van Houwelingen, J. Klein, A. Koçak en A. Krol, de dames W. Loderus en G. Metz, de heer J.C. Oostrum, mevrouw J. van Oversteeg, de heer M. de Pagter, mevrouw L.P.W. Pellikaan, de heren N. van Santen en P.C.J. Schefferlie, mevrouw D. Stevens, de heren I. Tekir en D. van Veen, mevrouw T. van ’t Westende-de Bijl en de heer C. van Willigen. Griffier: de heer H. Sepers. Tevens aanwezig de heer M. de Boer, de dames E.L. Dansen, A. Mager en M.J. Molengraaf en de heer F. Polatli (wethouders), alsmede mevrouw H. Kromkamp (gemeentesecretaris). Afwezig met kennisgeving de heer M.C. Houtepen.
* 7.e Rekenkamerrapport Huiselijk geweld en kindermishandeling (2023-863561).......................................................1 8. Overzicht begrotingswijzigingen juni 2023 (2023-868265) ....................................................................................16 9. Eventuele moties vreemd aan de orde van de dag....................................................................................................16 10. Sluiting ...................................................................................................................................................................16
De voorzitter: Goedenavond dames en heren. Het is vandaag 3 juli en ik heropen de vergadering (18.30 uur). Op 29 juni hebben we ook bijeen gezeten en toen hebben we het grootste gedeelte van de agenda behandeld, maar niet helemaal. We hebben die avond besloten dat we vanavond in ieder geval het rekenkamerrapport gaan behandelen inzake huiselijk geweld en kindermishandeling. Daarom zitten we op dit bijzondere tijdstip van half zeven bijeen. Daarna stellen we de begrotingswijzigingen vast van juni 2022 en dan sluiten we de vergadering. Even voor alle duidelijkheid: het onderwerp fietsveiligheid zal, zoals we afgelopen donderdag hebben besloten, in september worden behandeld. Ook vanavond is de heer Houtepen van de VVD met kennisgeving afwezig. Mevrouw Van Oversteeg komt iets later, verneem ik, en ik neem aan dat dat ook geldt voor mevrouw Pellikaan en de heer Tekir. 7.e Rekenkamerrapport Huiselijk geweld en kindermishandeling (2023-863561)
De voorzitter: Dames en heren. Het voorstel is tijdens de B&A van 8 juni jl. als bespreekstuk aangemerkt en de fractie van D66 heeft toen een motie aangekondigd. Ik geef allereerst mevrouw Alba Heijdenrijk van die fractie het woord. F-1
Mevrouw Alba Heijdenrijk: Dank u, voorzitter. De heer Tekir heeft overigens zojuist laten weten dat hij vijf minuten later komt. It takes a village to raise a child. Het is een origineel Afrikaans gezegde en vrij vertaald betekent het dat een gemeenschap medeverantwoordelijk is voor het veilig en gezond opgroeien van kinderen, de school, de familie, u en ik. Die taak is niet verder gedefinieerd, er is niet direct een functieprofiel voorhanden, niet voor die gemeenschap en niet voor ouders. Kort gezegd: we doen maar wat. Maar wat als dat wat we doen niet afdoende blijkt na onderzoek? Als je als kind opgroeit in een veilige omgeving, kan het meehelpen in je ontwikkeling. Dit hoeft niet, hoe tegenstrijdig het ook klinkt. Een kind uit een, zoals we dat noemen, veilig nest kan alsnog aan de drank gaan, verkeerde vrienden treffen gewoon verkeerd terechtkomen. Helaas. Maar van een kind dat geen veilige basis heeft weten we dat het grotere kans loopt om in zijn of haar latere leven vast te lopen, in het onderwijs, in werk, in relaties, maar veelal vooral ook met zichzelf. Waar we het kind als ‘de toekomst’ zien, ziet dit kind zijn of haar toekomst soms zwaar tegemoet. Het creëren van een honderd procent veilige, stabiele, liefdevolle thuissituatie is helaas een utopie, maar je moet er ons inziens alles voor willen doen om misschien voor dat ene kind de situatie te veranderen.
Het onderzoek van de rekenkamer leerde ons een hoop. Helaas, en ergens misschien ook maar goed ook, laat het onderzoek zien dat wij falen op een aantal cruciale punten. Maar op het moment dat we willen kijken naar hoe we dit kunnen ondervangen, worden we met het spreekwoordelijke kluitje het riet ingestuurd. Volgens de verantwoordelijk wethouder werkt de overheid niet mee, de gemeenschappelijke regelingen van DG&J niet, en heeft het vorige college dingen laten liggen. Dat zal zeker zo zijn, maar heeft een kind in nood, een gezin in nood, daar enige boodschap aan? Vooropgesteld: deze thema’s zijn moeilijk, lijken op sommige punten zelfs onmogelijk en het taboe op geweld en mishandeling in het gezin is torenhoog. Juist daarom zijn wij van mening dat je aan de bak moet, om inzicht te krijgen welke wachtlijsten er zijn, welke knelpunten en welke doelen als eerste gehaald dienen te worden. Een wethouder die deze doelen vooral in een hervormingsagenda en in het Toekomstscenario kind en gezinsbescherming terug denkt te zien, heeft zelfs de boodschap van onder andere de inspecties van Gezondheidszorg & Jeugd en de Kinderombudsman niet meegekregen.
Laatstgenoemde roept letterlijk, en ik citeer, alle partijen op om voor de noodzakelijke verbeteringen niet af te wachten tot de hervormingsagenda of het toekomstscenario er zijn, maar te doen wat er dan wel kan om deze kinderen en gezinnen beter te helpen. De bestuurlijke reactie van de wethouder is daarom onvoldoende. Onze motie vraagt dan ook concreet om de handschoen op te pakken en het kind en het gezin prioriteit te maken door het maken van een startnotitie. Natuurlijk kunnen we procesafspraken maken, maar de essentie ligt wat ons betreft in het pakken en houden van de regie op deze essentiële punten. Dat aankijken, vooruitschuiven, niet concreet maken van doelen die wij binnen Gorinchem willen behalen voor dat ene kind, dat ene gezin, van toegevoegde waarde zou kunnen zijn, die tijd is echt voorbij. Elke dag is er letterlijk voor sommige kinderen één te veel. We roepen de wethouder door middel van de motie op om een concreet toetsbare startnotitie te maken, waarbij we in Gorinchem streven naar het omlaag brengen van de cijfers van het aantal kinderen in de knel, het omlaag brengen van de wachttijden en het verbeteren van de zorg rondom het gezin en het kind in nood. Wij dienen deze motie samen in met CDA, Democraten F-2
Gorinchem en PvdA. Het volledig voorkomen van huiselijk geweld en kindermishandeling mag dan misschien niet haalbaar lijken, maar we moeten in deze bestuursperiode toch op z’n minst kunnen zeggen dat we als raad, als college, als maatschappij, er werkelijk waar alles aan hebben gedaan om voor dat ene kind, dat ene gezin een baken van hoop te kunnen zijn. Dank u wel. Motie M2: Startnotitie aanpak kindermishandeling Indieners verzoeken het college van burgemeester en wethouders voor de begrotingsbehandeling een startnotitie te presenteren over de aanpak van kindermishandeling, in reactie op de conclusies en aanbevelingen van het rapport van de rekenkamercommissie.
