CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

20210909 B&A Transitievisie Warmte Gorinchem 1.0 Beleidsdocument Concept .pdf

Parallelsessie raadzaal 9 september 2021, gemeente GorinchemBij agendapunt: B&A Transitievisie Warmte Gorinchem 1.027.087 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Bedrijven en kantoren Het besparingspotentieel van bedrijven is ca. 30% (een inschatting op basis van de landelijke trend). Omdat bedrijven diverser zijn dan huizen (een kledingwinkel en opslagloods zijn heel anders qua comforteisen en bouwstijl), heeft het besparingspotentieel hiervan een grotere onzekerheid. Verwachte toekomstige warmtevraag Tot slot worden er ook woningen gebouwd. Tot en met 2029 zijn dat er naar verwachting ruim 2.500. Een voorbeeld is het transformatieproject de Arkelsedijk. Daar worden de komende jaren meer dan 500 woningen gerealiseerd. Door de toename van het aantal woningen neemt de totale warmtevraag binnen de gemeente toe met 45 TJ. Dit leidt tot een verwachte totale warmtevraag van circa 485 TJ/jaar in 2050 (tegenover 560 TJ/ jaar in 2018) voor 19.710 woningen (huidige woningen en nieuwe woningen t/m 2029). De gecombineerde warmtevraag van bedrijven en woningen in Gorinchem zal circa 1.650 TJ/jaar zijn in 2050. Dit is de warmtevraag waarvoor we passende duurzame warmtebronnen moeten zoeken.

Voor Gorinchem leidt dit model tot een besparingspotentie van circa 22% van de warmtevraag in de bestaande woningen.

Tabel 1. Voorspelde energiebesparing en verbetering van het energielabel door isolatie. We gaan uit van de isolatie die economisch rendabel is. De mogelijke besparing is berekend door (via kengetallen6) de warmtevraag van het huidige en het toekomstige energielabel te vergelijken. Zie voor uitgebreidere uitleg over gebruikte methodes en kengetallen Bijlage 4: Toelichting technische analyse.

6 Bron: adviesbureau Greenvis.

Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 24

5.2 Temperatuur van de toekomstige benodigde warmte Naast de vraag hoeveel warmte er nodig is per gebied of woning is van belang op welke temperatuur deze warmte beschikbaar moet zijn. Dit noemen we het warmteprofiel. De temperatuur waarop de warmte in de woning verspreid wordt via de radiatoren of vloerverwarming (de zogeheten afgiftetemperatuur) moet passen bij de mate van isolatie van het gebouw en het type radiator (en andere installaties). Hoe beter de woning is geïsoleerd, hoe lager de temperatuur kan zijn (zie Tabel 1). Woningen » Slecht geïsoleerde woningen, met energielabel G of F of bouwjaar voor 1940, hebben een beperkt aantal betaalbare isolatiemogelijkheden. Dit komt doordat er vaak geen spouwmuur aanwezig is en een deel van de woningen een beschermd gezicht of de monumentenstatus heeft. Als alleen economisch rendabele isolatiemaatregelen worden uitgevoerd, blijft de verbetering van het energielabel steken op label D of C. Hierdoor is ook in de toekomst waarschijnlijk een warmtevoorziening met hoge temperatuur nodig in deze woningen (vanaf ca 70°C). De aardgasvrije technieken die deze hoge temperatuur warmteafgifte met een redelijk rendement kunnen leveren zijn biomassa, groen gas (waterstof en biogas) en een hoge temperatuur warmtenet. Ook zijn er hoge temperatuur warmtepompen met een redelijk rendement.

» Woningen met een gemiddeld isolatieniveau, energielabel B t/m E of bouwjaar tussen 1940

en 2005, kunnen na isolatie goed verwarmd worden met een afgiftetemperatuur van 55 tot 70°C: midden temperatuur. Geschikte aardgasvrije technieken zijn warmtenetten met een midden temperatuurbron, warmtenetten met lage temperatuurbron waarbij op woningniveau de temperatuur verder verhoogd wordt, of (collectieve) warmtepompen. » Goed geïsoleerde woningen of woningen met een bouwjaar na 2005 kunnen meestal zonder verdere isolatie verwarmd worden op lage temperatuur (<55°C). Er is dan vaak wel een aanpassing aan de radiatoren nodig en soms aan het ventilatiesysteem. Daarna kunnen deze woningen verwarmd worden met vrijwel elke duurzame warmtevoorziening. Bedrijven en kantoren Voor kantoorpanden gelden vanaf 2023 strengere energie-eisen. Label C is vanaf dan minimaal vereist voor grotere kantoren (>100 m2). Voor kleinere bedrijfsgebouwen gelden deze regels niet. De verwachting is dat de eisen voor utiliteitsbouw en kantoren binnen de EU en binnen Nederland verder worden aangescherpt. De verwachting is dat het merendeel van de kantoren in 2050 geschikt zal zijn voor lagere of midden temperatuurwarmte (zie Tabel 2). Bij andere bedrijfspanden hangt de warmtevraag sterk af van de functie van het gebouw. Zo is het vaak niet nodig om een opslagloods tot 20°C te verwarmen. Voor bedrijfspanden moet per pand gekeken worden welke warmtevoorziening volstaat.

Industriepanden gebruiken soms ook warmte in processen. Hiervoor is vaak zeer hoge temperatuurwarmte nodig. Deze panden zijn in de warmteprofielen (figuur 7) niet meegenomen.

Tabel 2. Voorspelde warmteprofielen bedrijven (exclusief industrie). Omdat voor kantoorpanden strengere regelgeving geldt, is de verwachting dat veel oudere kantoren grondig gerenoveerd (of nieuw gebouwd) worden. Daardoor is een groot deel van de kantoorpanden in de toekomst geschikt voor lage temperatuurverwarming. Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 25

Warmteprofielen per gebied In figuur 7 is per gebied weergegeven welke warmtetemperatuur op termijn realistisch is. Hierbij is rekening gehouden met de bouwjaren en energielabels van de gebouwen en het bijbehorende besparingspotentieel. Er is aangenomen dat de woningen eerst worden geïsoleerd, volgens de labelstappen uit Tabel 1.

De oude woningen in Gorinchem zorgen voor een relatief grote vraag naar warmte op hoge temperatuur. Overigens ligt de techniek die gekozen wordt voor de warmtevoorziening hiermee nog niet vast: voor elke temperatuurrange bestaan diverse individuele oplossingen (per woning) of collectieve oplossing (met een warmtenet).

26

Figuur 7. Warmteprofiel van gemeente Gorinchem. De afgiftetemperatuur die nodig is nadat alle rendabele isolatiestappen zijn gezet. In de kernen zijn huizen met eenzelfde warmteprofiel geclusterd. Hogere temperatuur is >70°C, middelhoge tot lage temperatuur is <70°C en lage temperatuur is <55°C. Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 27

5.3 Warmtevraagdichtheid na besparen Hoe de warmtevraag over de gemeente verdeeld is, is van belang voor de mogelijke alternatieven voor aardgas. In deze paragraaf kijken we waar in Gorinchem een geconcentreerde warmtevraag zit. Gebieden met een geconcentreerde warmtevraag (veel panden bij elkaar of panden met een hoge warmtevraag) zijn over het algemeen eerder geschikt voor de aanleg van een collectieve oplossing, zoals een warmtenet. Bij een lage warmtedichtheid liggen individuele oplossingen, zoals een warmtepomp, meer voor de hand. Voor Gorinchem is de verdeling van de toekomstige warmtevraag van woningen en utiliteit zichtbaar gemaakt in figuur 8.

Om een collectieve oplossing (warmtenet) kosteneffectief te kunnen ontwikkelen is een zekere bebouwingsdichtheid nodig. De warmtevraag moet dusdanig geconcentreerd zijn dat het rendabel is om een warmtenet in het gebied aan te leggen. In de huidige markt geldt dat vanaf een warmtedichtheid van ongeveer 1.000 GJ/ha (soms al iets lager) een collectieve oplossing rendabel wordt. We zien dat onder andere in de Gildenwijk en de Binnenstad er een geconcentreerde warmtevraag is, wat een collectieve oplossing als een warmtenet mogelijk interessant maakt. Of dit uiteindelijk de beste oplossing is moet verder worden onderzocht. De haalbaarheid hangt namelijk van meer zaken af, bijvoorbeeld of er voldoende ruimte is in de ondergrond, de aanwezigheid van warmtebronnen en uiteraard de voorkeur van bewoners.

Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 28

Figuur 8. De verwachte toekomstige warmtedichtheid in Gorinchem. De warmtedichtheid is gebaseerd op de warmtevraag die overblijft na besparingsmaatregelen, zoals beschreven in tabel 1. Voor utiliteit is een besparing van de warmtevraag van 30% aangenomen. Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 29

5.4 Warmtebronnen in Gorinchem In deze paragraaf wordt beschreven welke individuele en collectieve warmtebronnen in Gorinchem potentieel beschikbaar zijn om in 2050 in de overgebleven warmtevraag te voorzien. Daarnaast worden de technieken benoemd die wellicht op de langere termijn beschikbaar komen, maar vooralsnog onzeker zijn wat betreft de schaalgrootte van de inzetbaarheid en de prijsstelling. Het overzicht van warmtebronnen is gebaseerd op openbare informatiebronnen (Bijlage 5: Toelichting warmtebronnen). Wanneer in een gebied een uitvoeringsplan wordt gestart, wordt altijd een specialistische studie van de warmtebron worden gemaakt. Bronnen voor individuele warmteoplossing

Luchtwarmtepompen Luchtwarmtepompen onttrekken warmte aan de buitenlucht om de woning te verwarmen en gebruiken hiervoor elektriciteit. Het is een individuele oplossing, die per woning, buurtje of per appartementencomplex toegepast kan worden. De standaard luchtwarmtepomp geeft warmte op lage temperatuur. Een woning moet dan, net als voor andere lage temperatuur oplossingen, goed geïsoleerd zijn. Daarnaast is er een passend warmteafgiftesysteem nodig, zoals vloerverwarming of lage temperatuur radiatoren. Er zijn ook middelhoge- en hoge temperatuur warmtepompen op de markt. Deze hebben wel een hoger elektriciteitsverbruik. Luchtwarmtepompen zijn op grote schaal inzetbaar in de gehele gemeente. Een nadeel van grootschalige toepassing van warmtepompen in een gebied vormt de mogelijke geluidsoverlast van de apparaten. Om de geluidsoverlast te beperken worden richtlijnen opgesteld voor het maximale aantal decibel. De techniek van warmtepompen is overigens constant in ontwikkeling; de verwachting is dat ze in de toekomst stiller worden.

Bodemenergie, warmte-koudeopslag (WKO) en bodemwarmtewisselaars Omdat de bodem een vrij constante temperatuur heeft, kan in de zomer koude en in de winter warmte gewonnen worden uit de bodem. Er

bestaan individuele en collectieve vormen van bodemenergie, in zowel open als gesloten systemen. Ze benutten de bovenste laag van de bodem, tussen de 20 en 300 meter diep. Op deze diepte kan warmte op lage temperatuur gewonnen worden (<20 °C). Om de bodem in balans te houden, dient het overschot aan warmte dat in de winter aan de bodem onttrokken wordt in de zomer weer toegevoegd te worden. Dit heet regeneratie van de bron. WKO is daarom in te zetten in combinatie met andere technieken, zoals zonnewarmte, extra koeling van gebouwen, dry-coolers of thermische energie uit oppervlaktewater (TEO). In een groot deel van Gorinchem is de inzet van bodemenergie mogelijk. In Gorinchem zijn (nog) geen gebieden aangewezen waar restricties gelden voor het boren naar bodemwarmte . Een eerste inschatting van de totale capaciteit van de bodem in 1.400 is 2.500 TJ per jaar voor respectievelijk open en gesloten systemen . Het is te verwachten dat de daadwerkelijke potentie lager ligt, omdat bodemenergie op sommige plaatsen (bijvoorbeeld in het centrum) lastig in te passen is of omdat de afstand tot de gebouwen te groot is. De verwachte potentie is ondanks dat significant. Lokale bronnen voor een warmtenet

Aardwarmte (geothermie) Aardwarmte of geothermie is het winnen van de warmte van de aarde, vanaf 500 m tot 1 km (ondiep, tot 50 °C) en van 1 tot 7 km diep (diep/ultradiep, tot > 100 °C). Eerder is er een haalbaarheidsstudie uitgevoerd waarbij de bodem van de gemeente Gorinchem is onderzocht. De potentie van diepe geothermie is ingeschat op 150 TJ per boorput met een maximale winbare temperatuur van 68°C. Kansrijke plek voor geothermie is in het zuidwesten van Gorinchem .

Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) Uit oppervlaktewater is warmte te winnen met een warmtewisselaar. Deze warmte kan in de bodem worden opgeslagen en in de winter worden gebruikt. Met een warmtenet komt de warmte bij de gebruikers. Gorinchem heeft veel grote waterlopen of waterpartijen. Het oppervlaktewater lijkt daarom een warmtebron van betekenis. Oppervlaktewater is een lage Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 30

temperatuur warmtebron en kan op diverse plekken worden ingezet. De belangrijkste wateren in Gorinchem en de potenties zijn de Boven Merwede (11.400 TJ), het Merwedekanaal (80 TJ), het Kanaal van Steenenhoek (150 TJ) en de Linge (150 TJ) . Als er gebruik wordt gemaakt van TEO, is het interessant om andere wateropgaven mee te nemen, zoals het verbeteren van de waterkwaliteit.

Binnen de gemeentegrens van Gorinchem bevindt zich één RWZI en net daarbuiten bevind zich de RWZI van Schelluinen. Deze RWZI’s hebben een potentie van respectievelijk 15-65 TJ en 6-20 TJ . De RWZI Schelluinen wordt in de toekomst gebruikt als warmtebron voor het warmtenet in de Gildenwijk. Er is enige onzekerheid of de RWZI in Gorinchem Oost op lange termijn op deze locatie blijft bestaan. Opkomende technieken

Restwarmte industrie Bij industriële processen blijft soms warmte over die niet binnen het bedrijf gebruikt kan worden. Afhankelijk van het type bedrijf is dit lage, middelhoge of hoge temperatuurwarmte, die door middel van een warmtenet ingezet kan worden voor verwarming. Er zijn in Gorinchem twee grote bedrijven bekend die potentieel restwarmte over hebben die kan worden ingezet om de gebouwde omgeving te verwarmen: Total Corbion en Vreugdenhil Dairy Foods. Beide bedrijven hebben aangegeven dat ze restwarmte hebben. Hoe die in de toekomst kan worden ingezet, moet verder worden onderzocht. Op basis van de gegevens die de bedrijven hebben gedeeld gaat het over ca. 30-150 TJ restwarmte (50 graden) van Total Corbion. De hoeveelheid restwarmte van Vreugdenhil Dairy Foods is nog onbekend. Momenteel is Vreugendhil Dairy Foods bezig met een interne analyse. Die is naar verwachting volgend jaar afgerond. Daarnaast zijn er diverse bedrijven in Gorinchem die in potentie lage temperatuur restwarmte beschikbaar hebben, tussen de 30 en 45°C, als gevolg van koeling van hun gebouw. Dit zijn bijvoorbeeld supermarkten. Het gaat om een vrij kleine potentie (circa 4 TJ per supermarkt), waarvan het onzeker is of die rendabel benut kan worden .

Thermische energie uit afvalwater (TEA) Uit afvalwater (rioolwater) kan warmte worden gewonnen, we noemen dit Thermische Energie uit Afvalwater (TEA). Uit de rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI) kan restwarmte worden gewonnen, die via een warmtenet naar woningen getransporteerd kan worden. Voordeel van het beschikbare lozingswater (effluent) is dat het een constante warmtebron is.

Zonnewarmte Warmte uit zonnecollectoren kan in zowel grootschalige als kleinschalige oplossingen ingezet worden. Er bestaan gecombineerde panelen die zowel elektriciteit als warmte leveren. Die worden PVT-panelen genoemd (photovoltaïsch-thermisch). Bij toepassing op daken worden de zonthermische panelen gecombineerd met een warmtepomp in de woning. Bij een veldopstelling wordt de warmte via een warmtenet verspreid. Het maximaal potentieel voor zonnewarmte is ongeveer 10 TJ per hectare in een veldopstelling en ongeveer 2 GJ per vierkante meter in een dakopstelling. De techniek is nog niet op grote schaal ingezet voor het verwarmen van de gebouwde omgeving, maar is gezien het potentieel interessant om in gedachten te houden.

