2-Bijlageboek rapportage Caribabad
Tekst van het document
39
Geen visuele foto beschikbaar i.v.m. nachtopname
Glijbaantoren Warmteverlies door uitstroom van warme lucht (rode vlekjes)
40
Jupiterweg 6 3893 GD Zeewolde Telefoon: 036-5220043 info@isovast.nl www.isovast.nl
5
Bijlage 5: kabels en leidingen bestaand perceel
datatransport KL1010 datatransport KL1011 datatransport KL1051 datatransport KL1081 datatransport KL1097 datatransport KL1127 datatransport KL1775 datatransport PV0028 gas lage druk KL1081 hoogspanning KL1081 laagspanning GM0512 laagspanning KL1081 laagspanning KL1775 laagspanning PV0028 middenspanning KL1081 overig KL1775 riool over/onderdruk GM0512 riool vrijverval GM0512 riool vrijverval KL1775 water KL1184
KLIC-nummer: 23O0012384 - 1 Overzichtskaart
0
52
104 meter
pagina: 1 van 1 schaal:
Caribaba
1:2062
d
linksonder: X: 124.375,0 Y: 427.907,0 rechtsboven: X: 124.742,0 Y: 428.353,0
6
Bijlage 6: gedetailleerde kaarten, aanwijzingen en analyses Natura 2000 gebieden
1SPKFDUCFSFLFOJOH LET OP: deze berekening is niet bedoeld voor de aanvraag van een omgevingsvergunning, maar als indicatieve verkenning. Een definitieve berekening kan pas gemaakt worden op basis een bouw- en uitvoeringsplan.
Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
1SPKFDUCFSFLFOJOH
₃
3C(QY;(8C1% GFCSVBSJ
ₓ
1SPKFDUCFSFLFOJOH
₃
ₓ
Ó
3C(QY;(8C1% GFCSVBSJ
1SPKFDUCFSFLFOJOH
3C(QY;(8C1% GFCSVBSJ
1SPKFDUCFSFLFOJOH
3C(QY;(8C1% GFCSVBSJ
1SPKFDUCFSFLFOJOH
ₓ ₂ ₃
ₓ ₃
ₓ ₃ ₓ ₃ ₓ ₃
3C(QY;(8C1% GFCSVBSJ
Kenschets Natura 200-gebied Zuider Lingedijk en Diefdijk-Zuid Het Natura 2000-gebied Zuider Lingedijk en Diefdijk-Zuid omvat een drietal deelgebieden in het Hollands-Gelderse grensgebied ten (noord)oosten en ten zuiden van de stad Leerdam. Het betreft hier terreinen gelegen aan de Linge, langs de Diefdijk en langs de Nieuwe Zuider Lingedijk. De begroeiing van deze terreinen bestaat voornamelijk uit grienden, rietlanden en natte graslanden. Van bijzondere botanische betekenis zijn de tichelterreinen langs de Linge, die deels het karakter van een kalkmoeras hebben. Natte laagten zijn van belang voor vissen, waaronder enkele soorten van de Habitatrichtlijn, en voor de Kamsalamander. Het gebied is tevens van grote ornithologische betekenis.
Landschap In de Romeinse tijd, toen de Tielerwaard en de Bommelerwaard nog één vrijwel aaneengesloten gebied vormden, was de Linge een belangrijke Rijntak. Na het ontstaan van de Neder-Waal in de Vroege Middeleeuwen kreeg de Linge echter steeds meer het karakter van een zijtak, die bij Tiel van de Waal afsplitste, om ruim dertig kilometer westelijker bij Gorinchem uit te monden in de Merwede. In 1302 werd de Linge bij Tiel afgedamd. Sindsdien functioneert zij strikt genomen niet meer als riviertak, maar als boezemwater. Echt getemd werd de Linge in 1818, toen door de aanleg van het Kanaal van Steenenhoek de samenvloeiing met de Merwede werd verlegd naar de meer benedenstrooms gelegen sluizen van Hardinxveld. Ondanks al deze waterstaatkundige ingrepen weerspiegelt het huidige land schap met dijken, uiterwaarden, doorbraakkolken en tichelterreinen nog steeds het roemrijk verleden van een dynamische rivier. Ook in de bodemgesteldheid is de voormalige rivierinvloed zichtbaar. De hoger gelegen oeverwallen bestaan uit kalkrijke, relatief lichte rivierafzettingen (zavel en lichte klei), de lagere kommen uit zware, kalkarme klei met veen in de ondergrond.
In de voormalige tichelterreinen kan deze relatie tussen hoogteligging en textuur evenwel verstoord zijn, zoals in de Put van Bullee bij Acquoy, waar na ontkleiing de zandige afzettingen van een fossiele kronkelwaardrug aan maaiveld kwamen te liggen. De Diefdijk doorkruist ten noordoosten van Leerdam het tussen Linge en Lek gelegen kleiopveengebied, met inbegrip van enkele daarbinnen gelegen oude stroomruggen. Het is een waterkerende dijk uit de 13de eeuw, aangelegd op de grens van Holland
en Gelre in een tijd waarin er van enige samenhang in het bestrijden van wateroverlast nog nauwelijks sprake was. Nadat in 1277 iets westelijker een soortgelijke dwarsdijk (de Zouwedijk) was aangelegd om de Alblasserwaard te beschermen tegen het water uit Vijf heerenlanden, nam in dit laatste gebied de wateroverlast zo sterk toe dat al in 1284 de aanleg van een nieuwe dwarsdijk noodzakelijk werd geacht. Dit werd de Diefdijk, die loopt van Leerdam naar Everdingen en eeuwenlang de Hollandse polders droog hield, uiteraard ten koste van nog meer overlast in het stroomopwaarts gelegen Gelderse gebied. In de loop der tijd werd de dijk een paar keer verhoogd, het laatst in 1587. In de 18de eeuw werd hij opgenomen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Zowel bij de aanleg als bij de ophoging werd gebruik gemaakt van lokaal materiaal. Hierdoor ontstonden aan weerszijden drassige laagten. Waar de dijk kleiopveengebieden doorsnijdt, is het kleidek in deze laagten aanzienlijk dunner dan op de onvergraven delen. Plaatselijk kwam het veen zelfs op maaiveld te liggen, maar op de meeste plaatsen bleef een dun kleidek gespaard. Bij doorbraken van de Diefdijk - vooral in de 16de eeuw - ontstonden drie grote doorbraakkolken: de Waai, de Schoonrewoerdse Wiel en het Wiel bij Leerdam.
Opvallend is dat de dijkdoorbraken juist daar optraden waar in de ondergrond zandig materiaal van een oude stroomrug aanwezig is. De Nieuwe Zuider Lingedijk, die zuidelijk van de eigenlijke (Oude) Zuider Lingedijk in een rechte lijn de Tielerwaard doorsnijdt, werd in 1809 aangelegd. Het doel was om bij overstromingen bovenstrooms in de Betuwe zowel de kernen van Asperen en Heukelum, als de naastgelegen Hollandse waarden te beschermen. Hiertoe werd bij Asperen de Linge door middel van sluizen afgesloten en werd het inundatiewater 'achterlangs' de Nieuwe Zuider Lingedijk dwars door de Tielerwaard in de richting van de Merwede geleid. Opnieuw ging de beveiliging van Holland ten koste van de aangrenzende Gelderse gebieden. Ook hier werd gewerkt met lokaal materiaal. Anders dan langs de Diefdijk werd het kleidek echter over grote oppervlakten tot op het onderliggende veen afgegraven. Bij een dijkdoorbraak in 1820 ontstonden verschillende waterplassen, waarin sindsdien weer veenvorming is opgetreden in de vorm van rietkraggen.
Natuurwaarden Kenmerkend voor dit deel van het Rivierengebied is dat de natuurwaarden grotendeels gekoppeld zijn aan de laagste, veelal door menselijk ingrijpen ontstane terrein- gedeelten. Op de drassige stroken langs de Diefdijk en de Nieuwe Zuider Lingedijk liggen niet alleen bryologisch en ornithologisch belangrijke grienden, maar ook kleine elzenbroekbosjes, moerasruigten, grotezeggenmoerassen en diverse typen water- en verlandingsvegetatie. Langs de Diefdijk zijn tevens verschillende percelen nat, bloemrijk schraalland aanwezig, die overgangen vormen tussen Dotterbloemhooiland (Calthion palustris) en het Vossenstaartverbond (Alopecurion
pratensis; H6510). Een kenmerkende soort in deze hooilanden is Trosdravik (Bromus racemosus). Daarnaast zijn diverse graslandpercelen in verschralingsbeheer. Begeleidende soorten zijn onder meer Echte koekoeksbloem (Silene floscuculi), Scherpe zegge (Carex acuta), Tweerijige zegge (Carex disticha) en Gele lis (Iris pseudacorus). In het algemeen lijkt te gelden dat in percelen met een kleidek het verschralingsbeheer succes- rijker is dan in percelen met een bovengrond van veraard veen. Het in botanisch opzicht meest belangwekkende terrein in het gehele stroomgebied van de Linge vinden we op de rechteroever van het riviertje. Ook dit terrein, de Put van Bullee (ook wel Put van Acquoy geheten, naar het nabijgelegen dorpje), is door afgraving ontstaan. Het ligt net achter de dijk, iets stroomopwaarts van het fort van Asperen en dankt zijn naam aan de vroegere eigenaar. Het gebied was nog tot 1930 in landbouwkundig gebruik. Door kleiwinning in de winter ten behoeve van de baksteenindustrie en - na 1955 - door zandwinning voor een bouwbedrijf werd het maaiveld steeds verder verlaagd en daardoor het terrein steeds natter. In 1957 werd het aangekocht door het Staatsbosbeheer. De huidige vegetatie van het terrein is een zeer orchideeënrijk hooimoeras op vochtig, kalkrijk zand.
