2021-770665 Omgevingswet Notitie Reikwijdte en detailniveau - Bijlage NRD_Omgevingsvisie_Gorinchem_V5.pdf
Tekst van het document
RAPPORT Omgevingsvisie Gorinchem Notitie reikwijdte en detailniveau voor de omgevingseffectrapportage Klant:
Gemeente Gorinchem
Referentie: BI1134MIRP2107261138 Status:
Definitief/01
Datum:
25-8-2021
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Laan 1914 no.35 3818 EX AMERSFOORT Mobility & Infrastructure Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Omgevingsvisie Gorinchem Ondertitel: NRD Omgevingsvisie Gorinchem Referentie: BI1134MIRP2107261138 Status: 01/Definitief Datum: 25-8-2021 Projectnaam: OER Gorinchem Projectnummer: BI1134-101-100
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. en dient voor publicatie of anderszins openbaar maken te worden geanonimiseerd.
25-8-2021
NRD OMGEVINGSVISIE GORINCHEM
BI1134MIRP2107261138
ii
Inhoud 1
Introductie
1
2
Achtergrond omgevingsvisie en OER
2
2.1
Aanleiding en doel omgevingsvisie en OER
2
2.2
Omgevingsvisie: proces en resultaten tot nu toe en vervolg
3
3
Wat is de rol van m.e.r. voor de omgevingsvisie?
7
3.1
Interactie omgevingsvisie en m.e.r.
7
3.2
M.e.r. in de beleidscyclus omgevingsbeleid
9
4
Wat gaan we onderzoeken?
11
4.1
Kwaliteiten leefomgeving, effecten nieuwe beleid en doelbereik
11
4.2
Beoordelingskader
11
4.3
Alternatieven
12
4.4
Abstractieniveau OER passend bij karakter omgevingsvisie
13
5
Wanneer welke vervolgstappen
14
5.1
Proces en tijdspad omgevingsvisie
14
5.2
Proces en tijdspad plan-m.e.r.
14
Begrippenlijst
25-8-2021
NRD OMGEVINGSVISIE GORINCHEM
16
BI1134MIRP2107261138
iii
1
Introductie
Waarom deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau? De gemeente Gorinchem werkt aan het opstellen van de omgevingsvisie Gorinchem. De omgevingsvisie is een integrale visie op de fysieke leefomgeving in Gorinchem. Zij geeft richting aan de toekomstige ontwikkeling van de stad. De visie beschrijft welke ontwikkelingen op de stad en haar inwoners afkomen en wat de ruimtelijke consequenties daarvan zijn. Maar de visie gaat ook over het in stand houden en beheren van het waardevolle wat de stad op dit moment al heeft. Het is te verwachten dat de omgevingsvisie1 het kader wordt voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten en activiteiten met mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden. In die gevallen is het opstellen van een planMER verplicht, omdat de omgevingsvisie belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Wat is m.e.r., wat is MER en wat is OER? M.e.r. staat voor ‘milieueffectrapportage’ en is de procedure waarbinnen een MER wordt opgesteld. MER staat voor ‘Milieueffectrapport’ en bevat de resultaten van het onderzoek naar de (milieu)effecten binnen een m.e.r. De toevoeging ‘plan’ (planMER) wil zeggen dat het om een MER voor een plan gaat, zoals een omgevingsvisie. Gorinchem heeft ervoor gekozen om niet alleen milieueffecten maar ook andere omgevingseffecten in beeld te brengen.
Daarom praten we niet over een planMER maar over een Omgevingseffectrapport (OER), op te stellen conform de procedure voor een planMER. Voor de juridische juistheid wordt nog wel gesproken van een m.e.r.-procedure. Het voorliggende document is de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (in het vervolg noemen we dit ‘de NRD’). De publicatie van de NRD is de eerste stap in de m.e.r.-procedure, en wordt in oktober 2021 ter visie gelegd. Deze NRD beschrijft welke alternatieven, omgevingsaspecten en effecten van de omgevingsvisie in het OER onderzocht worden (‘reikwijdte’). Daarnaast geeft het informatie over de manier waarop de effecten onderzocht worden en met welke diepgang (‘detailniveau’). De NRD vormt de basis voor het raadplegen van betrokken instanties en voor inspraak. Het OER zelf wordt begin 2022, tegelijk met het ontwerp omgevingsvisie, ter inzage gelegd. Inspraak op NRD De NRD wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode kan eenieder reageren op de aanpak van het OER voor de omgevingsvisie zoals beschreven in deze NRD. Reacties kunnen schriftelijk bij de gemeente Gorinchem ingeleverd worden op de in de kennisgeving aangegeven wijze. De reacties worden gebruikt bij de verdere uitwerking van het OER. Leeswijzer Deze NRD is opgebouwd uit de volgende onderdelen: • Hoofdstuk 2: waarom een omgevingsvisie en OER? • Hoofdstuk 3: de rol van de m.e.r.
in de totstandkoming de omgevingsvisie • Hoofdstuk 4: wat gaan we onderzoeken? • Hoofdstuk 5: wanneer vervolgstappen? Aan het eind van deze NRD is een begrippenlijst opgenomen waarin wordt uitgelegd wat bepaalde procedurele begrippen betekenen.
1
Tot de inwerkingtreding van de omgevingswet is de Omgevingsvisie een structuurvisie als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening (artikel 2.2 Wro), zie verder paragraaf 2.1. 25-8-2021
NRD OMGEVINGSVISIE GORINCHEM
BI1134MIRP2107261138
1
2
Achtergrond omgevingsvisie en OER
2.1
Aanleiding en doel omgevingsvisie en OER
Omgevingsvisie De gemeente Gorinchem stelt een omgevingsvisie op om richting te geven aan de toekomstige ontwikkeling van de stad. Met de visie formuleert zij een antwoord op de verschillende opgaven waar de stad voor staat en het beleid om haar ambities te verwezenlijken. De omgevingsvisie wordt een brede integrale visie voor Gorinchem die raakt aan een veelheid aan beleidsterreinen. De visie is bedoeld om beleidsopgaven vanuit verschillende sectoren te verbinden, zoals bereikbaarheid, wonen, duurzaamheid, economie en sociaal. Dit betekent niet dat er geen sectoraal beleid meer zal bestaan. De omgevingsvisie schetst de hoofdlijnen en ruimtelijke consequenties van het beleid. Het bouwt verder op visies, beleid, onderzoeken en projecten die recent (in de afgelopen drie jaar) zijn afgerond of gestart (zie daarvoor verder paragraaf 2.2). De sectorale uitwerkingen en gebiedsuitwerkingen moeten passen binnen deze hoofdlijn. De omgevingsvisie is ook het kader waarbinnen de gemeente Gorinchem later een omgevingsplan opstelt. De ambities en richtingen die in de omgevingsvisie worden geschetst worden in het omgevingsplan vertaald in concrete regels. Deze regels bepalen de ruimte voor ontwikkeling, zoals nu in het bestemmingsplan het geval is.