De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Willigen, Democraten Gorinchem. De heer Van Willigen: Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met enorm grote dank uit te spreken voor het uitstekende werk dat de rekenkamer heeft uitgevoerd, dat ook heeft geleid tot een uitstekend rapport met prima voorstellen. Zo hebben we ze graag, dank u. Het blijft wel ingewikkeld om zaken uit het rapport te duiden. Bijvoorbeeld het feit dat er meer meldingen worden gedaan: staat dat nu voor meer schrijnende situaties, of zorgt het er juist voor dat we meer aan de voorkant van zware problematiek staan? We hebben het erover gehad in de B&A en I&O’s. Het dilemma blijft een worsteling en daarom vraagt dit onderwerp een constante focus en monitoring. Uit het voorstel halen wij graag de punten 2.6 en 2.10 naar boven, ook mogelijk een aanzet op het vervolgverhaal dat ik ga doen voor de wethouder. In 2.6 staat: zet zoveel als mogelijk mensen en middelen in op de directe uitvoering van het werk, oftewel niet praten, maar doen, Rotterdams niet lullen, maar poetsen, aanpakken met die handel. En punt 2.10 zegt: kom op basis van op resultaatgerichte doelen en daarop gebaseerde monitoring en een goede benadering voor verantwoording en verslaglegging tot een proces dat doeltreffendheid en doelmatigheid bevordert. En dat, voorzitter, hebben wij niet gezien.
In het hele traject dat voorafging aan deze avond vonden wij dat de wethouder totaal niet uitblonk in proactiviteit. Sterker nog, we vonden haar heel passief. Uiteraard een hele subjectieve mening, maar die subjectiviteit speelt ook door in het gevoel dat wij hadden dat alle gemeenschappelijke regelingen hierin ook wel heel veilig voelden bij het nemen van bestuursbesluiten. Je kunt immers altijd tegen andere partijen aanhangen; mevrouw Alba noemde dit al. En op onze hulpvraag in B&A of we nou eens een keer concrete actie konden verwachten voor januari 2024 werd bijzonder afhoudend gereageerd door de wethouder, terwijl wij uit eigen ervaring weten dat er lokaal en regionaal heel veel klaar staat om op aan te sluiten. Maar misschien was de wethouder hiervan niet op de hoogte. In antwoord op een vraag van D66 wordt geschreven: “Het college onderschrijft dat de doorlooptijden bij zowel triage als onderzoek versneld moeten worden”. Maar hoe en wanneer en wat, nul komma, niente, niks. Er werd niets over genoemd, vandaar dat wij ook hebben besloten om samen met D66 een motie startnotitie aanpak kindermishandeling in te dienen en gaan we proberen om de wethouder heel voorzichtig een zacht schopje onder haar liefelijke billen te geven.
Er moet meer gebeuren, er moet meer gedaan worden, met daarin ook nog meer aandacht voor de specifieke Gorcumse aanpak, en dan graag concreet en toetsbaar. F-3
Ten slotte, voorzitter. In de sessies vroegen wij ook al meer afstemming met ons omliggende gemeenten die niet tot Zuid-Holland Zuid horen, gewoonweg omdat hulp soms gewoon vijf kilometer verderop wel beschikbaar is. Maar het is niet in onze regio en het is toch heel raar dat we dan hier worstelen met wachttijden, terwijl we elders, vlak om de hoek, gewoon aan kunnen sluiten. Hulp moet toch beter en soms ook zelfs sneller geregeld kunnen worden, door de regio af en toe te durven of te kunnen loslaten – want we begrijpen dat het niet altijd kan, maar ga dan aan de gang. Kortom, het raadsvoorstel vanuit de rekenkamer prima, goede aanbevelingen en alstublieft leg hem niet in de la, ga ermee aan de gang, vandaar ook dat we de motie startnotitie samen met D66 indienen. Actie, actie, keiharde actie. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw De Groot, PvdA. Mevrouw De Groot: Dank, voorzitter. Het is belangrijk dat we ons realiseren dat we het vanavond over kinderen hebben en dat juist zij centraal moeten staan. Om dit punt te benadrukken, wil ik graag een voorbeeld delen dat mij tot de dag van vandaag raakt. Twaalf jaar geleden kende ik een meisje dat door de scheiding van haar ouders en daaropvolgende economische problemen uit huis werd geplaatst. Ze verbleef een paar weken bij vriendinnen, belandde in een crisisopvang en uiteindelijk in een gezinshuis.
Daar zag zij vele andere kinderen voorbijkomen die ook uit huis waren geplaatst, vaak onder nog zwaardere omstandigheden dan zijzelf. Dit persoonlijke voorbeeld dient als een herinnering aan hoe dichtbij kindermishandeling kan komen. Het belang van de kinderen staat voor ons altijd voorop, maar de situatie met betrekking tot het waarborgen van kinderrechten is zorgwekkend. Als Partij van de Arbeid zijn wij geschokt als we in de krant lezen dat Nederland 16 plaatsen is gezakt op de ranglijst voor kinderrechten. Het tekortschieten van zowel nationale als lokale overheden baart ons zorgen. Er wordt vaak gewezen naar het gebrek aan langetermijnvisies als een belangrijke factor. Landen als Zweden en Finland, die hoog scoren op het waarborgen van kinderrechten, hebben dit bijvoorbeeld wel. Dit probleem beperkt zich uiteraard niet alleen tot de lokale overheid, maar het maakt wel duidelijk dat er actie moet worden ondernomen. De Sociaal-Economische Raad stelt niet voor niets dat de nood hoger is dan ooit en dat de door hem uitgebrachte adviezen nog niet hebben geleid tot tastbaar beleid. Wat ons betreft is dit een van de grootste zorgen met betrekking tot het raadsvoorstel waar we het vanavond over hebben. We zien een raadsvoorstel dat vrijblijvend is.
