2021-777022 Tijdelijke noodopvang riviercruiseschip - Gedoogbeschikking Noodopvang voor vluchtelingen.docx
Tekst van het document
Gedoogbeschikking Noodopvang voor vluchtelingen en/of asielzoekers op een riviercruiseschip aan de Handelskade (westzijde Merwedekanaal) te Gorinchem Geldend van 19-11-2021 t/m 01-04-2022
Het college besluit: 1. Een tijdelijke noodopvang voor vluchtelingen en/of asielzoekers op een riviercruiseschip aan de Handelskade (westzijde Merwedekanaal) in Gorinchem onder voorwaarden te gedogen. 2. Deze gedoogbeschikking ter informatie te doen toekomen aan de gemeenteraad. 3. Deze gedoogbeschikking in ieder geval (elektronisch) bekend te maken in het Gemeenteblad, op www.overheid.nl en in het huis-aan-huisblad De Stad Gorinchem. 1. Algemene overwegingen. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) heeft de gemeente Gorinchem verzocht om een riviercruiseschip in te zetten voor de opvang van vluchtelingen. Het gaat hierbij om de locatie aan de Handelskade (westzijde Merwedekanaal) in Gorinchem. Deze locatie heeft echter als bestemming ‘Water’. het opvangen van vluchtelingen voldoet niet aan de regels van het bestemmingsplan. Deze noodopvang is echter acuut en per direct nodig. Daarom wordt bij deze een gedoogbeschikking afgegeven om tijdelijke huisvesting van vluchtelingen en/of asielzoekers mogelijk te maken. 2. Aanleiding. Het verzoek van het COA betreft het opvangen van vluchtelingen in een riviercruiseschip. Het gaat hierbij om 150-200 vluchtelingen voor de periode van 19 november 2021 tot 1 april 2022 met een verleningsoptie onder wederzijds goedvinden van een half jaar. 3. Planologisch kader.
In het bestemmingsplan Bedrijventerreinen en Stationsomgeving heeft de ligplaats aan de Handelskade (westzijde Merwedekanaal) de bestemming water. Daarnaast zijn de gebiedsaanduidingen ‘geluidzone – industrie’ of ‘geluidszone gezoneerd terrein’ ‘vrijwaringszone – dijk- 1’ toegekend. De opvang van vluchtelingen in een riviercruiseschip voldoet niet aan de regels van het bestemmingsplan. Geluid i.r.t. gezoneerd industrieterrein In de Wet geluidhinder zijn de normen van geluidbelasting voor gezoneerde industrieterreinen vastgelegd. Doordat het cruiseschip een tijdelijk verblijf (5 maanden) is, is de Wet geluidhinder geen verplicht kader om op te toetsen. Hoewel er geen harde toetsing nodig is, is wel een beschouwing op de thema’s geluid, milieuzonering en externe veiligheid gedaan. Eerst is beschouwd welke activiteiten er zijn op het industrieterrein. Dat is voornamelijk opslag en het laden en lossen, en het industrieterrein is niet 24/7 actief. Het laden en lossen kan mogelijk wel al gebeuren voor 07:00 uur ’s ochtends (afwijking APV laad- en lostijden). Daarnaast is gekeken naar de geluidzones van het industrieterrein en de verwachte locatie van het cruiseschip. De tijdelijke locatie valt net binnen het gezoneerde industrieterrein en binnen de zones van het gezoneerde industrieterrein.
In afstemming met een Geluid-specialist van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) is de verwachting dat hier de geluidbelasting iets meer dan 50 dB (wettelijke norm) is, maar minder dan 55 dB. De geluidbelasting overschrijdt naar verwachting de geluidsnorm wel, maar gezien de niet intensieve activiteiten en de ligging van het cruiseschip aan de rand van het industrieterrein is de verwachting dat de geluidhinder acceptabel is voor dit tijdelijke verblijf.
Geluid i.r.t. verkeerslawaai Naast industrielawaai is ook het geluid van het spoor en wegverkeer (verkeerslawaai) beschouwd. De intensiteit van verkeersbewegingen op de Handelskade is beperkter dan op de Concordiaweg. Langs de drukkere Concordiaweg liggen woningen. De verwachting is dat de geluidbelasting van het wegverkeer aan de Handelskade minder geluidhinder geeft. In deze beschouwing wordt de geluidhinder van wegverkeer niet als risico gezien voor de tijdelijke locatie van het cruiseschip. Langs de Handelskade ligt de spoorlijn MerwedeLingelijn. Daarvoor is de geluidbelasting gevisualiseerd. De verwachte locatie van het cruiseschip valt in de onderste categorie qua geluidbelasting (onder de 55 dB). Hiermee wordt voldaan aan de voorkeurswaarde (55 dB) van geluidshinder van het spoor voor een woning. Om die reden wordt in deze beschouwing de geluidhinder van het spoor niet als risico gezien voor de tijdelijke locatie van het cruiseschip. Geluid i.r.t. aggregaat Om het cruiseschip van elektriciteit te voorzien moet een extern aggregaat aangesloten worden. Deze aggregaat heeft een bepaalde geluidbelasting en een negatief effect op de luchtkwaliteit. Conform het bouwbesluit mag de aggregaat niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken bij de buren. Gezien de afstand tot woningen zal de hinder van het aggregaat daarop beperkt zijn.
