20220310 Verslag Parallelsessie I&O B&A Gelijke kansen.docx
Tekst van het document
Parallelsessie Informatie en Ontmoeting / Beraad en Advies, 10 maart 2022 Gelijke kansen Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Griffie: Fracties: Portefeuillehouder: Ambtelijk: Notulen:
de heer K. van Willigen de heer S. Vink Stadsbelang-Democraten Gorinchem-CDA-PvdA-SGP/ChristenUnie VVD-D66-SP-GroenLinks-Gorcum Actief de heer R. van Doesburg de dames Janny Rijks en Corien van der Linden notulistenbureau Leeuwenburgh-Vendrig
Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Hij licht het programma voor deze sessie toe. Gelijke kansen Er wordt informatie gegeven over het verschil tussen onderwijsachterstanden en Gelijke Kansen. Door middel van een power point presentatie wordt informatie gegeven over de interventies tot nog toe en de beschikbare data, passend bij de gemeentelijke wettelijke verplichting. Daarnaast vertellen twee leerlingen over G-Town. Een interventie naar aanleiding van de parkrellen, die door docenten van de scholen omgezet is naar een onderwijsvorm waar leerlingen doelen behalen vanuit burgerschap. Lolia Hammed, kinderburgemeester, geeft aan dat het onderwerp van deze avond, gelijke kansen, een belangrijk onderwerp is dat ervoor zorgt dat iedereen kan meedoen in de stad. Volwassenen en kinderen. Het is belangrijk dat alle kinderen dezelfde kansen krijgen en dat het niet uitmaakt wie je bent of waar je vandaan komt. Eerder heeft zij aangegeven dat het belangrijk is dat alle kinderen kunnen lezen. Zelf vindt zij lezen erg leuk, zij hoopt dat meer kinderen lezen tof gaan vinden. Als je goed kunt lezen en schrijven kun je makkelijker moeilijke dingen doen. Zij hoopt dat er in het project gelijke kansen ook aandacht is voor lezen, maar vooral dat de raad zich inzet voor alle kinderen in Gorinchem zodat iedereen een goede start maakt voor de toekomst.
Janny Rijks leidt het onderwerp in. Er is een groot verschil tussen gelijke kansen voor passend onderwijs, inclusief onderwijs. Gelijke kansen gaat vooral over waar je wieg heeft gestaan, waar je vandaan komt. Twee leerlingen en een docent zullen aangeven wat gelijke kansen in Gorinchem betekent. De heer Sjoerd Speijer is docent drama, geschiedenis en CKV op de Uilenhof. Anderhalf jaar geleden werd Gorinchem opgeschrikt door de parkrellen. In de weken daarna ging het hierover bij leerlingen en docenten. Persoonlijk was hij verbaasd dat leerlingen die iedereen kent in staat zijn om op iemands hoofd te springen. Hij ging naar de directeur omdat hij vond dat de school hier iets mee moest. Besloten werd om met het Omnia te spreken. In het proces ontstond het idee om activiteiten te gaan organiseren, om de leerlingen heen te gaan staan en ze te begeleiden, alternatieven te bieden. Het project G-town ontstond. Als voorbeeld noemt hij workshops breakdance die werden aangeboden aan groepjes leerlingen van verschillende scholen. In samenwerking met Artez Arnhem, een school voor beeldende kunsten, werd met leerlingen van de dramaopleiding een week lang theater gemaakt. Aan de leerlingen werd expliciet gevraagd wie ben jij in relatie tot de ander. Twee leerlingen die hebben deelgenomen zijn vanavond aanwezig (Esmee Koster en Noortje Verket).
