CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

201119 Verslag Parallelsessie I&O - Participatie.docx

Parallelsessie zaal 7 18 november 2021, gemeente Gorinchem2.579 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Parallelsessie Informatie en Ontmoeting, 19 november 2020 Participatie Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Raadsgriffie: Fracties: Portefeuillehouder: Ambtelijk: Notulen:

de heer B. Bahlmann de heer H. Sepers Stadsbelang-Democraten Gorinchem-VVD-PvdA-SGP/ChristenUnieCDA-SP-D66-GroenLinks-Gorcum Actief mevrouw R. Melissant-Briene (vervangt wethouder Van Doesburg) de heer E. Wolters notulistenbureau Leeuwenburgh-Vendrig

Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Hij leidt de bespreking kort in. Participatie Zoals aangekondigd in de RIB 2020-701256 "Bijeenkomst GO2032 en doorontwikkeling participatie" van 8 juli 2020 wordt gesproken over hoe een effectieve samenwerking met stad en omgeving eruit kan zien. Specifiek wordt ingegaan op een mogelijke route om als gemeente en stad planmatig ontwikkelstappen te zetten in de doorontwikkeling van de samenwerking met de stad. Het gaat om een eerste consulterende verkenning met de raad. Na de I&O wordt de vervolgroute bepaald. De heer Wolters geeft een presentatie (beschikbaar op iBabs) getiteld Al doende op weg naar Gorcumse aanpak. Hij gaat in op de aanleiding; er is voortdurend een reden om met participatie bezig te zijn. Het doel van deze sessie is de raad mee te nemen in wat er al gebeurt op dit gebied en wat de plannen zijn. De vragen die hij aan de raad wil stellen: 1. Welke onderwerpen vindt u belangrijk om als gemeente op te ontwikkelen? 2. Hoe ziet u uw eigen rol in de totstandkoming van een 'Gorcumse aanpak' (participatiebeleid) 3.

Hoe kan een vervolg met de raad (dus na deze I&O) eruitzien? Hij schetst de route van de Gorcumse aanpak en de onderwerpen van de leeragenda, onderwerpen die in lopende trajecten extra in de spotlight kunnen worden gezet, zoals uitdaagrecht, verduurzamen e-participatie, kaderstelling, verbinding beleidsontwikkeling en toekomstvisie, rol ambassadeurs GO2032 en andere stakeholders. De voorzitter bedankt voor de presentatie en geeft gelegenheid om vragen te stellen dan wel te reageren op de vragen. De heer Foppen merkt op dat de gemiddelde inwoner van Gorinchem weinig beeld zal hebben bij de ambtelijke termen die hij in de presentatie zag. Hoe wordt hiermee omgegaan? Het vertrouwen van burgers in de gemeente mist hij in dit kader; hoe wordt dat vertrouwen hersteld? Ook vraagt hij hoe bestaande vormen van participatie zoals de zeepkist passen in het participatiebeleid. De heer Wolters antwoordt dat de zeepkist past in de opsomming bij de participatiekalender. Er zou nadrukkelijker uitgenodigd kunnen worden voor de zeepkist en voor bijvoorbeeld I&O’s. De eerste twee vragen ziet hij als input en antwoord op de vraag inzake de leeragenda, dus niet ambtelijk communiceren en nagaan hoe het staat met het vertrouwen in de gemeente en hoe dit beïnvloed kan worden.

Parallelsessie I&O Participatie, 19 november 2020

Mevrouw Mager bedankt voor de presentatie en verwijst naar de bijeenkomst inzake Gorinchem 2032. Teleurstellend was het aantal mensen dat gehoor gaf aan de digitale oproep, maar het was wel een leuke bijeenkomst. Het is wel lastig om er conclusies aan te verbinden. Zij informeert naar de integraliteit van het geheel. Participatie heeft te maken met communicatie en een gedegen aanpak is belangrijk. In dit kader noemt zij de Omgevingswet. Hoe wordt de integraliteit opgepakt? De heer Wolters zegt dat hij niet meer ambassadeurs heeft gesproken. Het is de bedoeling na deze avond nog eens terug te gaan naar de ambassadeurs om dit onderwerp met hen te bespreken. Hopelijk met een wervender uitnodiging en een hogere opkomst. Wat betreft de integraliteit licht hij toe dat hij veel schakelt met de mensen die de omgevingsvisie ontwikkelen. In de omgevingsvisie moet ook een hoofdstuk komen over hoe om te gaan met de stad. Mevrouw Mager merkt op dat een heel zorgvuldig traject is doorlopen voor de Visie van de Stad. Zij vraagt zich af wat daar niet Gorcums aan was. De heer Wolters antwoordt dat hij niet heeft willen zeggen dat Go2032 niet Gorcums zou zijn. Eigenlijk is bedoeld laten we participatiebeleid ontwikkelen. We doen het al, maar we zouden moeten vastleggen hoe we het willen, er een werkwijze van maken. Go2032 is daar een inspirerend voorbeeld van waarop voortgeborduurd kan worden.