Het aandeel van grassen is minimaal en er groeien opvallend veel exemplaren van de Moeraswespenorchis (Epipactis palustris). Een bijzondere soort is de Bonte paardenstaart (Equisetum variegatum), terwijl de bastaard van deze zeldzame soort met Holpijp (Equisetum fluviatile), de Ruwe paardenstaart (Equisetum x trachyodon), heeft hier zijn enige groeiplaats in Nederland heeft. Het hooimoeras in de Put van Bullee behoort tot de associatie Equiseto-Salicetum repentis, een plantengemeenschap die gerekend wordt tot de kalkmoerassen (H7230) en waarvoor de Put van Bullee geldt als de locus classicus geldt. Een tweede voormalig tichelterrein ligt op de linkeroever van de Linge bij Asperen. Anders dan de Put van Bullee is dit terrein buitendijks gelegen en heeft meer het karakter van een bloemrijk grasland. Bonte en Ruwe paardenstaart ontbreken, maar ook dit terrein is opvallend orchideeënrijk, onder andere met Vleeskleurige orchis (Dactylorhiza incarnata). Ook de belangrijkste diersoorten zijn in dit Natura 2000-gebied gebonden aan (zeer) natte omstandigheden. In het gebied komen onder andere Bittervoorn, Grote modderkruiper, Kleine modderkruiper en Kamsalamander voor. Voor de eerste drie soorten geldt dat dit deel van het Lingegebied onderdeel vormt van een (veel) groter verspreidingsgebied.
De populaties van Bittervoorn en Grote modderkruiper maken in feite deel uit van een grote metapopulatie; bij de Kleine modderkruiper betreft het een lokale maar stabiele populatie. Voor de Kamsalamander is de situatie in het Lingegebied zorgelijk. Het gaat hier om een kwetsbare en geïsoleerde relictpopulatie. De zone ten westen van de Diefdijk is nog steeds een belangrijk voortplantingsgebied. Anders dan in veel andere gebieden komt de soort hier ook in poldersloten voor. Zowel de Diefdijk als de Nieuwe Zuider Lingedijk worden als migratieroute en overwinteringsplaats gebruikt. Door aanleg van poelen langs de Diefdijk wordt getracht de overlevingskansen van de Kamsalamander te vergroten. Het gebied is voorts van grote betekenis voor moerasvogels, met een kolonie purperreigers van een twintigtal nesten en een kolonie blauwe reigers van meer dan honderd nesten.
Literatuur Schouten 1964; Bannink & Pape 1966; Schipper 1994; Berendsen & Stouthamer 2001; Kerkhof 2002.
Fabrice Ottburg De vrouwtjes van de Kamsalamander missen de hoge, getande rugkam die de mannelijke dieren - in de paartijd - zo kenmerkt, maar zijn alleen al door hun lengte toch een opvallende verschijning.
John Janssen Het kleinschalige rivierenlandschap van de Linge met zijn verscholen poelen en plassen biedt een ideaal leefmilieu aan de Kamsalamander.
Mark van Veen Bonte paardenstaart (Equisetum variegatum) is in het rivierengebied een zeldzame verschijning in zandige, kalkrijke terreindelen die doorgaans zijn ontstaan door afgraving. De soort is naamgever van het Equiseto variegati-Salicetum repentis, een associatie die tot het habitattype Alkalisch laagveen wordt gerekend.
Natura 2000-gebied #70 Lingegebied & Diefdijk-Zuid 133000
Neder hei
co p
pe
134000
135000
Mi ddelw
ete rin
ibe
Zederik
rt
(Gem huis te Meerkerk)
g
Viaduct en Sl
Culemborg
ade
ete
ne K
eW
Gemeente
Polder
5
Jachtlust
Over-Heicop
4
Leerdam
ch
Middelkoop
Zederik
47
Sl
re c h ts
ng
Hu
oip
ka
Ons Nestje
139000
80
Neder-Zijderveld
rin g
de
ge
Nieuwe Wiel
138000 6
Polder
Brui
Sc h
teri
137000
Overboeicop
De Schaapskooi
teri ng
Lakerveld we
136000
N484 rwe
de
Pln 9
rtse Ka
ko
eg
Huibe
Diefdijk
Polder
Ko rt
132000
Reinestein
ad
131000
Zijd e
Ke rk
130000
Lakerveld Ve ldw
ps
129000
Lakerveld
A27 E311
aa
128000 Bordenweg
De Waai
Kortgerecht
81
438000
438000 De Meent
Polder
e ad
2
Overheicop
0
4
Schutterseiland
Bradaal
Middelkoop
Middelkoop
Zuiveringsinst
Polder Over-Heicop
Kortgerecht
Mid de
Hu
lw et erin g
ibe
Polder
rt
Schoonrewoerd
Meerkerk ot slo
Vli et
sc he
g
g
Acqu
oyse
De
Mid d
fdijk
Sc h
aa
yk
rg
Cu
ete elw
he
e sc h
sc a ik
Die
Sc h
W eg
Nieuw
bo
Ge ere
n
ri n
We g
We te
Vliet
e
e ch
lem
we Ke rk
ri n ng La zijde
e ys uo
ds lan uw
Smal
Leerbr oeksche Vliet
Nie
ng La
ch e
teri ng
ijk s rd
rwe
te Ac h
Huzovodo
2
dijk
Vo o
4
N327
wiel
Sluisweide
Het Singel
af gra
sche
ek
rin g rw te Ac h
Middel weteri
Sl
Steen
ide ns
w eg
Wa ter
Kromm
ing
Zuid
Wiel
Sl
N848
eg
Pl 60
eg
Achtervliet
Julianaweg
eg Mol enw
2
Spijkse Ste
Veld
Lingebos
129000
130000
131000
132000
Wetering
ng
430000
Nieuwewegsche
Wetering
Laarweg
Spinweg
Eendenkooi
Eendenkooi
Blok lan
De Boelaard
Eendenkooi
Klein Heufke
d weg
Merwehoeve De Laar
Lage
We teri
429000
ng
134000
135000
136000
109
137000
110
De Laar
A15 E31
108
138000
Sl
RD Sl
4
Wm
Haaften sche
139000
Legenda HR (469 ha) HR + BN (282 ha) Totale oppervlakte = 751 ha Ander Natura 2000-gebied (indicatief)
Natura 2000-gebied Lingegebied & Diefdijk-Zuid
HR = Habitatrichtlijngebied
Kaart behorende bij aanwijzingsbesluit PDN/2013-070
BN = beschermd natuurmonument
tot aanwijzing als speciale beschermingszone onder de Habitatrichtlijn (NL3004007)
Datum kaartproduktie: 4-4-2013 16:06:27 deze kaart 250
500
1000
Veld
De Wildsheuvel
107
133000
Er geldt een algemene exclaveringsformule op grond waarvan o.a. bestaande bebouwing en verhardingen meestal geen deel uitmaken van het aangewezen gebied (zie verder Nota van toelichting bij het besluit).
0
Nieuwendijk
Koorngraaf Middel weteri
Middelste
Spijksche Veld
99
Veld
g
(Gem huis te Asperen)
Weg
Tweede
Manege
Bemer 431000
Hooge
De Portel
Middelste
Leuvensche
Sl
nweg
eg
Hoogland
Tiendwe
Nieuwe
Br en Stuw
Haarweg
yw
Eerste
Leuvensche
rd waa
is
ge
hu
n
Veld
Wilgenhof
Sl
98
d i ng
Broekse Sluis
Hooge
Lin
we
sc he i
e
Wetering
Groot
wa
Lingewaal
Wetering
Vro u
d La n
Golfterrein
128000
e
Kerkweg
Pl 21
Doov
Spijk Kle in
Ra
Voorm Fort Nieuwe Steeg
Detsteeg
Veld
Sl
Spijksche Waard
g
Kwel dijk
(Gemeentehuis te Asperen)
Worde
De Laar
Gasthuis weg erin Wet
Zeiving
Hooge
Gem Lingewaal
Paddeborg
Lingedijk
Veld
Gemeente
Asperensche
Sl
Wetering
Lage
of
Pl 70
Spijkse
Kweldijk Kleine
k endij
ge
Munneke Hill
3
De Rietkampen
Voetveer
Spijk
Pl 81
Pl 50
uwe
dw Tien
Eng
Vliet
Nieuwe
Pl 20
Lin
g
Nie
De
Oude Wiel
Sl
De Hoef
Hoogland
er
Pl 10
Gd en Sl
Klein
dijk
Vijfhoevenweg
Kedichem
Pl 20
ge
432000
Gellicum
Lang
Lin
Dw
ars
g
Zuiveringsinst
Gravinnehoeve
Fort Asperen
Pl 82
Nijstee
we
Tiendweg
kade
Rietveld
De Breeknap
2
4
weg
ne vin
tering
De Kloosterhof
Heersdijkbrug
Kerkweg Sln
Pl 40
Hooglandse
ra
Zandwe
Pl 19
6
Kasteel
graaf
Oosterwijk
Rietveld
Sch sl Sl
aa
Pl 89
te
G
Arkel
we er Pl 19 M
w
ng
Polder
67
er
Heukelum e De Til
nd Tie
aal
He
Pl 87
Landzicht
Km
Vlietskade
H
Galgenwaard
dijk
nd
Pl 88
We g
ri ng
Groo
at
Pl 30
Nieu we
We te
e Ling
Essenhoeve
433000
Ruimzicht
Heulwe g
Lang
ks e
t
Linge
De Oel
met
oe
Steeg
Lang
Nieu wlan ds
che
er
Pl 40
eg
nk Kli
Pl 78
In de Gaard
Sl
Acquoy
Asperen
5
Nieu we
Nie
uw
Oosterwijk
rd
w
d ij
Drie Heulen Pl 18
66
ns tra
nd
Trafostation
ige
Achterland
5
Sl
't Hoog
Kedichem
Hu
Pl 86
Bro
land
zijde Bree
Tiendweg
Rhenoy
Huize Acquoy
g
la
Ac h ter
we
Meerdijk
g En
ete
al di jk
Ka na
Polders
434000
Huis te Rumpt
Molen
We g
Hoeve de Platte
Zonathan
Achterdijk
et
Gr Wiel
Pl 77
Vliet
se
g
Galgen
dam
e Ste
Leer
De Nieuwe Horn
uw
Vo gelvli
65
Dorps weg
429000
Zu i der
Nie
Betonfabr
Papland
Lin Pl 84
Oude
dijk ge
oot
Pl 350
k dij
Geldermalsen
e
