20220421 Verslag vergadering Duiding stand van zaken informatieproces.docx
Tekst van het document
Nr. 7
Informele zitting van donderdag 21 april 2022 Voorzitter: mevrouw R.W.J. Melissant-Briene, burgemeester. Aanwezig zijn de leden: mevrouw W.T.J. Alba Heijdenrijk, de heren B.C.S. Bahlmann en A. Boutachkourt, mevrouw E.L. Dansen, de heer J.P. van der Geest, de dames P. de Groot en E.W.H. Hamann, de heren J. Klein, A. Koçak en A. Krol, de dames A. Mager en G. Metz, de heer J.C. Oostrum, de dames J. van Oversteeg en W. Paans, de heer M. de Pagter, mevrouw L.P.W. Pellikaan en de heren F. Polatli, N. van Santen, P.C.J. Schefferlie, I. Tekir, D. van Veen en C. van Willigen. Griffier: de heer H. Sepers. Tevens aanwezig mevrouw H. Kromkamp, gemeentesecretaris. Afwezig: de heer M.C. Houtepen en mevrouw D. Stevens.
1. Opening (20.15 uur).
De voorzitter: Dames en heren, leden van de raad, ik open deze informele raadsbijeenkomst, waarin wij spreken over de stand van zaken van het informatieproces. Ook in deze informele vergadering zijn de heer Houtepen van de VVD en mevrouw Stevens van de SP afwezig. Voor de rest is iedereen vanuit de raad aanwezig. 2. Duiding stand van zaken informatieproces.
De voorzitter: Na de verkiezingen is er een duidingsdebat geweest op 22 maart, vervolgens is door de informateurs een advies uitgebracht en is op 5 april een informele raadsvergadering belegd, waarna een persbericht is verschenen. Gisteren heeft de fractie Stadsbelang laten weten opnieuw graag een informele bijeenkomst te willen beleggen om de stand van zaken ten aanzien van het informatieproces toe te lichten. Het woord is aan de heer Klein van de fractie Stadsbelang. De heer Klein: Bedankt, voorzitter. Zoals eerder aangegeven, willen wij graag nog even duiden, omdat er in de afgelopen periode een hoop is gebeurd. Van onze kant willen we daarom nog even wat extra informatie met jullie delen. In de afgelopen periode is er wat gebeurd met de huidige informateurs en ook met de gesprekspartners van Stadsbelang, zoals in het persbericht heeft gestaan. Daarbij wil ik wel meteen aangeven dat het voor ons twee geheel losstaande onderwerpen zijn geweest die niet één op één aan elkaar te koppelen zijn en daarom ook niet met elkaar verward mogen worden. Daarnaast willen we aangeven dat we met respect jegens iedereen de G-1
situatie hier willen duiden en niet onnodig op details willen inspringen. Mochten anderen daaraan wel behoefte hebben, dan kan dat natuurlijk altijd. Startend met de informateurs: in de loop van het proces hebben wij het vertrouwen in de informateurs verloren en hebben wij ons genoodzaakt gezien daarvan in die zin af te zien. Dat kwam eigenlijk omdat onze input richting de informateurs, onze feedback over de invulling van de betreffende agenda, niet werd gehoord. In het tussentijdse proces hebben wij aangegeven dat wij de snelheid waarmee we te werk gingen niet als prettig ervoeren. Tot onze teleurstelling werden al die klanken genegeerd en werd er weinig mee gedaan. Daardoor hebben wij het vertrouwen verloren in de huidige informateurs, wat tot die beslissing heeft geleid. Met betrekking tot de gesprekspartners moesten wij een solide basis gaan vormen met het zogenoemde motorblok. Helaas bleken de losse delen koud op elkaar gezet, of, om het in vaktermen te zeggen: de pakkingen, en misschien wel de smeerolie, ontbraken om dit motorblok in elkaar te zetten. Ook hier kregen wij het gevoel dat er geen ruimte was voor het voorgaande gesprek, de input, de agenda, of misschien wel de snelheid van het vervolgproces. Kortom, ook hier dezelfde conclusie: wij verloren het vertrouwen in het proces om op deze voet met elkaar verder te gaan.
In dezelfde periode – voor de beeldvorming: nádat het advies was geweest en de gesprekken daarover waren gevoerd, ook in de duiding – werden wij positief benaderd door een aantal andere partijen. De gesprekken die hieruit voortvloeiden vonden wij erg prettig. Ze verliepen constructief, zó constructief eigenlijk dat we er gezamenlijk voor hebben gekozen om de aangesloten adviseur op dat moment, Piet Sleeking, mee te nemen in de volgende fase, oftewel een formatiefase. De partijen waarmee dit gezamenlijke besluit is genomen zijn eerder genoemd in het persbericht: het betreft Stadsbelang, VVD, ChristenUnie-SGP, Gorcum Actief en SP. Tot slot willen wij graag opmerken dat het voor ons geen wij/zij-situatie is, dat we open en eerlijk in het proces zitten en dit graag te allen tijde willen blijven. Gezamenlijk met de nieuwe gesprekspartners is daarom al gesproken over mogelijke ideeën als raadsagenda, een raadsparagraaf, een structureel open houding voor goede ideeën en input. Het doel is, waar mogelijk en gewenst, zoveel mogelijk van de stad en de raad hierbij te laten aansluiten. Kortom: gezamenlijk aan de slag met Gorinchem. Bedankt, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de heer Schefferlie. De heer Schefferlie: Voorzitter.
Ik heb de uitdaging om wat langzamer te praten dan de vorige keer, want de heer Van Willigen zei dat het wel Spaans leek en dat hij het daarom niet zo goed meer kon volgen. Ik hoop dat iemand mij erop attendeert als het weer niet goed gaat. Ik zal in ieder geval mijn uiterste best doen, anders trekt mevrouw Dansen mij misschien wel aan het oor! Fijn dat de informatieronde weer een vervolg krijgt, en dat nog wel in de openbaarheid. Met weinig informatie, eigenlijk alleen een verrassend persbericht, vertegenwoordig ik hier uiteraard een teleurgesteld Democraten Gorinchem. Teleurstelling is net als andere emoties: ze hebben je wat te bieden en wat teleurstelling je brengt is eigenlijk het signaal om iets los te laten. Dat is precies wat ons te doen staat. De idee om een nieuwe, warme politieke vriendschap op te bouwen met Stadsbelang kunnen wij uiteraard niet anders G-2
doen dan loslaten. We zijn erdoor verrast na maanden van investeren in het leren kennen van de nieuwe crew van Stadsbelang. Al lang voordat de goede uitslag bekend was, hadden wij er zin in. Het voelde eigenlijk best goed en ook programmatisch zagen we heel veel overlap. We waren er hier allemaal bij dat het advies van de door Stadsbelang aangewezen informateurs vervolgens honderd procent overeenkwam met de voorkeur van Stadsbelang zoals die was ingebracht, zo verklaarden hier in ieder geval die informateurs. En om daar dan hier op zo’n avond zelf van af te wijken, eigenlijk volgens een soort amendement: je zou kunnen zeggen dat het eigenlijk best een unicum was in Nederland dat dat gebeurt. Doorgaans zie je toch eigenlijk dat informateurs zich goed laten leiden, zowel in het proces als in de manier van doen, door de partij die de regie mag hebben. Intussen wisten wij nu ook, na het eigen amendement op het eigen advies, dat die tweede onderzoeksvariant van Stadsbelang onderzocht zou worden. Maar enkele dagen later verklapten de media ons dat de voorkeur van Stadsbelang weer was gewijzigd, en dan ook wel volledig. Ik vond het wel heel erg spijtig dat ik die ochtend werd gebeld door de heer Klein van: goh, ja, we gaan het anders doen, we gaan een andere informateur aanwijzen.
