CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

1002307 Bijlage 2 - Gebruiks Programma van Eisen Cultuurhuis

Raadsvergadering 16 december 2025, gemeente GorinchemBij agendapunt: BESPREEKSTUK Cultuurhuis de Nieuwe Doelen12.528 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dak

In geval van een plat dak zijn begaanbare looppaden aangebracht en de dakranden hebben een valbeveiliging. Het dak is binnen de Arbo-eisen goed bereikbaar voor het uitvoeren van onderhoud aan eventuele zonnepanelen, het dak zelf en voor gevelreiniging. Het dakafschot, waar het aangepast wordt, is weloverwogen ontworpen en uitgevoerd. Ter overweging is de toepassing van witte dakbedekking ter beperking van de warmtelast, een sedumdak voor de tijdelijke berging van hemelwater. Bij toepassing van een witte dakbedekking moet in het ontwerp een voorziening worden meegenomen waarmee het onderhoud (de schoonmaak) zo eenvoudig mogelijk kan worden uitgevoerd.

Vloeren

De vloerafwerking wordt bepaald door de functie en uitstraling van de ruimte. De vloerafwerking is representatief, akoestisch dempend, eenvoudig te reinigingen, slijtvast (geschikt voor intensief - 24 -

gebruik), allergeenarm en antistatisch. Alle vloeren dienen dorpelvrij te zijn, behalve de natte ruimtes. Afhankelijk van het ontwerp rekening houden met het opnemen in de vloeren van technische infrastructuur (klimaat, verlichting, data, veiligheid en dergelijke). Vloerafwerking in de theaterzaal en periferie op aanwijzing door de adviseur podiumgebouwen.

Binnenwanden

De wanden en wandafwerking van de verschillende ruimtes kiezen in overeenstemming met het gebruik van de ruimtes. Behalve met de hier genoemde eisen moet ook rekening worden gehouden met de gewenste uitstraling. De wandopbouw van de theaterzaal en repetitieruimtes is maatwerk en moet worden uitgewerkt in overleg met de constructeur, de adviseur theatertechniek en de adviseurs bouwfysica en akoestiek. Alle wanden hebben de benodigde akoestische afscheidingen c.q. afdichtingen. Ook boven de plafonds zijn de voorzieningen voldoende geluidsisolerend. Doorvoeren in scheidingswanden en boven het plafond (bijvoorbeeld kabelgoten) zijn akoestisch afgedicht met het oog op de vereiste geluidsisolatie. Op kwetsbare plaatsen waar veel bezoekers komen en/of transport van goederen en instrumenten plaatsvindt, is gepaste robuustheid nodig en is de wandafwerking slag- en stootvast. De onderste laag (50 cm) van de binnenwanden heeft een stootvaste laag zonder scherpe randen. Op uitwendige hoeken moet een verticale hoekbescherming worden aangebracht. Wanneer deuren in een transportroute liggen waar veelvuldig met wagentjes e.d. wordt gereden, hebben de deuren stootplaten of gelijkwaardige bescherming.

Er zijn geen opbouw- of uitstekende installatiedelen, brandhaspels et cetera daar waar sprake is van regelmatig passeren van instrumenten en benodigdheden voor de uitvoeringszaal (zoals bijvoorbeeld instrumenten als een piano of vleugel). Voorkomende onderdelen dienen te zijn opgenomen als inbouwelement of verzonken te liggen in nissen in de wand. Bij bestaande gebouwdelen de mogelijkheden daarvoor onderzoeken of hinder van installatiedelen voorkomen door deze eventueel elders te plaatsen. De binnenwanden hebben voorzieningen voor het ophangen van voorwerpen. Afhankelijk van het ontwerp rekening houden met het opnemen in de wanden van technische infrastructuur (klimaat, verlichting, veiligheid en dergelijke). De binnendeuren hebben sloten op basis van een toegangsplan met een (programmeerbaar) toegangspassen- of intoetscode systeem of met sleutels. De deuren in verkeersruimtes zijn tijdelijk open te zetten door middel van voorzieningen (bijvoorbeeld kleefmagneten).

Plafonds

De plafonds van de verschillende ruimtes kiezen in overeenstemming met de functie van de ruimtes, waarbij het gebruik van systeemplafonds vermeden wordt In verband met de vereiste akoestiek geluidsabsorberende plafonds toepassen, tenzij met alternatieven aantoonbaar de gestelde technische kwaliteitseis kan worden gerealiseerd. Houdt bij de plafondafwerking rekening met het bereiken van eventuele bovenliggende installaties/installatieonderdelen.

- 25 -

Maatvoeringen

Voor de hoogte maatvoering geldt in het algemeen het BBL. De inwendige (netto) hoogte/vrije hoogte en de lengte/breedtematen van ruimtes zijn echter een belangrijk kwaliteitsaspect en in bepaalde gevallen een functionele vereiste. De theaterzaal, repetitieruimtes en het laad- en losgebied stellen om functionele reden bepaalde eisen aan de maatvoering, te denken valt aan het vervoer van piano’s en dergelijke. De foyerruimtes hebben om kwalitatieve redenen bepaalde hoogte eisen. Voor de lengte- en breedtemaatvoering geldt hetzelfde. Binnen de mogelijkheden van het gebouw en de gewenste indeling dit afstemmen met de theater technisch adviseur, gebruiker en opdrachtgever.

Werktuigkundige installaties Installatieopzet

De installaties dragen bij aan een doelmatig, bedrijfszeker, flexibel en efficiënt gebruik van het gebouw en dragen bij aan het comfort. De installaties van het gebouw zijn naast eerdergenoemde beschrijvingen gebruikersvriendelijk. Er is een adaptief GBS aanwezig in het gebouw dat mogelijk behouden of vervangen wordt. Technische ruimtes en schachten bieden voldoende ruimte voor bediening, inspectie en onderhoud van de installaties en hebben geschikte toegangen voor vervanging van apparatuur. In verblijfsruimtes zijn de temperatuur, de (kunst)verlichting, de eventuele buitenzonwering en de binnen- lichtwering per ruimte apart bedienbaar. In verband met verschil in gebruikstijden bij voorstellingen, ontvangst van groepen, repetities, de ontvangstruimte, vergaderingen, kantoorwerkzaamheden en/of afwijkende werktijden is het mogelijk de diverse installatiedelen afzonderlijk in te stellen. De voorzieningen ten behoeve van de installaties (ventilatie, verlichting en dergelijke) zijn optimaal geïntegreerd in de opzet, de constructie en uitvoering van de plafonds, om een logische verdeling te realiseren. De installatie is zodanig dat een energetisch verantwoorde schakeling te realiseren is.

