2019-663701 Bijlage procedure benoeming wethouders.pdf
Tekst van het document
Procedure benoeming wethouders Doel Volgens artikel 35 van de Gemeentewet worden wethouders benoemd door de raad. Het ligt daarom voor de hand dat de raad het beleid over aanstelling van wethouders zelf formuleert en vaststelt. Op deze manier kan de raad zorgvuldig beoordelen of kandidaat-wethouders naast het voldoen aan de formele wettelijke regels, ook in andere opzichten vrijelijk kunnen functioneren.
Procedure 1. Politieke partijen maken hun kandidaat/kandidaten bekend Tijdens de coalitieonderhandelingen wordt duidelijk welke partijen de coalitie gaan vormen. Deze partijen kondigen in een brief aan de voorzitter van de gemeenteraad hun kandidaat-wethouder(s) aan en de deeltijdsfactor (bij tussentijdse benoemingen: de beoogd wethouder). Deze brief is als bijlage toegevoegd aan het raadsvoorstel ‘benoeming en beëdiging wethouders’.
2. Burgemeester verstrekt opdracht voor risicoanalyse Als de kandidaten/kandidaat bekend zijn/is, verstrekt de burgemeester de opdracht voor het uitvoeren van een risicoanalyse aan een extern bureau. De kandidaten leveren een VOG aan bij het bureau. Het bureau levert het rapport pas aan als het de VOG’s (Verklaring Omtrent Gedrag) van de kandidaten in zijn bezit heeft.
3. Extern bureau doet onderzoek en geeft advies Het onderzoek bestaat uit drie onderdelen en eindigt met een advies.
a. formele benoemingstoets Het extern bureau toetst de kandidatuur aan de Gemeentewet. Het gaat dan om: o formele benoembaarheidsvereisten (Gemeentewet art.36a en 10; zoals niet uitgesloten zijn van het kiesrecht) o onverenigbare functies (Gemeentewet art. 36b, waaronder het niet vervullen van onverenigbare nevenfuncties; art. 41) o verboden handelingen (Gemeentewet, art. 41c, lid 1 in combinatie met art. 15, lid 1 en 2) Als hulpmiddel gebruikt het bureau een standaard vragenlijst. Zo’n vragenlijst voorkomt dat kandidaten relevante zaken vergeten te vertellen én dat het bureau vergeet ernaar te vragen. Zou een kandidaat iets verzwijgen, dan is dat achteraf eenduidig vast te stellen, zo gaat van de procedure een preventieve werking uit.
b. dossieronderzoek Het dossieronderzoek gaat verder dan onderzoek naar de formele beletselen alleen. Zo kan onderzocht worden welke aspecten uit het zakelijke of privéleven nog niet aan de orde zijn geweest, die wel van invloed kunnen zijn op iemands functioneren als wethouder. Bijvoorbeeld of iemand op social media actief is, en welke vormen dat aanneemt. Of welke bestuursfuncties in het verleden zijn bekleed waarover incidenten in de risicosfeer te melden 1
zijn. Ook kan aan de hand van bij de kandidaat opgevraagde gegevens nagegaan worden, wat de motivatie achter de kandidaatstelling is.
c. Persoonlijk risicoprofielgesprek Dit gesprek brengt persoonlijke integriteitsrisico’s in een strikt vertrouwelijk gesprek met de kandidaatwethouder(s) in kaart. Dit gebeurt aan de hand van een set vragen. Het externe bureau stelt deze vragen op. De commissie Onderzoek Geloofsbrieven (verder: de commissie) krijgt inzicht in de vragenlijst en kan de lijst aanvullen.
d. Advies: rapportage met de eindconclusie De eindconclusie uit de benoemingstoets, het dossieronderzoek en het risicoprofielgesprek, is een advies van het extern bureau aan de burgemeester: het rapport van bevindingen. De burgemeester ontvangt over iedere kandidaat zo’n rapport. De burgemeester ontvangt het rapport onder geheimhouding. De kandidaat geeft daar toestemming voor. Naast de rapporten levert het bureau een brief aan voor de gemeenteraad. Deze brief bevat de resultaten van de integriteitstoets van de kandidaten. Er zijn nu drie conclusies mogelijk: - bij de benoeming zijn geen belemmeringen; - bij de benoeming zijn belemmeringen; - Er zijn belemmeringen waarvan de kandidaat het ongewenst vindt dat die gedeeld worden met de commissie, terwijl hij zijn kandidatuur wenst te handhaven.
4. Burgemeester voert een integriteitsgesprek De burgemeester bespreekt de conclusies en de eventueel te nemen risico beheersende maatregelen met de kandidaat. Daarbij komt de integriteit en mogelijke (andere) beletselen voor de benoeming nadrukkelijk aan de orde. De burgemeester bewaakt de uitvoering van deze risico beheersende maatregelen.
5. Burgemeester rapporteert De burgemeester komt naar buiten met zijn bevindingen. Bij die vervolgprocedure speelt de commissie een rol. Daarover meer onder stap 6.
