CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

Vast te stellen bestemmingsplan CPO Riel Bijlagen bij de toelichting.pdf

Raadsvergadering 24 juni 2025, gemeente GoirleBij agendapunt: 7: Raadsvoorstel Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan CPO Riel AANGENOMEN27.623 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

CPO Riel (Riel)

bestemmingsplan CPO Riel (Riel)

Inhoudsopgave

Bijlage bij de toelichting

3

Bijlage 1

Eindverslag inspraakprocedure

4

Bijlage 2

Verslag overleg besluit ruimtelijke ordening

18

Bijlage 3

Toelichting op de Staat van bedrijfsactiviteiten

22

Bijlage 4

QuickScan flora en fauna

29

Bijlage 5

Aanvullende ecologische Quickscan

61

Bijlage 6

Nader onderzoek huismussen, marterachtigen en vleermuizen

84

Bijlage 7

Bodemonderzoeken

111

Bijlage 8

Asbestonderzoek Kerkstraat 10 en 26

265

Bijlage 9

Nader onderzoek minerale olie Kerkstraat 10

306

Bijlage 10

Archeologisch onderzoek

353

Bijlage 11

Selectiebesluit

375

Bijlage 12 Programma van Eisen Proefsleuvenonderzoek plangebied CPO Kerkstraat te Riel, gemeente Goirle

377

Bijlage 13

Inventariserend veldonderzoek proefsleuven (IVO-p)

420

Bijlage 14

Archeologisch proefsleuvenonderzoek in plangebied

442

Bijlage 15

Selectiebesluit 18 maart 2025

503

Bijlage 16

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

506

Bijlage 17

Rapportage stikstof

581

Bijlage 18

Boomeffectanalyse

610

Bijlage 19

Zonstudie

640

Bijlage 20

Uitwerking waterberging

668

Bijlage 21

Verslag omgevingsdialoog

689

2

bestemmingsplan "CPO Riel (Riel)" (vastgesteld)

bestemmingsplan CPO Riel (Riel)

Bijlage bij de toelichting

bestemmingsplan "CPO Riel (Riel)" (vastgesteld)

3

bestemmingsplan CPO Riel (Riel)

Bijlage 1 Eindverslag inspraakprocedure

4

bestemmingsplan "CPO Riel (Riel)" (vastgesteld)

Eindverslag inspraakprocedure voorontwerpbestemmingsplan “CPO Riel"

Gemeente Goirle Afdeling Ontwikkeling Postbus 17 5050 AA Goirle

INHOUDSOPGAVE

1. Overzicht van de gevolgde procedure 1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5.

Algemeen Object van inspraak Subject van inspraak Inspraakprocedure Ontvankelijkheid

2. Samenvatting en beoordeling van de naar voren gebrachte inspraakreacties

3. Tenslotte

1. Overzicht van de gevolgde procedure. 1.1. Algemeen. Artikel 150 van de Gemeentewet draagt de gemeenteraad op een inspraakverordening vast te stellen, waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en in de gemeente een belang hebbende natuurlijke personen en rechtspersonen bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken. Deze inspraakverordening is de door de gemeenteraad van Goirle op 20 december 2005 vastgestelde "Inspraakverordening Goirle" (hierna te noemen: de inspraakverordening). Ten aanzien van bestemmingsplannen is op 14 december 2010 door de gemeenteraad besloten inspraak te verlenen. Tevens is een inspraakprocedure vastgesteld (zie paragraaf 1.4. Inspraakprocedure). Conform artikel 5 van de inspraakverordening van de gemeente Goirle, dienen burgemeester en wethouders ter afronding van de inspraak een eindverslag op te maken. Voorliggend stuk behelst dit verslag en bestaat, zoals voorgeschreven in artikel 5, tweede lid, onder a, b, en c, van de inspraakverordening, uit een overzicht van de gevolgde procedure en, indien van toepassing, een weergave van de zienswijze(n) die tijdens de inspraaktermijn naar voren zijn gebracht en een reactie op deze zienswijze(n). 1.2. Object van inspraak. Object van inspraak is het voorontwerpbestemmingsplan "CPO Riel". 1.3. Subject van inspraak.

Inspraak is verleend aan ingezetenen van de gemeente Goirle en belanghebbenden. 1.4. Inspraakprocedure. De wijze waarop inspraak wordt gegeven is geregeld in de inspraakverordening. Artikel 4, tweede lid, van de inspraakverordening bepaalt dat ons college voor één of meer beleidsvoornemens een andere inspraakprocedure kan vaststellen, waarbij kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4, eerste lid, van de inspraakverordening (waarin een standaardprocedure is opgenomen). Van deze mogelijkheid hebben wij op 14 december 2010 gebruik gemaakt, waarbij de volgende inspraakprocedure is vastgesteld. 1. Burgemeester en wethouders leggen het voorontwerpbestemmingsplan, met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling daarvan, ter inzage. 2. Voorafgaand aan de terinzagelegging geven burgemeester en wethouders in één of meer dag- of nieuws- of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze kennis van de terzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan. Volstaan kan worden met het vermelden van de zakelijke inhoud. 3. In de kennisgeving als bedoeld onder 2, wordt vermeld: - waar en wanneer de stukken ter inzage liggen; - wie in de gelegenheid wordt gesteld om zienswijzen naar voren brengen en - op welke wijze dat kan geschieden. 4.

Insprekers kunnen bij burgemeester en wethouders schriftelijk een zienswijze omtrent het voorontwerpbestemmingsplan naar voren brengen. 5. De termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen bedraagt drie weken. De termijn vangt aan met de dag, waarop het voorontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd. De artikelen 6:8 en 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing. Het voorontwerpbestemmingsplan met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling daarvan hebben gedurende drie weken, van 9 tot en met 29 november 2023, ter inzage gelegen. Hiervan is kennisgegeven op de gemeentelijke website, in het plaatselijke nieuws- en advertentieblad "Goirles Belang" van 8 november 2023, alsmede op de in de gemeente

gebruikelijke wijze door middel van aankondiging van de bekendmaking op het gemeentelijke publicatiebord. Gedurende de termijn van terinzagelegging konden ingezetenen van de gemeente Goirle en belanghebbenden schriftelijk een inspraakreactie omtrent het voorontwerpbestemmingsplan naar voren brengen bij het college van burgemeester en wethouders van Goirle. Schriftelijke inspraakreacties. Van de mogelijkheid om een inspraakreactie naar voren te brengen is vijf maal gebruik gemaakt. Vanwege de Wet bescherming persoonsgegevens zijn de NAW-gegevens (naam, adres woonplaats) van reclamanten niet opgenomen. Nr. 1 2 3 4 5