Ten behoeve van eventuele nog in de toekomst in te brengen installaties, de eventueel toe te voegen bouwkundige schachten met voldoende reserve oppervlak, ongeveer 15% reserveruimte, ontwerpen en uitvoeren. De installaties zijn zo mogelijk ook afgestemd op uitbreidings- en aanpassingsmogelijkheden.

Klimaatinstallatie

De klimaatinstallatie dient zodanig te worden aangepast dat het verwachte binnenklimaat te allen tijde kan worden gerealiseerd met inachtneming van de overige comforteisen, zoals beperking van tocht en koudeval. De meest urgente ingreep is het verplaatsen van alle klimaatinstallaties van de voor exploitatie belangrijke - begane grond naar het dak. Onderzocht moet worden of huidige schachten en kanalen in de nieuwe situatie geschikt zijn voor klimaatbeheer dat aansluit bij de in dit PvE verwoorde verwachtingen. Een goede doorspoeling van de ruimtes van het gebouw met ventilatielucht waarborgen door het te kiezen luchtbehandelingssysteem. Het luchtbehandelingssysteem ontwerpen in samenhang met koeling en verwarming van de ruimtes. De installatie is bij voorkeur zodanig dat:

- 26 -

•

•

•

•

De hoeveelheid verse lucht per ruimte eenvoudig aan te passen is aan uitbreidingen en functieaanpassingen en gewijzigde indelingen, zonder hoofdtracés aan te passen of te vervangen; Sprake is van extra capaciteit, zodanig dat per verdieping 10% van het vloeroppervlak met ruimtes met verhoogde ventilatie kan worden ingericht op elke willekeurige plaats in het gebouw, zonder kanalentracé-aanpassingen; De koeling van de theaterzaal zodanig kan worden ingeregeld dat rekening wordt gehouden met de inloop en het tot rust komen van publiek (om te voorkomen dat even na aanvang van de voorstelling de ruimte te sterk gekoeld wordt); De installatie per verblijfsruimte (kantoor- en kleedruimtes, werkplaatsen, repetitieruimte) door de individuele gebruiker handmatig bedienbaar is zowel voor de verwarming en koeling, en eventueel bij een hoger ventilatievoud dan het ventilatiedebiet; o Individuele verstellingen binnen 1 uur het gewenste resultaat geven; o (Per ruimte) ventilatielucht mechanisch wordt toegevoerd en afgezogen; o Tijdens bedrijfsuren geen recirculatielucht wordt gebruikt; o (Bij voorkeur) laag temperatuurverwarming en hoog temperatuurkoeling plaatsvindt; o Energievernietiging door gelijktijdig koelen en verwarmen wordt voorkomen (tenzij dit vanuit vochteis noodzakelijk is); o De geluidsproductie van het ventilatiesysteem binnen de in dit PvE genoemde waarden blijft; o Naast de

mechanisch toegevoerde lucht er mogelijkheden in de kantoorwerkruimtes zijn om via te openen delen verse buitenlucht toe te staan; o Het luchttoevoerdebiet in het gebouw/ per verblijfsruimte zodanig is dat er, na aftrek van de luchthoeveelheden van de mechanische afzuigsystemen, 10% meer lucht wordt toegevoerd en er een geringe overdruk ontstaat.

Luchtbehandelingskasten De luchtbehandelingskasten zijn dubbelwandig en koudebrugvrij. Kleppensecties, filterframes, verwarmings- en koeler-batterijen zijn behandeld met een corrosie werende coating. De filtersectie is gemaakt van r.v.s. ter voorkoming van doorroesten. Vrije koeling toepassen met een bypass in geval van warmteterugwinning. De luchtbehandelingsinstallatie heeft de nodige voorzieningen om de prestatie-eisen te halen, zoals filters, (kanaal)geluiddempers, overspraakdempers, frequentiegeregelde ventilatoren, warmterugwinning, brandkleppen et cetera. Om bij zeer geringe bezetting, het gebouw op temperatuur te houden, dient de mogelijkheid aanwezig te zijn om de afgezogen lucht van een bepaalde ruimte te recirculeren met geringe bijmenging van “frisse” buitenlucht, mede op basis van CO2-metingen. Luchtkanalen en plenums In de luchtkanalen de luchtsnelheden beperken in verband met achtergrondgeluidsniveaus van de installaties en in verband met energiezuinigheid. In de luchtkanalen inregelvoorzieningen opnemen om een luchtbalans te realiseren. De buitenluchtaanzuig- en afblaaskanalen zijn uitwendig thermisch en dampdicht geïsoleerd. De buitenluchtaanzuigkanalen inwendig dubbel bitumeren. De luchttoevoerkanalen zijn uitwendig thermisch geïsoleerd. De isolatie is voldoende beschermd om in de gebruiksduur onnodige beschadiging te voorkomen.

