20211118 Verslag Parallelsessie B&A Participatiebeleid.docx
Tekst van het document
Parallelsessie Beraad en Advies, 18 november 2021 Participatiebeleid Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Raadsgriffie: Fracties: Portefeuillehouder: Ambtelijk: Notulen:
de heer B. Bahlmann de heer H. Sepers Stadsbelang-Democraten Gorinchem-CDA-PvdA-SGP/ChristenUnie VVD-D66-SP-GroenLinks-Gorcum Actief- Fractie van Maaren-Lid Van Mourik de heer R. van Doesburg de heer E. Wolters notulistenbureau Leeuwenburgh-Vendrig
Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Hij licht het doel van deze sessie toe. Participatiebeleid Na de eerdere bijeenkomsten met de ambassadeurs GO2032 en inleidende I&O’s in 2020 en 2021 zijn tijdens de I&O van 28 oktober jl. de belangrijkste bouwstenen (ambities en uitgangspunten) voor het vast te stellen beleid gepresenteerd. Daarnaast is, mede aan de hand van een casusbeschrijving, verkend welke aandachtspunten raadsleden willen meegeven op weg naar het definitieve concept van het nieuwe participatiebeleid. Deze B&A – waarin het concept beleidskader en het raadvoorstel voorligt - heeft tot doel om als fracties een mening te vormen over het beleid in de aanloop naar de behandeling hiervan in de gemeenteraadsvergadering van 9 december. Wethouder Van Doesburg leidt het onderwerp kort in. Participatie is een vak, er is nog een weg te gaan, maar tegelijkertijd is er al veel ervaring opgedaan met participatie en dat is verwerkt in het beleidsdocument. De opmerkingen en aandachtpunten uit de vorige sessies zijn zo goed mogelijk verwerkt. Hij wenst iedereen een goede bespreking. De heer Van der Meijden geeft aan dat zijn fractie voorstander is van het betrekken van inwoners bij het bestuur van de stad.
Door interactieve beleidsontwikkeling en burgerinitiatieven te omarmen kan het draagvlak voor besluiten vergroot worden en wordt de kwaliteit daarvan versterkt. Nieuwe participatiemechanismen zijn een goede toevoeging aan de lokale democratie. Met dit voorstel wordt een stap in de goede richting gezet met afgebakende motieven, uitgangspunten en werkwijzen voor zowel generieke als maatwerk participatie wordt handen en voeten gegeven aan een broodnodige vernieuwing van het participatiebeleid. Het nieuwe participatiebeleid getuigt tegelijkertijd niet van al te veel ambitie. Achter het zwart-wit beeld van burgerparticipatie versus overheidsparticipatie gaat een gedifferentieerd scala aan grijstinten schuil, bijvoorbeeld in wijk- of adviesraden waar de focus ligt op wisselwerking en cocreatie en een initiatiefnemer kan wisselen. Ook het right to challenge wordt opnieuw op de lange baan geschoven. Het uitdaagrecht vraagt om meer aandacht dan alleen een wettelijke verankering; een communicatieplan, een werkwijze voor ambtenaren en een visie van de gemeente, bijvoorbeeld over terreinen die wel of niet in aanmerking komen voor het uitdaagrecht. Zijn fractie vindt dat dit thuishoort in het participatiebeleid, net als andere participatievormen als right to bid, right to cooperate, burgerfora en wijk- en adviesraden.
