2023-836255 Archeologie in Gorinchem en Molenlanden Gorinchem_Molenlanden_rapport_verwachtings-beleidskaart_incl_bijlagen_20211015.pdf
Tekst van het document
RAAP-RAPPORT 5350 BAAC rapport V-19.0218
Archeologie in de gemeenten Gorinchem en Molenlanden actualisatie archeologische verwachtings- en beleidskaart
Colofon Opdrachtgever: gemeenten Gorinchem en Molenlanden Titel: Archeologie in de gemeenten Gorinchem en Molenlanden; actualisatie archeologische verwachtings- en beleidskaart. Versie: 15-10-2021 Auteur: ir. E.H. Boshoven, drs. M.J. van Putten & drs. D.E.P.C.M. Beckers Projectcode: GIGM (RAAP); V-19.0218 (BAAC) Bestandsnaam: RAAPrap_5350_GIGM_20211015
ISSN: 0925-6229
RAAP Leeuwenveldseweg 5b
Telefoon: 0294-491 500
1382 LV Weesp
E-mail: raap@raap.nl
Postbus 5069
Website: www.raap.nl
1380 GB Weesp
BAAC Graaf van Solmsweg 103 5222 BS ’s-Hertogenbosch
Telefoon: 073-613 62 19 E-mail:denbosch@baac.nl Website: www.baac.nl
© RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., BAAC B.V., 2021 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. en BAAC B.V. aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van d it onderzoek of de toepassing van de adviezen.
Archeologie in de gemeenten Gorinchem en Molenlanden ; actualisatie archeologische verwachtings en beleidskaart.
Samenvatting De gemeenten Gorinchem en Molenlanden beschikken sinds 2009 over een archeologische verwachtingen- en beleidskaart. In de toentertijd verschenen rapportage (Boshoven e.a., 2009) is uitgebreid ingegaan op beleidsaspecten, het fysisch-geografisch landschap, de archeologische vindplaatsen en bewoningsgeschiedenis en op de samengestelde verwachtingskaart zelf. Omdat (zeker de laatste jaren) het aantal archeologische onderzoeken landelijk enorm is g estegen, is het zaak om de archeologische waarden- en verwachtingskaarten periodiek te laten actualiseren. In opdracht van de gemeenten Gorinchem en Molenlanden hebben RAAP Archeologisch Adviesbureau en BAAC B.V. in 2020/2021 een actualisatie doorgevoerd van de bestaande archeologische kaarten van de betreffende gemeenten. De actualisatie betreft het bijwerken van de bestaande laag met de ligging van de fossiele rivierlopen alsmede het bijwerken van de achterliggende databestanden met nieuwe/aanvullende archeologische gegevens en inzichten. Zo is de bestaande kaart bijgewerkt met behulp van de in 2012 geactualiseerde Paleogeografische kaart voor het Nederlandse rivierengebied. Daarnaast is de kaart uitgebreid met het thema conflictarcheologie. Hiertoe is een inventarisatie op het gebied van conflictarcheologie uitgevoerd waarbij diverse bronnen, kaarten en luchtfoto’s bestudeerd zijn.
Dit thema heeft geresulteerd in een thematische kaart en is ook integraal verwerkt in de archeologische verwachtings en beleidskaart. Een archeologische verwachtingskaart vormt een instrument voor het archeologiebeleid ten aanzien van de planvorming binnen de gemeente. De eerste stap om te kunnen komen tot een archeologische verwachtingskaart is een inventarisatie van de op dit moment bekende vindplaatsen binnen de gemeentegrenzen van Gorinchem en Molenlanden. De resultaten van een dergelijke inventarisatie kunnen worden weergegeven op een bronnenkaart waarmee een goed beeld wordt verkregen van de hoeveelheid bekende archeologische vindplaatsen, de verspreiding ervan en de verdeling over de verschillende perioden. Ook staan de belangrijkste historische elementen en structuren op een dergelijke bronnenkaart weergegeven. In combinatie met een landschappelijke eenhedenkaart, het resultaat van de landschappelijke inventarisatie, wordt inzicht verkregen in de ruimtelijke spreiding van archeologische vindplaatsen in het landschap. Het combineren van zowel de landschappelijke als archeologische informatie is essentieel in het opstellen van een verwachtingsmodel. Zo kan middels analyses worden nagegaan of de vondsten zijn gebonden aan bepaalde archeolandschappelijke eenheden. Een dergelijke analyse leidt vervolgens tot een verwachtingsmodel.
De archeologische waarden- en verwachtingskaart laat terreinen zien waar archeologische waarden al bekend zijn en waar archeologische resten verwacht kunnen worden. Aan elke verwachtingscategorie zijn vervolgens bepaalde beleidsadviezen gekoppeld resulterend in een beleidskaart. Als uitgangspunt zijn de vrijstellingsgrenzen dezelfde als de vrijstellingsgrenzen op de kaart uit 2009 en zijn de nieuwe categorieën voorzien van een beleidsadvies met bijbehorende onderbouwing.
RAAP-rapport 5350 / BAAC rapport V-19.0218 versie 15-10-2021
[3]
Archeologie in de gemeenten Gorinchem en Molenlanden ; actualisatie archeologische verwachtings en beleidskaart.
Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 4 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1 Kader .................................................................................................................................................. 5 1.2 Doelstelling ......................................................................................................................................... 5 1.3 Onderzoeksopzet, leeswijzer en richtlijnen ............................................................................................ 6 1.4 Dankwoord .......................................................................................................................................... 7
2 Opzet en methoden .......................................................................................................................... 8 2.1 Inleiding .............................................................................................................................................. 8 2.2 Actualisatie van de landschappelijke ondergrond ................................................................................... 8 2.3 Overslaggronden (dijkdoorbraakafzettingen) ........................................................................................10 2.4 Actualisatie en aanvullen van de archeologische gegevens ...................................................................10 2.5 actualisatie van de verstoringsgegevens ..............................................................................................16 2.6 Inventarisatie conflictarcheologie .........................................................................................................18 2.7 Inventarisatie watergerelateerd erfgoed ...............................................................................................21
3 Inventarisatie conflictarcheologie .................................................................................................... 24 3.1 Oorlogserfgoed ...................................................................................................................................24
4 De landschappelijke ondergrond en het verwachtingsmodel ............................................................ 33 4.1 Inleiding .............................................................................................................................................33 4.2 Landschappelijke achtergrond .............................................................................................................33 4.3 De landschappelijke eenhedenkaart .....................................................................................................36 4.4 Aanpassing geomorfogenetische grenzen ............................................................................................37 4.5 Het verwachtingsmodel .......................................................................................................................38 4.6 De gaafheid van vindplaatsen ..............................................................................................................42 4.7 De verwachtingskaart ..........................................................................................................................43 4.8 Beperkingen .......................................................................................................................................44
5 Beleidsadviezen ............................................................................................................................. 46 Geraadpleegde bronnen .................................................................................................................... 49 Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices ..................................................................... 52
RAAP-rapport 5350 / BAAC rapport V-19.0218 versie 15-10-2021
[4]
Archeologie in de gemeenten Gorinchem en Molenlanden ; actualisatie archeologische verwachtings en beleidskaart.
1 Inleiding 1.1 Kader Archeologie, cultuurlandschap en monumenten spelen een steeds grotere rol bij ruimtelijke ontwikkelingen. Opgraving of inpassing van archeologische vindplaatsen, het historisch cultuurlandschap als een creatieve input voor ontwerp, bescherming en herbestem ming van bouwkundig erfgoed: het zijn allemaal manieren waarop bewust aandacht wordt besteed aan de boven en ondergrondse historische kwaliteiten van een gebied. Het zichtbaar en beleefbaar maken van cultuurhistorie kan een gebied een eigen identiteit geven. Daardoor wordt niet alleen de intrinsieke waarde voor de lokale bevolking verhoogd, maar ontstaan ook economische kansen. Een voorbeeld daarvan is een historische dorpskern, maar het geldt ook voor landelijke gebieden waar bijvoorbeeld fietsrecreanten op afkomen. Een zorgvuldige omgang met cultuurhistorie en benutting van historische kwaliteiten kan dus economisch lonend zijn, zo is uit wetenschappelijk onderzoek gebleken (Bade & Smid, 2008). De gemeenten Gorinchem en Molenlanden (figuur 1) beschikken s inds 2009 over een archeologische verwachtingen- en beleidskaart. In de toentertijd verschenen rapportage (Boshoven e.a., 2009) is uitgebreid ingegaan op beleidsaspecten, het fysisch-geografisch landschap, de archeologische vindplaatsen en bewoningsgeschiedenis en op de samengestelde verwachtingskaart zelf.
