CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

Vragen D66 beeindigen odracht Stichting Jong.pdf

Beeldvormend 8 februari 2021, gemeente GoirleBij agendapunt: 3.: Beeldvorming over het beëindigen van de opdracht aan de stichting Jong voor het jongerenwerk1.519 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan: Van: Betreft: D.d.: C.c.:

Het college van B&W van de gemeente Goirle; Piet Verheijen namens de Fractie D66 Goirle; Wijze van contract beëindiging met de Stichting Jong ter voorbereiding op de mondelinge behandeling; 30 januari 2021 Griffie

Fractie D66 Goirle Inzake Dossier Stichting Jong. Hoofdvragen naar aanleiding van het “niet voortzetten van de samenwerking tussen Gemeente en Stichting Jong Vooraf Het onderzoek van D66 Goirle en verdere vragen die hieruit voort komen zijn gebaseerd op teksten en communicatie vastleggingen tussen gemeente (ambtenaren en college) enerzijds; en anderzijds het bestuur en de medewerkers van Stichting Jong. Dit met als doel om als raadslid zicht te krijgen op de problematie en onze controlerende taak op het functioneren van het college te kunnen uitoefenen. Op 22 januari heb ik namens D66 de stukken onderzocht die door de gemeente beschikbaar zijn gesteld in zaken het dossier “Stichting Jong”.( Zie bijlage 1.) Bij expliciete navraag werd bevestigd dat de stukken die ter tafel lagen, het volledige dossier van de gemeente bevat. Andere stukken waren er niet of waren niet bekend. Dezelfde dag heb ik de stukken bij Mainframe uit het archief van de Stichting Jong opgevraagd en ontvangen. Ook deze zijn door mij bestudeerd en dan met name op de betrekkingsniveaus van samenwerking tussen het college en het bestuur van de stichting Jong. De betrekkingsniveaus zijn Inhoud; proces en relatie. Bevindingen in eerste aanleg: 1.

Niet voortzetten van de samenwerking tussen Gemeente en Stichting Jong Op 12 januari 2021 is de raad door het college vertrouwelijk geïnformeerd over hun besluit dat de samenwerking met Stichting Jong voor de uitvoer van jongerenwerk zoals bedoeld in de gegunde aanbesteding op 31 december 2020 beëindigd is en Stichting Jong nog een contract krijgt van 3 maanden om dit aanbesteedde jongerenwerk over te dragen aan een andere dienstverlener van de gemeente. 13 januari 2021: College deelt bovengenoemd besluit mede aan het bestuur van Stichting Jong. Tevens wordt dit gesprek en het besluit schriftelijk bevestigd aan Stichting Jong in een brief van de datum 13 januari 2021 met zaaknummer 2020-028939 In deze brief staat in de 4e alinea de reden van opzegging en ik neem de tekst, inclusief stijlbreuk en grammatica fouten integraal over:

Citaat uit de brief van 13 januari 2021: “Contract voor drie maanden gericht op overdracht van het jongerenwerk aan een andere partij Het college van B&W heeft terug gekeken op de periode sinds 2018. Wij hebben geconstateerd dat wij vanaf het begin af aan niet tevreden waren over de wijze waarop stichting Jong het contract heeft uitgevoerd. Wij hebben u daar regelmatig over gesproken en ook concreet hulp aangeboden. Het heeft echter niet geleid tot een verandering in de wijze waarop u het jongerenwerk uitvoert. Wij vinden dat u onvoldoende in staat bent gebleken om met name de kwetsbare jongeren de juiste preventieve zorg te bieden. Ook heeft u niet laten zien dat u in bereid om te groeien naar het kwaliteitsniveau dat wij nodig vinden. Daar komt bij, dat wij groot belang hechten aan een andere vorm van samenwerking in het voorliggend veld. Zoals hiervoor al is beschreven, bent u niet bereid geweest om de samenwerking op een andere wijze voort te zetten.” [Einde citaat]. In de “Overeenkomst Algemene Voorzieningen Jongerenwerk” (waarin de rechten en plichten van beide contractanten zijn vastgelegd) gedateerd 7 december 2017 lezen wij artikel 4. “Niet-nakoming c.q.

ontbinding van de overeenkomst” het volgende: Citaat: 4.1 “Indien een der partijen tekort schiet in de nakoming van een of meerdere verplichting(en) uit deze overeenkomst, zal de andere partij hem deswege in gebreke stellen, tenzij nakoming van de betreffende verplichting(en) reeds blijvend onmogelijk is, in welk geval de nalatige partij onmiddellijk in verzuim is. De ingebrekestelling zal schriftelijk geschieden waarbij aan de nalatige partij een redelijke termijn zal worden geboden om alsnog zijn verplichtingen na te komen. Deze termijn heeft het karakter van een fatale termijn.”[Einde citaat] Hoofdvraag 1. Aan het college U geeft aan in uw brief: “Het college van B&W heeft teruggekeken op de periode sinds 2018 en heeft geconstateerd dat zij vanaf het begin af aan niet tevreden was over de wijze waarop stichting Jong het contract heeft uitgevoerd”. Heeft u, conform het contract, de stichting gedurende de looptijd van het contract in gebreke gesteld? Zo ja, dan blijkt dat niet uit de stukken die wij vertrouwelijk hebben mogen inzien. Ik verzoek u dan ook om de raad deze schriftelijke ingebrekestelling ter hand te stellen zodat wij kennis kunnen nemen van de inhoud van de ingebrekestelling, de verbeterpunten, de concrete hulp die u volgens eigen zeggen in de brief van 13 januari ’21 hebt aangeboden en de fatale termijn die u heeft aangegeven om blijk te geven van verbetering.