Groen gas Groen gas afkomstig uit slibvergisting, gft-afval of mest kan een rol gaan spelen in een deel van de warmtevraag. Binnen Nederland is de beschikbaarheid zeer beperkt, maar groen gas zou geïmporteerd kunnen worden. De inzet van groen gas in aardgasleidingen in de gebouwde omgeving is vanuit kostenoverwegingen op dit moment zeer aantrekkelijk. Na 2030 wordt echter een groeiende vraag naar duurzaam gas verwacht vanuit industrie en mobiliteit (zwaar verkeer), omdat er voor deze sectoren weinig andere mogelijkheden zijn om te verduurzamen. Het ministerie van EZK stelt op dit moment met betrokken partijen een Routekaart Groen gas op, waar zowel het potentieel als de meest geschikte toepassing van groen gas onderdeel van is. Daarom kiezen we er voorlopig voor om de inzet van groen gas in de gebouwde omgeving Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 31

te beperken tot situaties waarin geen ander warmtealternatief mogelijk is (bijvoorbeeld bij monumentale panden).

Waterstof Waterstof is geen energiebron, maar een energiedrager. Om waterstof te maken wordt tot nog toe meestal elektriciteit gebruikt uit fossiele gas- en kolencentrales (grijze waterstof). Dit is geen duurzaam alternatief voor aardgas. Voor duurzame waterstof is het nodig groene energie te gebruiken (door waterstof te produceren uit groene stroom). Groene waterstof is vooralsnog duur en schaars en zal dat voorlopig waarschijnlijk blijven. Waterstof is bij uitstek geschikt om hoge temperaturen te maken. Het is dan ook het meest logisch om waterstof in te zetten waar hoge temperaturen noodzakelijk zijn en het meest bijdraagt aan verduurzaming, zoals de industrie, zwaar transport en de vliegtuigsector. Ook wordt voor waterstof een rol voorzien in het balanceren van het elektriciteitsnet. Waterstof wordt opgeslagen om stroom te produceren als er tijdelijk minder zonne- en windenergie wordt opgewekt. Er moet dus kritisch gekeken worden waar waterstof het meest logisch is om in te zetten. Een voordeel van de inzet van waterstof voor het verwarmen van gebouwen is evenwel dat, zij het met beperkte aanpassingen, het bestaande gasnet gebruikt kan worden. Een overstap naar waterstof heeft daarom het voordeel dat het minder grote ingrepen in de openbare ruimte vraagt. Ook zijn de vereiste ingrepen in de woning beperkt, omdat waterstof warmte kan leveren op hoge temperatuur.

De cv-ketel dient aangepast te worden en per woning moet worden nagegaan of de leidingen in de woning veilig zijn voor het toepassen van waterstof. In Nederland wordt tot aan 2030 beperkt ingezet op kleinschalige pilots. Op basis van onder andere het succes van deze pilots en de toekomstige beschikbaarheid van (groene) waterstof voor de gebouwde omgeving, zal de rol van waterstof in de warmtetransitie worden bepaald.

5.5 Koeling wordt steeds belangrijker Daar waar de meeste verwarmingssystemen op dit moment nog voornamelijk op een wintersituatie worden berekend (het systeem moet bij lage temperaturen een gebouw nog steeds warm kunnen krijgen) is het goed voor te stellen dat de systemen in de toekomst steeds meer op het zomerse klimaat uitgelijnd worden. Door klimaatverandering zien we steeds minder echte koude dagen in de winter en juist steeds meer echte warme dagen in de zomer. Duurzame en energiezuinige koeling wordt daarbij een steeds groter aandachtspunt. Het kan daarmee een belangrijk onderdeel van de toekomstige warmtevoorziening worden en moet in de vervolgfasen voldoende aandacht krijgen. Een bodemwarmtepomp is een voorbeeld van een energiezuinige koelmethode. Daarnaast zijn er voorbeelden van nieuwbouwprojecten waarin een warmtenet met een WKO-systeem wordt gevoed met TEO. Het koude water in de winter wordt opgeslagen in de grond en in de zomer gebruikt voor het koelen van de woning.

Opwek duurzame elektriciteit Om de doelstelling energieneutraal in 2050 te halen zijn niet alleen duurzame warmtebronnen nodig, maar ook de opwek van duurzame elektriciteit. Een aantal van bovenstaande warmtevoorzieningen zorgt bovendien voor een forse toename van de elektriciteitsvraag. De opwek van duurzame elektriciteit is niet het onderwerp van deze Transitievisie Warmte, die gaat puur over de warmtetransitie. Voor elektriciteitsopwekking loopt in de gemeente een apart traject met regiogemeente Molenlanden in de Regionale Energie Strategie (RES). In de RES 1.0 Alblasserwaard (2021) is voor duurzame elektriciteitsopwekking een doelstelling opgenomen van 1150 TJ in 2030. 1150 TJ is gelijk aan het elektriciteitsverbruik van ongeveer 111.000 gezinnen.

Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 32

6. Kansrijke warmtevoorziening In het vorige hoofdstuk hebben we de warmtevraag, de temperatuur van de toekomstige warmtevraag en de warmtebronnen in kaart gebracht. In dit hoofdstuk brengen we alle informatie samen en maken we een start met het matchen van de warmtebronnen en de warmtevraag. Welke bronnen zijn het beste in te zetten op welke plek?

6.1 Bepalen wat kansrijke warmtealternatieven zijn Om te bepalen wat kansrijke warmtealternatieven zijn in Gorinchem hebben we diverse factoren meegewogen: » technische analyses van de gebouwen; » de beschikbaarheid van potentiële duurzame warmtebronnen in Gorinchem; » de inbreng van belanghebbenden; » en de gezamenlijk opgestelde uitgangspunten, waarbij laagste kosten een van de belangrijkste punten is. Op basis hiervan hebben we een beeld geschetst van de kansrijke warmtealternatieven voor woningen en andere gebouwen in Gorinchem. Woningen We schetsen een beeld van een mogelijk eindplaatje voor 2050. Niet om dit eindplaatje nu vast te leggen, maar om zeker te stellen dat de keuzes voor de eerste gebieden goed in een totaalbeeld voor Gorinchem passen. Zo zorgen we dat schaarse warmtebronnen daar ingezet worden waar ze het best passen. Het eindbeeld ligt nog niet vast. Voor elk gebied zijn er meerdere scenario’s. In verkenningsgebieden (zie hoofdstuk 7) werken we diverse scenario’s grondiger uit en worden alle alternatieven met elkaar vergeleken. Ook de Visie Warmtevoorziening (net als de Transitievisie Warmte) wordt elke vijf jaar herzien, om zo te leren van opgedane ervaringen. Op die manier kunnen nieuwe inzichten worden verwerkt, bijvoorbeeld de resultaten van het onderzoek naar aardwarmte, of ontwikkelingen rond waterstof.

De uitkomst van dit eindbeeld is vergeleken met de Startanalyse van de Leidraad, ontwikkeld door het Expertise Centrum Warmte, en het Openingsbod van Stedin. Resultaten van deze vergelijking zijn te vinden in Bijlage 6: Toelichting andere rekenmodellen. Een deel van de beschikbare warmtebronnen is alleen in te zetten als er een collectieve warmtevoorziening (warmtenet) wordt aangelegd om de warmte te transporteren.

Beschikbare bronnen in Gorinchem zijn de restwarmte uit de RWZI en industrie, warmte uit oppervlaktewater (TEO) en op termijn bodem- of aardwarmte (geothermie), mits er voldoende afnamecapaciteit is. Overigens betekent de keuze voor een warmtenet in een gebied niet dat alle woningen daar verplicht op worden aangesloten. Gebouweigenaren hebben immers nog de vrije keuze hoe en wanneer ze voor 2050 van het aardgas afgaan. Voor eigenaren van een goed geïsoleerde woning kan het bijvoorbeeld aantrekkelijker zijn om een warmtepomp te nemen. De overstap op een warmtealternatief blijft dus maatwerk. Bedrijven en kantoren Bedrijven die gevestigd zijn in gebieden met een mix van woningen, winkels en kantoren gaan in principe mee met de rest van het gebied. Voor bedrijventerreinen zijn aparte plannen nodig, die toegespitst zijn op bijvoorbeeld het aanbod van restwarmte of, zoals in sommige gevallen in Gorinchem, een extra warmtevraag in de vorm van (industriële) proceswarmte. Gorinchem kent meerdere bedrijventerreinen verspreid over de hele gemeente. Het doel is om in de transitie van bedrijventerreinen zo veel mogelijk aan te sluiten op natuurlijke (gebieds-)ontwikkelingen van de bedrijventerreinen zelf. Tegelijkertijd geldt dat voor bedrijven en kantoren soms andere (zelfs strengere) regels gelden. Zo moeten kantoorpanden van meer dan 100 m2 in 2023 verplicht het energie label C hebben.

