CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

20221208 Parallelsessie I&O Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen.docx

Raadsvergadering 15 december 2022, gemeente GorinchemBij agendapunt: HAMERSTUK Vaststellen notulen voorgaande raadsvergadering en parallelsessies1.713 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Parallelsessie Informatie en Ontmoeting, 8 december 2022 Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Griffie: Fracties: Portefeuillehouder: Ambtelijk: Notulen:

de heer B. Bahlmann mevrouw E. van Bekhoven Stadsbelang-Democraten Gorinchem-CDA-PvdA-SGP/ChristenUnie VVD-D66-SP-Gorcum Actief mevrouw R. Melissant-Briene de heer T. van Zessen notulistenbureau Leeuwenburgh-Vendrig

Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen Tijdens de I&O presentatie wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen wordt de raad geïnformeerd over de mogelijkheden die de wetswijziging biedt om de controlerol van de raad verder te ontwikkelen. De wetgever biedt onder andere de optie van het werken met een financiële kadernota (= Perspectiefnota) vooraf aan de begroting, het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie over een bepaald onderwerp, het verruimen van de zienswijzenprocedure en onder meer het opnemen van een evaluatiebepaling gemeenschappelijke regelingen. Raadsleden krijgen ook de gelegenheid tot eerste gedachtenvorming over de uitvoering van de wijzigingen. Ook is er de gelegenheid input te geven aan de gemeentelijke vertegenwoordigers bij gesprekken over de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen. De heer Van Zessen geeft een presentatie (beschikbaar op iBabs). De nieuwe wet is op 1 juli ingegaan. Gorinchem neemt deel in acht gemeenschappelijke regelingen. Desgevraagd zegt hij dat een tekst van een gemeenschappelijke regeling altijd via de raad gaat. De raad kan aangeven welke elementen belangrijk geacht worden. De heer Van der Meijden begrijpt dat de implementatietijd twee jaar is maar er zijn ook onderdelen per direct beschikbaar om in te zetten.

De heer Van Zessen zegt dat de financiële zienswijze termijn opgerekt is tot 12 weken en dat is al ingegaan. Hij verwijst naar de raadsinformatiebrief van 20 mei 2022. Het college bereikt de denkrichting voor. De wetswijziging haakt goed aan bij het coalitieakkoord. Een gemeenschappelijke regeling is geen doel op zich maar een hulpmiddel. Hij verwijst naar het voornemen 7 van de coalitie inzake de Dienst Gezondheid & Jeugd en Avres. Gorinchem heeft acht gemeenschappelijke regelingen met een verschillend risicoprofiel. Belangrijk is of het een uitvoering gemeenschappelijke regeling is of een beleid gemeenschappelijke regeling. De heer Van Santen vraagt naar de definitie van gemeenschappelijke regeling en geeft aan dat er ook andere samenwerkingen zijn. De heer Van Zessen zegt dat het nu alleen om de gemeenschappelijke regelingen gaat. Hij licht het doel van de wetswijziging toe. Het versterken van de positie van de raden, aanvullende controle instrumenten en het verbeteren van de positie van de raden inzake het functioneren van de gemeenschappelijke regeling.

Parallelsessie I&O Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen, 8 december 2022

De heer Van der Meijden vraagt met betrekking tot de actieve informatieplicht naar het verschil tussen de huidige verantwoording en de nieuwe plicht die de wet meegeeft. De heer Van Zessen antwoordt dat er niet veel verandert maar er wordt meer expliciet vastgelegd wanneer het AB van een gemeenschappelijke regeling de raden informeert. Portefeuillehouder Melissant vult aan dat het verschil maakt of de actieve informatieplicht berust bij het college of bij de gemeenschappelijke regeling. Zij licht dit nader toe. De heer Van Zessen vervolgt zijn presentatie. Hij gaat in op de aanvullende controle instrumenten voor de raden. De heer Foppen vraagt hoe het gemeenschappelijke onderzoeksrecht in gang gezet wordt. De heer Van Zessen licht toe dat de gemeenschappelijke regeling met een voorstel daartoe moet komen. In de praktijk moet dat vormgegeven worden. Er moet in ieder geval sprake zijn van unanimiteit. De heer Van der Meijden vraagt of de gemeenschappelijke raadscommissie altijd tijdelijk van aard is of dat het ook een permanente commissie kan zijn. De heer Van Zessen antwoordt dat het voor een raadsperiode ingesteld kan worden of voor een project. Er moet wel instemming zijn van alle deelnemende raden. De heer Van Santen vraagt of er ook gekeken wordt naar andere gemeenten.