Parallelsessie I&O B&A Gelijke kansen, 10 maart 2022
Esmee en Noortje geven aan hoe zij deze workshops hebben beleefd. Het was bijzonder om mee te maken omdat je dit niet elke dag doet. Het laat een andere kant van jezelf zien omdat je zoiets niet doet op een normale schooldag. Je leert met mensen omgaan die je niet kent en makkelijker praten met mensen. Dit geeft veel zelfvertrouwen. De voorzitter informeert of het ‘vreemd’ was om op te trekken met de leerlingen van het Omnia College. Esmee en Noortje vervolgen dat dit verschilde per groep, in het begin was het een beetje apart, maar het was ook heel erg leuk. Op een gegeven moment werd iedereen vrij en werd er van alles met elkaar gedeeld. De voorzitter biedt gelegenheid om vragen te stellen. Mevrouw Mager spreekt haar bewondering uit voor het feit dat deze leerlingen dit durven te vertellen in deze zaal met allemaal volwassenen. De heer Kuijten vindt het prachtig dat kinderen hun zelfvertrouwen een boost hebben kunnen geven via een samenwerking met andere scholen en het zoeken van verbinding. Blijf deze kinderen opzoeken zodat er een mooie verbinding kan ontstaan. De voorzitter bedankt de gasten voor hun bijdrage. Mevrouw Rijks verzorgt een presentatie. De gemeente heeft een verantwoordelijkheid ten aanzien van de onderwijsachterstanden. De raad heeft in een vorige I&O het advies meegegeven om het gelijke kansen beleid uit te breiden tot 18 jaar.
Het ministerie verstrekt middelen tot de leeftijd van 12 jaar. Zij wijst op de maatschappelijke partners in de stad: onderwijs, bibliotheek, jongerenwerk, Gorinchem Beweegt, de kinderopvang, ouders. In de komende periode wordt hetgeen er al is doorontwikkeld. Gorinchem wordt door het ministerie vaak gevraagd om voorbeeldstad te zijn. In het integraal sociaal beleid is opgenomen dat iedereen meedoet, maar niet iedereen kan meedoen. De gemeente moet zich verantwoorden hoe dit wordt gedaan, hoeveel kinderen er uitstromen en op welk level. Zij refereert aan de motie die hierover is ingediend; is de lat belangrijker of het geluk van het kind? Sinds 2012 wordt onderzoek gedaan, de onderwijsmonitor, maar niet alle kinderen zijn op de plek waar men hen graag zou willen zien. Gorinchem doet het beter dan andere gemeenten, maar daar heeft een individueel kind niet zo veel aan. De raad wordt uitgenodigd voor een presentatie van G-town op 25 maart in de Bunker. Kinderen zijn bezig met drama of een presentatie, maar bovenal met taal. In de afgelopen periode is er veel gebeurd in onderwijsland. Alle scholen in Gorinchem doen het goed. Dit geldt ook voor de kinderopvang. Alle kinderen die het nodig hebben volgen het vveprogramma waar zij samen leren spelen en met elkaar omgaan. De rolmodellen zijn breed. Mevrouw Van der Linden vervolgt de presentatie.
Zij heeft onderzoek gedaan naar G-town; wat zijn de ervaringen van leerlingen en wat levert dit op. Aan de hand van een vragenlijst wordt een nul- en een éénmeting uitgevoerd. Er wordt met name gericht op omgaan met verschillen en conflicten. Aan het begin en aan het einde van het schooljaar worden de lijsten ingevuld en vervolgens vergeleken. Docenten hebben andere scholen bezocht en sessies georganiseerd met leerlingen. Hier is uitgekomen dat veel kinderen het uitdagend vonden om hiermee aan de slag te gaan, er werd iets nieuws geleerd, vaak werd gezegd ik heb iets gedaan waarvan ik dacht dat ik het eigenlijk niet kon. Het werd ook leuk gevonden om met een andere school te werken en deze te bezoeken. Zij vervolg met de onderwijsmonitor. Voorheen werden er vaste criteria gehanteerd (bijvoorbeeld laag opleidingsniveau ouders, verblijfsduur ouders). Sinds twee jaar indiceert de professional het kind. Hoe beweegt het kind in de groep, de thuissituatie wordt meegenomen. Het leerlinggewicht is omgezet naar schoolscore en hierin worden verschillende aspecten meegenomen. Met de onderwijsmonitor wordt in kaart gebracht hoe
Parallelsessie I&O B&A Gelijke kansen, 10 maart 2022
het gaat. Voorkomen dat kinderen een leerachterstand oplopen, zo vroeg mogelijk begeleiden, eventuele achterstanden inlopen in samenwerking met Jong GGZ, de kinderopvang en de basisscholen. Iedere zes weken is er een vve-overleg, daarnaast zijn er werkgroepen die zich verdiepen in thema’s die volgen uit de praktijk. Zij vervolgt met de resultaten. Van de 2 en 3 jarigen die extra aandacht nodig hebben bezoekt 66% de voorschool, van de 4 en 5 jarigen is dat 70%. Doel is om het bereik te vergroten en 100% van deze kinderen op de voorschool te mogen ontvangen. Ouders moeten soms overtuigd worden van het belang van spelen met kinderen buiten het gezin en de taaluitdaging te vinden. Zij vervolgt dat voor technisch en begrijpend lezen hogere percentages zijn gescoord waardoor de doelstellingen zijn behaald. Besloten is om de doelstellingen bij te stellen, de streefgetallen worden met 5% verhoogd. In het volgende schooljaar worden opnieuw metingen uitgevoerd en daarnaast wordt er uitgebreid naar het VO, met name de onderbouw van het VMBO om de doorgaande leerlijn in het zicht te brengen. De voorzitter biedt gelegenheid om vragen te stellen. Mevrouw Molengraaf begrijpt dat er sinds twee jaar wordt geïndiceerd door professionals en informeert of het voordeel van deze werkwijze geduid kan worden.