Omgevingseffectrapport Het OER levert de informatie over de leefomgeving die nodig is om een zorgvuldig besluit over de omgevingsvisie te nemen, waarbij alle relevante belangen (waaronder die van de leefomgeving) zijn meegewogen. Daarnaast beschrijft en verantwoordt het OER de resultaten van het proces om tot de omgevingsvisie te komen. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de omgevingsvisie een structuurvisie als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening (Wro artikel 2.2). De Wet milieubeheer (artikel 7.2, lid 2 Wm) schrijft voor dat voor een structuurvisie een milieueffectrapportage (m.e.r.) uitgevoerd moet worden als het kaderstellend is voor toekomstige m.e.r.-plichtige of m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten. Zo is de omgevingsvisie kaderstellend voor onder meer woningbouw en mogelijk andere ruimtelijke ontwikkelingen die gezamenlijk gezien kunnen worden als stedelijk ontwikkelingsproject. De verplichting tot een m.e.r. geldt ook als een structuurvisie onderdelen bevat waarvoor op grond van de Wet natuurbescherming met een Passende beoordeling uitgesloten moet worden dat er verstorende effecten in Natura 2000-gebieden optreden (artikel 7.2a, lid 1 Wm). Als een m.e.r.(beoordeling) bij een structuurvisie of omgevingsvisie verplicht is, dan moet de uitgebreide m.e.r-procedure doorlopen worden.
Er wordt dan een milieu- of omgevingseffectrapport opgesteld, dat tegelijk met de ontwerp omgevingsvisie ter inzage gaat. Bij de uitwerking van de omgevingsvisie zet de gemeente Gorinchem in op een proces met regelmatige interactie tussen het uitwerken van de omgevingsvisie en het opstellen van het OER. De omgevingsvisie beschrijft het beleid, wat de ambities zijn en wat de gemeente Gorinchem op hoofdlijnen gaat doen. Het OER beschrijft de kwaliteiten van de leefomgeving, de gevolgen van het beleid op de leefomgeving en of het beleid bijdraagt aan het halen van de gestelde ambities. De interactie tussen beide bestaat uit regelmatige wederzijdse terugkoppeling tussen de beleidsontwikkeling aan de ene kant (omgevingsvisie) en de gevolgen ervan voor de leefomgeving aan de andere kant (m.e.r). Op deze manier wordt de m.e.r. gebruikt om beleid aan te scherpen en om beleidskeuzes te maken. Zie voor meer uitleg over het proces en de interactie ook hoofdstuk 3.
25-8-2021
NRD OMGEVINGSVISIE GORINCHEM
BI1134MIRP2107261138
2
Daarnaast wil de gemeente Gorinchem het OER ook gebruiken als basis voor het monitoren en bijsturen van het beleid tijdens de uitvoering. Daarbij is het begrip ‘milieu’ breder op te vatten dan meestal gebruikelijk is in milieueffectrapportages. Dit omdat het beleid in de omgevingsvisie de menselijke leefomgeving als geheel omvat, dus zowel fysiek, economisch als sociaal. Dit alles vraagt om een vernieuwende m.e.r.aanpak met een breed georiënteerd proces dat de afzonderlijke beleidsterreinen overstijgt. De gemeente Gorinchem zet hier op in en voert conform de nieuwe stijl de m.e.r. uit.
2.2
Omgevingsvisie: proces en resultaten tot nu toe en vervolg
Vertrekpunt: GO2032, Visie voor de stad In 2017 heeft de gemeente Gorinchem met inwoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen en de regio de ‘Visie van de stad’ opgesteld: GO2032. De Visie beschrijft trends en ontwikkelingen die op Gorinchem afkomen. Daarnaast staan hier ook de ambities in over wat voor stad Gorinchem in 2032 wil zijn en hoe de gemeente Gorinchem dat wilt bereiken. Het gaat daarbij om ontwikkelingen op het gebied van technologie, economie, bevolking, samenleving, stadsbeleving, klimaatverandering en energietransitie. In GO2032 is de wens uitgesproken dat Gorinchem zich richting 2032 ontwikkelt tot een middelgrote gemeente die als schakel fungeert tussen de Randstad en Brabant, waarbij de stad een open vesting is. Vanuit de gedachte om geen werk opnieuw te doen dat al in participatie met de stad is gedaan vormt GO2032 het vertrekpunt voor de omgevingsvisie. De vraag “Welke stad willen wij zijn” is in GO2032 al beantwoord, dat wordt in de omgevingsvisie niet opnieuw gedaan. De in GO2032 opgenomen ambities vormen ook de ambities voor de omgevingsvisie.
Het gaat daarbij in de eerste plaats om 5 ambities die beschrijven hoe de stad vindt dat Gorinchem er in 2032 uit zou moeten zien: • Middelgrote stad, verbonden met Randstad en Brabant; • Verbonden diverse samenleving; • Verbonden wijken en voorzieningen; • Centrumstad verbonden met de omgeving; • Verbonden samenleving en overheid. Vervolgens zijn er 6 ambities geformuleerd die beschrijven waar op ingezet wordt om bovenstaand wensbeeld te bereiken: • Vernieuwen in de bestaande economie; • Vernieuwde samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven; • Vernieuwen door technologische innovatie te omarmen; • Vernieuwen door te verduurzamen; • Vernieuwen door aantrekkelijkheid voor jonge generatie; • Vernieuwde open vesting.
