CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

20230412 Concept verslag parallelsessie B&A Wijziging WMO-verordening

Raadsvergadering 20 april 2023, gemeente GorinchemBij agendapunt: HAMERSTUK Vaststellen notulen voorgaande raadsvergadering en parallelsessies4.219 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Parallelsessie Beraad en Advies 12 april 2023 Wijziging WMO verordening Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Griffie: Fracties: Portefeuillehouder: Ambtelijk: Gasten: Notulen:

de heer J. Klein mevrouw E. van Bekhoven Stadsbelang-Democraten Gorinchem-CDA-PvdA-VVD-D66-SPChristenUnie/SGP-Gorcum Actief mevrouw E. Dansen de heren A. Strik en K. Hoefnagels mevrouw E. den Heijer, Gehandicaptenplatform notulistenbureau Leeuwenburgh-Vendrig

Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Wijziging WMO verordening In deze B&A sessie bespreken we een voorstel van het college om de Wmo verordening van de gemeente Gorinchem te wijzigen. Belangrijkste wijziging bestaat uit toevoeging aan de verordening van de eigen financiële mogelijkheden (zelfredzaamheid) als onderdeel van de eigen kracht bij de maatwerkvoorziening Huishoudelijke Ondersteuning. Dit voorstel maakt het mogelijk om in geval van wachtlijsten voorrang te geven aan inwoners met een lager inkomen ten opzichte van inwoners met een hoger inkomen. Dit voorstel wijkt af van het voorstel zoals dat eerder is besproken in de B&A vergadering van 23 maart jl. Naar aanleiding van het gevoerde debat ziet het college af van een inkomenstoets op de toegang tot huishoudelijke ondersteuning. Het college maakt daarnaast van de gelegenheid gebruik een reparatievoorstel te doen voor de aanvullende criteria voor woonvoorzieningen en sportvoorzieningen. Verder zijn enkele tekstuele aanpassingen aangebracht. Wethouder Dansen leidt het onderwerp in. Tijdens de vorige sessie werd geen overeenstemming bereikt en daarom wordt een nieuw voorstel voorgelegd waarin voorgesteld wordt om ten tijde van schaarste (op het moment dat zorgaanbieders niet kunnen leveren of wanneer er minder dan 20 uren beschikbaar zijn) met een wachtlijst te werken.

Mensen met de minste mogelijkheden en netwerk krijgen voorrang. Mevrouw Den Heijer geeft aan dat zij na de vorige sessie enigszins teleurgesteld was en één en ander heeft teruggekoppeld. Zij wil een pleidooi houden voor de huishoudelijke ondersteuning die heel hard nodig is. Mensen zijn er nog steeds blij mee, ook al is het minimaal. De zorg staat onder druk. Mensen moeten langer zelfstandig thuis blijven wonen, ook in het geval van Alzheimer. Ook de mantelzorgers staan onder grote druk. Mensen worden sneller ontslagen uit het ziekenhuis waardoor de zorg bij de kinderen terechtkomt. Veel ouderen kunnen niet omgaan met het internet. De wachtlijsten voor verpleeghuizen lopen op. Vrijwilligers staan er soms alleen voor. Mensen met een beperking leren dat wanneer het niet kan zoals het moet er een oplossing gezocht wordt zodat het wel kan. Zij hoopt dat de raad er ook zo over denkt. De heer Van der Meijden merkt op dat hij mede namens de fractie van het CDA spreekt. Zijn fractie is voorstander van het wetsvoorstel om de inkomensafhankelijke bijdrage te introduceren voor de huishoudelijke hulp binnen de Wmo, maar dit vraagt om een goede verankering om de rechtszekerheid van inwoners te waarborgen. Het college is met het