Het document: Verslag van Bevindingen Het advies van het extern bureau en het gesprek met de burgemeester wordt samengevat in een Verslag van Bevindingen. De griffie laat dat verslag opstellen. Dat verslag wordt toegevoegd aan de geloofsbrieven. Het verslag bevat een eenduidig oordeel.
De vervolgprocedure: de commissie De burgemeester legt de bevindingen uit de risicoanalyse voor aan de commissie. De commissie kan voor de burgemeester aanspreekpunt en constructieve tegenkracht zijn. Er zijn nu vier mogelijkheden: - Er zijn geen beletselen; de burgemeester deelt de conclusies met de commissie. - Er zijn beletselen; de kandidaat trekt zich terug; de burgemeester deelt de conclusies niet met de commissie (er hoeft immers geen oordeel door de commissie meer te worden gevormd). De procedure wordt herhaald met een andere kandidaat. - Er zijn beletselen; de kandidaat handhaaft zijn kandidatuur; de burgemeester deelt de conclusies met de commissie. 2
-
Er zijn bevindingen waarvan de kandidaat het ongewenst vindt dat die gedeeld worden met de commissie, terwijl hij zijn kandidatuur wenst te handhaven. In dat geval informeert de burgemeester de commissie daarover en adviseert de commissie negatief.
6. De raad benoemt de commissie De commissie bestaat uit drie raadsleden. De leden van de commissie worden in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling door de raad benoemd.
7. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en maakt procesafspraken De commissie onderzoekt de benoembaarheid van de aanbevolen kandidaten (zie artikel 5 en 6, RvO). Daarvoor onderzoekt de commissie de geloofsbrieven. Het Verslag van Bevindingen maakt deel uit van de geloofsbrieven. De commissie oordeelt niet over de inhoud van het verslag. Daarnaast maakt de commissie in haar eerste vergadering afspraken over het proces.
a. De commissie toetst de wettelijke bepalingen voor de benoembaarheid Een geloofsbrief bestaat, naast het Verslag van Bevindingen uit schriftelijke bewijsstukken die de kandidaten moeten overleggen. Uit die bewijsstukken moet blijken dat hij voldoet aan de wettelijke eisen voor het lidmaatschap van het college. - formele benoembaarheidsvereisten (Gemeentewet art.36a en 10; zoals niet uitgesloten zijn van het kiesrecht) - onverenigbare functies (Gemeentewet art. 36b, waaronder het niet vervullen van onverenigbare nevenfuncties; art. 41) - verboden handelingen (Gemeentewet, art. 41c, lid 1 in combinatie met art. 15, lid 1 en 2)
b. De commissie toetst de aanvullende eisen a. Het kunnen overleggen van een VOG is een aanvullende eis. De commissie toetst of deze verklaring deel uitmaakt van de schriftelijke bewijsstukken.
c. De commissie maakt afspraken over de geheimhouding Op het onderzoek, de conclusies en het verslag van bevindingen rust geheimhouding. De geheimhouding wordt bekrachtigd in de eerst volgende besloten raadsvergadering. Er zijn nu twee mogelijkheden. 1. Raadsleden nemen onder geheimhouding kennis van de stukken De burgemeester en de commissie kunnen aan de raad en aan zijn leden stukken onder oplegging van geheimhouding overleggen. 2. De commissie legt zichzelf geheimhouding op De burgemeester kan de commissie andere stukken overleggen. Daarna moet de geheimhouding in acht worden genomen. Deze verplichting richt zich in elk geval tot iedereen die kennis heeft van die geheime informatie. Hij kan die informatie hebben gehoord in die besloten vergadering of gelezen in het stuk waarop geheimhouding ligt. De commissie kan geheimhouding opleggen en opheffen. Dat komt omdat de commissie een gemeentewettelijke grondslag heeft (artikel 86 Gemeentewet).
3
a. De commissie bepaalt wat er naar buiten gaat In de commissie bespreken de leden op twee momenten hoe ze omgaan met de geheimhouding. Vooraf stellen ze vast wat ze delen met de rest van de raad. Zo bepaalt de commissie wat er wordt gedeeld met de raad over de stemverhouding in de commissie. Ook spreken de commissieleden af op welke manier de raad geïnformeerd wordt: schriftelijk en vertrouwelijk. Daarmee ontstaat er duidelijk over wat er wel en niet gedeeld mag worden uit het overleg. Achteraf bespreken de leden die geheimhouding nog eens. Nu om geen onduidelijkheid te laten bestaan naar elkaar.
b. De commissie maakt afspraken over de verslaglegging De commissieleden spreken af hoe er gerapporteerd wordt over hetgeen in de commissie wordt besproken. Zo kan de commissie ervoor kiezen om hun overleg schriftelijk vast te (laten) leggen. De commissie kan de gesprekken ook opnemen.
c. De commissie bouwt momenten voor reflectie in Een lid dat op enige manier persoonlijk betrokken is bij (een van de) kandidaat-wethouder(s) stelt die betrokkenheid ter discussie of trekt zich terug als lid. Daarnaast waakt de commissie ervoor overhaaste beslissingen te nemen; tussen de beraadslaging en de rapportage in de raad zit minimaal 24 uur (zie planning).
d. De commissie rapporteert haar bevindingen aan de raad De commissie neemt geen besluit, zij adviseert de raad over de benoeming van de wethouders. Dat doet de voorzitter van de commissie in de openbare raadsvergadering waarin de wethouders worden benoemd. Er zijn twee mogelijkheden: 1. De commissie adviseert positief In haar vergadering concludeert de commissie dat er geen belemmeringen zijn om de kandidaat/kandidaten te benoemen. 2. De commissie adviseert negatief De commissie komt tot de slotsom dat er mogelijk een substantiële integriteitsbelemmering is die niet weggenomen kan worden (‘toekomstig ernstig risico’). De commissie adviseert de raad nu negatief.
