CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

1.1. RV DGJ

Parallelsessie zaal 7 13 juni 2024, gemeente GorinchemBij agendapunt: I&O Zienswijze begroting, jaarstukken en risicoprofiel van gemeenschappelijke regelingen3.908 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel: Z/24/771373/D-917538 Onderwerp: Zienswijze jaarstukken 2023 en begroting 2025 Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid Holland Zuid

Datum: 29 mei 2024 Portefeuillehouder: Eva Dansen I&O: 13 juni 2024 B&A / Raadsvergadering: 20 juni/ 4 juli 2024 Opsteller: Braanker, Theo den Geeft voorstel begrotingswijziging: Ja

Onderwerp: Zienswijze jaarstukken 2023 en begroting 2025 Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid Holland Zuid Voorstel: Wij stellen u voor: 1. Met bijgevoegde zienswijze (D-917533) te reageren op de jaarrekening en het jaarverslag 2023 en de begroting 2025 van de gemeenschappelijke regeling DG&J: 2. De structurele gevolgen van de in de ontwerpbegroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2028 genoemde meerkosten, zijnde: - De indexeringsbijdrage DG&J ad € 144.500 en de financiële gevolgen van de begrotingsvoorstellen ad € 78.800; - De indexeringsbijdrage SOJ ad € 758.600 en de overige financiële gevolgen ad € 571.000 mee te nemen bij de uitwerking van de Perspectiefnota 2025. Aanleiding: De Wet gemeenschappelijke regelingen gaat uit van een zienswijzeprocedure op de ontwerpbegroting, de jaarstukken en voorstellen resultaatbestemming van gemeenschappelijke regelingen, waaronder DG&J. In de financiële verordening is in artikel 26 aangegeven dat het college de raad een bundel van zienswijzen begroting, jaarstukken en resultaatbestemming voorlegt. De zienswijze is als bijlage bij dit raadsvoorstel opgenomen.

Beoogd effect: Met dit voorstel bereiden wij uw raad een zienswijze voor en bieden wij inzicht in de begroting 2025 en de jaarstukken 2023 van de DG&J en de financiële gevolgen voor de gemeente Gorinchem Argumenten: Jaarrekening 2023 Dienst Gezondheid & Jeugd (DG&J) en Service Organisatie Jeugd (SOJ) 1.1 er is sprake van een voordelig resultaat 2023 De DG&J sluit het jaar 2023 af met een voordelig resultaat van € 801.529,-. Zij stelt, in afstemming met het Algemeen Bestuur, voor om deze resterende middelen te bestemmen voor de Algemene reserve, de bestemmingsreserve Informatiehuishouding en de bestemmingsreserve Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten (LVS). Hiermee kan worden ingestemd. Met betrekking tot LVS loopt er een bestuursopdracht gericht op verbetering van de aanpak rond het voorkomen en oplossen van schoolverzuim en schooluitval, waarin gesignaleerde knelpunten in de keten worden opgelost. Helder moet worden wie welke verantwoordelijkheid in de keten heeft en wat dit betekent voor de bezetting en financiering van LVS. Het al of niet aanwenden van betreffende bestemmingsreserve 2025 hangt voor ons dan ook samen met de uitkomsten van de bestuursopdracht.

1.2 De bijdrage 2023 SOJ in de concept jaarrekening ligt in lijn met onze gemeentelijke begroting Op basis van eerdere prognoses bleek al dat er sprake zou zijn van een overschrijding van het budget ten opzichte van de primaire begroting 2023 gemeente Gorinchem. Bij de 1e begrotingswijziging 2023 is de begroting aangepast van 10,3 miljoen naar een bedrag van € 10,8 miljoen. Naast een aantal externe factoren had dit grotendeels te maken met indexatie. In de tweede bestuursrapportage 2023 leken de kosten verder gestegen te zijn ten opzichte van de begrotingswijziging 2023. Bij de jaarrekening 2023 bleek dit echter niet het geval. Voor de gemeente Gorinchem blijkt dat de kosten bij de jaarrekening 2023 uitkomen op ad. € 10.8 miljoen. Daarmee blijven we binnen onze begroting .

