Schriftelijke vragen GVGR 23-10-2024 - begroting 2025 - OZB belasting.pdf
Tekst van het document
Schriftelijke vragen ingediend namens Gezond Verstand Goirle Riel d.d. 23 oktober 2024
In het bestuursakkoord 2023-2026 Goirle ‘Samen Bouwen’ wordt aangegeven dat we de woonlasten zo laag mogelijk willen houden. Op 20 juni 2023 heeft de gemeenteraad besloten de OZB voor 2024 te indexeren met 4,22%. De verantwoordelijk wethouder heeft toen bevestigd dat de uitleg hiervan is dat de totale nominale OZB-opbrengst van bestaande onroerende zaken (zonder areaal uitbereiding) met meer zou worden verhoogd dan de afgesproken indexatie van 4,22%. Bij de behandeling van de verordening op de heffing van onroerendezaakbelastingen 2024 (2023022305) op 7 november 2023 hebben wij aangegeven dat er een oneigenlijke verhoging van de OZB plaats zou vinden door het tarief vast te stellen op basis van de aanname dat de WOZ-waarde van woningen tussen peildatum 1-1-2022 en 1-1-2023 maar 2,5% zou stijgen. Op dat moment was net bekend geworden dat door deze methodiek over 2023 ook al een oneigenlijke verhoging van de OZB van ruim 2 ton had plaatsgevonden. Wij hebben daarom in die vergadering een motie ingediend met de oproep aan het college om deze oneigenlijke fluctuaties als gevolge van ingewikkelde inschattingen te dempen door: •
Met ingang van 1 januari 2024 een OZB-egalisatiereserve te vormen en jaarlijks bij de vaststelling van het OZB-tarief de hoogte van deze voorziening in ogenschouw te nemen.
De wethouder heeft de motie ontraden en deze heeft het dan ook niet gehaald. Tijdens de behandeling van de begroting 2025 in de commissievergadering van 15 oktober jl. gaf de wethouder aan dat er door een hogere waardestijging inderdaad ook in 2024 zich weer een meevaller voordoet in de OZB-heffing. Deze zou naar wij uit zijn uitleg begrepen terggegeven worden aan de inwoners door een korting op de OZB in het volgende jaar. Naar aanleiding van deze uitspraak hebben wij de volgende vragen: 1. Hoe hoog was het nominale bedrag aan OZB-heffing in 2022, 2023 en 2024 uitgesplitst naar woningen en niet-woningen; 2. Hoe hoog was de nominale WOZ-waarde per waardepeildatum 1-1-2021, 1-1-2022, en 1-12023 uitgesplitst in woningen en niet-woningen en de areaal uitbereiding; 3. Wat zijn de bij de vaststelling van het tarief gehanteerde waardestijgingspercentages en de werkelijke waardestijgingspercentages voor de OZB 2022, 2023 en 2024; 4. Hoe werkt de regeling voor compensatie van de oneigenlijke OZB-stijging of daling door verkeerde inschatting van de waardeontwikkeling, zoals 15 oktober door wethouder Van Dijk aangehaald; 5. In welke mate wijkt deze regeling af van de door ons voorgestelde egalisatiereserve en waarom is juist hiervoor gekozen ten opzichte van een egalisatiereserve.
De antwoorden op deze vragen willen wij graag betrekken bij het indienen van een mogelijke motie bij de behandeling van de begroting 2025 op 5 november 2024. Wij hopen daarom op een spoedige en volledige beantwoording. Met vriendelijke groeten, Gezond Verstand Goirle Riel Joris Duijsters