Omdat (zeker de laatste jaren) het aantal archeologische onderzoeken landelijk enorm is gestegen, is het zaak om de archeologische waarden- en verwachtingskaarten periodiek te laten actualiseren. In opdr acht van de gemeenten Gorinchem en Molenlanden hebben RAAP Archeologisch Adviesbureau en BAAC B.V. in 2020/2021 een actualisatie doorgevoerd van de bestaande archeologische kaarten van de betreffende gemeenten.
1.2 Doelstelling De actualisatie betreft het bijwerken van de bestaande laag met de ligging van de fossiele rivierlopen alsmede het bijwerken van de achterliggende databestanden met nieuwe/aanvullende archeologische gegevens en inzichten. Zo is de bestaande kaart bijgewerkt met behulp van de in 2012 geac tualiseerde Paleogeografische kaart voor het Nederlandse rivierengebied (Universiteit Utrecht, Cohen e.a., 2012). De doelstellingen zijn (in kort bestek): -
het verfijnen en verbeteren van bestaande archeologische verwachtings - en beleidskaart voor het gehele gemeentelijk grondgebied;
-
vlakdekkend inzicht geven over de aanwezigheid van bekende archeologische vindplaatsen;
-
vlakdekkend inzicht geven in de verwachte archeologische waarden;
-
aanvullen van de kaart met gegevens die beschikbaar zijn bij de diver se historische en archeologische verenigingen.
Daarnaast is de kaart uitgebreid met het thema conflictarcheologie. Hiertoe is een inventarisatie op het gebied van conflictarcheologie uitgevoerd waarbij diverse bronnen, kaarten en luchtfoto’s bestudeerd zijn.
RAAP-rapport 5350 / BAAC rapport V-19.0218 versie 15-10-2021
[5]
Archeologie in de gemeenten Gorinchem en Molenlanden ; actualisatie archeologische verwachtings en beleidskaart.
Figuur 1. Ligging van de gemeenten Gorinchem en Molenlanden.
1.3 Onderzoeksopzet, leeswijzer en richtlijnen Voor de actualisatie van de archeologische verwachtings- en beleidskaart vormt de kaart uit 2009 de basis en zijn de gegevens geactualiseerd. In hoofdstuk 2 worden de bronnen genoemd en de methoden behandeld (inhoudelijke verantwoording). Ook wordt hierbij ingegaan op het thema watergerelateerde archeologie. Tevens is de kaart uitgebreid met het thema conflictarcheologie, da t wordt besproken in hoofdstuk 3. De verschillende kaarten worden toegelicht in hoofdstuk 4, evenals de opzet van het archeologische verwachtingsmodel. De geactualiseerde archeologiekaarten zijn bijgevoegd als kaartbijlage 1 (bronnenkaart, schaal 1:10.000), een thematische kaart met conflictarcheologie (kaartbijlage 2), kaartbijlage 3 (landschappelijke eenhedenkaart, met een nauwkeurigheid van een schaal 1:10.000,
RAAP-rapport 5350 / BAAC rapport V-19.0218 versie 15-10-2021
[6]
Archeologie in de gemeenten Gorinchem en Molenlanden ; actualisatie archeologische verwachtings en beleidskaart.
maar afgebeeld op schaal 1:40.000), en kaartbijlage 4 (archeologische verwachtings- en beleidskaart). Kaartbijlagen 1, 2 en 4 bevatten tevens een detailuitsnede van de historische binnenstad van Gorinchem. Het actualiseren van de archeologische kaarten van de gemeenten Gorinchem en Molenlanden is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep (zie artikel 24 van het Besluit archeologische monumentenzorg). Het uitgevoerde onderzoek bestond uit een bureauonderzoek. Er is geen veldonderzoek uitgevoerd. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), geldt in de praktijk als richtsnoer. Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.
1.4 Dankwoord Voor het project is een projectgroep opgezet waarin vanuit gemeente Gorinchem Wieteke van Hulten vertegenwoordigd was, vanuit gemeente Molenlanden waren dat Ronald van Oosterbos en Eric van der Kuijl. De beide gemeenten werden begeleid vanuit het Erfgoedhuis Zuid -Holland door Onno Helleman en Janneke van Haver-Plas. Diverse organisaties en personen hebben aanvullende informatie geleverd. Het betreft de Archeologische Werkgemeenschap Nederland (AWN; Cor Westra), de AWN -werkgroep LWAOW (Piet Deelen), Geschiedkundige Vereniging Giessenburg en Schelluin en (Bert den Boer), Historische Kring Nieuwpoort (Matzy van Harten), Pieter Floore en Martin Veen. We willen iedereen bedanken voor hun bijdrage en met name de projectgroep bedanken voor de samenwerking, die door de corona-situatie een extra uitdaging werd.
RAAP-rapport 5350 / BAAC rapport V-19.0218 versie 15-10-2021
[7]
Archeologie in de gemeenten Gorinchem en Molenlanden ; actualisatie archeologische verwachtings en beleidskaart.
2 Opzet en methoden 2.1 Inleiding Een archeologische verwachtingskaart vormt een instrument voor het archeologiebeleid ten aanzien van de planvorming binnen de gemeente. De eerste stap om te kunnen komen tot een archeologische verwachtingskaart is een inventarisatie van de op dit moment bekende vindplaatsen binnen de gemeentegrenzen van Gorinchem en Molenlanden. De resultaten van een dergelijke inventarisatie kunnen worden weergegeven op een bronnenkaart (kaartbijlage 1) waarmee een goed beeld wordt verkregen van de hoeveelheid bekende archeologische vindplaatsen, de verspreiding ervan en de verdeling over de verschillende perioden. Ook staan de belangrijkste historische elementen en structuren op een dergelijke bronnenkaart weergegeven. In combinatie met een landschappelijke eenhedenkaart (kaartbijlage 3), het resultaat van de landschappelijke inventarisatie, wordt inzicht verkregen in de ruimtelijke spreiding van archeologische vindplaatsen in het landschap. Het combineren van zowel de landschappelijke als archeologische informatie is essentieel in het opstellen van een verwachtingsmodel. Zo kan middels analyses worden nagegaan of de vondsten zijn gebonden aan bepaalde archeolandschappelijke eenheden. Een dergelijke analyse leidt vervolgens tot een verwachtingsmodel.
In onderstaande paragrafen wordt nader ingegaan op de geraadpleegde bronnen en gebruikte methoden bij zowel de landschappelijke als archeologische inventarisatie .
2.2 Actualisatie van de landschappelijke ondergrond Het uitgangspunt bij de actualisatie van de landschappelijke ondergrond betrof het GIS-bestand met de begrenzing van de ondergrondse elementen als stroomgordels, donken en crevasses van de huidige verwachtingskaart. De begrenzing van de diverse stroomgordels en met name crevasses is op veel locaties nader verfijnd doordat in de jaren na de oplevering van de kaart in 2009 diverse nieuwe bronnen beschikbaar zijn gekomen. Het betreft met name een aanzienlijk gedetailleerdere versie van het Actueel Hoogtebestand Nederland en een actualisatie van de stroomgordelkaart. De begrenzing van de landschappelijke eenheden is gecontroleerd en zo nodig aangepast aan de hand van de volgende bronnen en gegevens: -
Het 0,5 m grid van het Actueel Hoogtebestand Nederland, versie 3 (AHN3; inwinjaar: 2015). Tijdens de vervaardiging van de verwachtingskaart in 2009 is gebruik gemaakt van het 5 m grid AHN1. Huidig AHN3 laat dan ook beduidend meer detail zien (een blok van 5x5 m bestaat met AHN3 uit 100 gridcellen van 0,5x0,5 m, terwijl het AHN1 uit 1 gridcel va n 5x5 m bestond),
-
De geactualiseerde stroomgordelkaart van Cohen & Stouthamer (2012). Bij de vervaardiging van de verwachtingskaart in 2009 is gebruik gemaakt van de stroomgordelkaart uit 2001. De versie uit 2012 laat op veel punten actualisaties zien. Wel dient te worden opgemerkt dat de stroomgordelkaart uit 2012 deels is bijgewerkt aan de hand van het AHN2 uit 2011 (0,5 m grid)
-
Verwachtingskaart uiterwaardengebied (UIKAV): in 2014 is deze kaart uitgegeven door een samenwerking van Deltares, Rijksuniversiteit Groningen en Universiteit Utrecht, in opdracht van Rijkswaterstaat en de RCE. De westelijke grens van deze kaart ligt voor de Lek ter hoogte
RAAP-rapport 5350 / BAAC rapport V-19.0218 versie 15-10-2021
[8]
Archeologie in de gemeenten Gorinchem en Molenlanden ; actualisatie archeologische verwachtings en beleidskaart.