Stadhuisplein 1 Postbus 108 4200AC Gorinchem

T 140183 F 0183-630540

E gemeente@gorinchem.nl I www.gorinchem.nl

Begroting 2025 Dienst Gezondheid & Jeugd (DG&J) 1.3 De ontwerpbegroting 2025 voldoet aan de wettelijke verplichtingen. 1.4 Opties Veilig Thuis Wij kunnen ons wel/ niet vinden in de gevraagd formatie uitbreiding van Veilig Thuis. Wij onderschrijven dat Veilig Thuis de regionale incidentele middelen (voor de formatie uitbreiding van 3,67 fte bij Veilig Thuis) stopzet per 2025 en teruggeeft aan de lokale gemeenten. Op deze manier kan elke gemeente individueel beslissen op welke manier zij werken aan het verstevigen van hun lokale teams. Dit kan en mag echter niet betekenen dat Veilig Thuis daarmee geen bijdrage meer levert aan het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming/ Veilig opgroeien is Teamwerk. Een ontwikkeling die in de eerste plaats moet zorgen voor een kwaliteitsverbetering voor kinderen en gezinnen, maar waar ook van verwacht wordt dat het gaat zorgen voor een afname van het aantal meldingen etc. bij Veilig Thuis. Veilig Thuis geeft echter ook aan dat er sprake is van een forse toename in het aantal meldingen (autonome groei). Deze toename maakt dat zij extra formatie nodig hebben om binnen de gestelde wettelijke termijnen van afhandeling te blijven. Zij vragen voor 2025 incidenteel 7,25 fte extra formatie. Hoewel wij niet ontkennen dat het aantal meldingen toeneemt, vinden we de onderbouwing voor de door hen gevraagde 7,25 fte op dit moment te mager.

Er wordt gerefereerd aan VNG normen en eerder door hen zelf vastgestelde normen. De opbouw van deze normen zijn ons onvoldoende bekend. Wel kunnen we ons voorstellen dat voor het uitvoeren van een onderzoek meer uren nodig zijn dan voor overdracht na triage. En over deze cijfers beschikken we wel. We zien namelijk een afname van het aantal onderzoeken en een toename van het aantal meldingen dat na triage overgedragen wordt. Dit zal van invloed zijn op de berekening van de benodigde formatie. Optie 1: Op dit moment stellen we voor niet akkoord te gaan met de gevraagde incidentele uitbreiding van 7,25 fte. Wij vragen Veilig Thuis eerst te komen met een gedegen onderbouwing en verzoeken hen dan bij ons terug te komen. Optie 2: Omdat wij ook zien dat het aantal meldingen stijgt en het hier gaat over de meest kwetsbare inwoners van onze gemeente, wordt voorgesteld wel in te stemmen met de incidentele uitbreiding van 7,25 fte voor 2025. We verwachten echter dat Veilig Thuis in samenwerking met de lokale gemeenten en netwerkpartners komt tot een afbouw van de formatie per 1-1-2026 of eerder voor zover mogelijk. Het college adviseert te kiezen voor optie 2. Juist omdat het hier om de meest kwetsbare inwoners gaat, kunnen we ons niet permitteren dat er per 1-1-2026 onvoldoende formatie zou zijn.

Wel adviseren we u om in de zienswijze op te nemen dat er een onderbouwd formatieplan moet komen per 1-1-2026. Daarnaast vinden we het belangrijk dat Veilig Thuis in samenwerking met het regionaal programmateam en in afstemming met de lokale gemeenten en betrokken netwerkpartners in het vierde kwartaal van dit jaar komt met een addendum. In dit addendum is opgenomen hoe en in welke vorm Veilig Thuis per gemeente een bijdrage levert aan Veilig Opgroeien is Teamwerk. Daarnaast vragen we hen om aan te geven hoe zij zich als organisatie voorbereiden op de vormgeving van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Welke mogelijkheden zien zij om de organisatie anders vorm te geven in samenwerking en afstemming met alle netwerkpartners? Hoe kunnen zij meer gebiedsgericht gaan werken? Dit addendum kan in het AB worden vastgesteld en mede als basis dienen voor de begroting 2026. 1.5 OGGZ formatie uitbreiding Meldpunt Zorg en Overlast Voor het Meldpunt Zorg en Overlast wordt voor een 3e jaar om incidentele ophoging van fte gevraagd. Over