En dan dacht ik van: ja, zeg dan in dat gesprek ook gewoon – o, en daar zit je trouwens nu bij, dan was het wel fijn gevonden als het ook op dat moment gemotiveerd was geworden en niet dat je daar twee weken op hoeft te wachten, om dan slechts te horen “ja, er mankeert wat aan de smeerolie”. Dat is gewoon jammer. Ik heb het al eerder meegemaakt. Natuurlijk, als je een lange politieke carrière hebt, word je ook wel eens teleurgesteld, maar de vorige keer dat dat gebeurde werd je in ieder geval netjes gebeld, met een goede toelichting. Zo’n motivatie is gewoon belangrijk, ook als beginsel van behoorlijk bestuur, iets wat we ook te doen hebben natuurlijk als je straks aan de slag gaat als bestuur van deze gemeente. Voorzitter. Niet alleen Democraten Gorinchem, ook de Partij van de Arbeid en het CDA werden eigenlijk zonder enige toelichting, laat staan een openbare toelichting, bedankt voor de eer, samen met de in de duisternis ontstane derde voorkeursvariant, ongetwijfeld allemaal ter eer en glorie van de nieuwe bestuurscultuur, openheid en transparantie. De goede gewoonte om de lijnen van de informatie en formatie in de openbare parlementaire ruimte, oftewel dit mooie raadhuis hier, uiteen te zetten is dus op dit moment geen knip voor de neus meer waard. Op die avond is er ook een interventie geweest.
Ik heb het in de schorsing eigenlijk zelf gezien als het uitgooien van een hulplijn, want er was hier veel geroezemoes en ongeduld, en een schorsing die lang duurde, en dan weet je eigenlijk, net als een goede voetbaltrainer, dat je, als je de wedstrijd in blessuretijd nog naar je hand kunt zetten, geen aai over je bol moet krijgen, maar een goede aanmoediging om zo snel mogelijk duidelijkheid te creëren, zodat iedereen het weer kan volgen, om samen weer verder te gaan. Dat was mooier geweest. Voorzitter. Erger dan de teleurstelling is eigenlijk onze zorg, om meerdere redenen. Als je denkt bestuurlijk klaar te zijn om het voortouw te nemen om jaarlijks 148 miljoen van deze gemeente uit te geven, moet je natuurlijk zelf wel weten wat je wilt. Dan moet je durven sturen. Ik hoorde van: ja, en ook de partners, daar konden we eigenlijk niet mee uit de voeten als het ging om een andere agenda, een ander tempo. Nou, had het me maar gevraagd, dan hadden we het er in ieder geval nog over kunnen hebben. En als je dan nog G-3
zelfs dagelijks je voorkeur wijzigt, vinden wij dat geen goed voorteken in bestuurlijke duidelijkheid. En je hoort dan natuurlijk ook anderen gewoon meteen te informeren over waarom zij buitenspel komen te staan. Voorzitter, ik werk al bijna dertig jaar voor bestuurders, en dan denk ik: als je dan een Joost van der Geest ziet en een Eelke Kraaijeveld, waauw, hoe zuinig zou je daarop moeten zijn! Natuurlijk mag je de meerderheid vormen die je maar wilt, maar wees zuinig op dat soort mensen en vertel ze in ieder geval waarom ze er niet meer bij horen dan, of er geen kans toe krijgen om dat verder te bestuderen. Normaal zou ik zeggen: hoe komt dat nou eigenlijk, wat zou de reden zijn? Je zou zeggen: Joost mag het weten, maar die weet het ook niet. Eén troost voor Joost: als die voorkeuren zo vaak wijzigen, kan er zo maar weer een persbericht zijn dat je weer in de race bent. We wachten nog eventjes rustig af.
Laat ik overigens vooropstellen, voorzitter, dat wij begrip hebben voor de andere partijen die mee zijn gaan doen aan de verkenning die nu bestaat, want ja: als de grootste partij, die natuurlijk de regie mag hebben in het proces, alle normale parlementaire regels aan de kant zet, en dus niet hier, in deze openbaarheid, vertelt wat de vervolgstappen zijn en gelijktijdig eigenlijk met iets anders bezig is, dan snap ik dat die andere partijen denken “ja, ik moet nu wel mijn kans grijpen om mee te doen, want als zelfs zij zich niet aan de normale mores houden, dan kom je natuurlijk heel snel volledig buitenspel te staan”. Dus we nemen hen daarin totaal niks kwalijk. Het is nu even kennelijk hoe het gaat. Oké, voorzitter, genoeg teruggekeken en verwonderd, laten we dan vooruitkijken. Wij hebben op het verkeerde paard gewed, en dat vinden we jammer, omdat de contacten oprecht prima voelden en intermenselijk gezien wat mij betreft ook nog steeds zijn. Maar het vertrouwen om functioneel samen te werken is tot aan de wortel toe afgesneden, en dat vind ik echt jammer. Het is juist ook jammer, omdat wij best wel wat te bieden hebben. Wij houden ervan om duidelijk te zijn en stevig, maar daar staat wel wat tegenover. De wethouders met wie wij samenwerken laten wij niet vallen. Je moet fouten mogen maken en je moet kunnen leren, juist om ondernemend te besturen met lef.
Dat robuuste vertrouwen kan bestuurders vleugels en energie geven, en dat zal meer nodig zijn dan ooit. Ik denk niet dat we eerder voor grotere uitdagingen hebben gestaan dan de komende jaren in de stadsontwikkeling, duurzaamheid en in de woningbouw, en dat met een krappe beurs. Wij blijven bereid en open staan om in combinaties waarin we wel met vertrouwen in elkaar kunnen gaan werken te blijven zoeken naar een wellicht zo sterk mogelijke combinatie. Dat belang voor de stad, om het maar eens leuk te zeggen, staat voor ons zó op de voorgrond, dat wij daarbij ook openstaan voor een vernieuwende collegevorming waarin niet alle ondersteunende partijen vertegenwoordigd hoeven te zijn in dat college zelf. Voorzitter. Wij spreken hier openlijk uit dat wij ons niet alleen openstellen, maar ook actief zullen inzetten voor alternatieve en innovatieve collegevorming, en voor nu zijn we natuurlijk vooral benieuwd naar de resultaten van de derde voorkeursvariant van Stadsbelang. Dat zien we natuurlijk ook graag tegemoet. Misschien kunt u ook bekend maken wie die begeleider is, want dat lijkt een soort informateurachtige figuur te zijn, en voor de transparantie is het ook wel handig te weten wie dat is.
Kunnen wij ook een planning tegemoetzien voor de rest van het vervolg en kunt u daarbij in tweede termijn ook aangeven wat voor stappen u nog gaat ondernemen om er zo’n mooi, open transparant proces van te maken? We zijn hartstikke benieuwd, voorzitter. Dank u wel. G-4
De voorzitter: Dank u wel. De heer Oostrum, PvdA. De heer Oostrum: Voorzitter. Ik kijk nog steeds met genoegen terug op het door u met het uitreiken van een zeer lezenswaardig boek in de zomer van 2021 in gang gezette proces, met de bedoeling om met elkaar als partijen via de lijsttrekkers tot goede afspraken te komen voor een open en transparant proces van coalitievorming. Dat heeft geleid tot goede afspraken in februari en in maart, goede, open gesprekken met elkaar in de aanloop naar de verkiezingen en via die gesprekken tot heldere procesafspraken. De grootste partij kreeg de teugels in handen om informateurs voor te dragen en deze werden daarop in het duidingsdebat van 22 maart door de gemeenteraad aangesteld. Er volgden gesprekken door de informateurs met alle partijen, waarin voorkeuren en mogelijke knelpunten werden verkend, en dat heeft geleid tot een advies van de informateurs. Alle gespreksverslagen zijn samen met het advies openbaar gemaakt, open en transparant, zoals afgesproken. Bij de bespreking van het advies van de informateurs in de raadsbijeenkomst op 5 april bleek het advies niet ieders instemming te krijgen en het werd geamendeerd overgenomen. Er werden twee extra verkennende gesprekken afgesproken door Stadsbelang met de VVD en door Stadsbelang met D66.