De heer Van Zessen antwoordt dat het een nieuwe optie is; het kan net zoiets zijn als de vroegere regionale raadswerkgroep Jeugd die een eigen zienswijze kon indienen. Er zijn meer gemeenten die werken met een regionale raadswerkgroep. Het vraagt wel tijd en capaciteit. De heer Van der Meijden vraagt of het initiatief voor een raadscommissie bij de raden ligt. De heer Van Zessen zegt dat het nog wat experimenteren is. De gemeentelijk vertegenwoordiger in het bestuur van een gemeenschappelijke regeling kan dan aangeven dat de gemeente behoefte heeft aan een regionale raadscommissie. Het initiatief ligt uiteindelijk bij het AB. De heer Krol sluit aan bij de heer Van der Meijden waar het gaat om de positie van de raad. Het initiatief ligt naar zijn mening bij de raden om tot een regionale adviescommissie te komen. De heer Koçak zegt dat de nieuwe wet drie mogelijkheden biedt voor de raden. Hij kan zich voorstellen dat er vanuit de raad twee afgevaardigden deelnemen aan een raadscommissie. De raad heeft altijd het idee gehad te weinig grip te hebben op zaken in een gemeenschappelijke regeling. Het onderzoeksrecht is naar zijn mening duidelijk. De derde mogelijkheid is een evaluatie en afgesproken kan worden dat aan het eind van de raadsperiode een evaluatie gehouden kan worden. De heer Van Zessen bevestigt dit.

Als de deelnemers aan een gemeenschappelijke regeling dit willen moet er een raadswerkgroep ingesteld worden. Over een evaluatie kan ook een afspraak gemaakt worden wanneer dat moet gebeuren. De heer Foppen gaat in op de bemensing van een dergelijke commissie en vraagt of daar ook fractieassistenten in kunnen zitten.

Parallelsessie I&O Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen, 8 december 2022

De heer Van Zessen denkt dat dit mogelijk is maar hij zal dit nagaan. (De bestuursadviseur licht toe dat dit niet mogelijk is.) De heer Van Zessen vervolgt zijn presentatie. De gemeente werkt met een perspectiefnota en een begroting en de nieuwe wet zegt dat er ook met een kadernota of een regionale perspectiefnota gewerkt kan worden. De heer Van der Meijden begrijpt dat de gemeente daar een keuze in kan maken maar in de wet staat dat de gemeenschappelijke regeling een kadernota maakt. In hoeverre is dat een verplichting? De heer Van Zessen antwoordt dat het geen verplichting is; de gedachte is alleen om de kaderstellende rol te versterken. Vervolgens schetst hij de mogelijkheden. Desgevraagd zegt hij dat participatie ook op basis van unanimiteit moet plaatsvinden. De heer Krol merkt op dat elke gemeenschappelijke regeling hier iets voor moet gaan organiseren, zo leest hij in de wet. De heer Van Zessen merkt op dat het geen verplichting is. De heer Koçak zegt dat elke gemeenschappelijke regeling wel verplicht inspraak en participatie moet opnemen maar het is aan de raad hoe dit geregeld moet worden. De heer Van Zessen bevestigt dit en vervolgt zijn presentatie. Raadsleden in het algemeen bestuur maakt overigens nog deel uit van een consultatieronde. Die optie is juridisch niet meer mogelijk. Vervolgens schetst hij een rondgang langs de gemeenschappelijke regelingen.