de periode 2023 en 2024 is ingestemd met 1 fte uitbreiding. Nu wordt voor 2025 incidenteel 3 fte uitbreiding gevraagd. Het aantal meldingen bij het Meldpunt Zorg en Overlast neemt toe aldus de Dienst en wordt daarnaast complexer in afhandeling. De Dienst signaleert dat maatschappelijke ontwikkelingen hierin een rol spelen. Enerzijds wordt er beter gesignaleerd en meer gemeld, anderzijds zijn de meldingen complexer. Dit vraagt meer tijd om mensen naar de passende zorg toe te kunnen leiden en wachtlijsten en tekort aan passende zorgvoorzieningen dragen bij aan de aanhoudende groei van meldingen. Op zich onderkennen wij een toename in aantal en complexiteit van zorg meldingen en meldingen over personen met verward gedrag/onbegrepen gedrag, die beiden verwerkt worden bij het Regionale Meldpunt Zorg en Overlast. Echter vinden wij nu nog onvoldoende onderbouwing voor een stap van uitbreiding van 1 naar 3 fte in 2025. Naast bovengenoemde ontwikkelingen zijn er in 2023 landelijke afspraken gemaakt over toeleiding van meldingen van het landelijk Meldpunt Zorgelijk Gedrag naar het Regionale Meldpunt. Ook is de landelijke afspraak geïmplementeerd dat niet- acute meldingen verward gedrag vanuit Politie Meldkamer naar het Regionale Meldpunt Zorg en Overlast doorgezonden worden, dit ter ontlasting van de Politie.

In het voorstel van de Dienst ontbreekt nadere onderbouwing en toelichting in kwantitatieve en kwalitatieve zin over doorwerking van genoemde autonome ontwikkelen en de effecten van de landelijke afspraken op de formatie van het Meldpunt Zorg en Overlast. Ook mist een doorkijk voor de langere termijn in relatie tot formatie ontwikkeling. Wij kunnen instemmen met verlengen van 1 fte in 2025, dit is in lijn met eerdere besluitvorming in 2022 om in te stemmen met een incidentele uitbreiding van 1 fte voor 3 jaar (2023 , 2024 en 2025). In afwachting van gevraagde extra onderbouwing stemmen wij nu niet in met een verdere uitbreiding van de incidentele fte van 1 naar 3 fte voor 2025. 1.6 Pandemische paraatheid We zijn van mening dat de rijksbijdrage van 1,1 miljoen die hiervoor beschikbaar komt, voldoende soelaas biedt om het vraagstuk rond de pandemische paraatheid op een goede manier inhoud te geven. Juist ook omdat de bijdrage voor onze regio verhoudingsgewijs gunstig uitpakt. 1.7 Versterking financiële kolom De verhoogde inwonerbijdrage met € 234.000,00 ten behoeve van de overhead en specifieke versterking van de financiële kolom, kunnen we niet los zien van onze eigen formatieve vraagstukken die spelen en waarvoor ook niet direct een oplossing is.

Daarnaast lijkt het vanuit bedrijfstechnisch oogpunt een logische stap om structurele inhuur (waar u van spreekt) om te zetten in structurele formatie. In onze optiek hoeft dit niet per definitie te leiden tot uitbreiding van de capaciteit met 2 fte. We missen derhalve een goede onderbouwing. Begroting 2025 Dienst Gezondheid & Jeugd (SOJ) 1.8 We kunnen ons grotendeels vinden in de door de SOJ voorgestelde ontwerpbegroting 2025 De DG&J constateert dat de groei in jeugdhulpgebruik regionaal lijkt te stabiliseren. Vanuit het oogpunt van evenwichtig begrotingsbeleid kiest de DG&J er voor zowel geen groei als geen besparingen op te nemen. De wens om meer realistisch te begroten aan de voorkant is uitgesproken door u als raad en ook door de dienst omarmd. Dat neemt natuurlijk niet weg dat wel degelijk ingezet wordt op de reeds lopende maatregelen om de kosten terug te dringen. Lokaal en regionaal. Voor het tweede jaar op rij constateren we dat er maar zeer beperkt sprake is van (autonome) groei. De uitgaven voor jeugdhulp en de groei hiervan in onze regio is zelfs lager dan gemiddeld in de rest van het land. Er zijn nog wel verschillende onzekere factoren te noemen (zie ook paragraaf risico’s). De bijdrage die de DG&J echter vraagt is wederom hoger dan voorgaande jaren.