Daarna zouden gesprekken met het beoogde motorblok worden gevoerd, het beoogde motorblok dat overigens door Stadsbelang zelf is aangedragen in de verkennende gesprekken met de informateurs. Als dan in zo’n motorblok pakkingen ontbreken, of smeerolie, kun je het er met elkaar over hebben hoe je dat oplost, of je misschien een andere kwaliteit olie moet gebruiken, of er andere pakkingen in moeten, of dat er iets anders is, maar héb het er dan over. Maar die laatste afspraken werden zonder opgave van redenen afgezegd, waarna wij, in ieder geval als PvdA, via vragen van journalisten moesten vernemen dat er andere gesprekken werden gevoerd. Misschien naïef van mij als senior, maar ik geloof nog altijd in ‘afspraak is afspraak’ en in ons verkiezingsprogramma gaan wij ook nog steeds uit van vertrouwen in de mens. Wij geloven als Partij van de Arbeid nog steeds dat de meeste mensen deugen en dat de omstandigheden soms de aanleiding kunnen vormen om af te wijken van gemaakte afspraken. Dat kan zijn omdat je het vertrouwen in de informateurs verloren bent, het kan zelfs zijn dat je het vertrouwen in de gesprekspartners verloren bent, maar maak dat bespreekbaar met elkaar, kijk met elkaar of je dat vertrouwen terug kunt winnen. Laat dat aan betrokken partijen weten en kijk dan of je er met elkaar uit kunt komen.
Wat ons betreft is dat ook het doel van deze bespreking: met elkaar tot nieuwe afspraken te komen voor een open en transparant vervolgproces. De gespreksverslagen geven aan dat een nieuwe bestuurscultuur, zowel onderling als naar buiten, bij iedereen hoog op de agenda staat. Laten we een streep zetten onder de afgelopen twee weken en een nieuwe, hopelijk transparante doorstart maken en daarbij ook andere combinaties verkennen. Voorzitter. Daar wil ik het even bij laten. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Geest, CDA. De heer Van der Geest: Voorzitter, dank u wel. De laatste keer dat we hier met elkaar zaten om over de totstandkoming van een nieuw college te praten was op dinsdag 5 april; dat was toen over het advies van de informateurs. Tijdens de vergadering werd het te onderzoeken vervolgproces verruimd. Wat mijn fractie betreft was dat geen totaal G-5
vreemde stap op verzoek van de fractie van Stadsbelang en nog in lijn met het advies van de informateurs. Ik wil wel alvast vanaf deze plek vragen aan de informateurs om nog een addendum te geven op het advies dat zij gegeven hebben in de periode van 5 tot 12 april, hoe zij dat beleefd hebben en hun kant van het verhaal te horen, en ook aan ons tips mee te geven hoe we dat de volgende keer beter kunnen inrichten. Voorzitter. Er kan een hoop veranderen in twee weken, en zelfs in één week, dat is gebleken. Wij waren ons als fractie aan het voorbereiden op de verkennende gesprekken voor woensdag 13 april, om open en constructief deze gesprekken te kunnen voeren, maar op dinsdagmiddag 12 april stapten wij onbedoeld in voor ons een soort achtbaan. Op dinsdagmiddag 12 april kregen wij namelijk als CDA de vraag of wij wilden toetreden tot een andere coalitie dan de week daarvoor was geadviseerd, zonder Democraten Gorinchem, Partij van de Arbeid of D66, alle drie partijen die volgens het advies en de afspraak van 5 april onderzocht zouden worden op die woensdagavond 13 april. Wij kregen als CDA ongeveer twee uur de tijd om te reageren. Wij hebben toen aan Stadsbelang telefonisch en per mail laten weten dat wij niet daarop in konden gaan.
Zowel de fractievoorzitters – de heer Oostrum heeft het net al aangehaald – in de periode 20182022 als de tien lijsttrekkers in de aanloop naar de verkiezingen van 16 maart hebben namelijk met elkaar afspraken gemaakt om tot een open, transparant formatieproces te komen. Dat zou ten goede komen aan de verhoudingen in de politiek en aan de bestuurscultuur. Waren wij niet allemaal van mening dat wij de verhoudingen van de afgelopen acht jaar achter ons wilden laten? Wij hebben daarom ook in die mail verzocht aan Stadsbelang om de informatiefase opnieuw te starten. Die nieuwe bestuurscultuur verdienen we namelijk als politici, maar zeker ook onze stad. Het past ook bij een goede totstandkoming van een coalitie, want de manier waarop straalt ook wat uit: hoe je met elkaar omgaat, met partners uit de stad, met de regio, met de komende grote uitdagingen en eventuele tegenslagen. Dat vergt een sterk en stabiel team. Dat wij vorige week niet zijn ingestapt betekent niet dat wij niet meer willen samenwerken in deze raad, bijvoorbeeld via een raadsagenda. Ik hoor ook graag of we daarmee kunnen doorgaan. Op welke manier dan ook, we moeten de komende vier jaar immers met elkaar verder. Dat zijn we verplicht aan de inwoners, ondernemers en verenigingen. Er zijn al genoeg uitdagingen voor onze stad en we moeten zelf onderdeel zijn van die oplossing en niet van het probleem.
Ik wil de partijen dan ook meegeven: ook de manier waarop doet ertoe. Tot slot, voorzitter, een persoonlijk feit. De afgelopen week heb ik wederom gezien dat politiek onvoorspelbaar kan zijn, en dat is af en toe ook de charme. Maar bovenal heeft de afgelopen week mij als mens geraakt. Tijdens de campagne, de verkiezingen en de periode daarna had ik echt het gevoel dat we er wat van gingen maken, een nieuw start, dat we het verleden achter ons zouden laten. Het is wat mijn fractie betreft zeker nog niet te laat om daarop voort te kunnen bouwen. Mijn egootje zal er in ieder geval niet aan in de weg staan. Met een goed gesprek is veel op te lossen. We hebben het in de campagne al gezegd, voorzitter, en dat is echt tot slot: er is meer wat ons bindt dan wat ons scheidt. Ik hoop echt dat we de weg naar het goede met elkaar weer kunnen vinden. De voorzitter: Dank u wel. De heer Tekir, D66.
G-6
De heer Tekir: Dank u wel, voorzitter. Fijn dat we vanavond in alle openheid stil kunnen staan bij de voortgang van de coalitievorming. D66 heeft hier, zoals u weet, vanaf het allereerste moment om gevraagd: een navolgbaar en transparant proces voor al onze inwoners. Nog voor de verkiezingen hebben we daar als lijsttrekkers afspraken over gemaakt: het werken met een informateur, het beleggen van duidingsdebatten en elkaar steeds informeren in de raad. Het proces zou daarmee, los van de inhoudelijke voorkeuren, voorspelbaar zijn. In dat licht was het persbericht van de afgelopen week dan ook onverwacht. Diezelfde dag stonden namelijk nog verkennende gesprekken gepland tussen verschillende partijen. Toch is ervoor gekozen om dat proces af te breken en daarmee afscheid te nemen van de informateurs. Hoewel daarover al het een en ander is gezegd door mijn voorgangers zojuist, heeft de fractie van D66 nog wel enkele vragen aan de formerende partijen: 1. Wat is er na het laatste openbare debat van 5 april gebeurd dat de afspraken uit de raad terzijde zijn geschoven? 2. Wanneer verwachten de formerende partijen met een volgende stap naar buiten te komen, en is dat dan weer via de pers, of kunnen we al een moment in de raad prikken? 3.
Wordt de raad nog betrokken in het vervolg en, zo ja, hoe, mede gelet op de wens om naast een coalitieakkoord ook te werken aan een raadsbreed akkoord? Is die wens er nog steeds? 4. D66 blijft het opmerkelijk vinden dat de informateurs van de ene op de andere dag ineens klaar zijn. Het zou deze gemeenteraad vanuit een oogpunt van behoorlijk bestuur sieren om dat toch wel op een ordentelijke manier af te ronden. Hoe is dat nu eigenlijk gegaan, die hele afronding, en moeten we daar nog iets mee? 5. Het moge duidelijk zijn dat dit proces niet is verlopen zoals we dachten dat het zou lopen, maar ieder proces biedt weer kansen om er lering uit te trekken en vooruit te kijken. Wij stellen dan ook voor om het informatieproces te zijner tijd te evalueren, zodra dit allemaal achter de rug is. Hoe staan de formerende partijen hier tegenover? Tot zover onze vragen voor nu, voorzitter. Wij wachten de beantwoording in tweede termijn af. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond. Zijn er nog anderen die in eerste termijn het woord wensen te voeren? Dat is niet het geval, dan schakelen we over naar de tweede termijn. De heer Klein van Stadsbelang heeft het woord. De heer Klein: Bedankt, voorzitter. Ik heb mijn best gedaan om het een beetje te volgen en ik was blij met de opsomming die de heer Tekir zojuist gaf; daarop zal ik zo meteen terugkomen.