Naam Particulier Particulier Particulier Particulier Particulier

Ontvangen Bij brief van 18 november 2023 Bij brief van 24 november 2023 Bij brief van 27 november 2023 Bij brief van 27 november 2023 Bij brief van 1 december 2023

1.5. Ontvankelijkheid. Vóórdat tot een inhoudelijke beoordeling van de inspraakreacties kan worden overgegaan, moet worden beoordeeld of deze reacties tijdig, dat wil zeggen binnen de daarvoor gestelde termijn van drie weken, bij het college van burgemeester en wethouders naar voren zijn gebracht. Het voorontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 9 november 2023 drie weken ter inzage gelegen. Dit betekent concreet dat 29 november 2023 (om 00.00 uur) de laatste dag was om omtrent het voorontwerpbestemmingsplan bij ons college een inspraakreactie naar voren te brengen. Vier ingekomen inspraakreacties zijn binnen de gestelde termijn ingediend. Deze zijn dus ontvankelijk en worden inhoudelijk beoordeeld. Eén inspraakreactie is buiten de gestelde termijn ingediend. Deze is niet-ontvankelijk en zal dan ook niet inhoudelijk beoordeeld worden.

2. Samenvatting en beoordeling van de kenbaar gemaakte inspraakreacties. Hieronder worden de inspraakreacties samengevat en beoordeeld. Dit betekent niet dat die onderdelen van de inspraakreacties die niet expliciet worden genoemd niet bij de beoordeling zijn betrokken. Elke inspraakreactie is in zijn geheel beoordeeld. Na de samenvatting van de inspraakreactie volgt de beoordeling. Daar waar hier wordt gesproken over het voorontwerpbestemmingsplan dan wel voorontwerp is daarmee bedoeld het voorontwerpbestemmingsplan "CPO Riel”, zoals het ten behoeve van de inspraak ter inzage heeft gelegen. Hierna wordt per inspraakreactie een korte samenvatting gegeven. Onder Beoordeling wordt de inspraakreactie beoordeeld en onder het kopje Conclusie is aangegeven of, en zo ja op welke punten, de inspraakreactie al dan niet aanleiding geeft tot aanpassing van het voorontwerpbestemmingsplan.

2.1.

Nummer 1 (Particulier)

Samenvatting inspraakreactie: Particulier 1 heeft de volgende inspraakreacties geuit: A. De parkeernorm is niet juist geïnterpreteerd, met name aan de Peelland zijn te weinig parkeerplaatsen ingetekend. De bestaande parkeerplaatsen aan de Maasland komen gedeeltelijk te

vervallen. De te vervallen parkeerplaatsen zijn niet meegenomen in de parkeerberekeningen en dit zou wel moeten. Door de huidige huizenprijzen is het zeer aannemelijk dat de huizen niet betaalbaar zullen zijn voor eenverdieners dus zullen de bewoners voornamelijk tweeverdieners zijn. Omdat er in Riel niet veel openbaar vervoer rijdt zullen de nieuwe bewoners afhankelijk zijn van een auto. Dit betekent dat er dan sprake zal zijn van 28 auto's ten opzichte van 11 plaatsen. Er zullen in de praktijk dus 17 parkeerplaatsen te weinig zijn. Deze capaciteit is niet in de directe omgeving aanwezig. B. Met de toename van het verkeer ziet particulier 1 de veiligheid in het geding komen aangezien Maasland nu een zeer rustige straat is en dit zal afnemen door de toegenomen verkeersdrukte door nieuwe bewoners en parkeerproblematiek. Verder zal het toegenomen verkeer meer vervuiling met zich meebrengen en hierdoor afbreuk doen aan een gezonde leefomgeving. Dit is in strijd met de “Interim omgevingsverordening Noord-Brabant” Artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling, Lid 2a bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving. C. De quickscan is uitgevoerd door de partij die namens het CPO gaat bouwen en een economisch belang heeft bij de doorgang van dit project.

Particulier 1 zou graag zien dat een ecologische beoordeling gedaan wordt vanuit de gemeente en niet vanuit een economisch belanghebbende. D. Op pagina 16 van de quickscan wordt gezegd dat het plangebied op minimaal 2 km van het natura 2000 gebied "Regte Heide & Riels Laag” ligt. Echter op het kaartje in de quickscan meet men vanuit het zuidoosten van Goirle. Vanuit het plangebied gemeten is het ongeveer 1,5 kilometer minder dan in de quickscan is vermeld. De conclusie van de quickscan klopt daarom zeer waarschijnlijk niet. E. De stelling over eekhoorns op pagina 21 van de toelichting klopt niet: Particulier 1 ziet zelf met enige regelmaat eekhoorns zich verplaatsen bij de heg voor zijn woning. Het is dus wel aannemelijk dat er zich eekhoorns ophouden. Beoordeling: Ad A. Er wordt voldaan aan de CROW parkeernorm. Volgens de normen van de CROW dienen voor deze woningen 17,5 parkeerplaatsen, dus 18 parkeerplaatsen gerealiseerd te worden, dit is inclusief bezoekersparkeerplaatsen. Nabij de woning van particulier 1 worden 16 parkeerplaatsen, naast de 8 bestaande parkeerplaatsen, gerealiseerd, en verderop in het plan zijn de overige 2 parkeerplaatsen voorzien. Er worden 5 parkeerplaatsen gerealiseerd aan de Peelland, en 10 parkeerplaatsen tussen de tweekapper en het woonblok van 5 woningen (kavel 10 t/m 14). Bij één hoekwoning is een garage en oprit aanwezig.

Deze telt ook mee voor één parkeerplaats in de parkeernorm. Ad B. Met de bouw van de woningen aan de Maasland verandert het karakter van de omgeving niet wezenlijk. Op basis van de CROW normen is een verkeersgeneratie van 66 verkeersbewegingen te verwachten. Gelet op de hoge bebouwingsdichtheid aan de noordzijde van het plangebied zal dit de aard van het gebied niet wezenlijk veranderen. Afgaande op kaarten waarop de luchtkwaliteit inzichtelijk is gemaakt zal dit nieuwe plan niet in betekenende mate bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. De achtergrondbelasting pm10, pm2,5 voldoet ruimschoots aan de waarden.

