CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-775673 Participatiebeleid Gorcums Samenspel 2022 - 2026

Parallelsessie raadzaal 21 september 2023, gemeente GorinchemBij agendapunt: I&O Tussentijdse evaluatie participatiebeleid3.523 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GORCUMS SAMENSPEL Hoe werken gemeente en stad samen bij het aanpakken van maatschappelijke vraagstukken?

Participatiebeleid van de gemeente Gorinchem Periode 2022-2026 9 november 2021

Inhoud 1. Aanleiding: actueel participatiebeleid en praktische werkwijze........................................................... 3 2. Definitie: dit is participatie........................................................................................................................ 4 Burgerparticipatie en overheidsparticipatie............................................................................................. 4 Mate van invloed........................................................................................................................................ 5 3. Motieven & doelen: dit levert participatie op.......................................................................................... 6 Motieven voor participatie........................................................................................................................ 6 Doelen van participatie.............................................................................................................................. 6 4. Beloften & uitgangspunten: zó werken we samen met de stad............................................................ 7 5. Intern samenspel: zó werken raad, college en organisatie samen bij participatie............................... 9 6.

Uitvoering en evaluatie: leren door te doen...........................................................................................11 Werkboek als praktische leidraad............................................................................................................11 Participatiegilde verbindt en borgt..........................................................................................................11 Participatiekalender..................................................................................................................................11 Blijvend in gesprek met de stad...............................................................................................................12 Bijlage 1: geraadpleegde stukken gemeente Gorinchem over participatie.............................................13 Bijlage 2: Omgevingswet en participatie....................................................................................................14

1. Aanleiding: actueel participatiebeleid en praktische werkwijze Participatie – het samenspel van gemeente en stad – is niet nieuw voor de gemeente Gorinchem. De afgelopen jaren hebben we op veel verschillende manieren samengewerkt met de stad. Denk bijvoorbeeld aan het betrekken van inwoners, ondernemers en partners bij het tot stand komen van GO2032, de woon- en transformatievisie, de mobiliteitsvisie maar ook bij projecten in de wijk zoals bijvoorbeeld het ontwerpatelier Haarsekade. Of het faciliteren van initiatieven uit de buurt: Bliek in actie of het realiseren van meer groen of een speeltuin. Hoewel er in de praktijk aandacht is voor participatie, was het participatiebeleid verouderd. Zowel binnen de gemeente áls in de stad is er behoefte aan richting en duidelijkheid: hoe richten wij het samenspel met de stad in? Wat kunnen inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners van ons verwachten? De Omgevingswet gaat in juli 2022 in. Gemeenten moeten dan een participatiebeleid hebben1. Een extra reden om de Gorcumse aanpak te vatten in beleid en een praktische werkwijze voor participatie. Deze praktische werkwijze gieten we in een werkboek dat dan de leidraad is voor de organisatie bij het maken van participatieprocessen (zie hoofdstuk 6). Dit participatiebeleid is tot stand gekomen door inzichten en geleerde lessen uit o.a.

het rekenkameronderzoek naar participatie2, de input vanuit de ambassadeurs GO2032, de participatie rondom de Omgevingsvisie en de verkenning van de praktijkvoorbeelden door het Participatiegilde in de gemeentelijke organisatie. Ambities voor participatie uit ander beleid, hebben we ook in dit beleid opgenomen (zie bijlage 1 voor een overzicht van geraadpleegde documenten). Het resultaat is deze compacte nota. De beloften en de uitgangspunten van de gemeente, ook wel: de vijf vaandels genoemd, hebben in deze nota een belangrijke plek (zie hoofdstuk 3). Een belangrijk uitgangspunt bij de vaandels is dat we de beloften willen waarmaken binnen de huidige formatie. Tegelijkertijd vragen de beloften ook om een ontwikkeling. Een ontwikkeling die aansluit bij de al lopende organisatieontwikkeling. En die past bij de ingezette koers waarbij we in ons dagelijks werk steeds meer open en uitnodigend zijn naar de stad. De beloften en de uitgangspunten krijgen natuurlijk pas echt vorm in de praktijk, in het doen. In dat doen willen we nadrukkelijk in gesprek blijven met de stad. Over concrete participatieprocessen stellen we vragen als: Hoe ervaren betrokkenen zoals bewoners, bedrijven en organisaties het samenspel met de gemeente? Komen we onze beloften na? En wat kunnen we beter doen? Op basis daarvan blijven we het samenspel verder ontwikkelen.