Om te beginnen wil ik de heer Schefferlie bevestigen dat het geen Spaans was en dat het niet te snel ging. Wij beseffen dat partijen verrast en teleurgesteld zijn en daar hebben we ook respect voor. Wat ik wel wil aangeven is dat de twee processen los van elkaar gezien moeten worden. Het moment dat wij het vertrouwen verloren in de informateurs is in het hele snelle proces gebeurd. Er is heel veel over de partijen heen gekomen en dat ging heel snel. Helaas werd daar door de informateurs geen gehoor aan gegeven, of een ondersteuning in geboden, waardoor wij ons bij het verloren vertrouwen genoodzaakt voelden daarop acties te ondernemen.
G-7
Misschien sprak ik wel te snel, maar de naam van de formateur met wie we nu verder willen gaan is Piet Sleeking. Daarmee is in ieder geval die vraag beantwoord. Op de positieve dingen die ik ook gehoord meen te hebben kom ik straks nog even terug. Voor een antwoord op de vraag hoe we gaan samenwerken wil ik graag het vragenlijstje van de heer Tekir gebruiken, wat mij daarvoor een goed hulpmiddel lijkt. Wat is er gebeurd? Voor ons is er een moment geweest waarop wij het vertrouwen hebben verloren, omdat niet naar onze wensen of input werd geluisterd vanuit de informateurs. Op dat punt hebben wij helaas moeten besluiten niet meer met deze informateurs verder te willen werken. Zoals in de mail aangegeven, en ook bij een aantal collega’s hier per telefoon vooraf, lag het ook binnen onze mogelijkheden om van de inderdaad ook door ons aangestelde informateurs af te zien op het moment dat met hen ons inziens niet meer samen te werken viel. De tweede stap is misschien een optelsom, misschien een moment waarop wij deze keuze willen maken en ons eigenlijk geen ruimte wordt geboden om dat te doen. Dat was misschien wel het punt waarop wij zeggen: dan zien wij ook als laatste punt niet meer het vertrouwen. De heer Schefferlie: Voorzitter, bij wijze van interruptie.
Ik ben een beetje bang dat u het hierbij wilt laten om toe te lichten waarom u met partijen, en dus ook met personen-, het zijn mensen om wier baan het gaat, die misschien communiceren dat ze voor dit ambt kunnen gaan, in ieder geval dat serieus overwegen en er bereid toe zijn, of misschien dit werk wel hadden, en dat misschien wel kunnen verliezen, met alle passie die ze daarvoor hebben gegeven. Dat betekent, met hoe blij wij moeten zijn dat we zulke mensen hebben, dat je er ook met heel veel zorgvuldigheid eigenlijk mee om moet gaan. Ik vind het nogal zuinig als u dan zegt van “ja, het voelt niet helemaal zo goed meer”. Het zou dan niet eens over onszelf gaan, maar dan ben ik nog meer verrast over de omarming die u tot twee keer toe hebt gedaan met ook de Partij van de Arbeid en het CDA. Dan kunt u er hier toch niet mee wegkomen door te zeggen “het voelt niet meer zo goed”? Het gaat om mensen die zich gecommitteerd hebben aan deze stad en een staat van dienst hebben. Die kunt u niet op deze manier zo afserveren, zonder enige zorgvuldige toelichting. Ik eis gewoon dat u daar wat over zegt wat ‘sense’ maakt, weet je wel, en niet zo luchtig doet van “ja, ja, het voelt allemaal niet meer zo best”. De heer Klein: Ik kan daar eventueel nog wel iets verder over duiden, als daar vanuit u, meneer Schefferlie, heel veel wens voor is.
Kijk, wij zitten in een traject waarin we met elkaar inderdaad prettige gesprekken hebben gevoerd, maar op het moment dat wij als partij aangeven “het gaat ons te snel, we willen graag nog even vooraf praten”, is daar geen ruimte voor, is er geen ruimte voor ons om vooraf aan de duiding misschien nog even te praten. Opvolgend geven we aan dat we willen vertragen, wij zien het op deze manier te snel gaan, we kunnen geen weloverwogen keuzes maken. Aansluitend daarbij, daar was u zelf bij, hebben wij in de schorsing met elkaar gesproken. U weet precies wat u gezegd heeft. Voor ons was dat: oké, we gaan verder, we gaan kijken hoe we samen kunnen blijven werken aan deze opdracht. Wat u ook aangaf: het gaat over mensen, het gaat over de stad, het gaat over hele belangrijke onderwerpen. Daar zijn wij ons terdege van bewust. Echter, we komen op een gegeven moment op het punt waarop wij aangeven “op deze manier kunnen wij niet verder met de huidige informateurs”. Dat mag inmiddels wel duidelijk zijn. Ik denk ook niet dat ik u eraan hoef te herinneren dat ik, in hetzelfde G-8
telefoongesprek waarin ik zei dat te willen overleggen, eigenlijk met mijn rug tegen de muur werd gezet… De heer Schefferlie: Wilt u zeggen dat u dat bij wijze van overleg heeft voorgesteld? Bent u vergeten dat u zei “we hebben dit besluit genomen en we nemen de leiding in een nieuwe aanpak”? De heer Klein: Wij hebben het besluit genomen om af te zien van de huidige informateurs. Dat klopt. De heer Schefferlie: Maar dan moet u niet de indruk wekken dat u dat met mij hebt overlegd. De heer Klein: Nee, die indruk wil ik niet wekken. Het is een keuze van ons geweest. De heer Schefferlie: Precies. Laten we die informateurs maar even laten zitten, want ik vond eigenlijk het issue over “hoe ga je met mensen om”- Laten we een willekeurig voorbeeld nemen. Neem de Partij van de Arbeid. Heeft u nou echt aan hen gevraagd van “goh, kunnen we eens iets vertragen, wat denkt u ervan als we toch nog wat anders gaan doen?” Heeft u dat gevraagd? Ten eerste: ik kan het me niet herinneren en ik heb er nooit iets over gehoord.
En stel je voor dat daar een gesprek over geweest was, omdat het niet precies uw smaak was, vindt u dat dan ook een reden om dan zo’n partij, die u eerst helemaal heeft omarmd, zomaar af te serveren? Is dat de manier van besturen die we tegemoet zien met Stadsbelang? De heer Klein: Dat denk ik zeker niet en ik denk dat ik aan het eind van mijn betoog in eerste termijn ook duidelijk heb aangegeven dat dat voor ons niet het doel is. De heer Schefferlie: Oké, dus u zegt eigenlijk: de manier waarop we hier te werk zijn gegaan, dat zullen we in ieder geval in de toekomst niet meer doen, want dat leek nergens op? De heer Klein: Op die manier wil ik het niet zeggen. Ik wil aangeven dat wij niet voornemens zijn om oneindig lang in dit soort perikelen te komen, want daarmee zijn wij ook niet gebaat. Wij hadden ook liever gehad dat we hier soepel en snel doorheen hadden kunnen wandelen. Na diverse gesprekken, ook tijdens een schorsing en tijdens een telefoongesprek, bleek echter dat wij in die zin niet gesteund werden in onze keuze – ónze keuze nogmaals – om af te zien van de huidige informateurs, ónze informateurs, zoals zelf aangegeven.
