2023-846398 Beleidsregel financiele zelfredzaamheid bij maatwerkvoorziening.docx
Tekst van het document
BELEIDSREGEL BEOORDELING FINANCIELE ZELFREDZAAMHEID BIJ WMO MAATWERKVOORZIENING HUISHOUDELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE GORINCHEM 2023 Deze beleidsregel geeft nadere invulling aan de begrippen eigen kracht, financiële zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden als bedoeld in de Wmo en de gemeentelijke verordening maatschappelijke ondersteuning. In de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Gorinchem 2023 die met ingang van 1 juni 2023 in werking treedt, is onder andere een zin aan artikel 4.8 toegevoegd die als volgt luidt: “Bij de beoordeling van de eigen kracht en eigen mogelijkheden worden tevens de eigen financiële mogelijkheden (zelfredzaamheid) meegewogen.” Ook is de artikelsgewijze toelichting voor artikel 4.8, tweede lid aangepast.
1. Financiële zelfredzaamheid bij de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning. De gemeente hanteert een inkomenstoets bij het beheren van (dreigende) wachtlijsten. Van (dreigende) wachtlijsten is sprake wanneer tenminste 10 aanbieders geen huishoudelijke ondersteuning kunnen bieden en/of er minder dan 20 uur aan huishoudelijke ondersteuning beschikbaar is en de verwachting is dat deze langdurig van aard zijn (langer dan 3 maanden) Bij de beoordeling van de mogelijke financiële zelfredzaamheid wordt een inkomensgrens gehanteerd. De inkomensgrens is vastgesteld op 185% van het sociaal minimum. Wanneer er sprake is van een gezinsinkomen, hoger dan 185% van het sociaal minimum, is er sprake van grotere financiële zelfredzaamheid ten opzichte van lagere inkomens. Na het starten van wachtlijstbeheer hebben nieuwe cliënten huishoudelijke ondersteuning met een inkomen ≤185% van het sociaal minimum voorrang op de levering van huishoudelijke ondersteuning ten opzichte van inwoners met een inkomen > 185% van het sociaal minimum tenzij uit het volledig onderzoek blijkt dat dat onwenselijk is. Voor de bepaling van de grensbedragen hanteert de gemeente de meest recente normbedragen zoals de Rijksoverheid die periodiek publiceert.
Grensbedragen 2023 Het sociaal minimum bedraagt voor een gehuwde of daaraan gelijkgestelde, € 1.934,40 per maand (1-1-2023). Als 185%- grens voor deze categorie hanteer de gemeente een jaarinkomen van € 42.944 (1-1-2023). Het sociaal minimum bedraagt voor een alleenstaande van 21 jaar of ouder € 1.378,95 per maand (1-1-2023). Als 185%-grens voor deze categorie hanteert de gemeente een jaarinkomen van € 30.612,69 (1-1-2023).
2. Meewerken aan het onderzoek Indien een inwoner behoefte heeft aan ondersteuning en aanspraak wil maken op de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning dient hij medewerking te verlenen aan het onderzoek dat daaraan voorafgaat. De onderzoekverplichting is opgenomen in artikel 2.3.2, eerste lid Wmo 2015: “Indien bij het college melding wordt gedaan van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning, voert het college in samenspraak met degene door of namens wie de melding is gedaan en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers dan wel diens vertegenwoordiger, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken, een onderzoek uit overeenkomstig het tweede tot en met achtste lid. Het college bevestigt de ontvangst van de melding.” Vervolgens kent de Wmo 2015 een medewerkingsplicht en een inlichtingenplicht. Deze verplichtingen zijn opgenomen in artikel 2.3.8 van de Wmo 2015:
1
“1. De cliënt doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6. 2. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet indien die feiten en omstandigheden door het college kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden verkregen uit bij regeling van Onze Minister aan te wijzen administraties. 3. De cliënt is verplicht aan het college desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet.” De gemeente mag de financiële gegevens van een inwoner in het kader van de Wmo 2015 niet rechtstreeks bij de Belastingdienst opvragen omdat de gemeente daartoe niet wettelijk bevoegd is. Het tweede lid van artikel 2.3.8 is dus niet van toepassing. Om die reden moeten de financiële gegevens bij de inwoner opgevraagd worden. De documenten (zoals een jaaropgave of een aanslag inkomstenbelasting) worden ingezien, maar worden niet gekopieerd en opgeslagen in de gemeentelijke administratie.
3. Volledig onderzoek In alle gevallen vindt er een volledig onderzoek plaats naar de omstandigheden van de inwoner, welke mogelijke beperkingen er zijn en wordt dit alles goed vastgelegd. De Centrale Raad van Beroep heeft in haar uitspraken keer op keer het belang benadrukt van het doen van een zorgvuldig onderzoek, eventueel ondersteund door een deskundig advies en een goed onderbouwde motivering in de verslaglegging. Op basis van het volledig onderzoek kan de gemeente besluiten een inwoner met een inkomen van > 185% toch voorrang te verlenen bij de toekenning van huishoudelijke hulp.
4. Omstandigheden die kunnen leiden tot voorrang bij de toekenning huishoudelijke ondersteuning bij een inkomen hoger dan 185% van het sociaal minimum Er zijn omstandigheden waarbij iemand met een inkomen hoger dan 185% van het sociaal minimum toch voorrang krijgt bij de toewijzing van huishoudelijke ondersteuning dan iemand met een inkomen lager dan 185% van het sociaal minimum. Bijvoorbeeld: Er is beslag gelegd op het gezinsinkomen; Er is sprake van grote schulden met een hoge aflossingsverplichting; Men zit in de schuldhulpverlening; Er zijn hoge zorgkosten; of Wanneer de bepalingen van de verordening Wmo tot onbillijkheden van overwegende aard leiden (oftewel de hardheidsclausule, die is opgenomen in artikel 9.3 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Gorinchem 2023). Een mogelijk aanwezige hypotheekschuld van de woning waar ook feitelijk verbleven wordt telt hierin niet mee, aangezien de betaling van de rente en aflossing in dat geval tot de reguliere woonlasten behoort.
Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gorinchem in de vergadering d.d. 4 april 2023. De secretaris,
De burgemeester,
2