Parallelsessie B&A Wijziging WMO verordening, 12 april 2023

nieuwe voorstel nog steeds voornemens een inkomenscriterium te hanteren wie wanneer huishoudelijke hulp kan ontvangen via de Wmo. Als er wachtlijsten ontstaan, bepaalt het college dat inwoners met een inkomen boven 185% van het sociaal minimum onderaan de lijst worden geplaatst. Hij informeert of dit juridisch houdbaar is. Uit jurisprudentie maakt hij op dat gemeenten de hoogte van het inkomen niet mogen betrekken bij besluiten over de Wmo-aanvragen. Hij vraagt hoe voorkomen wordt dat alleen de meest mondige burgers gebruik maken van bezwaar- en beroepsprocedures. In het oude raadsvoorstel moesten inwoners met een inkomen boven 185% van het sociaal minimum een eigen bijdrage betalen voor de huishoudelijke ondersteuning, maar zij ontvingen deze wel als zij deze nodig hadden. In het nieuwe raadsvoorstel wordt deze groep in het geval van wachtlijsten categorisch uitgesloten. De aanname hierbij is dat deze inwoners zelfredzaam zijn vanwege hun financiële positie. Als het grootste probleem bij de huishoudelijke ondersteuning personeelstekort is, dan speelt dit probleem ook in de private sector. Hij vraagt of het sociaal rechtvaardig is om deze inwoners huishoudelijke ondersteuning tijdelijk te onthouden terwijl bekend is dat deze voorziening op een alternatieve manier lastig te verwerven is.

Hij vraagt zich af of de hoogte van het inkomen doorslaggevend moet zijn bij het bepalen wie huishoudelijke ondersteuning ontvangt of dat voorzieningen beschikbaar moeten worden gesteld aan mensen die dit het hardst nodig hebben ongeacht hun inkomen. Mevrouw Hamann geeft aan dat het vorige voorstel een vorm van inkomenspolitiek was, maar in geval van nood en schaarste moet soms wat bedacht worden. Zowel het Gehandicaptenplatform als de Wmo-adviesraad konden zich vinden in dit voorstel. Haar fractie was niet aanwezig tijdens de vorige B&A sessie en constateert dat er inmiddels een ander voorstel ligt. Zij begrijpt dat in het geval van schaarste iemand met een inkomen boven 185% van het sociaal minimum op de wachtlijst komt tot er weer ruimte is. Zij noemt als voorbeeld iemand die van de trap valt, een heup breekt, hulp nodig heeft, maar een pensioen heeft waardoor boven de grens van 185% uitgekomen wordt die op de wachtlijst terechtkomt. Dit is een vorm van discriminatie, mensen die geld hebben komen niet in aanmerking voor hulp. Er is een tekort aan personeel waardoor het moeilijk is om aan huishoudelijke hulp te komen op de particuliere markt. Zij is van mening dat het vorige raadsvoorstel een eerlijker voorstel was waar haar fractie mee had kunnen instemmen.

Mevrouw Pellikaan zegt dat in de vorige sessie is gebleken dat het geen makkelijke keuze is om voor alle nieuwe aanvragen, met of zonder wachtlijst, een inkomenstoets in te voeren. Op dat moment was onduidelijk of inwoners met een te hoog inkomen ook daadwerkelijk afgewezen zouden worden, of dat de beleidsregels enkel als stok achter de deur waren bedoeld om het gesprek aan te kunnen gaan over financiële zelfredzaamheid. Sinds de invoering van het abonnementstarief is een stijging in het gebruik van huishoudelijke ondersteuning waarneembaar. Samen met het tekort op de arbeidsmarkt zorgt dit op sommige momenten voor wachtlijsten. Er zijn nu te veel mensen die een beroep doen op huishoudelijke ondersteuning via de gemeente die dit zelf zouden kunnen bekostigen mits de arbeidsmarkt dit toelaat. Landelijke wetgeving om dit op te lossen is in de maak, maar dit roept wel de vraag op wat gemeenten kunnen doen in de tussentijd. Mevrouw Hamann wijst nogmaals op haar voorbeeld van iemand met een gebroken heup en de krappe arbeidsmarkt en vraagt hoe dit moet als er deze persoon op een wachtlijst komt. Mevrouw Pellikaan wil graag haar betoog vervolgen want dan zal duidelijk worden hoe haar fractie ten opzichte van dit voorstel staat. De vorige keer lag een voorstel voor dat in strijd was met landelijke wet- en regelgeving.