In kanalen waar nodig overspraakdempers toepassen. Mechanische ventilatie Het mechanische toevoerdebiet voor verblijfsruimtes bedraagt: • Theaterzaal, repetitiestudio(s) ≥ 35 à 40 m3/h p.p. • Ontvangstruimte, foyer, bibliotheek ≥ 35 m3/h p.p. - 27 -

• •

Repetitieruimtes ≥ 35 m3/h p.p. Alle niet genoemde niet-verblijfsruimtes ≥ 2,5 m3/h m2

Mechanische afzuigvoorzieningen De mechanische afvoerventilatie heeft voor niet-verblijfsruimtes de volgende capaciteit per ruimte: • • • • • •

Toiletten > 50 m3/h per toilet Werkkasten, bergingen > 25 m3/h Keukenruimte > 70 m3/h Afval ruimte > 70 m3/h Expeditieruimte > 50 m3/h Garderobe (boven de – natte- jassen) > 70 m3/h

Specifieke eisen De luchtsnelheid in verblijfsdelen is niet hoger dan 0,2 m/s om tochtklachten te voorkomen. Ruimtes met lucht- of geurverontreiniging (keukens, toilettenen dergelijke) worden op een onderdruk gehouden om verspreiding van verontreinigingen naar de overige ruimtes afdoende te beperken. Na de bedrijfstijd blijft de afzuiginstallatie voor onder andere toiletten en werkkasten in bedrijf. Water en sanitaire installaties Koud en warm tapwater Op diverse punten in het gebouw zijn tapwaterpunten voor koud- en warm water inclusief afvoer, in onder andere de kleed- en doucheruimtes, keukens, pantry's, werkkasten en de toiletruimtes. In de theaterzaal is op het zijtoneel een koud- en warmwatertappunt met uitstortgootsteen aanwezig. Sanitaire voorzieningen in toilet- en kleedruimtes Uitgangspunten voor sanitaire toestellen en wastafels in toiletruimtes, kleedruimtes en dergelijke zijn de schoonmaakmogelijkheden door onder andere toepassing van vrijhangende closetcombinaties. De mindervaliden toiletten hebben een alarminstallatie.

Brandblusinstallaties

Watervoerende blusmiddelen worden zoveel mogelijk vermeden in verband met boeken, instrumenten, uitrusting theaterzaal. De brandslanghaspels zijn inclusief haspelkast (inbouw), conform voorschriften (regionale) brandweerinspecties en in een nader te bepalen RAL-kleur. Bij voorkeur wordt een slanglengte van 20m1 aangehouden. Minimaal is een haspel ter plaatse van de vluchtdeuren naar buiten gepositioneerd.

Afvoerinstallaties

De afvoerinstallaties scheiden in een hemelwater- en vuilwater afvoerinstallatie. Voor de hemelwaterafvoer geldt: • De hemelwaterafvoerinstallatie betrekken in afwegingen als het gaat om duurzaamheid. • Onderzoeken of een grijswatersysteem in te brengen is. • De hemelwaterafvoer aansluiten via een zo kort mogelijke weg door infiltratie of op het gemeentelijke hemelwaterafvoerstelsel. • Bij hemelwaterafvoer langs de gevel zijn de eerste 2,5 m boven maaiveld vandalismebestendig.

- 28 -

Voor de overige vuilwaterafvoer geldt: • Alle sanitaire toestellen, spuivoorzieningen, condensafvoeren, vloerputten, et cetera moeten water-lucht- en stankdicht aansluiten op een afvoerleidingsysteem. Dit is vervolgens aangesloten op het gemeentelijk rioleringssysteem. • Afvoersystemen zijn geïsoleerd tegen het optreden van condensatie. Leidingen zijn akoestisch geïsoleerd, als geluidsoverlast voor gebruikers of publiek kan optreden. • Voor keukenruimtes (kleine kaart) rekening houden met een gescheiden afvoerleiding, met tracing en zetmeel/vetvangput. Specifieke eisen hieraan nader onderzoeken (onder andere in verband met inspectie en afvang/schoonmaak). • Uitstortgootstenen waar nodig (cursuslokaal/ atelier) voorzien van zandvangers. • Ontstoppingsmogelijkheden voorzien bij iedere toiletgroep.

Legionellabestrijding

In overeenstemming met de wettelijke eisen moet een legionellabeheersplan worden opgesteld. De installatie is legionella veilig, zonder aanvullende beheersmaatregelen. Leidinglengten zoveel mogelijk beperken, zonder "dode" einden. Bestaande leidingen hierop nazien.

Regelinstallatie W-installaties Algemeen

De regelinstallatie regelt de werktuigbouwkundige installaties. De regelinstallatie vormt een geheel met het gebouwbeheersysteem (GBS). Dit GBS genereert gebouwgegevens, zoals temperaturen, status van installatietechnische storingen en administratieve gegevens voor het energie managementsysteem, gedurende 12 maanden. De regelinstallatie is automatisch, met de mogelijkheid tot handbediening. Het GBS omvat minimaal: • Het automatisch inlezen van water- en elektriciteitsverbruik; • Het automatisch inlezen van eventuele deelverbruikmeters; • Visualisatie en controle van alle HVAC-installaties (klimaat installaties); • Algemene controle van beveiligingsinstallaties; • Het uitlezen van de brandcentrale; • Sturing van de verlichting incl. reclame-, gevel- en buitenverlichting; • Nachtventilatie regeling (nachtkoeling); • Vrij instelbare klok- en vakantieprogramma’s (met automatische zomer-/wintertijd); • Een IP (internetprotocol) georiënteerde omgeving, via internet benaderbaar zonder dat een speciaal softwarepakket noodzakelijk is om toegang te verkrijgen. Aangestuurd door de inbraakinstallatie bij activering van deze installatie volgt een puls om de Winstallatie en de verlichting in de nachtstand (gesloten) te zetten. Het GBS is volledig vrij programmeerbaar, toegankelijk via eigen netwerk en internet.

Het betreft een integraal GBS, waarop alle installaties zoals inbraakbeveiliging, toegangsbeheer, verlichting en klimaatbeheersing zijn aangesloten. Het GBS moet, behalve in het gebouw zelf, ook op afstand bij gemeente Gorinchem (gebouweigenaar) kunnen worden bediend.