In hoofdstuk 6 Uitvoering en evaluatie lees je daar meer over.

1 Als de gemeente instrumenten van de Omgevingswet vaststelt, moet zij aangeven hoe de belanghebbenden betrokken zijn bij de totstandkoming van deze instrumenten. Hoe? Dat lees je in de bijlage. 2 Onderzoeksrapportage: Kansen voor actieve burgers, kansen voor beleid? Rekenkamercommissie Gorinchem – 22 maart 2018

3

2. Definitie: dit verstaan we onder participatie Laten we bij het begin beginnen: wat is participatie?

‘Participatie is het samenspel tussen de gemeente en de stad3 voor het realiseren van maatschappelijke vraagstukken’. Burgerparticipatie en overheidsparticipatie We onderscheiden twee vormen van participatie. Wanneer het initiatief voor de participatie bij de gemeente ligt, noemen we dat burgerparticipatie. Denk bijvoorbeeld aan het betrekken van inwoners, ondernemers of maatschappelijke partners bij het evalueren van beleid of bij een gebiedsontwikkeling (de ‘burger’ participeert). Wanneer het initiatief voor de participatie bij de stad ligt, spreken we van overheidsparticipatie (want de ‘overheid’ participeert). In de matrix hieronder zie je beide vormen van participatie uitgezet op de verticale as.

Initiatievenparticipatie in het kader van de Omgevingswet Naast burgerparticipatie en overheidsparticipatie wordt er ook gesproken over initiatievenparticipatie: dat is de participatie die initiatiefnemers in het kader van de Omgevingswet zelf moeten organiseren. Deze vorm hoort ook bij overheidsparticipatie. Voor deze vorm van participatie werken we aan een participatieleidraad voor initiatiefnemers. Deze leidraad wordt ontwikkeld vanuit de vereisten van de Omgevingswet, waarbij de beloften en uitgangspunten van het participatiebeleid richtinggevend zijn.

3 Met ‘stad’ wordt ook bedoeld: inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en bezoekers

4

Mate van invloed Op de horizontale as van de matrix hierboven zie je de mate waarin participanten betrokken zijn: die loopt van meedenken tot meebepalen. Deze mate van invloed wordt ook aangeduid als de M’s van de Ringen van Invloed. Bij iedere M heeft de initiatiefnemer en de participant een andere rol. Meeweten*

Meedenken

Meewerken

Meebepalen

Initiatiefnemer

Bepaalt de agenda en houdt de betrokkenen op de hoogte

Is benieuwd naar mening, kennis en inzichten van derden en neemt dat mee in de besluitvorming

Ziet de participant als partner in de totstandkoming en laat de inbreng zwaar meewegen

Laat (deel) beslissingen over aan de participant

Participant

Levert geen input, maar is wel geïnformeerd

Geeft zijn/haar mening en deelt kennis over het onderwerp

Werkt intensief met de initiatiefnemer samen

Is (mede) verantwoordelijk voor de beslissing

*Bij de eerste M (meeweten) gaat het om informeren en is er sprake van eenrichtingsverkeer. We spreken dan over communicatie en niet over participatie. Bij participatie is er sprake van samenspel; een uitwisseling.

Let op! De gemeente kan dus zowel initiatiefnemer als participant zijn voor de participatie. In het geval van burgerparticipatie is de gemeente initiatiefnemer en de extern betrokkene de participant. Bij overheidsparticipatie kan de gemeente de rol van participant hebben, in een proces dat door een externe wordt geïnitieerd.

Neemt de gemeente het initiatief voor de participatie (burgerparticipatie)? Dan bepalen we aan de hand van het vraagstuk welke mate van invloed we de participant geven. Wat ligt er vast? Hoeveel ruimte kunnen we geven? En past dat ook binnen ons budget? We streven dus niet per se naar meebepalen. Een goed participatieproces vraagt om per situatie te bekijken wat de meest passende en effectieve mate van invloed is: zowel vanuit het perspectief van de stad áls van de gemeente.