Gemeenten mogen inwoners met een te hoog inkomen niet uit de groep van aanvragers filteren, laat staan hen afwijzen. Na afloop van de sessie is gevraagd of in het geval van wachtlijsten financiële zelfredzaamheid als component zou kunnen meewegen, mits dit juridisch mogelijk is. Deze suggestie is door de wethouder als inspiratie genomen voor het nieuwe raadsvoorstel, maar de vraag is nog steeds of hetgeen het college nu voorstelt, een inkomenstoets inzetten om de volgorde op de wachtlijsten te bepalen, wettelijk gezien is toegestaan. Dit is een belangrijk argument omdat dit raakt aan het zijn van een betrouwbare partner richting de inwoners. Het is goed

Parallelsessie B&A Wijziging WMO verordening, 12 april 2023

om te lezen dat financiële zelfredzaamheid bij de keukentafelgesprekken onderwerp van gesprek is waarbij inwoners worden gewezen op de mogelijkheden van het pgb. Mevrouw Van ’t Westende sluit zich aan bij de vragen van de voorgaande sprekers, maar tegelijkertijd heeft de wethouder gevraagd om na te denken over een oplossing, aangezien de gemeente in het geval van wachtlijsten een uitdaging heeft. Het keukentafelgesprek is een persoonlijk gesprek tussen de zorgadviseur en de betrokken cliënt. Financiële zelfredzaamheid staat als standaard punt op de agenda. In de optiek van haar fractie ontstaat hier de mogelijkheid om met cliënt te verkennen of deze zelf in staat is om huishoudelijke ondersteuning te realiseren. Als dit het geval is, kan de gemeente wellicht een handreiking bieden hoe cliënt dit kan realiseren. Dit voorkomt op voorhand uitsluiting op inkomen en biedt de mogelijkheid op een oplossing ter voorkoming van wachtlijsten. De heer Van der Meijden begrijpt dat het inkomen onderdeel moet zijn van het brede scala aan factoren die worden betrokken bij hoe iemand wordt geholpen, maar in voorwaardelijke zin. Er wordt een appel gedaan op de eigen verantwoordelijkheid, maar het is geen uitsluitingsgrond.

Mevrouw Van ’t Westende verduidelijkt dat de oplossingsrichting is bespreekbaar maken dat huishoudelijk hulp schaars is, met cliënt de mogelijkheden verkennen en helpen bij het vinden van een oplossing, waardoor wachtlijsten wellicht voorkomen kunnen worden. Mevrouw Den Heijer vult aan dat particulieren gebruik kunnen maken van een zorgmakelaar. Mensen met een minimuminkomen die zwaar gehandicapt raken en maar twee uur hulp kunnen krijgen, dat is een andere discussie. Mevrouw Van ’t Westende benadrukt dat mensen recht hebben op Wmo en dat er geen inkomenstoets moet plaatsvinden, maar tegelijkertijd zijn sommige mensen die een beroep doen op de Wmo meer vermogend dan anderen. De gemeente weet dit niet op voorhand omdat er geen inkomenstoetsing mag plaatsvinden. Door het gesprek aan te gaan en de mogelijkheden te verkennen kan aan mensen met een minimum inkomen makkelijker richting gegeven worden omdat mensen met een bepaald vermogen de keuze hebben om zelf particuliere hulp aan te roepen. Zij is mantelzorger en was aanwezig bij een dergelijk gesprek. Zorgadviseurs zijn uitermate integer, door het gesprek open te voeren wordt cliënten verschillende mogelijkheden geboden. De heer Van Houwelingen geeft aan dat voor zijn fractie vooral het doel belangrijk is; de zorg moet terechtkomen waar de nood hoog is.

Het nieuwe raadsvoorstel werkt eerder beperkend dan druk verlagend, maar er komt wel meer ruimte voor de huishoudelijke ondersteuning bij de groep onder de 185% grens. De heer Van der Meijden is van mening dat het inkomen als criterium wordt gehanteerd om te bepalen of iemand toegang krijgt of niet waardoor het niet per definitie zo is dat de Wmo-voorzieningen beschikbaar zijn voor degenen die dit het hardst nodig hebben. De heer Van Houwelingen verduidelijkt dat mensen met een hoger inkomen een mogelijkheid hebben om zelf iets te ondernemen, mensen met een lager inkomen hebben deze mogelijkheid niet. De heer Van der Meijden vervolgt dat er situaties zijn waarin hulp nodig is bijvoorbeeld omdat er sprake is van schaarste op de markt voor de Wmo. Dit geldt ook voor de particuliere sector. Het kan zijn dat er mensen zijn die dit nog steeds niet kunnen betalen, of mensen die juist onder de grens van 185% vallen en vanuit hun eigen netwerk iets kunnen organiseren. Enkel het criterium inkomen is onvoldoende om te bepalen of iemand de hulp het hardst nodig heeft.