Zij krijgt een beetje de indruk dat alle kinderen naar de voorschoolse opvang moeten en vraagt of de mooie resultaten die zijn geboekt volledig het gevolg zijn van de vve-scholen. Mevrouw Van der Linden antwoordt dat de vaste criteria zijn verlaten om de professional het vertrouwen te geven, maar daarnaast is het vier-ogen-systeem ingebouwd. Als een professional van mening is dat een kind extra aandacht nodig heeft, wordt dit altijd samen met nog iemand bepaald. De vaste criteria zijn 9 jaar gehanteerd en worden nog wel als richtlijn meegenomen. Als er weinig vve-kinderen in een klas zitten kunnen zij makkelijker meekomen met kinderen die wel op niveau zijn. Het is belangrijk dat kinderen met een risico op een achterstand een vve-school bezoeken. De vraag is of de kinderen die nu eind groep 4 uitstromen met een voldoende op begrijpend lezen een vve-school hebben gevolgd. Vanwege privacy is het lastig om dit in kaart te brengen. Als de datasystemen gekoppeld kunnen worden kunnen er een rechtstreekse links gemaakt worden. Mevrouw Alba vraagt of het VSO ook wordt meegenomen. Mevrouw Van der Linden antwoordt dat dit niet het geval is. Scholen zijn vrij om te bepalen welke toetsen zij afnemen. Het VSO heeft een ander toets-systeem. Zij zegt toe dit in overweging te nemen en te kijken of er interesse is om mee te doen.
De heer Hachhouch verzoekt om het effect van het loslaten van de vaste criteria nogmaals te duiden. Mevrouw Van der Linden antwoordt dat het eerste effect was dat het aantal vve-kinderen in de kinderopvang groeide. De kinderopvang kan indiceren, maar altijd in samenspraak met Jong GGZ. De kinderopvang maakt de kinderen de hele dag mee, Jong GGZ tweemaal een half uur. Desgevraagd geeft zij aan er nu kinderen worden bereikt die eerder buiten de meting vielen. Mevrouw Stevens is blij om te horen dat kinderen van het voortgezet onderwijs meegenomen worden in de toekomst. In de vorige sessie bleek dat kinderen in Gorinchem tussen 12 en 16 in verhouding tot het landelijk percentage een hogere geletterdheid hebben. De 15% die het minimale taalniveau niet haalt, had te maken met de minimale lat. Zij informeert of er al veranderingen zijn op dit gebied en of er daadwerkelijk scholen zijn in Gorinchem die een minimale lat hanteren. Mevrouw Rijks antwoordt dat het voortgezet onderwijs in de data is betrokken omdat de doorlopende lijn niet werd teruggezien. Onderzocht wordt of de kinderen die geen
Parallelsessie I&O B&A Gelijke kansen, 10 maart 2022
voorschoolse educatie gehad hebben nu laaggeletterd zijn. Voorts wordt onderzocht wat deze laaggeletterdheid inhoudt (taalvaardigheid, rekenvaardigheid, digitale vaardigheid). De eerste indruk is dat het met name over digitale vaardigheid gaat. De onderwijsinspectie hanteert een nieuw toezichtskader. Er wordt vooral gekeken naar het groepsniveau, in plaats van het individuele kind. In gesprekken met scholen worden op kindniveau dossiers naar voren gehaald waarna het bestuur van de school wordt aangesproken. Met betrekking tot het VSO geeft zij aan dat dit niet verplicht is voor de gemeente, het is aan het onderwijs. Omdat er onderzoek wordt gedaan naar de doelgroep 0 tot 6 jaar heeft de gemeente deze vragen. Door de subsidies aan Taalburcht of Taalpaleis worden bijvoorbeeld Syrische kinderen heel goed bijgeschoold waardoor zij in groep 3-4 met de reguliere kinderen kunnen meedoen. Het VSO staat op de wensenlijst, maar hiervoor moet wel ontschot worden. Na deze avond volgt nog een raadsinformatiebrief met nadere informatie. Mevrouw Stevens vraagt of hoe de onderwijsinspectie nu met achterstanden omgaat als positief wordt ervaren of dat er wellicht meer gedaan zou kunnen worden. Mevrouw Rijks vervolgt dat het altijd meer kan, maar één en ander wordt uitgevoerd volgens de wet- en regelgeving. Met name door corona gaat het ministerie meer sturen.