Hij verwijst naar pagina 6, motief voor participatie, inwoners voelen zich mede-eigenaar van de oplossing en informeert of in het geval bijdragen aan het proces zij mede-eigenaar zijn. Een aantal aandachtspunten naar
Parallelsessie B&A Participatiebeleid, 18 november 2021
aanleiding van de I&O is verwerkt, inclusiviteit is teruggekomen, hij had daar iets meer uitwerking van verwacht. Participatie blijft een proces van in- of uitsluiten. Hij adviseert het college om richtlijnen, vertrekpunten of kaders te ontwikkelen om inclusiviteit te bevorderen, bijvoorbeeld door doelgroepen aan te brengen en waar nodig participatieinstrumenten af te wisselen of te combineren. Bij een maatwerkparticipatieproces legt het college verantwoording af in de fase van besluitvorming. Na de besluitvorming wordt eventueel een evaluatie bij de externe betrokkene uitgevoerd. Hij beveelt aan om de evaluatie aan te leveren tijdens de besluitvormingsfase zodat de zienswijze van de participanten betrokken kan worden. Afsluitend geeft hij aan dat het college stappen in de goede richting maakt. Zijn fractie wil alleen graag ietsje sneller. De heer Houtepen merkt op dat zijn fractie punt 2 en 3 van het voorstel een goede toevoeging aan het geheel vindt. Het standaard opnemen van een blokje participatie vindt hij een goede zaak in het kader van de raad zo goed mogelijk meenemen. Dit moet ook kwalitatief goed gevuld worden, met wie en op welke wijze. Hij verzoekt het college om zich hiervoor in te spannen, er gebruik van te maken en desgewenst een rapport van de uitkomsten bij te voegen. Het opgestelde beleid is een goede basis, maar ook redelijk algemeen.
Het valt of staat met het goed uitvoeren van het beleid. Onder het kopje risico had opgenomen kunnen worden dat het college wellicht denkt dat zij er al is, terwijl het hier eigenlijk pas begint. Verwachtingsmanagement is cruciaal, maar ook een gedegen afronding van een participatietraject. Hij noemt het participatietraject omtrent de RES als voorbeeld. De gemeente heeft daar een gedegen inspanning geleverd om participatie tot stand te brengen, maar toch heerste dat gevoel niet bij de inwoners uiteindelijk. Het is belangrijk om vooraf de juiste verwachtingen te creëren en achteraf goed uit te leggen waarom besluit X of besluit Y genomen is. Zijn fractie is van mening dat het voorstel een gedegen basis is waar het college op voort kan bouwen. De heer Van Breemen is blij om te zien dat de oogst uit de I&O verwerkt is in het raadsvoorstel en de nota (toevoeging griffie en maatwerk). Ondanks enkele kritische noten staat zijn fractie positief tegenover dit stuk. Een aantal dingen is niet ambitieus, zoals meer betrokkenen zijn tevreden; dat is mooi, maar niet smart. Hij zou het liever concreet maken. Dit geldt ook voor de stijging als het gaat om burgerpeiling, hij stelt voor om hier wat meer op te richten. Hij sluit zich aan bij de woorden over right to challenge en de nuance tussen burgerparticipatie en overheidsparticipatie. Dit is niet zo zwart-wit als het gesteld wordt.
Hij denkt dat het ook een soort van coproductie kan zijn. Het verschuiven van de balans naar meer burgerparticipatie is dan ook meer een zwart-wit doel. Het college legt met het stuk, dat door kan naar de raad, een mooie basis om aan te gaan werken. De heer Onvlee is positief dat er beleid voorligt dat in ieder geval houvast biedt om gerichte participatie toe te passen. Hij vraagt aandacht voor het right to challenge, dit beleid had er al lang moeten zijn omdat hier vier jaar geleden al afspraken over gemaakt zijn. Hij refereert aan het verwachtingsmanagement en roept op dit vooral expliciet te maken. Zijn fractie zou graag wat meer specifieke doelgroepenparticipatie willen zien en is benieuwd hoe hier uiteindelijk invulling aan gegeven wordt. De heer Ploeg spreekt zijn complimenten uit voor de goede basis en uitgangspunten die in de I&O zijn genoemd. Op sommige punten wordt de uitwerking een beetje gemist omdat het hoe niet wordt uitgewerkt. Hij ziet daarom uit naar het participatiewerkboek waarin één en ander concreter wordt uitgewerkt. Hij vraagt of de wethouder kan aangeven hoe doelgroepenparticipatie in het werkboek naar voren komt. Hoe worden de groepen die de gemeente wil bereiken bereikt en niet alleen de mensen die sowieso reageren op participatieprocessen. Bij lessen uit het verleden wordt verwezen naar het onderzoek van de Rekenkamercommissie uit 2018.