Pl 85
63
64
ge
zij
uw
Voorwetering
e
Nie
eg W
3
Jachthaven Sl
62
Lin
Veld Rustwat
Sl
6
Vereenigde
Leerbroek
De Stekelenburgt
430000
Hooge
Wiel
e Bre
e
dweg
57
Oud-Schaayk 59
uw
ers
ensl Pl 17
n de ka
54
De Lingehof
55
Wm
Eendenkooi
eg
56
Klein-Oosterwijk
Achterdijk
dw
Sl
Nie
nd
g
Sl ag
en
Blonde d' Aquitaine
431000
n Tie
Sl
Schaik
weg
l Paralle
60
435000
Gemeente
Het
Polder Hoog- of
ing
Kooise Camping
Arkelse Huis
Leerdam
else
Groenewoud
Veld
Nieuw
e Ko
e rin wet
Be em
We ter
de ninx
af
e
ay
Brui
Gra
uw
Pl 83
Beemd
432000
Sl
l Pl 50
Nie
De Pa
rin g
61
Poort van Kleef
Hoogblokland
e
Polder e Kad
enke
Achter
kana al
Nieuwe Oost-
Pl 16
rwete
Polders
Werkend wacht ik
De Kastanjehoeve (Kaasboerderij)
n
Achte
Ka d
Bruinsdel
Sch
Gecombineerde
Pl 340
Leerbroek
Lage
Donkere
Sl
Ko rte
Me rwede
u
Voorwetering
sche w land
Pellikaanhoeve
Pl 15
1
Polder
Geer
Nieuwland
Nieuw-Schaayk
Ac q
Grote
Mussennest
Pl 40
Loosdorp
liet
Nie
Loosdorp
Lichte
Bazeldij k
Ka naa
Kleine
ldijk
Burggraaf
Ka de
ing We ter
g Pa ral lel we
ieweg En erg
Bouwlust
e
Geerv
Vlietje
Nieuwe
en
van ter
Pl 30
Geervliet
Nieuwland
433000
Ter Leede Recht
se
Nieuwland
Hoeven
Willeminahoeve Polderzicht
Polder
Pl 40
g
(Gem huis te Meerkerk)
(Gem huis te Meerkerk)
Bazelbrug
434000
Polder Wet erin
Gemeente Zederik
Eendenkooi
hu in
eg
436000 Br en Stuw
Be sc
w
Eendenkooi
r
e
se ek
ee M
d Ka
ro
se
rb
Zijlkade
23
Hoog-Leerbroek
ed
te Ach
e Le
Zederik Arkelsche
e rkad
Polder
Le
Pl 14
435000
Quakernaak
Diefdijk
2
Hoeve Polderzicht
Reierkopsche
g
Blommendaal
Sl
oy
Leerbroek
Over den Graaf
Kooihoeve
en
Maria Hoeve
ri n
Pl 14
Hoogeind
e te W
Pl 330
Acquoysche Heuvel
Polder
Polders
Pl 20
Pl 14
Wiel van Bassa
Pl 30
Parc Merwede Meerkoet
Sl
Zuiveringsinst
ring
Weverwijk
Blommendaal 436000
weg
2
De Kruithof
Grada's Hoeve
Rh
che
ete
g
Va a
aaks
rw
Polder
Pln 13
De Kromme Pissel
Polder
Ke rk
N484
Gemeente Leerdam
r
kern
Vo o
't Hoog
Over den Graaf
3
Middel weter ing
West
Kooiweg
Dedisti
3
Polder Hoogeind
Gecombineerde
Qua
Repos Ailleurs
Zuiveringsinst
437000
Kortgerecht
Quakernaak
45
Sonsbrug
Overheicop
Weg
Rijneveld
Pln 11 Meerkerksebrug
Pln 12
Sl
ring
se
St Nicolaasbrug
4
wete
e
Vo or
Lakerveld
ad
Polder
Rood
Polder IJsbaan
Zij lk
Pl 320 46
44 1
Molenkade
Kortgerecht
Zij lk
Pl 10
Hoenderwiel
437000
13
Blauwbijl
Middelkoop
1500
2000 Meters
Topografische ondergrond: Copyright © 2013, Dienst voor het kadaster en openbare registers, Apeldoorn.
Molenvliet
Kenschets Natura 2000-gebied Loevestein, Pompveld en Kornsche Het Natura 2000-gebied Loevestein, Pompveld en Kornsche Boezem bestaat uit een aantal deelgebieden in de uiterste westpunt van Gelderland en aangrenzend NoordBrabant. Het omvat binnendijks een drietal, los van elkaar liggende terreinen: de Boezem van Brakel in de Bommelerwaard en het Pompveld en de Kornsche Boezem in het Land van Altena. Buitendijks omvat het de Polder Munnikenland en de Waaluiterwaarden bij Brakel en Slot Loevestein. De binnendijkse gebieden zijn van belang voor de Grote modderkruiper, die in deze streek een belangrijk kerngebied heeft. De uiterwaarden herbergen uitgestrekte, zeer bloemrijke hooilanden van het Glanshaververbond (Arrhenatherion elatioris). Het gedeelte bij Brakel is een van de zeer weinige onvergraven uiterwaarden in het Rivierengebied.
Landschap Het Natura 2000-gebied ligt op de overgang van bovenrivieren naar benedenrivieren en binnendijks op de overgang van komgronden met rivierklei naar zeekleigebied. Aan het begin van de Middeleeuwen lag hier een vrijwel ontoegankelijk veenlandschap, dat was gevormd door Maas en Waal en de daarop uitkomende beken en veenriviertjes. De komgronden waren opgevuld met veen, terwijl alleen op de oeverwallen enige bewoning mogelijk was. Vanaf de 11de eeuw vonden hier de eerste ontginningen plaats en geleidelijk kwam een landschap vol dijkjes, sloten, polders en nederzettingen tot stand: het Land van Altena en Heusden (de namen van twee invloedrijke Heren). Tijdens de Sint-Elizabethsvloed van 1421 verdween de nabijgelegen Grote Waard geheel onder water, waarna de Biesbosch ontstond, terwijl ook delen van het Land van Altena overstroomden. Omstreeks 1500 werd in de Bommelerwaard een dwarsdijk aangelegd tussen Brakel en Poederoijen, waarmee de oostelijke helft van de Bommelerwaard werd afgeschermd tegen overstromingen door rivieren en zee. De Boezem van Brakel diende vanaf die tijd om de oostelijke polders te ontwateren. Een aantal wielen herinneren aan doorbraken van de dijk, aan het eind van de 19de eeuw, een periode waarin de natte laagte onderdeel uitmaakte van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.
Omstreeks 1600 werd ook het oostelijke deel van het Land van Altena beschermd tegen overstroming, door de aanleg van een dijk tussen Werkendam en Dussen. Langs deze dijk lag de Kornsche Boezem. De oostelijk gelegen polders hadden veel
wateroverlast, doordat water van het Kempisch Plateau hier naar boven kwelt op plaatsen waar zandige opduikingen (donken) in de zware kleigronden liggen (zogenaamde kwelvensters). Vanuit de Kornsche Boezem werd het water bij laag water geloosd op de Bleeke Kil, vanwaar het naar de Biesbosch werd afgevoerd. De Noorderveldse molen, bij de ingang van de Kornsche Boezem, herinnert aan de boezemfunctie. Bij een van de eerste grote ruilverkavelingen in ons land ging omstreeks 1950 het kenmerkende slagenlandschap in deze streek volledig op de schop. Slechts enkele gebieden bleven gespaard, waaronder het Pompveld (waarin een eendenkooi ligt), de Boezem van Brakel en de Kornsche Boezem. Door oxydatie en inklinking kwamen de omliggende polders lager te liggen en sindsdien treedt wegzijging van water op uit de gespaard gebleven natuurgebieden. Om verdroging tegen te gaan wordt tegenwoordig in het Pompveld en de Kornsche Boezem oppervlaktewater uit de polders ingelaten, nadat dit met behulp van een helofytenfilter van een deel van de voedingsstoffen is ontdaan. Doordat in de omliggende polders nog steeds regenwater uit de Kempen opkwelt, is het ingelaten water in de Kornsche Boezem van goede kwaliteit. In de Boezem van Brakel is de waterkwaliteit eveneens goed, mede doordat hier bij hoge waterstanden in de Waal water door de dijk heen kwelt.
Het buitendijkse deel van het Natura 2000-gebied ligt in het meest benedenstroomse traject van de Waal, die bij Slot Loevestein samenstroomt met de Afgedamde Maas en verder gaat als Merwede. Ondanks de beteugeling van onze grootste rivier, door dijken en kribben, komt het dynamische karakter van de Waal nog steeds tot uitdrukking op de oevers, waar veel zandafzetting plaatsvindt. Het patroon van parallelle, lage oeverwallen en tussenliggende verlande geulen herinnert aan de grote mate van dynamiek uit het verleden. Dit patroon is in de onvergraven Benedenwaarden bij Brakel bijzonder fraai bewaard gebleven. De Waal is hier echter veel minder dynamisch dan in de meer bovenstroomse delen: de stroomsnelheid is lager en de waterfluctuaties zijn minder. De rivier staat onder invloed van de getijdenwerking die zo kenmerkend is voor de benedenrivieren, maar sinds de afsluiting van het Haringvliet is het getijdenverschil sterk afgenomen. Het laagwaterpeil van de Waal is vrijwel stabiel, omdat het rivierpeil dicht bij de ontwateringbasis ligt.