Ad C. Het is gebruikelijk dat de ontwikkelaar die een bestemmingsplan wijzigt de onderzoeken uit laat voeren door adviseurs die daar kundig in zijn. De adviseurs hebben er geen belang bij om het economisch belang van de ontwikkelaar in acht te slaan, aangezien de rapportages door de gemeente beoordeeld zullen worden. Deze beoordeling door de gemeente heeft inmiddels plaatsgevonden en de gemeente is akkoord met het onderzoek. Ad D. De gemeente heeft het eerste quickscan onderzoek beoordeeld, hier zijn de genoemde opmerkingen die particulier 1 maakt ook naar voren gekomen. Deze uitgangspunten zullen worden aangepast in de rapportage. Het aangepaste rapport zal bij het ontwerpbestemmingsplan gevoegd worden. Ad E. De stelling over de eekhoorn is correct. Echter kunnen eekhoorns ook voorkomen in bebouwd gebied, mits er voldoende voedsel beschikbaar is. Hun voorkeur qua leefgebied gaat wel uit naar ouder bos (naaldbomen ouder dan 20 jaar en loofbomen ouder dan 40-80 jaar) omdat daar meer voedsel en nestgelegenheid is. Dit punt is beoordeeld door een ecoloog. Er is geen reden aan te nemen dat het rapport niet voldoet en niet naar waarheid is geformuleerd. Conclusie: Deze inspraakreactie (ad D.) leidt tot een marginale aanpassing van het voorontwerpbestemmingsplan.

2.2.

Nummer 2 (Particulier)

Samenvatting inspraakreactie: Particulier 2 heeft de volgende inspraakreacties geuit: A. Het bestemmingsplan biedt geen mogelijkheden rechtstreeks te voorzien in de beoogde woningbouwontwikkeling. Derhalve wordt deze procedure tot herontwikkeling doorlopen. Deze toelichting dient als motivering bij de te volgen procedure. Wat betekent ‘doorlopen’? B. Aan de Peelland zullen parkeerproblemen gaan ontstaan. C. In de toelichting staat bij de realisatieparagraaf Nationaal Ruimtelijk Beleid dat dit rijksbeleid niet direct doorwerkt in onderhavig plan. De afweging vindt voor onderhavige planontwikkeling decentraal plaats. Waarom werkt dit niet direct door? D. Voor de in het Barro genoemde onderwerpen moeten op grond van de Wet ruimtelijke ordening alle bestemmingsplannen binnen een jaar aan de bepalingen uit het Barro voldoen. Voldoet dit plan hieraan na één jaar? E. In de toelichting staat dat de gemeente Goirle zich voorbereidt op de Omgevingswet, die naar verwachting op 1 januari 2023 in werking treedt. Dit is toch op 1 januari 2024?

F. Door het plan CPO Riel te bebouwen is er in de kern Riel minder groene, open ruimte. G. In het plan is weinig terug te zien van het groen waar in de toekomstvisie 2020 over gesproken wordt. H. In 2005 heeft de gemeenteraad de stedenbouwkundige notitie 'Inbreidingsmogelijkheden kom Riel' vastgesteld. Deze notitie vormt het toetsingskader waaraan toekomstige initiatieven stedenbouwkundige geobjectiveerd kunnen worden beoordeeld op hun aanvaardbaarheid. Er is in die 18 jaar veel veranderd qua milieu (extreme droogte, regenval, biodiversiteit ). Dit toetsingskader kan in 2023 niet meer gehanteerd worden om een gezonde leefbaarheid van een uitbreiding te garanderen. I. In de toelichting staat bij paragraaf 5.1 Stedenbouwkundige uitgangspunten een P.M. Waarom is dit? J. Op 10 december 2013 heeft de gemeenteraad van Goirle een nieuw Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) vastgesteld. Het doel van het GVVP is het vastleggen van het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente Goirle voor de periode 2013 tot 2023. Dit geldt tot 2023? K. De woningen in het noordelijk deel van het plangebied worden ontsloten aan Maasland en Peelland. Het wegenpatroon hoeft niet te worden aangepast, wel wordt een parkeerkoffer toegevoegd. Gezien de huidige breedte van de weg kunnen twee auto's elkaar niet passeren, de weg is zeer smal.

Door de uitbreiding aan de Maasland zal het aantal verkeersbewegingen aanzienlijk toenemen (14 nieuwe woningen naast de bestaande 8 woningen). Het huidige wegenpatroon moet daarom opnieuw bekeken worden. L. Op dit moment zijn er al parkeerproblemen bij de Maasland. De bestaande parkeerplaatsen aan de Maasland mogen niet gebruikt worden bij de berekening van de nieuwe woningen. M. In de toelichting van het bestemmingsplan staat bij paragrafen 5.6.1, 5.6.2, 5.6.3 en 5.6.4 dat deze aspecten nog nader uitgewerkt worden. Deze aspecten moeten alsnog uitgewerkt worden. N. In de toelichting van het bestemmingsplan staat in paragraaf 6.6.2 ‘Gebiedsbescherming’ dat nieuwe projecten getoetst moeten worden op hun invloed op de te beschermen natuurwaarden in de Vogelen Habitatrichtlijngebieden. Zijn er uitslagen van deze toetsing bekend? O. Het is niet uit te sluiten dat er vaste verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig zijn in buitengevels of dakconstructie van het te slopen woonhuis aan de Kerkstraat 26 te Riel of in de te rooien bomen op het achtergelegen perceel. Alle vleermuissoorten zijn strikt beschermd. In het plangebied komen ook eekhoorns, groene specht, kleine bont specht, boom klevers en vele andere vogelsoorten voor. Daarover wordt geen melding gemaakt. Wordt het woonhuis aan Kerkstraat 26 gesloopt?

P. Wanneer wordt het mitigatieplan beschikbaar gesteld? Q. In de toelichting van het bestemmingsplan staat dat als er tijdig opdracht gegeven wordt voor het uitvoeren van het nader onderzoek kan de eindrapportage van het onderzoek naar vleermuizen en huismussen per medio oktober 2024 worden opgeleverd. Mag men al beginnen met bouwen/ slopen voor dat de eindrapportage van het bovengenoemde onderzoek is opgeleverd? R. Door van Empel Advies is een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd met Aerius-berekening. Wanneer komt hierover duidelijkheid? S. Wat zijn de resultaten van het stikstofdepositie-onderzoek? T. Op pagina 48 van de toelichting wordt verwezen naar paragraaf 5.2 van deze toelichting. Waar staat deze paragraaf? U. In de toelichting van het bestemmingsplan staat dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) ingeschat wordt tussen de 13,83 en 13,58 m+ NAP. Ten behoeve van de definitieve uitwerking is nadere vaststelling noodzakelijk. V. Het alternatief voor de plannen zou volgens particulier 2 zijn: Aan de rand van het plangebied tegen de bestaande bebouwing Maasland en Meijerij een groen strook van 5 meter breed en daarna eerste rij met woningen van 1 bouwlaag zonder kap. Als je deze groene corridor verbindt met het bestaande arboretum ontstaat er een groene long in het hart van het dorp die waarde toevoegt voor mens flora en fauna.