25-8-2021
NRD OMGEVINGSVISIE GORINCHEM
BI1134MIRP2107261138
3
Uit onderzoek naar de centrumfunctie van de stad (uitgevoerd na totstandkoming van GO2032 2 en als gevolg van de motie-Van der Molen in de Tweede Kamer) volgt dat er opgaven op het gebied van onderwijs, zorg en werkgelegenheid zijn als Gorinchem een schakel- en centrumfunctie voor de regio wil blijven vervullen. Het gaat dan om opgaven in fysieke zin, maar ook om de opgaven over samenwerking met omliggende gemeenten en andere overheden en bestuurslagen. Een andere conclusie uit het onderzoek is dat het voorzieningenniveau van de stad alleen op niveau kan blijven als de stad qua inwonertal niet kleiner wordt. Bij voorkeur groeit de stad door naar een omvang van tenminste 40.000 inwoners. Inzichten vanuit bestaande beleidstrajecten en programma’s Naast het traject van GO2032 heeft de gemeente ook andere beleidstrajecten en programma’s bekeken bij de totstandkoming van het vertrekpunt (zie bijlage A1 voor een overzicht van de betrokken beleidsstukken). Er is een analyse gemaakt van (recent) vastgesteld beleid, van projecten en ook van de opgaven die nu nog tussen wal en schip lijken te vallen. Wat doet Gorinchem goed en waar laat de stad nu nog kansen liggen? De gemeente heeft daaruit vier onderwerpen gedestilleerd die eruit springen omdat ze niet (of weinig) aan de orde komen in de recent opgeleverde visies en programma’s: 1.
Het centrum: Dit is de binnenstad en de omringende vesting. De grote kracht van Gorinchem is de binnenstad en vanuit de vesting moet de binnenstad letterlijk en figuurlijk open zijn. 2. De werklocaties: In Gorinchem is veel werkgelegenheid in en om de stad, en dat is ook zichtbaar. Aan alle kanten van de stad liggen bedrijventerreinen. Er liggen kansen om de bestaande bedrijventerreinen en het nieuwe bedrijventerrein Groote Haar sterker te profileren, een eigen identiteit te geven en te optimaliseren. Dat biedt ook een kans om op sommige plekken het landelijk gebied dichterbij de stad te brengen. 3. Het woonprogramma: Hierin wordt bekeken wat nodig is qua woonprogramma om zowel nieuwe bewoners te trekken, als huidige bewoners in hun woonbehoefte te voorzien. Daarbij wordt gekeken wat stedelijk wonen in Gorinchem is en hoe er een betere balans kan komen tussen het westelijk en oostelijk deel van de stad. 4. Energie en Klimaat:. Vanuit het Rijk liggen wettelijke opgaven voor het thema Energie (Klimaatakkoord) en Klimaatadaptatie (Nationaal Deltaprogramma). De stad is er nu nog niet klaar voor, maar bereidt zich voor en pakt de kansen op. Dit levert kwaliteit op in de fysieke leefomgeving en is noodzakelijk om de omslag naar een duurzame en toekomstbestendige stad te maken. Deze onderwerpen worden aanvullend op GO2032 in de omgevingsvisie meegenomen.
‘Gorinchem 2050: bruisende stad in een boeiende regio’ Vanuit GO2032, aangevuld met recent vastgesteld beleid en in het proces verkregen inzichten, is de gemeente tot het onderstaande wensbeeld voor Gorinchem in 2050 gekomen. Dat vormt de ambitie die met de omgevingsvisie nagestreefd wordt. In de omgevingsvisie wordt verder op hoofdlijnen uitgewerkt wat de gemeente waar gaat doen om de ambitie te behalen. In 2050 is wonen en werken in Gorinchem aantrekkelijker geworden door: • Betere, optimale verbondenheid met de Randstad en de Brabantse steden; • Groenere stad, verbonden met omliggende natuur; • Water is zichtbaar en toegankelijk voor alle inwoners; • Auto heeft meer plaats gemaakt voor de fiets en wandelaars; • De stad heeft meer bijzondere ontmoetingsplaatsen en is gezonder geworden; • Verouderde bedrijventerrein zijn getransformeerd naar gemengde stedelijke gebieden met wonen, werken en voorzieningen;
2
Berenschot (2019), Samen voor elkaar; Werken aan leefbaarheid van 120.000 inwoners van Gorinchem en omgeving; Eindrapport, 24 januari 2019. 25-8-2021
NRD OMGEVINGSVISIE GORINCHEM
BI1134MIRP2107261138
4
•
• • •
De ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de Vleugels van de stad, zijn verbonden met bestaande wijken en de binnenstad. Wijken hebben een stedelijk woonmilieu gecombineerd met ecologische kwaliteiten. Oudere wijken zijn toekomstbestendig: duurzamer, gelijker en sociaal sterker; Gorinchem draagt bij aan het oplossen van het woningtekort; Gorinchem behoudt belangrijke economische rol in en met regio door werkgelegenheid en voorzieningen in stand te houden, gericht op nieuwe en innovatieve en duurzame bedrijvigheid verbonden met het onderwijs.
Thema’s en ontwikkelgebieden Met GO2032 en de bovenstaande inzichten als vertrekpunt is de gemeente Gorinchem aan de slag gegaan om de omgevingsvisie in te vullen. In bijeenkomsten, gesprekken en ontwerpsessies met interne en externe betrokkenen is voor de verdere invulling gekomen tot een indeling in vier thema’s en vier ontwikkelgebieden. Thema’s De gemeente heeft vier thema´s benoemd, elk met een specifieke focus op de verschillende ambities. Vanuit die specifieke focus zijn per thema mogelijke invullingen voor nieuw beleid benoemd. Aan die mogelijke beleidsinvullingen liggen deels al eerder gemaakte keuzes en vastgesteld kaders ten grondslag, deels komt het voort uit nieuwe inzichten vanuit bovenstaand benoemde bijeenkomsten, gesprekken en ontwerpsessies. De invulling van de thema’s moet als eerste grove schets worden gezien, waarin de gemeente nog keuzes moet maken voor verdere invulling. Voor het maken en onderbouwen van die keuzes wil de gemeente het OER gebruiken. De vier thema’s zijn: 1. Waterstad: focus op het versterken van de groenstructuur, het toegankelijk maken van het water in Gorinchem en het creëren van hoogwaardige ontmoetingsplekken; 2. Werkstad: focus op nieuwe (innovatieve) werkgebieden met een functiemix tussen wonen en werken, een scholen- en beroepencampus en een energielandschap met smart-grids; 3.