Wij zien niet de nood terug die wij graag willen zien als we het hebben over het beschermen van kinderen en daarom, voorzitter, steunt de Partij van de Arbeid de motie van D66. Wij kunnen namelijk niet anders concluderen dan dat er een startnotitie moet komen waarin het college aangeeft hoe het de aanbevelingen van de rekenkamer wil oppakken, maar ook welke doelen wij onszelf willen stellen en welke langetermijnvisie wij willen uitdragen. Uit de Kinderrechtindex blijkt simpelweg dat we nu iets moeten doen. De vraag die ik dan ook aan iedereen hier vanavond wil stellen is: wat voor gemeenteraad willen wij zijn: een raad die afwacht tot er beleid wordt gevormd, of een raad die zijn verantwoordelijkheid neemt, actie wil zien en daarmee stevig en duidelijk beleid wil voeren? Als Partij van de Arbeid kiezen we voor het laatste, omdat we als gemeenteraad de verantwoordelijkheid hebben om kinderen te beschermen. F-4
Voorzitter. Om af te sluiten: dat verhaal van dat meisje dat uit huis werd geplaatst, is mijn verhaal. Als volksvertegenwoordiger krijgen wij een podium om een boodschap uit te dragen. Via deze weg wil ik nogmaals benadrukken hoe dichtbij kindermishandeling kan komen. Van dichtbij heb ik gezien wat voor invloed het heeft op kinderen, vaak voor de rest van hun leven. Ieder kind heeft recht op bescherming en daar hebben we tastbaar en stevig beleid voor nodig, want goede zorg begint bij een heldere visie met wat we willen bereiken. We kunnen niet langer stilzitten. Het is tijd voor actie. Dank, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Indrukwekkend. Mevrouw Loderus, Stadsbelang. Mevrouw Loderus: Bedankt voorzitter. Voor ons liggen een raadsvoorstel, een rekenkamerrapport en een bestuurlijke reactie over een heel belangrijk, maar ook heel complex onderwerp, namelijk huiselijk geweld en kindermishandeling. Het rapport is heel duidelijk en uitgebreid. Volgens mij is iedereen het daarover eens.
Er wordt duidelijk kenbaar gemaakt waar de taken liggen, zowel regionaal als lokaal, waar de knelpunten liggen en wat tot op heden ontbreekt op deze gebieden, met hieraan gekoppeld duidelijke conclusies en aanbevelingen, onder andere aangaande de wettelijke taak die gemeenten hebben in het terugdringen van huiselijk geweld en kindermishandeling, over het ontbreken van lokaal beleid op dit gebied en het belang om vastgestelde doelen te formuleren – anders is het niet mogelijk om maatschappelijke ontwikkeling structureel te monitoren –, waarbij de algemene conclusie is dat op dit gebied niet objectief vast te stellen is wat met de inzet op de aanpak van kindermishandeling is bereikt. Er worden hierbij twee redenen aangegeven: 1. in het beleid zijn op dit moment geen op resultaat gerichte meetbare doelen met bijbehorende indicatoren vastgesteld; 2. het aantal meldingen over het voorkomen van kindermishandeling geeft geen goed beeld van de feitelijke omvang en ernst van de problematiek. Wij vinden het positief te noemen dat de conclusies en aanbevelingen uit het rapport zijn overgenomen in het raadsvoorstel. Hiermee wordt het rekenkamerrapport serieus genomen. Er ligt, als het raadsvoorstel erdoorheen komt, wat ik wel vermoed, een duidelijke taak voor het college om hiermee aan de slag te gaan en met concrete doelen en een concreet uitvoeringsplan te komen.
De motie die er ligt van D66 vinden wij sympathiek. Hier kijken wij serieus naar, maar wij willen eerst de reactie van de wethouder afwachten. In tweede termijn zal ik hier verder op terugkomen. Wij zijn wel van mening dat het goed is als er een termijn gegeven wordt wanneer wij deze concrete doelen en het uitvoeringsplan kunnen verwachten. Verder willen wij nog benadrukken dat wij voor de bestrijding van kindermishandeling zijn, zowel aan de voorkant als in het midden en aan de achterkant. Tevens realiseren wij ons dat het meetbaar maken van doelen nog niet zo eenvoudig zal zijn, waar deskundigen ook hebben aangegeven dat het aantal meldingen op zich weinig tot geen inzicht geeft in de mate waarin kindermishandeling voorkomt, toeneemt of afneemt. Dat maakt het ook zo complex om dit probleem te bestrijden. Dat neemt echter niet weg dat wij het serieus moeten nemen en moeten kijken naar manieren hoe we dit het beste kunnen bestrijden. Het gaat namelijk om kinderen in kwetsbare situaties waarbij elk kind telt en elk kind er één is. Bedankt. F-5
De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Hamann Gorcum Actief. Mevrouw Hamann: Voorzitter. Het blijkt een hele goede keus om de rekenkamercommissie voor dit grondige onderzoek te vragen. Er is goed werk verricht en er worden duidelijke aanbevelingen gedaan. Onze complimenten daarvoor. Het is een heel actueel en schrijnend onderwerp in heel Nederland. Vorige week werd bekend dat wij in de Kids Rights Index zijn gezakt van plaats 4 naar 20. Dat is wel heel erg alarmerend. In de afgelopen sessies zijn hierover al pittige discussies gevoerd. Het doet ons deugd dat de aanbevelingen van de rekenkamercommissie worden overgenomen, maar daarmee is voor ons de kous nog niet af. Er is een stijging van het aantal meldingen en de doorlooptijden bij triage en onderzoek kunnen sneller. Na de zomer komt er een projectteam, maar daarnaast willen we graag nog een aantal maatregelen zien binnen de personele mogelijkheden van de gemeente, die vooral praktisch van aard zijn. Een beleid is er namelijk al, maar dat zou nu kunnen worden aangescherpt met deze aanbevelingen. We zien graag voor het einde van het jaar een plan van aanpak en we worden ook graag op de hoogte gehouden van de resultaten. Kan de wethouder daarmee instemmen en ons daarin meenemen? Dus niet nu weer nieuwe notities gaan schrijven, maar hup, meteen aan de slag! Dat is doeltreffend en dat is wat dit onderwerp verdient.
De voorzitter: Dank u wel. De heer Krol, ChristenUnie/SGP. De heer Krol: Dank u wel, voorzitter. Het past enige bescheidenheid om hier wat over te zeggen, nu we ook het persoonlijke verhaal van mevrouw De Groot hebben gehoord. En wat komt dat ook mooi naar voren in het advies van de rekenkamer dat het belangrijk is om ook juist de persoonlijke verhalen te betrekken, ook in het stuk verantwoording over het te voeren beleid. Een belangrijk onderwerp, de aanpak van kindermishandeling in Gorinchem. Vanuit de constatering dat het aantal meldingen bij Veilig Thuis in onze regio een stuk hoger lag dan het landelijk gemiddelde, is de rekenkamer gevraagd om hiernaar onderzoek te doen. En kunnen we nu hier de vinger op leggen? Nee, eigenlijk nog niet. Dat hangt samen met een belangrijke constatering die de rekenkamercommissie doet, namelijk dat de samenhang tussen de inspanningen en resultaten, t.w. het voorkomen en tegengaan van kindermishandeling, vaak niet is aan te tonen. Dat is best bitter, want tegelijkertijd gebeurt er enorm veel, wordt er keihard gewerkt in Gorinchem en is de basis van het sociaal domein stevig georganiseerd. In het voorstel dat namens de rekenkamercommissie is opgesteld aan de raad zitten aanbevelingen voor het college, voor betrokken instanties en voor de raad zelf.