De reactie daarop is heel tekenend geweest en misschien wel de druppel – geef het een titel –, maar opvolgend is door ons de keuze gemaakt van “dit geeft op dit moment niet de juiste samenwerking”, een samenwerking die wij desalniettemin nog steeds graag willen zoeken. De voorzitter: De heer Schefferlie. De heer Schefferlie: Dank u wel, voorzitter. We weten natuurlijk dat uw voorkeuren nogal wisselen, dus we hebben geprobeerd in het gedrag wat lijn te brengen, en dat is u niet bevallen. Maar nu hoor ik net ook van de heer Van der Geest- Even ter herinnering: u heeft op 13 april ’s morgens een persbericht aan de pers aangeboden, en dat mochten ze G-9
dan om half vier vrijgeven, maar die middag daarvóór, op 12 april, heeft u het CDA nog de kans geboden om toe te treden tot dit gezelschap. Ik ben heel erg benieuwd of u nu vanuit de transparantie die u allemaal na gaat streven ook kunt aangeven ten koste van welke partij dat dan zou zijn gegaan en zijn uw partners er ook van op de hoogte dat u deze poging nog hebt gedaan? De heer Klein: Ten eerste denk ik dat ik daarop moet antwoorden dat wij op dat moment, na die duiding, een goed gesprek hebben gehad. En in het kader van transparantie, waar je om vraagt, ga ik er op dit moment even van uit dat iedereen bij ons ervan op de hoogte is geweest dat wij ook met het CDA hebben gesproken. De heer Schefferlie: Oké, dus op dinsdag laat – ik zal maar zeggen: het persbericht was misschien al droog, of net klaar om nog aangepast te worden – waren uw partners, Gorcum Actief, SP, allemaal op de hoogte van “hé, we gaan ook nog het CDA bekijken”, en dat kan er natuurlijk wel eens toe leiden dat iemand dan plaats moet maken. De heer Polatli: Voorzitter… De voorzitter: Meneer Polatli. De heer Polatli: Wij hebben van tevoren ook gezegd dat we breder wilden verkennen en zoals u ook zei, meneer Schefferlie: wij vinden de wethouders ook helemaal prima. Dus wij hebben met meneer Joost van der Geest gesproken, eventjes bij mij op kantoor. Dat ben ik geweest met meneer Van Santen.
De heer Schefferlie: Ja, maar mijn vraag is eigenlijk: wisten uw partners dat en kunt u ook bekend maken in ruil voor wie u dan het CDA had willen binnenhalen? De heer Polatli: Er was toen geen ruil aan de orde. Het was het eerste gesprek, toen waren we nog niet verder met andere gesprekken. We spraken toen met iedereen. De heer Schefferlie: Ik hoor net van de heer Van der Geest dat dat op 12 april geweest is, terwijl u toen nog met het persbericht bezig moet zijn geweest dat ’s morgens 13 april bij alle media lag. De heer Polatli: Ik heb gecheckt of hij er open voor stond en we zouden daarna het rondje afmaken, wat we hebben gedaan. De voorzitter: Goed. Ik kijk weer even naar de heer Klein. Er zijn nog enkele vragen van de fractie van D66 blijven liggen. De heer Klein: Ik probeer hem even op te pakken, maar grijp asjeblieft in, meneer Tekir, als ik per ongeluk een vraag oversla. De betrokkenheid: hoe kunnen we betrokken worden in het proces en hoe zien we dat vervolg voor ons? Het gesprek met de partijen waarmee wij het gesprek voeren zal, even uit m’n hoofd gezegd, begin mei weer voortgang vinden. Daar willen wij even de tijd voor nemen, omdat wij ook vanuit het ambtelijk apparaat extra onderleggers willen hebben om de goeie beslissingen te maken. Als dat gesprek is geweest, willen wij daarover opnieuw openheid geven. G - 10
De heer Oostrum: Voorzitter. Als ik de heer Klein “wij” hoor zeggen, heb ik sterk de indruk dat hij Stadsbelang bedoelt, terwijl wij in het belang van de stad de hele tijd “wij’ hebben gezegd als wij de gemeenteraad bedoelden. De heer Klein: In dit geval is “wij” de partijen waarmee gesproken is. De heer Oostrum: Dan nog is dat een beperkt gezelschap, terwijl wij in de aanloop naar de verkiezingen steeds hebben gesproken over de hele gemeenteraad: een open en transparant proces met de hele gemeenteraad. De heer Klein: Wij zullen dat toch eerst in de samenstelling moeten bespreken om daarover naar de raad te kunnen gaan? Wij als samengestelde partijen kunnen daar niet willekeurig zaken over roepen. Ik snap het, maar nogmaals: wij als nieuwe groep willen die openheid bieden. De heer Oostrum: Nee, maar u zegt dus “wij als Stadsbelang”, terwijl ik u ook in het telefoongesprek waarin u de afspraken met mij afzegde gezegd heb: procesmatig hebben wij als gemeenteraad een aantal afspraken gemaakt en moet u die dan niet gewoon met de gemeenteraad delen, voordat u andere stappen gaat nemen? Toen bleef u volhouden: nee, want “wij” hebben besloten. Nee, “wij” was Stadsbelang dat besloten heeft. De heer Klein: Ik denk dat dat ook weer het punt aangeeft waarop ik net probeerde aan te sturen. Inderdaad waren het op dat moment “onze” – in Stadsbelang-termen – informateurs.
Daar hebben wij als leidende partij een keuze in gemaakt, dus laten we daar niet iedere keer op teruggrijpen, want dan rennen we in rondjes. De heer Oostrum: Maar dan zit u toch in de fout, want het was niet Stadsbelang die de informateurs heeft aangesteld. U heeft aan de gemeenteraad voorgesteld om deze informateurs aan te stellen en de gemeenteraad heeft daarover besloten. Het waren niet “uw” informateurs, het waren ónze informateurs. Deze gemeenteraad heeft het u gegund, als grootste partij – en dat kwam u ook toe –, dat u de informateurs voorstelde, maar het waren de informateurs van de gemeenteraad en niet alleen van u. Mevrouw Hamann: Voor zover ik weet, is er geen enkel raadsbesluit genomen. De fractieleiders hebben ingestemd met een suggestie, maar er is geen raadsbesluit over genomen. De heer Oostrum: In de raadsbijeenkomst waarin we een duidingsdebat hadden hebben we met elkaar afgesproken dat we deze informateurs zouden aanstellen. Iedereen heeft geaccordeerd dat deze informateurs werden aangesteld. Mevrouw Hamann: En niet meer dan dat. De heer Oostrum: Dat noem ik dus “afspraak is afspraak”. De voorzitter: Ik heb de verslagen vanavond nog even tot mij genomen en daarin staat dat ik elke keer aan het eind van de twee informele raadsbijeenkomsten heb geconcludeerd wat de afspraken zijn. Daarmee is het proces verder gegaan. Als daarop
G - 11
vervolgens anders geacteerd wordt, is dit ook wel de plek om daarover te spreken en ik zie dat dat nu ook gebeurt. Ik verzoek de heer Klein zijn betoog te vervolgen. De heer Klein: Bedankt, voorzitter. Ik heb in ieder geval op dat punt gezegd wat ik daarover wilde zeggen. Terugkomend op die informatie: als groep willen wij elke keer gewoon in de raad ook weer informatie geven over de stand van zaken, de vorderingen en wat we daarin willen gaan doen. De betrokkenheid van de hele raad willen wij daarin zoeken. Zoals eerder aangegeven: wij willen graag werken met een raadsagenda, wij willen zelfs op zoek naar mogelijkheden voor een raadsparagraaf en daarbij staan wij altijd open voor input vanuit de rest van de raad. Hoe die informatie opgehaald zal worden, staat nog niet vast, maar ik kan mij voorstellen dat daarover gesprekken gevoerd zullen worden. Input is altijd welkom. We gaan daar in ieder geval naar op zoek, juist om die omslag te kunnen gaan maken. De voorzitter: De heer Van der Geest. De heer Van der Geest: Ik zou Stadsbelang en de andere partijen toch de suggestie mee willen geven om niet te wachten tot u klaar bent om tot een raadsagenda of een raadsparagraaf te komen, want dan hoeft het wat ons betreft gewoon niet meer. Ik verzoek u echt om in de komende periode ook daar een open en transparant proces te voeren en u te laten adviseren over wat daar kan gebeuren.