Natuurwaarden De belangrijkste Europese natuurwaarde van de komgronden betreft de concentratie aan Grote modderkruiper in de sloten en plassen van de Kornsche Boezem, het Pompveld en de Boezem van Brakel. In het Pompveld is een recente inventarisatie uitgevoerd. De soort komt verspreid voor in lage dichtheden, echter alleen in sloten met geen of een extensief beheer. Tijdens de inventarisatie zijn in dit deelgebied tevens de Kleine modderkruiper en de Bittervoorn gevangen. De Bittervoorn leeft in dit deel van het rivierenland in relatief hoge dichtheden, maar de verdere
verspreiding binnen het Natura 2000-gebied is niet bekend. Ook moerasvogels zijn in de binnendijkse gebiedsdelen goed vertegenwoordigd, waaronder Bruine kiekendief, Blauwborst, en in de boezem van Brakel sinds 2002 zelfs af en toe een broedende Purperreiger. Het Pompveld herbergt een flinke populatie van de Heikikker, die in dit deel van het land een kerngebied heeft. De Kornsche Boezem is in botanisch opzicht van belang door de aanwezigheid van een fraai hooiland, dat al vele decennia op deze wijze wordt beheerd. De begroeiing bestaat uit Dotterbloemhooiland (Calthion palustris), waarin planten als Scherpe zegge (Carex acuta), Snavelzegge (Carex rostrata) en Gewone dotterbloem (Caltha palustris subsp. palustris) overheersen. Door de goede waterkwaliteit zijn kwelindicatoren als Waterdrieblad (Menyanthes trifoliata) en Holpijp (Equisetum fluviatile) goed vertegenwoordigd. Opvallend is het dominant voorkomen van het zeldzame Reuzenpuntmos (Calliergon giganteum). Ook de Boezem van Brakel herbergt een aantal zeldzame plantensoorten, in sloten, plassen en in kleine percelen grasland. De wateren met Groot blaasjeskruid (Utricularia vulgaris) behoren tot habitattype 3150. In het Pompveld is het kleinschalige landschap van de komgronden bewaard gebleven, zoals dat aan het begin van de vorige eeuw op veel plaatsen in het Rivierengebied voorhanden moet zijn geweest.
Het gebied kent een afwisseling van sloten, graslanden, ruigten, grienden en hoog opgaand bos, waarbinnen de eendenkooi centraal ligt. Dankzij de goede waterkwaliteit is in sloten Krabbenscheervegetatie (Stratiotetum) aanwezig en komen populaties voor van de libellen Glassnijder (Brachytron pratense) en Vroege glazenmaker (Aeshna isosceles). Het buitendijkse gebied bestaat voor een belangrijk deel uit hoge uiterwaarden met een grote oppervlakte aan Glanshaverhooiland (Arrhenatheretum elatioris, H6510), dat hier vlakdekkend in een typische, zeer bloemrijke vorm voorkomt. Aspectbepalend zijn Groot streepzaad (Crepis biennis), Rode klaver (Trifolium pratense) en verschillende witbloeiende schermbloemigen. Het habitattype is het best ontwikkeld in de Benedenwaarden bij Brakel, in percelen die jaarlijks gemaaid worden. Waar in de uiterwaarden extensieve begrazing plaatsvindt, komen Kamgrasweiden (Cynosurion cristati) voor. Bij Slot Loevestein wordt in de graslanden de zeldzame Beemdooievaarsbek (Geranium pratense) aangetroffen. In de uiterwaarden broeden weidevogels als Kwartelkoning, Grutto, Wulp en Veldleeuwerik. Op de zandige oevers van de Waal komen in het hele traject pionierbegroeiingen voor van het Bromo inermis-Eryngietum campestris, die gerekend worden tot het prioritaire habitattype Strromdalgraslanden (H6120).
Soorten als Knolboterbloem (Ranunculus bulbosus) en Brede ereprijs (Veronica austriaca subsp. teucrium) duiden daarin op een ontwikkeling naar soortenrijke stroomdalgraslanden. Ook in de nabij gelegen Poedenrooijse Waarden liggen waardevolle stroomdalgraslanden, maar deze terreinen langs de Afgedamde Maas zijn niet opgenomen binnen de begrenzing van het Natura 2000-gebied. In laagten bij Slot Loevestein bevinden zich natte ruigten (H6430), met plaatselijk Moeraswolfsmelk (Euphorbia palustris) en Rivierkruiskruid (Senecio sarracenicus), afgewisseld door wilgenbosjes (H91E0). De geringe waterfluctuaties van de Waal blijkt hier uit rietveldjes die tussen de kribben aanwezig zijn. De uiterwaarden herbergen de meest westelijke populatie in het rivierengebied van de
Kamsalamander. De soort gebruikt hier binnendijkse en buitendijkse plassen en poelen als zomerhabitat (voortplanting en foerageergebied), terwijl in nabijgelegen binnendijkse terreinen overwinterd wordt. In het kader van 'Ruimte voor de Rivier' zijn er vergevorderde plannen om de uiterwaarden van het Natura 2000-gebied te doorgraven met een zijgeul, waardoor bij hoge waterstanden water vanuit de Waal naar de Afgedamde Maas kan stromen. Hiermee moet het benedenstroomse 'knelpunt' bij Gorinchem ontlast worden. Tegelijkertijd zou de waterkerende dijk meer landinwaarts gelegd worden, waarmee ruimte ontstaat voor een groot aaneengesloten moerasgebied, waar bijvoorbeeld ooibos tot ontwikkeling kan komen. Hoewel dit ongetwijfeld natuurwinst zal opleveren (het gebied is een belangrijke schakel tussen Biesbosch en het natuurontwikkelingsgebied bij Fort Sint Andries, en kan daarmee van betekenis worden voor bijvoorbeeld de Bever), zal een dergelijk plan gedegen rekening moeten houden met de waardevolle hooilanden in een van de laatste uiterwaarden met natuurlijk reliëf.
Literatuur Weeda & Hoegen 1996; van Haperen et al. 1999; van den Berg 2005; Drok 2005; van Eekelen & van den Berg 2006.
John Janssen Beemdooievaarsbek (Geranium pratense) in een uiterwaard bij Loevestein. Deze fraaie zomerbloeier wordt elders in ons land als verwilderd beschouwd maar heeft zich op sommige plekken in het rivierengebied mogelijk via natuurlijke weg gevestigd.
Joop Schaminée Uitgestrekt Glanshaverhooiland (Arrhenatheretum elatioris) met massaal bloeiend Groot streepzaad (Crepis biennis) op de Bloemplaat bij Loevestein.
Natura 2000-gebied #71 Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem 127000
129000
130000
131000
4 Voorm Sl
Waterpoort
DE
GORINCHEM
955
m Dale
sc
Me rw
ed
Woelse Waard
Klein e
Dalem
ed ij k
Het Bosch
We ter
ing
Pl 420
Wa ald
Haven
954 953
Woudrichem
d ijksch e Gat
425000
Nieuwe
Maas
De
Sl
Km
dijk
Sl
Benedenwaarden
Gemeente Zaltbommel
951
Sl 950
Bloemplaat
De Oude Ban
Ban
We it
Leuvensche Veld
sd ijk
ef
Blauwe Kamer
se rk
ew
itd
ijk
Alm ke
Uitwijk
ss
e
e
Sl
g 11
Pa ra
lle lw
eg
W eg
ak se er ng La
De Waarden
Pl 90
Bronkhorst
Rietdijk
240
241
Weg
Begr pl Almwe
De Ruige Hoeve
Andel
St
2
Rietdijk e ns
Gi
10
422000 Pl 130
13
De Heulhoeve
ijd e
Waardhuizense Brug
Zandwijk
239 Pl 140
Alm
Hodenpijlswaard
Pl 120
Poederoijen Pl 100
Voorm Fort
Eng De Hoef
W
Oude Doornse Molen
242
ijk
't Heuvelkamp
Ou
Meulenkamp
Clootwyck
N322
Pl 70
2
12
Stenenheul
421000
Oude Molen
M
ge
Maasd
A lm
g
Aquaduct
Molenzicht
Sl
Pl 150
de
ms e ri c he ud Wo
e rtw
423000
Achterdijk
Voorm Fort
k sd i j
o Po
Koppelhoeve
Gemeente
We g
aa
We g
Ho
Pl 80
IJsbaan
15
421000
je
La t
Woudrichem
Uitakker
Steeg
Veense
morgen
13
Weide Ho
2
De Neude og
tka
De Peel De Haar
De Bijving
12
11
de
420000
raaf
Andelsche
of Ba
Zwaansheuvel
Slagen
kse Ka
sd ijk Older
Broek
De
Eendenkooi
k Dij heuvels
Hakkeveld
e De Kolk
weg
Ganswijk
f
't Loo
g
Mi dgraa
Oldershof
e Ste
419000
de
Zwaans
Do
de
Steeg
Natuurreservaat
Het
Uipende
ve lt Hakk e
el weg
Pompveld
heuv
Het
Hanenwaard
Visvijver
Bi es
Potkade
Duyl
Ganswijk
De Geer
Achterdijk dsepvel Po m
Lage
Den
Kornhoeve
ld Ve
aa str
419000
t
Midgraaf Duijl
Lievensberg
Biesheuvel
De Planen
Den Biesheuvel v Kla
Lange Kamp
Dijk- en Wielzicht
erp
lak
Dwarshuis
d' Ulven De Nieuwe Bulk
Wm
Gp
Steeg
Straat
418000
e ks
Aalburg
Gemeente
(Gemeentehuis te Wijk en Aalburg)
Hill Hillse
teeg
e
Ruttens
We g
ns
Babyloniënbroek 128000
129000
Babyloniënbroek 130000
131000
De
Er geldt een algemene exclaveringsformule op grond waarvan o.a. bestaande bebouwing en verhardingen meestal geen deel uitmaken van het aangewezen gebied (zie verder Nota van toelichting bij het besluit).