Ik mis dat wel een beetje in de kritische noten die naar voren zijn gebracht richting het college, namelijk dat wij ook zelf aan zet zijn. Volgens mij moeten we het daar ook over hebben. In B&A heb ik gezien dat er wat mij betreft onnodig is gesteggeld over de status van het voorstel en over het ambitieniveau van het college hierin. Volgens mij moeten we hier samen optrekken, met elkaar, raad, college en iedereen die in de uitvoering betrokken is. Maar ik ben er ook niet helemaal gerust op dat we daar goed uitkomen met elkaar. Ik zie wat risico’s. Ik heb gezien dat een wethouder defensief reageerde, maar ik heb ook gezien dat vanuit een aantal van ons ook wel echt wat frames zijn neergezet. Dat hoor ik vanavond eigenlijk ook weer. Volgens mij moeten we dat niet doen op die manier. We F-6
moeten met elkaar optrekken. Volgens mij zou de motie die er ligt op zich een logisch vervolg kunnen zijn om als raad het initiatief te nemen, zoals we ook het initiatief namen tot het onderzoek van de rekenkamercommissie, om hieraan een vervolg te geven. Maar goed, welke termijn is realistisch? Want ik heb geen wethouder gehoord die daar onwelwillend in was, wel een wethouder die voorzichtig was met wat haalbaar was. Laten we met elkaar kijken naar wat haalbaar is. Ik hoor graag van de wethouder hoe zij tegen de motie aankijkt en ook tegen de termijn die daarin geschetst wordt. Ik hoorde mevrouw Hamann net een andere datum noemen en ik zou de volgende suggestie willen doen. Ik heb liever een goed uitgewerkt voorstel, waarin teruggekomen wordt op alle aanbevelingen die gedaan worden door de rekenkamercommissie, en die slaan op de verantwoordelijkheid van het college en misschien ook richting de uitvoerende instanties, dan dat we nu met haast iets gaan opleveren op korte termijn. En ik zie nog een lijntje. Volgens mij sluiten namelijk al die aanbevelingen heel goed aan op alle acties die in het collegeprogramma opgenomen zijn onder het hoofdstuk Jeugd. Dus laten we daar alsjeblieft de aansluiting zoeken. Ik hoor graag de wethouder voordat ik me uitspreek over de vraag of we de motie zullen gaan steunen.
De heer Van Willigen: Voorzitter, mag ik een verduidelijkende vraag stellen aan de heer Krol? De voorzitter: Ga uw gang. De heer Van Willigen: Meneer Krol, u noemde zo-even tussen neus en lippen door dat u frames heeft gehoord over de samenwerking, dat college en raad niet met elkaar zouden samenwerken. Dat is een heel pijnlijke losse flodder. Welke frames heeft u gehoord? Kunt u daar iets over vermelden? Want dan ben ik wel benieuwd naar namen, rugnummers of teksten. De heer Krol: Ja, ik kan wel een paar voorbeelden geven, als u dat wilt. Het ging in B&A bijvoorbeeld over de processtappen bij Veilig Thuis. Je hebt, zeg maar, het proces van triage en daarna heb je het proces van vervolgonderzoek. Op het moment dat duidelijk wordt dat niet voor alle kinderen de termijn gehaald wordt, dus dat er misschien een dag of twee, drie, of vier meer nodig is, wordt dan het frame neergezet dat de kinderen tussen wal en schip vallen. Tegelijkertijd horen we dat de meest urgente zaken gewoon worden opgepakt en daar moeten we volgens mij ook echt op vertrouwen. Mevrouw Alba Heijdenrijk: Bij wijze van interruptie, voorzitter? De voorzitter: Ja, mevrouw Alba Heijdenrijk.
Mevrouw Alba Heijdenrijk: Ik geloof best dat er soms tijd kan verstrijken tussen een melding en het oppakken van een triage, maar in deze casuïstiek zitten kinderen wel degelijk heel hard in de knel, en dan kan 24 uur het verschil maken. Dus ik vind de framing niet helemaal terecht als het gaat om kinderen die thuis onveilig opgroeien. De heer Krol: Ik snap heel goed, voorzitter, dat, als het om dit gevoelige onderwerp gaat, je eigenlijk niet anders kunt dan op alles meepraten, dat het allemaal kommer en kwel is, maar ik denk echt dat we erop moeten vertrouwen dat de professionals goed kunnen F-7
afwegen waar het inderdaad echt knelt. Een ander frame sluit daar prima op aan, als het erom gaat dat er niet op tijd wordt ingegrepen. Daarover is, overigens namens uw fractie, opgemerkt dat het misschien begint met zachte klappen, en dan met de suggestie van “als we er een dag te laat bij zijn, is een kind, nou ja weet-ik-wat aangedaan”. Het gaat in 15% van de gevallen om fysieke mishandeling. In heel veel gevallen zijn het heel andere situaties en ik denk dat kindermishandeling ook heel anders werkt dan dat het een opbouw is. Een ander frame. De rekenkamer constateert dat we in een uitermate complex veld werken, het veld van jeugdbescherming / jeugdzorg, dat er processen zijn en dat er een systeem is waarvoor niet alleen de verantwoordelijkheid ligt bij de wethouder of bij het college, en als er dan hele grote woorden gebruikt worden dat de wethouder faalt in haar systeemverantwoordelijkheid, terwijl dit een eerste gesprek is hierover, dan vind ik dat beschamend. Nou, dat zijn zo een paar frames. Is dat voldoende? De heer Van Willigen: Ik constateer dat u woorden anders duidt dan ik doe. Ik zou dit geen frames noemen. Het waren overigens ook geen uitspraken die uit mijn mond zijn gekomen, denk ik.
Het zijn constateringen en u vindt er iets anders van dan ik, maar op het moment dat we over wettelijke termijnen heen gaan, is daar iemand voor verantwoordelijk, en in de politiek is het zo dat de wethouder daarvoor verantwoordelijk is. Zo werkt politiek. De heer Krol: Volgens mij wordt die…, maar goed, ik ga niet voor de wethouder reageren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Geest, CDA. De heer Van der Geest: Voorzitter, dank u wel. Ook vanaf deze plek aan mevrouw De Groot dank voor haar dappere verhaal. Knap dat u dat wilde delen en het is ook best wel een lastig en beladen onderwerp. Ik heb het niet van zo dichtbij meegemaakt als mevrouw De Groot, maar mijn moeder is sinds een aantal jaren aandachtsfunctionaris huiselijk geweld en kindermishandeling en ik heb gezien wat het met haar doet, wat voor schrijnende gevallen ze tegenkomt, zonder daar details over mee te krijgen, maar ook hoe hard gewerkt wordt in het veld om alles te kunnen doen binnen en buiten het systeem om die mensen te helpen.
