20220307 bijeenkomst 2 lijsttrekkers.docx
Tekst van het document
Bijeenkomst 2 met lijsttrekkers gemeenteraadsverkiezingen 16 maart 2022 ‘Van verkiezingen naar coalitie- en collegevorming 2022’ 7 maart 2022, 19.30 uur Stadhuis Gorinchem Samenvattend verslag
Aanwezigen: Mevrouw R. Melissant-Briene, burgemeester De heer E. Wolters, bestuursadviseur Mevrouw P. Fillekes, directeur De heer H. Sepers, griffier Lijsttrekkers: De heer D. van Veen, Stadsbelang De heer P. Schefferlie, Democraten Gorinchem Mevrouw L. Pellikaan, Democraten Gorinchem De heer N. van Santen, VVD De heer J. Oostrum, PvdA De heer M. de Pagter, CU/SGP De heer J. van der Geest, CDA De heer I. Tekir, D66 Mevrouw E. Hamann, Gorcum Actief De heer B. Bahlmann, Gorcum Actief De heer R. van den Hoven, Zorg voor Gorkum De heer H. van Mourik, Zorg voor Gorkum De heer W. de Visser, Jezus Leeft Mevrouw E. Dansen, SP
Opening door de griffier De griffier heet iedereen hartelijk welkom en stelt vast dat hij twee nieuwe gezichten ziet ten opzichte van de vorige bijeenkomst. De heer Rudolph van den Hoven stelt zich voor, hij is tweede kandidaat voor Zorg voor Gorkum. De griffier verwijst naar het verslag van de vorige bespreking. Er waren wat vraagpunten ten aanzien van een duidingsdebat en informateur/ formateur. Daar kan in deze bespreking op ingegaan worden. Er is een agenda en een presentatie toegezonden op basis van de input van de vorige bijeenkomst. De burgemeester merkt op dat de presentatie informatie biedt en onderwerpen waarover de lijsttrekkers de komende weken kunnen nadenken. Zij wenst iedereen veel succes. Presentatie deel 1 De heer Wolters geeft een presentatie en licht toe dat er een schets is gemaakt op basis van de vorige bespreking. Hij toont een mogelijke tijdlijn voor de formatie. Tijdens de informatie is sprake van een verkenning en na gesprekken over een akkoord kan een formatie/ coalitievorming plaatsvinden. De griffie ondersteunt het proces tijdens de verkenning. Vervolgens verschuift dit naar de ambtelijke organisatie. Hij schetst de kernpunten in het proces na de verkiezingen: duidingsdebat, installatie, verslag verkenning, toets burgemeester op akkoord, presentatie akkoord en installatie nieuw college.
1
Het duidingsdebat kan verschillende doelen hebben: duiding verkiezingsuitslag, hoofdlijn neerzetten van inzet partij en het benoemen van een verkenner/informateur. Enkele aandachtspunten worden geschetst. De installatie van de nieuwe raad vindt plaats op 30 maart. Over het verslag van de verkenner kan een debat gevoerd worden over de verdere richting van de informatie en over het soort akkoord dat voorbereid wordt. De heer Wolters geeft gelegenheid voor het stellen van vragen en voor inbreng voor de verkenningsfase. Gevraagd wordt of het mogelijk is om het proces te versnellen. De griffier wijst op de wettelijke data. Op 21 maart om 10.00 uur is de officiële verkiezingsuitslag bekend. De datum van 30 maart voor de installatie van de nieuwe raad staat ook vast. Wel zou het duidingsdebat eerder kunnen plaatsvinden. In het fractievoorzittersoverleg is afgesproken dat het duidingsdebat op 1 april plaatsvindt. De griffier vraagt naar welke datum de voorkeur uitgaat. Toegelicht wordt dat andere gemeenten wel op 18 of 20 maart een duidingsdebat hebben, voor de formele uitslag van de verkiezingen. De heer Oostrum meent dat het duidingsdebat zo snel mogelijk na de uitslag zou moeten plaatsvinden, bijvoorbeeld de avond van 21 maart. De heer Tekir denkt ook dat het duidingsdebat snel gevoerd kan worden. Hij pleit voor een open en transparant proces.