- 29 -

De werking van de regelinstallatie en het GBS moet aangetoond worden tijdens het eerste jaar van ingebruikname. Goede werking kan aangetoond worden door logfuncties en grafiekuitdraaien alvorens de definitieve juiste werking kan worden geaccepteerd. De installatie heeft een energie-bemetering per installatieonderdeel, afleesbaar via het GBS en een monitoringsysteem om inzicht te verschaffen aan de beheerder en de gebruikers wat het energieverbruik is en om te monitoren of alle energiebesparende maatregelen ook hun effect blijven behouden. Afwijkend gedrag is met het monitoringsysteem vroeg signaleerbaar. Bedieningspaneel In een centraal geplaatst bedieningspaneel moet een weergavevenster zijn opgenomen voor de signalering van storing- en onderhoudsmeldingen evenals bedieningsschakelaars voor overwerk en dergelijke. Op het centrale bedieningspaneel zijn voorzieningen opgenomen om onvoorzien schakelen van licht in de uitvoeringszaal te voorkomen. Schakelingen Schakelingen van de installatieonderdelen zijn volgens een in te stellen geoptimaliseerd programma voor dag, nacht en weekendbedrijf met de verruimingsmogelijkheid per zone of ruimtecluster, verdieping en installatie. De zones in overleg met de gebruiker/opdrachtgever samen te stellen.

Doormeldingen Storingen en onderhoudsmeldingen aan de installaties worden naar het centrale paneel via optisch signaleren gemeld, gesplitst in urgent en niet-urgent – dan ook akoestisch. Meldingen zijn via email en sms of app te versturen. Alle signalering ten behoeve van de gebruiker zijn duidelijk en gebruikersvriendelijk. Relevante meldingen van de brand- en inbraakinstallatie worden doorgemeld aan een Particuliere Alarm Centrale (PAC) en eventuele hulpdiensten volgens voorgeschreven en werkbaar protocol. Regeling ruimtetemperatuur De installatie heeft een centraal in te stellen ruimte temperatuurregeling en een individuele ruimte temperatuurregeling per ruimte of zone. Bandbreedte van de individuele temperatuurverstelling is +/- 3 °C ten opzichte van de centraal ingestelde ruimtetemperatuur voor die ruimte. In overleg en op basis van het ontwerp, het aantal naregelingen met inachtneming van de gewenste en mogelijke flexibiliteit te bepalen. Daarnaast hebben de regelingen van de verwarming, de koeling en de ventilatie een overwerkschakeling.

Elektrotechnische installaties Installatieopzet De installaties dragen bij aan een doelmatig, bedrijfszeker, flexibel en efficiënt gebruik van het gebouw en dragen bij aan het comfort. De installaties van het gebouw zijn naast eerdergenoemde beschrijvingen gebruikersvriendelijk. Dat geldt voor: instelbaarheid, meetbaarheid en regelbaarheid. Technische ruimtes en schachten bieden voldoende ruimte voor bediening, inspectie en onderhoud van de installaties en hebben geschikte toegangen voor vervanging van apparatuur. In verblijfsruimtes zijn de temperatuur, de (kunst)verlichting, de eventuele buitenzonwering en de binnen- lichtwering per ruimte apart bedienbaar. In verband met verschil in gebruikstijden bij

- 30 -

uitvoeringen, ontvangst van groepen, repetities, de ontvangstruimte, vergaderingen, kantoorwerkzaamheden en/of afwijkende werktijden is het mogelijk de diverse installatiedelen afzonderlijk in te stellen. De voorzieningen ten behoeve van de installaties (ventilatie, verlichting en dergelijke) zijn optimaal geïntegreerd in de opzet, de constructie en uitvoering van de plafonds, om een logische verdeling te realiseren. De installatie is zodanig dat een energetisch verantwoorde schakeling te realiseren is. Ten behoeve van eventuele nog in de toekomst in te brengen installaties, de bouwkundige schachten met voldoende reserve oppervlak, ongeveer 15% reserveruimte, ontwerpen en uitvoeren. De installaties zijn ook afgestemd op uitbreidings- en aanpassingsmogelijkheden. Het vermogen wordt grofweg opgebouwd uit de vermogens ten behoeve van: • luchtbehandeling en warmtebronnen • ventilatoren en koeling • verlichting • liften • theatertechniek • horeca • overige gebruiker specifieke apparatuur. In verband met de netcongestieproblematiek is het streven binnen de aansluitwaarde van de huidige DND te blijven. Het totaal gelijktijdig aangesloten vermogen dient bij voorkeur 10% reservecapaciteit te bevatten. Het benodigd transformatorvermogen dient tijdens het ontwerp nader te worden berekend en op basis van deze berekeningen te worden vastgesteld.

Alle krachtvoedingen (voor zover niet al aanwezig) vanaf de transformator volgens het TN-S systeem uitvoeren. Overspanningsbeveiliging en bliksemafleiderinstallatie uit te voeren als een gecombineerde installatie. Aarding en vereffening gescheiden houden. (AV-apparatuur) De verdeelinrichtingen van de geluidinstallaties dienen rechtstreeks gevoed te worden vanaf de hoofdverdeelinrichting.

Aansluiting op nutsvoorzieningen Waarschijnlijk al in voldoende mate voorzien.

Hoofdaansluiting en verdeelinrichtingen

Hoofdverdeelinrichting De hoofdverdeelinrichting is geschikt voor het maximaal geïnstalleerd af te nemen vermogen van de transformator(en) of laagspanningsaansluiting. Rekening houden met het inbrengen van PV of batterijsystemen. De hoofdverdeelinrichting heeft bij eventuele herziening een overspanningbeveiliging met een stootspanningsbestendigheid van 4-6 kV (uitvoering inclusief centrale aanspreek uitlezing). Eventueel reservevermogen aanhouden in meerdere groepen met een minimum van 4, verdeeld over verschillende waarden van de zekeringhouders. Onderverdeelinrichtingen als deze herzien worden. Uitgangspunt is tenminste 1 verdeelkast per bouwlaag, zo dicht mogelijk bij de hoofd verdeelinrichting aangebracht en centraal boven elkaar gelegen. Uitzondering daarop zijn de

- 31 -

verdeelinrichtingen t.b.v. de theaterzaal. Afhankelijk van het ontwerp worden deze geplaatst op aanwijzing van de adviseur theatertechnieken. De verdeelkasten/verdeelinrichtingen voorzien van: • Uitvoering: plaatstalen kast met automaten. • Reservevermogen in groepen: 20% met een minimum van 4 groepen. • Een overspanningsbeveiliging. Voedingskabels De voedingskabels voor de onderverdeelinrichtingen zijn gebaseerd op: • Voedingskabels en overig elektrisch materieel die geen storingen veroorzaken aan de in het gebouw aanwezige zwakstroom- en telefoon-/ datacommunicatie installaties; • De kabelberekeningen conform de NEN-normen; • Halogeenvrije bekabeling conform NEN 8012. • De gelijktijdigheden; • Berekeningen waarbij de reservegroepen in de verdeelinrichtingen voor 50% van de maximale belasting voorzien zijn; • Een maximaal spanningsverlies van 5% tot aan het verbruiksapparaat; • Per onderverdeelinrichting één voedingskabel. Noodstroomvoorziening De theaterzaal is voorzien van een centrale noodstroomvoorziening (UPS) die bij storing in de levering door het energieleverend bedrijf (netstoring) automatisch inschakelt. Deze UPS is alleen nodig voor een tijdelijke overbrugging. In overige gebouwdelen zijn locale accu’s toegestaan.