van het veer Nieuwpoort-Schoonhoven. Een goed onderbouwde verwachting voor de uiterwaarden is opgesteld door de UIKAV te combineren met het AHN3, het bestand met historische hoogtepunten van Rijkswaterstaat en de series rivierkaarten en bonnekaarten uit 19 e en 20 e eeuw. -
In de periode 1980 – 1990 is vanuit de Universiteit Leiden intensief onderzoek verricht naar d e bewoningsgeschiedenis van de donken op het grondgebied van de gemeenten Giessenlanden, Molenwaard en Gorinchem. Een overzicht van de resultaten is gepubliceerd in Westerheem 60 (2011/6: pp 274-287, Louwe Kooijmans & Verbruggen 2011). Door dhr. M. Verbruggen zijn de originele donkenkaart en alle gegevens van de aangetroffen vindplaatsen beschikbaar gesteld voor de huidige inventarisatie. Deze donkenkaart en detailtekeningen zijn ingescand en gegeorefereerd en op basis hiervan is de begrenzing van de donken geactualiseerd en verfijnd.
-
Aan de hand van de onderzoeksresultaten van uitgevoerd archeologisch onderzoek is het ondergrondmodel lokaal verfijnd. Aangezien sprake is van 400 uitgevoerde onderzoeken sinds 2008 is het ondoenlijk om alle onderzoeksrapporten te raadplegen en daarom zijn alleen de onderzoeken groter dan 1 hectare geselecteerd. De met deze onderzoeken begrensde stroomgordels, gekarteerde crevassesystemen en donken zijn (waar mogelijk) verwerkt in het ondergrondmodel.
De geomorfologische kaart en bodemkaart van Nederland (schaal 1:50.000) zijn reeds bestudeerd bij de vervaardiging van de verwachtingskaart uit 2009 evenals de beschikbare gedetailleerde bodemkaarten van het gebied (bodemkundige overzichtskaar t van de Alblasserwaard: Van der Linde, 1959). De in de uitvraag genoemde archeologische landschappenkaart van de RCE is bestudeerd, maar heeft geen relevante gegevens opgeleverd aangezien deze kaart minder gedetailleerd is.
RAAP-rapport 5350 / BAAC rapport V-19.0218 versie 15-10-2021
[9]
Archeologie in de gemeenten Gorinchem en Molenlanden ; actualisatie archeologische verwachtings en beleidskaart.
veld
omschrijving
id
volgnummer
geom
stroomgordel, crevasse, water, restgeul e.d.
Str_diepte
Diepte van de top van de stroomgordelafzettingen (m –mv)
Str_nr
Nummer van de stroomgordel (conform nummering Cohen & Stouthamer, 2012)
Str_naam
Naam van de stroomgordel (conform Cohen & Stouthamer, 2012)
Str_opm
In uiterwaarden: nadere specificatie van de ouderdom
Strbu_nr
Verwijzing naar nummer van stroomgordel bij vlakken die als buffer om stroomgordel liggen
Strbu_naam
Verwijzing naar naam van stroomgordel bij vlakken die als buffer om stroomgordel liggen
Strufbuffer
Omschrijving
Crevasse
Vermelding van term ‘crevasse’ indien crevasse aanwezig is
Crev_nr
Verwijzing naar nummer van stroomgordel waaruit crevasse ontstaan is
Crev_naam
Verwijzing naar naam van stroomgordel waaruit crevasse ontstaan is
Crev_opm1
opmerkingenveld
Donk_diep
Bevat tekst indien dieper gelegen donk aanwezig is
Donk_dag
Bevat tekst indien dagzomende donk aanwezig is
Donk_buf
Bevat tekst indien sprake is van een buffer rond een donk
Donk_bron
Bron waarop begrenzing gebaseerd is
Wt_type
Type water (waterloop, wiel, eendenkooi, gracht)
Wt_omschrijving
Omschrijving (naam waterloop)
Wt_archeo
Archeologische verwachting voor watergebieden
kom
Waarde 100 indien sprake is van komgebied
gid
Uniek id-nr van het betreffende vlak
ondergrond
Opbouw ondergrond (welke klassen voorkomen in een bepaald vlak)
Tabel 1, Tabelstructuur van het fysisch-geografisch basisbestand.
2.3 Overslaggronden (dijkdoorbraakafzettingen) Op de bestaande kaart uit 2009 zijn de zones met overslaggronden al gekarteerd. Het betreffen zones waar als gevolg van dijkdoorbraken een pakket sediment is afgezet in het binnendijkse gebied. Deze afdekkende pakketten hebben geleid tot een betere bescherming van de onderliggende, archeologisch interessante lagen. Het afdekkende pakket heeft dus een beschermende functie. Aangezien er geen bronnen beschikbaar zijn gekomen met meer gedetailleerde informatie over de omvang en/of dikte van overslaggronden, is de dataset uit 2009 ongewijzigd overgenomen
2.4 Actualisatie en aanvullen van de archeologische gegevens Al vanaf eind 19 de , begin 20 ste eeuw is in Nederland op zowel professionele wijze als door amateurarcheologen archeologisch onderzoek gedaan. Men vond wat bijzonders en bracht het naar iemand binnen de gemeente waarvan men wist dat deze persoon hier interesse voor had. De vondsten
RAAP-rapport 5350 / BAAC rapport V-19.0218 versie 15-10-2021
[10]
Archeologie in de gemeenten Gorinchem en Molenlanden ; actualisatie archeologische verwachtings en beleidskaart.
werden soms voorzien van een beschrijving van het soort vondst en de locatie waar het was aangetroffen en verdwenen vervolgens vaak in de privécollectie 1. Pas na de oprichting van de Rijksdienst van het Oudheidkundig Bodemonderzoek in 1947, de voorloper van de huidige Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, werd de registratie van vondsten landelijk verwerkt in een database. Eerst op papier (CAA en CMA), later ook digitaal (ARCHIS). Dit systeem is afhankelijk van de bereidwilligheid van de vinder van een archeologische vondst om de vondst ook daadwerkelijk te melden bij de RCE. Ondanks de wettelijke verplichting dit te doen, gebeurt dit niet altijd. Derhalve bestaat de kans dat het raadplegen van ARCHIS niet alle bekende vindplaatsen zal opleveren. Om zoveel mogelijk bekende waarnemingen te traceren is tijdens het vervaardigen van de archeologische verwachtings- en beleidskaart al een beroep gedaan op lokale amateurarcheologen verenigd in de AWN. Gezien de tijdsspanne van 10 jaar tussen die kaart en de huidige update (voor een deel van die kaart), is ook voor het huidige project weer een beroep gedaan op lokale amateurarcheologen. In de database van de AWN (afdeling Lek- en Merwestreek) bevinden zich 17 mogelijk relevante objectlocaties die niet in ARCHIS geregistreerd staan 2.
Bij de AWN is de achterliggende informatie van deze objectlocaties opgevraagd en zijn op 26 april 2021 ontvangen. De gegevens zijn bestudeerd en de relevante zaken zijn verwerkt in de GIS -bestanden.
