Vragen Pro Actief beeindigen opdracht Stichting Jong.pdf
Tekst van het document
Vragen Pro Actief Goirle inzake opzegging contract Stichting Jong. Vragen aan het college: 1. Wat zijn de contractvoorwaarden ten aanzien van de te leveren kwaliteit van het huidige contract (2018 tot en met 2020)? 2. Op welk moment is duidelijk geworden dat Stichting Jong niet aan het contract voldeed? 3. Welke aantoonbare tekortkomingen hebben tot deze conclusie geleid? 4. Wanneer en op welke wijze is daarover tussen college en Stichting Jong gecommuniceerd? 5. Welke verbeteracties door college én Stichting Jong zijn ondernomen om het verschil tussen verwachting en geleverde prestatie te overbruggen en wat is daarvan het resultaat? 6. Hoe hebben Stichting Jong en het college zich opgesteld als het gaat om de samenwerking met partners in het 'voorliggend veld' (Contour de Twern, MEE, IMW)? 7. Welke rol heeft die samenwerking gespeeld in de beëindiging van het contract? 8. Welke andere partijen en overwegingen hebben een rol gespeeld die van invloed zijn op het collegebesluit? 9. Wat is de relatie tussen het huisvestingsvraagstuk en het opzeggen van de overeenkomst Perceel 5 Jongerenwerk Goirle? U heeft in 2018 een andere opdracht gegeven om op een andere manier jongerenwerk te gaan doen, gericht op kwetsbare jongeren. 10. In welke vorm heeft u die opdracht gegeven? 11. Heeft dit geleid tot een aanpassing van het contract 12.
12.Hebben beide partners (gemeente en Stichting) voor een aanpassing van het contract getekend? 13. Wat is de definitie van kwetsbare jongeren die de gemeente hanteert? Is deze definitie gedeeld met de Stichting? 14. Is de gemeente alleen afhankelijk van het jongerenwerk als het gaat over het vinden van de kwetsbare jongeren? Zo nee; van welke partijen nog meer? 15. De gemeente betaalt € 200.000 voor het jongerenwerk. Hoeveel van dat bedrag is specifiek bedoeld voor het jongerenwerk gericht op kwetsbare jongeren? 16. U geeft aan herhaaldelijk met het bestuur van Stichting Jong te hebben gesproken over de kwaliteit van hun werk. Kunt u aangeven op welke momenten (dagen, overleggen e.d.) 17. Waaruit bestond de helpende hand die u heeft toegestoken om het jongerenwerk op het door de gemeente gewenste niveau te krijgen? 18. Kunt u aangeven hoeveel ambtenaren in welke functies in de periode 2018 begin contract tot nu zijn opgetreden als contact- of contractambtenaar of anderszins in relatie tot de Stichting. 19. Mag u een contractverlenging aanbieden, gebaseerd op de verlengingsvoorwaarden in het contract van 2018, met de specifieke voorwaarde dat er moet worden samengewerkt met CdT, MEE en IMW ? U geeft aan dat voorwaarde voor een contractverlenging was dat de Stichting mee zou doen aan een traject om de preventieve zorg voor inwoners te verbeteren.
20. Wat bedoelt u met meedoen aan het traject? Is dat meepraten? Is dat inbreng hebben? Is dat tekenen voor een samenwerking met prijsafspraken? 21. Wanneer zijn de eerste gesprekken opgestart voor de samenwerking tussen CdT, MEE en IMW.? 22. Door wie en op welk moment is Stichting Jong gevraagd in te stappen in het traject van CdT, MEE en IMW.? 23. Wat verstaat de gemeente onder een partnermodel op basis van de Vested pricipes? Deze term komt uit de brief van de gemeente d.d. 7 juli aan Stichting Jong. 24. Wat had u, met de kennis van nu, anders gedaan in dit dossier?
Vragen aan Stichting Jong 1. Wat zijn de contractvoorwaarden ten aanzien van de te leveren kwaliteit van het huidige contract (2018 tot en met 2020)? 2. Wanneer is voor het eerst met de Stichting gecommuniceerd over het niet voldoen aan die contractvoorwaarden door de gemeente? En in welke vorm? 3. Heeft de Stichting een vermoeden gehad dat de gemeente van mening was dat de kwaliteit van het jongerenwerk niet voldoende was, in officiële of onofficiële uitingen of in welke vorm dan ook? 4. Zijn er tussentijdse aanpassingen gedaan in het contract (in de periode 2018 tot nu)? 5. Met welke partijen en instellingen heeft Stichting Jong contact om het jongerenwerk goed te kunnen uitvoeren. 6. Wanneer heeft de Stichting een uitnodiging ontvangen (datum) voor de gesprekken over de samenwerking met CdT, MEE en IMW? 7. Door wie is die uitnodiging gedaan en in welke vorm, wat was de inhoud van de uitnodiging? 8. Heeft de Stichting alle bijeenkomsten bijgewoond? Hoeveel wel en hoeveel niet? 9. Wat was het doel van de samenwerking? 10. Wat had u, met de kennis van nu, anders gedaan in dit dossier?