Parallelsessie B&A Wijziging WMO verordening, 12 april 2023

De heer Van Houwelingen benadrukt dat er meerdere criteria zijn en dit criterium is daar aanvullend op. De heer Van der Meijden herhaalt dat enkel het inkomen een criterium is waarop iemand tijdelijk wordt onthouden van dit recht. De heer Van Houwelingen leest het zo dat iemand met een lager inkomen veel minder mogelijkheden en financiële ruimte heeft om zelfs iets te organiseren. Mensen met een hoger inkomen hebben meer ruimte. Mevrouw Hamann zegt dat iemand met alleen een AOW geen particuliere hulp kan betalen, maar dat is niet het punt. Het gaat erom dat er op het moment van schaarste ook op de particuliere markt schaarste is. Veel mensen kunnen nu al geen hulp vinden. Als iemand door een ongelukje hulp nodig heeft, is dit soms lastig te vinden en moet er een beroep op de familie of de buren gedaan worden. Mensen vanwege hun inkomen op een wachtlijst plaatsen is in haar optiek een vorm van discriminatie. De heer Van Houwelingen vindt dat dit voor iedere wachtlijst geldt. In het geval van een kritieke hulpvraag moet bij beide doelgroepen gekeken worden of het binnen het eigen netwerk georganiseerd kan worden. Op een gegeven moment moet een schifting gemaakt worden. Mevrouw Hamann denkt dat het belangrijk is dat er hulp komt en daarom was het vorige voorstel beter omdat op voorhand al duidelijk was dat voor iemand met een hoger inkomen een eigen bijdrage geldt.

In het nieuwe voorstel komen deze mensen op een wachtlijst en is er voor hen geen voorziening. De heer Van Houwelingen sluit af dat zijn fractie zich kon vinden in het vorige raadsvoorstel, maar dat het nu voorliggende raadsvoorstel, gezien hetgeen is gewisseld in de vorige sessie, geen slechte oplossing. Hij vertrouwt erop dat de wetswijziging in 2025 zal plaatsvinden. Als het langer duurt, zal de ambtelijke organisatie daar een richting in moeten vinden. De heer Krol wijst op de context waarbij anders met zorg omgegaan moet worden gegeven de budgetten waardoor het belangrijk is dat de middelen zich richten op de meest kwetsbaren. Hij acht het beter om keuzes te maken dan schaarste te verdelen. Het inkomen ziet hij als een indicator voor zelfredzaamheid die meeweegt. Hij is gerustgesteld dat in het voorstel wordt verwoord dat in alle gevallen volledig onderzoek plaatsvindt en vertrouwt erop dat de gemeente instapt bij urgente gevallen. De heer Van der Meijden geeft aan dat het voor een alleenstaande om een besteding van ongeveer € 2.500 per maand gaat. Het lijkt erop dat inkomen perse gekoppeld is aan de grootste noden en aan wie het meest kwetsbaar is. Hij merkt op dat er situaties zijn waarin inkomen minder relevant is, maar er toch kwetsbare mensen zijn die de Wmo nodig hebben.

De heer Krol vervolgt dat doordat er volledig onderzoek gedaan wordt uiteindelijk het hele plaatje meegewogen wordt. 185% is een grens waarmee wordt geanticipeerd op aanstaande wetgeving. Het is een gegeven dat mensen met een inkomen tegen modaal aan, mensen die werken, vaker een sociaal netwerk hebben dan mensen in een uitkeringssituatie. Hij herhaalt dat dit geen hard gegeven is maar een indicator die wordt opgenomen in het voorstel omdat daar een appellerende werking vanuit gaat. Daar waar mensen hun eigen verantwoordelijkheid kunnen nemen moeten zij dat vooral doen. De wethouder krijgt van hem nog steeds de Robin Hood award voor dit voorstel. Mevrouw Loderus zegt dat bij het verdelen van schaarste gekeken moet worden of er een eerlijke verdeling plaatsvindt. Uit de stukken blijkt dat er op dit moment geen onderscheid

