20211215 RIB Duiding aanwijzing acute noodopvang
Tekst van het document
Informatiebrief van het college - nummer Z/21/723827 D-782178
Gorinchem, 15 december 2021
Onderwerp: Duiding aanwijzing acute noodopvang vluchtelingen
Geachte leden van de raad, Zoals al aan u gemeld, hebben de burgemeester van Gorinchem, de Commissaris van de Koning en voorzitter van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid op 14 december een brief ontvangen van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (J&V). In die brief geeft het kabinet de burgemeester een aanwijzing om het voormalige belastingkantoor aan de Vroedschapstraat opnieuw gereed te maken voor de opvang en begeleiding van 300 asielzoekers voor een beoogde periode van minimaal zes maanden. Het Rijk kiest voor deze locatie, omdat deze snel gereed kan worden gemaakt als acute noodlocatie en omdat de locatie een substantiële omvang heeft. Ook is in de brief aangegeven dat het COA in staat is om de asielopvang in het pand opnieuw zelf ter hand te nemen. Met deze raadsinformatiebrief geven wij een juridische en bestuurlijke duiding aan de aanwijzing, zodat deze gebruikt kan worden in de aanstaande raadsvergadering van 16 december 2021. Juridische duiding Aan de ministeries van BZK en V&J hebben we gevraagd om een nadere juridische onderbouwing van de aanwijzing. De ministeries verwijzen daarvoor terug naar de door hen gestuurde brief. De juridische duiding van de brief door de gemeente Gorinchem, nadrukkelijk in afstemming met juristen uit andere aangewezen gemeenten evenals de VNG, is als volgt.
De brief van de minister refereert aan internationaal recht en verdragen en onderbouwt daarmee de noodzaak van handelen door het Rijk. Daarmee is echter niet direct de aanwijzing onderbouwd als interbestuurlijk instrument om voorbij te kunnen gaan aan reguliere verhoudingen en besluitvormingsprocessen. Opvallend in dit kader is dat de brief wel een conclusie meedeelt, maar niet refereert aan een daadwerkelijk besluit tot aanwijzing, de juridische titel waarop dit besluit genomen zou zijn niet noemt en een evt. mogelijkheid om daartegen in beroep te gaan evenmin. De brief bevat een duidelijke schets van de huidige ‘noodsituatie’ of ‘crisis’ (beide woorden komen voor in de brief) rondom het opvangen van asielzoekers. Op grond hiervan zou een link gelegd kunnen worden met de Wet op de Veiligheidsregio’s en de handreiking voor ‘crisisnoodopvang’ waarin wel sprake is van een aanwijzingsbevoegdheid. Echter de brief is er ook duidelijk over dat het Rijk ‘crisisnoodopvang’ nu niet geschikt acht voor deze situatie en juist wenst te voorkomen. Daarom wordt in de brief de term en vorm van ‘acute noodopvang’ geïntroduceerd.
Voor zover de grondslag van een aanwijzing tot ‘acute noodopvang’ in de geest van ‘crisisnoodopvang’ en de wet op de Veiligheidsregio’s wordt geïnterpreteerd, valt op dat het in dit geval niet de CdK is die een aanwijzing geeft aan de voorzitter van de veiligheidsregio, maar de minister die een aanwijzing geeft aan de burgemeester. De eerste variant is (in bepaalde omstandigheden en onder voorwaarden) wel een vorm uit de Wet op de Veiligheidsregio’s, maar de nu toegepaste vorm niet. Uit contact met de VNG begrijpen wij overigens dat het Rijk er bewust voor heeft gekozen om de aanwijzing niet via de veiligheidsregio’s te laten lopen.
Conclusie: een wettelijke grondslag van deze aanwijzing door het Rijk lijkt te ontbreken. Het aanvechten van de aanwijzing kan kans van slagen hebben, maar zou ook een tijdrovende zaak zijn, aangezien het Rijk met deze aanwijzing onder de noemer van ‘acute noodopvang’ (en de gekozen route) een interbestuurlijk nieuwe vorm creëert waarover nog veel onduidelijk is. Het juridisch aanvechten van de aanwijzing gaat met veel onzekerheid gepaard. Bovendien kan het Rijk ruimtelijke procedures inzetten, mocht de gemeente geen gehoor geven aan de aanwijzing. De intentie van deze aanwijzing is heel helder: het Rijk beoogt voorbij te gaan aan reguliere besluitvormingsprocessen en geeft een opdracht direct aan de burgemeester om het voormalige belastingkantoor aan de Vroedschapstraat opnieuw gereed te maken voor de opvang en begeleiding van 300 asielzoekers voor een beoogde periode van minimaal zes maanden. Bestuurlijke positie burgemeester, college en gemeenteraad Burgemeester en college stellen zich op het standpunt dat de intentie van de aanwijzing helder is: de burgemeester wordt aangesproken en is nu aan zet m.b.t. de locatie Vroedschapstraat. Het college was al voornemens om 150 vluchtelingen op te vangen.
Ondanks dat het nu gaat om een groter aantal (300) en om een locatie waarover de gemeenteraad eerder heeft besloten dat er geen vluchtelingen meer zouden worden opgevangen, zal de burgemeester de aanwijzing opvolgen. Het college steunt haar daarin. Deze handelwijze is gebaseerd op de daadwerkelijke noodsituatie rondom de opvang van vluchtelingen, het zware middel dat het Rijk inzet en het belang van goede interbestuurlijke verhoudingen. In deze omstandigheden van acute nood richten we de aandacht op het maatschappelijke probleem. De opvolging van de aanwijzing zal plaatsvinden nadat de gemeenteraad het inhoudelijke gesprek over deze aanwijzing tot opvang van vluchtelingen heeft gevoerd, zodat de fracties eerst de gelegenheid hebben om hun duiding te geven. Status raadsvoorstel noodopvang riviercruiseschip In de raadsvergadering van 9 december is – vanwege de informatie dat er een aanwijzing vanuit het Rijk zou komen – een procedurevoorstel besproken om een extra vergadering te houden over dit onderwerp op 16 december. De inschatting van het college is dat de verwachting van veel raadsleden is dat het eerdere raadsvoorstel omtrent de noodopvang van vluchtelingen dus op 16 december zou worden besproken. Van de griffie begrijpen wij dat de consequentie van het procedurebesluit is dat het raadsvoorstel is teruggetrokken en formeel niet meer bij de raad voorligt.
Om dit voorstel in de raad te bespreken zou het college dit opnieuw aan de raad moeten aanbieden. Echter, omdat Gorinchem nu al 300 in plaats van de eerder beoogde 150 vluchtelingen zal opvangen, staat het college niet meer achter het raadvoorstel zoals het dat eerder heeft gedaan. Het college zal het raadsvoorstel dus niet meer opnieuw formeel aan de raad aanbieden. Vanzelfsprekend is het aan de raad om ook over dat deel van het dossier (namelijk de wenselijkheid van (aanvullende) noodopvang van 150 vluchtelingen op een riviercruiseschip aan de Handelskade) te spreken, maar een evt. raadsuitspraak daaromtrent zal dan bij motie plaatsvinden en niet meer door middel van een (stemming over het) raadsvoorstel. Het college blijft zich onverminderd inzetten voor het realiseren van kleinschalige opvang.
Burgemeester en wethouders van Gorinchem, de secretaris, de burgemeester,