132000
Hoeven 133000
k Dij
eldse
ere
Noorderv
Pa d
Het Geer
nd
eg
127000
Het Rekselaar
elw
De Broekse Vijver
Sl
de
126000
Oude
Ou
125000
Zelden rust
Ge
Halfweg
d
euv
Ko rn pa
h Bies
Eben Haëzer
Korn
e
Hillse Stra at
't Kooyke
Boezem
Gemeente
Lang
Kemmere Kornsche
e
418000
Br o
tel
Mostaardweg
Gan
Hooge
Broekgraafbrug
Broekg
't Gors
Uitakker
Duizend
Outlaw City
Eendenveld
De Wetplank Den Duyl
N267
Pompveldse
Em De Uitkijk
420000
Bronkhorst
Almkerk
Lage
weg
Poldervreugd
Eendenveld
We g
IJsbaan
eg e W mikhovens
Mid de n
Eendenveld
dijk
(Golfterrein)
7
14
Gemeente
Olders
ag
Almkreek
m
Andelsche Hoge
ek
zense
Ho
Waardhuizen
lse
Wa ardhui
9
Altenahoeve
Ande
Op 't Hoog 8
eg
n
14
Landzicht
de
el
kse
rietw
ve
ek
pp
Hoe
Poederoijensehoek
Pl 110
Hodenpijlsbrug
Doorn
lu Afs
bos
15
Pompstation
De Laatste Stuiver
Ko
243
Wilhelminasluis (Sch sl)
Giessen
Alm
eg
t n sloo Ba
Ou
Ve rd
Beving
a sh
Ho
Jagershof
Pl 120
Veld
't Hoekske
gweg
N322
aa M
ls Pe
Uitwijksche
Be vin
n
Pl 290
Struikwaard
Woudrichem
Schoenriemse Brug
Oude
Sl
W eg
Op den Bogert
422000
Manhuis waard
16
n
op
Groote Wiel Aalpotwiel
d i jk
ve
De Omloop
lo
en
lha
m
Rijswijk
Gemeente
Bansloot
uw
18 17
Sl
Het Slot ge
ho
244
Waard
a Wa
De
O
Rijswijksche
Potcamp
Groenhilde La
De Schoenriem
423000
Sc
Pl 130
Rijswijk De Koeweide
424000
Lange
eg
Duizend Morgen De Boterschuur
IJsbaan
Oude Wiel
Sl
ee g
Ro
W eg
De
Lindenhof
Wielerbaan
Pl 280
w
Ruigenhoek Uitwijkse Molen
Kleine Wiel
het Munnikenland
245
Ve ld
ste eg
AS
Pl 140
't Heultje
Blin de
Buitenpolder
(Natuurreservaat)
eg
Rovernest
De Vossenberg
MA
424000 Honswijk
g
Po sw
De Lieve vrouwe weide
M aa
Burgemeester
Ban
Ban
De Waarden bij Loevestein
E
Nieuw en dijk
Oude
Munnikenlandse Waalkade
D
Kaveling
g
ge
we
M
Dij kje
Doornenbosch
Nieuwe
Woudrichem
De Hoght
246
D A Ho
Mariahoeve
ng
Gandelwaard
GE
Oudendijk i e ri
Voorm Fort
Pompstation Het Rechthuis van Munnikenland
Pl 270
AF
Sp
we
425000 Pl 150
Holster Kraaiveld Ja n
jes
Pl 250
Pl 260
Sleeuwijk
426000
Pl 230
Pl 240
Pl 948
949
Slot Loevestein
Pl 170
Oudendijk 't Zand
Pl 947 Sl
Pl 390
Pl 951
AL
247
Groenendijk
Pl 180
Pl 190
WA
Pl 380
g
Het Gors
Hoekeinde
de n
948
Vuren
e ste
Ou
Pl 400
WAAL
Afg eda md e
De Aanwas
Sl
134000
947
g En
Gem Woudrichem
Jachthaven Sl
Waaldijk
7
6
Sl
Voorm. Fort Vuren Sl
ijk Pl 410
Pl 200
Buitenwaarden Pl 370
Sl
N830 5 Sl
952
Sleeuwijk
133000
IJsbaan
N830
De Dalemse Bol
426000
132000
Zeivinghof
Km
Ge ul
MERW E
128000
Dalempoort Sch sl
De Punt
Werven
Waa rd
126000 Vluchthaven 956
he
125000
14
134000
Legenda HR (750 ha) Ander Natura 2000-gebied (indicatief) HR = Habitatrichtlijngebied
Natura 2000-gebied Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem Kaart behorende bij aanwijzingsbesluit PDN/2013-071, zoals verbeterd bij besluit PDN/2014-071, tot aanwijzing als speciale beschermingszone onder de Habitatrichtlijn (NL3004001)
Datum kaartproduktie: 16-4-2014 13:03:49 deze kaart 0
250
500
1000
1500
2000 Meters
Topografische ondergrond: Copyright © 2014, Dienst voor het kadaster en openbare registers, Apeldoorn.
Kenschets Natura-2000 gebied Biesboch De Biesbosch bestaat uit een groot aantal eilanden en kreken, die grotendeels zijn begroeid met wilgenbos, in afwisseling met struwelen, ruigten, rietlanden en graslanden. Het gebied stond bekend als het grootste zoetwater getijdengebied van Europa, maar veel van deze faam is teloorgegaan door de uitvoering van de Deltawerken. Wat zich sindsdien gevormd heeft, is een ondoordringbare wil dernis die, vooral door haar uitgestrektheid, nog steeds van groot belang is voor een heel scala aan habitattypen en moerassoorten, waaronder Bever, IJsvogel, Blauwborst, Noordse woelmuis, Fint en Grote modderkruiper. Ook is het gebied rijk aan bijzondere epifytische mossen. Aan de noordoostkant van het gebied ligt een polderen uiterwaardenlandschap met enkele van de beste voorbeelden van stroomdalgrasland en Weidekervelhooiland in ons land.
Landschap Het benedenstroomse deel van de Maas en de Rijn was in de Vroege Middeleeuwen een onherbergzaam en vrijwel onbewoonbaar gebied, waar zee en rivieren regelmatig voor overstromingen zorgden. Hier lag een wirwar van eilanden, riviertakken en kreken, afgewisseld met ondoordringbaar veen. De mens vestigde zich hier in eerste instantie op oeverwallen, maar vanaf de 11de eeuw begon men, op last van de Graaf van Holland, met het systematisch ontginnen van het natte gebied. Geleidelijk werd steeds meer land ingepolderd en omstreeks 1300 is op de plek van de huidige Biesbosch een voor die tijd zeer grote en economisch belangrijke polder ontstaan: de Grote of Zuidhollandse Waard. In het gebied ontstonden tientallen nederzettingen, maar deze waren geen lang leven beschoren. Aan het begin van de 15de eeuw werd de Hollandse en Zeeuwse kust geteisterd door drie stormvloeden die gezamenlijk bekend staan als de Sint-Elizabethsvloed. Op verschillende plaatsen braken dijken door. De grootste catastrofe vond plaats in 1421, toen de dijken van de Grote Waard het begaven en een dertigtal dorpen onder water verdween. Na nieuwe overstromingen in 1424 werd de polder opgegeven. Sindsdien staat ze bekend als de Verdronken Zuid-Hollandse Waard. Op deze wijze was een soort van binnenzee ontstaan, die onder invloed stond van rivierwater en het getij.
Doordat de rivieren sediment aanvoerden, vormden zich slikken en zandplaten. De platen vormden een uitermate geschikt milieu voor allerlei
soorten biezen, waar het gebied uiteindelijk zijn naam heeft ontleend. De plantengroei en verdere opslibbing werden sterk door de mens beïnvloed. Riet, biezen en wilgen werden aangeplant en geoogst. Om de grienden optimaal geschikt te maken mochten ze niet te vaak overstromen. Om die reden werden greppels en rabatten aangelegd en om de grienden lage kaden opgericht. Op den duur werden de grienden door verdere opslibbing ongeschikt voor wilgengroei en werden deze gebieden ingericht als polders, waarvan de gronden zeer vruchtbaar waren. Door de ontstane platen en eilanden stroomde het rivierwater hier niet meer goed door. Om een snellere afvoer te verkrijgen werd aan het eind van de 19de eeuw de Nieuwe Merwede gegraven, die de Brabantsche Biesbosch afscheidde van het noordelijke deel. Een versnelde afvoer van Maaswater werd omstreeks 1900 gerealiseerd door het graven van de Bergse Maas en de Amer. Door de versnelde afvoer werd de waterbeweging in de meer afgelegen delen rustiger. Hierdoor vond een versnelde opslibbing plaats, wat aanleiding gaf tot nog meer inpolderingen. Hierbij werd de westelijk gelegen Dordtsche Biesbosch gescheiden van de Sliedrechtse Biesbosch. Na de Tweede Wereldoorlog werden delen van de Sliedrechtse Biesbosch bebouwd en een groter deel van de Brabantsche Biesbosch in gebruik genomen als landbouwgrond.
De Biesbosch van de 19de en begin 20ste eeuw was een uitgestrekt landschap van eilanden en slingerende waterwegen dat werd gedomineerd door biezen, riet en wilgen en waarvan grote delen tot polder waren omgevormd. De buitendijkse delen vielen twee keer per dag droog en in het gebied was een constante ruis van stromend water hoorbaar. Dit veranderde in 1970. Op 2 november van dat jaar sloten de sluizen van de Haringvlietdam, als afronding van de Deltawerken. Vanaf dat moment viel het getijdenverschil in het gebied terug van zo'n twee meter tot twee à drie decimeters. Alleen in de Sliedrechtse Biesbosch resteert nog een getijdenverschil van circa 60 centimeter, door de open verbinding met de zee via de Beneden Merwede, Oude Maas en Nieuwe Waterweg. De hoogteverschillen tussen platen en geulen werden geleidelijk minder, eilanden kalfden af en biezenvelden verdwenen. Door het staken van het traditionele beheer van grienden, riet- en biezenvelden in ongeveer dezelfde tijd konden ruigten, struwelen en bossen zich sterk uitbreiden. Het open, dynamische cultuurgebied veranderde in snel tempo in een laag dynamisch moeras met spontane, hoog opgaande begroeiingen. Het gebied blijft echter onderhevig aan veranderingen. Een recente ontwikkeling is dat veel poldergebieden van de Biesbosch worden omgevormd tot extensieve landbouwgrond en natuur.