In ieder geval de volgende gebouwdelen en voorzieningen aansluiten op de noodstroomvoorziening: • Alle SER- en MER-ruimtes (inclusief telefooncentrale); • Brandbeveiligingsinstallatie; • Inbraakbeveiliging; • Toegangscontrolesysteem; • Noodverlichting; • Liften (automatisch naar begane grond te sturen). Kabelwegen indien herziening noodzakelijk is. In het gebouw een horizontale en een verticale installatietechnische infrastructuur realiseren voor sterkstroom-, zwakstroom- en datasystemen. De in de schachten geïnstalleerde leidingen, onderverdeelinrichtingen, kabels en dergelijke zijn per verdieping eenvoudig bereikbaar, onderhoudbaar en uitneembaar. In verband met eventuele uitbreiding van de installaties hebben kabelwegen bij oplevering waar mogelijk een reservecapaciteit van circa 20%. De leidingtracés zijn overzichtelijk, goed bereikbaar, aanpasbaar en zo mogelijk uitbreidbaar. De leidingtracés en hun onderlinge verbindingen zijn aangepast aan buigstralen etc. van de toe te passen kabelsystemen. Hierbij dient ook rekening gehouden te worden met de nog toekomstig te leggen kabels. De kabelgoten zijn voldoende brandwerend, akoestisch isolerend afgewerkt ter plaatse van doorvoeringen door wanden en plafonds en vloeren. Verlichtingsinstallatie - 32 -

De kunstmatige verlichting in het gebouw draagt bij aan een optimale bedrijfsvoering en dient voorzien te zijn van het Enec keurmerk. Alle ruimtes zijn voorzien van een voor het gebruik geschikte kunstmatige verlichting, waarbij er geen hinder door verblinding of reflectie ontstaat. Bij verlichting in kantoorruimtes extra aandacht voor beeldschermgebruik, inkijkhoek en reflectie. In specifieke ruimtes zoals de theaterzaal en de repetitieruimte worden aanvullende eisen gesteld ten aanzien van regelbaarheid, verlichtingsniveau en uitstraling. Het type armatuur voor de algemene verlichting bepalen, in overleg met de architect, opdrachtgever en de gebruiker, op basis van het beoogde gebruik en de doelstellingen ten aanzien van energiebesparing. De sfeerverlichting en de zaalverlichting in de uitvoeringszaal dient de gewenste uitstraling te ondersteunen. Armaturen en lichtregeling, treden en tribune verlichting in de uitvoeringszaal afstemmen met de adviseur theatertechnieken. De toepassing van beeldschermvriendelijke armaturen met een spiegelreflector en dwarslamellen in de kantoorruimtes maakt onderdeel uit van de ontwerpafweging. Noodverlichtingsinstallatie De nood- en vluchtwegverlichting zijn in LED. Noodverlichting eveneens voorzien in alle technische ruimtes en ter plaatse van het brandweerpaneel.

De noodverlichtingsinstallatie dient te worden uitgevoerd als een decentraal systeem en dient geheel te voldoen aan de voorschriften en regelgeving. De noodverlichting mag bij voorkeur niet worden gevoed met aparte batterijen per element, maar aangesloten op een centrale accubatterij die bij uitval overgaat op noodstroom. Speciale aandacht vraagt de theaterzaal waar – bij voorstellingen in het donker – de nood- en vluchtwegverlichting niet hinderlijk mag zijn. Plaats, intensiteit, regelbaarheid, en kleur van deze verlichting dient in overleg met de theater technisch adviseur en brandweer te worden bepaald. Bij voorkeur wordt -beveiligd met een vasthoudbeveiliging een totale black-out gerealiseerd Buitenverlichting De kunstmatige verlichting aan en rondom het gebouw heeft een zodanig niveau dat een optimale uitvoering van het bedrijfsproces mogelijk is, en er geen hinder door verblinding of reflectie ontstaat. Het aanlichten van het gebouw voorzien van, voor het gebruik geschikte, kunstmatige verlichting, een en ander te ontwerpen in samenhang met de aanwezige openbare verlichting en met inachtneming van het advies van de architect. De buitenverlichting voldoet aan de onderstaande eisen: • Bij alle buitendeuren een effectieve vandaalbestendige buitenverlichting plaatsen. • Een mogelijk horeca terras is voorzien van aansluitingen t.b.v.

terrasverlichting, sfeerlicht, horecavoorzieningen • Buitenverlichting is uit schakelbaar bij evenementen in de buitenruimte. • Voor de terreinverlichting en de verlichting van de buitenzijde van het gebouw, als ook reclameverlichting is extra aandacht nodig. Het geheel moet in samenhang aangepast kunnen worden aan de aard van de presentaties, activiteiten of thematische kleuren bij feesten of gedenkdagen. • Boven de hoofdentree een aansluitpunt voor eventueel verlichte naamaanduiding en data opnemen.