Op 18 of 19 maart zou wat hem betreft het duidingsdebat kunnen plaatsvinden. Mevrouw Dansen meent dat het duidingsdebat met de hele nieuwe raad gevoerd moet worden na de verkiezingsuitslag. De heer Van Santen stelt voor het duidingsdebat na de formele uitslag te voeren op 21 of 22 maart. De heer Van der Geest noemt 21 maart voor het debat met de lijsttrekkers, niet met de oude raad. Mevrouw Pellikaan noemt ook zo snel mogelijk na 21 maart. De griffier merkt op dat de nieuwe raad dan nog niet is geïnstalleerd dus het kan niet in de setting van een gemeenteraadsvergadering zijn. Wel kan afgesproken worden om het op die manier vorm te geven in de raadzaal. Hij concludeert dat het dan op 22 of 23 maart wordt want op 24 maart is het afscheid van de oude raad. De heer Tekir merkt op dat vier jaar geleden in de eerste periode veel is misgegaan met nadelige gevolgen voor de bestuurscultuur. Hij stelt voor deze ronde goed te benutten; duiding begint informeel al op de verkiezingsavond. Voor een open en transparant proces geeft hij mee het debat met de lijsttrekkers te voeren. Mevrouw Dansen begrijpt dat de heer Tekir het snel wil doen om een schimmig proces te voorkomen, maar zij is bang dat je dat niet voor kunt zijn. De heer Tekir merkt op dat het logisch is dat men na de uitslag met elkaar in gesprek gaat.
Hij meent wel dat de duiding zo snel mogelijk met de stad gedeeld moet worden. Het proces van informatie kan snel verlopen. De formatie moet heel zorgvuldig plaatsvinden. De burgemeester merkt op dat het belangrijk is dat de lijsttrekkers een datum vaststellen voor het duidingsdebat.
2
De heer Oostrum merkt op dat op 16 maart er al een informele uitslag bekend is. Dan kan men intern al overleggen. Als de uitslag op 21 maart officieel is, zou die avond het duidingsdebat kunnen plaatsvinden wat hem betreft. De heer Van Santen merkt op dat de uitslag op 21 maart net iets anders kan zijn dan op 16 maart. De griffier concludeert dat het duidingsdebat plaatsvindt op 22 maart om 19.30 uur. De griffier legt de vraag voor hoe men tot een verkenner/ informateur komt. Doet de grootste partij de voordracht of wil men dat anders regelen? Ook is de vraag wat voor profiel hiervoor gehanteerd wordt. De heer Van Santen meent dat het logisch is dat de grootste partij dit doet. Mevrouw Pellikaan meent dat het iemand moet zijn die door iedereen als onafhankelijk beschouwd wordt, misschien kan de burgemeester iemand uit haar netwerk aandragen. De heer Van der Geest stelt voor dat de grootste partij bij de tweede partij toetst of er draagvlak is voor de kandidaat die zij willen voordragen. De heer Bahlmann sluit zich hierbij aan. Opgemerkt wordt dat het een neutraal persoon moet zijn. Vooraf kan een lijstje kandidaten opgesteld worden. Ook wordt opgemerkt dat een lijstje opgesteld kan worden van personen die men niet wil vragen.