8. De raad besluit over de benoeming Het is aan de raad om wethouders te benoemen (gemeentewet, artikel 35). Dat betekent dat de raad in de nieuwe samenstelling hierover een besluit neemt.
Raadsleden brengen individueel en schriftelijk hun stem uit Tijdens de vergadering wordt er schriftelijk gestemd. Per kandidaat is er een stembrief met de mogelijkheid om “voor” of “tegen” te stemmen. Elk ingeleverd stembriefje telt als een uitgebrachte stem, tenzij blanco (naam kandidaat doorgehaald) of niet behoorlijk ingevuld. Elk raadslid, dus ook de kandidaat-wethouder (als hij raadslid is), heeft het recht zijn stem uit te brengen.
De commissie telt de stemmen De benoeming is een feit als er een volstrekte meerderheid is; als op meer dan de helft van de geldige stembriefjes de naam van één voorgedragen kandidaat staat. Voor de bepaling van de meerderheid tellen blanco of niet behoorlijk ingevulde stembriefjes niet mee. Staken de stemmen, dan wordt het nemen van het besluit tot benoeming van een wethouder aangehouden tot een 4
volgende raadsvergadering. In die volgende raadsvergadering wordt het benoemingsbesluit opnieuw in stemming gebracht. Als de stemmen dan weer staken, is het benoemingsvoorstel niet aangenomen: de beoogd wethouder niet tot wethouder is benoemd.
De stemming vindt plaats in een openbare raadsvergadering. De commissie telt de stemmen in het openbaar. Daarvoor wordt de commissie uitgebreid met een medewerker van de griffie. Het is aan de raad om te bepalen of een stembriefje wel of niet behoorlijk is ingevuld.
De kandidaat legt de eed of belofte af Na de stemming vraagt de raadsvoorzitter of de benoemde kandidaat zijn benoeming aanvaardt. Vervolgens legt de kandidaat de eed of belofte af en neemt plaats aan de collegetafel.
5
Bijlage 1: Planning
Week 1 – 3
Coalitie maakt kandidaten bekend Burgemeester verstrekt opdracht voor analyse Extern bureau stelt rapport beschikbaar aan burgemeester (na goedkeuring kandidaat) Gesprekken kandidaat-wethouders en burgemeester Verslag van Bevindingen beschikbaar voor kandidaten Verslag er rapportage beschikbaar voor commisise
Week 3-6
1e vergadering commissie: Commissie bepaalt wie inzage heeft in de stukken 2e vergadering commissie: Commissie heeft gesprek met kandidaat (niet verplicht) en licht de burgemeester in over haar bevindingen. 3e vergadering commissie: Commissie bepaalt wat er naar buiten gaat, hoe de verslaglegging verloopt, doet marginale toetsing en licht de burgemeester in over haar bevindingen.
Week 7
De (voorzitter van de) commissie adviseert de raad in een raadsvergadering over de benoeming
Bijlage 2: ARTIKEL 6. ONDERZOEK AANBEVOLEN WETHOUDERS 1. Indien in een raadsvergadering een wethouder moet worden benoemd doet de commissie voor de geloofsbrieven tevoren onderzoek naar de benoembaarheid van aanbevolen kandidaten. 2.
De commissie vormt zich daartoe een oordeel over de vraag of een aanbevolen kandidaat voldoet aan de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en artikel 41c, eerste lid van de Gemeentewet. Tevens vormt zij zich een oordeel over de benoembaarheid van een kandidaat op basis van zijn antecedenten, mede in het licht van de door de raad vastgestelde gedragscode voor burgemeester en wethouders.
3.
Ten behoeve van het oordeel over de antecedenten wordt onder verantwoordelijkheid van de burgemeester een onderzoek ingesteld. De conclusies van dit onderzoek worden door de burgemeester besproken met de aanbevolen kandidaat en, voor zover de kandidaat daarmee instemt, met de commissie. De conclusies en het rapport waarop zij berusten zijn geheim.
4.
De commissie rapporteert haar bevindingen over de benoembaarheid van een kandidaat aan de raad aan het begin van de beraadslagingen over de benoeming van een wethouder. Zij licht tevoren de burgemeester in.
5.
Indien de raad een wethouder benoemt die niet eerder was aanbevolen, dan wel waarover om een andere reden nog geen onderzoek heeft plaatsgevonden, vindt dit onderzoek en de rapportage van de bevindingen zo snel mogelijk plaats voordat de beëdiging plaatsvindt.
6