Ook de gehele Noordwaard, een landbouwgebied aan de noordkant van de Brabantse Biesbosch, staat op de nominatie om op de schop te gaan, dit in het kader van het plan 'Ruimte voor de Rivier'. Hier moet een grote nevengeul worden aangelegd, die bij hoog water kan overstromen, waardoor het waterbergend vermogen van het gebied zal toenemen. Grote delen van de Noordwaard kunnen worden omgevormd naar natuurgebied of in de vorm van extensieve landbouwgronden geschikt worden gemaakt als foerageer- en
broedgebied voor vogels. Een laatste belangrijke ontwikkeling betreft de visie op het Haringvliet. Hier wordt gestreefd naar een getemd getij, om te beginnen door de sluizen op een kier te zetten, maar mogelijk op termijn door deze verder te openen. In eerste instantie lijken vooral trekvissen van een dergelijke maatregel te profiteren. Bij verdere opening kan mogelijk iets van de vergane glorie van het zoetwatergetijdengebied hersteld worden.
Natuurwaarden Het meest opvallend in de Biesbosch zijn de uitgestrekte wilgenbossen (Salicion albae, H91E0), die overal vanaf het water zichtbaar zijn. In het verleden ging het hier om grote arealen grienden, maar sinds het hakhoutbeheer vrijwel overal is gestaakt, zijn de grienden doorgeschoten tot hoog opgaand wilgenbos. De ondergroei is op de meeste plekken weelderig en ruig (en vrijwel ondoordringbaar) als gevolg van het voedselrijke water en sediment. Opvallende soorten zijn Spindotter (Caltha palustris subsp. araneosa), Bittere veldkers (Cardamine amara) en Moerasstreepzaad (Crepis paludosa). De laatste is tegenwoordig binnen het Natura 2000-gebied vrijwel beperkt tot de Sliedrechtse Biesbosch, waar nog de meeste getijdeninvloed heerst. Een kenmerkende slak van deze vloedbossen is de Getijdeslak (Mercuria confusa). Dit is een typische zoetwatergetijdensoort, die in de jaren 1950 nog algemeen was in de Biesbosch, maar tegenwoordig vrijwel beperkt is tot het gedeelte met het grootste verschil in getij, de Sliedrechtse Biesbosch. Op veel plaatsen zijn de grienden na het afgenomen getij veranderd van soortensamenstelling, waarbij een geleidelijke successie plaatsvindt naar bossen van het verbond Alno-Padion (eveneens H91E0). Een onverwachte soort die hierbij in het gebied is verschenen, is de Slanke zegge (Carex strigosa).
Door de verdroging zijn echter ook over grote oppervlakten ruigteplanten als Grote brandnetel (Urtica dioica) en Reuzenbalsemien (Impatiens glandulifera) in het bos gaan domineren. Toen de doorgeschoten grienden tien tot twintig jaar oud waren, werd hier een enorme rijkdom aan epifytisch groeiende mossen gevonden, waaronder vele soorten die uiterst zeldzaam zijn en waarvan zes zelfs nieuw waren voor ons land. Dit rijtje omvat Vloedschedemos (Timmia megapolitana), Dwergwratjesmos (Cololejeunea minutissima), Vlierhaarmuts (Orthotrichum consimile), Bros roestmos (Frullania fragilifolia), Ruig boomvorkje (Metzgeria temperata), Hondstandmos (Cynodontium polycarpum) en ook Tonghaarmuts (Orthotrichum rogeri), een mos van de Habitatrichtlijn. Deze laatste vertoont vooralsnog alleen hier en in Meinderswijk bij Arnhem een min of meer stabiel voorkomen. Vloedschedemos is de meest bijzondere soort van dit lijstje, daar ze wereldwijd van slechts twee locaties bekend is. De andere plek betreft eveneens een zoetwatergetijdengebied, in Engeland. Toen de wilgenbossen ouder en donkerder werden, verdwenen veel van deze pionierende topkapselmossen en werd hun plaats ingenomen door algemener voorkomende slaapmossen. Het meest geschikte habitat voor dergelijke pionierende epifyten vormen tegenwoordig relatief laag blijvende, vrij open struwelen van Katwilg (Salix viminalis).
De bloeiende wilgen worden in het voorjaar druk bezocht door allerlei insecten. Van bijzondere betekenis
zijn de aantallen van de Roodrandzandbij (Andrena rosae), een soort die in de rest van ons land vrijwel verdwenen is, maar hier nog een grote populatie heeft. De bijen nestelen in - floristisch weinig interessante - kleidijken. De soort heeft een voorjaarsgeneratie die stuifmeel haalt uit wilgen en een zomergeneratie die foerageert op allerlei schermbloemigen. De wilgenbossen met hun kreken zijn de wereld van de Bever, het grootste knaagdier van Europa, dat hier tot het begin van de 19de eeuw nog voorkwam; de laatste melding dateerde van 1825. Tussen 1988 en 1992 zijn 42 bevers in de Biesbosch uitgezet, de eerste herintroductie van de soort in ons land. De Bever creëert open plekken door het eten van jonge wilgen en het omknagen van bomen, waarmee meer variatie in het bos ontstaat. Aanvankelijk was sprake van een hoog sterftecijfer, maar daarna wist de populatie zich te herstellen en uit te groeien tot meer dan 150 dieren, die een groot aantal burchten hebben weten te bouwen. De laatste jaren is het voortplantingssucces groter en vindt een snellere groei van de populatie plaats. Inmiddels heeft de soort zich ook verplaatst naar gebieden buiten de Biesbosch, tot langs de Oude Maas. De voormalige biezen- en rietvelden hebben op de meeste locaties plaats gemaakt voor ruigte en struweel.
Waar de moerasruigte soorten als Spindotterbloem, Rivierkruiskruid (Senecio sarracenicus), Moeraswolfsmelk (Euphorbia palustris), Moerasmelkdistel (Sonchus palustris) of Kleine kaardenbol (Dipsacus pilosus) bevat, is sprake van goed ontwikkelde voorbeelden van habitattype 6430. Deze natte ruigten vormen samen met resterende rietvelden en vochtige graslanden het leefgebied van de Noordse woelmuis, waarvan hier een grote populatie voorkomt. Door haar omvang speelt de populatie in de Biesbosch een belangrijke rol voor de populaties in het gehele Deltagebied. Na een afwezigheid van dertig jaar is ook de Waterspitsmuis thans weer in het gebied aanwezig. De Meervleermuis zoekt in de Biesbosch haar voedsel boven water vanuit kolonies in de nabije omgeving. Het aantal broedende moerasvogels is na het dempen van het getij en de verruiging van rietgorzen sterk toegenomen. Vooral het getij en de extensieve exploitatie van riet en griendhout maakten dat de Biesbosch in het verleden betrekkelijk arm aan broedvogels was, al trokken de Kwak, met een kolonie in de Brabantse Biesbosch, en de vele tientallen kwartelkoningen in de Sliedrechtse Biesbosch wel de aandacht van de vogelaars. Het forse productieriet vormde een waar dorado voor de Grote karekiet, die hier met honderden en mogelijk zelfs met ongeveer duizend paar broedde.
De slikken en zandplaten waren - vooral omdat ze tweemaal dagelijks onder water liepen - van gering belang als broedgebied, maar vormden wel een rijk voedselgebied voor reigers, eenden en steltlopers. Pioniersoorten moesten en moeten het meer hebben van grondwerkzaamheden, zoals die thans vooral in natuurontwikkelingsprojecten plaatsvinden. Zo broedde in 1976 de zeldzame Steltkluut in een spaarbekken in aanleg, en nadien nog op twee plekken waar ten behoeve van nieuwe natuur grootschalig grondverzet had plaatsgevonden. Een (tijdelijke) benutter van zulke omstandigheden is ook de Visdief, waarvan recent 10-30 broedparen aanwezig zijn. De Blauwborst geldt tegenwoordig als het vlaggenschip van de moerasvogels in de 'nieuwe' Biesbosch. De aantalexplosie die zich hier heeft voltrokken - van hooguit enkele honderden aan het begin van de jaren zeventig naar enkele duizenden tegenwoordig - stond aan de basis van een
kolonisatie of herkolonisatie, van vrijwel geheel Nederland tot ver in Duitsland en zelfs Zwitserland. Andere moerasvogels die momenteel in flinke aantallen tot broeden komen, zijn Aalscholver (honderden), Bruine kiekendief (tientallen), Snor en Rietzanger (honderden). Opmerkelijk is het algemene voorkomen van de IJsvogel met ongeveer 20 broedparen, een soort die toch vooral bekend staat van natuurlijke beeklopen op de hogere zandgronden. De hoge steile oevers van de kreken bieden blijkbaar een geschikte nestgelegenheid. Ook na strenge winters weet de stand zich redelijk te handhaven door het verminderd dichtvriezen van het oppervlaktewater door het nog aanwezig getij. Het uitgroeien van de bossen heeft veel bosvogels naar de Biesbosch gelokt. Zelfs elders zeer algemene soorten als Zwartkop en Vink waren in het verleden zeldzaamheden in dit gebied. Thans broeden er in de wilgenbossen honderden paren Grote bonte specht, Nachtegaal, Gekraagde roodstaart en Matkop en tientallen paren Bosuil, Kleine bonte specht en Grauwe vliegenvanger. Aanvankelijk leken ook Zomertortel en Wielewaal sterk te profiteren van de bosontwikkeling, maar beide soorten vertonen sinds 1985 een opmerkelijke achteruitgang. De Biesbosch is ook een belangrijk gebied voor doortrekkende en overwinterende watervogels.
