20211007 Verslag Parallelsessie Afbakening Jeugdhulp.docx
Tekst van het document
Parallelsessie Informatie en Ontmoeting, 7 oktober 2021 Afbakening Jeugdhulp Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Raadsgriffie: Fracties: Portefeuillehouder: Ambtelijk: Gasten: Notulen:
de heer J.C. Oostrum mevrouw E. van Bekhoven Stadsbelang-Democraten Gorinchem-CDA-PvdA-SGP/ChristenUnie VVD-D66-SP-GroenLinks-Gorcum Actief- Fractie van Maaren de heer E. Kraaijeveld de dames K. Oude Egberink, I. Bruseker, B. den Outer mevrouw E. den Heijer, Gehandicaptenplatform, de heer E. Boer, WMO Adviesgroep notulistenbureau Leeuwenburgh-Vendrig
Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Hij licht het doel van deze sessie toe. Afbakening Jeugdhulp De Jeugdwet heeft een open karakter. Dat biedt gemeenten ruimte om maatwerk te leveren maar levert ook dilemma’s op. Want hoe maak je de afweging welke vormen van zorg en ondersteuning hoort bij jeugdhulp en welke vormen van zorg en ondersteuning niet? In regionaal verband is een traject gestart om hiervoor instrumentaria te ontwikkelen die professionals in de toegang faciliteert om goede afwegingen te maken. De wettelijke grondslag voor dit onderwerp is terug te vinden in de Jeugdwet en het advies van de Commissie van wijzen die de arbitrage uitvoerde tussen Rijk en VNG en die geleid heeft tot de toekenning van extra middelen. De bedoeling is om met de raad in gesprek te gaan en op te halen wat belangrijke punten zijn om mee te nemen in de ontwikkeling van een nieuwe verordening en een passend afwegingskader voor de toegang. De agendering is informerend en consulterend. Wethouder Kraaijeveld leidt de bespreking kort in. Hij verwijst naar de vergadering over de DG&J. Het thema afbakening jeugdhulp wordt in alle gemeenten besproken. In de praktijk blijken er nog grijze gebieden te zijn, bijvoorbeeld rondom onderwijs en jeugdhulp. Als helder is wie verantwoordelijk is, zal de start en het proces versnellen.
In het AEF rapport wordt aangegeven dat aanscherpen kan bijdragen aan de ontwikkeling van jeugd. Het kan professionals ook goed helpen als de verwachtingen duidelijk zijn. De presentatie van mevrouw Den Outer komt ook op iBabs. Mevrouw Den Outer geeft een presentatie (beschikbaar op iBabs). Zij schetst de landelijke ontwikkelingen met betrekking tot de afbakening van jeugdhulp. De Jeugdwet heeft een open karakter. Steeds meer jeugdigen maken gebruik van jeugdhulp, ook langer en intensiever. Dat leidt tot hogere kosten en druk op professionals en voorzieningen. Zij verwijst naar de rapportage van AEF in december. De commissie van wijzen is ingeroepen op verzoek van de VNG. Aanpassing van de Jeugdwet wordt onderzocht. Zij noemt ook het rapport van de WRR die constateert dat de houdbaarheden (financieel, personeel en maatschappelijk) voor duurzame zorg erg onder druk staan. Een fundamentele discussie hierover zal in de politiek gevoerd worden. Ook gaat zij in op de regionale ontwikkelingen. In 2020 heeft een werkgroep zich met de afbakening van de jeugdhulp beziggehouden. Per 1 januari 2022 moet de concept tekst
Parallelsessie I&O Afbakening Jeugdhulp, 7 oktober 2021
voor een nieuwe verordening gereed zijn. Ruimte voor lokaal maatwerk. Er wordt ook een afwegingskader gemaakt voor de toegang. Tijdens een klankbordsessie in 2020 is het inkoopkader jeugdhulp besproken. Prioriteiten zijn meegegeven door de raad. Zij noemt in dit kader de preventieve aanpak, resultaatgericht sturen en wachtlijsten. AEF heeft aangegeven dat met betrekking tot preventie goed gekeken moet worden welke interventies ingezet moeten worden. In het gesprek over afbakening moet aandacht besteed worden aan de reikwijdte van de Jeugdwet en ook aan afbakening van andere wettelijke kaders en afbakening op de toegang. Dus breder dan alleen kijken wat we niet gaan doen. De voorzitter bedankt voor de presentatie en geeft gelegenheid voor het stellen van vragen. De heer Wientjes merkt op dat raadsleden lekenbestuurders zijn en dat de keuze met betrekking tot wat we wel en niet moeten doen vooral door professionals bepaald moet worden. De politiek moet op afstand blijven. De kwaliteit moet bovenaan staan. Met betrekking tot de analyse van het WRR rapport informeert hij naar de reden dat de vraag naar jeugdzorg blijft toenemen. Ook vraagt hij een nadere toelichting op de dilemma’s regionaal. Er moet gestuurd worden op resultaten maar de politiek moet op gepaste afstand blijven. Mevrouw Den Outer antwoordt dat de toenemende vraag objectief moeilijk te verklaren is.