Wij willen daar graag over meedenken, maar niet pas aan het eind, als u rond bent met alle andere partijen. De heer Klein: Het is onze intentie om dat vanaf moment één te implementeren in waar we mee bezig zijn. Een evaluatie achteraf: ik weet niet of het aan mij is om die vraag te beantwoorden, maar wij als Stadsbelang zien het in ieder geval als positief om te evalueren hoe het gegaan is. Bedankt, voorzitter. De heer Tekir: Voorzitter… De voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Dank voor de punctuele beantwoording van de vijf vragen. Ik heb er echter eentje gemist, namelijk waar het gaat om het moment waarop we hierop terugkomen. Waar denkt u dan aan? En u geeft aan dat vanaf dag één een raadsbreed traject zal beginnen. Die dag één, is dat vandaag? De heer Klein: Op dit moment zijn we natuurlijk met dit geheel bezig. Zo meteen, ook weer om niet op de zaken vooruit te lopen, gaan we als groep een verzoek leggen bij de griffie om in ieder geval over een aantal onderliggende stukken al dan niet extra informatie aan te leveren over waarmee we aan de slag moeten. Als we die stukken hebben, is dat het startmoment. We hopen op 2 mei die stukken te hebben en verder te kunnen. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond wie in deze termijn het woord wensen te voeren. Ik noteer de heer Schefferlie, de heer Van Santen, mevrouw Hamann, de heer De Pagter en de heer Oostrum.
De heer Schefferlie heeft het woord.
G - 12
De heer Schefferlie: Dank u wel, voorzitter. Het lijkt me goed om nog aan een paar zaken aandacht te besteden, want er zijn onder ons ook best veel nieuwe raadsleden of fractieassistenten, die zomaar zouden kunnen gaan denken dat bepaalde zaken gewoon zijn. Wat mij betreft is dat in ieder geval niet het geval bij het inzetten van informateurs. Het is echt een gewoonte om die hier, in deze zaal, aan te wijzen, ook al is dat in een informele setting, waarvan we heel duidelijk hebben gezegd dat we die gaan doen in de geest van een raadsvergadering en daarmee heeft ze ook de status van een raadsvergadering. Dit is gewoon de plek waar je dat afspreekt. Weet u waarom: omdat je dan ook naar buiten toe open laat zien wie dat zijn en hoe ze te werk zullen gaan. Dat betekent ook dat, als je daar afscheid van neemt, dat eigenlijk niet een besluit van een groepje kan zijn, maar dat je het hier terugbrengt. Natuurlijk kan een meerderheid dat dan vinden, net zo goed als die kan zeggen dat ze er liever iemand anders voor voorstelt. Vaak sluit u dan aan bij de nieuwe realiteit zoals die is, wie je daarop uitzoekt. Dat is hoe het hoort te zijn. We zijn nu ingehaald, dus kennelijk is er al een soort informateur bezig die wij hier niet met z’n allen rustig hebben voorgesteld en waarop we allen een fiat hadden kunnen geven.
Dat hadden we ongetwijfeld gedaan, want als zich een nieuwe meerderheid aftekent, steun je dat idee gewoon. Maar het hoort hier gewoon besproken te worden, zeker als je zegt dat je graag wilt vertragen, dat je het graag nog eens over dingen wilt hebben. Waarom dan hier zo’n onzorgvuldige snelheid in fietsen als het gaat over zo’n nieuwe informateur, waarmee we toch alle goede mores hier op dat gebied eventjes aan de kant zetten? Dan het CDA. Ik vond het net echt heel bijzonder, als je zo kort voor het persbericht nog ingeladen bent om te kijken “hé, wil je niet instappen?”. Ik ben zeer benieuwd. Het lijkt me gewoon heel treurig als je op een gegeven moment dinsdags denkt “ik heb nieuwe politieke vrienden en ik stap lekker dinsdagochtend het college in van hoi, hoi, hallo, ik ben er weer” en vervolgens blijkt de zetel waar je op zit, met dank aan de twee zetels die je inbrengt, eigenlijk niks meer te zijn dan een soort wisseltrofee, die alleen niet door iemand anders is opgehaald. Dat lijkt me heel treurig. Ik vind dat vreemd, maar goed, het is dus aan de orde van de dag, deze wisselingen. Dan, voorzitter. Ja, wij hopen gewoon dat we toch een heel stabiel bestuur krijgen, waarin lijnen worden uitgezet waar we aan vasthouden, waar je stevig kunt spreken met elkaar, maar ook elkaar vertrouwen geeft. Zo word je sterk.
Ik kan u vertellen dat ik met onze eigen wethouder misschien wel meer stevige discussies heb gehad de afgelopen vier jaar dan in de twintig jaar met mijn partner thuis. Alleen, het heeft ons wel geholpen om scherper te worden, met de beste bedoelingen voor de stad. Dat moet je kunnen doen. Ik heb hem ontzettend zien groeien in veerkracht en in lef en creativiteit. Wij vinden het natuurlijk verschrikkelijk als we zijn unieke karakter en zijn bestuurlijke inbreng moeten missen, dat mag duidelijk zijn. Dat is voor ons ook een inspiratie om er zoveel mogelijk aan te doen om dat te voorkomen en open te staan voor combinaties die wij wel aantrekkelijk vinden en wat ons betreft een beter perspectief geven om die grote uitdagingen in combinatie met een smalle beurs de komende jaren aan te gaan. Voorzitter. Het is mooi om zo eens te stoppen, denk ik. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Santen, VVD.
G - 13
De heer Van Santen: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben ons altijd, ook in de recente periode, constructief opgesteld en dat zullen we blijven doen en wij denken dat er, zeker na verkiezingen, een gelijke start is voor iedereen, gelijke kansen, en dat was voor ons ook het uitgangspunt. Vier jaar is de garantie als je wordt gekozen, en ik zie dan ook nog niet zozeer die aanname van de heer Schefferlie – waar komt die dan vandaan? – dat het motorblok elkaar al zo gevonden had. Hoezo waren die zetels dan al zeker, wanneer is dat dan gebeurd? Volgens mij heb ik ook u de vorige keer horen zeggen dat het een nieuwe start was, met gelijke kansen, voor iedereen. De heer Schefferlie: Voorzitter, bij wijze van interruptie kan ik de heer Van Santen daar misschien meteen een antwoord op geven. Je spreekt natuurlijk veel met elkaar en vanuit de interacties die je hebt ontstaan voorkeuren. Daar is niks mis mee, iedereen belt en spreekt elkaar. Alleen, waar het echt tot uitdrukking is gekomen, is in de eerste informatieronde. Volgens mij hebben wij toen nog gevraagd aan de heer Blase of zijn advies in lijn was met wat Stadsbelang had ingebracht. Daarop antwoordde hij: honderd procent.
Dus het is voor het eerst formeel geconstateerd in de ophaalronde door de heer Blase, waarin zowel de Partij van de Arbeid en Democraten Gorinchem als Stadsbelang een voorkeur hadden om in die samenwerking verder te kijken. De heer Van Santen: Tegelijkertijd hoorde ik ook, bijvoorbeeld bij de heer Van der Geest, dat het vooral nog steeds om eerste gesprekrondes ging, dus daar houd ik mij dan ook aan vast. Dat is ook een beetje waar wij een slechte nasmaak van hadden na dat eerste duidingsdebat, want we stonden, wat ik heb begrepen, ver van een aantal partijen vandaan. Voor ons was eigenlijk best duidelijk dat wij niet de eerste keus waren daarin. Uiteraard kregen we vanuit ons perspectief de mogelijkheid van Stadsbelang om in dat gesprek te blijven. De afspraak was immers dat zij daarin in the lead zijn, en dat is ook gedaan. Die informele gesprekken hebben we nog gevolgd, ook naar aanleiding van dat advies. Dat was ook afgesproken en dat was heel positief. Daarin hebben we op een later moment ook aangegeven dat we, gezien de omstandigheden, graag dat gesprek voortzetten, ook formeel. Dat is ook logisch, dat heb ik u ook horen zeggen, en gelukkig is dat begrip er ook. Die kans is eigenlijk geboden aan ons om aansluiting te houden, en daar zijn we blij mee.