2.4.1
Waarnemingen in ARCHIS
In totaal zijn binnen beide gemeenten 1120 in ARCHIS geregistreerde waarnemingen bekend. Hiervan bevinden zich 74 binnen de gemeente Gorinchem en 1046 binnen de gemeente Molenlanden. Binnen deze waarnemingen zijn de waarnemingen van de lokale amateurarcheologen zoals deze in 2009 zijn verzameld nagenoeg allemaal verwerkt. Het blijkt echter dat 33 van de destijds verzamelde waarnemingen van de amateurarcheologen niet in ARCHIS is opgenomen. 3 Voor onderhavig project is ervoor gekozen om deze 33 waarnemingen wel te handhaven. Er zijn tijdens de inventarisatie geen aanvullende waarnemingen gebaseerd op oud kaartmateriaal toegevoegd. Er is voor gekozen deze puntlocaties wel op de bronnenkaart te plaatsen, maar dan als historische punten. Deze punten zijn derhalve niet opgenomen in de vindplaatsen catalogus. Het gaat daarbij om historische bebouwing, molens, kerken, kastelen, eendenkooien en dijken e n wegen. De meeste van deze historische punten zijn al tijdens de vervaardiging van het kaartmateriaal in 2009 opgetekend. 4 Tijdens onderhavige update zijn echter nog 47 aanvullende punten toegevoegd. Het betreft voornamelijk (inmiddels verdwenen) molens. Het militaire erfgoed binnen beide gemeenten vormt een aparte categorie. Er is voor gekozen om dit militaire erfgoed op een aparte kaart weer te geven.
Het gaat hierbij om het militaire erfgoed vanaf de middeleeuwen, maar vooral om relicten uit de Tweede Wereldoorlog (kaartbijlage 2). Deze kaart is door een specialist conflictarcheologie vervaardigd. 5 Voor de inventarisatie van deze gegevens is gebruik gemaakt van een verscheidenheid aan bronnen. In paragraaf 2.6 wordt hier nader op ingegaan.
Soms werden de vondsten echter gemeld bij het RMO te Leiden alwaar het werd geregistreerd. Dit ‘oude’ register is bij de ontwikkeling van ARCHIS opgenomen in het digitale bestand. 2 AW N-11 objectlocaties 614, 618, 624, 626, 627, 654, 656, 658, 659, 670, 680, 697, 703, 705, 720, 724 en 729 3 De reden hiervoor in niet bekend. Mogelijk dat deze waarnemingen door de RCE zijn afgekeurd. Het betreft locaties in de gemeente Molenlanden. 4 Boshoven et al 2009. 5 drs. D.E.P.C.M. Beckers. 1
RAAP-rapport 5350 / BAAC rapport V-19.0218 versie 15-10-2021
[11]
Archeologie in de gemeenten Gorinchem en Molenlanden ; actualisatie archeologische verwachtings en beleidskaart.
omschrijving
aantal
waarnemingen ARCHIS 2009
886
waarnemingen AWN 2009
71
totaal aantal waarnemingen 2009
957
waarnemingen ARCHIS 2019
1120
waarnemingen AWN 2019
6
33
vervallen waarnemingen 2019
106
totaal aantal waarnemingen na analyse 2019
1047
Tabel 2. Waarnemingen in de gemeenten Gorinchem en Molenlanden. 7.
Uit tabel 2 blijkt dat binnen het grondgebied van de huidige gemeenten Gorinchem en Molenlanden in 2009 957 waarnemingen bekend waren. Dat is inclusief de destijds nog niet in ARCHIS opgenomen 71 aanvullende waarnemingen afkomstig van amateurarcheologen. In november 2019 waren binnen beide gemeenten 1153 waarnemingen bekend (1120 in ARCHIS geregistreerde waarnemingen plus 33 niet in ARCHIS geregistreerde warnemingen afkomstig uit de inventarisatie uit 2009). In tien jaar tijd zijn er derhalve 196 nieuwe waarnemingen bijgekomen. Dit is, gezien de sterke stijging van het aantal onderzoeken in deze periode (zie paragraaf 2.4.3), een relatief laag aantal. Niet alle 1153 waarnemingen zijn betrouwbaar. Een aantal is door derden vaak vele jaren na de vondst in het ARCHIS bestand geplaatst. Aangezien de exacte locatie van de vondst niet meer was te achterhalen zijn dergelijke waarnemingen administratief geplaatst op afgeronde coördinaten. Derhalve zijn alle waarnemingen met coördinaten afgerond op 1000 m uit de database gefilterd. Ook komt het voor dat ergens onderzoek is gedaan zonder dat er vondstmateriaal is aangetroffen, terwijl hieraan wel een waarnemingsnummer is gekoppeld. Ook dergelijke waarnemingen zijn uit de database gefilterd. Daarnaast is een aantal waarnemingen aangetroffen waaraan geen datering is gegeven. Ook deze waarnemingen zijn uit de database gefilterd.
Voor de goede orde zijn de betreffende waarnemingen wel op de bronnenkaart weergegeven en genummerd. Op kaart zijn deze vondsten voorzien van een kruis zodat duidelijk is dat het geen bruikbare waarnemingen betreft. Voor de gemeenten Gorinchem en Molenlanden zijn op deze wijze 106 waarnemingen als onbruikbaar bestempeld. Er zijn derhalve 1047 betrouwbare waarnemingen aanwezig. In de catalogus (bijlage 3) wordt per waarneming een overzicht gegeven van de aard van de waarneming, inclusief ARCHIS -waarnemingsnummer en archeologische hoofdperiode(n). In tabel 3 zijn de vindplaatsen per archeologische periode weergegeven. Hierbij valt op dat het totaal aantal vindplaatsen (1473) niet overeenkomt met het totaal van 1047 vindplaatslocaties. Dit is het gevolg van het feit dat voor veel waarnemingen geldt dat de betreffende vondst niet specifiek aan één periode kan worden toegekend. Dit houdt impliciet in dat dezelfde v ondst in meerdere perioden mee geteld wordt.
6 7
Dit betreft AW N-waarnemingen uit 2009 die om wat voor reden dan ook niet in ARCHIS zijn opgenomen na melding in 2009. Peildatum: 29 november 2019.
RAAP-rapport 5350 / BAAC rapport V-19.0218 versie 15-10-2021
[12]
Archeologie in de gemeenten Gorinchem en Molenlanden ; actualisatie archeologische verwachtings en beleidskaart.
aantal waarnemingen totaal (N=1473)
%
laat-Paleolithicum
0
0,0
mesolithicum
12
0,8
neolithicum
55
3,7
bronstijd
44
3,0
ijzertijd
24
1,6
Romeinse tijd
98
6,7
middeleeuwen
733
49,8
nieuwe tijd
507
34,4
periode
Tabel 3. Waarnemingen verdeeld naar archeologische periode.
Een vergelijking van de waarnemingen per periode levert een goed beeld op van de bewoningslocaties door de tijd heen. Binnen de grenzen van het plangebied komen volgens de gegevens uit ARCHIS waarnemingen uit alle archeologische perioden voor. Na analyse b lijkt echter dat alle waarnemingen uit het paleolithicum (47) onbetrouwbare waarnemingen betreffen. Er moet hierbij gedacht worden aan de waarneming van een stukje houtskool dat gedateerd wordt op ‘paleolithicum -nieuwe tijd’. In dit geval komt het echter opvallend vaak voor dat op een locatie onderzoek is gedaan waar in potentie paleolithische vondsten aanwezig kunnen zijn (donken), zonder dat hier ook daadwerkelijk vondstmateriaal is aangetroffen. Zoals hierboven al uiteen is gezet, zijn dergelijke waarnem ingen uit de database gefilterd. Vandaar dat tot op heden nog geen ‘harde’ archeologische indicatoren bekend zijn binnen het plangebied die kunnen duiden op paleolithische vindplaatsen. De verdeling van de waarnemingen over de verschillende perioden is du s niet gelijkmatig. Het blijkt dat de steentijden duidelijk ondervertegenwoordigd zijn met slechts 4,5% van de vindplaatsen. Zoals hierboven al uiteen is gezet zijn tot op heden nog geen vindplaatsen uit het paleolithicum bekend. Ook het mesolithicum is met 0,8% slechts in zeer geringe mate vertegenwoordigd. Alleen het neolithicum is met 3,7% redelijk vertegenwoordigd.