Dit past in een groene leefomgeving die de gemeente Goirle nastreeft en doet beter recht aan de belangen van de omwonende en heeft ook veel toegevoegde waarde voor de nieuwe bewoners. Beoordeling: Ad A. Als een nieuwbouwontwikkeling gerealiseerd moet worden wordt er een proces doorlopen om de ontwikkeling mogelijk te maken. Het woord doorlopen refereert aan het feit dat een procedure gevolgd moet worden. De gepubliceerde stukken zijn onderdeel van het proces dat gevolgd moet worden. Ad B. Zie beoordeling 2.1 Ad A. Ad C. Het Rijksbeleid is gericht op grotere opgaven op een groter schaalniveau en wordt doorvertaald in provinciaal beleid etc. Ad D. Ja. Het plan is niet in strijd met het Barro. Het Barro bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Die spelen hier niet.

Ad E. Ten tijde van het opstellen van de omgevingsvisie van de gemeente was de verwachting nog dat op 1 januari 2023 de omgevingswet in werking zou treden. Dit is inmiddels uitgesteld naar 1 januari 2024. Ad F. Door de nieuwbouwontwikkeling zal er inderdaad wat minder openbaar groen in de kern van Riel aanwezig zijn. Maar door deze ontwikkeling wordt er wel gebouwd voor de lokale bevolking, en dan met name starters en senioren uit Riel zelf. De belangrijkste groenstructuur blijft wel behouden en de bomen die door het plan verdwijnen worden op andere plekken terug geplant. Ad G. Het is een inbreidingsplan, dit zorgt inderdaad voor iets minder mogelijkheden voor inpassing van groen, ten opzichte van planuitbreidingen aan de randen van dorpskernen. Er is wel getracht om groen toe te voegen in het plan, en te zorgen voor een aantrekkelijke leefomgeving. Het groen dat ingezet zal worden zal op een slimme manier worden geïntegreerd. Ad H. In 2005 is er gekozen om deze locatie aan te merken als inbreidingslocatie. Dit gebied is centraal gelegen in het dorp, waarbij diverse doelgroepen in aanmerking kunnen komen om centraal te wonen. Op het moment dat er een aanvraag wordt ingediend wordt door de gemeente beoordeeld of de locatie nog geschikt is en zo ja, welke randvoorwaarden er op dat moment gelden.

Deze beoordeling heeft op 26 september 2023 plaatsgevonden, op basis daarvan is dit bestemmingsplan opgesteld. Ad I. De stedenbouwkundige uitgangspunten worden in het ontwerpbestemmingsplan toegevoegd. Ad J. Het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan is in 2013 vastgesteld voor een periode van 10 jaar. Dit blijft het beleid totdat er een nieuw gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan is. Er zal in 2024 nieuw beleid worden vastgesteld. Ad K. De 14 nieuwe woningen, hoeven niet allemaal gebruik te maken van de Maasland. Er is ook de mogelijkheid om het plangebied via de Kerkstraat te betreden. Als de huidige weg niet afdoende is om te passeren, zal er gekeken worden of er een mogelijkheid is om de weg aan te passen, zodat er een veilige verkeerssituatie ontstaat. Ad L. Zie beoordeling 2.1 Ad A. Ad M. Deze uitwerkingen volgen in het ontwerp bestemmingsplan. Ad N. De resultaten van de quickscan zijn bekend en zijn als bijlage opgenomen bij de toelichting. Ad O. Het is uit te sluiten dat het plangebied onderdeel is van de essentiële leefomgeving van eekhoorns en vogelsoorten. Het is mogelijk dat er een enkele individu van een vrijgestelde soort aanwezig is in het plangebied. De zorgplicht is altijd van kracht.

Een deel van Kerkstraat 26 wordt gesloopt. Het woonhuis zal blijven staan, de schuren worden gesloopt. Ad P. De Quickscan Flora en Fauna is uitgevoerd. Hieruit is naar voren gekomen dat er aanvullend onderzoek uitgevoerd dient te worden naar huismussen, marterachtigen en vleermuizen. Dit aanvullende onderzoek is in oktober 2024 gereed. Ad Q. Men mag niet voor oplevering van de eindrapportage de habitat van hetgeen wat is onderzocht verstoren. Dit kan in een specifieke rapportage worden aangetoond. Ad R. Deze wordt bij het ontwerpbestemmingsplan gevoegd. Ad S. Deze tekst kan pas volledig worden gemaakt als de resultaten van het stikstofdepositie-onderzoek gereed zijn. Deze paragraaf zal aangepast worden bij het ontwerpbestemmingsplan. Ad T. Het waterbeleid is uitgewerkt in hoofdstuk 6. Daar staat ook hoe het hemelwater wordt geborgen binnen het plangebied. Ad U. Dit wordt met het uitvoeren van sonderingen vastgesteld. Ad V. Bedankt voor uw alternatieve voorstel. Een rand van 5 meter groen toevoegen in het plangebied, zal geen haalbare casus worden. Er zal binnen het plangebied gekeken worden hoe extra groen toegevoegd zal worden. Er is gekeken om de bouwhoogte en goothoogte te wijzigen voor de woningen die met hun achtertuinen tegen de Maasland aan liggen. Hier worden de maximale goothoogte 3,5m en maximale nokhoogte 8 meter.

Conclusie: Deze inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het voorontwerpbestemmingsplan.

2.3.

Nummer 3 (Particulier)

Samenvatting inspraakreactie: Particulier 3 heeft mede namens 5 andere omwonenden de volgende inspraakreacties geuit: A. Verstedelijking kan leiden tot verlies van de openbare ruimte, natuur en de algehele ambiance van onze gemeenschap. Particulier 3 is van mening dat we moeten streven naar duurzame ontwikkeling die het groene karakter behoudt en versterkt, in plaats van te kiezen voor een verdere verstedelijking die mogelijk negatieve gevolgen heeft voor ons leefmilieu maar ook een directe schadelijke invloed heeft op het mooie flora en fauna gebied aldaar. Deze invloeden heeft u als gemeente Goirle voor eerdere bestemmingsplannen zelf gepresenteerd en we zijn daarom nu hoogst verbaasd naar deze totale ommezwaai.