Ook in Gorinchem en in de regio hebben we heel veel bestaande organisaties / initiatieven en het is wat ons betreft ook wel zaak om die misschien nog wat kenbaarder te maken, initiatieven meer aan elkaar te verbinden, we hebben ook de 1000 dagen, de kansrijke coalitie, ook omdat we daar de verhalen wel eens gehoord hebben hoe mensen misschien soms een uitweg zoeken in iets wat ze niet kunnen behappen, en ook de risicofactoren in het rapport van de rekenkamercommissie, ook vanuit onze fractie dank daarvoor, zijn juist punten om op te pakken daarbij. Ik ga hier geen discussie voeren over hoe belangrijk iedereen dit vindt, want volgens mij vinden we dat allemaal wel, maar volgens ons helpt die motie wel om het te kanaliseren: waar gaan wij nou over als raad, wat kunnen wij nou oppakken en wat kunnen we ook gefaseerd in de tijd oppakken, in plaats van met hagel te schieten? Mevrouw Heijkoop, onze fractieassistente, heeft het ook gezegd in B&A: wat ons betreft gaan we veel meer aan de voorkant zitten, aansluiten bij landelijke initiatieven of voorbeelden van anderen, F-8
om daarin meer richting te geven en we hopen ook dat dat bredere steun vindt in onze raad. Eén voorstel uit het rekenkamercommissierapport wil ik er nog even uithalen, en wel 2.3. Dat is eigenlijk een voorstel aan ons als raad, van: ga in gesprek met het veld, met ervaringsdeskundigen, met experts. Ik vond dat eigenlijk wel een heel goed idee. We zien in de Tweede Kamer die rondetafelgesprekken al heel veel voorkomen. Dat werkt ook heel goed. Ik denk dat we dat als raad ook gewoon kunnen oppakken en daar zelf het initiatief voor kunnen nemen het komende halfjaar, om die gesprekken te voeren. Misschien smaakt het wel naar meer om dat soort rondetafelgesprekken veel meer te gaan voeren. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van ’t Westende, VVD. Mevrouw Van ’t Westende-de Bijl: Dank u wel, voorzitter. Voor ons als raad ligt een uitgebreid en gedegen rekenkameronderzoek met aanbevelingen over het onderwerp huiselijk geweld binnen onze gemeente, in het bijzonder kindermishandeling. Een onderzoek dat op verzoek van de gemeenteraad is gehouden om meer inzicht te krijgen waarom in onze regio, en mogelijk ook in het Gorcumse, meer meldingen zijn van kindermishandeling dan elders in het land.
Het rapport bevat een duidelijke analyse met concrete aanbevelingen, aanbevelingen die de directbetrokkenen, de uitvoerende organisaties, het college, maar ook ons als gemeenteraad raken, wat de VVD betreft concrete en duidelijke aanbevelingen. Het opvoeden van kinderen gaat voor veel ouders niet altijd van een leien dakje. Iedere ouder of opvoeder kan op zijn tijd hulp of een steuntje in de rug gebruiken, dit ook om te voorkomen dat de problemen zich verergeren. In de voorbereidende sessies op deze raadsvergadering is herhaaldelijk gesproken over de wenselijkheid van concreet geformuleerde doelen en outcome. Dit belang wordt ook onderstreept in de reactie die de rekenkamer geeft op de reactie van het college. En ja, we beseffen dat het lastig is om bepaalde onderwerpen ‘smart’ te formuleren, en waar dat echt niet kan, kan ook uitgelegd worden wat de aanpak inhoudt, waartoe het moet leiden en waar we staan. Wat ons allen hier in de zaal verbindt, is dat we kindermishandeling nu en in de toekomst willen voorkomen. Dat besef ik weer des te meer na het verhaal van mevrouw De Groot. Kindermishandeling is een onderwerp waar emotie mee gepaard gaat, omdat je ieder kind wilt laten opgroeien in een veilige omgeving. De aanpak van huishoudelijk geweld en kindermishandeling is complex.
De gemeente Gorinchem is een van de betrokken partijen en er is afhankelijkheid van regionaal en landelijk beleid en dito inzet. De conclusies van het rekenkamerrapport laten zien dat er werk aan de winkel is. Het feit dat het college de aanbevelingen onderschrijft is voor ons een belangrijke stap en vanzelfsprekend zullen wij de vervolgstappen monitoren, want dat er werk aan de winkel is mag duidelijk zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stevens, SP. Mevrouw Stevens: Voorzitter. Het mag duidelijk zijn: dit onderwerp is niet zomaar een onderwerp. Het speelt in de hele stad, het speelt in het hele land, en zo zie je maar weer dat ook in deze raad niet iedereen eraan ontkomt. Mevrouw De Groot wil ik bedanken F-9
voor haar moedige verhaal en haar duidelijke inkijk in hoe de jeugdzorg kan werken en hoe problemen in een gezin kunnen ontstaan. Het is duidelijk dat dit probleem niet zomaar is opgelost, en dit gaat ook niet zomaar opgelost worden. Sinds 2015, de decentralisatie van de jeugdzorg, zijn al verschillende rapporten naar buiten gekomen waaruit blijkt dat vanwege het verschillende beleid in zoveel gemeenten eigenlijk niet te achterhalen is of het nou werkt of niet. Maar één conclusie kon altijd wel getrokken worden, en dat is dat de meest kwetsbaren de weg naar jeugdzorg niet kunnen vinden. Dat is zorgelijk en dat is tot op de dag van vandaag nog steeds niet verbeterd, dus ik snap, als ik deze geluiden hoor vanuit de raad, dat daar veel emoties bij komen kijken en dat er veel zorgen over zijn. Ook wij vanuit de SP maken ons daarover zorgen. Daarentegen is het echt heel erg goed dat er een rekenkamercommissie is die ons op deze feiten drukt, zodat we daar iets aan kunnen gaan doen. Dat is gewoon noodzaak, dat bepaalt de levens van mensen in de toekomst, want de kinderen van nu zijn de volwassenen van later. Zo simpel is het. Het is belangrijk dat we als raad constructief zijn, dat we niet alleen maar boos worden op elkaar, maar dat we elkaar de hand reiken, om van daaruit te kunnen zien hoe we elkaar daadwerkelijk kunnen helpen.