Mevrouw Hamann zegt dat de groep ambassadeurs een mooie groep was die de visie heeft voorbereid. Daarna heeft zij wel deelnemers horen mopperen dat ze lang niets van de gemeente hebben gehoord. Het is wel belangrijk om de groep bij elkaar te houden. Misschien is de groep aan vernieuwing of uitbreiding toe. Zij verwijst naar de bijeenkomst over energietransitie. Een aantal gemeenten heeft al veel aan participatie gedaan en ervaring opgedaan. Zij is niet zozeer gecharmeerd van een Gorcums model. Het lijkt haar goed te leren van de ervaringen van andere gemeenten. Wat betreft het vertrouwen van de inwoners in de gemeente merkt zij op dat dit laag is. Het is zeker een onderwerp om te onderzoeken. Veel mensen vinden dat de gemeente veel vraagt maar niets teruggeeft. De heer Wolters zegt dat hij ook de opkomst op 27 oktober heeft gezien. Ambassadeurs hebben ook aangegeven dat naar andere stakeholders gekeken moet worden. Met betrekking tot de RES zegt hij dat in Gorinchem daarin ook geparticipeerd is. Er moet wel voor gewaakt worden dat men participatie-moe wordt. Natuurlijk hoeft Gorinchem niet het wiel uit te vinden. Er wordt zeker geleerd van anderen maar er moet wel gekozen worden voor een goede aanpak die past bij de stad. De heer Oostrum onderschrijft de conclusies dat er vooral aan verbinding gedacht moet worden als het om participatie gaat.

De participatie bij Go2032 was van een andere orde dan wanneer het bijvoorbeeld over de herinrichting van een straat gaat. Het is goed om dat uit elkaar te houden. Vanuit het hoge abstractieniveau moet geprobeerd worden verbinding te krijgen met het lage abstractieniveau. Het is ook goed om projecten aan de ambities te binden en mensen te laten participeren die er echt mee te maken hebben. De heer Wolters bevestigt hetgeen over de abstractieniveaus is gezegd. Mevrouw Molengraaf reageert op wat gezegd is over de leeragenda en zegt dat vooral het momentum gepakt moet worden als het om participatie gaat. Zij verwijst naar de beweging die ontstond bij Go2032. Participeren moet je ook leren; er zijn zeker mensen in de stad die goede ideeën hebben voor de stad. De heer Wolters bevestigt dat mensen ook toegerust moeten worden om te kunnen participeren. Een vraag van de ambassadeurs is bijvoorbeeld wat het betekent om een ambassadeur te zijn, ben ik representant van een groep? Als ik daarop aangesproken wordt,

Parallelsessie I&O Participatie, 19 november 2020

wat moet ik dan doen? Dat zal ook zo zijn bij groepen die huiverig zijn om te participeren omdat zij minder vertrouwen hebben dat zij ook gehoord zullen worden. Daar zal aan gewerkt moeten worden. Participeren moet je leren vraagt om een vertaling. De heer Schefferlie merkt op dat het managen van verwachtingen in dit kader belangrijk is. Hij sluit zich aan bij de woorden van de heer Oostrum. Hij noemt in dit kader ook de inwonersparticipatie en de overheidsparticipatie. De wijken zijn nog wat passief. Hij noemt ook de inclusie. De heer Wolters begrijpt de inbreng inzake overheidsparticipatie en inclusie en neemt dit mee. Mevrouw Zwaan zegt dat haar eerste gedachte bij de Gorcumse aanpak is dat participatie draait om actief meedoen. Zij vraagt zich af of de gemeente meedoet in het dagelijks leven van de inwoners; is er een verbinding of is de gemeente alleen maar een instantie waar je komt als je iets nodig hebt of als je ergens last van hebt. Als dat beter verbonden kan worden kom je pas echt tot een Gorcumse aanpak. De gemeente moet overstappen van de NEE-houding naar JA. Zij noemt ook de overheidsparticipatie; kijk welk plan een burger heeft en help dat te verbeteren. Het right to challenge wordt nog steeds omgekeerd gezien. Het moet zijn dat de burger iets wil doen; de gemeente kan dan aangeven hoe het beter kan.