Het Rivm laat zien dat psychische ongezondheid niet erg is toegenomen en dat risicofactoren sterk zijn afgenomen. En toch maken steeds meer kinderen gebruik van jeugdhulp. De norm wordt blijkbaar smaller waardoor meer kinderen buiten de norm vallen. Dat zijn dan maatschappelijke factoren die niet objectief te verklaren zijn. Dilemma’s regionaal zijn ook op lokaal niveau hetzelfde. De reikwijdte van de Jeugdwet is zo breed dat er steeds meer vormen van zorg en ondersteuning onder geschaard worden. De heer Van Breemen zegt een fan te zijn van duurzaamheid en zorg maar niet als die in één zin genoemd worden. Er wordt erg van uitgegaan dat we het niet kunnen blijven betalen dus we moeten iets doen. Hij is van mening dat als het gaat om zorg en jeugdzorg de kwaliteit en beschikbaarheid boven de financiën moeten staan. Afbakening op toegang komt over als het verschuiven naar andere potjes; is het niet zo dat er dan een waterbed effect ontstaat? Tot slot vraagt hij waarom het verschil tussen begeleiding en huiswerkbegeleiding een dilemma genoemd wordt. Mevrouw Den Outer antwoordt dat gekeken wordt naar werkzame zorg en ondersteuning. Huiswerkbegeleiding kan een goed middel zijn om ervoor te zorgen dat een kind beter in zijn vel zit. De vraag is of het dan ineens jeugdzorg is. Het invullen van jeugdhulpplicht is wel aan de gemeenteraad.
Mevrouw Stevens geeft in de chat aan het eens te zijn met de bemerkingen van de heer Van Breemen. Mevrouw Den Outer licht toe dat het verschuiven naar andere potjes niet de bedoeling is. Twee zaken zijn belangrijk in de toegang. Normaliseren, op een andere manier kijken naar zorg en ondersteuning die nodig is. Soms is iets niet perse in de vorm van jeugdhulp nodig. Als een meisje van 15 een moeder met weinig geld heeft en het meisje heeft geen geld voor bijvoorbeeld een fiets om mee naar school te gaan, dan krijgt dat meisje stress. Dan kan jeugd ggz ingezet worden of de andere problematiek opgelost worden. Dat is wat bedoeld wordt met de toegang. Het gaat ook niet alleen over geld maar juist ook over de schaarste rondom vakmensen die onvoldoende beschikbaar zijn. Het is niet alleen een financiële keuze. De heer Koçak merkt op dat het een lastige materie is. Hij hoopt dat de afbakening niet leidt tot bezuiniging. Mevrouw Den Outer heeft de dilemma’s goed naar voren gebracht. Hoe kunnen we hulp en ondersteuning anders organiseren. Zijn er andere voorliggende
Parallelsessie I&O Afbakening Jeugdhulp, 7 oktober 2021
voorzieningen? De toegang moet anders georganiseerd worden. Preventie op ambulant gebied kan een duurzame oplossing zijn. Kijken naar alternatieve routes. De nieuwe wetgeving moet afgewacht worden. Als er concrete voorstellen voor afbakening zijn, moet de raad daar zeker bij betrokken worden. Wethouder Kraaijeveld zegt dat de raad zeker betrokken wordt bij de nieuwe verordening. Als er een nieuwe wet aan komt dan wordt gekeken wat dit voor de gemeente betekent en dan is de raad ook weer in positie. De heer Van Mourik bedankt voor de uitleg en vraagt zich af wat er mis is met de jeugd waardoor er steeds meer en intensiever jeugdzorg nodig is. Één gezin, één plan en één regisseur is niet helemaal terecht gekomen. De preventieve kant is lastig. Mevrouw Den Outer zegt dat naar die vraag al heel lang onderzoeken gedaan worden. Waarom lukt het de ene gemeente wel om het gebruik van de jeugdhulp binnen de kaders te houden en de andere niet. De praktijkvariatie is erg groot. Het is bijna niet te verklaren waarom Zaltbommel het wel lukt en andere gemeenten niet. Er ligt een opdracht om van elkaar te leren en meer te benchmarken. Mevrouw Pellikaan vindt het een complexe materie. De professionals moeten hierbij in de lead zijn. Inzet op deskundigheid van de toegang en ketenpartners is belangrijk. Preventie is prioriteit.