Parallelsessie B&A Wijziging WMO verordening, 12 april 2023

wordt gemaakt wie er bij schaarste als eerste in aanmerking komt voor huishoudelijke ondersteuning vanuit de Wmo. Zowel de hogere als de lagere inkomens maken evenveel kans. Haar fractie is positief over het aanbrengen van een prioritering opdat de hulp terechtkomt bij de mensen die dit het hardst nodig hebben. Haar fractie is ook positief over de nuancering die wordt aangebracht omdat er van urgentie sprake kan zijn. Hoewel er op dit momenten geen wachtlijsten zijn, is het goed om vooruit te kijken en om aan de voorkant op leveringsproblemen te anticiperen. Aangegeven wordt dat het wachtlijstbeheer extra werk met zich meebrengt. Zij vraagt of hier voldoende capaciteit voor is. Voorts vraagt zij of mensen vrijwillig afstand nemen wetende dat zij dit officieel niet hoeven te doen. De heer Koçak geeft aan dat zijn fractie voorstander is van de invoering van een inkomensafhankelijke bijdrage. Het voorstel dat voorligt, is een slecht voorstel. Zijn fractie voorziet uitvoeringsproblemen en extra belasting voor de ambtelijke organisatie als er wachtlijsten ontstaan. Hij roept de wethouder op het voorstel in te trekken en aan de slag te gaan met zorgaanbieders om alternatieven te vinden. Hij informeert of er al draagvlak is binnen het maatschappelijk veld.

Mevrouw Hamann merkt op dat het Gehandicaptenplatform en de Wmo-adviesraad van harte hebben ingestemd met het voorgaande raadsvoorstel. Deze organisaties zijn deskundig genoeg om dat te kunnen beoordelen. De heer Koçak vervolgt dat dit absoluut het geval is, maar de zorgaanbieders worden vergeten. Met hen moet besproken worden hoe de wachtlijsten verminderd kunnen worden. De heer Krol is verbaasd over deze inbreng. Na de vorige sessie had hij juist de indruk dat er vanuit de gemeente veel contact is met aanbieders om de wachtlijstproblematiek op te lossen. De heer Koçak zegt dat het niet om contacten gaat, maar om verbinding. Als een voorstel gewijzigd moet worden, zou hij de zorgaanbieders uitnodigen om te spreken over de aanpak van de wachtlijsten tot 2025. De kwetsbaren beschermen. De heer Krol benadrukt dat steeds wordt gesproken over het helpen van de meest kwetsbaren. De heer Koçak merkt op dat aangegeven wordt dat dit een vorm van discriminatie is. Er zijn legitieme juridische kaders om dit voorstel niet aan te nemen. De gemeente heeft een voorbeeldfunctie en daarom roept hij de wethouder op om geen risico te nemen, maar tot 2025 te kijken naar alternatieven. De heer Van Houwelingen vraagt of met juridische kaders inkomenspolitiek wordt bedoeld.

Meerdere fracties vanavond aanwezig hebben ingestemd met een verhogen van de bijstandsnorm naar 130%; dat is ook inkomenspolitiek. Hij begrijpt niet waarom dit punt nu wel als zwaarwegend wordt aangemerkt en destijds niet. De heer Koçak herhaalt dat zijn fractie voorstander is van het invoeren van een inkomensafhankelijke bijdrage, het voorstel dat voorligt is slecht en onzorgvuldig en daarom geeft hij aan dat het anders moet. Wethouder Dansen hoopt dat de heer Koçak niet denkt dat het college dom is; vorig jaar is uitgebreid met de zorgaanbieders gesproken om mee te denken in de schaarste. Natuurlijk worden er keukentafelgesprekken gevoerd, wordt meegedacht en worden alternatieven bedacht. Het gaat niet om een inkomensafhankelijke bijdrage, maar het beheersen van de wachtlijst. Zij benadrukt dat het om schaarste gaat. Op dit moment staan 7 van de 14 aanbieders nog in het groen. In de gemeente Molenlanden staan alle aanbieders al in het rood. Bestaande cliënten behouden de huishoudelijke ondersteuning, maar voor nieuwe