Dit hangt samen met een hogere indexering en (boven) regionale en landelijke afspraken en ontwikkelingen (zie ook paragraaf risico’s) waar we als individuele gemeenten geen grip op hebben. Toch zullen we de komende jaren scherpe keuzes moeten gaan maken om te komen tot een kwalitatief en financieel houdbaar stelsel. Dat maakt dat we

voorstellen om in de zienswijze de volgende punten mee te geven aan de DG&J. 1. Rechtmatigheidscontroles Eén van de beleidsintensiveringen die de SOJ voorstelt is het uitvoeren rechtmatigheidscontrole door SOJ. In de Hervormingsagenda Jeugd is het uitvoeren van controle op onrechtmatige declaraties ook heel specifiek opgenomen. Wij stemmen hier dan ook van harte mee in. Wij vinden dit echter een taak dat al onderdeel uit zou moeten maken van het bestaande takenpakket van de SOJ. Optie 1: Wij realiseren ons dat de gestelde eisen aan rechtmatigheidsonderzoek steeds meer vragen van gemeenten. Wij stellen voor om in plaats van de voorgestelde apparaatslasten á €400.000, hiervoor € 200.000 te begroten. Dat betekent een verlaging van regionaal € 200.000. Optie 2: Wij realiseren ons dat de gestelde eisen aan rechtmatigheidsonderzoek steeds meer vragen van gemeenten. Wij stemmen daarom in met de voorgestelde beleidsintensivering. Het college adviseert te kiezen voor optie 1. Het doen van rechtmatigheidscontroles behoren ons inziens al tot het takenpakket van de SOJ. Maar we weten ook dat de rechtmatigheidseisen zwaarder zijn geworden. We adviseren daarom om de gevraagde apparaatskosten te halveren. 2.

Groei Jeugdhulpgebruik Net als vorig jaar worden gemeenten via de zienswijze in de gelegenheid gesteld aan te geven of zij de opgenomen ramingen met betrekking tot jeugdhulp realistisch achten. Zo kunnen gemeenten de te verwachten effecten van (nog) door te voeren maatregelen hierin meenemen of juist een wat conservatiever uitgangspunt voor hun begroting kiezen door uit te gaan van groei. Gemeenten kunnen gemotiveerd afwijken van de nu voorliggende raming. De afwijking dient deugdelijk onderbouwd te worden en zal door de provincie worden getoetst (in geval van een lagere raming). Optie 1: In de begroting 2025 wordt door de SOJ opnieuw gekozen voor een scenario van geen besparingen en geen groei. Dit in het kader van een evenwichtig begrotingsbeleid. Wij zien de afgelopen jaren de groei, van het aantal jeugdigen, dat gebruikt maakt van jeugdhulp, afvlakken. De gemiddelde kosten per jeugdigen stijging licht. Dit is veelal te verklaren door indexatie. Wij werken de komende jaren graag met elkaar toe naar de situatie ‘geen groei - wel besparingen’. Ook lokaal gaan we ons inspannen om deze besparingen te realiseren (lokale stelpost Jeugdbeleid). Dit is noodzakelijk om de uitgaven op jeugdhulp, als onderdeel van de totale uitgaven binnen het sociaal domein, beheersbaar te houden. Het is gek om uit te gaan van geen groei, maar vervolgens wel hiervoor een kostenpost op te nemen.