Uitdaagrecht of Right-to-challenge De gemeente Gorinchem staat er voor open om deeltaken of uitvoering van plannen uit handen te geven aan de samenleving, met bijbehorend budget. Inwoners nemen die taken dan over omdat zij dat ‘beter’, ‘anders’ of ‘met meer maatschappelijk draagvlak’ kunnen doen. Hoe het uitdaagrecht vorm krijgt, leggen we uit in de participatieverordening die in 2022 zal worden ontwikkeld.

5

3. Motieven & doelen: dit levert participatie op Motieven voor participatie Er zijn verschillende motieven om de stad te betrekken bij voorbereiding, uitvoering of evaluatie van gemeentelijke opgaven (burgerparticipatie) of het bijdragen aan initiatieven uit de stad die positieve impact hebben op de samenleving (overheidsparticipatie). De drie belangrijkste motieven zijn4: » Inwoners voelen zich mede-eigenaar van de oplossing » We behalen een beter resultaat dan zonder participatie » Er is meer draagvlak voor een besluit Doelen van participatie Als gemeente willen we ons blijven ontwikkelen en verbeteren in het samenspel met de stad. Dat doen we op verschillende manieren. Allereerst moedigen we initiatieven uit de stad aan. We hebben vertrouwen in de kracht van de stad. Zoals we in GO2032 stellen: we werken niet meer vóór, maar mét de stad5. Wat onze uitgangspunten daarvoor zijn, zie je in het eerste vaandel: Samen maken we de stad (zie hoofdstuk 4). Hóe we dat precies doen, werken we uit in het werkboek. Ten tweede vinden we het belangrijk om de juiste groepen te betrekken. Dat betekent dat we steeds kijken wie we in ieder geval samenbrengen bij het vraagstuk en hoe we daarvoor een diverse groep bereiken.

Onder het tweede vaandel ‘We zetten de inwoner centraal’ (hoofdstuk 4), zie je dat we dat doen door aan te sluiten op de leefwereld en de behoeften van inwoners en op bestaande netwerken. Bovendien streven we naar tevreden inwoners als het gaat om participatie. We kunnen niet garanderen dat iedereen altijd tevreden is met de uitkomsten van een participatieproces, maar we zetten wel in op een goed en helder proces. Hoe participanten zo’n afgerond proces hebben ervaren, evalueren we bij maatwerkprojecten (zie ook hoofdstuk 6). Tot slot willen we hoger scoren op participatie in de burgerpeiling die we tweejaarlijks uitvoeren. Samengevat stellen we onszelf vier doelen: » Een verschuiving in balans van burger- naar overheidsparticipatie » Participatietrajecten van de gemeente zijn meer inclusief » Meer betrokkenen zijn tevreden over het proces van participatie » Een hogere score in de burgerpeiling, namelijk een 6,3 in 2023 (een stijging van 0,2)6

4 Werkwijze Samen aan zet, 2017 5 Go2032 Visie op de Stad - ambitie 5: Verbonden samenleving en overheid 6 In de burgerpeiling 2021 scoorde de gemeente Gorinchem een 6,1 op het thema Relatie inwoner – gemeente. Het gemiddelde voor gemeenten van gelijke omvang is een 6,2.

6

4. Beloften & uitgangspunten: zó werken we samen met de stad Vijf vaandels vormen de basis voor de manier waarop het samenspel tussen gemeente en stad vorm krijgt. Per vaandel starten we met de belofte: Wat mag de stad van ons verwachten? Deze belofte is uitgewerkt in een aantal uitgangspunten. In de vaandels spreken we steeds over ‘we’. Daarmee bedoelen we de hele gemeente: de raad (incl. griffie), het college én de organisatie. Inwoners zien ons namelijk als één. Maar, het samenspel wordt ook gevormd door de andere betrokkenen, zoals inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Het samenspel vraagt om nieuwe rollen en een andere houding van álle betrokkenen. Met deze beloften en uitgangspunten nemen we als gemeente onze verantwoordelijkheid en geven we inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties de ruimte om hun rol te pakken.