Parallelsessie B&A Wijziging WMO verordening, 12 april 2023

aanvragen geldt dat de mensen die het hardst hulp nodig hebben en dit zelf het minst kunnen regelen als eerste geholpen worden. De heer Van der Meijden vindt het buitengewoon stigmatiserend dat de wethouder een relatie legt met inkomen en kwetsbare inwoners. Iedereen wil dat degenen die de hulp het hardst nodig hebben het eerst geholpen worden, maar het commentaar van zijn fractie is dat inkomen niet het enige waardevolle criterium is. In het voorstel wordt dit als enige uitsluitingsgrond gehanteerd. Wethouder Dansen wil niet op deze manier geframed worden. Het gaat niet alleen om het inkomen, maar ook om het netwerk en situaties waarin mensen zelfs als zij een iets hoger inkomen hebben dermate in de problemen zitten dat zij eerder geholpen moeten worden. Mensen die het meest urgent hulp nodig hebben en daar zelf het minst aan kunnen doen krijgen hulp. Mevrouw Pellikaan denkt dat de vraag is of het fair is om financiële zelfredzaamheid als criterium op te nemen als dit in de huidige arbeidsmarkt niet verzilverd kan worden. In hoeverre kan gesteld worden wie de hulp het hardst nodig heeft en in hoeverre kan financiële zelfredzaamheid daarbij een component zijn. Financiële zelfredzaamheid is wellicht geen goede indicator gezien de huidige arbeidsmarkt. Zij hoort graag hoe de wethouder dit ziet, in hoeverre kunnen mensen in de private sector hulp vinden.

Wethouder Dansen reageert dat het zelf organiseren van particuliere hulp een andere vijver is de vijver dan waar zorgaanbieders uit putten. Mensen die voldoende redzaam zijn kunnen altijd gebruik maken van een pgb. De heer Koçak vraagt of wachtlijstproblematiek de enige oplossing is. Voorts vraagt hij of de wethouder kan toezeggen, met de kennis van nu, dat er niemand buiten de boot gaat vallen. Wethouder Dansen bevestigt dat dit niet het geval zal zijn. Er wordt niet gezegd wij gaan u niet helpen, er wordt gezegd wij gaan u nu niet helpen omdat eerst iemand anders geholpen moet worden. Bijzondere omstandigheden worden zeker meegenomen. Vorig jaar is een oplossing gezocht door mensen die eens in de week twee uur hulp hadden, eens in de twee weken drie uur te geven. Zij denkt dat de verdeling van schaarste die nu wordt voorgesteld gaat werken. De voorzitter verzoekt de wethouder in te gaan op de opmerkingen over de juridische houdbaarheid en mondige burgers die een voorsprong zouden kunnen hebben op minder mondige burgers. Wethouder Dansen reageert met betrekking tot de juridische houdbaarheid dat deze er naar alle waarschijnlijkheid geval is, maar er is nooit 100% garantie. Mondige burgers; juist in dit geval kan uitgelegd worden dat vanwege tekorten andere burgers eerst geholpen worden.

Vanaf mei kunnen de eerste problemen met de wachtlijsten verwacht worden en dit loopt door tot september vanwege de vakantieperiode. In deze periode zal niet iedereen gelijk geholpen kunnen worden. De heer Van Houwelingen refereert aan het voorbeeld van het verdelen van de schaarste en vraagt of dit inmiddels is teruggedraaid. Wethouder Dansen antwoordt dat er op het moment geen wachtlijstproblematiek is, iedereen krijgt onmiddellijk de zorg die wordt aangevraagd. De heer Koçak vraagt hoe de wachtlijst gemonitord wordt.

Parallelsessie B&A Wijziging WMO verordening, 12 april 2023

Wethouder Dansen antwoordt dat wordt gewerkt met het stoplichtmodel; aanbieders die niet meer kunnen leveren staan op rood. Op elk moment is zichtbaar of er geholpen kan worden. De heer Koçak vindt het wenselijk dat de raad ter geruststelling maandelijks wordt geïnformeerd over de stand van zaken. Wethouder Dansen benadrukt dat vragen op elk moment gesteld kunnen worden. Een actuele monitor vergt extra werkzaamheden. Zij stelt voor dat zij de raad waarschuwt op het moment dat er aan wachtlijstbeheer wordt begonnen en ook op het moment dat dit weer gestopt wordt. De heer Koçak kan zich vinden in deze toezegging. De heer Van Houwelingen merkt op dat deze vraag in de vorige sessie al aan de orde is geweest en een herhaling van zetten is. De heer Van der Meijden wil graag reageren in tweede termijn. De opmerking over de verhoging van de bijstandsnorm naar 130% vindt hij geen eerlijke vergelijking. Er was een juridische grond voor deze verhoging. Er is geen vaste jurisprudentie die burgers die dat in twijfel trekken continu honoreert. Gehoord de discussie moet hij denken aan de nationale ombudsman die iedere dag bezig is met burgers die in confrontatie met de overheid komen. Deze stelt dat maatwerk geen oplossing is voor falend overheidsbeleid.