Gorinchem is als 50e gemeente lid geworden van de Gelijke Kansenalliantie die hiervoor mede in het leven is geroepen. Alle partijen roepen iets over laaggeletterdheid in hun verkiezingsprogramma’s. Nu de onderwijsinspectie dit op bestuursniveau heeft gelegd, ligt dit onderwerp heel duidelijk op tafel. De heer Van Breemen refereert aan het bestuur dat nu aangesproken wordt in plaats van de locatiedirecteur, dit zou kunnen betekenen dat alsof één school van Logos die niet functioneert ervoor kan zorgen dat dit wegvalt. Hij verzoekt om verduidelijking. Mevrouw Rijks antwoordt dat dit op bestuursniveau is weggezet omdat schoolleiders op inhoud heel goed weten wat er gebeurt, maar wat gebeurt is dat scholen soms in het gemiddelde afgerekend werden. Besturen moeten nu bij de onderwijsinspectie aantonen of zij op de hoogte zijn van de verschillen bij de scholen om vervolgens van elkaar te leren. De heer Roeland vraagt hoe de professional bepaalt dat er een risico is op een leerachterstand (toets, observatie). Mevrouw Van der Linden antwoordt dat dit een langlopende observatie van het kind in de groep is, maar ook gesprekken met ouders. De heer Roeland vraagt of ook wordt onderzocht om welke kinderen dit gaat (oorzaak, achtergrond, factoren die een rol spelen). Mevrouw Van der Linden vervolgt dat dit lastig is vanwege de privacywet.
Geprobeerd wordt om hier aandacht voor te houden in de overdracht. Geprobeerd wordt om de systemen te koppelen zodat duidelijk wordt om welke kinderen het gaat en om wat de kenmerken zijn (bepaalde wijk, leeftijdscategorie). De heer Roeland vraagt of de ouders tips krijgen voor het bevorderen van de taalvaardigheid. Mevrouw Van der Linden geeft aan dat de ouders van cruciaal belang zijn. Een kind moet nieuwsgierig worden naar taal door voorlezen. Zij wijst in dit kader op de koffieochtenden voor ouders op school en het thuis voorlezen met boekenpret. Sommige ouders zijn terughoudend omdat zij het aanleren willen overlaten aan de professionals. De heer Kuijten vraagt of de professionals wisselen in de loop van de tijd.
Parallelsessie I&O B&A Gelijke kansen, 10 maart 2022
Mevrouw Van der Linden antwoordt dat de professionals bij de vve-coördinator op locaties en bij de kinderopvang stabiele factoren zijn die het proces begeleiden. Het is een langlopend proces samen met iemand die al langer werkzaam is. Voorts is afgesproken dat de beleidsmedewerker van de gemeente steekproefsgewijs mag controleren. De heer Kuijten refereert aan de ambities en informeert of de resterende procenten zichtbaar zijn. Mevrouw Van der Linden verduidelijkt dat het juist om het resterende percentage gaat. Het is aan de scholen om na te gaan welke kinderen dit betreft en welk aanbod er zou kunnen volgen. De heer Kuijten vindt het fijn om te horen dat hier een speerpunt ligt. Mevrouw Stevens vult aan dat dit destijds de reden was om de motie in te dienen. Mevrouw Alba kan zich voorstellen dat niet alle kinderen in beeld zijn. Zij mist de samenwerking met huisartsen, verloskundigen en vraagt of dit opgepakt wordt. Mevrouw Van der Linden antwoordt dat Jong JGZ aangeeft 99% van de kinderen in beeld te hebben. Zij neemt deze suggestie mee naar het vve-overleg van volgende week. Mevrouw Rijks vult aan dat de gemeente hier een regierol kan pakken. Het voorlezen in de bibliotheek is niet zo effectief als een moeder deze niet bezoekt. Dit zou bijvoorbeeld naar de buurthuizen verplaatst kunnen worden.