Voor wat de metaaltijden betreft, is het niet veel beter gesteld. Zo ligt het percentage voor de bronstijd op 3,0% en voor de ijzertijd zelf s maar op 1,6%. Daarbij dient voor de bronstijd te worden opgemerkt dat het aantal waarnemingen waarschijnlijk is overschat, aangezien een deel van de waarnemingen bewerkt vuursteen betreft dat waarschijnlijk ouder is. De Romeinse tijd is, vergeleken met de steen- en metaaltijden, relatief goed vertegenwoordigd met 6,7%. Het is uit de cijfers echter duidelijk dat de middeleeuwen zeer goed zijn vertegenwoordigd met bijna de helft van alle waarnemingen (49,8%). Ook de nieuwe tijd is goed vertegenwoordigd met 34,4%. Gezien de grote rol van de historische kernen van de verschillende dorpen en natuurlijk de historische binnenstad van Gorinchem gedurende de middeleeuwen en de nieuwe tijd, is een oververtegenwoordiging van waarnemingen uit deze perioden niet verwo nderlijk. Dit is echter niet de enige reden voor het hoge percentage aan vondstmateriaal uit deze perioden. De goede vertegenwoordiging van de middeleeuwen en nieuwe tijd kan verklaard worden middels het feit dat het vondstmateriaal uit deze perioden overal binnen de gemeenten vanaf het maaiveld dan wel op geringe diepte kan worden aangetroffen en daarmee relatief makkelijk vindbaar is. De oudere vindplaatsen bevinden zich op oude stroomruggen of donken.
Deze zijn afgedekt met een (dik) pakket jongere afzettingen. Daarmee is de kans op het aantreffen van vondstmateriaal uit deze perioden veel kleiner.
RAAP-rapport 5350 / BAAC rapport V-19.0218 versie 15-10-2021
[13]
Archeologie in de gemeenten Gorinchem en Molenlanden ; actualisatie archeologische verwachtings en beleidskaart.
2.4.2
Archeologische monumentenkaart
De archeologische monumentenkaart (AMK) is een product van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) in samenwerking met de provincie Zuid-Holland. Op de kaart staan terreinen weergegeven waarvan de archeologische waarde is vastgesteld (zie ook de catalogus in bijlage 2). De AMK-terreinen zijn onder te verdelen in twee groepen:
Terreinen met de status van Rijksmonument. Deze terreinen zijn beschermd op basis van de Erfgoedwet.
Terreinen van archeologische waarde. Deze terreinen hebben geen wettelijke bescherming. Deze terreinen zijn onder te verdelen in terreinen van archeologische waarde, terreinen van hoge archeologische waarde en terreinen van zeer hoge archeologische waarde.
Van enkele terreinen in de categorie ‘archeologische waarde’ is de waarde nog niet vastgesteld. Deze terreinen zijn zonder toetsing opgewaardeerd vanuit de voormalige categorie ‘archeologische betekenis’. Voor de bronnenkaart zijn de contouren van de AMK-terreinen als GIS-bestand verkregen van de RCE. Binnen de gemeenten Gorinchem en Molenlanden zijn 67 AMK -terreinen aanwezig. Hiervan bevinden zich er twee binnen de gemeente Gorinchem. De overige 65 bevinden zich binnen de grenzen van de gemeente Molenlanden. Van deze AMK-terreinen zijn er 21 door de RCE aangewezen als beschermd e rijksmonumenten. Eén hiervan bevindt zich binnen de gemeente Gorinchem, de overige liggen binnen de grenzen van de gemeente Molenlanden. Binnen het grondgebied van de gemeenten Gorinchem en Molenlanden zijn negenentwintig terreinen van zeer hoge archeologische waarde aanwezig. Eén hiervan bevindt zich binnen de gemeente Gorinchem. De overige 17 AMK-terreinen betreffen allemaal terreinen van hoge archeologische waarde. Deze bevinden zich allemaal binnen de gemeente Molenlanden. Naast de 67 AMK-terreinen die de gemeenten tezamen rijk zijn, hebben de gemeenten zelf ook 3 (potentiële) gemeentelijke monumenten aangewezen.
Eén hiervan valt binnen de gemeente Gorinchem (een gedeelte van de Blauwe Toren, maar deze locatie wordt afgedekt door een zone waar een vrijstelling van 0 m 2 geldt) , twee binnen de gemeente Molenlanden. De actualisatie van de verwachtingskaart heeft niet geresulteerd in een verandering van het aantal AMK-terreinen binnen het grondgebied van beide gemeenten. De verdeling zoals hierboven beschreven, is sinds 2009 niet veranderd. Er heeft echter wel een opvallend verschijnsel plaatsgevonden. De contouren van enkele van de beschermde rijksmonumenten zijn ten opzichte van 2009 veranderd. Het betreft zeer kleine aanpassingen, die pas opvallen wanneer sterk op het betreffende terrein wordt ‘ingezoomd’. Dit is het gevolg van het feit dat de RCE heeft besloten om de beschermde rijksmonumenten los te koppelen van de overige AMK -terreinen. De RCE hield in het rijksmonumentenregister een andere GIS-bestand met begrenzingen aan dan het bestand met AMKterreinen. Op de kaart uit 2009 stonden de grenzen van de archeologische rijksmonumenten zoals die op de AMK staan weergegeven, terwijl voor huidige actualisatie het GIS -bestand van het rijksmonumentenregister is aangehouden.
RAAP-rapport 5350 / BAAC rapport V-19.0218 versie 15-10-2021
[14]
Archeologie in de gemeenten Gorinchem en Molenlanden ; actualisatie archeologische verwachtings en beleidskaart.
Veranderingen aan de overige AMK-terrein worden sinds 2013 niet meer door de RCE bijgehouden. Het kan derhalve in theorie voorkomen dat een AMK-terrein nog wel in ARCHIS als zodanig staat weergegeven, maar in de praktijk is weggegraven. 8 De beschermde rijksmonumenten worden nog wel actief door de RCE gemonitord. Het lijkt er op dat men bij het opnieuw inl aden van de contouren van de beschermde rijksmonumenten in Archis in sommige gevallen (kleine) aanpassingen heeft doorgevoerd.
2.4.3
Archeologische onderzoeken
Een belangrijke bron van informatie vormen de resultaten van archeologische onderzoeken die in het gebied hebben plaatsgevonden. In ARCHIS staan de locaties van dergelijke onderzoeken geregistreerd. Op de bronnenkaart (kaartbijlage 1) zijn de contouren van deze onderzoeken uit ARCHIS gebruikt. In 2009 waren binnen de begrenzing van beide gemeenten 315 archeologische onderzoeken uitgevoerd. Op de peildatum van 29 november 2019 zijn binnen beide gemeenten 710 bekend. In de tussenliggende tien jaar zijn derhalve 395 archeologische onderzoeken uitgevoerd. Hiervan bevinden zich er 73 binnen de gemeente Gorinchem en 322 in de gemeente Molenlanden. Het reeds uitgevoerde archeologische onderzoek is van belang bij het vervaardigen van de beleidskaart, aangezien reeds (al dan niet tot een bepaalde diepte) vrijgegeven gebied niet nogmaals onderzocht hoeft te worden als de geplande ingrepen niet dieper reiken dan de diepte tot waar het eerdere onderzoek is uitgevoerd. Voor de gemeente Gorinchem zijn alle gemeentelijke besluiten met betrekking tot het archeologisch onderzoek bekend. Men kan derhalve snel achterhalen of op een dergelijke locatie nog onderzoek nodig is. Voor de gemeente Molenlanden is gebleken dat het voor lang niet alle uitgevoerde onderzoeken bekend is wat het besluit van het bevoegd gezag is geweest. Voor zover bekend is dat op de beleidskaart verwerkt.