Aansluitvoorzieningen

De gehele licht/ krachtinstallatie is, waar mogelijk, een inbouwinstallatie. - 33 -

In de publieksruimtes (entree, bibliotheek) en op daartoe geëigende plekken aansluitvoorzieningen opnemen voor sfeerverlichting, seizoen aankleding (kerstboomverlichting), beeldschermen, schoonmaak (stofzuiger), en voor licht en geluid bij kleinschalige optredens of presentaties (randprogrammering aansluitingen). De verlichting is handmatig aan- en uitschakelbaar en dimbaar. De lichtschakeling in de uitvoeringszaal en de repetitieruimte moet handmatig kunnen worden bediend. De kleedruimtes voorzien in spiegelverlichting (driepuntsbelichting) en aansluitpunten voor scheerapparaat, haardroger en strijkbout en daarnaast voor het opladen van een notebook of tablet. De aansluitvoorzieningen in de keukenruimtes bepalen in overleg met de gebruiker en opdrachtgever. Verder gelden de volgende uitgangspunten: • Toiletten en kleedkamers voorzien van aanwezigheidssensoren voor de aan- en uitschakeling van de lichtinstallatie. Daarbij moet de mogelijkheid zijn om per ruimte de sensoren te overbruggen en de verlichting permanent aan of uit te zetten. • Werkkasten voorzien van een gecombineerde schakelaar en dubbele wcd. Ook rekenen op een aansluiting ten behoeve van een boiler. T.b.v. opnames door bijvoorbeeld de lokale omroep op een hiervoor geschikte plaats kabeldoorvoeren opnemen, voor zowel gewone stroom als voor krachtstroom.

Verder aansluitvoorzieningen E (licht en kracht) & data voorzien voor deze faciliteiten. De voorzieningen in de uitvoeringszaal worden opgegeven na vaststelling van dit PvE en op grond van toekomstig ambitieniveau. Voorlopig uit te gaan van: • • • • • •

2 x 63 A 3 ph. Aarde en nul 2 x 32 A 3 ph. Aarde en nul ± 40 wcd’s t.b.v. licht, te voeden vanuit de dimmer/switch ruimte (denk aan de startrush van LED-armaturen) ± 20 wcd’s vanuit een LVK ± 20 wcd’s t.b.v. geluid – (aarde direct verbonden met hoofaardrail, tenzij volledig overgegaan wordt op digitale geluidssystemen) 1 x 32 A 3 ph. Aarde en nul t.b.v geluid.

De voorzieningen voor de Horeca worden opgegeven na vaststelling van dit PvE en op grond van toekomstig ambitieniveau. De nieuwe DND is gebouw waarin overal gewerkt, gezocht, geraadpleegd en gecommuniceerd wordt, tevens worden er evenementen, cursussen en presentaties gegeven. Voor dit gebouw uitgaan van ± 900 tot 1000 wandcontactdozen.

Schakelingen, storingen en sturingen

Standaard zijn de centrale schakelingen, storingen en sturingen op een centrale bedienplaats aanwezig. De schakelingen, storingen en sturingen zijn bedienbaar vanaf een bedieningspaneel (touchscreen). Het schakelen van de verlichting als volgt: • De mogelijkheid tot het centraal schakelen van de verlichting van het gehele gebouw, het schakelen per gebouwzone, per verkeersruimte en per verblijfsruimte door middel van

- 34 -

• • •

software- en handmatige schakelaars op logische plekken. Een en ander in samenhang beschouwen met de gekozen verlichtingsregelingen. De mogelijkheid tot het centraal schakelen van nader te bepalen gebouwzones. Verlichting van verkeersruimtes e.d. centraal per verdieping en bij de hoofdingang schakelbaar. Schakeling van het GBS (E&W-installatie) door activering/deactivering van het inbraakalarmsysteem.

Krachtinstallatie

De krachtinstallatie bestaat uit leidingen en schakelmateriaal ten behoeve van 230V/400Vaansluitpunten. Genoemde aansluitpunten zijn bestemd voor apparatuur en machines, zoals: • Werktuigkundige installaties • Theater technische installaties en voorzieningen • Boilers • Keukenapparatuur De krachtinstallatie dient gescheiden van de lichtinstallatie te worden uitgevoerd. Het benodigde elektrische vermogen dient door middel van berekeningen te worden bepaald. Hierin is een reservecapaciteit van 20% wenselijk.

Brandmeld-/ontruimingsinstallatie

Het gebouw heeft een brandbeveiliging ter preventie, detectie en beperking van brand, volgens de eisen van de plaatselijke brandweer, verzekeraar en de landelijke wettelijke eisen en richtlijnen. De brandmeldcentrale is adresseerbaar, van een modulaire uitvoering en uitbreidbaar met groepen voor zowel automatische als handbrandmelders. De omvang van de bewaking laten bepalen door de bevoegde autoriteit, op basis van aspecten als: • Het doel van de bewaking (beveiliging van personen en/of goederen); • De bestemming en hoogte van het gebouw; • De aanwezigheid en de validiteit van personen; • Het brandrisico. Een en ander nader te bepalen en op te nemen in het programma van eisen voor de brandmeldinstallatie op te stellen door de adviseur brandveiligheid. Doormelding naar de hulpdiensten en het (vertraagd) inschakelen van de collectieve alarmering is daar onderdeel van. Een niet goed gecontroleerde ontruiming neemt risico’s met zich mee. De alarmering en het ontruimingsprotocol zullen zorgvuldig afgestemd moeten worden. Houdt rekening met het gebruik van theaterrook in en om de uitvoeringszaal. De brandmeldinstallatie dient compleet te worden uitgevoerd volgens de in het daarvoor opgestelde PvE genoemde voorwaarden, waarbij de brandmeldinstallatie bij oplevering gecertificeerd is. Het certificaat dient aan de gebruiker en de gemeente te worden verstrekt.

De ontruiming vindt ten minste plaats door middel van slow-whoops (type B). De zonering van de brandmeldinstallatie en de ontruiming aan de hand van het ontwerp bepalen. De toegangsdeuren van de uitvoeringszaal worden opengehouden of gesloten d.m.v. kleefmagneten. Deze worden ook in het brandmeldcircuit opgenomen. In de theaterzaal wordt theaterrook en of een hazer gebruikt. De brandmelders in de theaterzaal en de ruimten daaromheen negeren theaterrook en hazerdamp.