Vaak is het bekend bij het onderwijs dat de betreffende ouders niet veel belangstelling hebben. De gemeente kan in de subsidievoorwaarden opnemen hoeveel kinderen er bereikt moeten worden. De kindvolgsystemen van de verschillende organisaties mogen niet uitgewisseld worden. Soms wordt het ook als excuus gebruikt omdat scholen concurrent van elkaar zijn. Meer handen voor de klas, de gemeente moet hierin een verbindende rol pakken. Op de vragen die gesteld worden, kan ook in de toekomst niet altijd antwoord gegeven worden. Mevrouw Alba veronderstelt dat het kruisen van systemen over het algemeen met geldstromen te maken heeft (onderwijs en zorg). Zij hoort mooie initiatieven, maar over het algemeen zit laaggeletterdheid in generaties en daar wordt niet vaak mee naar buiten gekomen. Zij is benieuwd hoe dit breder aangepakt wordt waardoor het kind daar ook profijt van heeft. Mevrouw Rijks antwoordt dat vanwege de Gelijke Kansen Alliantie de goede voorbeelden van andere steden gebruikt worden. Het is moeizaam om dit te doorbreken. Veel gemeenten benoemen een programmamanager om beleid te ontwikkelen, Gorinchem heeft ervoor gekozen om met de ambtenaren onderwijshuisvesting, jeugd en onderwijsachterstanden intern te ontschotten voor jeugdzorg en onderwijs.
Hiervoor zijn externe partners benaderd zoals de CED Groep die al tien jaar meedenkt in de vveontwikkeling, maar ook een aantal onderwijsadviseurs die al lang op de scholen rondlopen. Het kind wordt centraal gezet en daarna wordt bekeken hoe verder. Vroegsignalering, laaggeletterdheid, passend onderwijs en huisvesting zijn belangrijk, maar wat heb je aan prachtige vierkante meters als er geen gedifferentieerd onderwijs wordt gegeven. Het is mooi als er straks scholen zijn met inclusief onderwijs waar straks wellicht ook een huisarts gevestigd is. De kring om het kind wordt steeds groter gemaakt. De ambities worden met data onderzocht en hiermee wordt regelmatig teruggekomen naar de raad. Mevrouw Stevens vraagt of er ook naar andere landen gekeken wordt. Als de ondertiteling wordt aangezet lezen kinderen automatisch als zij tv kijken. Mevrouw Rijks vervolgt dat er collega’s zijn die verschillende landen hebben bezocht. Canada sluit goed aan bij het curriculum van Nederland. Ook in Zweden en Estland zijn
Parallelsessie I&O B&A Gelijke kansen, 10 maart 2022
mooie voorbeelden. Bekeken wordt wat er past bij het Gorcumse en of er een studiereis gemaakt kan worden om de kunst af te kijken. Meer inclusief onderwijs is een speerpunt in de Regio. Er wordt continu over zaken nagedacht omdat het geld naar de kinderen moet en niet naar de beleidsmakers. De heer Kuijten vindt het streven naar multifunctionele gebouwen mooi, maar alle wijken hebben verschillende structuren en culturen. Hij informeert naar de verbinding en waar wordt gezocht naar homogeniteit om de laaggeletterdheid aan te pakken. Hij is op zoek naar een centraal punt van waaruit satellieten gepositioneerd worden op plekken die steeds verder worden uitgerold in de wijk waardoor er wellicht achter de voordeur gekeken kan worden en informeert hoe hierover gedacht wordt. Mevrouw Rijks antwoordt dat bekend is waar de kinderen wonen met een risico op een achterstand. Als er een interventie is, moet dit ten goede komen aan de kinderen die dit nodig hebben. De stenen zorgen niet voor samenwerking. Soms zijn concurrenten van elkaar in hetzelfde gebouw gehuisvest. Samenwerking is hierbij de kracht. Ouders moeten het gevoel krijgen dat het hun wijkgebouw is. Op het schoolplein staat nog steeds een hek tussen de ene en de andere school. De gemeente kan hier het gesprek over voeren. Bij een brede school en een wijkcentrum moeten de bewoners het doen.