Woonstad: focus op het toevoegen van nieuwe woningen, met ruimte voor de fiets boven de auto en het ontwikkelen van gebieden voor stedelijk wonen (functiemix wonen-werken); 4. Regiostad: focus op goed bereikbare en ingerichte voorzieningenclusters, met verbindingen voor hoogwaardig openbaar vervoer met het omliggende gebied en verbindingen over het water. Ontwikkelgebieden Overal in de stad spelen de vier beschreven thema’s tot 2050 in meer of mindere mate een rol. Ze lopen als een rode draad door de ruimtelijke ontwikkeling van de stad. Op een aantal plekken in de stad zijn deze thema’s de drager van de ontwikkeling. Op deze plekken gaan grotere veranderingen plaatsvinden. Het gaat om de volgende vier benoemde ontwikkelgebieden: 1. Lingeoevers: een gebied waar in 2050 sprake is van hoogstedelijk wonen in combinatie met werken en voorzieningen maar ook een hoog percentage groen. Qua invulling valt te denken aan ecologische en recreatieve verbindingen, autoluwe gebieden en verbindingen met bestaande wijken. Het gebied maakt onderdeel uit van de ontwikkelingen binnen de Vleugels van de Stad. 2.
Schelluinsestraat & Stationsgebied: een gebied waar in 2050 sprake is van hoogstedelijk wonen in combinatie met werken met een groen verblijfsgebied rondom het station, ecologische en toegankelijke oevers van het kanaal van Stenenhoek en een city-hub voor hoogwaardig openbaar vervoer naar omringende gebieden. Het gebied maakt onderdeel uit van de ontwikkelingen binnen de Vleugels van de Stad. 3. Gorinchem Noord: een gebied waar in 2050 sprake is van gesegmenteerde bedrijvigheid met het accent op de innovatieve maakindustrie. Daarnaast is er ruimte voor een scholen- en
25-8-2021
NRD OMGEVINGSVISIE GORINCHEM
BI1134MIRP2107261138
5
beroepencampus, duurzame energie, een nieuw station Gorinchem Campus en een landschapspark voor de overgang tussen stad en landschap. 4. Binnenstad: een gebied waar in 2050 sprake is van een divers aanbod van wonen, werken, voorzieningen en recreëren met ruimte voor langzaam verkeer, ontmoetingsplekken, groen en autoluwe gebieden. Naar een Ontwerp Omgevingsvisie Het najaar van 2021 wordt gebruikt om te komen tot een Ontwerp Omgevingsvisie. Dat vereist nog een participatieronde, waarbij inwoners van de stad wordt gevraagd om in te gaan op een set aan kaarten en referentiebeelden (met impressies van de vier verschillende thema’s en de aangewezen ontwikkelgebieden) en deze aan te vullen. Alle inwoners worden daarvoor uitgenodigd. Ook wordt aan een aantal netwerken in de stad de mogelijkheid geboden om hun expertise in te zetten bij bijeenkomsten, die zich specifiek richten op de invulling van een thema. Aanvullend daarop worden ook jongeren betrokken om hun kijk op de fysieke leefomgeving van Gorinchem te delen. De verkregen informatie vanuit bovenstaande wordt, samen met de resultaten en aanbevelingen vanuit de Omgevingseffectrapportage, gebundeld tot een Ontwerp Omgevingsvisie. Het huidige kaartmateriaal, de onderliggende teksten en de bijbehorende beelden zijn dan aangepast.
De Ontwerp Omgevingsvisie wordt volgens de huidige planning in januari 2022 aan de gemeenteraad voorgelegd ter vaststelling. Participatie Voor het opstellen van GO2032 in 2017 heeft de gemeente inwoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen en de regio betrokken bij de vraag ´wat voor stad willen we in 2050 zijn?’ en de daaruit voortgevloeide ambities . Vervolgens heeft de gemeente samen met intern en extern betrokken partijen tijdens bijeenkomsten, gesprekken en ontwerpsessies de thema’s en ontwikkelgebieden ontwikkeld. Voor de verdere invulling van de omgevingsvisie vindt participatie plaats in de vorm van bewonersenquêtes en themabijeenkomsten. Daarbij wordt aan inwoners gevraagd om te reageren op kaarten en referentiebeelden, gekoppeld aan thema’s en ontwikkelgebieden. Zij krijgen de mogelijkheid om dit aan te vullen en aan te geven waar volgens hen sterke en zwakke punten liggen. De verkregen informatie wordt gebundeld en gebruikt bij de totstandkoming van de Ontwerp Omgevingsvisie.
25-8-2021
NRD OMGEVINGSVISIE GORINCHEM
BI1134MIRP2107261138
6
3
Wat is de rol van m.e.r. voor de omgevingsvisie?
3.1
Interactie omgevingsvisie en m.e.r.
Naast de wettelijke verplichting wil de gemeente Gorinchem met de toepassing van het instrument m.e.r. meerwaarde creëren bij de verdere uitwerking van de omgevingsvisie. Dat gebeurt zoals in onderstaand figuur schematisch is weergegeven en daarnaast tekstueel is toegelicht. Leefomgevingsfoto als input voor aanscherping trends, ontwikkelingen, opgaven en doelstellingen In de m.e.r. wordt als eerste stap een ‘leefomgevingsfoto’ gemaakt. De leefomgevingsfoto geeft een beeld van hoe de leefomgeving er nu voor staat. Dat wordt gedaan op basis van (kwantitatieve) indicatoren zoals opgenomen in het beoordelingskader van het m.e.r. (zie paragraaf 4.2). Het is belangrijk dat deze indicatoren goed meetbaar zijn. De leefomgevingsfoto laat zien op welke vlakken de kwaliteit ‘op orde’ is en op welke vlakken er problemen en knelpunten optreden. Er wordt vervolgens ook een doorkijk gemaakt naar 2040/2050: wat zijn de trends en ontwikkelingen bij voortzetting van het huidige beleid? Welke problemen en knelpunten zijn er te verwachten? Met deze informatie in de hand kunnen de trends, ontwikkelingen en doelstellingen voor de omgevingsvisie aangescherpt en verduidelijkt worden. Het verschil tussen de doelstellingen en de verwachte kwaliteiten bij voortzetting van huidig beleid laat dan zien welke opgave er ligt voor nieuw beleid in de omgevingsvisie.