B. De afgelopen maanden heeft Bouwbedrijf van Gisbergen steeds gewijzigde plannen verstrekt (recent de uitbreiding achter Kerkstraat 26 A) en doordat er in de plannen nog percelen voorkomen waarop later wel of niet, maar hoe gebouwd kan worden is het plan onvolledig en voor buurtbewoners niet te beoordelen. Daarnaast is zeker ook nieuw flora en fauna onderzoek vereist gezien de nieuwe ontwikkelingen. Beoordeling: Ad A. Zie beoordeling 2.2 Ad F en G. Ad B. Op 2 oktober is een plan getoond dat in het voorontwerpbestemmingsplan is gepresenteerd. Op 20 november is een uitbreiding van het plan getoond, waarbij het voorontwerpbestemmingsplan mee wordt uitgebreid. Hiervoor zijn de desbetreffende onderzoeken ook uitgevoerd. Deze zullen bij het ontwerpbestemmingsplan gevoegd worden. Conclusie: Deze inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het voorontwerpbestemmingsplan.

2.4.

Nummer 4 (Particulier)

Samenvatting inspraakreactie: Particulier 4 heeft de volgende inspraakreacties geuit: A. Het nu open en groene karakter zal hierdoor verdwijnen en plaats maken voor een stedelijke bebouwing. Door de voorgenomen grootschalige ontwikkeling van de genoemde percelen, zal dit in de groene kaart van Riel genoemd, "belangrijk particulier groen" moeten wijken en daarmee zal ook het karakteristieke dorpsbeeld verdwijnen. Genoemde groenvoorzieningen zijn bepalend voor het karakteristieke "Riels" dorpsgezicht. Hiervoor krijgen we in plaats, een koude en kille stedelijke bebouwing. In woonvisie van de gemeente spreekt u de ambitie uit dat u een gemeente wilt zijn met een groene prettige woonomgeving. Indien op genoemde locaties op deze schaal bouwactiviteiten ontplooid gaan worden, kunt u deze ambitie niet waarmaken. B. Door het toenemen van het aantal bewoners op dit kleine gebied zal de leefbaarheid afnemen en de overlast toenemen. Doordat de nieuw te bouwen woningen een elektriciteitsaansluiting nodig hebben en "gasloos" worden gebouwd, krijgen we een enorme druk op het elektriciteitsnet. Met alle gevolgen van dien. C.

Het hoogte verschil tussen Maasland, Peelland en de Kerkstraat is dusdanig groot dat bij een extreme regenbui (klimaatverandering) het overtollige water (nu opgevangen door het aanwezige groen) ook van het nieuw bebouwde deel naar de Kerkstaat of naar Maasland/ Peelland stroomt. Door de intensieve bebouwing ontstaat er veel geluidsoverlast van de vele warmtepompen voor de woonomgeving. D. Door het toenemen van het aantal bewoners in de wijk zal de verkeersintensiteit toenemen. De wegbreedte bij Maasland is zo smal dat auto's van de rijweg moeten om te passeren. Het parkeren

geeft nu al regelmatig problemen en zal hierdoor veel verslechteren. De bestaande infrastructuur is hierop niet ingericht. E. De afgelopen maanden heeft Bouwbedrijf van Gisbergen steeds gewijzigde plannen verstrekt (recent de uitbreiding achter Kerkstraat 26 A) en doordat er in de plannen nog percelen voorkomen waarop later wel of niet, maar hoe gebouwd kan worden is het plan onvolledig en voor buurtbewoners niet te beoordelen. Beoordeling: Ad A. Zie beoordeling 2.2 Ad F en G. Ad B. Op dit moment is er nog plek op het elektriciteitsnetwerk in Riel, deze nieuwe woningen kunnen dus allemaal aangesloten worden op het elektriciteitsnetwerk. Ad C. De eventuele wateroverlast is onderzocht. Voor een uitwerking verwijzen wij naar de waterparagraaf van het bestemmingsplan. Gasloos bouwen is verplicht, er zullen dus warmtepompen gerealiseerd moeten worden. De warmtepompen zullen binnen de geldende wettelijke normen voor geluidshinder vallen. Ad D. Zie beoordeling 2.1 Ad A en B. Ad E. Zie beoordeling 2.3 Ad B. Conclusie: Deze inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het voorontwerpbestemmingsplan.

2.5.

Nummer 5 (Particulier)

Samenvatting inspraakreactie: Particulier 5 heeft de volgende inspraakreacties geuit: A. De parkeerplaatsen langs de kloostermuur tussen Kerkstraat 6 en 10. B. Er worden 26 woningen aangevraagd, maar op papier staan er 27. Beoordeling: Voordat tot een inhoudelijke beoordeling van de inspraakreacties kan worden overgegaan, moet worden beoordeeld of deze reactie tijdig, dat wil zeggen binnen de daarvoor gestelde termijn van drie weken, bij het college van burgemeester en wethouders naar voren is gebracht. Het voorontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 9 november 2023 drie weken ter inzage gelegen. Dit is op 8 november 2023 bekend gemaakt in het plaatselijke nieuws- en advertentieblad “Goirles Belang”. Dit betekent concreet dat de termijn eindigde op 29 november 2023 met het verstrijken van het tijdstip 23.59 uur. Op dit moment zijn immers 21 dagen (van 24 uur) verstreken.

De inspraakreactie is ingediend bij brief van 30 november 2023 (ontvangen 1 december 2023) en is daarmee buiten de daarvoor genoemde termijn naar voren gebracht en kan derhalve niet inhoudelijk worden beoordeeld wegens termijnoverschrijding. Wel willen wij opmerken dat na de inspraakprocedure de volgende stap in de procedure zal zijn het ter visie leggen van een ontwerpbestemmingsplan gedurende een periode van zes weken. Als indiener zich niet kan vinden in het ontwerpbestemmingsplan kan hij gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de termijn van zes weken bij de gemeenteraad een zienswijze naar voren te brengen. In het plaatselijke nieuws- en advertentieblad “Goirles Belang” en in de “Staatscourant” zal worden gepubliceerd wanneer het ontwerpbestemmingsplan ter visie zal worden gelegd en binnen welke termijn een zienswijze naar voren kan worden gebracht. Conclusie: De inspraakreactie wordt niet inhoudelijk beoordeeld wegens termijnoverschrijding en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het voorontwerpbestemmingsplan.

