2021-773530 Belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de opzichte van de huidige verordening.pdf
Tekst van het document
Belangrijkste wijzigingen tussen de huidige en nieuwe urgentieverordening Artikel 1 Definities: • •
Er is gekozen voor een alfabetische opsomming van de definities. Nieuwe definities zijn: aanbodmodel (a), bemiddeling (b), burgemeester en wethouders (c), eigenaar (d), huishoudeninkomen (e), inkomensgrens (h), ouder (m), urgentiecommissie (o) en zeer schaarse woning (v).
Artikel 2 Urgentiecategorie van de huidige verordening is vervallen. Revelante artikelen hieruit zijn opgenomen in artikel 4 aanvraag en besluitvormig tot urgentie of artikel 3 urgentiecategorieën. Artikel 2 is in de nieuwe verordening nieuw. Dit artikel geeft aan voor welke woningen de urgentie kan worden ingezet. In de praktijk wijzigt niets. Artikel 3 in de huidige en nieuwe verordening is vrijwel identiek met uitzondering van de volgende artikelen: • • • • •
• • •
• •
Art. 3 lid 1 sub h is toegevoegd als urgentiecategorie (zeer schaarse woning). Art 3.1 lid 1 sub a onderdeel I. Er is toegevoegd, dat er sprake moet zijn van een gerechtelijk vonnis, omdat de uitvoerders dan de aanvraag beter kunnen beoordelen. Art 3.1 lid 1 sub a onderdeel II. In geval van een calamiteit is geen urgentie nodig als de verzekering een oplossing biedt. Art 3.1 lid 2 De laatste zin is toegevoegd om duidelijkheid te scheppen wanneer de zorg voor de kinderen 50/50 wordt verdeeld. Art 3.2 lid 1 sub b. Een ingezetene, die te maken heeft met een als gevolg van de woonsituatie zeer progressief ziektebeeld. Dit is nieuw en is bedoeld om een betere beoordeling van de aanvraag tot urgentie mogelijk te maken. Art 3.3 lid 2 is nieuw. Er wordt een advies afgegeven door een instantie over de noodzaak van een mantelzorgurgentie. Art 3.4 lid 2 is nieuw. Sloopurgenten worden nu alleen door de ‘eigen corporatie’ gehuisvest. Art. 3.5 lid 1 eerste bullet. Nieuw is dat jongeren onder de 27 jaar vooraf hun opname in een instelling geen zelfstandige woning hoeven achter te laten. Zij staan nog aan het begin van hun wooncarrière en/of zijn vanuit het ouderlijk huis opgenomen in een instelling. Art 3.5 lid 2. De verzilvering van de urgentie op maatschappelijke gronden vindt plaats door bemiddeling. Dat gebeurde in de praktijk al en is nu geformaliseerd in de verordening.
Art 3.8 is nieuw. Het gaan om de zeer schaarse woning.
Artikel 4 is qua tekst geüpdatet, maar komt grotendeels overeen met het oude artikel 4 in de urgentieverordening en delen uit het oude artikel 2. Aanvraag en besluitvorming zijn nu in één artikel opgenomen. Artikel 5 is nieuw, maar stond ook al verspreid in de huidige verordening opgenomen. De urgentie wordt afgegeven voor de gehele regio (Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Molenlanden en Vijfheerenlanden). Voorheen kon de urgentie ook al regionaal worden verzilverd, maar het enige verschil is, dat er toen een administratieve handeling voor noodzakelijk was. Dit is nu niet meer nodig. Artikel 5 en 6 van de oude verordening zijn samengevoegd in nieuwe artikel 6. Artikel 6 lid 1. De termijn van 6 maanden is niet gewijzigd. De termijn stond niet in de verordening, maar alleen in de toelichting behorende bij de verordening. Nu is de termijn opgenomen in de verordening. Artikel 6 lid 2. Nieuw is dat de maximale termijn is opgenomen inclusief de mogelijkheid om er van af te wijken. Artikel 7 Vergunningplichtige woonruimte is nieuw en is een verduidelijking van de definitie uit artikel 1. Hier staat op welke woningen urgenten kunnen reageren. Het nieuwe artikel 8 Verlening huisvestingvergunning komt qua inhoud overeen met het oude artikel 6.
Het nieuwe artikel 9 Rangorde urgente woningzoekende is het oude artikel 7. Artikel 10 – Urgentiecommissie is nieuw. Nu is het zo, dat alleen gemeenteambtenaren urgenties kunnen afgeven, maar in de toekomst kan dat ook bij een commissie worden neergelegd. Het nieuwe artikel 11 Bestuurlijke boete is het oude artikel 8. Het nieuwe artikel 12 Hardheidclausule is het oude artikel 9. Wel nieuw is dat de urgentie op grond van een hardheidsclausule enkel geldt in de gemeente, waar deze wordt afgegeven. Het huidige artikel 13 Inwerkingtreding en huidige artikel 14 Citeertitel is het oude artikel 10.