Ik begrijp ook heel goed wat u vanavond zegt, want die teleurstelling begrijpen wij ook; die hadden wij immers na de lezing van het eerste duidingsdebat ook ontzettend. We zijn allemaal mensen, dus ik begrijp dat. We zitten nu in het duidingsdebat, we staan nu waar we nu staan en wij zijn best wel positief over dat vervolg. Er is ook – dat wil ik ook nog even meegeven – veel kennis, kunde en ervaring in die nieuwe groep aanwezig, ieder met z’n krachtpunten. Ik voorzie daarin niet zozeer een doemscenario zoals dat hier een beetje wordt geschetst. Een raadsperiode duurt gewoon vier jaar en er is geen garantie, voor niemand. Er worden nu ook al mogelijkheden benoemd, ik hoorde dat een aantal mensen zeggen en ik hoorde ook de heer Tekir spreken over dat raadsbrede. Ik vind het wel vreemd om daarover nu dan eisen te gaan stellen, maar de intentie is zeker positief. We hopen ook echt dat we te zijner tijd tot elkaar gaan komen en een plezierige periode met elkaar tegemoet gaan. Daar kijk ik naar uit. Tot zover even. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Hamann. G - 14
Mevrouw Hamann: Dank u wel, voorzitter. In de vorige ronde zijn wij tamelijk duidelijk geweest over het eerste deel van het proces en dat ga ik hier niet herhalen. Het staat ook op Facebook, dus wie het lezen wil: welkom. Sinds het vorige debat is er ongelooflijk veel veranderd, met een onverwachte wending, ook voor ons, maar wij vinden die heel positief. Er wordt ineens weer gesproken met andere partijen en dat vinden wij fijn en dat doet ook veel meer recht aan de uitslag van de verkiezingen. Wij gaan met vertrouwen met de nieuwe formateur aan de slag, Piet Sleeking, en we hopen op een hele goede samenwerking met de mensen die nu aan tafel zitten, maar ook met alle andere partijen. We staan inderdaad voor hele grote uitdagingen in de stad en er komen misschien bezuinigingen aan; in elk geval zijn de financiële vooruitzichten helemaal niet zo goed, maar de problemen zijn wel heel erg groot. Er zijn dus grote uitdagingen en ik denk dat we met z’n allen de schouders eronder moeten gaan zetten. Evalueren vind ik trouwens een heel erg goed idee. En overigens: wij zijn allemaal mensen met hart voor de stad. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Pagter. De heer De Pagter: Dank u wel, voorzitter. Terugkijkend op de manier waarop het informatieproces is gelopen, was onze conclusie al dat het rommelig en gehaast is verlopen.
We zijn op een avond geconfronteerd met een agendalijst waarop je de volgende dag moest intekenen. Het is niet altijd even makkelijk, als iedereen een fulltime baan heeft, om daar in te passen en daarmee aan de slag te gaan. Dat proces hebben wij als oppervlakkig en onvoorspelbaar ervaren. We zijn uitgenodigd, we zijn ook aanwezig geweest, we hebben gesprekken gevoerd en we hebben mogelijkheden benoemd, maar die zijn alle niet in het advies beschreven. Sommige partijen, zoals de onze, zijn niet eens in het advies genoemd, terwijl we wel input hadden geleverd. Wij betreuren het dat het op die manier is gegaan. Vervolgens zijn wij benaderd door Stadsbelang en daar hebben we zeker positieve gesprekken mee gehad. Wij stellen ons open en constructief op en willen met diverse partijen samenwerken. Ik vind het wel een beetje apart om nu te horen te krijgen dat men verrast is “na maandenlang investeren” in relaties en samenwerking met elkaar. Dan krijg ik toch een beetje het gevoel dat wij als partij voor niets zijn uitgenodigd en alleen uit beleefdheid mochten komen. Het proces verdient daarin geen schoonheidsprijs. Laten we met z’n allen proberen dit proces op een andere manier te gaan uitvoeren en daarin open en transparant met elkaar te gaan samenwerken en te gaan informeren. Dat is in ieder geval onze inzet. Daar gaan wij mee aan de slag.
Wij gaan een positief gesprek voeren en daar hebben wij vertrouwen in, om daarmee ook open en transparant terug te rapporteren. Daarnet kreeg ik een beetje het gevoel – maar dat is meer een opmerking die ik wil plaatsen – dat er willekeurig uit telefoongesprekken geciteerd wordt en dan kan het natuurlijk geheel uit z’n verband raken, omdat die telefoongesprekken tussen twee personen hebben plaatsgevonden en wij daarbij niet aanwezig zijn geweest. Ik denk dat het niet goed is om dat hier te doen. Dan moet ook het hele gesprek openbaar zijn, denk ik dan. Dat was het. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Oostrum.
G - 15
De heer Oostrum: Dank u wel, voorzitter. Ik hoorde de heer Klein zeggen dat hij respect had voor het gevoel van teleurstelling en dat hij dat kon begrijpen. Dat snap ik, dat is makkelijk gezegd, maar wat ik voel is een gebrek aan respect voor de gesprekspartners. Daar heb ik niets over gehoord, en dat vind ik erg jammer. Met die gesprekspartners bedoel ik niet alleen de informateurs, maar ook alle partijen waarmee gesproken is, álle partijen. Wat ik verder merk, is het volgende. Ik kan me helemaal voorstellen dat de andere partijen die zojuist het woord hebben gevoerd en teleurgesteld waren over het eerste duidingsdebat graag zijn ingegaan op de uitnodiging die daarna volgde voor een gesprek. Maar dat daar niemand heeft aangedrongen op een open en transparant proces, snap ik dan weer niet. Ik ben heel blij met de opmerking van de heer De Pagter dat hij nu wel verder wil met een open en transparant proces. Als de heer De Pagter dat ook bij de anderen tussen de oren kan krijgen, kan het proces misschien nog een aardige wending krijgen. Ik zou in ieder geval zelf niet alleen willen blijven hangen bij het proces zoals dat nu verkend wordt. Er zijn meerdere mogelijkheden en wat mij betreft: wij staan nog open om andere verkenningen uit te voeren. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Dansen. Mevrouw Dansen: Dank je wel, voorzitter.
Ik ben een beetje verbaasd over hoe dit debat verloopt. Ik ben vooral verbaasd over de heer Schefferlie, niet voor de eerste keer overigens, en waarschijnlijk ook niet voor de laatste keer, want ik hoor allemaal dramatische verhalen en dat is een beetje jammer. Volgens mij wordt hier gewoon een proces gelopen op weg naar een nieuwe regering voor onze stad en zoals iedereen weet die in de politiek zit: de ene keer win je, de andere keer verlies je, de ene keer mag je meedoen, de andere keer mag je niet meedoen. Als je dit soort verwijten maakt over het proces dat nu gelopen wordt, en dat opener en duidelijker is dan welke andere coalitievorming ook die ik heb mogen meemaken sinds 2006, moet je toch wel een beetje boter op je hoofd hebben. Ik zie de heer Schefferlie al klaar zitten, dus ik ga even door, want ik wil nog een laatste... De voorzitter: Interruptie de heer Oostrum! De heer Oostrum: Ja, voorzitter… Mevrouw Dansen: Ik ben wel midden in een zin, meneer Oostrum, maar gaat u door! De heer Oostrum: Excuus, ik probeerde het al voordat u aan de zin begon. U zit heel erg op het spoor van het verleden, maar ik wijs op het recentere verleden, waarin we afspraken met elkaar gemaakt hebben over een open en transparant proces, en dat was een duidelijk andere afspraak dan de openheid en de transparantie die in de laatste weken getoond zijn.