Voorts ontvangen wij dan ook graag de voortgangsrapportages over dit verbeteringstraject die, naar ik aanneem, door het college aan Stichting Jong zijn toegestuurd. Zo nee, waarom heeft u -door het niet formeel in gebreke stellen van Stichting Jongverzuimd aan de rechten/verplichtingen van het contract te voldoen? Is het college van mening dat het in deze kwestie gehandeld heeft binnen de beginselen van behoorlijk bestuur, zoals een burger of ander rechtspersoon van een overheidsorganisatie mag verwachten?

Uit de brief van 3 juli 2020 aan Stichting Jong (2020-013406) wordt een nieuw contract aangeboden en wel voor een half jaar. Deze brief is verzonden op 7 juli 2020. Om het contract te kunnen winnen moet Stichting Jong de brief, die eigenlijk een overeenkomst is, getekend voor akkoord vóór 14 juli 2020 terugsturen. Hoofdvraag 2 Aan het college In het addendum van “Overeenkomst Algemene Voorzieningen Jongerenwerk” met als titel: Aanbestedingsdocument ten behoeve van de aanbestedingsprocedure Algemene voorzieningen maatschappelijk werk, welzijnswerk en Jeugdwerk(pag. 26) waarin nadere eisen gesteld worden aan de (inhoud van) de dienstverlening geeft u het volgende te kennen: Citaat (inclusief grammatica en stijlbreuken): “Jongerenwerk is er in principe voor alle jeugdigen. De kwetsbare jeugdigen onder hen verdienen bijzondere aandacht. Met kwetsbare jeugdigen bedoelen we jeugdigen die zelf om met hulp van thuis/ hun omgeving niet of onvoldoende in staat zijn, zich te ontwikkelen en te participeren. Professionele jongerenwerkers zijn in staat om deze kwetsbare jeugdigen te bereiken en kunnen daarmee mogelijk bereiken dat zij meegaan of blijven doen in de samenleving. Professionals kunnen voorkomen dat kwetsbare jeugdigen de aansluiting bij de samenleving verliezen en afglijden naar een marginale positie” [einde citaat].

In bovenstaand citaat wordt de visie op het belang van goed jongerenwerk expliciet neergezet. Jongerenwerk zoals wij dat willen in Goirle. Er gaat veel geld in om, bijna 2 ton op jaarbasis en het proces is precair. Bent u het met D66 eens dat het college de verantwoordelijkheid en de taak heeft om binnen het budget voor jongerenwerk de kwaliteitstandaard te behalen en daarom regelmatig te controleren of de gewenste kwaliteit wordt gehaald? Hebt u dat als college voldoende gedaan, afgezet tegen het huidige resultaat? In uw brief van 13 januari 2021 geeft u het volgende aan: [citaat]: “Wij vinden dat u onvoldoende in staat bent gebleken om met name de kwetsbare jongeren de juiste preventieve zorg te bieden. Ook heeft u niet laten zien dat u in bereid om te groeien naar het kwaliteitsniveau dat wij nodig vinden” [einde citaat]. Waarom biedt u een organisatie, die naar strekking van uw woorden, onvoldoende functioneert en niet tot verbeteren bereid is, een nieuw contract aan voor jongerenwerk in Goirle? Waarom gunt u Stichting Jong slechts 6 dagen tijd om het contract te accepteren of af te wijzen? Is naar uw mening 6 dagen een redelijk termijn om over een dergelijke opdracht een besluit te kunnen nemen?

Vragen aan het Bestuur van Stichting Jong Op 7 juli 2020 is per brief met als onderwerp: “Contract voor de algemene voorzieningen met kenmerk AlgvMWJ08052017 jongerenwerk” aan u de keuze voorgelegd om deze contractverlenging al dan niet te accepteren. Daarmee werd de Stichting Jong in de gelegenheid gesteld om onder aanvulling van ontwikkelpunten die het voorliggend veld moeten versterken, het jongerenwerk in Goirle te continueren. Het aanvullende contract heeft een looptijd van 1 januari 2021 tot 1 juli 2021. Waarom heeft het bestuur van Stichting Jong deze verlenging niet geaccepteerd in de wetenschap dat dan het doek valt op 1 januari 2021? Tot zover onze hoofdvragen Met vriendelijke groet, Namens de fractie D66 Goirle, Piet Verheijen, Fractievoorzitter.

Bijlage 1: Bestudeerde stukken Vertrouwelijk dossier stichting Jong, in het bezit van de gemeente

1. Tekst wethouders vertrouwelijke informatiebijeenkomst 2. Verslagen bestuurlijke overleggen: - 30 november 2020 - 11 december 2019 3. Verslagen Samenwerking voorliggend veld - 23 november 2020 - 28 september 2020 - 24 augustus 2020 - 4 juni 2020 4. Verslagen contractgesprekken 2018 – 2020 - 22 september 2020 - 23 juni 2020 - 26 november 2019 - 7 januari 2019 - 25 juni 2018 - 13 maart 2018 5. Contract en overige documenten - Kaders 2020 (incl. format) - Overeenkomst met stichting Jong d.d. 7 december 2017 - Inschrijfdocumenten stichting Jong d.d. 12 september 2017 - Aanbestedingsdocument

Van Stichting Jong, anders dan door de gemeente is beschikbaar gesteld: 1. Brief over deelname aan het voorliggend veld van D.d. 3 juli 2020 2. Brief van 29 december 2020 na afwijzen aanbod van 3 juli 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1233/documents/19385