Bedrijven gebruiken aardgas niet alleen om de gebouwen te verwarmen, maar soms ook in het bedrijfsproces. Kantoren en supermarkten hebben over het algemeen een grotere vraag naar koeling dan naar verwarming. Bedrijventerreinen, kantoren en winkelcentra vragen daarom maatwerk. Er is een afzonderlijk traject nodig (soms als onderdeel van de gebiedsverkenning), waarin naar de specifieke behoeften van alle bedrijven wordt gekeken. Net als bij woningen is er een aantal belangrijke overwegingen:

Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 33

» Op bedrijventerreinen kan het interessant zijn om een warmtenet aan te leggen, bijvoorbeeld als er grotere bedrijfspanden zijn met een hoge warmtedichtheid. Dat warmtenet zou bij een voldoende grote bron doorgetrokken kunnen worden naar omliggende woningen. Andersom kan een warmtenet vanuit een woonwijk worden doorgetrokken naar een bedrijventerrein. » Als er geen warmtenet mogelijk is zal voor elk bedrijf individueel een alternatieve warmtevoorziening gekozen moeten worden die het best past bij de eigenschappen van het bedrijfsgebouw, zoals een luchtwarmtepomp of bodemenergie. » Een lage temperatuur warmtenet is aantrekkelijk voor locaties waar de warmtedichtheid redelijk hoog is en er lagere temperatuur warmte en koude uitgewisseld kan worden. » In Gorinchem liggen sommige bedrijfslocaties dicht naast de woningen. Voor deze gebieden wordt gedacht aan een collectief systeem. Gekeken naar energielabels en bouwjaren is het voor het bedrijfsvastgoed mogelijk aantrekkelijk om ook op dit warmtenet aan te sluiten. In het gebiedsuitvoeringsplan zal uitgezocht worden of dit voor de bedrijfslocaties daadwerkelijk de beste oplossing is. Hetzelfde geldt voor de industriële bedrijven Total Corbion en Vreugdenhil Dairy Foods. Een warmtenet gevoed door restwarmte uit deze bedrijven is, behalve voor nabijgelegen woningen, wellicht ook een aantrekkelijke optie voor utiliteit.

Hoewel restwarmte van een bedrijf een interessante warmtebron kan zijn voor een warmtenet, is het belangrijk ook andere warmtebronnen beschikbaar te hebben voor het geval het bedrijf in de toekomst minder restwarmte produceert of verhuist naar een andere locatie. » De koelvraag is voor kantoren, zeker tijdens warme zomers, net zo belangrijk als warmte. Daardoor is een WKO-oplossing vaak geschikt: warmte die in de zomer aan de gebouwen wordt onttrokken kan dan in de winter weer

worden gebruikt. Dit kan per gebouw of voor een cluster gebouwen worden aangelegd. Bij intensief gebruik van de ondergrond is het wel zaak gezamenlijk op te trekken en een ordening aan te brengen in de warmte- en koudebronnen om interferentie te voorkomen. Behalve technische en financiële argumenten speelt ook mee in hoeverre bedrijven een gezamenlijke aanpak prefereren. Gezamenlijkheid ontzorgt ondernemers deels en heeft soms financiële voordelen (denk aan gezamenlijke inkoop), maar het beperkt de vrijheden voor ondernemers, bijvoorbeeld waar het gaat om het bepalen van het moment van investering. Parkmanagement kan hierbij helpen. Parkmanagement is een vorm van overkoepelend beheer en dienstverlening, bedoeld om de kwaliteit van bedrijventerreinen in stand te houden dan wel te verbeteren. Activiteiten die onder de paraplu van parkmanagement vallen zijn bijvoorbeeld beheer en onderhoud van de openbare ruimte en gezamenlijke inkoop van onderzoek en advies.

6.2 Visie Warmtevoorziening De Visie Warmtevoorzieningskaart op de volgende pagina laat zien welke aardgasvrije warmtealternatieven kansrijk zijn in Gorinchem. We benadrukken dat het meest kansrijke warmtealternatief voor een gebied niet de meest logische optie hoeft te zijn voor alle gebouwen in het gebied. Zeker wanneer de bebouwing in een gebied divers is, kan de warmtetechniek per gebouw verschillen. Dit betekent dat het kansrijke warmtealternatief dat gepresenteerd wordt in de Visie Warmtevoorziening niet voor elk gebouw in het gebied hoeft te gelden. Er is altijd maatwerk mogelijk en zelfs noodzakelijk. Overigens is de Visie Warmtevoorziening getoetst aan andere rekenmodellen, zoals de Startanalyse van de Leidraad en het Openingsbod van Stedin. De vergelijkingen zijn te vinden in Bijlage 6: Toelichting andere rekenmodellen.

Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 34

Figuur 9. Toekomstige warmtevoorziening (mogelijk eindbeeld voor 2050) en beschikbare warmtebronnen in Gorinchem. Waterstof is niet meegenomen, omdat dit (nog) geen significante rol speelt in de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 35

Figuur 9 laat zien welke warmtevoorziening het meest kansrijk is. Op de kaart zien we de volgende zones.

Individuele of klein-collectieve oplossingen In gebieden met een lagere bebouwingsdichtheid, met bijvoorbeeld veel vrijstaande huizen of tweeonder-een-kap woningen, zijn oplossingen per woning het meest aantrekkelijk. De aanleg van een warmtenet is hier al snel te kostbaar, omdat de huizen ver uit elkaar liggen. Als de woningen redelijk geïsoleerd zijn of in de toekomst goed geïsoleerd kunnen worden, kunnen een luchtwarmtepomp of bodemwarmtepomp geschikte oplossingen zijn. Ook kleincollectieve oplossingen zijn een optie, zoals een gezamenlijke bodemwarmtepomp voor drie tot zeven woningen (via een miniwarmtenet).

Warmtenet In de oranje gebieden is een warmtenet een serieuze optie. Daar kunnen meerdere redenen voor zijn: er is bijvoorbeeld een hoge warmtedichtheid en/of er is een warmtebron in de buurt (zie figuur 8). Overigens betekent de keuze voor een warmtenet in een buurt niet dat alle woningen daar verplicht op worden aangesloten. Voor eigenaren van een goed geïsoleerde woning kan het bijvoorbeeld aantrekkelijker zijn een warmtepomp te nemen.

Individueel/klein-collectieve oplossingen of warmtenet In de gebieden die oranje-blauw gearceerd zijn, is nog onzeker wat de meest rendabele oplossing is: individueel of met een warmtenet. In deze

gebieden moet in meer detail onderzoek gedaan worden naar de besparingsmogelijkheden, de beschikbaarheid van nabije warmtebronnen én de kosten van het exploiteren van de warmtebronnen. Als in aangrenzende gebieden een warmtenet gerealiseerd wordt, kan dit een koppelkans zijn om een onzeker gebied ook op dit warmtenet aan te sluiten.

Warmtenet of groen gas In de binnenstad is de bebouwingsdichtheid hoog, waardoor een warmtenet kansrijk is. Tegelijkertijd is er weinig ruimte in de ondergrond. Daarnaast staan er veel oudere woningen en monumenten, die ook in de toekomst waarschijnlijk een hogere temperatuur warmteafgifte nodig hebben (de rode gebieden in figuur 7). Groen gas zou daarom een alternatieve optie kunnen zijn voor dit gebied.

Individueel/klein-collectieve oplossing of groen gas In een aantal gebieden is de bebouwingsdichtheid laag, waardoor een warmtenet weinig kansrijk is. Tegelijkertijd staan er veel oudere woningen die ook in de toekomst waarschijnlijk een hogere temperatuur warmteafgifte nodig hebben (de rode gebieden in figuur 7). Dat maakt toepassing van warmtepompen lastig, omdat de woningen eerst voldoende geïsoleerd moeten worden. Voor vrijstaande woningen is dat kostbaar, er zijn immers aan vier kanten muren te isoleren. Anderzijds is de energierekening nu vaak hoog, zodat maatregelen zich terugverdienen. In het gebiedsuitvoeringsplan bekijken we of in deze gebieden wordt ingezet op vergaande isolatie en warmtepompen of dat er wellicht aan groen gas gedacht moet worden.

Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 36

7. Verkenningsgebieden en fasering In dit hoofdstuk beschrijven we in welke gebieden we op korte termijn starten met het verkennen of verdergaan met het gebiedsuitvoeringsplan (gebied 2 in de Gildenwijk). Uiteindelijk gaan we voor alle gebieden gebiedsuitvoeringsplannen ontwikkelen. Per gebied worden bewoners, ondernemers en andere partijen geïnformeerd en betrokken om te komen tot een aanpak op maat. Dat kan niet voor alle gebieden tegelijk, daarom kiezen we voor een gefaseerde aanpak. We geven ook inzicht in de gebieden die pas later, op middellange of lange termijn aan de beurt zijn. Door hier inzicht in te geven kunnen bewoners en bedrijven hun investeringen afstemmen op de ontwikkelingen die we in de diverse gebieden voorzien. We onderstrepen dat de planning in dit hoofdstuk een voorlopige planning is. We willen graag ruimte houden om te leren en in te spelen op innovatie en nieuwe kansen, bewonersinitiatieven of initiatieven van bedrijven.

omgeving in Gorinchem opgedeeld in twintig gebieden (figuur 10). Deze gebieden zijn tot stand gekomen op basis van drie factoren: » gelijkvormigheid van de gebouwen; » gelijke kansrijke duurzame warmtealternatief; » corporatiebezit.

7.1 Gorinchem opdelen in gebieden Om te komen tot een routekaart die de gefaseerde aanpak toont om te komen tot een aardgasvrij Gorinchem in 2050 is de gebouwde

Figuur 10. Deelgebieden in Gorinchem. Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 37

7.2 Besliscriteria om eerste verkenningsgebieden te bepalen

7.3 Fasering

We hebben op basis van de uitgangspunten en in overleg met de stakeholders die betrokken waren bij de Transitievisie Warmte besliscriteria opgesteld (Tabel 3). De besliscriteria hoeven niet voor elk gebied hetzelfde gewicht te hebben. In het ene gebied kunnen bijvoorbeeld kansen liggen omdat daar weinig aanpassingen nodig zijn, terwijl in een ander gebied kansen zijn om veel te verduurzamen en inwoners al betrokken zijn. Bijlage 7 toont een overzicht van de gebieden en de kansen die zich daar voordoen.

Door Gorinchem in te delen in logische gebieden en per gebied kansen in beeld te brengen krijgen we een helder beeld: waar zijn nu al kansen om over te stappen van aardgas naar duurzame warmte en waar zijn pas later mogelijkheden? De planning om concrete kansen voor de overstap naar aardgasvrij te onderzoeken in een gebied is weergegeven op de faseringkaart (figuur 11). De fasering in deze Transitievisie Warmte laat een planning zien van wanneer we in welke gebieden willen starten met de verkenning. Het feit dat een gebied de kleur heeft van korte termijn (2022-2035) of middellange termijn (2025-2040) betekent niet dat elk gebouw in dat gebied verplicht is om in die tijdsfase van het aardgas af te koppelen. Gebouweigenaren kunnen immers nog tot 2050 kiezen op welk moment ze van het aardgas afgaan.

Uitgangspunt

Besliscriteria

Betaalbaarheid en haalbaarheid

» » » »

Isoleren en inzet duurzame bronnen

» Kansen voor inzet restwarmte en omgevingsbronnen » Grootte van te realiseren energiebesparing

Initiatief en innovatie

» Actieve/ geïnteresseerde inwoners of vastgoedeigenaren » Gemeentelijk vastgoed

Koppelkansen/ natuurlijke momenten

» » » » » »

Zekerheid geschiktheid warmtealternatief Gelijkvormige gebouwen Percentage meergezinswoningen Betaalbaarheid

Percentage woningcorporatiebezit Renovatieplannen woningcorporatie Aanpak van de openbare ruimte (riool, wegen enz.) Stedelijke transformatiegebieden Werkzaamheden gas en elektriciteitsnet Cv vervangingsmoment

Tabel 3. Besliscriteria om eerste verkenningsgebieden te bepalen.

Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 38

Figuur 11. Fasering voor het aardgasvrij maken van de diverse gebieden in Gorinchem. Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 39

Verkenningsgebieden korte termijn (2021-2035) Het gaat om gebieden waar zich op korte termijn kansen voordoen om te starten of verder te gaan met de verkenning om aardgasvrij te worden. Voor deze gebieden stellen we met lokale partijen en inwoners een gebiedsuitvoeringsplan op, waarin de haalbaarheid (technisch en financieel), het draagvlak en het betrekken van bewoners in de besluitvorming centraal staan. We benadrukken dat we in deze gebieden starten met onderzoek, maar dat nog niet besloten is wanneer en hoe het gebied van het aardgas gaat.

Verkenningsgebieden middellange termijn (2025- 2040) In deze gebieden voorzien we op middellange termijn kansen of ontwikkelingen waar we, samen met belanghebbenden, tijdig op willen inspelen. Het kan gaan om een vervangingsopgave voor aardgasleidingen, renovatie van woningbouw, of kansen voor de aanleg van een warmtebron voor een warmtenet.

Verkenningsgebieden lange termijn (2035-2050) Deze gebieden zijn naar verwachting lastig aardgasvrij te maken. Het gaat om deels (zeer) oude gebouwen. Juist omdat het met de huidige warmtetechnieken nog lastig is om een dergelijk gebied aardgasvrij te maken, denken we vooralsnog dat de lichtoranje delen als laatste aan de beurt zijn.

Natuurlijk tempo (2021-2050) Voor deze gebieden liggen individuele warmteoplossingen per gebouw voor de hand. We kiezen hier voor een natuurlijk tempo: niet de hele buurt tegelijk, maar elk gebouw op een logisch moment, bijvoorbeeld bij een verbouwing of verhuizing of het vervangingsmoment van de aardgasgestookte cv-ketel. Gearceerde gebieden In de gearceerde gebieden hangt het tempo af van de kans om aan te sluiten op de ontwikkeling van een warmtenet. Als woningen de kans krijgen

om aan te sluiten op een collectieve voorziening (warmtenet) kunnen deze delen sneller van het aardgas afstappen. Als de gebouwen in deze gebieden individuele oplossingen nodig hebben, wordt een natuurlijk tempo aangehouden. Dat wil zeggen dat gebouwen aardgasvrij (kunnen) worden gemaakt op natuurlijke momenten, zoals bij verhuizingen en verbouwingen. Als er collectieve warmtenetten mogelijk zijn in een gebied wordt ook bekeken of nabijgelegen bedrijventerreinen hierop kunnen worden aangesloten. Hiervoor is onderzoek en overleg met de gevestigde bedrijven nodig. De aanpak en fasering voor bedrijventerreinen vragen maatwerk. Nu al aan de slag Gebouweigenaren zijn niet verplicht af te wachten tot hun gebied aan de beurt is. Iedereen is vrij om op elk moment aan de slag te gaan met het verduurzamen en aardgasvrij maken van zijn of haar woning of gebouw. Een verhuizing, verbouwing of vervanging van installatie(s) biedt kansen om alvast te investeren in bijvoorbeeld aardgasvrij koken en isoleren. Met deze stappen investeer je als gebouweigenaar niet alleen in wooncomfort en een lagere gasrekening, maar maak je ook de overstap op termijn gemakkelijker. Het Rijk ondersteunt dit via subsidies op bijvoorbeeld isolatie en warmtepompen (zie hoofdstuk 8).