De heer Van der Meijden vraagt hoe de unanimiteit van de besluitvorming zal worden vormgegeven. De heer Van Zessen zegt dat de vraag is of we een kadernota willen die de rol van de raad gaat versterken. De begroting komt wel op 15 september en de rondgang langs de diverse gemeenten wijst uit dat het de vraag is of we dit wel moeten willen. Overigens hangt het wel af van de kwaliteit van de kadernota van de gemeenschappelijke regeling. Het vraagt trouwens ook wat van de bedrijfsvoering van de gemeenschappelijke regelingen. De heer Koçak noemt de DGJ en zegt dat zijn fractie hiervoor een raadscommissie opgericht wil zien. De heer Van Zessen schetst de denkrichtingen, gemeenschappelijke adviescommissie, verruiming van de zienswijzen en de evaluatie. De doorlooptijd van de zienswijzen wordt geschetst. De voorzitter bedankt de heer Van Zessen voor zijn presentatie. De heer Van der Meijden vraagt wanneer de wijzigingen van de teksten van de gemeenschappelijke regelingen gereed zijn. De heer Van Zessen antwoordt dat dit in de tweede helft van 2023 zal zijn. De heer Van Santen informeert naar het vervolg op deze I&O. De voorzitter zegt dat er suggesties gegeven kunnen worden voor het college voor de vervolgstappen.

Parallelsessie I&O Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen, 8 december 2022

De heer Van der Meijden bedankt voor alle informatie en sluit zich aan bij de oproep van de heer Koçak inzake de DG&J. Een raadscommissie is hiervoor het aangewezen instrument. De heer Koçak stelt voor dat het college de wensen van alle fracties meeneemt; hij stelt twee raadscommissies voor, te weten voor Avres en DG&J. De heer Foppen sluit zich aan bij de vorige sprekers maar hij wil ook de tekstwijzigingen afwachten. Het instellen van raadscommissies vindt hij heel kansrijk. De heer Van Santen zegt dat het goed is voor de raad om een overzicht te krijgen van hoe de andere gemeenten erin staan bij gemeenschappelijke regelingen. Hij zou ook meer willen weten over een onderzoek dat ingesteld kan worden. De heer Van der Meijden sluit zich hierbij aan en vraagt in de B&A ook een beeld te geven van welke mogelijkheden de raad heeft bij de verschillende gemeenschappelijke regelingen. De heer Krol constateert dat zes van de 11 instrumenten al in werking zijn sinds juli 2022. Afgewacht moet worden wat de verschillende gemeenschappelijke regelingen voorstellen. Het is goed dat er mogelijkheden zijn voor de raden waar prudent mee omgegaan moet worden. Een raadscommissie voor Avres en DG&J steunt hij. De voorzitter stelt vast dat er geen vragen meer zijn. De heer Van Zessen zegt dat in het voorjaar 2023 een bijeenkomst over de wijziging van de WGR zal plaatsvinden.

Er zal gereageerd worden naar Avres en DG&J in het kader van een regionale raadswerkgroep. Er zal ook ervaring opgedaan worden met de zienswijze procedure. Alle gemeenten zijn hiermee bezig en er is ook veel ambtelijk contact. Er moet ook nog veel uitgezocht worden. Bezoek vooral ook de raadsbijeenkomsten in regionaal verband is zijn oproep. Portefeuillehouder Melissant zegt dat de wijziging van de WGR het hele college aangaat. Wat zij wel spannend vindt is dat er veel instrumenten zijn voor de raad, terwijl raadsleden het erg druk hebben. Het gaat erom selectief om te gaan met het inzetten van instrumenten. Bij de verschillende raden zal een uitvraag gedaan moeten worden welk instrument bij welke gemeenschappelijke regeling ingezet zou moeten worden. Sluiting De voorzitter bedankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering.

Parallelsessie I&O Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen, 8 december 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=1ae88bf3-5bd4-490a-9c1b-dd111ff2fb12