Zijn fractie is van mening dat het evaluatietraject van het participatiebeleid wat sneller zijn weerslag mag hebben, zodat eventuele aanpassingen sneller meegenomen kunnen worden.
Parallelsessie B&A Participatiebeleid, 18 november 2021
De heer Van Willigen leest dat er goed is nagedacht over de haalbaarheid van participatie omdat dit een containerbegrip is. Door de wat specifiekere omschrijvingen wordt het wellicht wat meer duidelijk. Verwachtingsmanagement speelt een belangrijke rol. Duidelijk moet zijn wat er verwacht mag worden. Participatie betekent niet dat je altijd je zin krijgt. Zijn fractie is blij dat maatwerkparticipatie is opgenomen. Het samenspel tussen raad, college en organisatie is prima beschreven waarbij politieke sensitiviteit benoemd wordt. De bewoner wordt genoemd bij stadskennis en wijkkennis. Hij hoopt dat de signaalfunctie ook bij de organisatie wordt gelegd zodat de kennis niet alleen vanuit de raadsleden komt, maar dat deze kennis ook nadrukkelijk door de organisatie in de wijken opgehaald wordt. Hij is benieuwd wat het participatiegilde is en wie daar zitting in gaan nemen. Mevrouw Dansen hoort positieve zaken en blijdschap uitspreken. Zij ziet dat hier diep over nagedacht is, maar haar zorgen richten zich op het daadwerkelijk gebeuren omdat ervaring in de afgelopen periode leert dat participatie lang niet altijd zo belangrijk gevonden wordt als zou moeten. Mensen moeten daadwerkelijk de kans krijgen om te participeren, niet alleen de mogelijkheid om eventjes wat te zeggen, maar dat er ook geluisterd wordt.
Uitvoeren is belangrijker dan opschrijven en zij wenst het college daar veel succes bij. Wethouder Van Doesburg bevestigt dat geen woorden maar daden zeker de bedoeling is. Dit is de aanzet om werk te maken van participatie en daar steeds beter in te worden. Zwart-wit denken; de matrix op pagina 4 bestaat uit vier kwadranten met allerlei tussenvormen van participatie. Hij begrijpt de opmerkingen die worden gemaakt ten aanzien van de ambitie, maar tegelijkertijd wordt geprobeerd om realistisch te zijn en aan verwachtingsmanagement te doen. Dit alles wordt gedaan met de huidige middelen en de huidige formatie. De ambitie is om hoger te scoren. Er wordt meer aandacht gevraagd voor het uitdaagrecht. In de afgelopen periode is daar weinig gebruik van gemaakt. Dit komt moeizaam van de grond, soms door knellende juridische kaders. Hij is van mening dat dit echt een plaats in de verordening of het werkboek moet krijgen. Communicatie is een bepalend element hierin. In de tussentijd kan hier meer op ingezet worden zodat nog meer mensen weten dat dit kan. Daarna moet zo goed mogelijk afgekaderd worden in welke beleidsvelden dit wel en niet kan. Hij bevestigt dat het een groeidocument betreft. Er wordt terecht opgemerkt dat er niet steeds vier jaar overheen moet gaan, bijna maandelijks moet geleerd worden. Dit is inzet van de organisatieontwikkeling.