De heer De Jong heeft in de presentatie iets gemist over de communicatie tussen WMO, onderwijs, jeugdzorg en breder, zoals huisartsen en jongerenwerkers. Communicatie tussen alle groepen die hiermee bezig zijn is belangrijk. Mevrouw Den Outer zegt dat dit goede vragen zijn die lokaal beantwoord moeten worden. Huisartsen hebben een wettelijk verwijsrecht. De vraag is, in hoeverre zijn huisartsen op de hoogte van de mogelijkheden van maatschappelijk werk en dergelijke. Op lokaal niveau moet dit besproken worden en moeten er kaders voor afgesproken worden. Zij noemt ook samenwerkingsverbanden en jeugdartsen die prenatale verantwoordelijkheden krijgen. De heer Tekir merkt op dat als het gaat om jeugdhulp begrippen zo technisch beladen zijn dat het ondoorgrondelijk wordt. Het is niet gemakkelijk om dit gesprek te voeren. Het zou wellicht helpen als het wat begrijpelijker gebracht wordt. Afbakening is in deze context een wat ongelukkig begrip. Moeten we toe naar het maken van dit soort keuzes? Kunnen we niet zeggen dat iedere situatie uniek is en dat er maatwerk geleverd moet worden? Hij meent dat professionals de ruimte gegeven moet worden om het op een goede manier in te vullen. Mevrouw Den Outer begrijpt het pleidooi. Jeugdhulp is heel complex want de gemeente is verantwoordelijk voor de lichte zorg en de zware zorg.
Zij adviseert de raad om op onderzoek uit te gaan en om zich te laten informeren. Vertrouwen en ruimte voor professionals is zeker belangrijk. Zij licht toe dat het in de medische zorg gemakkelijker is om afwegingen te maken. Daar is meer sprake van een evidence based niveau van interventie. In de jeugdzorg zijn veel interventies niet wetenschappelijk onderbouwd. De jeugdzorg is steeds verder uitgedijd. De kaders zijn heel belangrijk. Ook de ruimte voor professionals is belangrijk. Mevrouw Stevens zegt zich aan te sluiten bij de woorden van de heer Tekir. De heer Wientjes merkt op dat suggesties en ideeën bij de professionals liggen. Er is in de jeugdzorg overigens ook veel evidence based. Preventie moet naar zijn mening een belangrijke plaats krijgen. Ook moet naar systemisch werken gekeken worden in relatie tot de afbakening. De professionals moeten daarin wel gefaciliteerd worden.
Parallelsessie I&O Afbakening Jeugdhulp, 7 oktober 2021
Als de professionals meer ruimte krijgen wordt het werk ook aantrekkelijker en zullen er meer professionals komen. De politiek moet echt op afstand blijven waar het de afbakening betreft. De heer Koçak merkt op dat men af moet van indiceren en meer in de richting van analyseren moet gaan. Om de afbakening te realiseren moet de samenwerking in het maatschappelijk veld verplicht worden naar zijn mening. Is mevrouw Den Outer het hiermee eens? Mevrouw Den Outer antwoordt dat zij het hiermee eens is, zij het met enkele nuances. De voorzitter sluit de bespreking af. Hij heeft gehoord dat de politiek kaders moet stellen en dat is lastig want de professionals moet ruimte gegeven worden en ze moeten gefaciliteerd worden. Zij moeten dan ook samenwerken. De komende periode zal er ambtelijk veel werk verricht moeten worden in dit kader. Eind dit jaar of volgend jaar komt de nieuwe verordening aan de orde. Wethouder Kraaijeveld bedankt een ieder voor het goede gesprek over dit onderwerp. Hij komt hier zeker nog bij de raad op terug. Sluiting De voorzitter bedankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering.
Parallelsessie I&O Afbakening Jeugdhulp, 7 oktober 2021