We willen graag betrokkenheid, we willen erkenning en we willen actief mee kunnen denken. Ik denk dat iedereen dat wil en ik denk dat de wethouder daar ook helemaal niet raar over denkt, want alles wat kan helpen voor de wethouder kan deze kinderen helpen in de toekomst. Ik heb heel veel waardering voor de raad, dat er zoveel passie is over dit onderwerp, want het zou ons allemaal aan moeten grijpen. Daarbij hoor ik graag van de wethouder of een motie als deze gaat helpen, of dat het juist lijkt alsof het gaat helpen, maar dat het uiteindelijk in de praktijk misschien anders uitwerkt. Dat zou ik graag van de wethouder willen horen. Maar één ding hoop ik wel dat de wethouder zal toezeggen, namelijk dat er een mogelijkheid voor de raad komt om actief betrokken te zijn, zodat we met z’n allen ons steentje kunnen bijdragen om de jeugdzorg nou eindelijk eens beter te maken, zodat zo min mogelijk kinderen in situaties komen waar ze eigenlijk niet in terecht zouden moeten kunnen komen en de mogelijkheid kunnen krijgen om een fijne jeugd te hebben. Want dat gunnen we iedereen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan wethouder Dansen namens het college. Wethouder mevrouw Dansen: Dank u wel, voorzitter. Het zal u misschien verbazen, maar ik ben blij met dit rapport van de rekenkamer over het probleem van kindermishandeling.
Natuurlijk is het niet fijn om te horen dat we het in de periode die onderzocht is beter hadden kunnen doen. Natuurlijk niet. Maar het onderzoek gaat ons wel helpen om een verbeterslag te maken die we volgens mij allemaal belangrijk vinden. En heel eerlijk: ik ben ook geschrokken van de conclusie dat we te weinig werken met meetbare doelen en outcome-resultaten. Dat is iets wat we om te beginnen zullen moeten verbeteren. Ik ben ook blij, al komt het voor mij soms wat pijnlijk over vanuit de raad, dat we dat allemaal zo belangrijk vinden, niet alleen ik, niet het college, maar vooral ook de raad. Wij vanuit het college kunnen dan ook sowieso de bevindingen en de conclusies uit het onderzoek van de rekenkamercommissie naar de aanpak van de
F - 10
kindermishandeling onderschrijven en de aanbevelingen van de rekenkamercommissie overnemen. Daar is geen enkele twijfel over. Het is ook heel goed te horen dat de raad betrokken wil zijn. Ik zou die betrokkenheid van de raad graag samen met de raad organiseren. Ik denk dan zelf bijvoorbeeld – maar u bent natuurlijk zelf ook heel goed in staat om daarover na te denken – aan de mogelijkheid van een klankbordgroep jeugdzorg waarin de specialisten uit de raad niet alleen geïnformeerd kunnen worden over waar we mee bezig zijn, maar ook mee kunnen denken over wat we moeten doen in Gorinchem. En indien u het breder zou willen trekken, zouden we natuurlijk ook kunnen denken aan een klankbordgroep sociaal domein. In ieder geval vind ik het belangrijk, en ook prettig, om de raad minstens halfjaarlijks te informeren over hoe het proces van verbetering dat we dadelijk ingaan gaat verlopen. Er is heel veel gezegd, maar er zijn maar weinig echte vragen aan mij gesteld en dat maakt het altijd een beetje moeilijk om daarop te reageren. Met de opmerking van het CDA, die ook al in B&A was gemaakt, dat we naar de voorkant moeten, kan ik het zeer eens zijn. Als we niet preventief werken, blijven we alleen maar pleisters plakken en branden blussen. We moeten vooral ook aan de voorkant kijken. Over de motie. Het onderzoek van de rekenkamercommissie gaat over bestaand beleid.
Een startnotitie is een instrument voor nieuw beleid, waarbij het college zo’n notitie gebruikt om de richting van het nieuwe beleid voor te leggen aan de raad, die dat kan aanvullen met kaders. Het raadsvoorstel waarin de aanbevelingen van de rekenkamercommissie vrijwel integraal worden overgenomen, zien wij als kaders die de raad ons meegeeft om te werken aan de verdere verbetering. Ik denk dan ook dat het schrijven van een startnotitie niet een heel goed idee is, en niet alleen omdat het best veel werk is dat ik liever gewoon in de uitvoering zou steken. Als dat op prijs wordt gesteld door de raad, kunnen we natuurlijk wel een planning verstrekken van waar wij willen beginnen en wat we willen gaan doen, maar liever nog zou ik daar met u verder naar willen kijken in bijvoorbeeld zo’n klankbordgroep. De motie zal ik in ieder geval moeten ontraden. De voorzitter: Interruptie mevrouw De Groot. Mevrouw De Groot: Ik heb een vraagje aan de wethouder. Ik hoor u zeggen dat een startnotitie voor nieuw beleid is en dat u nu wilt gaan uitvoeren, maar uit het rekenkamerrapport is ook gebleken dat er geen lokale aanpak is voor kindermishandeling en met welke doelen wilt u dan precies gaan uitvoeren? Wethouder mevrouw Dansen: Wij moeten zeker aan onze doelen gaan werken, maar wij hebben beleid.
Dat beleid zullen we misschien voor een gedeelte moeten aanpassen, maar voor mijn gevoel gaan we geen nieuw beleid maken, dus dan is een startnotitie mijns inziens best een zwaar instrument om toe te passen. Als u behoefte hebt aan een lijn voor de richting die wij in willen om het probleem te gaan aanpakken, is dat geen probleem. Mevrouw De Groot: Maar u zegt dat het beleid aangepast moet worden en dat kan toch in die startnotitie, of zeg ik nu iets heel raars? U moet dat toch gaan opschrijven, en of u dat dan in een startnotitie doet, in samenwerking met de raad, waartoe we oproepen in de motie, of niet: ik snap het verschil dan niet zo goed. F - 11
Wethouder mevrouw Dansen: Ik raak nu ook een beetje in de war, maar volgens mij is een startnotitie een notitie waarin wordt aangegeven welke kant we op willen en welke aanpassingen daarvoor nodig zijn, maar niét een notitie waarin wordt aangegeven: ‘dit’ gaan we nú doen, ‘dat’ daarna en zo vervolgens. Dus dan ben je naar mijn gevoel twee notities aan het maken. Waar ik bang voor ben, is het volgende. Ik hoor bij u allemaal een gevoel van urgentie om te gaan werken, Van wel vier verschillende kanten is aangedrongen op actie, actie, actie, en dat willen wij ook graag, maar dan is het wel zonde om eerst een heleboel tijd te gaan besteden aan het maken van een mooie notitie, in plaats van gewoon aan het werk te gaan met misschien een minder mooie startnotitie, maar wel meer actie. De voorzitter: Mevrouw Alba Heijdenrijk. Mevrouw Alba Heijdenrijk: Ook bij mij was de vraag gerezen wat eigenlijk precies het verschil is tussen een planning en een startnotitie. Daarom heb ik het voor de grap maar even opgezocht. Een planning is iets wat je uitrolt en waar je iemand over informeert, in een startnotitie geef je antwoord op relevante vragen over je beleid, en dat heeft paragrafen als ‘Aanleiding’, ‘Het probleem’, ‘Het doel’, ‘Het resultaat’, ‘De geschatte tijd' en ‘De planning’. Het voordeel van een startnotitie is dat wij als raad kaderstellend aanwezig kunnen zijn.