De stad maken we samen

We starten bij het waarom

» We stimuleren de kracht en kunde in de stad » Waar nodig helpen we goede ideeën en plannen op weg » We durven los te laten » We blijven in contact

» We organiseren participatie met een duidelijk doel (motieven) » Wíe en hóe we betrekken staat in verhouding tot het motief voor de participatie en de opgave » We vieren wat we samen bereiken

We zetten de inwoner centraal

» We zijn nieuwsgierig en uitnodigend » We sluiten aan op de leefwereld, behoeften en natuurlijke netwerken van inwoners

We werken intern goed samen

» We werken vanuit een duidelijk plan » Raad, college en organisatie stemmen de onderlinge rollen en verantwoordelijkheden goed af » We zorgen voor voldoende tijd en tijdige besluitvorming

We zorgen voor een helder proces » We gaan zo vroeg mogelijk in gesprek, ook als we het zelf nog niet helemaal weten » We zijn duidelijk over wat wél en níet kan » We komen afspraken na » We leggen uit en koppelen terug

7

De vijf vaandels vormen ook de basis voor de participatiepraktijk. Hóe we de participatie inrichten, werken we uit in het participatiewerkboek, met daarin ook een uitnodigend hulpmiddel voor initiatieven uit de stad. Het werkboek is een levend document dat steeds kan worden aangepast op basis van nieuwe inzichten. We blijven dan ook leren door te doen. Door onder andere gesprekken in en met de stad aan te gaan, checken we hoe het samenspel wordt gewaardeerd. Ook leren we hoe we dat verder kunnen ontwikkelen. Hoe we dat aanpakken, lees je in hoofdstuk 6.

8

5. Intern samenspel: zó werken raad, college en organisatie samen bij participatie Zoals we al eerder benoemden, is voor inwoners de gemeente vaak het geheel van raad, college en organisatie. Voor hen is er geen verschil tussen deze ‘interne’ spelers. Toch hebben deze drie hoofdrolspelers ieder hun eigen rol en verantwoordelijkheid. Het is een gezamenlijk opdracht om intern het samenspel zó te organiseren dat ieder zijn rol kan spelen. Gezamenlijk geven we vorm aan goed doordachte participatieprocessen met de stad en de regio. Altijd met de vijf vaandels als het fundament. Hoe zien de rollen van de drie hoofdrolspelers eruit? In de figuur hieronder zijn die verschillende rollen uitgewerkt. Voor reguliere processen is deze nota de basis voor de manier waarop we het participatieproces inrichten. Dat betekent dat het college binnen de kaders van dit beleid verantwoordelijk is voor de uitvoering van de participatieaanpak. De organisatie adviseert en voert uit. De raad controleert op hoofdlijnen via de reguliere P&C-cyclus en vanuit zijn rol als volksvertegenwoordiger. De afwegingen en de manier waarop de participatie wordt ingericht, licht de organisatie toe in de communicatie- en participatieparagraaf van een projectplan.

In het geval van maatwerk – vaak het geval bij bijvoorbeeld projecten met maatschappelijke impact of politiek gevoelige onderwerpen – wordt gewerkt met een startnotitie die het college voorlegt aan de raad. Op basis hiervan stelt de raad nog aanvullende kaders aan het participatieproces. Bijvoorbeeld welke groepen de raad graag betrokken zou zien worden. Of de mate van invloed die participanten zouden moeten hebben. Of de wijze waarop het college bij besluitvorming inzichtelijk maakt wat de uitkomsten zijn van participatie.

9

Wanneer gaat het om reguliere participatie? En wanneer vraagt het participatieproces om maatwerk met een specifieke uitspraak van de raad? Een goed samenspel tussen raad, college en organisatie is hier belangrijk. Net als regelmatige afstemming en dialoog. Het vraagt om politieke sensitiviteit van college én organisatie om aan te voelen of de raad in dit geval specifieke kaders zou willen stellen. In het geval van twijfel checkt het college bij de raad of er behoefte is om specifieke kaders te stellen. Voorbeelden van redenen om de raad een startnotitie voor te leggen: » er is sprake van een grote impact op de stad; » het is een politiek gevoelig onderwerp; » het is een onderwerp dat veel (media-)aandacht heeft; » het is een onderwerp met groot financieel belang. Bij de eerste jaarlijkse dialoog (eind 2022) blikken raad, college en organisatie ook terug op het interne samenspel (zie hoofdstuk 6).