Dit is wel het gevoel dat hem bekruipt als er een criterium wordt gehanteerd waarvan bekend is dat dit niet representatief is voor in hoeverre men zelfstandig is. Financiële zekerheid betekent in deze situatie niet dat men daadwerkelijk in staat is om een alternatief te kunnen verzilveren. Zijn fractie is van mening dat het een ondeugdelijk criterium is. Wethouder Dansen reageert dat verhogen naar 130% inkomenspolitiek is omdat het onontkoombaar is. Zij herhaalt dat niet alleen naar inkomen wordt gekeken, maar ook naar zelfredzaamheid en het netwerk dat mensen hebben. De heer Van der Meijden is van mening dat de wethouder hem uitlokt door te reageren op een opmerking in de richting van de fractie van de SP. Hij heeft geen vragen gesteld, maar een conclusie verbonden aan zijn eigen betoog. Hij benadrukt dat er voor het verhogen van de bijstandsnorm naar 130%, die op initiatief van zijn fractie is doorgevoerd, een juridische grond was en dat er geen vaste jurisprudentie is die gemeenten verbiedt om die vorm van inkomenspolitiek te hanteren. In dit geval is deze grond er wel en dat maakt het anders. Hij heeft het antwoord gehoord met betrekking tot het criterium inkomen en aangegeven hoe zijn fractie daar tegenaan kijkt. Mevrouw Pellikaan geeft aan dat haar fractie worstelt met het raadsvoorstel omdat het om een grijs gebied gaat.

Mensen moeten niet op basis van een inkomenstoets worden uitgesloten van de Wmo. Financiële zelfredzaamheid mag wel meegewogen worden als component, maar dan moet dit zich vertalen naar een vorm van een inkomensafhankelijke bijdrage waar landelijk wetgeving voor in de maak is. Op basis van financiële zelfredzaamheid de positie van mensen op een wachtlijst veranderen is wat haar fractie betreft een grijs gebied omdat er in de arbeidsmarkt geen garantie is dat die financiële zelfredzaamheid verzilverd kan worden. De wethouder geeft aan dat het om een andere vijver gaat, maar zij vreest dat ook bij deze andere vijver gezien de huidige arbeidsmarkt sprake van schaarste is. Dit leidt wel tot de conclusie dat mensen op basis van een inkomenstoets onthouden worden van zorg die zij even hard als anderen nodig hebben. Zij merkt het voorstel daarom als bespreekstuk aan en zou graag in gesprek willen met andere fracties om te kijken of er iets bedacht kan worden. Mevrouw Hamann merkt op dat in de onderliggende stukken wordt uitgelegd dat mensen in nood zullen worden geholpen. In het raadsvoorstel staat dat bij leveringsproblemen

Parallelsessie B&A Wijziging WMO verordening, 12 april 2023

voorrang wordt gegeven aan nieuwe cliënten met een lager inkomen wanneer het gaat om huishoudelijke ondersteuning. Cliënten met een hoger inkomen komen op de wachtlijst. Dat is hetgeen de raad over besluit, wellicht dat deze tekst aangepast moet worden. De voorzitter constateert dat het voorstel als bespreekstuk wordt aangemerkt. De wethouder heeft toegezegd dat niemand buiten de boot valt, maar dat aangegeven wordt dat er nu niet geholpen kan worden. Voorts is toegezegd dat in het geval wachtlijstbeheer wordt toegepast er een signaal komt richting de raad dat dit het geval is en ook als dit weer stopt. Sluiting De voorzitter bedankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering.

Parallelsessie B&A Wijziging WMO verordening, 12 april 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=0d13b0a3-d7fa-40fe-871b-3356995c21fd