Ganzen (vooral Grauwe gans, Kolgans en Brandgans) verblijven er met duizenden en dat geldt ook voor zwemeenden als Smient, Krakeend en Wintertaling; ook Kuifeend komt in dergelijke aantallen voor. Viseters als futen, aalscholvers en lepelaars zijn talrijk, en het gebied is in toenemende mate van belang voor Grote en Kleine zilverreiger. Ten slotte worden er veel visarenden gezien en af en toe zelfs een Zeearend. Kale, slikkige oevers en tijdelijk door bedekking met veek kaal geworden op- en aanwassen zijn van oudsher van grote betekenis voor pionierbegroeiingen (H3270), die in het benedenrivierengebied voorkomen in de vorm van de Associatie van Blauwe waterereprijs en Waterpeper (PolygonoVeronicetum anagallidisaquaticae). Na de afsluiting van het Haringvliet is de oppervlakte ervan echter sterk afgenomen door beperking van de verticale ruimte binnen de afgenomen amplitudo van het getij (intergetijdenzone). De oevers worden nu nog sneller van bovenaf gekoloniseerd door Riet (Phragmites australis), dat zich vegetatief tot beneden de laagwaterlijn kan uitbreiden. Ook de achteruitgang van de kenmerkende biezenvelden op de oevers weerspiegelt de teloorgang van de vroegere Biesbosch.
Dit geldt in het bijzonder voor de gemeenschappen met Drie kantige bies (Schoenoplectus triqueter), een soort die in Europa strikt gebonden is aan het zoetwatergetijdensysteem en in ons land een zwaartepunt had. De vindplaatsen van deze soort in de Biesbosch zijn tegenwoordig schaars, en veelal betreft het kleine populaties, gemengd met pionierbegroeiingen. Ook de watergangen van de Biesbosch herbergen een EUhabitattype, in de vorm van begroeiingen met breedbladige fonteinkruiden (H3260). In het verleden had dit habitattype een waar bolwerk in het Zoetwatergetijdengebied, waarbij Doorgroeid fonteinkruid (Potamogeton perfoliatus) domineerde. Hiervan is zo goed als niets meer over, maar in de Brabantse en Dordtse Biesbosch heeft zich na het instorten van de begroeiingen met Doorgroeid fonteinkruid plaatselijk Rivierfonteinkruid (Potamogeton nodosus) weten te vestigen. De laatste jaren weet deze soort zich uit te breiden, mogelijk als gevolg van de verbeterde kwaliteit van het rivierwater. Ook allerlei diersoorten
profiteren van dit laatste. Een voorbeeld is de Rivierrombout (Gomphus flavipes), die lange tijd in ons land was uitgestorven, maar vanaf het midden van de jaren 1990 weer is waargenomen en een opmars inzette. De populatie langs de Merwedetakken bedraagt thans meer dan honderd exemplaren. De Biesbosch lag in het verleden op de belangrijkste route voor trekvissen. De soortensamenstelling van de 17de eeuw is nu niet meer voor te stellen: in 1654 werden 'op eenen dagh wel 18.000 Steuren, Salmen ende Elft gevangen'. Voor de Fint was het gebied tot ver in de 20ste eeuw het belangrijkste paai- en opgroeigebied in ons land. Sinds de afsluiting van de Haringvlietdam is het gedaan met de populaties van deze trekvissen. Voor soorten als Fint, Elft, Zalm, Zeeprik, Rivierprik, Paling en Spiering is het noodzakelijk dat op niet al te lange termijn de Haringvlietdam tenminste op een kier worden gezet. Een vissoort die juist gebaat is bij een laag dynamisch watermilieu is de Grote modderkruiper. Van deze soort worden grote dichtheden gevonden in de 'killen', doodlopende oude rivierarmen in het oostelijke deel van het Natura 2000-gebied. Ook voor de Bittervoorn behoort het westelijke Rivierengebied tot de kerngebieden in Nederland. Ten noorden van de Nieuwe Merwede, op het eiland van Dordrecht, ligt een deelgebied dat weinig gemeen heeft met het beeld dat de Biesbosch bij de meesten oproept.
Hier resteert in de Hengstpolder, het Kraaiennest en op de Kop van de Oude Wiel een verscheidenheid aan rivierbegeleidende graslanden. Naar verhouding intensieve graslanden, die tijdens de vogeltrek worden bevolkt door ganzen en eenden, wisselen af met verschillende typen extensief en bloemrijk grasland. Deze variatie is te danken aan het natuurlijke reliëf, de gradiënten in waterhuishouding en bodem (van puur zand tot zware zavel) en het consequent toegepaste beheer van hooien en/of extensief beweiden. Het betreft hier Stroomdalgrasland (H6120), Glanshaverhooiland en Weidekervelhooiland (beide H6510). Op de Kop van de Oude Wiel wordt het grootste restant in West-Nederland aangetroffen van het sterk bedreigde habitattype Stroomdalgrasland (Medicagini-Avenetum pubescentis). Het type komt hier voor in een zeer goed ontwikkelde vorm. De lijst van zeldzaamheden omvat onder andere Rode bremraap (Orobanche lutea; de enige vitale populatie in ons land), Oosterse morgenster (Tragopogon pratensis subsp. orientalis), Ruige weegbree (Plantago media), Ruige leeuwentand (Leontodon hispidus), Kleine ruit (Thalictrum minus), Bevertjes (Briza media), Grote tijm (Thymus pulegioides), Beemdkroon (Knautia arvensis) en Kleine ratelaar (Rhinanthus minor).
Ook treden hier enkele plantensoorten op die elders slechts zelden in stroomdalgrasland worden gevonden, zoals Knolsteenbreek (Saxifraga granulata), Ruig viooltje (Viola hirta), Ruige scheefkelk (Arabis hirsuta), Geelhartje (Linum catharticum), en Knolbeemdgras (Poa bulbosa). Het voorkomen van een aantal van deze laatste soorten hangt samen met het feit dat hier in het benedenrivierengebied de droge graslanden het gehele jaar door nog een zekere vochtvoorziening hebben, doordat de waterstanden niet diep weg kunnen zakken. Het getij is van belang voor de instandhouding van het habitattype, doordat waterschommelingen voor aanvoer van vers, kalkrijk zand zorgen. Op de Kop van de Oude Wiel bevindt zich een geisoleerde populatie van de Knautiabij (Andrena hattorfiana), die afkomt op de grote populatie Beemdkroon. De soort is verderr vrijwel alleen in Zuid-Limburg bekend. De meer westelijk gelegen
Hengstpolder herbergt het enige resterende goed ontwikkelde Weidekervelhooiland (Sanguisorbo-Silaetum) in ons land. Behalve de uiterst zeldzame Weidekervel (Silaum silaus), komt hier veel Grote pimpernel (Sanguisorba officinalis) en Trosdravik (Bromus racemosus) voor, naast zeldzame soorten als Lange ereprijs (Veronica longifolia) en Noords walstro (Galium boreale; de enige groeiplaats in Nederland). Het Weidekervelhooiland staat op kalkrijke kleibodem, op plaatsen waar de waterstanden 's winters hoog zijn en zomers wegzakken, waarbij oppervlakkige uitdroging van de bodem optreedt. In het Kraaiennest komt in de gradiënt van Weidekervelhooiland naar stroomdalgrasland een grote oppervlakte aan bloemrijk Glanshaverhooiland (Arrhenatheretum elatioris) voor. De bovengenoemde lijst van zeldzame plantensoorten moge duidelijk maken dat we hier te maken hebben met een van de belangrijkste terreinen in ons land voor graslanden. Staatsbosbeheer streeft met veel geduld naar uitbreiding van deze begroeiingen. Door langdurige, jaarlijkse toepassing van hooibeheer verandert hier eertijds intensief gebruikt grasland geleidelijk in de beoogde habitattypen.
Literatuur Zonneveld 1960; Cohen Stuart & Westhoff 1963; Westhoff et al. 1971; Booys 1982; Berendsen 1984; Saris & Sierdsema 1987; Meijer 1991; van der Pluijm 1991; Weeda 1991; Zonneveld 1991; Coops 1992; Martens 1993; van der Pluijm 1995; Zonneveld 1999; Wolf et al. 2001; Kemmers et al. 2002; Weeda et al. 2002a; Buissink 2004; Niewold 2004; Meijer & Weel 2007.
Ruud Knol
Actief beheerde rietlanden bieden in het vroege voorjaar volop ruimte aan dotterbloemen (Caltha palustris) met her en der wat Pinksterbloem (Cardamine pratensis).
John Janssen Door de kracht van het water kunnen complete bomen worden ontworteld en meegesleurd. Elders kunnen deze weer voet aan de grond krijgen en tot nieuwe wasdom komen.
Mark van Veen
De IJsvogel doet het, mede dankzij een reeks van zachte winters, weer erg goed in Nederland. In 2008 kon de soort zelfs van de Rode Lijst worden afgevoerd.
Bas van Gennip Tonghaarmuts (Orthotrichum rogeri) is een onbestendige soort, die de afgelopen jaren op verscheidene plekken in ons land is aangetroffen, voornamelijk op wilgen en in jonge aanplant van eiken. Meer duurzaam is dit mos slechts van twee gebieden bekend, te weten de Biesbosch en de uiterwaard Meinderswijk bij Arnhem. In de Biesbosch groeit de soort in doorgeschoten grienden.