De heer Wolters merkt op dat in de presentatie gesproken wordt over een voordracht; dat impliceert dat men de benoeming met elkaar doet en dat er draagvlak moet zijn. De heer Tekir bevestigt dat het aan de politiek is om te bepalen wie de informateur wordt. Het is goed om er nu al over na te denken. Het spreekt voor zich dat het iemand moet zijn die boven de partijen staat, de stad kent, niet betrokken is bij een politieke partij maar wel het politieke werk kent. De partijen die de grootste winst boeken kunnen dan namen aandragen en ter bespreking voorleggen. De heer Wolters merkt op dat er een verschil is tussen de grootste partij en de grootste winnaar. De heer Oostrum stelt voor dat de grootste partij en de grootste winnaar samen een voordracht doen. De burgemeester merkt op dat zij het bijzonder vindt dat er bij verkiezingen gesproken wordt over de grootste winnaar. Zij vraagt zich dan af of die andere zetels minder meetellen. De heer Tekir merkt op dat alle zetels meetellen. Het is ook mogelijk om met zijn allen een voordracht te doen. De heer Van Mourik dacht het eerst zo te zien dat alle partijen namen inleveren bij de griffie waaruit de partij die de leiding neemt een voordracht kan kiezen. De heer Schefferlie merkt op dat zijn eerste voorkeur was om de burgemeester een onafhankelijk iemand te laten voorstellen. Het moet wel heel erg objectief gehouden
3
worden. De twee grootste partijen kunnen dan een voordracht doen en het draagvlak toetsen. Mevrouw Hamann noemt de grootste partij en de grootste winnaar als voordragende partijen. De heer Tekir merkt op dat het cruciaal is dat de informateur die benoemd wordt het vertrouwen heeft van alle partijen. De heer Van Santen merkt op dat grootste winnaar wel relatief is; hij stelt voor de twee grootste partijen het voortouw te laten nemen. De griffier concludeert dat de verkenner het vertrouwen van alle partijen moet hebben. Het is uiteindelijk aan de politiek. Iemand die boven de partijen staat, de stad kent, niet betrokken is bij een politieke partij maar wel het politieke werk kent. De heer Wolters stelt voor af te spreken wie de verkenner voordraagt. De heer Tekir noemt de grootste partij en de grootste winnaar in de zin van het grootste aantal stemmen. De heer Schefferlie zegt zich aan te sluiten bij de heer Van Santen. Een nieuwkomer zou een partij kunnen passeren die van 3 naar 4 zetels is gegaan. Dat is niet verstandig. Hij pleit voor een draagvlak toets door de twee grootste partijen. De heer Tekir merkt op dat dit een valkuil is. Als het een partij zou zijn die 1 zetel behaalt. Dit kan ook van betekenis zijn voor de bestuurscultuur. De heer Schefferlie noemt als voorbeeld de landelijke situatie waarbij de BBB dan samen met de VVD de formateur zou moeten voordragen.
Dat is een vreemde situatie. De heer Van der Geest merkt op dat de grootste partij ook de grootste verantwoordelijkheid heeft om er iets van te maken; die moet ook draagvlak zoeken. Hij stelt voor het niet te ingewikkeld te maken. De heer Van Santen sluit zich hierbij aan. Er moet ook gekeken worden naar de kiesdeler. Ook in het vervolg kan rekening gehouden worden met de minderheid. Mevrouw Dansen denkt dat het het handigst is als de grootste partij de informateur voordraagt, rekening houdend met de andere partijen. Opgemerkt wordt dat het ook mogelijk is dat alle partijen al namen doorgeven aan de griffie. De griffier concludeert dat de twee grootste partijen het initiatief nemen voor de voordracht van een informateur. Het blijft een politiek spel. De grootste winnaar hierbij betrekken is lastig. Er moet wel rekening gehouden worden met de kleine partijen. Mevrouw Hamann meent dat een grote groeier wel invloed moet kunnen hebben. De griffier stelt vast dat de grootste gemene deler is dat de twee grootste partijen het initiatief nemen. De opmerking van mevrouw Hamann wordt hierbij ook meegenomen. Overigens is er zeker ruimte voor andere opvattingen. De heer Tekir pleit ervoor deze kans te benutten om verbreding in de raad op te zoeken.