7.4 Verkenningsgebieden Korte termijn (2021-2035) Zuiden van de Gildenwijk (2) Vooruitlopend op de vaststelling van de Transitievisie Warmte heeft gemeente Gorinchem samen met woningcorporatie Poort6, HVC, Stedin, Provincie Zuid-Holland en Waterschap Rivierenland een businesscase uitgewerkt voor de aanleg van een warmtenet in de Gildenwijk. De gemeenteraad heeft in februari 2021 ingestemd met de eerste fase van het warmtenet in de Gildenwijk en het aansluiten van ongeveer 1000 sociale huurwoningen van Poort6, het kantoor van Poort6 en het stadhuis. De keuze voor een warmtenet in de Gildenwijk ligt voor de hand vanwege het hoge percentage gestapelde bouw (84%), de grote woningdichtheid en de hoge warmtevraagdichtheid (figuur 12). Veel woongebouwen hebben een collectieve warmtevoorziening, waardoor individuele Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 40

warmteoplossingen nauwelijks rendabel te maken zijn. Bijna driekwart van de woningen in de Gildenwijk is sociale woningbouw en in bezit van woningcorporatie Poort6. Veel woningen en andere gebouwen dateren uit de jaren 60 en 70 en zijn toe aan groot onderhoud. Door aanpassing van de warmtevoorziening te combineren met extra verduurzamingsmaatregelen is er veel energiewinst mogelijk. De aanleg van een warmtenet kan ook goed worden gecombineerd met diverse stedelijke opgaven, zoals de rioleringsopgave die gepland is voor 2030 in het zuidelijk deel van de Gildenwijk. Dit maakt de Gildenwijk aantrekkelijk om met voorrang een dergelijk grootschalig project uit te voeren. Uit diverse onderzoeken blijkt dat de Gildenwijk veel potentie heeft voor de toepassing van diverse duurzame warmtebronnen, zowel thermische energie uit oppervlaktewater als uit afvalwater (TEO en TEA).

Een eerste stap bij het aardgasvrij maken van het zuiden van de Gildenwijk is de uitwerking van de eerste fase waarbij ongeveer 1000 huurwoningen van Poort6, het kantoor van Poort6 en het stadhuis worden aangesloten op een warmtenet. Bij de opstart van deze fase worden ook particuliere woningeigenaren en andere vastgoedeigenaren uitgenodigd om mee te doen. In samenwerking met Poort6 en HVC starten we de komende periode met het opstellen van het uitvoeringsplan voor dit gebied waarbij samen met huurders, bewoners, bedrijven en andere belanghebbenden de mogelijkheden worden verkend om het zuiden van de Gildenwijk helemaal aardgasvrij te maken. Tijdens deze verkenning zal er ook worden onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor het particuliere bezit in dit gebied.

Woningen en utiliteit na besparen < = 500

1000 - 1500

500 - 1000

> 1500

Figuur 12. Warmtevraagdichtheid van woningbezit van Poort6 (oranje gebouwen) in het zuiden van de Gildenwijk. Hoe hoger de warmtevraagdichtheid, des te meer potentie voor een warmtenet. Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 41

Westen van de Gildenwijk (1) Het is een logische stap om op korte termijn te verkennen wat de mogelijkheden zijn voor het uitbreiden van de eerste fase van het warmtenet naar de aanliggende gebieden, zoals het westen van de Gildenwijk. In dit gebied staan 1331 woningen, waarvan 45% in het bezit is van Poort6. De vele hoogbouw (figuur 13) en de hoge warmtevraagdichtheid (figuur 14) in dit gebied laten zien dat een warmtenet ook hier kansrijk is. Tevens is er een aantal VvE’s bezig met het opzetten van een verduurzamingstraject. Zij tonen interesse om te verkennen wat de mogelijkheden zijn om aangesloten te worden op een warmtenet. Bovendien is uit onderzoek gebleken dat dit gebied de hoogste energiebesparingspotentie heeft van 32%. Dit betekent dat het aardgasvrij

maken van dit gebied aanzienlijk kan bijdragen aan het terugdringen van het energieverbruik en de CO2-uitstoot binnen Gorinchem. Daarnaast ligt er in dit gebied een rioleringsopgave in 2030. Aangezien de straat hiervoor open moet, is het interessant om te onderzoeken of dit kan worden gecombineerd met het aardgasvrij maken van dit gebied. In de periode van 2022-2025 wordt in dit gebied samen met bewoners, bedrijven en belanghebbenden gestart met het opstellen van de gebiedsuitvoeringsplannen. Daarin wordt onder andere verkend wat de mogelijkheden zijn om dit gebied aardgasvrij te maken. Tijdens deze verkenning wordt ook onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor het particuliere bezit in dit gebied.

Woningen en utiliteit na besparen Figuur 13. Hoogbouw (donkerblauw) en rioleringsopgave (blauwe lijnen) 2030-2040 in het westen van de Gildenwijk.

< = 500

1000 - 1500

500 - 1000

> 1500

Figuur 14. Warmtevraagdichtheid en bezit Poort6 (rode gebouwen) in het westen van de Gildenwijk. Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 42

Noorden van de Gildenwijk (3) Dit gebied bestaat voornamelijk uit utiliteitsgebouwen, zoals het Piazza Center en het Beatrixziekenhuis, en woningen van Poort6 (zie figuur 15). Net als het westen van de Gildenwijk is het noorden van de Gildenwijk een interessante locatie om te verkennen of een uitbreiding van het warmtenet mogelijk is. Door de hoge warmtevraagdichtheid lijkt een groot deel van het gebied kansrijk voor een warmtenet (figuur 15). Dit gebied is opgenomen als verkenningsgebied, omdat er zich op korte termijn een aantal kansen voordoet. Allereerst staat binnen nu en tien jaar de herinrichting van het Piazza center op de planning. Dit biedt een kans om op korte termijn te verkennen wat de mogelijkheden zijn om het Piazza center aardgasvrij te maken door eventueel aan te sluiten op het toekomstige warmtenet in het zuiden van de Gildenwijk. Ten tweede heeft Poort6 de ambitie om alle woningen voor 2030 minimaal op energielabel B te brengen. Dit betekent dat een groot deel van

Woningen en utiliteit na besparen < = 500

1000 - 1500

500 - 1000

> 1500

Stichting poort6

Particulier

Gemeente Gorinchem

Overig

de woningen van Poort6 in dit gebied de komende jaren wordt verbeterd. Tegelijkertijd kan worden onderzocht of aansluiting op het warmtenet mogelijk is. Tot slot hebben we verkennende gesprekken met het Beatrixziekenhuis om te kijken wat de mogelijkheden zijn. Tussen 2022-2024 starten we met een verdere verkenning en het opstellen van een gebiedsuitvoeringsplan in dit gebied. Tijdens deze verkenning wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor het particuliere bezit in dit gebied. Laag Dalem Zuid (14) Laag Dalem Zuid is een gebied met 226 relatief nieuwe, goed geïsoleerde particuliere woningen. Deze woningen zijn gebouwd in 2005, 2006 en 2007. De komende jaren zal zich hier een natuurlijk vervangingsmoment voordoen van de cv-ketels (technische levensduur ca. 15 jaar). Dit biedt kansen om op korte termijn te verkennen of het mogelijk is over te stappen op een aardgasvrij warmtealternatief. Uit de analyse blijkt dat in deze wijk een individuele of kleincollectieve oplossing het meest kansrijk is. Dit is bijvoorbeeld een all-electric oplossing, zoals een warmtepomp. Aangezien deze woningen al goed geïsoleerd zijn (energielabel A 76% /B 24%.), zijn naar verwachting relatief weinig aanpassingen nodig voor de inpassing van een warmtepomp.

De maatschappelijke en eigenaarskosten om over te gaan op een warmtepomp zijn hierdoor significant lager dan in andere woningen waar eerst nog meer geïsoleerd moet worden. Door over te stappen op bijvoorbeeld een warmtepomp wordt wel degelijk veel CO2 bespaard. Een labelA-woning verbruikt nog steeds een significante hoeveelheid gas. Door over te stappen op een warmtepomp verminder je ca. 85%7 van de CO2uitstoot. Daarnaast is deze wijk relevant om ervaring op te doen over de meer individuele alternatieven en het betrekken van een grotere groep eigenaarbewoners. We willen leren van het proces in Laag Dalem Zuid, zodat we daarmee de moeilijkere woningen ook efficiënt kunnen aanpakken.

Figuur 15. Eigendom panden in het noorden van de Gildenwijk en warmtevraagdichtheid. 7 Ca. 85% besparing is mogelijk met de voorspelde elektriciteitsmix in 2030. Met de huidige elektriciteitsmix is de CO2-besparing ca. 30%. Als er alleen nog maar groene stroom is, zal de CO2-uitstoot 0 zijn en is de besparing dus 100%.

Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 43

Nieuw bedrijventerrein noord de ‘Groote Haar’ (18) De Groote Haar is een nog te ontwikkelen aardgasvrij duurzaam gebied. Naar verwachting wordt op korte termijn begonnen met de eerste stappen voor de realisatie van dit bedrijventerrein. Dit is ook de voornaamste reden waarom de Groote Haar als verkenningsgebied op korte termijn is gezet. De aankomende periode sluiten we aan bij de verkenning van de warmtealternatieven voor dit bedrijventerrein. De keuze voor de alternatieve warmtevoorziening is grotendeels afhankelijk van de bedrijven die zich daar gaan vestigen. Arkelsedijk en Oosten van de Lingewijk (10) Het gebied de Arkelsedijk en het oosten van de Lingewijk wordt grotendeels gekenmerkt door het transformatiegebied Arkelsedijk. De gemeente heeft in de zomer van 2018 de concrete vraag gekregen of het mogelijk is om een deel van de Arkelsedijk te herontwikkelen van bedrijventerrein tot woongebied. Komende jaar worden de plannen verder uitgewerkt. De nieuwbouw mag niet meer worden aangesloten op aardgas en zal dus op een duurzame alternatieve manier moeten worden verwarmd. De locatie van de Arkelsedijk biedt een aantal kansen om een duurzaam gebied te ontwikkelen dat als vliegwiel kan dienen voor andere duurzame energieontwikkelingen in Gorinchem.

» De aanwezigheid van Total Corbion, een fabriek waar bio-ingrediënten worden geproduceerd, in het plangebied biedt kansen voor het gebruik van industriële restwarmte voor de verwarming van de gebouwen. » Door de ligging van het plangebied naast de Linge kan mogelijk gebruik worden gemaakt van thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) voor verwarming en koeling van de gebouwen. » Door middel van meervoudig ruimtegebruik kunnen de daken (en mogelijk ook de gevels) ingezet worden voor energieopwekking, het vasthouden van regenwater, et cetera. » De genoemde mogelijkheden moeten door de ontwikkelaar en de gemeente samen worden onderzocht.

Op korte termijn sluiten we aan bij de verkenning van de mogelijkheden voor een warmtenet en/of individuele/klein-collectieve oplossing. Daarnaast biedt de transformatie van de Arkelsedijk kansen voor omliggende gebieden, zoals het oosten van de Lingewijk. Figuur 16 laat zien dat dit gebied een relatief hoge warmtevraagdichtheid heeft. Dit betekent dat er potentie is om delen van het gebied aan te sluiten op een warmtenet. De ontwikkeling van de Arkelsedijk biedt dus ook mogelijkheden voor aanliggende gebieden. Het verkennen van de kansen voor een warmtenet in de Arkelsedijk en het Oosten van de Lingewijk kan daarmee de mogelijkheid bieden om een zo groot mogelijke businesscase te realiseren. Aangezien de ontwikkelingen van de Arkelsedijk al lopen, is het belangrijk op korte termijn te beginnen met het verkennen van de mogelijkheden voor het oosten van de Lingewijk.

Woningen en utiliteit na besparen < = 500

1000 - 1500

500 - 1000

> 1500

Figuur 16. Warmtevraagdichtheid en bezit Poort6 (rood) en hoogbouw (donkerblauw) in het oosten van de Lingewijk.

Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 44

7.5 Overige gebieden Middellange termijn (2025-2040) De middellange-termijngebieden (Wijdschild Noord en Laag Dalem II (11), bedrijventerrein Papland (19) en Schelluinsestraat (17) komen niet als meest gunstig uit de selectie om te starten met de verkenning en de gebiedsuitvoeringsplannen. De belangrijkste reden is dat we als gemeente niet de capaciteit hebben om overal tegelijkertijd te beginnen. Op basis van huidige ontwikkelingen is het logischer om in andere gebieden te starten met de verkenning. In een aantal van de middellangetermijngebieden is de keuze voor een collectieve of individuele oplossing minder duidelijk. Deze keuze kan beïnvloed worden door ervaringen uit de verkenningsgebieden of ontwikkeling/uitbreiding van een collectieve oplossing in een aangelegen gebied. Omdat de alternatieve warmteoplossing nog niet heel duidelijk is in deze gebieden is er meer verkenning nodig. De gebouweigenaren in deze gebieden kunnen wel vooruitlopend op de gebiedsuitvoeringsplannen bijdragen aan de reductie van hun energieverbruik en het opwekken van hernieuwbare energie door bijvoorbeeld zonnepanelen te plaatsen op de dak.

Gebouweigenaren kunnen al beginnen met stapjes te zetten richting het aardgasvrij wonen, bijvoorbeeld door op inductie te koken of (in voldoende geïsoleerde woningen) de cv-ketel te vervangen door een hybride warmtepomp als een lucht-of bodemwarmtepomp nog niet mogelijk is. Voor Dalem (15), een gebied dat op middellange/ lange termijn staat, geldt dat het voornamelijk gaat om oude woningen die moeilijk te isoleren zijn en daarom minder geschikt zijn voor een individuele oplossing. De verwachting is dat voor deze woningen groen gas een goed alternatief kan zijn. Door de beperkte beschikbaarheid van het groen gas, zal op de middellange/ lange termijn (wanneer er meer duidelijkheid is) worden verkend wat de mogelijkheden zijn voor dit gebied. Ondertussen zal in dit gebied wel fors worden ingezet op energiebesparing om zo het energieverbruik duidelijk te verminderen. Voor de gebieden die op middellange termijn/ natuurlijk moment staan is nog niet duidelijk wat het meest kansrijke warmtealternatief is. Het gaat hierbij om Stalkaarsen West (4),

Stalkaarsen Oost/ Haarwijk midden (5), Wijdschild Zuid/Laag Dalem I (12), Laag Dalem Oost (13) en bedrijventerrein Oost I (20). In een nadere verkenning moet duidelijk worden of in deze gebieden juist een collectieve of individuele oplossingen interessant zijn. Mocht uit de verkenning blijken dat deze gebieden geschikt zijn voor een collectieve oplossing, zoals een warmtenet, dan zal op middellange termijn gestart worden met het opstellen van het gebiedsuitvoeringsplan. Blijkt dat een individuele oplossing of klein-collectieve oplossing meer geschikt is dan zal het gebied op een natuurlijk moment overstappen op een aardgasvrije warmtevoorziening. Lange termijn (2030-2050) De Binnenstad (8) en Haarwijk Zuid (7) zijn het meest logisch om op de lange termijn aan te pakken, aangezien hier veel oude vooroorlogse en monumentale gebouwen staan. Deze zijn moeilijk te isoleren waardoor dit de moeilijkere gebieden zijn om aardgasvrij te maken. Deze gebouwen/ woningen vragen om een hoge afgiftetemperatuur. Het ligt niet voor de hand om in deze gebieden te starten, vanwege » de technische innovatie die nodig is. Dit geldt zowel op het gebied van individuele oplossingen als collectieve oplossingen; » de toekomstige beschikbaarheid van duurzaam gas, zoals groen gas of groene waterstof.

Op dit moment is dit niet tot beperkt beschikbaar en ligt het voor de hand om dit in andere sectoren toe te passen dan de gebouwde omgeving. In de toekomst zou de beschikbaarheid kunnen toenemen. Natuurlijk tempo (2021-2050) Dit is het buitengebied en de gebieden met een lagere bebouwingsdichtheid, lage warmtevraagdichtheid en veel particuliere koopwoningen. Het gaat om Haarwijk Noord (6), Lingewijk (9) en Hoog Dalem (16). Uit de Visie Warmtevoorziening blijkt dat in de toekomst woningen in deze gebieden voornamelijk verwarmd worden door een individuele of kleincollectieve oplossing. Het overstappen op een alternatieve oplossing gebeurt in een natuurlijk tempo. Bij individuele oplossingen is het mogelijk dat niet alle bewoners op hetzelfde moment van het gas afgaan. Woningeigenaren kunnen stap voor stap maatregelen nemen, bijvoorbeeld door eerst te isoleren en een paar jaar later een warmtepomp

Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 45

te installeren. Natuurlijke momenten om hierin te investeren zijn een verbouwing of een verhuizing. We willen bewoners hier zo lang mogelijk de tijd voor geven, reden waarom de einddatum op 2050 is gezet. Het is daarbij belangrijk dat woningeigenaren deze natuurlijke momenten daadwerkelijk benutten. Zo kunnen ze hun huis stap voor stap voorbereiden op aardgasvrij en worden investeringen uitgesmeerd over meerdere jaren. Voor de overige bedrijventerreinen die overstappen in een natuurlijk tempo geldt over het algemeen dat het terreinen zijn met een lage bebouwingsdichtheid of hooguit enkele bedrijven. Deze bedrijven zullen afhankelijk van hun eigen ontwikkelingen op een natuurlijk moment overstappen op een alternatief voor aardgas. Op de lange termijn zal er wel een verplichting in deze maatregelen liggen in de aanloop naar definitieve afsluiting van het aardgas in deze gebieden. Doordat de transitie in deze gebieden in een natuurlijk tempo plaatsvindt, hebben we (in eerste instantie) een andere rol in deze gebieden. We zorgen samen met Het Nieuwe Wonen en het Regionaal Energieloket Gorinchem voor voorlichting, zodat bewoners een goed plan (en planning) kunnen maken voor hun eigen woning en bewust omgaan met logische momenten om te verduurzamen. Het proces kan versneld worden

door bewoners actief te benaderen en hen richting te geven.