Mevrouw Dansen: Ik ga even door met mijn verhaal. Iemand heeft mij de vorige keer gezegd dat het niet goed is om, als je teleurgesteld bent, zuur te doen, maar dat je dan gewoon opgewekt en vrolijk moet blijven. Ik geef dat gewoon even terug. Dat is altijd een goede raad: wees opgewekt en vrolijk. Ik denk dat het ook heel goed is, en van respect zou getuigen, wanneer het proces van coalitievorming nu gewoon verder kan plaatsvinden. Er is aan alle kanten beloofd dat dat in openheid zal gebeuren, dus daar moet u dan maar een beetje op vertrouwen. G - 16
De heer Schefferlie: Voorzitter… De voorzitter: De heer Schefferlie. De heer Schefferlie: Ik weet niet of ik u laat schrikken of geruststel, maar dit is ook mijn vrolijke versie, zoals ik vandaag ben! Maar ik vroeg mij wel af of u nou niet geschrokken was dat er op dinsdag 12 april nog met het CDA gesproken is. Wist u dat, of maakt het u niks uit? Mevrouw Dansen: Ik heb helemaal geen zin in dit soort exegeses. We zijn waar we nu zijn, we zijn bezig met coalitiebesprekingen, daar zult u het mee moeten doen en afwachten wat daaruit komt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Van der Geest. De heer Van der Geest: Dank, voorzitter, en dank aan de heer Klein voor zijn antwoorden en toelichting, vooral in tweede termijn. Dank ook aan onder anderen de heer Van Santen en De Pagter, maar ook mevrouw Dansen zojuist, voor hun lezing en openheid over hoe zij het proces beleefd hebben. Ik herhaal nogmaals, en ik hoop daarvoor op steun van de raad, mijn verzoek om ook de oude informateurs, om het zomaar te zeggen, de heer Blase onder anderen, te vragen hun lezing te geven over de periode van 5 tot 12 april. Nog twee korte punten. Eén: de heer Van Santen zei dat het voor vier jaar is en dat je daar geen garanties aan kunt ontlenen.
Maximaal vier jaar, zo voelde ik het in ieder geval, want elke raadsvergadering voelt als een soort functioneringsgesprek, en dan kun je er altijd buiten vallen in een informatieproces. Dat kan en dat kan pijn doen, dat is het risico van het ambt, het risico van ons vak. Maar zoals ik al in eerste termijn zei: ook de manier waarop doet ertoe. Voorzitter. Er zijn volgens mij nu genoeg punten gemaakt over de informatiefase, dingen die niet helemaal goed gegaan zijn, of niet goed beleefd zijn door een aantal. Daar is niks op af te dingen, daar is ook begrip voor, maar ik wil ons wel allemaal meegeven: laten we daarover met elkaar het gesprek voeren en niet om elkaar heen gaan en om elkaar heen organiseren, want alleen het gesprek gaat ons daarbij verder helpen. De voorzitter: Mevrouw Dansen. Mevrouw Dansen: Ik zou dat de heer Van der Geest zo graag gedurende de afgelopen vier jaar hebben horen zeggen! De voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Voorzitter, dank u wel. Er is heel veel gezegd en het lijkt me vanavond niet meer bijdragen om verder in allerlei details te treden. Ik denk dat er wel een aantal lichtpunten zijn, ondanks alles, en dat is dat men het open en transparante proces wil voortzetten en dat er ook breed draagvlak is om dit hele proces t.z.t. te evalueren.
Ik ben blij dat die suggestie links en rechts met open armen is ontvangen, want ik hoor toch ook overal, ongeacht de partij, dat niemand trots is op het proces dat we nu met z’n allen aan
G - 17
het doorlopen zijn. Als er één ding is dat we van alle voorgaande periodes hebben onthouden, is het dat een start als deze absoluut niet bijdraagt aan een goede cohesie, vier jaar lang. Wij gunnen vanuit D66 onszelf en deze raad en deze stad hoe dan ook nog een doorbraak, om de samenwerking naar een hoger niveau te tillen en de handschoen gezamenlijk op te pakken. Daar hebben we heel wat Q-sessies voor nodig, vrees ik. Daar zou ik graag mee willen afsluiten. Als zo’n evaluatie daaraan bijdraagt, doen wij daar graag aan mee. Tot slot wensen wij alle formerende partijen en de heer Piet Sleeking – die naam horen we ook voor het eerst – alle wijsheid toe in het verdere proces. We zijn erg benieuwd naar het volgende openbare moment waarop we zullen terug blikken en vooruit blikken op de formatie. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we twee rondes gehad met betrekking tot de duiding van de gebeurtenissen die de afgelopen dagen hebben plaatsgevonden. Hiermee zijn we aan het einde gekomen van deze informele raadsbijeenkomst.
Waar we nu staan is dat onder leiding van formateur Piet Sleeking de partijen Stadsbelang, VVD, SP, Gorcum Actief en ChristenUnie/SGP aan de slag gaan, waarbij is toegezegd dat op redelijk korte termijn, afhankelijk natuurlijk van het proces, weer zal worden teruggekomen richting de raad om in de transparantie die beoogd wordt weer verantwoording af te leggen. De heer Van Willigen: Mag ik daarover wat vragen, voorzitter? “Wij gaan met de raad op pad binnen redelijk korte termijn” is mij een beetje te onduidelijk. Wat is ‘korte termijn’? Is dat twee weken, vijf weken? Misschien kan dat toch geduid worden. De voorzitter: Ik kijk even naar de heer Klein. De heer Klein: Wat ik net al aangaf, is voor ons nu de fase aangebroken waarin wij de griffie / het ambtelijk apparaat vragen om nog aanvullende stukken voor ons aan te leveren, waarover weer gesproken zal gaan worden. Die gesprekken zullen in de eerste week van mei beginnen, over zo’n anderhalve week, zo even uit mijn hoofd gezegd. We gaan dan verder praten, want dan hebben we alle stukken paraat waarover we ook moeten praten. Die gesprekken zullen nadere informatie opleveren over wanneer wij kunnen informeren. De voorzitter: Dank u wel voor deze toelichting. Ik zie nog een vinger van de heer Van der Geest.
De heer Van der Geest: Ik heb een verzoek aan mijn collega’s in de raad gedaan om de vorige informateurs te verzoeken ook hun belevenissen op papier te zetten, als addendum op het advies dat eerder geweest is, in de periode 5 tot 12 april noem ik het dan maar even, om dat eventueel te betrekken bij de komende evaluatie. Als daar steun voor is, zou ik dat graag willen doorgeleiden naar de twee heren. De voorzitter: Ik zie daar geen negatieve reacties op. Het zal via de griffie richting de informateurs worden gebracht, want ook zij hebben daar natuurlijk nog een say in.
G - 18
De heer Van Santen: De heer Van der Geest zou ik willen vragen wat de toegevoegde waarde daarvan is. Is dat puur voor uw eigen transparantie? De heer Van der Geest: Ik begrijp dat er geen chemie meer was tussen de voordragers van de informateurs en de informateurs zelf. Daar heb ik begrip voor, maar tegelijkertijd ben ik wel benieuwd naar, noem het een feitenrelaas, of een lezing van die kant, hoe dat in die periode gedaan is, want we gingen inderdaad af op gesprekken – daar is voldoende over gezegd – vanaf woensdag 13 april, en ik ben ook gewoon benieuwd, want wij hebben als raad die informateurs de opdracht gegeven, hoe zij beleefd hebben wat er in die tijd gebeurd is. De voorzitter: Via de griffie zal dat verzoek vanuit deze bijeenkomst bij hen neergelegd worden. 3. Sluiting.
De voorzitter sluit te 21.22 uur de vergadering.
G - 19
Sprekersindex:
Dansen, mw. E.L., 16, 17 Geest, J.P. van der, 5, 12, 17, 18 Hamann, mw. E.W.H., 11, 14 Klein, J., 1, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 18 Oostrum, J.C., 5, 11, 15, 16 Pagter, M. de, 15 Polatli, F., 10 Santen, N. van, 13, 14, 18 Schefferlie, P.C.J., 2, 8, 9, 10, 13, 14, 16, 17 Tekir, I., 6, 12, 17 Willigen, C. van, 18
G - 20