Indien het niet bekend is, is het onderzoek wel degelijk op de kaart weergegeven, maar zal de betreffende ambtenaar binnen de gemeente archieven na moeten gaan wat het selectiebesluit destijds is geweest. Naast het gegeven dat voor een goed beleid bekend dient te zijn of een terrein reeds is onderzocht en zo ja, of het (tot een bepaalde diepte) is vrijgegeven of niet, kan reeds uitgevoerd onderzoek ook een hulpmiddel zijn om de verwachtingskaart aan te passen. Vandaar dat bij deze update reeds uitgevo erd archeologisch onderzoek is geanalyseerd op afwijkingen met de verwachtingskaart. Hierbij moet gedacht worden aan onderzoeken uitgevoerd in gebieden met een (middel)hoge verwachting, maar waarbij geen vervolgonderzoek is aanbevolen. Ook onderzoek in geb ieden met een lage verwachting waarbij wel vervolgonderzoek is geadviseerd is van belang. Zoals in hoofdstuk 4 nader zal worden besproken, is de verwachting deels gebaseerd op analyses van de bekende waarnemingen binnen de gemeenten in relatie tot de landschappelijke ligging van deze waarnemingen. De archeolandschappelijke eenhedenkaart speelt derhalve een belangrijke rol in de totstandkoming van de verwachtingskaart. Het vervaardigen van de archeolandschappelijke eenhedenkaart is echter gebaseerd op een uitgebreide bureaustudie.
Het kan toch voorkomen dat de daadwerkelijk bodemopbouw afwijkt van de archeolandschappelijke eenhedenkaart. Dat kan dan op zijn beurt weer gevolgen hebben voor de verwachting (en het beleid). Omdat de uitkomsten van kleine ‘postzegelonderzoeken’ niet goed verwerkt kunnen worden in de vlakdekkende archeolandschappelijke eenhedenkaart, is er voor gekozen om de analyse van de reeds uitgevoerde onderzoeken te beperken tot gebieden van 1 ha en groter 9. Dit komt neer op 188 onderzoeken. De rapporten van deze
8
Dit moet dan na 2013 gebeurd zijn. De grens van 1 hectare levert in deze situatie een flink aantal ond erzoeken op (ruim 26 % van totaal). Als de grens bij een groter oppervlak (bijvoorbeeld 1,5 of 2 hectare) gelegd zou worden, zouden aanzienlijk minder onderzoeken in de analyse worde n 9
RAAP-rapport 5350 / BAAC rapport V-19.0218 versie 15-10-2021
[15]
Archeologie in de gemeenten Gorinchem en Molenlanden ; actualisatie archeologische verwachtings en beleidskaart.
onderzoeken zijn bekeken. Hierbij is het van belang dat in deze rapporten bruikbaar kaartmateriaal aanwezig is. Kaarten met hierop de landschappelijke opbouw van het onderzoeksgebied kunnen namelijk verwerkt worden op de ‘ge-update’ nieuwe archeolandschappelijke eenhedenkaart. Na analyse van de onderzoeken is gebleken dat 21 onderzoeken bruikbaar waren voor verbetering van de kaarten. In vijf gevallen betrof het onderzoek in gebieden met een oppervlakte van 1 tot 3 ha. 10 In zeven gevallen betrof het onderzoek in gebieden met een oppervlakte van 3 tot 10 ha. 11 Binnen de onderzoeken met een oppervlakte van 10 tot 100 ha bevonden zich 6 bruikbare onderzoeken. 12 Tot slot betrof het in drie gevallen onderzoek in gebieden met een oppervlakte grot er dan 100 ha. 13 In bijlage 4 is een catalogus opgenomen met al het binnen beide gemeenten uitgevoerde onderzoek.
2.4.4
Archeologische vindplaatsen uit historische bronnen
Historische kaarten vormen een belangrijke bron bij de vervaardiging en actualisatie van archeologische verwachtingskaarten. Zo zijn veel gegevens van de eerste kadastrale kaarten uit de periode 1817-1832 gebruikt. Deze kaarten zijn voor het gehele gebied gegeorefereerd en vervolgens zijn diverse elementen als puntobject dan wel als lijn- of vlakelement gedigitaliseerd. Dit is bij het maken van de kaart in 2009 reeds gebeurd. Voor de update van deze kaart is dit werk niet nogmaals gedaan. Wel is getracht om met behulp van een aantal bronnen na te gaan of de reeds bestaande historische punten en lijnen aangevuld konden worden. Eén van deze bronnen betreft de zogenaamde Hanca-kaart. Met behulp van de heer J.W. Verhagen 14 is de digitale versie van de kaart verkregen. Na analyse van deze kaart is echter gebleken dat hier geen aanvullende informatie op aanwezig is. Ook is kaartmateriaal jonger dan de eerste kadastrale kaarten uitgebreid bekeken. Hierbij is gebleken dat met name het kaartmateriaal van de Bonnekaarten van rond de vorige eeuwwisseling goed georefereerbaar zijn. Dit kaartmateriaal is uitge breid bestudeerd. Er is echter besloten om niet alle bebouwing die op deze kaart staat weergegeven over te nemen op het kaartmateriaal voor onderhavig project.
De reden hiervoor is dat bebouwing met een mogelijke oudere voorganger al middels de eerste kadastrale kaarten in kaart is gebracht. Wel zijn met behulp van de Bonnekaarten nog enkele molens in kaart gebracht. Ook via de Molendatabase, een website waarop locaties van verdwenen molens staan weergegeven, zijn verscheidene verdwenen molens getraceerd. I n totaal zijn middels deze bronnen 47 aanvullende punten toegevoegd aan de reed bestaande database.
2.5 actualisatie van de verstoringsgegevens Op de bestaande kaarten uit 2009 zijn bodemverstoringen weergegeven die betrekking hebben op uitgedijkt land. Het betreft zones land die langs dijken gelegen zijn en zijn afgegraven om zo kleiig materiaal te winnen om de dijken mee aan te leggen. Deze zones zijn meegenomen bij de huidige
meegenomen. Dat is niet wenselijk. Uit vergelijkbare analyses die voor a ndere gemeenten zijn uitgevoerd, is gebleken dat onderzoeken kleiner dan 1 hectare veelal geen tot weinig aanvullende informatie opleveren voor het kaartbeeld. 10 Het betrof de onderzoeken met de zaakidentificatienummers 2252004100, 4004180100, 4579996100, 4624382100 en 4642697100. 11 Het betrof de onderzoeken met de zaakidentificatienummers 2277650100, 2283547100, 2308413100, 2442866100, 3301473100, 4557111100 en 4626189100. 12 Het betrof de onderzoeken met de zaakidentificatienummers 2189863100, 2229658100, 2330591100, 2332446100, 2349870100 en 3976415100. 13 Het betrof de onderzoeken met de zaakidentificatienummers 2256866100, 2380844100 en 3291673100. 14 Dhr. J.W . Verhagen is verbonden aan de Natuur - en Vogelwacht ‘De Alblasserwaard’ en heeft digitale data va n de Hanca-kaart op 20 februari 2020 beschikbaar gesteld.
RAAP-rapport 5350 / BAAC rapport V-19.0218 versie 15-10-2021
[16]
Archeologie in de gemeenten Gorinchem en Molenlanden ; actualisatie archeologische verwachtings en beleidskaart.
inventarisatie. Daarnaast zijn op basis van de volgende bronnen aanvullende zones met bodemverstoringen geïnventariseerd: -
Bodemkaart Alblasserwaard (Van de Linde, 1951): Binnen het grondgebied van de gemeente Molenlanden is de kaart vervaardigd voor de oostelijke punt van de gemeente Molenlanden (oostelijk van Arkel). Op de kaart zijn bodemverstoringen in drie klassen onderverdeeld: o
Afgegraven
o
Opgehoogd
o
Afgegraven en opgehoogd met afwijkend materiaal
Deze vlakken zijn gevectoriseerd en opgenomen in het bodemverstoringenbestand. -
Dataset Vergraven gronden (Alterra): Van deze dataset zijn alleen de vlakken overgenomen waarvan aannemelijk gemaakt kan worden dat sprake is van (diepe) bodemverstoringen. Het betreft het tracé van een hogedruk aardgasleiding en ook percelen die op de bodemkaart zijn weergegeven als afgegraven.
-
Provincie Zuid-Holland: voormalige stortplaatsen. Van deze locaties is onduidelijk of de ondergrond is afgegraven en vervolgens afval is gestort, of dat de stortplaats is aangelegd op het oorspronkelijke maaiveld.