Wij stellen voor deze kostenpost te schrappen. Dat betekent regionaal een verlaging van € 996.000. Optie 2: In de begroting 2025 is door de SOJ opnieuw gekozen voor een scenario van geen besparingen en geen groei. Dit in het kader van een evenwichtig begrotingsbeleid. Wij zien de afgelopen jaren de groei, van het aantal jeugdigen dat gebruikt maakt van jeugdhulp, afvlakken. De gemiddelde kosten per jeugdigen stijging licht. Dit is veelal te verklaren door indexatie. Wij werken de komende jaren graag met elkaar toe naar de situatie ‘geen groei - wel besparingen’. Ook lokaal gaan we ons inspannen om deze besparingen te realiseren (lokale stelpost jeugdbeleid). Dit is noodzakelijk om de uitgaven op jeugdhulp, als onderdeel van de totale uitgaven binnen het sociaal domein, beheersbaar te houden. Omdat we ons realiseren dat we uiteindelijk wel de geleverde zorg moeten betalen, stellen we voor om nu wel akkoord te gaan met het opnemen van deze groei gezien de externe ontwikkelingen waar we lokaal geen grip op hebben. Wel vragen we de SOJ zich, met ons, maximaal in te spannen om deze kosten terug te dringen Het college adviseert u te kiezen voor optie 2. Hoewel het opnemen van groei haaks staat op het uitgangspunt van “geen groei, geen besparingen”, blijft de jeugdwet een “open einde regeling”. De uiteindelijke zorg die geleverd is, moet worden betaald.

Onafhankelijk van wat aan de voorkant begroot

is. Daar staat tegenover dat de gemeente Gorinchem binnen de gemeentelijke Stelpost Jeugdbeleid alles aan gaat doen om de kosten terug te dringen. Risico’s: Risicoparagraaf Zowel in de jaarrekening als de begroting van de DG&J is vastgelegd hoe risico's binnen de Dienst Gezondheid en Jeugd worden geïnventariseerd, waar nodig gekwantificeerd, gekwalificeerd en beheerst. Daarmee geeft de Dienst aan dat de risico’s op een goede manier te ondervangen zijn. Risicomatrix Tijdens de I&O van 13 juni krijgt u een risicomatrix ter bespreking voorgelegd. Het doel hiervan is om een meer gedeeld beeld van het college en de raad te krijgen over de bestuurlijke en financiële risico’s gemeenschappelijke regelingen en hoe hiermee om te gaan. Veilig Thuis 1. Indien niet akkoord wordt gegaan met de gevraagde formatie uitbreiding van Veilig Thuis ZHZ, levert dit mogelijk veiligheidsrisico’s op voor gezinnen waarover meldingen zijn gedaan. De wettelijke termijnen worden mogelijk niet behaald, deelname aan projectinzet moet worden stilgelegd. Voor verbetering in de werkwijze en processen binnen Veilig Thuis is geen ruimte. De werkdruk zal fors toenemen) en een aannemelijk risico is dat het ziekteverzuim verder zal stijgen . Ontwikkelingen SOJ – begroting 2025 Op dit moment wordt er regionaal een stabilisatie van groei, in het aantal jeugdigen dat zorg ontvangt, gezien.

Ondanks dat de DG&J voorstelt om voor de begroting 2025 uit te gaan van “geen groei”, nemen zij wel een bedrag voor groei op. Op dit moment wordt voorgesteld hierin mee te gaan. Omdat we echter te maken hebben met een zorgplicht (de geleverde zorg moet betaald worden), valt niet op voorhand met zekerheid aan te geven of deze verwachte begroting voldoende zal zijn. We voorzien een aantal risico factoren die maken dat de kans aanwezig is dat we bij de jaarrekening 2025 moeten constateren dat de begroting toch niet voldoende was. Daarnaast spelen er bovenregionale en landelijke ontwikkelingen waar we als individuele gemeente geen grip hebben. We constateren de volgende onzekere factoren: - Deze financiële risico's richten zich vooral op de ontwikkeling van de kosten van jeugdhulp in relatie tot de begroting en de toekomstige (vanaf 2026) sterke daling van de rijksbijdragen voor jeugdhulp. - In de Hervormingsagenda zijn een aantal programmalijnen opgenomen die moeten leiden tot een forse afname van de kosten. In lijn hiermee worden de rijksbijdragen sterk afgebouwd. Als het niet lukt de kosten te laten dalen, ontstaat er een groot tekort tussen rijksbijdragen en kosten jeugdhulp. Gemeenten en SOJ nemen de uitvoering van de maatregelen gezamenlijk ter hand.