Bij een planning zijn we dat niet. Dat is de reden waarom wij heel specifiek gevraagd hebben om een startnotitie, zodat we ook mee kunnen denken over het beleid dat uitgevoerd moet gaan worden, in plaats van dat we achteraf geïnformeerd worden over iets wat wel of niet gehaald is. Ik begrijp dat u net als wij heel graag aan de bak wilt. Een startnotitie neemt zoveel tijd in beslag als je het in beslag wilt láten nemen in mijn perspectief. De voorzitter: Mevrouw Dansen. Wethouder mevrouw Dansen: Ik zit er even over na te denken, want we moeten natuurlijk wel duidelijk zijn in onze discussie. Ik ben gewoon bang, dat herhaal ik nog een keer, dat we een hoop tijd gaan besteden aan het opschrijven van dingen, terwijl je veel simpeler gewoon kunt beginnen. Ik ben een groot voorstander van de betrokkenheid van de raad, zoals ik net al zei, maar dat hoeft niet via een toch wat ingewikkelde constructie met een startnotitie. Dat kan ook in een klankbordgroep, waarin de specialisten uiteraard meedenken over welke kant we opgaan met elkaar. Dat lijkt mij een goede methode, maar dat is mijn idee. De voorzitter: Interruptie de heer Van Willigen.
De heer Van Willigen: Ik lees u het antwoord voor van het college aan de rekenkamer: “In de aanbevelingen geeft u aan dat het formuleren van doelen onder andere gericht moet zijn op de drie actielijnen ‘eerder en beter in beeld’, ‘stoppen en duurzaam oplossen’ en ‘specifieke groepen’ en wat de gemeente Gorinchem daarin wil bereiken. Deze actielijnen stonden centraal binnen het landelijke en regionale actieprogramma GHNT. Dit actieprogramma is medio 2022 gestopt.” Ik lees: er is geen actieprogramma, Maar het gaat door: “Zoals aan het begin aangegeven, zijn onderdelen hiervan overgeheveld naar het Toekomstscenario kind en gezinsbescherming, andere onderdelen verlopen nog via de F - 12
centrumgemeente Dordt.” Komt ‘ie: “De inhoud van de actielijnen blijft het college onderschrijven, maar de namen van de actielijnen zullen als zodanig niet meer actief benoemd worden in nog op te stellen notities.” U gaat helemaal geen notities meer opstellen, hoor ik zojuist. Wethouder mevrouw Dansen: Ik heb volgens mij niet gezegd we een notitie gingen opstellen en waar u net aan refereert: dat is inderdaad waar. Er was een actieprogramma, maar daarvoor in de plaats is het toekomstscenario gekomen, waarvan het de bedoeling is dat de methodiek van werken, met betrokkenheid van de kinderbescherming, helemaal op een andere manier uitgevoerd gaat worden. De heer Van Willigen: Ik herken dat en ik ken het toekomstscenario ook. Eigenlijk zegt de startnotitie: vertaal dat nou eens naar Gorinchem. En dan zegt u: ja, maar dat gaan we niet doen. U zegt het gewoon: we gaan het niet doen. Wethouder mevrouw Dansen: Ik denk dat het probleem een beetje zit in het concept startnotitie. U zegt zelf in uw motie ook dat de raad dan kan kijken of het inderdaad op de juiste manier opgeschreven is en of dat niet op een andere manier moet. Het lijkt mij omslachtig.
Mijn voorstel is om de motie niet aan te nemen, maar een klankbordgroep uit de raad op te starten waarin we op een comfortabele en ook wat minder ingewikkelde manier dan via een notitie met elkaar in gesprek kunnen om te kijken hoe we verder gaan. Dat is mijn voorstel. Ik hoor daar graag de reactie van de raad verder op. De voorzitter: De heer Van der Geest. De heer Van der Geest: Ik wil graag proberen uit deze semantische discussie te komen over wat we nu wel of niet gaan doen. U wilt ook graag van start, en dat valt te prijzen, dat willen we volgens mij allemaal, maar er zijn wel een paar onderwerpen waarover we met elkaar verder willen praten en als raad ook kaders willen meegeven en over mee willen denken. Of een startnotitie helemaal de juiste benaming is, weet ik niet, en volgens mij is dat ook niet de strekking van de motie die ingediend is. We willen wel meer grip hebben op wat we nu aan het doen zijn en ook veel meer kunnen meten. Als u echt op het woord ‘startnotitie’ blijft hangen, komen we, vrees ik, niet dichter bij elkaar, maar misschien kunnen we een mengvorm vinden. Laten we daarvoor de vergadering een minuut of vijf schorsen, we hebben vanavond toch tijd zat, dan komen we misschien dichter bij elkaar. De voorzitter: Mevrouw Loderus.
Mevrouw Loderus: Ik zou een vraag willen stellen aan de wethouder, maar mogelijk wil iemand eerst nog reageren op de heer Van der Geest. Wil iemand daarop reageren? Ik ben de voorzitter niet... De voorzitter: Volgens mij spitst het zich met name toe op de vraag wat we verstaan onder een startnotitie. Mij lijkt de suggestie van de heer Van der Geest wel een goede om de vergadering even te schorsen, om te kijken of daarover overeenstemming bereikt kan worden. Zo niet, dan starten we een tweede termijn.
F - 13
De heer Van Willigen: Ik had eigenlijk nog willen reageren op de suggestie van een klankbordgroep. Ik heb in mijn betoog al gezegd: laten we nou eens gaan doén. We hebben geen behoefte aan een klankbordgroep, want er ligt zóveel deskundigheid en er ligt zóveel te wachten op actie, actie. Die klankbordgroep kan altijd nog, maar laten we nu eerst eens gaan doén en leg vast wat we gaan doen. Concreet: wat wilt u gaan doen, meetbaar, controleerbaar, doelen, wat wilt u gaan doen? Ik heb het gevraagd in B&A, toen hield u het af en nu houdt u het weer af. Mevrouw Loderus: Ik wil nog een kleine interruptie doen, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Loderus. Mevrouw Loderus: Een vraag aan de wethouder over de planning. Kunt u daar een concrete periode aan koppelen, of kunt u iets concreets zeggen aangaande de planning, wanneer u met de concrete doelen kunt komen? Wethouder mevrouw Dansen: Ik heb wat moeite om u goed te verstaan, de akoestiek van de zaal is heel ongemakkelijk. Volgens mij vraagt u op welke termijn wij kunnen komen met een planning voor de aanpak zoals gevraagd door de rekenkamercommissie, met concrete doelen: hoe snel we dat kunnen doen… Mevrouw Loderus: Dat klopt. Wethouder mevrouw Dansen: Binnen een aantal weken. Het is natuurlijk vakantietijd, dus ik moet nog even kijken wat mogelijk is.