Wel is vanuit de gemeente aangegeven dat de rederij de hinder zo veel mogelijk moet beperken. Eventuele klachten over het aggregaat vanuit de omgeving worden op een juiste wijze afgehandeld door de rederij. De verwachte beperkte en geminimaliseerd hinder van het aggregaat en het op een juiste wijze afhandelen van eventuele klachten over het aggregaat door de rederij, wordt de hinder van het aggregaat alleen als aandachtspunt gezien voor de tijdelijke locatie van het cruiseschip. Milieuzonering Bij milieuzonering wordt gekeken in hoeverre een gevoelig object, zoals een woning, op afstand moet staan van een bedrijf. Dit worden richtafstanden genoemd. Daarbij wordt gekeken naar geur, stof, geluid en veiligheid. Geluid en veiligheid zijn hier boven al beschouwd en stof is hier niet relevant. Wel is onderdeel geur relevant, gezien het laden lossen van de brandstoffen die VARO opslaat. De tijdelijke locatie van het cruiseschip valt binnen de richtafstand van 50 meter van de perceelsgrens van VARO. In de beschouwing wordt niet alleen naar de tijdelijke locatie gekeken, maar worden ook de activiteiten meegenomen. VARO beperkt zich tot opslag van brandstoffen, produceert geen grondstoffen en draait niet 24/7. Daarnaast zijn er in de afgelopen jaren ook geen klachten van omwonenden binnen gekomen over geurhinder van VARO.
Gezien de lage intensiteit van de activiteiten (beperkte geurproductie) en het gemis van klachten over geur in het verleden, wordt in deze beschouwing geur niet als risico gezien voor de tijdelijk locatie van het cruiseschip. Externe veiligheid Het nabijgelegen bedrijf VARO is een bedrijf dat valt onder het Besluit risico’s zware ongevallen (BRZO). Jaarlijks wordt het bedrijf gecontroleerd op strenge veiligheidseisen. Afgelopen jaren zijn hier alleen overtredingen in de laagste categorie aangetroffen en die vormen geen gevaar. Om de inrichting ligt wel een hindercontour (zie gestippelde cirkel in onderstaande afbeelding) waarbinnen geen gevoelige objecten mogen liggen. De ligplaats van het cruiseschip valt hier buiten. Door het strenge toezicht, de inspectierapporten en de ligplaats buiten de hindercontour is vanuit deze beschouwing externe veiligheid geen risico voor de tijdelijk locatie van het cruiseschip.
4. Handhavingsplicht. Het is vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat het bevoegd gezag bij de overtreding van wettelijke voorschriften, in dit geval het college van burgemeester en wethouders van Gorinchem, in beginsel verplicht is om handhavend hiertegen op te treden. Onder bijzondere omstandigheden kan worden afgezien van handhaving en kan de strijdigheid met wet- en regelgeving tijdelijk worden gedoogd. Gedogen is – samengevat – aanvaardbaar als: 1. het gedogen beperkt is in omvang en/of tijd; 2. het gedogen expliciet bij beschikking gebeurd; 3. duidelijke voorwaarden aan het gedogen worden gesteld; 4. regelmatig wordt bezien of de situatie zodanig is dat gedogen nog gerechtvaardigd is, en of aan de voorwaarden die aan het gedogen zijn gesteld wordt voldaan. Gedogen moet beperkt blijven tot uitzonderingssituaties: 1. overgangs- en overmachtssituaties (waaronder concreet zicht op legalisatie, bedrijfsverplaatsing, experimenteersituaties, wetswijzigingen, etc.); 2. wanneer het door de wettelijke regeling beschermde belang uiteindelijk beter gediend is door gedogen, bijvoorbeeld een milieubelang dat in een specifieke situatie gediend is met het gedogen van een overtreding; 3. zwaarwegende belangen nopen tot een gedoogsituatie; 4.