4
De heer Wolters zegt dat het wel goed zou zijn om hier nu een eenduidige uitspraak over te doen. De heer Schefferlie stelt voor dat een kleine commissie dit kan doen, bijvoorbeeld de twee grootste partijen plus de grootste groeier. De heer Van der Geest denkt dat het onnodig ingewikkeld gemaakt wordt. Hij stelt voor dat de grootste partij de verantwoordelijk neemt en draagvlak zoekt. Mevrouw Hamann vindt een commissie van drie wat veel, maar zij houdt vast aan de grootste partij en de grootste groeier. De heer Tekir merkt op het voorstel van de heer Schefferlie te steunen. Twee varianten liggen voor: • De grootste partij, die draagvlak zoekt • De twee grootste partijen plus de grootste stijger Het door de heer Tekir geschetste profiel geldt voor beide varianten. De griffier peilt de voorkeuren en concludeert dat de meerderheid kiest voor de grootste partij die ook draagvlak zoekt. Presentatie deel 2 De heer Wolters vervolgt de presentatie en gaat in op soorten akkoorden (verwezen wordt naar de presentatie die is toegezonden). Hij licht de varianten toe: coalitieakkoord, raadsakkoord en zakencollege, coalitie met uitvoeringsprogramma en raadsakkoord, coalitie levert wethouders en akkoord met de raad, coalitieakkoord en aanvullend raadsakkoord, raadsakkoord en wethouders uit coalitie en raadsbreed, bestuursakkoord.
Hij geeft aan dat hier nu geen keuze gemaakt hoeft te worden, maar dit kan betrokken worden bij de opdracht voor een formateur. Het is meer ter inspiratie. De heer Tekir meent dat het goed is om hierover na te denken en dit na de informatiefase te bespreken. De griffier stelt vast dat er geen vragen zijn. De burgemeester vraagt of er nog andere facetten zijn waarmee de partijen gefaciliteerd kunnen worden. De heer Wolters merkt op dat er gewerkt wordt aan een document voor informatie en coalitievorming. Dat wordt op de dag van de verkiezingen toegezonden. De heer Tekir vraagt of dit is wat hij een ambtelijk overdrachtsdossier heeft genoemd. De heer Wolters antwoordt dat aan twee documenten gewerkt wordt. De input voor alle partijen die met een verkenner en een formateur gaan praten. Informatie die relevant kan zijn om het gesprek goed te voeren. Een strategisch document waaruit vervolgvragen voortkomen. Dat wordt informatie-coalitievorming genoemd. Het overdrachtsdossier is iets voor als er een nieuw college is. Dat moet het oude college overdragen van wethouder naar wethouder. De heer Tekir vraagt of het eerste document een dag voor de verkiezingen gestuurd kan worden. De heer Wolters antwoordt dat het op 16 maart zal zijn of eerder als het klaar is.
5
De heer Wolters noemt ook de verslaglegging van gesprekken met een verkenner. Daarover kunnen vooraf afspraken gemaakt worden; het kunnen dan geaccordeerde verslagen zijn. De verkenner kan daaruit dan putten voor zijn verslag. De griffier sluit de bespreking af en nodigt iedereen uit om onder het genot van een drankje nog informeel met elkaar te praten. Mevrouw Hamann vraagt aandacht voor de afspraak die is gemaakt om op een nette manier campagne te voeren. Zij ziet nu in de stad reclame voor partijen op plekken waar dat niet hoort. Zij noemt spandoeken langs wegen en hekken waar dat niet hoort. Zij gaat ervan uit dat die partijen die uitingen verwijderen. De heer Van Santen bevestigt dat de afspraak was dat niet in de openbare ruimte reclame gemaakt zou worden. De heer Tekir stelt voor de afspraken nog even duidelijk te maken. Mevrouw Fillekes licht toe dat de gemeente reageert op informatie vanuit de stad over handhaving. De griffier stelt vast dat de boodschap helder is en sluit de bespreking af.
6