Dat is het vertrekpunt om nieuw strategisch beleid op hoofdlijnen uit te werken. Leefomgevingsfoto en Rad van de leefomgeving In de m.e.r. wordt de leefomgevingsfoto weergegeven in een ‘Rad van de leefomgeving’, zie het voorbeeld op de volgende bladzijde. Dit rad geeft de kwaliteiten van leefomgevingsaspecten weer, nu en in de toekomst. Het laat zien waar de leefomgeving ‘op orde’ is, wat de trends in leefomgevingskwaliteiten zijn en op welke vlakken er in de toekomst verslechteringen of problemen te verwachten zijn. Het is daardoor een goed hulpmiddel bij het structuren en formuleren van opgaven en ambities voor de omgevingsvisie. Effecten van nieuw beleid kunnen er vervolgens ook in geprojecteerd worden. Zo wordt duidelijk in welke mate nieuw beleid tot veranderingen in autonome trends en het behalen van ambities kan leiden. Figuur 1: Interactie omgevingsvisie en OER.
25-8-2021
NRD OMGEVINGSVISIE GORINCHEM
BI1134MIRP2107261138
7
Figuur 2: Voorbeeld Rad van de leefomgeving
Effectbeoordeling en doelbereik om nieuw beleid te concretiseren en aan te scherpen In de m.e.r. worden de effecten van het nieuwe beleid in beeld gebracht en beoordeeld in welke mate het nieuwe beleid bijdraagt aan het halen van ambities. Dit wordt iteratief en interactief gedaan: nieuw beleid wordt in het m.e.r. beoordeeld en de uitkomsten daarvan worden gebruikt om het nieuwe beleid aan te scherpen of te concretiseren. Aangescherpt beleid wordt vervolgens weer in de m.e.r. beoordeeld op effecten en het halen van ambities.
25-8-2021
NRD OMGEVINGSVISIE GORINCHEM
BI1134MIRP2107261138
8
3.2
M.e.r. in de beleidscyclus omgevingsbeleid
De omgevingsvisie heeft in beginsel een onbeperkte looptijd. Aan de omgevingsvisie worden concrete uitwerkingen ‘gehangen’ in de vorm van programma’s of andere instrumenten. Deze uitwerkingen zijn doorvertalingen van het relatief abstracte lange termijnbeleid van de omgevingsvisie. Om in beeld te krijgen of de uitwerking van het beleid daadwerkelijk leidt tot een betere kwaliteit van de leefomgeving, moet er periodiek informatie over de toestand van de leefomgeving en de resultaten van het tot dan uitgevoerde beleid beschikbaar zijn. Met het voortschrijdend inzicht dat daaruit volgt kan uitwerking en bijsturing gegeven worden aan de omgevingsvisie. Op deze manier ontstaat er een gesloten beleidscyclus (zie onderstaande figuur): • beleidsontwikkeling (omgevingsvisie); • beleidsdoorwerking (uitwerking van de omgevingsvisie in programma’s en andere instrumenten); • uitvoering (ontwikkeling concrete besluiten/regels en ander instrumentarium en toepassing daarvan); • terugkoppeling (resultaten van monitoring evalueren op hun betekenis voor nieuwe beleidscyclus).
Figuur 3: Beleidscyclus omgevingswet3 .
De tijdhorizon van de Omgevingsvisie Gorinchem is 2050. De omgevingsvisie wordt dan ook een strategisch document met keuzes op hoofdlijnen. Onderdeel van de strategische keuzes is ook hoe beleid van de omgevingsvisie wordt uitgewerkt in programma’s en andere instrumenten en op welke termijn. In de programma’s wordt opgenomen hoe het beleid vorm zal krijgen, hoe de gemeente daarin wil sturen en welke acties de gemeente daarbij onderneemt. Deze uitwerkingen kunnen zowel een thematisch als een gebiedsgericht karakter hebben. Uitwerking van beleid kan leiden tot vervolgbesluitvorming. Als daarbij aanzienlijke omgevingseffecten worden verwacht, wordt ter ondersteuning van de besluitvorming daarover opnieuw het instrument m.e.r. ingezet. De gemeente overweegt als onderdeel van het doorlopen van de beleidscyclus het instrument van monitoring inzetten. Dat betekent dat informatie over de toestand van de leefomgeving in alle fasen van de beleidscyclus wordt ingezet en meegewogen.
3
https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/omgevingswet/abc-omgevingswet/begrippen/beleidscyclus/
25-8-2021
NRD OMGEVINGSVISIE GORINCHEM
BI1134MIRP2107261138
9
De gemeente Gorinchem wil het OER kunnen gebruiken als basis voor het monitoren en bijsturen van het beleid tijdens de uitvoering. Voor het OER betekent dit dat: • de huidige situatie (‘leefomgevingsfoto’) zodanig is vormgegeven dat periodieke actualisatie aan de hand van uitkomsten van monitoring mogelijk is; • indicatoren van monitoring moeten aansluiten op het beoordelingskader voor het OER; • het beoordelingskader zodanig moet zijn opgezet, dat de beoordelingscriteria op een relatief hoog abstractieniveau bruikbaar zijn voor zowel het toetsen van de omgevingsvisie als van de uitwerkingen ervan; • eventuele vervolg-OER/MER’ren bij de uitwerking van het beleid van de omgevingsvisie qua vorm en inhoud aansluiten op het OER bij de omgevingsvisie. • groot belang van navolgbaarheid en reproduceerbaarheid van gegevens kwaliteiten in leefomgevingsfoto en effectscores. Voor het opstellen van de ‘foto van de leefomgeving’ maken we gebruik van beschikbare gegevens van de gemeente en omgevingsdienst. Aangevuld met gegevens uit openbare bronnen zoals: • Atlas Leefomgeving; • Gemeentelijke Duurzaamheidsindex; • CBS-gegevens; • waarstaatjegemeente.nl.