De rol van de raad zou eigenlijk zo klein mogelijk mogen zijn als het allemaal goed gaat. Participeren moet je leren is helemaal waar. De gemeente zou een budget beschikbaar kunnen stellen om mensen met ideeën te helpen. Op die manier kan reclame gemaakt worden voor participatie en worden mensen uitgedaagd. De heer Wolters bedankt voor de suggesties. Van NEE naar JA is iets wat nadrukkelijk opgepakt wordt in de organisatieontwikkeling. De relatie tussen de gemeente en het dagelijks leven van inwoners; in algemene zin is het zo dat veel inwoners de gemeente niet veel tegenkomen. Het is dan inderdaad belangrijk om momenten te benutten om aan de relatie te bouwen. Mevrouw Hamann merkt op dat right to challenge al enige tijd in het programma staat. Zij vraagt of er al een voorbeeld is van een challenge die aan de orde is geweest. Zij noemt ook de rol van de gemeenteraad en raadsleden in het kader van het zoeken naar verbinding. Hoe wordt daar tegenaan gekeken? De heer Wolters zegt dat er formeel nog geen sprake is geweest van een right to challenge. Overigens zijn de meningen verdeeld over de vraag of hier bij De Nieuwe Doelen sprake van is. Het gaat formeel om een taak die tot nu toe door de gemeente wordt gedaan waarvan de samenleving zegt wij kunnen dat goedkoper of beter en wij dagen de gemeente uit om dat aan ons over te dragen.

De Nieuwe Doelen kan je al of niet right to challenge noemen. In ieder geval zitten er elementen in die uitdagend zijn in dat spectrum. Het is uitdagend om een heel open uitnodiging aan de stad te doen. De rol van de raad zou uitgebreid zijn met een vierde rol; de vraag is wat voor rol de raad zelf wil pakken. Verbinden kan een uitdaging zijn en misschien wil de raad dat onderdeel van de leeragenda laten zijn. Daarbij komt ook wel de kaderstelling aan de orde. Mevrouw Hamann noemt in dit kader de RES en de Omgevingswet. Raadsleden moeten dat wel doen, maar hoe dan? Kan de gemeente het right to challenge aanjagen? De heer Wolters merkt op zegt dat de vraag ook is of er dingen zijn waarvan de gemeente het aandurft om zich open te stellen en zich te laten challengen. Dat kan onderdeel van een ontwikkeling zijn. De gemeente kan er actief in zijn. Bij de Omgevingswet komt de kader stellende rol van de raad aan de orde. Bij de omgevingsvisie komt ook de participatie met de stad aan de orde. Participatie met de stad doe je als college, organisatie en raad samen. In de leeragenda is dat ook opgenomen. Bij

Parallelsessie I&O Participatie, 19 november 2020

bepaalde dossiers kan dan met een startnotitie gewerkt worden. Dat is ook een ontwikkelpad voor raad, organisatie en college. De voorzitter verzoekt de raadsleden om te reageren op de vragen die de heer Wolters heeft gesteld. De heer Wolters zegt dat hij al veel antwoorden heeft gehad, maar hij is nog wel benieuwd naar hoe de raad naar het vervolg kijkt. Hoe wil de raad meegenomen worden in het komen tot een Gorcumse aanpak? Mevrouw Mager merkt op dat er al veel is geschreven over participatie. Zij zag in de presentatie twee sporen: leren door te doen sprak haar erg aan en wat betreft de Gorcumse aanpak verwijst zij naar de inbreng van de heer Oostrum. Participatie op zich moet je met elkaar doen en steeds weer in een ander traject. Het heeft veel aspecten waardoor het lastig lijkt om tot één beleid te komen. Het verwachtingenmanagement is ook erg belangrijk. Het leren door te doen spreekt haar voor de raad het meeste aan. Mevrouw Zwaan vindt het een lastige vraag hoewel ze de vraag waardeert. Waarschijnlijk heeft de bestuursadviseur er betere ideeën over dan de raad. Zij sluit zich wel aan bij de inbreng van mevrouw Mager. De raad moet het gewoon gaan doen en daarvan leren. Af en toe kan er dan over gesproken worden hoe het gaat en hoe het beter kan. De heer Foppen sluit zich aan bij de vorige sprekers.