-
Actueel Hoogtebestand Nederland (versie 3; 0,5x0,5 m grid): Op basis van het AHN3 zijn met name verstoringen in de vorm van afgravingen en ophogingen te identificeren. Het betreft bijvoorbeeld percelen die een halve meter lager liggen dan omliggende percelen, maar ook bijvoorbeeld het wegcunet van autosnelwegen, spoorlijnen en kunstwerken als viaducten.
-
AHN3-AHN1: Een bewerking van de eerste versie van het AHN en de derde versie, waarmee hoogteverschillen zichtbaar gemaakt worden tussen de inwinning van AHN1 (periode 2002/2003) en de inwinning van het AHN3 (2015). Om deze twee versies te kunnen vergelijken is het 0,5 m grid van het AHN3 omgezet naar een 5 m grid. Vervolgens is een rastercalculatie uitgevoerd (AHN3-AHN1). Het maaiveld op percelen waarvan het resultaat groter dan 0 is, lag in 2015 hoger dan in 2002/2003. Bij een resultaat kleiner dan 0 is sprake van een lagere ligging in 2015 ten opzichte van 2003. Aangezien Vijfheerenlanden grotendeels een veengebied betreft, is een maaiveldverlaging van enkele centimeters een natuurlijk proces. P as als percelen of delen er van meer dan 30 cm zijn opgehoogd/afgegraven is de begrenzing hiervan opgenomen in het GIS-bestand met de verstoringen
-
Top10-vector: Van het top10-vectorbestand zijn vooral de begrenzingen van watergebieden (ontzandingen, grindgaten e.d.) overgenomen in het GIS-bestand met bodemverstoringen.
-
Luchtfoto 2018: de luchtfoto is gebruikt om recente verstoringen te identificeren. Het betreft onder meer diverse strangen in de uiterwaard van de Lek.
Navraag bij de contactpersonen van de gemeenten Gorinchem en Molenlanden leert dat er bij de gemeenten geen makkelijk toegankelijk overzicht aanwezig is met bodemverstoringen (zoals bijvoorbeeld bodemsaneringen, of ontgrondingen).
RAAP-rapport 5350 / BAAC rapport V-19.0218 versie 15-10-2021
[17]
Archeologie in de gemeenten Gorinchem en Molenlanden ; actualisatie archeologische verwachtings en beleidskaart.
veld
omschrijving
id
volgnummer type bodemverstoring. Mogelijke waarden zijn:
type
diepte
-
Afgegraven
-
Geëgaliseerd
-
Opgehoogd
-
Verstoord
-
Voormalige stortplaats
in cm; ingevuld indien bekend
bron toelichting Tabel 4. Tabelstructuur van het gis-bestand met bodemverstoringen.
2.6 Inventarisatie conflictarcheologie Op het grondgebied van de huidige gemeenten Molenlanden en Gorinchem hebben zich tijdens de afgelopen eeuwen sterke militaire ontwikkelingen voorgedaan. Het gebied, en met name enkele vestingsteden daarbinnen, ontwikkelde vanaf de 17 e eeuw een sterk militair karakter. Daarbij worden behalve reguliere verdedigingswerken ook grote inundatiegebieden voorbereid. Deze werken zijn door de eeuwen heen diverse malen operationeel ingezet. In de 20 e eeuw krijgt ons land te maken met drie grote conflicten (Eerste Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog en Koude Oorlog) , die in het landschap en de bodem een grote hoeveelheid en verscheidenheid aan sporen he bben nagelaten. Door de vaak specifieke aard en afwijkende wijze van onderzoek naar deze structuren is er voor de archeologische verwachtingskaart een aanvullende verwachting opgesteld voor dit oorlogserfgoed. Op de verwachtingskaart zijn zeven hoofdperioden onderscheiden die elk nog kunnen zijn onderverdeeld in specifieke tijdsvakken: -
Late middeleeuwen;
-
16e-19e eeuw;
-
1813-1914;
-
Mobilisatie 1914-1918
-
Interbellum
-
Tweede Wereldoorlog (WO2)
-
o
WO2; mobilisatie
o
WO2; meidagen 1940
o
WO2; bezetting
o
WO2; frontperiode
o
WO2; bevrijding
o
WO2; wederopbouw
Koude Oorlog
Om een zo volledig mogelijk beeld van de ooit aanwezige militaire structuren te verkrijgen zijn , zo ver deze aanwezig zijn, primaire bronnen geraadpleegd. Ten behoeve van het karteren van defensieve structuren uit de periode vóór de mobilisatie van 1914 -1918 zijn diverse secundaire bronnen geraadpleegd, evenals stukken en kaarten uit het Nationaal Archief en het Nederlands Instituut voor
RAAP-rapport 5350 / BAAC rapport V-19.0218 versie 15-10-2021
[18]
Archeologie in de gemeenten Gorinchem en Molenlanden ; actualisatie archeologische verwachtings en beleidskaart.
Militaire Historie (NIMH). Voor de mobilisatieperiode van 1914 -1918 en 1939 en 1940 zijn stukken geraadpleegd uit de archieven van het NIMH en Bureau Inlichtingen . Dit archief omvat ook stukken die betrekking hebben op de afwikkeling van de Genie na de Meidagen van 1940, inundaties in Nederland, topografische kaarten en Duitse dossiers, bevelen en voorschriften. Deze stukken geven inzicht in de inrichting van het militaire landschap tijdens de mobilisatie en de gevechten na de Duitse inval in 1940. Deze informatie is aangevuld met bronnen uit ooggetuigenverslagen, gevechtsverslagen, primair kaartmateriaal en secundaire literatuur. De basis voor het opstellen van de verwachting voor de bezettingsperiode bestaat met name uit primaire bronnen, die voornamelijk door de Duitse bezetter zijn opgesteld, secundaire literatuur en ooggetuigenverslagen. Verzetsbronnen, zoals de verslagen van Groep Albrecht, vormen hierop een aanvulling en dienen ter verificatie. De frontperiode is uitvoerig gedocumenteerd in geallieerde en Duitse gevechtsverslagen, secundaire literatuur en primair militair kaartmateriaal (zoals Defense Overprints). Voorts is er rekening gehouden met locaties die in de populaire literatuur en de herdenkingscultuur een prominente plek innemen. Deze locaties kunnen dienen om bepaalde handelingen aan een locatie te koppelen.
Aanvullend zijn er grote aantallen beschikbare luchtfoto’s geraadpleegd die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de geallieerde luchtstrijdkrachten gemaakt zijn. Op basis van luchtfotoanalyse kan een nauwkeuriger beeld ontstaan van de oorlogshandelingen of van militaire of civiele structuren die op een bepaalde locatie aanwezig zijn geweest. Als deze sporen worden geïnterpreteerd kunnen bijvoorbeeld bepaalde handelingen ruimtelijk correct worden toegewezen of er kunnen structuren worden waargenomen die in overige beschikbare bronnen niet vermeld zijn. Voorts zijn er enkele vooronderzoeken CE 15 geraadpleegd, die in het verleden zijn opgesteld door diverse OCE-bedrijven 16 en vrij raadpleegbaar zijn. Alhoewel deze rapporten een andere onderzoeksopzet en -doel hebben, wordt in deze onderzoeken in detail gekeken naar oorlogshandelingen waarbij munitie in de bodem kan zijn achtergebleven. Zodoende kunnen deze onderzoeken een goede aanvulling vormen op reeds vastgestelde structuren en handelingen. In 2018 is er door Hamaland Advies reeds een actualisatie van de archeologische en cultuurhistorische beleidskaart uitgevoerd voor de (voormalige) gemeenten Giessenlanden en Molenwaard. Hierbij is tevens een inventarisatie uitgevoerd van militaire relicten. 17 De gegevens uit deze rapportage zijn meegenomen in dit onderzoek.