Mensen geven elkaar tips waardoor de participatie steeds beter gemaakt wordt waardoor er straks hopelijk een versie 2.0 is die beter aangescherpt is. Evalueren wordt achteraf gedaan, maar monitoren en toetsen is onderdeel van de werkwijze. Doelgroepenbenadering moet nader uitgewerkt worden, maar er moet voor gewaakt worden dat hier niet te veel aan opgehangen wordt waardoor het maatwerk wordt beperkt. De heer Onvlee krijgt de indruk dat de wethouder zegt dit moeten wij niet te veel doen, maar tegelijkertijd moet het nog uitgewerkt worden. Hij geeft mee dat sommige typen doelgroepen moeilijk te bereiken zijn, maar het moet wel bekend zijn welke doelgroepen dit zijn om daar vervolgens de aanpak op toe te passen. In sommige gemeenten zijn mensen niet in beweging te krijgen omdat daar een verkeerde aanpak wordt toegepast. Het is vooral bedoeld om te kijken hoe mensen op een goede manier benaderd en bereikt kunnen worden. De heer Roeland heeft de wethouder nog niet gehoord over het participatiegilde. Hij acht het belangrijk om mensen in kennis te stellen zodat zij deelnemen aan de participatie. De heer Van der Meijden begrijpt dat de wethouder aangeeft dat evalueren achteraf gebeurt, maar hij snapt niet waarom dit niet wordt gedaan op het moment van besluitvorming in de raad. Er moet nog het één en ander worden uitgewerkt en daarvoor wordt het werkboek in het leven geroepen.
Hij informeert of dit ter kennisgeving van de raad wordt gebracht of nog besproken wordt.
Parallelsessie B&A Participatiebeleid, 18 november 2021
Wethouder Van Doesburg antwoordt dat hij het eens is met de heer Onvlee, het risico is inderdaad groot dat je vanuit een bepaalde houding aanneemt dat het goed is omdat het dan kan zijn dat je doelgroepen die belangrijk zijn voor het onderwerp worden gemist. Dit moet worden voorkomen met een goede doelgroepenbenadering. Het onderdeel besluitvorming is onderdeel van het besluitvormingsproces, vandaar dat er achteraf wordt geëvalueerd. Het participatiegilde is iets in de eigen organisatie, ambtenaren die zich op eigen initiatief verenigd hebben na een uitvraag. Op dit moment is het een groep van 12 ambtenaren van ongeveer alle afdelingen die hun ervaringen delen over de afdelingen heen. Dit leidt tot een verrijking van het vak participatie. De groep wordt op dit moment begeleid door een externe groep deskundigen, maar gaat straks zelfstandig verder. Het proces van het participatiewerkboek wordt nog voorgelegd aan de raad zodat daar een visie op gegeven kan worden. De heer Van der Meijden begrijpt dat de besluitvorming onderdeel is van het traject en wordt meegenomen in de evaluatie, maar in het beleid staat dat er verantwoording over het proces wordt afgelegd tijdens de besluitvorming. Hij verzoekt om verduidelijking. Wethouder Van Doesburg merkt op dat er geen verschil van mening is, dit zou ook een tussenevaluatie genoemd kunnen worden.
Op basis hiervan kan beoordeeld worden of het eerste gedeelte van het proces tot aan de besluitvorming aan de verwachtingen voldoet en voldoende zekerheid biedt om tot een goed besluit te komen. De heer Van Willigen is blij met het antwoord over het participatiegilde. Dit betekent dat het intern echt gaat leven. Hij vraagt of deze mensen ook met de buitenwereld in gesprek zijn. Wethouder Van Doesburg vervolgt dat ambtenaren zo veel mogelijk hun voelsprieten moeten uitsteken buiten het stadhuis omdat er in de stad ook ontzettend veel kennis is op het gebied van participatie. Het participatiegilde is outgoing en wordt gestimuleerd vanuit de organisatieontwikkeling. De voorzitter inventariseert de standpunten en begrijpt dat de meeste fracties opteren voor een hamerstuk in de raad van 9 december a.s. Mevrouw Dansen geeft aan dat haar fractie toch behoefte heeft om hier nog enige woorden aan te wijden in de raad. De voorzitter vervolgt dat dit altijd mogelijk is, ook bij een hamerstuk. Sluiting De voorzitter bedankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering.
Parallelsessie B&A Participatiebeleid, 18 november 2021