25-8-2021
NRD OMGEVINGSVISIE GORINCHEM
BI1134MIRP2107261138
10
4
Wat gaan we onderzoeken?
4.1
Kwaliteiten leefomgeving, effecten nieuwe beleid en doelbereik
Het omgevingseffectrapport brengt in beeld: • De staat van en trends in de Gorinchemse leefomgeving, nu en bij ongewijzigd beleid in 2030, met een doorkijk naar 2040/2050: dit laat de kwaliteiten van de leefomgeving zien, waar het ‘op orde’ is en waar er nu en bij bestaand, ongewijzigd beleid opgaven (tekorten of problemen) verwacht worden. Dit wordt gedaan aan de hand van de leefomgevingsfoto, welke weergegeven wordt in het rad van de leefomgeving. • De effecten van het nieuwe beleid op de voorziene staat van de leefomgeving in 2030, met een doorkijk naar 2040/2050: dit laat zien wat de verwachte gevolgen zijn van het nieuwe beleid van de omgevingsvisie en in welke mate dat de kwaliteiten van de leefomgeving beïnvloedt en of de opgaven opgelost worden. • De mate waarin nieuw beleid bijdraagt aan het behalen van doelstellingen van de omgevingsvisie (‘doelbereik’): dit laat zien in hoeverre verwacht wordt dat het nieuwe beleid bijdraagt aan het halen van de ambities die met de omgevingsvisie nagestreefd worden. Waar mogelijk (als het tijdig beschikbaar is) worden ook de uitkomsten van de Regionale Energie Strategie (RES4) van de energieregio Alblasserwaard5 in het omgevingseffectrapport meegenomen.
4.2
Beoordelingskader
De kwaliteiten van de leefomgeving en de effecten van de omgevingsvisie worden in beeld gebracht aan de hand van een beoordelingskader met leefomgevingsthema’s. Naast de aspecten binnen het domein van de Omgevingswet (de fysieke leefomgeving), bevat het beoordelingskader ook sociale en economische aspecten. Met een dergelijk breed beoordelingskader – breder dan gangbaar bij m.e.r. – kan m.e.r. daadwerkelijk bijdragen aan een goede weging van alle belangen in de omgevingsvisie. Aan de hand van bovenstaande uitgangspunten en de ambities zoals benoemd in hoofdstuk 2.1 is in de onderstaande tabel een eerste aanzet gegeven voor een beoordelingskader voor het beoordelen van de effecten van de omgevingsvisie. Deze aanzet is tot stand gekomen op basis van ervaring van wat nodig is voor een OER bij een gemeentelijke omgevingsvisie, de specifieke Gorimchemse ambities en input vanuit de gemeentelijke organisatie over wat er aan gemeentelijke informatie beschikbaar is. Het is belangrijk dat het beoordelingskader zowel toepasbaar is in de beoordeling van kwaliteiten van de leefomgeving en effecten van nieuw beleid, als voor de beoordeling van de mate van doelbereik.
Het beoordelingskader wordt gaandeweg het opstellen van het OER verder aan- en ingevuld, en afgestemd met het door de gemeente te ontwikkelen dashboard met leefomgevingsthema´s en -indicatoren die in de omgevingsvisie een plek krijgen. De navolgbaarheid en reproduceerbaarheid van leefomgevingskwaliteiten en effectscores is belangrijk. Daarvoor is per indicator een navolgbare schaallat nodig en een toelichting hoe uitkomsten van indicatoren beoordeeld horen te worden (wanneer is een uitkomst positief of negatief). Deze schaallat wordt tegelijk met het uitwerken van het beoordelingskader bepaald.
4
In een RES moet beschreven worden op welke manier een betreffende regio de regionale energiedoelstellingen gaat bepalen en behalen. Het gaat dan bijvoorbeeld om keuzen over de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde energie-infrastructuur. 5 https://www.gorinchem.nl/over-gorinchem/plannen-en-projecten/gorinchem-duurzaam/klimaatakkoord/regionale-energie-strategie 25-8-2021
NRD OMGEVINGSVISIE GORINCHEM
BI1134MIRP2107261138
11
Tabel 1. Aanzet beoordelingskader. Laag
Thema
Beoordelingsaspecten
People
Gezondheid
Luchtkwaliteit, geluidhinder, beweegvriendelijke leefomgeving
Veiligheid
Omgevingsveiligheid, verkeersveiligheid, sociale veiligheid
Inclusiviteit en sociale cohesie
Ontmoetingsmogelijkheden en toegankelijkheid van voorzieningen
Wonen en voorzieningen
Woningaanbod en behoefte, voorzieningenaanbod, aanbod beroeps- en hoger onderwijs Bodemvitaliteit, grondwater, oppervlaktewater
Planet
Profit
Bodem en water Natuur en biodiversiteit
Beschermde natuurgebieden (Natura 2000, NNN), gemeentelijke natuur (niet beschermd), beschermde soorten
Cultuurhistorie en erfgoed
Cultuurhistorische en archeologische waarden
Energie en grondstoffen
Energieverbruik, duurzame opwekking en energieinfrastructuur, circulariteit
Klimaat
Hitte, wateroverlast, overstroming, broeikasgassen
Bedrijvigheid en werkgelegenheid
Bedrijvigheid en werkgelegenheid
Bereikbaarheid
Autobereikbaarheid, fiets- en wandelnetwerk, openbaar vervoer, duurzame en slimme mobiliteit, ketenmobiliteit en MaaS
Hoewel de omgevingsvisie streeft naar consistentie in ambities en doelen, kunnen ze ook strijdig zijn met elkaar. Daarom wordt in het OER met botsproeven beoordeeld in hoeverre er risico’s zijn dat nieuwe beleidsuitspraken tot strijdigheid in doelbereik leidt. In deze botsproeven wordt nieuw beleid dat voldoende concreet is om te beoordelen onderling met elkaar geconfronteerd. Daarbij wordt beoordeeld of er kansen zijn dat nieuwe beleidsonderdelen qua impact op de leefomgeving onderling versterkend zijn (‘synergie’) of dat er risico’s zijn dat ze strijdig zijn. Van daaruit kunnen conclusies worden getrokken in hoeverre de ambities en beleidsuitspraken onderling verenigbaar of onderling strijdig zijn.