3. Tenslotte De inspraakprocedure heeft geleid tot (marginale) aanpassingen van het voorontwerpbestemmingsplan. Dit eindverslag zal worden toegestuurd naar degenen die bij ons college een inspraakreactie over het voorontwerpbestemmingsplan kenbaar hebben gemaakt en ter kennis worden gebracht van de gemeenteraad.

Goirle, 12 december 2023 Burgemeester en wethouders van de gemeente Goirle, de secretaris, de burgemeester,

Ruud Lathouwers

Mark van Stappershoef

bestemmingsplan CPO Riel (Riel)

Bijlage 2 Verslag overleg besluit ruimtelijke ordening

18

bestemmingsplan "CPO Riel (Riel)" (vastgesteld)

Verslag van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening ten aanzien van het voorontwerpbestemmingsplan "CPO Riel” Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening schrijft voor dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van bij het plan betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Op grond van dit artikel is het voorontwerpbestemmingsplan toegestuurd aan onderstaande instanties met het verzoek om vóór afloop van de inspraaktermijn te reageren: 1. Provincie Noord-Brabant; 2. Waterschap Brabantse Delta; 3. Ministerie van Defensie; 4. Ministerie van Economische Zaken en Klimaat; 5. Rijkswaterstaat Zuid-Nederland. De ontvangen reacties zijn in onderstaande tabel samengevat weergegeven. In de volgende kolom is de reactie van de gemeente weergegeven en de laatste kolom geeft de gevolgen voor het plan weer.

1.

2.

Reactie diverse instanties Provincie Noord-Brabant. De Provincie heeft niet gereageerd.

Reactie gemeente

Gevolgen voor het plan

a) Deze oplossing is inderdaad het meest wenselijk, maar hier is in dit gebied geen ruimte voor. In het gebied is geen sprake van versnelde afvoer van hemelwater naar het watersysteem. Er is daarom (zoals het waterschap zelf ook al aangeeft) geen rechtstreeks belang voor het waterschap. b) Deze paragraaf zal aangepast worden. c) De waterparagraaf zal hierop aangepast worden.

De geplaatste opmerkingen leiden deels tot een aanvulling c.q. wijziging van het voorontwerpbestemmingsplan (toelichting en regels).

Waterschap Brabantse Delta Het Waterschap heeft in een schrijven van 2 november 2023 aangegeven dat het de volgende opmerkingen op het voorontwerpbestemmingsplan heeft: a) Het waterschap geeft de voorkeur aan een robuuste waterhuishouding. Voor wat betreft de verwerking van hemelwater zien ze liever een integrale uitwerking met voldoende open berging, bijvoorbeeld in de vorm van wadi’s voor de complete inrichting van

b)

c)

d)

e)

zowel openbare als particuliere terreinen. Paragraaf 7.1.12 toelichting: De laatste alinea is onsamenhangend en mist een eindconclusie. Wij verzoeken u in de waterparagraaf aandacht te schenken aan het gebruik van milieuvriendelijke bouwmaterialen en het achterwege laten van uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Als desalniettemin gekozen wordt voor infiltratievoorzieningen op de particuliere terreinen verzoeken we u dit te verankeren in de planregels. Op basis van het voorontwerp bestemmingsplan geven wij onder voorbehoud een positief wateradvies. Er zijn nog veel nader uit te werken waterhuishoudkundige aspecten en aandachtspunten waardoor we niet zonder meer een positief advies kunnen afgeven. Bij niet goed functioneren is er een verhoogd risico op wateroverlast. We verzoeken u de wateraspecten nader uit te werken in een waterhuishoudkundig plan en stellen het op prijs als er meer ruimte wordt gereserveerd voor groene berging.

d) Er zal hiervoor een regeling opgenomen worden in de planregels. e) Na de uitwerking van bovengenoemde punten zal het plan opnieuw naar het Waterschap worden gestuurd ter beoordeling.

4.

5.

6.

Ministerie van Defensie Het ministerie heeft niet gereageerd. Ministerie van Economie, & Klimaat Het ministerie heeft niet gereageerd. Rijkswaterstaat ZuidNederland Rijkswaterstaat heeft niet gereageerd.

bestemmingsplan CPO Riel (Riel)

Bijlage 3 Toelichting op de Staat van bedrijfsactiviteiten

22

bestemmingsplan "CPO Riel (Riel)" (vastgesteld)

BIJLAGE STAAT VAN BEDRIJFSACTIVITEITEN

CATEGORIE

Staat van bedrijfsactiviteiten

SBI-CODE

OMSCHRIJVING

01 014 014 014 0142

LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW Dienstverlening t.b.v. de landbouw: - algemeen (o.a. loonbedrijven), b.o < 500 m² - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven, b.o. < 500 m² KI-stations

15 151 151 1552 1581 1584 1584 1584 1593 t/m 1595

VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Slachterijen en overige vleesverwerking: - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken, p.o. < 200 m² Consumptie-ijsfabrieken, p.o. < 200 m² Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen, v.c. < 2500 kg meel/week Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk: - Cacao- en chocoladefabrieken- vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 200 m² - Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden, p.o. < 200 m² Vervaardiging van wijn, cider e.d.

17 174, 175 176, 177

VERVAARDIGING VAN TEXTIEL Vervaardiging van textielwaren Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen

B B

18 181

VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging kleding van leer

B

20 203, 204, 205 205

HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2 Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken

B B

22 221 2222.6 2223 2223 2224 2225 223

UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Uitgeverijen (kantoren) Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen Grafische afwerking Binderijen Grafische reproduktie en zetten Overige grafische aktiviteiten Reproduktiebedrijven opgenomen media

A B A B B B A

24 2442 2442

VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN Farmaceutische produktenfabrieken: - verbandmiddelenfabrieken

B

26 2615 262, 263 262, 263 267 267 2681

VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN Glasbewerkingsbedrijven Aardewerkfabrieken: - vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW Natuursteenbewerkingsbedrijven: - indien p.o. < 2.000 m² Slijp- en polijstmiddelen fabrieken

28 281 284 2852 287

VERVAARD. VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDD.) - gesloten gebouw, p.o. < 200 m2 Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., p.o. < 200 m2 Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. <200m2 Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. <200 m2 Pagina 1 van 4

B B B

B B B B B B

B B B B

B B B B

CATEGORIE

Staat van bedrijfsactiviteiten

SBI-CODE

OMSCHRIJVING

30 30

VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS Kantoormachines- en computerfabrieken

B

33 33

VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d.