De heer Kuijten merkt het verdwijnen van de hekken aan als een mooie ambitie. In het raadsbesluit staat dat het reformatorisch onderwijs uitgesloten is. Mevrouw Rijks verduidelijkt dat er met alle scholen wordt overlegd. De middelen gaan ook naar alle scholen. Er wordt geen verschil gemaakt in subsidies voor een reformatorische, islamitische, christelijke, witte of groene school. Niemand wordt uitgesloten, maar scholen mogen zelf bepalen of zij meedoen in de ontwikkeling van het beleid. Zij vervolgt haar presentatie. Veel zaken zijn inmiddels al aan de orde geweest. De gemeente heeft extra middelen gekregen vanuit het Nationaal Programma Onderwijs, ongeveer € 150 per leerling. De scholen hebben middelen gekregen vanwege corona, ongeveer € 800 per leerling. Veel scholen hebben onderwijsassistenten aangenomen en klassen verkleind waardoor een leraar meer individueel onderwijs kan geven. Dit is incidenteel geld. De middelen van de gemeente moeten aan de begroting toegevoegd worden. Het samenwerkingsverband heeft de schoolplannen bekeken en een advies uitgebracht aan de gemeente. De gemeente bekijkt straks wat er nodig is en roept op samen met de partners aan de slag te gaan. Het gelijke kansen beleid wordt met een breder perspectief weggezet. Als er sprake is van vroegsignalering kost dit minder geld omdat het kind op tijd op de juiste plek komt.
Gorinchem heeft het goed voor elkaar, maar men weet elkaar niet altijd te vinden. Aan de randen van de dag zijn er veel interventies (Gorinchem Beweegt, de bibliotheek, de Limonadebrigade) maar de leraar en de ouders hebben het meeste effect. De gemeente kan invloed uitoefenen op de ouders. Het Sociaal Team is soms handelingsverlegen. Het Jongerenwerk voert interventies uit op scholen en deze hebben effect. Als dit ingebed kan worden in het onderwijs heeft dat effect. Welke andere professionals kunnen er naast de leraren ingezet worden op de scholen. Op school is niet altijd bekend wat er allemaal gebeurt in de stad. De gemeente kan hier het voortouw in nemen. Denken vanuit inhoud in plaats vanuit budgetten rekening houdend met politieke ambities is soms lastig. Gelijke kansenbeleid betekent groeien naar een integraal coherent aanbod met de lijnen naar partners zichtbaar in een overzicht aansluitend bij wat er al is. Zaken met elkaar verbinden. De voorzitter biedt gelegenheid om vragen te stellen. Mevrouw Mager vindt dat het allemaal zo logisch klinkt en vraagt of dit nooit eerder bedacht is. Mevrouw Rijks antwoordt dat dit door heel veel mensen is bedacht, maar er werd ook steeds nieuw beleid geschreven. Gorinchem is klein voor wat betreft de grootstedelijke
Parallelsessie I&O B&A Gelijke kansen, 10 maart 2022
problematiek. Samen met Goes en Culemborg heeft Gorinchem de meeste leerlingen op het voortgezet onderwijs. Als er niet wordt samengewerkt, lukt het niet. Als er budgetten worden samengevoegd en daar worden informeel gesprekken over gevoerd met behulp van data gaat er iets rollen. De gemeente kan hier een regierol in pakken. De privacy doet er even niet toe als een casus besproken wordt aan de hand van een nummer waardoor een kind wel geholpen kan worden. Het is moeilijk als je concurrent van elkaar bent en fouten maakt waar je op afgerekend wordt. Dit maakt dat je de volgende keer je mond houdt. In december volgt het beleid en daarna moet het uitgevoerd worden. Het blijft moeilijk. Mevrouw Mager is benieuwd. Zij heeft met belangstelling naar het verhaal geluisterd. Zij kan meegaan in de praktische plannen, maar hoort dat er eerst nog beleid gemaakt wordt. Dit moet er zijn, maar dit moet als ondersteund in plaats van leidend beschouwd worden. Wethouder Van Doesburg vult aan dat er niet eerst beleid gemaakt wordt, maar ook beleid gemaakt wordt. Wat al gedaan wordt loopt door, de kinderen hoeven niet te wachten op beleid. De heer Kuijten roept op te beginnen met het uitvoeren van deze aanpak om daar vervolgens het beleid omheen te bouwen omdat het geld vanuit de rijksoverheid inmiddels binnengekomen is.
