CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-769894 Begroting 2022 - Verordening precariobelasting 2022.pdf

Raadsvergadering 4 november 2021, gemeente GorinchemBij agendapunt: Vaststellen raadsvoorstellen Belastingverordeningen 2022 (onderdeel van rv Begroting 2022-2025)1.819 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERORDENING PRECARIOBELASTING 2022

De raad van de gemeente Gorinchem; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 5 oktober 2021, nr. Z/21/716924/D-769894 gelet op artikel 228 van de Gemeentewet; b e s l u i t: vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2022 (Verordening Precariobelasting 2022).

Artikel 1. Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a.

dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een gedeelte daarvan;

b.

week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen;

c.

maand: een kalendermaand;

d.

jaar: een kalenderjaar

e.

vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben.

Artikel 2. Belastbaar feit Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van

voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 3. Belastingplicht 1.

De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of

boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van

wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. 2.

In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.

Artikel 4. Vrijstellingen De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van: a.

voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van

artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen; b.

voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met

c.

voorwerpen, welke rechtens moeten worden gedoogd;

d.

deuren, welke krachtens een wettelijk voorschrift naar buiten moeten openslaan;

e.

brievenbussen en telefooncellen;

f.

afvoerbuizen van hemelwater, welke aan een gebouw zijn aangebracht en niet meer dan 0,15 meter

g.

voorwerpen, welke uitsluitend voorzien in een algemeen belang dan wel worden gebezigd voor

h.

buizen in de grond, tot lozing van fecaliën, huishoud- of hemelwater;

i.

voorwerpen op de openbare weg bij kleinschalige niet-commerciële buurtactiviteiten;

j.

wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB en van

k.

bloemen- of plantenbakken.

uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde;

buiten de gevel uitsteken;

weldadige doeleinden en welke niet worden geëxploiteerd tegen betaling;

andere overeenkomstige instellingen;

Artikel 5. Maatstaf van heffing en belastingtarief De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze

verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.

Artikel 6. Berekening van de precariobelasting 1.

Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel

genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt.

2.

Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de

3.

De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee

4.

Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de

oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald. aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek.

voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de

berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij

blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is. 5.

Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn

opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze.

6.

7.

In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting: a.

indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is

b.

indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of weektarief is

opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week;

opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand.

Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand

omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak.

Artikel 7. Belastingtijdvak 1.

In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het

belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een

kalenderjaar overschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar. 2.

In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.

Artikel 8. Wijze van heffing 1.

De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven.

2.

In afwijking van het eerste lid wordt de voor een dag verschuldigde precariobelasting geheven door

middel van een mondelinge kennisgeving, dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 9. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.

In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van

2.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven

het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat

tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog

volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,-. 4.

Belastingbedragen van minder dan € 10,- worden niet geheven.

Artikel 10. Termijnen van betaling 1.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in

twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

2.

In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet

verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 50,-, doch minder is dan € 10.000,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van

automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in elf gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3.

4.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de precariobelasting worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 8, tweede lid: a.

mondeling wordt gedaan, op het moment van de kennisgeving;

b.

schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending ervan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 11. Kwijtschelding Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12. Overgangsrecht De “Verordening Precariobelasting 2021”, vastgesteld bij raadsbesluit van 12 november 2020, wordt

ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met

dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 13. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.

Artikel 14. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Precariobelasting 2022”.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 4 november 2021 de griffier,

de voorzitter,

Tarieventabel 2022, behorende bij de 'Verordening precariobelasting 2022’

Omschrijving 1

Het tarief bedraagt:

1.1.1

voor een ligplaats voor een woonark per m2 per jaar

€

7,10

1.1.2

voor het gebruik of genot van gemeentewater per m2 per jaar

€

13,70

1.2.1

voor een standplaats voor onbepaalde tijd per m2 per dag per jaar

€

76,65

1.2.2

voor tijdelijke standplaatsen, braderieën en incidentele markten per m2 per dag

€

2,95

1.3.1

voor een hek, schutting, haag, windscherm of dergelijke afscheiding, goot, buis,

€

7,45

1.3.2

voor een bordes, erker, schoorsteen, licht- of luchtkoker, kelderingang een en

€

7,80

1.3.3

voor het gebruik van een leiding waarmee afvalwater ongezuiverd op

€

43,85

1.3.4

Het aantal vervuilingseenheden wordt gesteld op het aantal eenheden dat het

1.4.1

voor een schutting of ander soort afscheiding ten behoeve van de uitvoering van

1.4.1.1

per dag

€

0,47

1.4.1.2

per week

€

1,40

1.4.1.3

per maand

€

3,95

1.4.1.4

per jaar

€

13,30

1.4.2

voor de door de onder 1.4.1 genoemde afscheiding ingenomen grond, alsmede voor

1.4.2.1

per dag

€

0,47

1.4.2.2

per week

€

1,40

leiding, koker of kabel per strekkende meter per jaar

ander deel uitmakend van een gebouw per m2 per jaar

oppervlaktewater kan worden afgevoerd, per vervuilingseenheid per jaar

Bureau Verontreinigingsheffing Rijkswateren ter zake heeft vastgesteld

nieuwbouw, verbouw of onderhoud van een gebouw per m1

het daarbuiten opslaan van bouwmaterialen, werktuigen of gereedschappen per m2

1.4.2.3

per maand

€

3,95

1.4.2.4

per jaar

€

13,30

1.4.3

Indien de ingenomen gemeentegrond zoals genoemd in 1.4.1 en 1.4.2 één of

€

14,80

meerdere parkeerplaatsen omvat waarvoor ingevolge de Verordening

Parkeerbelastingen parkeergeld is verschuldigd, wordt de overeenkomstig deze artikelen berekende precariobelasting per dag per ingenomen parkeerplaats verhoogd met

Behoort bij raadsbesluit van 4 november 2021

De griffier van Gorinchem,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=93e94d15-e9bc-4d36-8b6f-591d1f910709