- Aanbieders kunnen een dienst declareren die geen recht doet aan de ingezette dienstverlening, bijvoorbeeld omdat het ingezette opleidingsniveau niet voldoet aan de gestelde eisen van de dienst. Dit wordt ook wel aangeduid met upcoding. SOJ monitort dit actief in het contractmanagement. Indien aan de orde worden corrigerende maatregelen genomen. - Hoewel het aantal jeugdigen in zorg lijkt te stabiliseren, zien we nog wel een stijging in het gemiddelde zorggebruik (en daarmee kosten) per jeugdige. - Eén jeugdige in zware en dure zorg kan al zwaar op de begroting drukken. - De DG&J constateert op regionaal niveau een stabilisatie van het aantal jeugdigen in zorg. Per gemeente kunnen grote fluctuaties zichtbaar zijn. Hoe de toekomst zich ontwikkelt, is nog onzeker. - PGB budgetten die nog niet besteed zijn, kunnen nog tot 5 jaar terug, gedeclareerd worden (ervaring leert dat dit vrijwel niet gebeurt). - Landelijk wordt ingezet op transformatie van residentiele jeugdhulp. Onderdeel daarvan is het

-

-

terugbrengen van de groepsgrootte, zodat de kwaliteit van jeugdhulp geborgd wordt voor de meest kwetsbare groep jeugdigen. Om tot groepsverkleining te komen hebben jeugdhulpaanbieders te maken met incidentele kosten, vastgoedtransitie en structurele kosten. Deze kosten vloeien dus voort uit landelijk en bovenregionaal beleid. Landelijk zijn afspraken gemaakt over verlaging van de caseload van jeugdbeschermers. Op basis hiervan zijn landelijke tarieven vastgesteld. Wordt deels gecompenseerd door rijk via algemene uitkering. Een gezinshuis waar jeugdigen met een complexe zorgvraag verbleven is gestopt. De jeugdigen zijn overgaan naar een kleinschalige woonvoorziening. Bovenregionaal is afgesproken in de tarieven voor JeugdzorgPlus uit te gaan van een bezettingsgraad van 90% vanwege de verkleining van de groepen. Door het werken met kleinere groepen is de kans op leegstand groter. Kleinschalige voorzieningen van hoog complexe (crisis) verblijfszorg kampen met verlies. De afbouw van de gesloten jeugdzorg zorgt voor continuïteitsproblemen bij de aanbieders. Bij de transformatie van JeugdzorgPlus komen gesloten groepen en jeugdigen uit 'zware' open groepen samen in hybride (open) groepen. Voor jeugdigen die overgaan van een open groep naar een hybride groep leidt dit tot extra kosten vanwege kleinere groepsomvang en hogere inzet van personeel.

Accountantscontrole De jaarstukken worden nog door de accountant gecontroleerd. Uit deze controle kunnen wijzigingen naar voren komen waardoor de jaarstukken mogelijk nog moeten worden aangepast. Financiën: Jaarstukken 2023 DG&J De DG&J sluit het jaar 2023 af met een voordelig resultaat van € 801.529,00 en stelt voor deze te bestemmen: - Toevoeging algemene reserve € 28.012,00 - Informatiehuishouding € 335.000,00 - Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten 438.517,00 SOJ Bij de 1e begrotingswijziging 2023 is de primaire begroting van de gemeente Gorinchem aangepast naar een bedrag van € 10,8 miljoen. Voor de gemeente Gorinchem blijkt dat de kosten bij de jaarrekening 2023 uitkomen op ad. € 10.8 miljoen. Daarmee blijven we binnen onze begroting. Begroting 2025-2028 DG&J De voorstellen van de DG&J leiden tot een ophoging van de gemeentelijke inwonerbijdrage aan de DG&J met een bedrag van totaal € 150.175,00. Een aantal onderdelen zijn terug te voeren op eerdere afspraken (AB besluiten) of zijn onontkoombaar. In uw zienswijze op het Meerjarenbeleidsplan heeft u ook aangegeven dat ambities getoetst moeten worden aan de financiële haalbaarheid en moeten passen binnen de begrotingsafspraken. Enkele van de voorstellen voor nieuw beleid verdienen derhalve een nadere afweging: A. Versterking pandemische paraatheid B.