De raad moet het gewoon gaan doen en het moet ook gaan over de participatie en het gesprek met de gewone Gorcummer. De heer Schefferlie merkt op dat het misschien goed is als bestuurders en ambtenaren naar elkaars rollen kijken in het leerproces. Hij hoopt dat bij belangrijke onderwerpen vooraf goed gekeken wordt naar het participatieproces. Verder sluit hij zich aan bij de woorden van mevrouw Mager. De heer Kuijten ziet het als een dynamisch proces. De leeragenda kan verder uitgerold worden. De heer Wolters heeft dat goed toegelicht en hij steunt de opvatting van mevrouw Mager om vooral te leren door te doen. Hij ziet de uitnodiging hiertoe tegemoet. Mevrouw Hamann vindt leren door te doen ook belangrijk. Ook moet het vertrouwen van de inwoners gewonnen worden. Misschien kan de groep ambassadeurs aangevuld worden voor een revival. Zij noemt ook het e-panel en het horen van een groep unusual suspects. Dat lijkt haar erg belangrijk. De heer Van Breemen zegt dat als het over participatie gaat er altijd gesproken wordt over hoe we moeten praten met onze inwoners. We vergeten dan om te praten met de inwoners. Nu ook weer in deze I&O zonder O. Input van de inwoners hiervoor is wel belangrijk. Hij sluit zich aan bij de woorden van de heer Schefferlie over de participatie bij belangrijke processen. Zo kan de raad ook sturen.

Het blijft ook belangrijk om steeds aan te geven met wie is gesproken en wat daarvan is overgenomen en wat niet is overgenomen. Een Gorcumse aanpak is mooi, maar het is niet de bedoeling het wiel uit te vinden. Misschien zijn er gemeenten die al bedacht hebben hoe de unusual suspects benaderd kunnen worden. Kijk vooral eens rond en neem de raad vooral mee in de praktijk. Mevrouw Molengraaf denkt dat het belangrijk is om de raad goed mee te nemen als er ontwikkelingen zijn; dat kan ook via een raadsinformatiebrief. Het is ook een opdracht aan de raad zelf om input op te halen in de stad. De heer Van Mourik merkt op dat hij in de raad is gekomen door een burgerinitiatief. Hij benadrukt dat betrokkenheid belangrijk is. Wijkbeheer heeft hij niet gehoord. De klankborden zijn heel belangrijk. In het verleden is veel ervaring opgedaan met mevrouw Tonkens. Het is ingewikkelder dan het lijkt. Hij verwijst naar de website Samen Gorinchem. Hij is benieuwd naar de belangstelling daarvoor. Hij hoort vaak de klacht dat als mensen

Parallelsessie I&O Participatie, 19 november 2020

iets aan de gemeente vragen zij niets meer horen. Inwoners zou goed de weg gewezen moeten worden. De raadsleden moeten de burgers daarbij ook ondersteunen. Naast de ambassadeurs zijn er nog veel meer mensen die bij zaken betrokken kunnen worden. Daar moet gebruik van gemaakt worden; zoek die mensen op. De heer Oostrum meent dat er vooral mee aan het werk gegaan moet worden. Meer verbinding aanbrengen tussen ambities en uitvoering. Zorg voor een ambtelijke trekker en een of meer ambassadeurs die niveaus met elkaar kunnen verbinden en zorg voor continuïteit. Zorg ervoor dat mensen ook terugzien dat participatie zin gehad heeft. De heer Wolters zegt dat er veel elementen zijn meegegeven waar zeker gebruik van gemaakt zal worden. Hij hoort niet dat er keihard beleid gemaakt moet worden maar dat er vooral veel zelf gedaan moet worden. Het is ook goed om al doende te reflecteren met elkaar. Sluiting De voorzitter bedankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering.

Parallelsessie I&O Participatie, 19 november 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=075fa4ae-bfb9-4f15-ba04-9a70d8b45fb2