- 35 -

Veiligheidsaarding

Het gebouw en de installaties hebben een veiligheidsaarding volgens de regelgeving, en ook de EMCrichtlijnen. Voor de geluidsinstallaties is er waarschijnlijk al een separaat aarde netwerk (“schone” aarde), indien aanwezig behouden De geluidgroepen hebben een eigen verbinding met de hoofdaardrail. Op de aardingsinstallatie zijn de volgende onderdelen aangesloten: • Aarding van de verdeelkasten; • Alle metalen delen die niet tot de elektrische installatie behoren, maar waarvoor krachtens de voorschriften een directe aardingsvoorziening is vereist; • Kanalisatie; • Bliksembeveiliging.

Bliksembeveiliging

Het gebouw heeft mogelijk al een bliksemafleiderinstallatie. Deze behandelt zowel het bliksemafleidsysteem als de aanwezige elektronische systemen. Een complete risicoanalyse op het ontwerp is noodzakelijk. Overspanning afleiders hebben een lifecheck-functionaliteit.

Toegangscontrolesysteem

Het gebouw kent de onderstaande toegangszones: • Publieksruimtes • Niet-publieksruimtes. • Repetitieruimtes. Tevens zijn in het gebouw nog een aantal specifiek te beveiligen ruimtes, zoals instrumentenopslag, apparatuur theaterzaal, et cetera. Elke overgang naar een andere toegangszone is gereguleerd, zodanig dat delen van het gebouw gesloten kunnen zijn terwijl andere delen in gebruik zijn. Denk hierbij aan de avondactiviteiten. De toegangscontrole is geregeld door middel van cijfercodes, druppels of pasjes (nader te bepalen), en sleutels. Hiermee kan toegang worden verkregen tot de verschillende toegangszones en ruimtes. Voor minder validen hebben nader te bepalen deuren (afhankelijk van het ontwerp) een drukknop voor automatische deurbediening.

Inbraakbeveiliging

Het gebouw heeft op de begane grond en daar waar het pand op de verdiepingen door inbrekers van buitenaf bereikbaar is, een automatisch inbraakbeveiligingssysteem met alarmopvolging door middel van doormelding. De inbraakdetectie is geregeld met bewegingsmelding. De beveiligingscentrale is modulair uitbreidbaar en heeft een noodvoeding en een automatische telefoonkiezer. Het gebouw is zodanig gecompartimenteerd dat een insluiper nooit in meer dan een gebouwzone kan komen zonder gesignaleerd te worden. De alarminstallatie biedt de mogelijkheid slechts voor (nader te bepalen) delen van het gebouw te worden geactiveerd. Door visualisatie op een bedieningspaneel bij de entree, te combineren met het brandmeldpaneel, is de installatie te monitoren. De inbraakdetectie is gekoppeld aan de camerainstallatie die is aangesloten op het datanetwerk. De inbraakbeveiliging koppelen aan de verlichtingsen klimaatinstallatie. Delen van het gebouw waar verschillende gebruikers actief zijn moeten apart te (de)activeren zijn. Pas als alle gebruikers de installatie hebben geactiveerd zullen ook de gezamenlijke zones beveiligd

- 36 -

worden. Aan de hand van de eisen van de verzekeraar en ook het beveiligingsplan de diverse beveiligingszones realiseren. De verdere bepaling vindt plaats in de fase van het Definitief ontwerp. Camerabewaking Bij alle toegangen tot het gebouw camera's plaatsen: alle toegangen zijn zichtbaar op een monitor bij de receptie/inleverbalie. De centrale van de beveiligingsinstallatie bevindt zich in de IT/ICT-ruimte Het camerasysteem heeft een netwerkaansluiting met een beveiliger, zodat - na alarmering - de beelden door een bewakingsdienst (buiten werktijden) na alarmering kunnen worden bekeken, live en/of terugkijkend. Daarnaast opname apparatuur voor intern gebruik, waarbij alle camerabeelden minimaal 72 uur teruggekeken kunnen worden.

Telefoon-/datanetwerkinstallatie

De data-installaties bestaan uit een universeel (glasvezel- en internet-)bekabelingsnetwerk van aansluitpunten, alwaar toegang kan worden verkregen tot het centrale computersysteem (server), telefoon en internet. De theaterzaal en muziekcursusruimtes zijn voorzien van een separate dubbele glasvezelverbinding om opnamen met externe muzikanten mogelijk te maken of een evenement te kunnen livestreams. Ook dient het gehele gebouw te worden voorzien van voldoende aansluitpunten voor access points, zodat naast bekabelde aansluitpunten meerdere draadloze datanetwerken kunnen worden opgebouwd. Het exacte aantal access points is afhankelijk van het bouwkundig ontwerp en het te verwachten gebruik. Het toe te passen type kabel is nader te bepalen in overleg met opdrachtgever en gebruiker en dient te voldoen aan de actuele eisen op het moment van uitvoering van de bouw. Het volgende aantal aansluitpunten dient te worden aangehouden: -

Per (kantoren of flex)werkplek (inclusief kassa) 2 aansluitpunten.

In de volgende ruimtes dienen de volgende aantallen voor algemene toepassingen (dus exclusief de aantallen ten behoeve van de losse inrichting en de gebruik specifieke inrichting) te worden aangehouden: •

Publieksruimtes (Bibliotheek, repetitieruimte, cursusruimten) 2 aansluitpunten/ruimte of 10 m2 Overige ruimten (tenzij anders aangegeven, gebruik specifiek) 2 aansluitpunten per 20 m2

Tot de data-installatie behoren de benodigde patch- en 19"-kasten voor afmontage van werkplek- en backbonebekabeling. Uitgangspunt is een centrale patchruimte. Kabellengten van patchkast tot outlet niet langer dan 90,0 m. Informatie dragende bekabeling is gescheiden van de sterkstroombekabeling om interferentie te voorkomen, volgens de NEN-EN 50174-2.

Deur intercominstallatie. Ter plaatse van de entree een spreek-/luister-verbinding met de receptie, de kantoorruimte voor het secretariaat installeren met een voorziening om te kunnen doorschakelen naar een mobiel toestel.

- 37 -

De deurbelinstallatie en intercom zijn bedienbaar bij de ontvangstbalie (ook te gebruiken voor minder validen). De buitenposten zijn vandaalbestendig.