Mevrouw Molengraaf merkt op dat in het raadsvoorstel een datum van behandeling in de raad wordt genoemd en informeert wanneer hier een klap op gegeven wordt. Mevrouw Rijks antwoordt dat de raad over de middelen gaat die aan de begroting toegevoegd moeten worden. Dit is een technisch verhaal. Het raadsvoorstel wordt op 21 april aan de raad voorgelegd. Deze avond is vooral bedoeld om duidelijk te krijgen of de raad kan instemmen met het toevoegen van het geld aan de begroting. Als dit niet het geval is, gaat het geld terug naar Den Haag. Mevrouw Molengraaf vervolgt dat deze sessie geen besluitvormende vergadering is. Zij gaat er vanuit dat de nieuwe raad hierover beslist. De heer Van Breemen bevestigt dat dit inderdaad aan de orde komt in een besluitvormende raad op 21 april. Als je alleen het raadsvoorstel leest, heb je geen idee waar het allemaal over gaat. Er staat toevoegen aan de begroting en de uitgaven, maar wat die uitgaven zijn is niet op te maken uit het raadsvoorstel. Ook na de uitleg van vanavond vindt hij het lastig om een samenvatting te vinden. Hij stelt voor om wat meer toelichting te verstrekken voor de nieuwe raad. De voorzitter merkt op dat in de agendacommissie is aangegeven dat dit voorstel pas op 21 april geagendeerd kan worden.
Voorafgaand hieraan moet nog een B&A sessie gepland worden omdat er dan nieuwe raadsleden zullen zijn die hierover moeten beslissen. De heer Van Breemen vervolgt dat dit stuk als bespreekstuk aangemerkt kan worden, maar hij herhaalt dat er dan wat meer informatie verstrekt zal moeten worden omdat enkel het raadsvoorstel een beetje karig is. Mevrouw Rijks vult aan dat de raad ook de beschikking vanuit het ministerie heeft ontvangen en beaamt dat het een heel technisch verhaal is. Zij begrijpt wat er wordt gezegd, maar het gaat erom dat er nieuw geld komt dat aan de begroting toegevoegd moet worden. Er is nog geen inhoud voor dit nieuwe geld. De heer Van Breemen benadrukt dat het wellicht niet zo duidelijk zal zijn voor nieuwe raadsleden.
Parallelsessie I&O B&A Gelijke kansen, 10 maart 2022
Mevrouw Molengraaf stelt voor een stuk op te stellen aan welke dingen wordt gedacht om dit geld aan uit te geven zodat de nieuwe raad in grote lijnen een idee krijgt. Mevrouw Rijks bevestigt dat het geld op een lastig moment komt gezien de verkiezingen, maar zegt een overzicht toe zodat de raad daar op 21 april een goede beslissing over kan nemen. Wethouder Van Doesburg geeft aan dat het verdelen van deze gelden in principe een bevoegdheid is van het college, maar het college wil een nieuwe raad over zo’n grote uitgave zeker goed informeren. Het technische deel is een raadsbevoegdheid en daarom moet de raad weten wat hier technisch onder zit. Hij hoopt dat er nog een B&A sessie kan plaatsvinden voor 21 april. Als dat niet lukt, moet wellicht voor een raadsinformatiebrief gekozen worden met een goede duiding vanuit het college. De voorzitter ziet dat er instemmend geknikt wordt. Het stuk wordt als bespreekstuk aangemerkt voor de raadsvergadering van 21 april a.s. Mevrouw Hamann heeft met belangstelling naar de presentaties geluisterd. De Gorcumse scholen verdienen een compliment voor de hoge score van 85%. Voor de resterende 15% wordt gezamenlijk nog wat verzonnen. Zij heeft opmerkingen gehoord over ontschotten bij de brede scholen met meerdere scholen in één gebouw gecombineerd met buurtwerk.
Sluiting De voorzitter bedankt voor de presentaties en het beantwoorden van de vragen en de overige aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering.
Parallelsessie I&O B&A Gelijke kansen, 10 maart 2022