Ik ben niet weg, maar ja, je hebt altijd meer aan de ambtenaren voor dit soort dingen dan aan mij. Ik denk dat we dat aan het eind van het reces voor elkaar zouden moeten kunnen hebben. De heer Van Willigen: Voorzitter, mijn mond valt nu open! Hierom heb ik gevraagd in B&A, ik heb er zojuist om gevraagd, en ineens kan het binnen een paar weken! Wat mij betreft mag het voor 1 januari 2024, als het dan een doortimmerd stuk is. Maar echt: mijn mond valt nu open hoor! Ter duiding voor mevrouw Hamann: ik heb om dit plan gevraagd in B&A, toen werd gezegd “dat gaan we niet doen”. Ik hoorde de wethouder zojuist herhaaldelijk hetzelfde zeggen, “dit gaan we niet doen”, maar nu mevrouw Loderus vraagt of u met een termijn kunt komen, zegt u “ja hoor, binnen een paar weken”! De voorzitter: Ik hoor in ieder geval de wethouder zeggen dat er aan het einde van het reces een document zal liggen waarin concrete doelen staan. Ik geef vrouw Hamann nog het woord en daarna zal ik de vergadering vijf minuten schorsen, zodat u uw mind kunt opmaken. Vervolgens hebben we eventueel nog een tweede termijn en dan gaan we stemmen. Mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Voorzitter, ik reageer graag even op de heer Van Willigen, die mijn naam noemde. Een plan van aanpak is natuurlijk iets anders dan een startnotitie.
De heer Van Willigen verbaast zich erover dat het nu ineens wel kan, maar een startnotitie is iets anders dan een lijst met concrete stappen en doelen. Het zijn verschillende dingen waar we over praten. De voorzitter: Ik schors thans voor vijf minuten de vergadering (19.25 uur). F - 14
Schorsing De voorzitter: Ik heropen de vergadering (19.38 uur). Aan de orde is de tweede termijn. Het woord is aan mevrouw Alba Heijdenrijk van D66. Mevrouw Alba Heijdenrijk: Dank u wel, voorzitter. Soms is het goed alle mensen weer even samen in één ruimte te krijgen. Dan zie je ook wat taal doet. Volgens mij is de richting die we ingaan met z’n allen uiteindelijk kaderstellend genoeg. Dat maakt dat we, in overeenstemming met de wethouder, onze motie aanpassen. Met de wethouder hebben we afgesproken dat alles wat binnen de collegemogelijkheden ligt nu alvast in gang zal worden gezet. Waar het woord ‘startnotitie’ zwaar valt bij de wethouder, hebben we met elkaar geconcludeerd dat het ‘Plan van Aanpak’ gaat heten. Met een Plan van Aanpak hebben wij het kaderstellend vermogen van de raad en de controlerende functie, en nodigen we de wethouder vooral ook uit om op het moment dat er een vraag is met betrekking tot de klankbordgroep, op de lijn te komen. De wethouder heeft aangegeven dat zij ons waar mogelijk elk halfjaar zal informeren. Ik heb hier een motie voor me liggen die door iedereen ondertekend wordt. Als er verder geen vragen zijn, is ze wat mij betreft afgetikt.
Motie M3: Plan van Aanpak kindermishandeling Indieners verzoeken het college van burgemeester en wethouders voor de begrotingsbehandeling een Plan van Aanpak (PvA) te presenteren over de aanpak van kindermishandeling, in reactie op de conclusies en aanbevelingen van het rapport van de rekenkamercommissie.
De voorzitter: Het lijkt mij goed dat de wethouder hierop namens het college een reactie geeft. Wat mij betreft kunnen we dan overgaan tot stemming over de motie en vervolgens over het voorstel. Wethouder mevrouw Dansen: Als je gewoon maar met elkaar praat, kom je een heel eind. Volgens mij hebben we goed met elkaar gesproken en hebben we daarin ontdekt dat een hoop van de problemen met de motie te maken had met semantiek. Volgens mij zijn we nu ergens aangekomen wat we allemaal begrijpen en waarover we het eens zijn. We kunnen nu aan het werk met ondersteuning en betrokkenheid van de raad. Ik moet zeggen dat ik het wel mooi vind zo, al moet ik de motie nog wel even lezen! Ik ben in ieder geval blij met het gesprek dat we zojuist hebben gehad en ik ben ook blij dat we er zo uit kunnen komen met elkaar. Dank jullie wel. De voorzitter: Het lastige is nu wel dat we normaliter een goed stuk hebben, waar exact in staat “dit is de motie die we unaniem hebben aangenomen”.
We kunnen hem nu aanpassen, we kunnen er ook op vertrouwen dat het goede gesprek uiteindelijk zal landen in een goede motie, waarin in ieder geval ‘startnotitie’ wordt vervangen door ‘Plan van aanpak’’ en we vertrouwen erop dat het stuk, waarover we nu dan eigenlijk niet eens meer hoeven te stemmen, omdat iedereen erachter staat, ook het stuk is dat ergens in de loop van deze week, waarschijnlijk morgen, toegezonden zal worden. Dan vertrouwen we daarop. Tegelijkertijd is het ook zo dat er regelmatig momenten zullen zijn waarop u als raad met het college, via de wethouder, in gesprek zult gaan, dus mochten er toch nog wat F - 15
puntjes en komma’s zijn, dan kunnen die natuurlijk altijd nog besproken worden. Kunnen we het op deze manier afdoen? Dat is het geval. We trekken de oude motie in, morgen krijgt u de nieuwe motie toegezonden en ik stel vast dat u daarmee unaniem instemt. Aan de orde is ten slotte het raadsvoorstel. Zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 8. Overzicht begrotingswijzigingen juni 2023 (2023-868265)
De voorzitter: Dames en heren. We hebben een heel scherp raadslid in ons midden, t.w. de heer Oostrum, die mij erop heeft geattendeerd dat de jaarstukken 2022 gemeente Gorinchem uit het rijtje begrotingswijzigingen geschrapt zullen moeten worden, omdat de die jaarstukken pas komende donderdag besproken zullen worden. Met inachtneming van deze wijziging wordt zonder hoofdelijke stemming conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 9. Eventuele moties vreemd aan de orde van de dag
Geen. 10. Sluiting
De voorzitter sluit te 19.44 uur de vergadering.
F - 16
Sprekersindex: Alba Heijdenrijk, mw. W.T.J., 2, 7, 12, 15 Dansen, mw. E.L., 10, 11, 12, 13, 14, 15 Geest, J.P. van der, 8, 13 Groot, mw. P. de, 4, 11 Hamann, mw. E.W.H., 6, 14 Krol, A., 6, 7, 8 Loderus, mw. W., 5, 13, 14 Stevens, mw. D., 9 Willigen, C. van, 3, 7, 8, 12, 13, 14
F - 17