10

6. Uitvoering en evaluatie: leren door te doen Ons uitgangspunt is en blijft: leren door te doen. Participatie is bij uitstek iets dat je moet doen en moet ervaren. In dat doen blijven we onszelf ontwikkelen en verbeteren. We voeren dat op vier manieren uit: » het werkboek in te richten als lerend document; » te werken met een participatiegilde; » een participatiekalender op te stellen; » continu in dialoog te zijn met de stad. Werkboek als praktische leidraad Dit participatiebeleid is het fundament voor het samenspel tussen de gemeente Gorinchem en de stad als het gaat om het realiseren van maatschappelijke vraagstukken. De gemeenteraad stelde het beleid op [9 december 2021] vast. En geeft houvast aan participatie in de periode 2022 tot en met 2026. Het te ontwikkelen werkboek is een praktische gids voor de organisatie. Hierin staan vragen die we onszelf stellen wanneer we een participatieaanpak ontwikkelen. Net als tips & tricks voor het faciliteren van een initiatief uit de samenleving en een hulpmiddel voor initiatiefnemers uit de stad. Participatiegilde verbindt en borgt Om te zorgen dat de beloften en uitgangspunten ook echt het fundament blijven vormen voor het samenspel met de stad, werkt de organisatie met het participatiegilde7. Dit gilde bestaat uit mensen die allemaal in een verschillende vorm met participatie te maken hebben.

Zij komen regelmatig samen en stemmen met elkaar af over lopende processen. De inzichten en geleerde lessen worden vertaald naar mogelijke aanpassingen in de werkprocessen of meegenomen in de organisatieontwikkeling. Participatiekalender We willen een participatiekalender ontwikkelen. Die kalender heeft twee doelen: » binnen de gemeente weten we welke participatieprocessen en ontmoetingen plaatsvinden en stemmen we ze op elkaar af; » mogelijke betrokkenen zoals inwoners, ondernemers en organisaties zijn op de hoogte wanneer zij op welke manier mee kunnen denken of doen.

7 Dit participatiegilde is een doorontwikkeling van het gilde zoals dat betrokken was bij de totstandkoming van dit beleid en het werkboek. Het bestaat uit ambtenaren vanuit verschillende disciplines die te maken hebben met participatie, zoals: communicatie, omgevingswet, grfiifie, projectmatig werken, organsisatieontwikkeling, stedelijke ontwikkeling, etc.

11

Blijvend in gesprek met de stad Daarnaast blijven we ook op andere manieren leren door te doen. Een goed samenspel vraagt om een blijvende dialoog met de stad. We organiseren het gesprek op drie manieren:

1

Verantwoording bij maatwerk participatieprocessen Voor participatieprocessen die maatwerk betreffen, maken we een startnotitie (zie hoofdstuk 5). In die startnotitie stelt de gemeenteraad de kaders voor het participatieproces. De raad krijgt vervolgens bij besluitvorming over het dossier een verantwoording: hoe is het proces gelopen? Is aan de voorafgestelde kaders voldaan? Dit kan de raad dan meewegen in zijn besluit. Na afloop van een maatwerkdossier (dus na evt. besluitvorming) voeren we ook een evaluatie uit: hoe hebben de extern betrokkenen het samenspel ervaren? De vijf vaandels vormen daarbij het uitgangspunt. De projectgroep en het participatiegilde bespreken de resultaten van de evaluatie. Dit kan leiden tot aanscherping van bijvoorbeeld het werkboek of de werkprocessen.

2

Jaarlijks dialoog over samenspel Ieder jaar organiseert de gemeente een dialoog met de stad over het samenspel. We nodigen mensen (inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties) uit die in het afgelopen jaar geparticipeerd hebben. Het gaat dan om verschillende soorten participatie: trajecten van de gemeente (burgerparticipatie) of trajecten waarbij inwonerszelf initiatief namen en waarin de gemeente ondersteunend was (overheidsparticipatie). In een open dialoog gaan we met hen in gesprek en willen we antwoord op vragen als: Hoe ervaren betrokkenen het samenspel met de gemeente? Komen we onze beloften na? En wat kunnen we beter doen? Met de uitkomsten kunnen we het samenspel verder verbeteren. We kijken concreet naar wat dit betekent voor eventuele aanpassingen aan bijvoorbeeld het werkboek, werkprocessen of communicatiemiddelen.