Voorts zijn er diverse secundair e rapporten geraadpleegd betreffende inventarisaties van militair erfgoed in Nederland, waaronder het in 2019 gepubliceerde rapport ‘Op verkenning 2.0: twee eeuwen militair erfgoed in het vizier (rapportage verkenning militair erfgoed)’ van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. 18 Elke bron kent specifieke beperkingen in het gebruik, waardoor deze combinatie van bronnen noodzakelijk is om een zo gespecifieerd en correct mogelijk beeld te verkrijgen van de in het verleden aangelegde militaire structuren en de inrichting en gebruik hiervan. De individuele beperkingen van bronnen wordt onder andere bepaald door de functie en doel, periode van vervaardigen, omstandigheden waarin deze bron is opgesteld (bijvoorbeeld onder tijdsdruk), compleetheid van de inventaris en de opsteller/vervaardiger zelf. Dit geldt ook voor de geraadpleegde gevechtsverslagen, zowel van Duitse als van geallieerde zijde. Na afloop van de gevechtshandelingen in een bepaald gebied bestond de neiging om de eigen successen te overdrijven en de tegenslagen te bagatelliseren. Voorts verschillen gevechtsverslagen per eenheid in detail en compleetheid, afhankelijk van wie deze
15
Conventionele Explosieven Opsporen Conventionele Explosieven Van der Kuijl 2018. 18 Contant et al (red.) 2019. 16 17
RAAP-rapport 5350 / BAAC rapport V-19.0218 versie 15-10-2021
[19]
Archeologie in de gemeenten Gorinchem en Molenlanden ; actualisatie archeologische verwachtings en beleidskaart.
opgesteld heeft. Een aanvulling met geallieerde luchtfoto’s, die onder wisselende omstandigheden zijn gemaakt, verzetsbronnen met een wisselende betrouwbaarheid en detailniveau en goed onderbouwde secundaire literatuur bieden hierbij dan ook een goede aanvulling. Opgemerkt dient te worden dat op het beschikbare luchtfotomateriaal niet alle relevante structuren zic htbaar hoeven te zijn, omdat deze bijvoorbeeld goed gecamoufleerd zijn, zich tussen of in gebouwde infrastructuur bevinden of op het moment van de opname reeds verwijderd zijn. De volgende archieven zijn geraadpleegd bij het opstellen van de verwachting: -
Nationaal Archief (NA);
-
National Archives Washington (NARA);
-
Nationaal instituut voor Militaire Historie (NIMH);
-
National Collection of Aerial Photography (NCAP);
-
Wageningen University Library. Geoportal: RAF aerial photographs.
Verantwoording selectie van opgenomen structuren Op de verwachtingskaart zijn complexen en krijgshandelingen ingetekend die een duidelijke archeologische weerslag kennen of kunnen hebben. Dit betekent dat niet alle locaties waar militaire activiteiten of krijgsgerelateerde handelingen hebben plaatsgevonden zijn weergeven in de archeologische verwachting (en zijn opgenomen in de catalogus: bijlage 5). De redenen hiervoor zijn divers. Zo is er gekozen om uitsluitend slagvelden en oorlogshandelingen weer te geven waarbij er een direct contact geweest is tussen de strijdende partijen (waarbij er dus aantoonbaar gevochten is). In de gemeenten Molenlanden en Gorinchem hebben er slechts beperkte vijandelijkheden plaatsgevonden. Aangenomen kan worden dat er in het geval van opmarsroutes of aanvallen zonder direct contact geen noemenswaardige archeologische weerslag van deze gebeurtenissen verwacht kan worden. Laatoorlogse verdedigingswerken, zoals deze in 1944 en 1945 zijn aangelegd binnen het grondgebied van beide gemeenten, kennen naar verwachting een grote archeologische weerslag. Derhalve zijn zones waarbinnen deze verdedigingswerken zijn aangelegd als vlak opgenomen op de kaart. Ook crashlocaties van vliegtuigen zijn niet in alle gevallen meegenomen in de analyse.
Dit heeft te maken met het feit dat niet alle crashlocaties aan de hand van het beschikbare bronnenmateriaal vastgesteld konden worden. Er is ten behoeve van dit onderzoek contact opgenomen met lokale locatiedeskundigen, maar dat heeft geen aanvullende informatie opgeleverd. Vo orts is het vaak vrijwel onmogelijk om een crash aan een specifieke puntlocatie te koppelen, mede door het gebrek aan betrouwbaar bronnenmateriaal. Derhalve zijn de meeste crashlocaties op de verwachtingskaart op perceelsniveau of middels een buffer weergegeven. In enkele gevallen is er de keuze gemaakt om de locatie waar aantoonbaar grote delen van een toestel zijn neergekomen weer te geven, in plaats van de gehele mogelijk vondststrooiing. Tevens zijn locaties waar noodlandingen hebben plaatsgevonden, of locaties waar vliegtuigen in de lucht in vergaande mate zijn gedesintegreerd niet ingetekend, aangezien deze in veruit de meeste gevallen slechts een oppervlakkige of geen vondststrooiing tot gevolg hebben en derhalve weinig tot geen additionele informatie waarde dragen. Ook de vele inkwartieringsadressen, geparkeerde voertuigen, mangaten (niet te verwarren met schuttersputten), hoofdkwartieren of andere militaire burelen zijn vanwege het kortstondige gebruik en de verwachte minimale archeologische weerslag (binnen bestaande gebouwen) niet als archeologische verwachting aangemerkt. Ook
RAAP-rapport 5350 / BAAC rapport V-19.0218 versie 15-10-2021
[20]
Archeologie in de gemeenten Gorinchem en Molenlanden ; actualisatie archeologische verwachtings en beleidskaart.
eventueel aanwezige versperringen en mijnenvelden zijn niet in alle gevallen weergegeven. Mijnenvelden zijn vaak na de Tweede Wereldoorlog ger uimd, laten in beperkte mate sporen na en zijn vaak uitgebreid gedocumenteerd in de archieven van de EODD, waardoor de additionele informatiewaarde gering is. Ook locaties waar tijdens de bezettingsperiode bombardementen of beschietingen hebben plaatsgevonden zijn om deze reden niet meegenomen in de verdere analyse. Voorts zijn de locaties van opzettelijke vernielingen van civiele structuren zoals bruggen en wegen niet weergegeven op de kaart, aangezien deze naar verwachting geen aanvullende informatiewaard e kennen. Ondanks dat de uit de bronnen bekende militaire complexen en structuren zo goed mogelijk op de verwachtingskaart zijn ingetekend, kunnen er binnen de lege zones losse, kleinere en/of kortstondig gebruikte/aangelegde structuren aanwezig zijn die niet in de geraadpleegde of beschikbare bronnen teruggevonden zijn. Het kan onder andere gaan om veldgraven, crashlocaties waarvan de locatie niet specifiek geduid kon worden, dumplocaties, losse wapenopstellingen en tijdelijke of civiele schuilkelders die niet op de kaart zijn ingetekend. Omdat niet alle beschikbare luchtfoto’s openbaar raadpleegbaar zijn, kan het zijn dat niet alle structuren die hierop zichtbaar kunnen zijn, zijn opgenomen op de kaart.
2.7 Inventarisatie watergerelateerd erfgoed Op de verwachtingskaart uit 2009 is watergerelateerd erfgoed niet weergegeven. Aan de huidige actualisatie is het thema watergerelateerd erfgoed toegevoegd, om zo uitspraken te kunnen doen over de archeologische relevantie van de in het gebied aanwezige wateren . Het betreft: -
De nog bestaande, historische grachten rond (dan wel in) de historische kernen Gorinchem en Nieuwpoort zijn in kaart gebracht.
-
De nog watervoerende grachten rond bestaande (of verdwenen) kastelen zijn gekarteerd.
-
Voor de waterbodems van de Lek, Merwede en Noord is aansluiting gezocht bij de Verwachtingenkaart Uiterwaardengebied van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed . Het nadeel is dat deze kaart voor de Lek alleen voor het gebied oostelijk van het veer Nieuwpoort Schoonhoven beschikbaar is. Deze inventarisatie is aangevuld met data van de kadastrale minuut uit ca. 1832 en bonnekaarten uit 19 e en begin 20 e eeuw. Zo zijn zones aangeduid waar pas in de loop van de 19 e of in 20 e eeuw een rivierloop is gegraven, locaties waar havens zijn gegraven en dergelijke. Dergelijke zones zijn archeologisch als niet-relevant aangeduid.
-
De historische eendenkooien in het gebied waar de kooiplas en eventueel de vangpijpen nog watervoerend zijn, zijn als zodanig gekarteerd.