B

36 361 362 363 3661.1

VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 Fabricage van munten, sieraden e.d. Muziekinstrumentenfabrieken Sociale werkvoorziening

A B B B

40 40 40 40 40 40 40 40

PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: - < 10 MVA Gasdistributiebedrijven: - gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A - gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: - blokverwarming

41 41 41

WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: - < 1 MW

B

45 45

BOUWNIJVERHEID Aannemersbedrijven met werkplaats, b.o. < 1000 m2

B

50 501, 502, 504 5020.4 5020.5 503, 504

HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven Autobeklederijen Autowasserijen Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires

B A B B

51 511 5134 5135 5136 5137 514 5153 5153 5153 5153.4 5153.4 5154 5154 5154 5156 5162

GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING Handelsbemiddeling (kantoren) Grth in dranken Grth in tabaksprodukten Grth in suiker, chocolade en suikerwerk Grth in koffie, thee, cacao en specerijen Grth in overige consumentenartikelen Grth in hout en bouwmaterialen: - algemeen - indien b.o. < 2000 m2 zand en grind: - indien b.o. < 200 m² Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur: - algemeen - indien b.o. <2.000 m² Grth in overige intermediaire goederen Grth in machines en apparaten, exclusief machines voord de bouwnijverheid

Staat van bedrijfsactiviteiten

Pagina 2 van 4

B A B B

A C C C C C C B B C B C C

CATEGORIE SBI-CODE

OMSCHRIJVING

517

Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.

C

60 6022 6024 603

VERVOER OVER LAND Taxibedrijven Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks), b.o. < 1.000 m² Pomp- en compressorstations van pijpleidingen

B C B

61, 62 61, 62

VERVOER OVER WATER / DOOR DE LUCHT Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren)

A

63 6321 6322, 6323 633 634

DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER Autoparkeerterreinen, parkeergarages Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren) Reisorganisaties Expediteurs, cargadoors (kantoren)

C A A A

64 641 642 642 642 642

POST EN TELECOMMUNICATIE Post- en koeriersdiensten Telecommunicatiebedrijven zendinstallaties: - FM en TV - GSM en UMTS-steunzenders

65, 66, 67 65, 66, 67

FINANCIELE INSTELLINGEN EN VERZEKERINGSWEZEN Banken, verzekeringsbedrijven, beurzen

B

70 70

VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED Verhuur van en handel in onroerend goed

A

71 711 712 713 714

VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN Personenautoverhuurbedrijven Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (excl. personenauto's) Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g.

B C C C

72 72 72

COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d. Switchhouses

A B

73 732

SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek

A

74 74 7481.3 7484.4

OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING Overige zakelijke dienstverlening: kantoren Foto- en filmontwikkelcentrales Veilingen voor huisraad, kunst e.d.

A C A

75 75 7525

OPENBAAR BESTUUR, OVERHEIDSDIENSTEN, SOCIALE VERZEKERINGEN Openbaar bestuur (kantoren e.d.) Brandweerkazernes

A C

80 801, 802 803, 804

ONDERWIJS Scholen voor basis- en algemeen voortgezet onderwijs Scholen voor beroeps-, hoger en overig onderwijs Staat van bedrijfsactiviteiten

C A B B

Pagina 3 van 4

B B

CATEGORIE SBI-CODE

OMSCHRIJVING

85 8512, 8513 8514, 8515 853 853 9001

GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSZORG Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven Consultatiebureaus Verpleeghuizen Kinderopvang rioolgemalen

A A B B B

91 9111 9131 9133.1

DIVERSE ORGANISATIES Bedrijfs- en werknemersorganisaties (kantoren) Kerkgebouwen e.d. Buurt- en clubhuizen

A B B

92 9213 9232 9234 9234.1 9251, 9252 9261.1 9261.2 9261.2 9262 9262 9262 9271 9272.1

CULTUUR, SPORT EN RECREATIE Bioscopen Theaters, schouwburgen, concertgebouwen, evenementenhallen Muziek- en balletscholen Dansscholen Bibliotheken, musea, ateliers, e.d. Zwembaden: overdekt Sporthallen Bowlingcentra Schietinrichtingen: - binnenbanen: boogbanen Sportscholen, gymnastiekzalen Casino's Amusementshallen

93 9301.3 9301.3 9302 9303 9304 9305

OVERIGE DIENSTVERLENING Wasverzendinrichtingen Wasserettes, wassalons Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten Begrafenisondernemingen: uitvaartcentra Fitnesscentra, badhuizen en sauna-baden Persoonlijke dienstverlening n.e.g.

Pagina 4 van 4

C C B B A C B B A B C B

B A A A B A

bestemmingsplan CPO Riel (Riel)

Bijlage 4 QuickScan flora en fauna

bestemmingsplan "CPO Riel (Riel)" (vastgesteld)

29

ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling

Locatie: Achter Kerkstraat 26 Riel Rapportnummer: 2023-BE-0722 In opdracht van: Van Gisbergen BV ’t Bogtje 8 5095 CD Hooge Mierde

Ecologische quickscan Kerkstraat 26 Riel, BE-0722

Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2023-BE-0722 Opdrachtgever Van Gisbergen BV Contactpersoon Mevrouw N. Snels Locatie Kerkstraat 26 Riel Auteur Freek Rovers Verantwoordelijke controle Frenk van de Wal

Opleverdatum 14 september 2023

De Lange Kant 27 5061 PX Oisterwijk 06-24218274 www.brabanteco.nl

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.

Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.

1

Ecologische quickscan Kerkstraat 26 Riel, BE-0722

Inhoudsopgave SAMENVATTING ................................................................................................................... 3 1.

INLEIDING EN ONDERZOEK ........................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................. 4 1.2 Doelstelling ........................................................................................................................... 4 1.3 Centrale vraagstelling .......................................................................................................... 4 1.4 Criteria................................................................................................................................... 4

2.

BELEIDSKADER .............................................................................................................. 5 2.1 Gebiedsbescherming ............................................................................................................ 5 2.2 Soortenbescherming ............................................................................................................ 5 2.3 Bescherming van houtopstanden ........................................................................................ 7 2.4 Zorgplicht .............................................................................................................................. 7

3.

PLANGEBIEDSBESCHRIJVING ......................................................................................... 8 3.1 Huidige situatie ..................................................................................................................... 8 3.2 Voorgenomen ontwikkeling ................................................................................................. 9

4.

PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN .......................................................................... 11 4.1 Bureauonderzoek ............................................................................................................... 11 4.2 Veldonderzoek .................................................................................................................... 12 4.3 Beschrijving plangebied ..................................................................................................... 13

5.

BESCHERMDE NATUURWAARDEN .............................................................................. 16 5.1 Gebiedsbescherming .......................................................................................................... 16 5.2 Soortenbescherming .......................................................................................................... 18

6.

RESULTATEN EN ADVIES ............................................................................................. 27 6.1 Resultaten ........................................................................................................................... 27 6.2 Advies en aanbevelingen .................................................................................................... 27 6.3 Toelichting op nader onderzoek ........................................................................................ 28

7.

BRONNEN ................................................................................................................... 30

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

2

Ecologische quickscan Kerkstraat 26 Riel, BE-0722

SAMENVATTING

Initiatiefnemer is voornemens om op de planlocatie achter Kerkstraat 26 te Riel bestaande bebouwing te slopen en een 5-tal bomen te kappen. Aanwezige vegetatie zal verwijderd worden. Daarna worden door middel van een CPO project 26 grondgebonden woningen gerealiseerd. Bij deze werkzaamheden is de opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. Omdat overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten kan worden is aan Brabant Eco de opdracht gegeven voor het uitvoeren van een ecologische quickscan op de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Dit voorliggend rapport geeft een beschrijving van het plangebied en het uitgevoerde onderzoek. Daarnaast geeft dit rapport inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek. Dit onderzoek laat zien dat er geen negatieve effecten zijn te verwachten ten aanzien van natuurgebieden vallend onder Natura 2000 of NNN. Met een Aerius berekening is de stikstofdepositie aan te tonen. In de bebouwing en twee van de bomen in het plangebied zijn mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig.

Ecologisch onderzoek conform het vleermuisprotocol in de periode 15 mei tot 30 september is noodzakelijk om aanwezigheid of afwezigheid aan te tonen. Onderzoek naar beschermde plantensoorten laat zien dat deze niet aanwezig zijn in het plangebied. Voor de overige onderzochte soortgroepen valt aanwezigheid uit te sluiten. Bij het aantreffen van een individu van één van deze soortgroepen is de zorgplicht altijd van kracht. De zorgplicht is altijd van toepassing. Natuurinclusief bouwen wordt aanbevolen. Freek Rovers Brabant Eco September 2023

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

3

Ecologische quickscan Kerkstraat 26 Riel, BE-0722

1. INLEIDING EN ONDERZOEK

1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever Van Gisbergen BV is het voornemen om op de planlocatie achter Kerkstraat 26 te Riel, de bestaande bebouwing te slopen, een 5-tal bomen te kappen en aanwezige vegetatie te verwijderen. Daarna worden 26 grondgebonden woningen gerealiseerd. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.

1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of de geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Er wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op deze beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen of uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.

1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden?

1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl). o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

4

Ecologische quickscan Kerkstraat 26 Riel, BE-0722

2. BELEIDSKADER

De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de vogel- en habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Wet natuurbescherming is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan.

2.1 Gebiedsbescherming 2.1.1 Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Nederland worden deze gebieden aangewezen binnen de EU-vogelrichtlijn en de EU-habitatrichtlijn. In Natura 2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. In het opgestelde beheerplan wordt beschreven hoe de instandhoudingsdoelstellingen bereikt dienen te worden. Nederland heeft ruim 160 Natura 2000 gebieden.

2.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische hoofdstructuur genoemd (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het bestaat uit gebieden die samen een netwerk vormen door Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. In het NNN geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Naast ongeveer 20 Nationale parken, meren, rivieren en de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee vallen alle Natura 2000 gebieden onder het NNN. De landbouwgebieden worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer.

2.2 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de provincie.

2.2.1 Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: o Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

5

Ecologische quickscan Kerkstraat 26 Riel, BE-0722

o

o

Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.

Als aan deze drie vereisten voldaan is kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn.

2.2.2 EU-Vogelrichtlijn Het doel van de Vogelrichtlijn is het in stand houden van alle natuurlijke, in Europa in het wild levende, vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden of te brengen, dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen'. De richtlijn is dus van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en ook hun leefgebieden. De EU-Vogelrichtlijn is in 1981 van kracht geworden. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt: o Het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); o Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); o Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); o Het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); o Het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).

Van de soorten die beschermd worden onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature voorkomen op het grondgebied van de Europese Unie. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten. Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing.

2.2.3 EU-Habitatrichtlijn Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitat en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De EUHabitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden.

2.2.4 Overig beschermde soorten Dit zijn soorten genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Het betreft een limitatieve lijst (zie bijlage 3). De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die niet in de bijlagen van de Wet natuurbescherming worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

6

Ecologische quickscan Kerkstraat 26 Riel, BE-0722 beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.

Tabel: Beschermingsregime van de Wet natuurbescherming

2.3 Bescherming van houtopstanden De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat, dan valt bos, mits het buiten de bebouwde kom ligt, onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet.

2.4 Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor het in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun leefomgeving. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

7

Ecologische quickscan Kerkstraat 26 Riel, BE-0722

3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING

3.1 Huidige situatie De planlocatie is gelegen achter de Kerkstraat 26, in de kern van Riel, in de gemeente Goirle. De gemeente Goirle is gelegen ten zuiden van Tilburg in de provincie Noord-Brabant. De gemeente telt 24.204 inwoners ( 31 januari 2023) en heeft een oppervlakte van 42,21 km2. Kernen in de gemeente zijn Riel en Goirle. Riel ligt ten westen van Goirle en zuidwestelijk van Tilburg. Ten zuiden en oosten liggen uitgestrekte natuurgebieden zoals de Regte Heide, het Riels Laag en landgoed het Riels Hoefke. Ten westen van Riel ligt de Rielse Heide. In het oosten ligt de kom van Goirle en ten noorden Riel liggen de kom van Tilburg en het natuurgebied Kaaistoep. De planlocatie bevindt zich in de kern van Riel, grenzend aan de Kerkstraat, Meijerij, Maasland, Peelland en het Valboompad. De directe omgeving van de planlocatie bestaat uit bedrijfsbestemming, burgerbebouwing en een horecagelegenheid. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding.

Riel

Satellietfoto omgeving plangebied, planlocatie is rood omcirkeld. Bron: Google Earth.

Het plangebied bestaat uit bebouwing, grasvelden en vegetatie. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied globaal aangegeven.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1842/documents/29718