Omroep- en achtergrondmuziekinstallatie

Deze wordt nader opgegeven in het theater technisch PvE/

Beeldschermen Een aantal ruimtes hebben aansluitpunten voor beeldschermen, denk hierbij aan de bibliotheekvloer, de begane grond t.b.v. elektronische afficheborden, vergaderkamers, leslokalen en enkele cursusruimtes. In de theaterzaal komen aansluitingen voor AV-apparatuur, op te geven in het theater technisch PvE.

Liften De functionaliteit en omvang van de in te brengen publiekslift is zoveel mogelijk aangepast aan de hoofdfunctionaliteit en kan ook t.b.v. horeca-uitgiftepunten dienstdoen. De goederenlift (herintroductie van een grote lift aan de Haarstraatzijde) bij de laad en los heeft een wachtvoorziening zodat er -zonder dat de deuren steeds trachten te sluiten- laad en losbewegingen kunnen plaatsvinden. Alleen de goederenlift kan de eenpersoonshoogwerker vervoeren (± 1600 kg).

- 38 -

Bijlage I Eisen gebruik ruimten. Entree / Barie (Varkensmarkt) -

Functie: ‘blended space’ (lezen, werken, ontmoeten, horeca, kaartverkoop). Toegang en routing naar café, studieruimte, bibliotheek, maakplaats, zalen en verdieping. De routing naar de zalen zodanig maken dat kaartcontrole en het tellen van bezoekers mogelijk is. Beeld: open en transparant, publiekslift en trappenhuis als herkenningspunt. Eisen: klimaatbuffer bij buitendeur – bij voorkeur buiten de huidige gebouwgrenzen, compartimentering mogelijk, voldoende stroom/ICT. Capaciteit: 60–100 zitplaatsen, multifunctioneel inzetbaar. Bijzonder: Barie als centrale bar, met keuken erachter (gastvrijheid + exploitatiebasis). Voorzieningen conform HACCP, opslag en voorbereiding voor eenvoudige kaart.

Keuken & horeca-opslag -

Voorbereiding lunch/borrel; koelingen/vriezer, vaatwas, opslag. Voldoet aan HACCP, ruimte voor 2–4 medewerkers, voldoende stroom/ventilatie.

Sanitair (publiek & medewerkers) -

Publiek BG: uitbreiding en modernisering, inclusief MIVA-toilet; keuze voor m/v of genderneutraal. Medewerkers: meerdere units verspreid in gebouw, incl. MIVA-toilet. Algemeen: zwevende toiletpotten, schoon maakbaar, verlichting handmatig te overbruggen.

Werkomgeving -

Werkconcept: Rust–Ruis–Reuring (concentratie, samenwerking, ontmoeting) Werkplekken: o o o

-

Individueel stil werk: 6 m² p.p. Samenwerkplekken: 6 m² p.p. Aanlandplekken: 2,5 m² p.p.

Vergader-/leslokalen: multifunctioneel, ca. 50 m² per ruimte. Overige ruimten: project-/brainstormruimte (50 m²), lobby/pantry artiesten (25 m²), medewerkerswerkplaats (20 m²), garderobe & lockers, repro (5 m²).

Theaterzaal en faciliteiten •

Ambitie: De Nieuwe Doelen richt zich primair op amateurkunst, lokaal talent en kleinschalige optredens. Het gebouw is geen schouwburg maar een cultuurhuis.

-

Voorbereiding toekomst: technische voorzieningen worden waar mogelijk zo gekozen dat uitbreiding en opschaling later mogelijk zijn, bijvoorbeeld bij podiumtechniek en akoestiek. Zaal: behouden; ca. 400 stoelen, inclusief rolstoelplaatsen. Nieuwe vloer, betere geluidsisolatie naar foyers, verduistering mogelijk.

-

- 39 -

-

Regie: vaste posities licht/geluid/AV; voldoende bekabeling en intercom. Zijtoneel links: opslag/techniek, toegang loopbruggen. Zijtoneel rechts: uitbreiden voor opslag en koppeling met goederenlift. Toneel: compactere, uitbreidbare hijsinstallatie passend bij stadsprogrammering; Internetverbinding: hoogwaardige streaming mogelijk. Foyers: inzetbaar als oefenruimte; daglicht terugbrengen met verduistering; nieuw sanitair aan rechterzijde. Kleedkamers: twee grote en vier kleine; ook inzetbaar als overleg/oefenruimte. Douches en ventilatie op orde, optie voor genderneutraal.

Ondersteunende en logistieke functies -

Repro / opslag / werkplaats: centraal en in catacomben; ventilatie vereist. Facilitair: nabij Haarstraat-goedereningang; voorraad en onderhoud. Kolf-/rustruimte: ±10 m², hygiënisch en rustig. Werkkast: per bouwlaag, incl. uitstortgootsteen. Goederenlift: groot (min. 6 m²), gekoppeld aan personeelsingang; geschikt voor decor, horeca, techniek. Theaterwerkplaats: opslag + maken/repareren decors/kostuums; kan uitleenfunctie vervullen.

Buitenruimte -

Tuin van de Binnenstad: stadstuin met vrijwilligersbeheer; klimaat adaptief, zitplekken, stroom en water; recht van overpad borgen. Laad & los (Haarstraat): grotere zone op eigen terrein; verlichting en zichtlijnen, bakwagens kunnen blijven staan.

Technische randvoorwaarden -

Veiligheid: zones afsluitbaar, vandalismebestendige materialen, overzichtelijk. Brandveiligheid: conform wet- en regelgeving, compartimentering, vluchtroutes. Toegangs-/inbraakbeveiliging: pas-systeem, camera’s bij entrees. Werkplekvoorzieningen: minimaal 4 stopcontacten p.p., buitenzonwering screens, binnen zonwering optioneel. Binnenklimaat: verwarming/koeling via nieuwe installatie (op dak), 21°C norm, RV 40–65%, goede ventilatie. Akoestiek: werkplekken 0,6–0,8 s, samenwerkzones 0,5–0,7 s, isolatie 40–45 dB; theaterzaal aparte akoestieknormen.

- 40 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=b14bf70a-85ac-4824-bfe1-02898f54b1b4