Incidenteel een verhoging van de begroting voor Veilig Thuis Volwassenen en Jeugd C. Incidenteel een verhoging van de begroting voor Meldpunt Zorg en Overlast D. Structureel een verhoging van de inwonerbijdrage voor de overhead

Begroting 2025-2028 SOJ De financiële raming van de jeugdhulpuitgaven 2025-2028 is gebaseerd op de prognose van de kosten per gemeente voor het jaar 2024. Deze verwachte uitgaven worden geïndexeerd naar het prijsniveau 2025. Voor de begroting van het onderdeel SOJ is de hogere indexatie 2024 zoals gebruikelijk reeds verwerkt. Contractueel worden de tarieven geïndexeerd volgens de landelijke indexatiemethodiek. In de begroting 2024 was rekening gehouden met 3,6%. De tarieven zijn met 6,1% geïndexeerd. Een stijging van 2,5%. De financiële impact hiervan bedraagt € 3,455 miljoen. De indexatie voor 2024 (6,1%) komt aanzienlijk hoger uit dan de indexatie opgenomen in de jaarschijf 2024 van de laatste primaire begroting (3,6%). Hierbij is de landelijke overeengekomen indexatiemethode gevolgd. De indexatie 2025 van de primaire begroting 2025 is 4,64%. De indexatie in de primaire begroting wordt voorgeschreven door gemeenten in haar kaderstelling aan de DG&J. Deze indexatie wordt later bijgesteld als de landelijke indexatie voor jeugdhulp bekend is. De hogere kosten door indexering, krijgen wij naar verwachting deels gecompenseerd via een hogere bijdrage uit het gemeentefonds. De meerkosten zullen we verwerken in de Perspectiefnota 2025 –2028. Op basis van de voorliggende begroting stijgt de bijdrage van Gorinchem met € 1.329.000.

Deze stijging wordt voor € 758.000 veroorzaakt door loon-en prijsbijstellingen, € 218.000 door het niet verwerken van besparingen in de begroting van de dienst en voor een bedrag van € 353.000 door overige ontwikkelingen. Met betrekking tot de “overige ontwikkelingen” zien wij vrijwel geen keuzemogelijkheden waardoor de gemeentelijke bijdrage lager uit zou kunnen vallen. Participatie: Niet van toepassing Communicatie: De definitieve zienswijze wordt namens het college en de raad aan het bestuur van de gemeenschappelijke regeling aangeboden. Duurzaamheid: Niet van toepassing Vervolgproces: 1. Na uw raadsbesluit op 4 juli aanstaande, zullen de dagelijks besturen per brief geïnformeerd worden over de zienswijzen. 2. De nog niet ontvangen controleverklaringen van de gemeenschappelijke regelingen worden op de lijst van ingekomen stukken geplaatst. Bijlagen:

Burgemeester en wethouders van Gorinchem, de secretaris, de burgemeester,

Raadsbesluit De gemeenteraad van Gorinchem, Gelet op het raadsvoorstel van het college d.d. 29 mei 2024, Gelet op de wettelijke bepalingen,

Besluit:

1. Met bijgevoegde zienswijze (D-917533) te reageren op de jaarrekening en het jaarverslag 2023 en de begroting 2025 van de gemeenschappelijke regeling DG&J: 2. De structurele gevolgen van de in de ontwerpbegroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2028 genoemde meerkosten, zijnde: -

De indexeringsbijdrage DG&J ad € 144.500 en de financiële gevolgen van de begrotingsvoorstellen ad € 78.800;

-

De indexeringsbijdrage SOJ ad € 757.600 en de financiële gevolgen van de begrotingsvoorstellen ad € 571.000 mee te nemen bij de uitwerking van de Perspectiefnota 2025.

Aldus besloten in de raadsvergadering van 4 juli 2024

Griffier,

Voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=a55ed354-a452-4b23-abd0-dcc631ade0c3