7.6 Inschatting van het transitietempo Tabel 4 geeft een globale inschatting van het transitietempo als we de gebieden aanpakken volgens de fasering zoals voorgesteld in de bovenstaande paragrafen. Dit gebruiken we als referentie om de voortgang (exclusief bedrijventerreinen) in de komende decennia te monitoren. Door in de komende jaren/decennia het daadwerkelijke tempo en de plannen voor gebieden af te zetten tegen onderstaand tempo wordt inzichtelijk of het aardgasvrij maken van heel Gorinchem op schema ligt en haalbaar is. Zoals te zien is in de tabel verwachten we in de eerste fase 24% van de woningen in Gorinchem aardgasvrij te maken. Dit is in lijn met het landelijke doel in het Klimaatakkoord om 20% van de woningen in 2030 aardasvrij te hebben gemaakt. Afhankelijk van de capaciteit binnen de gemeente en de ontwikkelingen vanuit het Rijk en de markt zal het ambitieniveau en uiteindelijke transitietempo worden bepaald.

Alles op de vroegste termijn Aantal woningen

Percentage

Cumulatief

Reeds aardgasvrije gebieden

820

5%

5%

Korte termijn

4266

24%

29%

Middellange termijn

6110

35%

64%

Lange termijn

4200

24%

88%

Natuurlijk tempo

2054

12%

100%

Eindtotaal

17450

100%

Tabel 4. Transitietempo alles op de vroegste termijn. Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 46

8. Hoe nu verder? Een uitvoerings­ strategie op hoofdlijnen De Transitievisie Warmte geeft per gebied een eerste inschatting van mogelijke warmtealternatieven en een globale inschatting van de termijn waarop zich kansen voordoen om aan de slag te gaan met aardgasvrij. Bewoners en andere belanghebbenden betrekken we intensief zodra we concrete plannen maken voor hun gebied. De bewoners in gebieden waar we pas later met de verkenning voor aardgasvrij beginnen, worden tegen die tijd betrokken. Bewoners in deze gebieden kunnen op voor hen logische momenten, zoals een verhuizing of verbouwing, hun woning al aardgasvrij maken of zich daarop voorbereiden. Gedurende de transitie naar een aardgasvrij Gorinchem blijven we informeren en communiceren naar alle bewoners en bedrijven over de voortgang van de transitie, de successen en de uitdagingen. Het Rijk ondersteunt dit via subsidies op bijvoorbeeld isolatie en warmtepompen en door middel van goedkope leningen. Tegelijkertijd heeft de landelijke overheid aangekondigd via belastingen de aardgasprijs te laten stijgen. Dus ook in gebieden waar nog geen concrete aanpak is gestart om aardgasvrij te worden, stimuleren we bewoners om minder aardgas te verbruiken door te isoleren of bijvoorbeeld een hybride warmtepomp als tussenoplossing te nemen als allelectric (nog) geen oplossing is.

De activiteiten die we al organiseren en nog willen opzetten, worden in dit hoofdstuk op hoofdlijnen uiteengezet.

8.1 Gemeentebrede aanpak tot 2050 De gemeentebrede aanpak richt zich op de hele gemeente tot 2050. Op hoofdlijnen willen we binnen deze aanpak inzetten op de volgende onderdelen: » energiebesparing en isoleren; » voorbereiding aardgasvrij; » op een natuurlijk moment overschakelen naar aardgasvrij; » aanpak bedrijventerreinen, utiliteit en maatschappelijk vastgoed; » innovatie duurzame gassen; » communicatie en informatievoorziening. Deze onderdelen worden dit jaar en komende jaren verder uitgewerkt en afgestemd met andere opgaves binnen de gemeente. Inzetten op energiebesparing en isoleren Energiebesparing en isoleren zijn een belangrijk onderdeel van de warmtetransitie, de Regionale Energiestrategie (RES) Alblasserwaard en

het huidige gemeentelijk beleid (beleidsplan duurzaamheid 2017-2022). Door stevig in te zetten op energiebesparing en isoleren willen we de vraag naar elektriciteit en aardgas verminderen. Als er minder vraag is naar energie hoeft er tenslotte ook minder (hernieuwbare) energie te worden opgewekt. Energiebesparing in een gebouw kan al met hele kleine ingrepen worden gerealiseerd, bijvoorbeeld door een halogeenlamp te vervangen door een ledlamp of het plaatsen van tochtstrips om warmte binnen te houden. Om het aardgasverbruik verder terug te dringen kan men ook denken aan het isoleren van het dak, de vloer en de muren en het toepassen van hr++/+++ glas. Bij het isoleren van de woning is het ook belangrijk de woning goed (mechanisch) te ventileren. Dit soort aanpassingen scheelt niet alleen in het energieverbruik, maar draagt ook bij aan een beter comfort van de woning. Bovendien draagt het aanpassen van gedrag ook bij aan het verminderen van het energieverbruik. Bijvoorbeeld door korter te douchen en de temperatuur te verlagen naar 16 graden als je niet thuis bent. Als gemeente willen we inwoners en bedrijven hierover informeren en ondersteunen door diverse acties op te zetten. Afgelopen jaar hebben we dit gedaan met een subsidie van het Rijk, de Regeling Reductie Energieverbruik (RRE).

En komende jaren gaan we dit onder andere doen met de Regeling Reductie Energieverbruik Woningen (RREW). Door deze regelingen effectief in te zetten voor eigenaren van slecht geïsoleerde woningen met lage of middeninkomens valt relatief snel en veel energiebesparingswinst en wooncomfort te halen.8

8 SCP: richt je als gemeente specifieker op slecht geïsoleerde woning - Binnenlands Bestuur.

Transitievisie Warmte Gorinchem – concept 47

Voorbereiding aardgasvrij-ready Niet iedereen zal tegelijkertijd de overstap naar aardgasvrij maken. In plaats van gebouweigenaren te laten afwachten tot ze aan de beurt zijn, willen we hen stimuleren stap voor stap voorbereidingen te treffen voor aardgasvrij. In de Visie Warmtevoorziening wordt aangegeven wat een kansrijk of waarschijnlijk warmtealternatief is in de verschillende gebieden. Gebouweigenaren informeren we over maatregelen die ze alvast kunnen treffen ter voorbereiding op de overstap naar een bepaald warmtealternatief. Op deze manier kunnen gebouweigenaren stapsgewijs toewerken naar een aardgasvrij-ready gebouw en relatief eenvoudig overstappen wanneer we in hun gebied aan de slag gaan. Op natuurlijk moment overschakelen naar aardgasvrij Voor gebieden of delen van gebieden waar gebouweigenaren zijn aangewezen op een individuele of klein-collectieve oplossing willen we de gebouweigenaren in staat stellen optimaal gebruik te maken van een logisch moment om aardgasvrij te worden. Een verhuizing, vervanging van de cv-ketel of een grote verbouwing is bij uitstek een moment om woningen of bedrijven klaar te maken voor een toekomst zonder aardgas. We willen communiceren over stimulerings- en ondersteuningstrajecten om hier maximaal op in te spelen. Zo sturen we aan op een slimme overstap naar aardgasvrij. Waar nodig

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=3c777eb8-c11f-4e6d-b8a3-bbbdc0c3a5ce