4.3
Alternatieven
Daar waar op verschillende manieren nieuw beleid mogelijk is om ambities te behalen en waarbij de impact op de leefomgeving verschillend uit kan pakken, zullen in het OER (beleids)alternatieven beoordeeld worden. In het OER wordt dat op de volgende manier gedaan. De vier in paragraaf 2.2 benoemde thema´s beschrijven een ‘basisscenario’ voor nieuw beleid. De gemeente moet nog keuzes maken welke exacte beleidsinvulling zij in de omgevingsvisie wil opnemen. De thema’s zijn te zien als knoppen op een mengpaneel. Gezamenlijk bepaalt de onderlinge verhouding van de thema’s de inrichting van de fysieke leefomgeving. Daarbij kan gevarieerd worden in hoeverre de verschillende thema’s dominanter of minder dominant ingevuld worden. De manier waarop deze knoppen opengedraaid worden is nog te bepalen. Die keuzes zijn onder andere afhankelijk van de mate waarop zij impact hebben op de leefomgeving en hoe het goed passend is te maken in een integrale visie op de leefomgeving. Voorbeelden van dergelijke nog te maken keuzes zijn de hoeveelheid nieuw te realiseren woningen, de mate waarin groen en water worden toegevoegd en de mate waarin invulling wordt gegeven aan meer ruimte voor ander vervoer dan de auto. Inzet voor het OER is dat een basisscenario met nieuw beleid en enkele varianten daarop in beeld gebracht worden.
Het basisscenario bevat nieuw beleid voorkomend uit al eerder gemaakte keuzen of vastgelegde kaders. De varianten daarop bevatten nieuwe beleidselementen waar nog een keuze gemaakt moet
25-8-2021
NRD OMGEVINGSVISIE GORINCHEM
BI1134MIRP2107261138
12
worden. Elke variant bevat verschillende beleidsinvullingen die van elkaar en het basisscenario verschillen. In het OER wordt in beeld gebracht hoe het basisscenario en de varianten daarop ten opzichte van de autonome ontwikkeling en elkaar scoren, en kunnen bijdragen aan het halen van beleidsdoelstellingen (‘doelbereik’). Hiermee levert het OER de informatie over de effecten op de leefomgeving voor de keuze van een voorkeursscenario die in de uiteindelijke omgevingsvisie wordt opgenomen en in het OER beoordeeld.
4.4
Abstractieniveau OER passend bij karakter omgevingsvisie
Vanwege de lange termijn waar de omgevingsvisie op van toepassing is (2050), hebben beleidsuitspraken in een omgevingsvisie over het algemeen een relatief abstract karakter. In de effecten van dat beleid zitten daarom onzekerheden. In hoeverre verwachte effecten daadwerkelijk optreden is vooral afhankelijk van de (nu nog onbekende) verdere uitwerking van de omgevingsvisie in programma´s en gebiedspecifieke uitwerkingen die zich op de kortere termijn richten. De beoordeling van effecten in het OER sluit aan op het abstractieniveau van de omgevingsvisie. Daarom worden de effecten van de omgevingsvisie in het OER beschreven in termen van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten.
25-8-2021
NRD OMGEVINGSVISIE GORINCHEM
BI1134MIRP2107261138
13
5
Wanneer welke vervolgstappen
5.1
Proces en tijdspad omgevingsvisie
1. Brede participatie inwoners Gorinchem (September, oktober 2021) Door middel van bewonersenquêtes en themabijeenkomsten worden inwoners geïnfomeerd en geraadpleegd. Input vanuit inwoners wordt meegenomen in de verdere uitwerking van de omgevingsvisie. 2. Opstellen omgevingsvisie (september, oktober, november 2021) Het projectteam van de gemeente Gorinchem verwerkt de verkregen informatie vanuit de brede participatieronde tot een geheel. De omgevingsvisie wordt aangescherpt en samen met de uitkomsten vanuit het OER wordt toegewerkt naar een integrale, samenhangende Omgevingsvisie. 3. Sessie gemeenteraad Informatie & Ontmoeting (I&O) Omgevingsvisie (november, december 2021) De voorlopige resultaten van de Omgevingsvisie en de vorderingen binnen het OER worden gepresenteerd en met de gemeenteraad besproken. Hierover vindt inhoudelijke discussie plaats en raadsleden hebben de mogelijkheid om vragen te stellen en hun visie te delen, toewerkend naar een eindproduct. 4. Sessie gemeenteraad Beraad & Advies (B&A) Omgevingsvisie (januari 2022) De Ontwerp Omgevingsvisie wordt ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd en vervolgens met het OER 6 weken ter visie gelegd. Dit is dan voorafgegaan door een I&O-moment met de gemeenteraad, op basis waarvan de Ontwerp Omgevingsvisie mogelijk nog aangescherpt is.
Een ieder wordt in deze 6 weken in de gelegenheid gesteld zienswijzen in te dienen op de Omgevingsvisie. 5. Besluitvorming en vervolg januari/februari 2022 De omgevingsvisie en het OER worden vastgesteld door het bevoegd gezag, de gemeenteraad van Gorinchem.
5.2
Proces en tijdspad plan-m.e.r.