rga
t
en
Adriana
i jk
Zwaluwe
Bot sd de
Keizersdijk
We g
Drimmelen (Gem huis te Made)
gs
t
AM E
Polder
ergat
Pl o m
de
r te
at elg
254
gat
t
van
110000
111000
ijk
Kil
g we rd aa
g
W te
we es
te
in
Gro
Bakkerskil
g we Kil le
eg ilw sk
er
dijk Buiten
Kil
Ble eke
eg
eg
Ga t
van het
Helle 21
1 24
tkil N
a t h als
Gat
Lange
Pl 370
Werf Paulushoeve
23
Kilblok
De Kurenpolder
21
(Recreatieoord)
Pe ere
Peerenboom
p Plom
de
H GSC BER
Pl 400
248
S MAA
Keizersveer
Pl 410
Pl 246
E
Sl
Pl 247
Autodepot Museum
Kleine Nieuwe Dombosch
Mil Oefenterrein 20
414000
Dombosch
Sl
A a n w asse n w eg
Gem Geertruidenberg
Hamplaat
(Gem huis te Raamsdonksveer)
Amercentrale
Jachthaven
Slikpolder
Oudgors
114000
115000
116000
117000
118000
Dombosch
A27 E311
Keizersveer
Geertruidenberg 119000
Nieuwe 120000
4
Gemeente Geertruidenberg (Gem huis te Raamsdonksveer)
Hooipolder 121000
122000
aal
HR (163 ha) VR + HR (9478 ha) Totale oppervlakte = 9641 ha Ander Natura 2000-gebied (indicatief) VR = Vogelrichtlijngebied
Kaart behorende bij aanwijzingsbesluit PDN/2013-112
HR = Habitatrichtlijngebied
tot aanwijzing als speciale beschermingszone onder de Habitatrichtlijn (NL3000040) en ter wijziging van het besluit tot aanwijzing als Vogelrichtlijngebied (NL3009002) Datum kaartproduktie: 23-5-2013 15:19:24 deze kaart 0
250
500
1000
1500
2000 Meters
n
247
21
113000
re
22 249
250
Onderplaat
Drimmelen
e Pe
boom
415000
la ai Aakv
Legenda
Natura 2000-gebied Biesbosch
2
weg
416000 Jachthaven Noord
253
De Koekoek
gatsw
n dw za ne Ja n
Oos Oranjehoeve
252
Koekoek
Sche
nkeld
eg pkilw Drae eg pkilw Drae
Kil
g
eg ilw Wes tk
va n
Ste urg at
at eg pp Je
nd Za
nd
Gat van het
Za
te
eg
Pl 380
de
Koekoek
112000
Nathalspolder pp
Steen
251
Zuidergat
417000
Sl
Eendenkooi
255
Stroom
Sl
polder
Je Pl 360
St Jansplaat
van
Hofmansplaat
Polder Kindem
R
Noorder
g
Hank
plaatje
ns ve
Jannezand
Sloot
Haven
Polder
g
skan tering
109000
Er geldt een algemene exclaveringsformule op grond waarvan o.a. bestaande bebouwing en verhardingen meestal geen deel uitmaken van het aangewezen gebied (zie verder Nota van toelichting bij het besluit).
wa
5
d Mid
rstee
van den
en
Brand
Polder
108000
gs
6
Toontjesplaat
g
Mariapolder
H av
g
Ba kk
Reugtweg
lek e
van
Ketelpolder
Steenplaats
we
Middelste Jannezand
Middelste
ie
we
Zuider
Ha m
Nieuwe
ek
Noord
418000
Rietwerf
l
107000
8
Kuijpershoek
Landzicht
Nieuwland
106000
p
ko
Polder
we
Ka naa
irk
Vlo eds Harmonie
Ko e
Den Bol
De Verre Hoeve H am se w eg
Jannezand
als
Ja n
p
he
gat
Sl
th
rafwa Zuide
renspoorweg
Sl
Jan Reireveld Koningshoeve
verdriet
nse
105000
Volharding
Nieuw-
e ng Do
104000
en
Hooge
polder
de
Gemeente
polder
(Spaarbekken)
7
n sc
Vierbannen
Polder
Boeren
het
Plomp
Benedenste 4
De Gijster Pompstation
Polder
Na
Lepelaar
de
Amertak
103000
1
0
ba Vier
verdriet
eg
Werfk ampe
Oostgorspolder
polder
Ha v
polder
am
De Swaluwe
Ou
46 17
Moerdijk
Polder
Schuddebeurs-
gd
Lage Zwaluwe
Schuddeborse
rks
Kl Koekoek
Polder
n de
A16 E19
Klaverhoeve
Bru
va n
ui
's Heerenhuis
Gat Polder
Nieuwe
Sl
se
Ke
Polder Hooge
Zuiveringsinst
Amerhoeve
3
Klaver
IJsbaan
Vegetaspolder
Dijk
Moerdijk
eg
Br en Sl
Schuddebeurs
de
256
Am erw
Harmonie
Hav 18
n
tw
Ka me
Polder
(Gemeentehuis te Made)
Sl
De Bruijn
ijk Buitend
45
va
Jannezand
Pl 350
Polder
3
2
rdrie
Boerenverdriet
St
t Ga
-6
Moerdijkbruggen
Ga t
sj
Wer kh aven 257
AM E R
-18
Zwaluw
Kroon weg
Gat
ek
259 260
t loo
hennip
Sl
Jan
Gemeente Drimmelen
1
261
415000
Kees jes
ve
Altena
Turfzakken
Polder Kwestieus Amalia
Middelveld
Ke e
Meetpaal
258
Victoriahoeve
en
De Gijsbert
sc
ide
t Ga
Polder
Boeren
Helle
n va
Zu
Visschen
de
van
va n
Ga t
ste en uw ie nn Bin
van Boerenplaat
t
Jan
Ga t
ga
Notaris-
n
Sl
Sl
Sl
Bo er
uw
Boven
Moordplaat
ek
Werkendam
om
laat
262
2
te
ho
Gijsbertweg
bo
ap min
er
Vl o e
Polder Lange Plaat
Lange
-14
6
ok
rs
't Bruyntje
Oud-
Polder
ga op Lo
Middelland
Sluishoek
Polder
hoek
Va art
Ja co
An na
rd
Eendenkooi
Doolhof
Turfzak
n de
D
de
van
(Spaarbekken)
o
en
Windewaai
l rs ki kke Ba
Polder
Halfweg
Rupsenhoek
Honderd en Dertig
om me H
Prik-
eg
Gemeente
West k i l
Pl 340
Plomp
-4 982
o No
g
Pauluszand
Heen plaat
at
Polder
Kruidvlaai ek
Polder erw
Schanswaard
t
e s Ki l
Zu
r id e
t
Po ld
419000
Polder Ganzenpest Cornelia
de
Gem Werkendam
Vischplaat
ne
Zuider Jonge Deen
we
Har
Gat
den
va n Vis s
chen
Viss
de n va
19
414000
Meetpaal
n
Stormhoek
E W
981
-10
ers
Rector
Pompstation
de
id
Zu
EU NI
979
980
EP
ig derd en Der t
en ch
T-plaat
Lepelaarsgat
Polder
de
Beversluisplaat
416000
44
iz Ke
Kr
dijk
Deeneplaat
Eendenkooien
Bruggehof (Recreatieoord)
t Ga
Hennipje
oig
e
Pl 330
eg
Spoorslootgriend
en
Honderd Dertig
Honderd en
H on van
Ko nen Bi n
og
Polder
Bo
978
Beversluisplaat
Ho
Kijfhoek
te
Nerzien
plaatje
ugt
n va
Willemsdorp
Groene Plaat
Dertig
at Kooig
ig
of
Hooge Polder
Kijfhoek
Pl 60
Re
De Dood ga Kooi
beoosten
van De Bol
Jonge Deen
hennip
Bu ite n
Biezengors
benoorden
t Ga
Noorder
Driessen
Ganzewei
Rietplaat
Deenepolder
Benedenste
Gro
w at
20
s
van
Bovenste
je
Buisjes
Hooge Hof Sl
Polder
nd
polder
Noorderplaat
Zi j kga
Keerstuk
Pl 75
Polder
Pl 320
Pa ulus Suzannahoeve za
Vijf
Ruwenhennip
Gat
43
len
E
va n
Koekplaat
Groteplaat
W ER M
977
is Bu
v
at
Pl 20
Kie
Zuidpunt 987
Kroondomein
van
van
M a a r t e n sg a t
417000
Engelan d
Bromhoek
Gat
21
G at
Fanteplaat Pl 19
42
de
an
Hof Hoge Hof
Dam
Den Engel 986
H
Ambachten
Noordplaatje
Ru
Hooge
DE
Steenenmuur
C
420000
polder
Pl 50
Pl 70
Ganzewei
Slek
plaat
Noordplaat
S
Pl 80
De Bloemplaat Hoeve
ine Bru
eg
Polder
Tong
Bevertweg
Sl
Hout-
n pe m Ka
Catharinaplaatjes
plaatje
Zwartbolplaat
Pl 23
in
s
de B
Gat van 976
Zuid
Zuidgat
le
en
Nieuwendijk
eg
Heuvelw
Zwaneplaat
Pl 18
22
418000 Meerkoot
aken
Zuid
Pl 14 dijk
K
Zuidhaven
Pl 13
Tongplaat
Zalm
O
Ganzewei
N o o r d e r Pl 90 kl i p
de
van
t Ga
(Spaarbekken)
de
uw ie N
De Zwaan
Pl 15
Biezenplaat
m
k oe
eg Deeneplaatw
No o
e
Zuidpunt
den
nh er ord No
Els
Sl
Va n
Ma lle
straatweg
Rijks
de 41
Kleine
B Polder
Maltha
Sl
Petrusplaat
975
Brabander
Hooge
Polder
985
or
de Nieuwe
at a lg
Bovenkil
Kw
Zu id
polder eg
Princenheuvel Pl 22
S Observatiepunt
Karnemelks
Polder ekw
Krijntjeshoeve
Sl
Vogelenzang
Maltha
Kijf ho
eg
g
ew
weide
ste
we
dijk
De Zuidplaat
Mauritshoeve
Kon Willem II hoeve
E
Joachimsveld
Krijntjes
Steenenmuur
Polder
Polder
den
Polder
Hooge
ars
Hof
ed
Polder Pl 310
Pl 40
Catharina
El s
erw M
421000
Polder
Donderzand
(Waterwinbedrijf)
n
er
I
Kille
r
w
g
de Mid
ee W
Beve rt
Polder
Brabantse Biesbosch
Prikpolder
D
we
Elzen
Jong Dordrecht
Nieuwe Beer
B
Werkhaven
Lage
Pl 300
Pl 30
't Kooike
at
Pl 100
atw eg
e
n
Johannes Vis
Lijnoor
an sg
en
ge
De
at pla
e
Pl 17
ig
e
't Kooike
g
de Kroon en de Zalm
Uitzichtheuvel
Biesboschmuseum
Elshoeve
en
e rs
weg
old
er Ve
ap
974
Koo
gatwe
Trafostation
Springer
Biesbosch
Bo om
Bru
Polder
Dooijemanswaard
De Grote Zalm
Pl 110
Biesdonk
st
uis
de Het Bergsche Veld
Pl 16
we
Lo