handhaving in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel). 5. Belangenafweging. De asielzoekerscentra in Nederland zitten overvol. Dit komt door de verhoogde instroom van vluchtelingen en met name door de komst van Afghaanse evacués. De belangrijkste reden is echter het grote woningtekort in Nederland. Hierdoor zitten momenteel ruim 11.000 statushouders (mensen met een verblijfsvergunning) in reguliere asielzoekerscentra die eigenlijk al zouden moeten zijn uitgestroomd naar woningen in gemeenten over het hele land. Het COA is druk bezig met het zoeken naar nieuwe opvanglocaties. Normaliter zijn dit trajecten die langere tijd duren. In de huidige situatie met een acute behoefte aan opvangplaatsen heeft het COA - in navolging van een oproep van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (Brief d.d. 26 augustus 2021, Kenmerk: 2021-0000443472) - een beroep op alle gemeenten in Nederland gedaan om gedurende een bepaalde tijd aan een aantal vluchtelingen c.q. asielzoekers opvang te bieden. Zo ook aan de gemeente Gorinchem. Op humanitaire gronden en vanuit
maatschappelijk oogpunt is de gemeente Gorinchem bereid een substantiële bijdrage te leveren aan de noodopvang van vluchtelingen en/of asielzoekers. Zowel de gemeenteraad als het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gorinchem hebben inmiddels nadrukkelijk de bereidheid daartoe uitgesproken. Het algemene belang acht de gemeente Gorinchem in dit geval zwaarder wegen dan het belang van handhaving van de in dezen relevante wet- en regelgeving. Wel hecht de gemeente Gorinchem zeer aan het belang van de inwoners van Gorinchem bij de handhaving van een goed woon en leefklimaat. Hun belangen heeft de gemeente Gorinchem gewaarborgd in een bestuursovereenkomst met het COA met betrekking tot o.a. de samenstelling en aard van de vluchtelingen, maximum aantal, onderwijs, beveiliging en dagbesteding. 6. Besluit. Hierbij besluit het college van burgemeester en wethouders van Gorinchem voor de Handelskade (westzijde Merwedekanaal) te Gorinchem, onder voorwaarden een gedoogbeschikking af te geven. Deze gedoogbeschikking ziet toe op het gebruik van de ligplaats aan de Handelskade voor de opvang van vluchtelingen en/of asielzoekers in de vorm van een noodopvang in strijd met de hiervoor omschreven wet- en regelgeving en meer in het bijzonder op (in ieder geval): a.
Het in strijd met artikel 2.1, lid 1, onder c, van de Wabo gebruiken van gronden en bouwwerken in strijd met het ter plaatse vigerende bestemmingsplan zonder de daartoe vereiste omgevingsvergunning; 7. Voorwaarden. A. Deze gedoogbeschikking wordt afgegeven voor het gebruik van de ligplaats op genoemde locatie voor 150-200 vluchtelingen en/of asielzoekers. B. Deze gedoogbeschikking geldt voor de periode van 19 november 2021 tot 1 april 2022. C. Deze gedoogbeschikking vervalt in ieder geval indien het COA zelf geen gebruik meer maakt, dan wel kan maken, van de ligplaats aan de Handelskade. D. Deze gedoogbeschikking vervalt indien blijkt dat het COA de ligplaats aan de Handelskade gebruikt in strijd met het gebruik zoals omschreven in deze gedoogbeschikking. E. Bij het vervallen van de gedoogbeschikking dient het COA (of een eventuele rechtsopvolger van het COA) het strijdige gebruik van de ligplaats aan de Handelskade per direct te staken. F. Alle risico’s, van welke aard en in welke omvang dan ook, van het gebruik van gronden en opstallen liggen bij de gebruiker, in dit geval het COA. Het college behoudt zich alle rechten voor om de voorliggende gedoogbeschikking op enig moment, indien de omstandigheden naar zijn oordeel hierom vragen, in te trekken. G. Deze gedoogbeschikking vervalt indien de Brandweer niet kan instemmen. 8. Inwerkingtreding besluit.
Op basis van artikel 3:40 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) treedt een besluit niet in werking voordat het bekend is gemaakt. Vervolgens bepaalt artikel 3:41, lid 1, Awb dat de bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt door toezending of uitreiking aan hen, onder wie begrepen de aanvrager. In dit geval ligt er geen aanvraag van een partij om de opvang te gedogen zodat het gedoogbesluit ambtshalve wordt genomen. Dat betekent dat artikel 3:41, lid 2, Awb van toepassing is, inhoudende dat wanneer de bekendmaking van het besluit niet kan geschieden op de wijze als voorzien in lid 1, de bekendmaking plaatsvindt op andere geschikte wijze. Dat is in dit geval plaatsing van het gedoogbesluit in (in ieder geval) het Gemeenteblad, op www.overheid.nl en in het huis-aan-huisblad De Stad Gorinchem. Het voorliggende besluit treedt aldus per direct in werking op het moment van bekendmaking.
9. Bezwaarmogelijkheden. Op grond van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 april 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1356 (Bladel)) kunnen tegen een gedoogbeschikking geen rechtsmiddelen, zoals bezwaar, worden aangewend.