De m.e.r.-procedure voor de omgevingsvisie voor Gorinchem verloopt in lijn met de wettelijke vereisten als volgt: 1. Openbare kennisgeving van het voornemen door bevoegd gezag. De m.e.r.-procedure start met een bekendmaking van het voornemen via een openbare kennisgeving en publicatie van voorliggende NRD. De NRD kan een ieder inzien op het gemeentehuis en via de gemeentelijke website. 2. Raadplegen betrokken instanties over reikwijdte en detailniveau van het OER en vaststellen reikwijdte en detailniveau (oktober 2021) Bij de planvorming betrokken bestuursorganen en organisaties worden actief geraadpleegd over de reikwijdte en het detailniveau van het OER. Verder kan een ieder schriftelijk reageren op deze NRD. De ontvangen opmerkingen/adviezen worden meegenomen bij het opstellen van het OER. 3. Opstellen OER (september-december 2021) Wanneer de NRD vastgesteld is, wordt direct een doorstart gemaakt met het opstellen van het OER. Het opstellen van het OER loopt gelijk met de uitwerking van de conceptversie van de omgevingsvisie.
25-8-2021
NRD OMGEVINGSVISIE GORINCHEM
BI1134MIRP2107261138
14
4. Ter inzage leggen OER en Ontwerp Omgevingsvisie (januari, februari 2022) Het OER wordt samen met de Ontwerp Omgevingsvisie 6 weken ter visie gelegd. Een ieder wordt in deze 6 weken in de gelegenheid gesteld zienswijzen in te dienen op het OER. De Commissie voor de m.e.r. toetst in deze periode de kwaliteit van het OER en beoordeelt of de juiste informatie over de leefomgeving aanwezig is om een besluit over de omgevingsvisie te kunnen nemen. 5. Besluit en vervolg (januari/februari 2021) De omgevingsvisie en het OER worden vastgesteld door het bevoegd gezag, de gemeenteraad van Gorinchem.
25-8-2021
NRD OMGEVINGSVISIE GORINCHEM
BI1134MIRP2107261138
15
Begrippenlijst Doelstelling/ambitie (in Omgevingsvisie)
Toestand van de leefomgeving die nagestreefd wordt.
Alternatieven
De mogelijke ‘manieren’ waarop het beleid gerealiseerd kan worden. Daarbij gaat het om andere manieren om de doelstellingen gekoppeld aan een bepaalde activiteit (in aanvaardbare mate) te behalen. De Wet milieubeheer en ook de Omgevingswet stellen dat alleen de alternatieven die redelijkerwijs een rol kunnen spelen in de besluitvorming beschouwd moeten worden.
Autonome ontwikkeling
Ontwikkelingen (meestal op het gebied van de ruimtelijke ordening) waarover een besluit is genomen en die plaatsvinden ongeacht of één van de alternatieven uit het OER gerealiseerd worden.
Beoordelingskader
Set beoordelingsaspecten waarmee beoordeeld wordt: a) wat de effecten van het nieuwe beleid zijn op de leefomgeving b) in hoeverre met het beoogde beleid de beleidsdoelen worden gehaald ('doelbereik')
Beleidsinstrument
Middel dat een overheid inzet om beleid uit te voeren, bijvoorbeeld: Omgevingsvisie, omgevingsplan, (uitvoerings)programma, omgevingsvergunning, subsidieregeling.
Bevoegd gezag
Eén of meer overheidsinstanties die bevoegd zijn om over de activiteit van de initiatiefnemer een besluit te nemen.
Commissie voor de m.e.r.
Een bij wet ingestelde landelijke commissie van onafhankelijke milieudeskundigen. Zij adviseren het bevoegd gezag over de kwaliteit van de informatie in het milieueffectrapport en naar wens ook over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport.
Effect (in OER)
Concreet gevolg van beleid op de leefomgeving.
Inspraak
Mogelijkheid om informatie te krijgen en op basis daarvan een mening, wensen of bezwaren kenbaar te maken, bijvoorbeeld voor een activiteit waarover door de overheid een besluit zal worden genomen.
Kennisgeving
Het openbaar maken van een voornemen om een m.e.r.-procedure te starten en of een m.e.r.-plichtig plan vast te stellen.
NRD
Notitie Reikwijdte en Detailniveau: notitie die beschrijft waar de m.e.r.procedure wel en niet overgaat (‘reikwijdte’), welke aspecten in het OER onderzocht gaan worden en met welke diepgang (‘detailniveau’).
Omgevingsvisie
Plan waarin de gemeente het beleid voor de leefomgeving op lange termijn vastlegt.
m.e.r
M.e.r. staat voor ‘milieueffectrapportage’ en is de procedure waarbinnen een planMER/OER wordt opgesteld. De toevoeging ‘Plan’ wil zeggen dat het om een m.e.r. voor een plan gaat, zoals een Omgevingsvisie.
MER
MER staat voor ‘Milieueffectrapport’ en bevat de resultaten van het onderzoek naar de (milieu)effecten binnen een m.e.r. De toevoeging ‘Plan’
25-8-2021
NRD OMGEVINGSVISIE GORINCHEM
BI1134MIRP2107261138
16
wil zeggen dat het om een MER voor een plan gaat, zoals een Omgevingsvisie. Een MER voor een Omgevingsvisie wordt OER genoemd. Ter inzage leggen
Gedurende een bepaalde periode belanghebbenden de gelegenheid geven om op een voornemen of ontwerp-plan te reageren met een zienswijze.
Uitvoeringsprogramma
Programma waarin beleidsdoelstellingen (wat gaan we doen?) worden vertaald naar concrete acties en interventies (hoe gaan we dat doen?)
Zienswijze
Reactie die een belanghebbende aan het bevoegd gezag kan sturen als reactie op de kennisgeving over een voornemen.
25-8-2021
NRD OMGEVINGSVISIE GORINCHEM
BI1134MIRP2107261138
17
A1 • • • • • • • • • • •
Betrokken beleidsstukken Afval- en Grondstoffenbeleid – Strategienota 2021-2025 Beleid Openbare Ruimte 2021-2025 Economische Visie van en voor de gemeente Gorinchem Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2021-2026 Integraal Sociaal Beleid 2019-2024 Integraal Veiligheidsplan 2019-2022 Mobiliteitsvisie Gorinchem 2040 Mobiliteitsvisie Gorinchem 2040 – uitwerking maatregelen Regionale Energiestrategie 1.0 Alblasserwaard Woon- en Transformatievisie Gorinchem
25-8-2021
NRD OMGEVINGSVISIE GORINCHEM
BI1134MIRP2107261138
18