3

Burgerpeiling: relatie inwoner - gemeente In de tweejaarlijkse burgerpeiling die de gemeente Gorinchem laat uitvoeren, nemen we ook het thema Relatie inwoner - gemeente mee. De overkoepelde vraag is: Hoe waardeert u de wijze waarop uw gemeente inwoners en organisaties betrekt en de samenwerking zoekt? In de burgerpeiling 2021 scoorde de gemeente Gorinchem een 6,1 op dit thema. Het gemiddelde voor gemeenten van gelijke omvang is een 6,2. Voor de volgende burgerpeiling in 2023, is ons doel om 0,2 punten hoger te scoren. We gaan voor een 6,3.

12

Bijlage 1: geraadpleegde stukken gemeente Gorinchem over participatie » » » » » » » » » » » » » »

Participatie in Gorinchem 2013 Werkwijze Samen aan zet 2017 GO 2032 – Visie van de stad Onderzoeksrapportage: Kansen voor actieve burgers, kansen voor beleid? Rekenkamercommissie Gorinchem – 22 maart 2018 Coalitieakkoord 2018-2022 – Samen maken we de stad Rapport regiofunctie Gorinchem – Berenschot Raadsconferentie Participatie 12 maart 2019 RIB GO2022 en participatie 8 juli 2020 Presentatie I&O raad participatie 19 november 2020 Visie op dienstverlening 2020-2024 Presentatie GO2032 26 januari 2021: Presentatie Parallelsessie I&O Invoering Omgevingswet – 4 maart 2021 Presentatie I&O participatie 11 maart 2021 Resultaten burgerpeiling 2021 Waar staat je gemeente

13

Bijlage 2: Omgevingswet en participatie In de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Omgevingsregeling staan regels over participatie. Als de gemeente instrumenten van de Omgevingswet vaststelt, moet zij aangeven hoe de belanghebbenden betrokken zijn bij de totstandkoming van deze instrumenten. En welke resultaten dat heeft opgeleverd. Gemeenten moeten ook aangeven hoe ze hun eigen participatiebeleid hebben ingevuld. Er is een uitzondering: bij het aanvragen van een omgevingsvergunning moet juist de aanvrager het initiatief nemen (initiatievenparticipatie). Hij moet aangeven of, en zo ja hoe, hij de omgeving betrokken heeft bij zijn plan en wat de resultaten hiervan zijn.

Tabel 1: participatieregels bij de kerninstrumenten gemeente in de Omgevingswet Omgevingsvisie gaat in op de ontwikkeling, het beheer, het gebruik, de bescherming en het behoud van de fysieke leefomgeving. Zo’n omgevingsvisie is ‘beeldvormend’. Met participatie kunnen overheden bij inwoners of gebruikers van een gebied perspectieven en toekomstbeelden ophalen. Motiveringsplicht: plicht om te motiveren hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken zijn. En wat de resultaten hiervan zijn. Gemeenten en provincies geven hierbij ook aan hoe zij invulling hebben gegeven aan hun participatiebeleid. Dat noemen we de motiveringsplicht. Omgevingsplan vertaalt de doelen en het beleid uit de gemeentelijke omgevingsvisie en de programma’s naar juridische regels. Denk hierbij aan het toewijzen van functies aan locaties, het toestaan of niet toestaan van bepaalde activiteiten in bepaalde gebieden, algemene regels en meldingsplichten bij activiteiten, vergunningplichten en beoordelingsregels en regels over omgevingswaarden. Kennisgeving: Als een gemeente een omgevingsplan gaat maken dan moet ze daarvan een kennisgeving doen. In die kennisgeving staat hoe de gemeente participatie zal gaan vormgeven. Programma. In programma’s formuleren overheden maatregelen.

Die maatregelen moeten leiden tot de gewenste ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving. Het karakter van ieder programma bepaalt welke partijen een rol gaan spelen bij de participatie. Motiveringsplicht: heeft de gemeente een programma gemaakt? Dan moet hierin staan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken zijn. En wat de resultaten hiervan zijn. Omgevingsvergunning. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt aangegeven of burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken. Als dat het geval is, verstrekt de aanvrager bij de aanvraag gegevens over hoe zij zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=2fb075fd-66b2-4d01-bd4f-d47b094872a4